D4 Bijlage 1 bij Raadsinformatiebref 2021 - week 25
Tekst van het document
Bijlage: Toelichting op de inzichten verkamering en huisvesting arbeidsmigranten Aanleiding In de Woonvisie Oegstgeest 2020-2030 is geconstateerd dat er sprake is van kamerverhuur (verkamering), en dat een toename aannemelijk is (waterbed-effect), gezien recente strengere regelgeving in Leiden. In de woonvisie is daarom opgenomen dat de gemeente regelgeving wil opstellen voor onder andere kamerverhuur, met een huisvestingsverordening. In de concept huisvestingsverordening, die het college aan de raad ter vaststelling heeft voorgelegd (raadsvergadering 24 juni 2021), is een overgangsrecht opgenomen voor woningen waarin reeds onzelfstandige woonruimtes in gebruik zijn (dwz, de woningen zijn reeds verkamerd). Dit overgangsrecht geldt voor een periode van 6 maanden na het van kracht worden van de huisvestingsverordening. In het raadsvoorstel bij de huisvestingsverordening is dientengevolge een piek in de werkzaamheden voor VTH (Vergunningen, Toezicht, Handhaving) voorzien gedurende deze periode. Voor een goed inzicht in de benodigde capaciteit gedurende deze piek is het van belang om de mate van verkamering in Oegstgeest in te kunnen schatten. Ook voor de structureel benodigde ambtelijke capaciteit (aantal aanvragen per jaar) is dit inzicht gewenst.
Daarnaast komen er zo nu en dan klachten binnen bij de gemeente Oegstgeest met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten en studenten. Ook in de consultatie over de huisvestingsverordening is dit thema besproken. Hierin werd door een vertegenwoordiger van enkele bewoners de zorg uitgesproken dat de huisvestingsverordening mogelijk geen afdoende instrument is om de huisvesting van arbeidsmigranten in (reguliere) woningen tegen te gaan. Daarom is in dit memo, met behulp van regionaal onderzoek en een data selectie uit het BRP ingeschat in welke mate de door het CBS geregistreerde verkamering samenhangt met verhuur aan arbeidsmigranten. Deze aanvulling is van belang omdat de gemeente de mogelijkheid heeft om, naast de huisvestingsverordening, in een paraplu bestemmingsplan regels op te nemen om huisvesting van arbeidsmigranten tegen te gaan. Momenteel onderzoekt de gemeente wat de voor- en nadelen zijn van een dergelijke beperking in een paraplu bestemmingsplan. Een nadeel kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente een risico op planschade loopt. Voor dit memo is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: 1. EU-arbeidsmigranten in de provincie Zuid-Holland” (PBLQ, 2020). 2. BRP Oegstgeest, selectie inwoners afkomstig uit Midden- en Oost-Europa (MOE-landen) op basis van nationaliteit (dd 11-12-2020) 3.
CBS maatwerk publicatie betreffende verkamering Oegstgeest (21-5-2021) https://www.cbs.nl/nlnl/maatwerk/2021/20/verkamering-oegstgeest • Onderstaand is eerst ingegaan op verkamering in het algemeen in Oegstgeest, met vervolgens een focus op de mate waarin verkamering samenhangt met huisvesting van arbeidsmigranten.
Verkamering algemeen Uitgangspunten analyse verkamering De analyse op kamerverhuur vergt een complexe combinatie van verschillende adres- en persoonsgegevens. Deze analyse kan de gemeente niet zelf uitvoeren. Daarom is aan het CBS gevraagd hiervoor maatwerk te leveren. Het CBS heeft dit eerder voor de gemeente Leiden uitgevoerd. Qua opzet is zoveel mogelijk aangesloten bij deze analyse. Daarbij is als volgt te werk gegaan: In een bewoonde woning is altijd sprake van bewoning door een huishouden. Wanneer we enkel kijken naar het aantal volwassenen zijn er de volgende huishoudvormen: • Éénpersoonshuishoudens
• Stellen • Overige huishoudens Stellen vallen buiten de selectie omdat het CBS heeft geconstateerd dat kamerbewoning bij dit huishoudtype (vrijwel) niet voorkomt. Vervolgens zijn voor éénpersoonshuishoudens en overige huishoudens alle adressen geselecteerd waarin 3 of meer volwassenen wonen. Om het beeld zo zuiver mogelijk te houden zijn de volgende situaties buiten deze selectie gehouden: • Ouder-kind relatie; • Eigenaar woont in de woning (dit criterium wijkt iets af van analyse Leiden, maar is conform de regelgeving in de concept huisvestingsverordening van Oegstgeest); • De woning is van een woningcorporatie. Resultaten CBS analyse verkamering Met deze selectiecriteria komt het CBS uit op 60 verkamerde woningen in Oegstgeest, met in het totaal 270 bewoners (de aantallen zijn op 5-tallen afgerond). Dit is exclusief studentenhuisvesting en bijvoorbeeld onzelfstandige woonruimte in zorgcomplexen. De meeste verkamerde woningen (15) zijn te vinden in de wijk Oranje Nassau. Deze wijk grenst aan Leiden en ligt gunstig ten opzichte van intercity station Leiden. Met deze aantallen is het niet aannemelijk dat er per straat reeds sprake is van (te) hoge concentraties verkamerde woningen. De kamerbewoners zijn jonger dan de gemiddelde inwoner van Oegstgeest. 73% is van de kamerbewoners is jonger dan 35 jaar (en 45% jonger dan 25 jaar).
Uitgaande van de voornaamste inkomensbron is ongeveer één derde van de kamerbewoners waarschijnlijk student (categorie nog niet schoolgaand/schoolgaand/studie). Verder zijn de kamerbewoners qua inkomensbron een gemêleerde groep. Naast de definitie die in grote lijnen de Leidse opzet volgt (3 of meer volwassenen per woning) is ook gekeken wat de uitkomst is als deze definitie ruimer wordt gezet, op 2 of meer volwassenen per woning. Deze ruimere selectie komt uit op 270 verkamerde woningen. Hieronder kan bijvoorbeeld een particuliere huurwoning vallen met een hoofdhuurder (éénpersoonshuishouden) en één onderhuurder. Of broers en zussen die samenwonen in een particuliere huurwoning. Deze laatste wijze van samenwonen valt binnen de definitie van huishouden, zoals opgenomen in de concept huisvestingsverordening en zal dus niet vergunning plichtig zijn (er is geen sprake van omzetting naar onzelfstandige ruimte). Qua samenstelling van de bewoners valt op dat er in de ruimere selectie minder oververtegenwoordiging van jongeren is, vergeleken met de selectie op 3 of meer volwassenen. Ook heeft een relatief groot deel een baan (werknemer) als voornaamste inkomstenbron (57%, ten opzichte van 36% van de alle inwoners van Oegstgeest). Conclusie analyse verkamering De ruimere selectie op basis van minimaal twee volwassenen per woning is dus lastig te duiden.
Voor het aantal aanvragen en handhavingsverzoeken in het kader van het overgangsrecht, waaraan in het raadsvoorstel huisvestingsverordening wordt gerefereerd (onderdeel financiën in de toelichting), wordt daarom de inventarisatie conform de Leidse opzet aangehouden. Deze komt uit op een raming van 60 verkamerde woningen in Oegstgeest, met wel in het achterhoofd dat dit aantal wat ruimer kan uitvallen. Dit aantal geeft voldoende handvat voor een raming van de te verwachten piek in ambtelijke capaciteit, in verband met overgangsrecht voor deze bestaande situaties. Voor een raming van de structurele ambtelijke capaciteit is van belang hoeveel vergunningsverzoeken/vergunningsprocedures per jaar te verwachten zijn. Ook hiervoor geeft de bestaande situatie enig handvat voor de orde van grootte. Ook is van belang hoe ruim of hoe beperkt de mogelijkheden per straat zullen zijn. Dit zal bekend zijn nadat de raad de huisvestingsverordening heeft vastgesteld (besluitvormende raad 24 juni).
2/4
Verkamering en huisvesting arbeidsmigranten Vervolgens is met behulp van aanvullende bronnen bekeken in hoeverre verkamering gerelateerd kan worden aan huisvesting van arbeidsmigranten. Uitgangspunten bronnen (PBLQ rapport en BRP analyse Oegstgeest) In het PBLQ rapport is een arbeidsmigrant een persoon tussen de 18 en 67 jaar uit een MOE of GIPS 1-land (Midden- Oost- en Zuid Europa, binnen de EU) die in Nederland minimaal 18 uur werkt en in Nederland verblijft, niet voor diplomatieke werkzaamheden, kennismigratie of studie in Nederland verblijft, en maximaal 8 jaar in Nederland verblijft. Het aantal arbeidsmigranten dat woont en/of werkt binnen een gemeente wordt afgeleid uit een combinatie van de gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) 2, de Polisadministratie van het UWV en gegevens van het DUO. Peildatum is 1 januari 2018. Voor de BRP analyse zijn personen (ingedeeld naar woonadres) geselecteerd die qua nationaliteit tot één van de volgende 10 Midden- en Oost Europese EU landen behoren (van noord naar zuid; Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Roemenië, Bulgarije). Ook is de inschrijfdatum bekend. Het betreft twee bronnen die niet zonder meer vergelijkbaar zijn vanwege verschillende definities, maar die samen wel nuttige indicaties geven.
Daarbij is het PBLQ rapport de basis, ook omdat hierin gehanteerde definities gelijkluidend zijn voor alle gemeenten in Zuid Holland. Met de BRP kan (binnen de grenzen van privacy) een nadere duiding binnen Oegstgeest worden gegeven (definitie noodgedwongen minder adequaat, maar wel meer inzicht in locaties). Gecombineerd resultaat PBLQ rapport en BRP analyse Oegstgeest Volgende het PBLQ rapport woonden er per 1 januari 2018 27 arbeidsmigranten in Oegstgeest 3. Dit betreft niet enkel arbeidsmigranten die in het BRP ingeschreven staan (ingezetene of niet ingezetene), maar ook andere registraties, zodat met een combinatie van bronnen ook van veel niet-ingezetenen woon- en werkgemeenten konden worden getraceerd. Voor Oegstgeest valt een onderscheid naar werkgemeenten niet te maken. Daarvoor zijn de aantallen te klein. Om dezelfde reden is ook niet bekend hoeveel arbeidsmigranten in Oegstgeest werkzaam zijn maar hier niet wonen. Hoewel de BRP definitie noodgedwongen breder is (er kon geen onderscheid gemaakt worden naar werk/studie/etc.) maar anderzijds ook smaller (Zuid-Europese EU landen niet meegenomen, niet ingezetenen niet meegenomen) geeft dit wel een indicatie van mogelijke concentraties in Oegstgeest. Dan blijkt dat op een beperkt aantal adressen drie of meer ‘MOE landers’ staan ingeschreven in het BRP.
In deze situaties is de kans groter dat het arbeidsmigranten betreft, en niet zozeer ‘MOE-landers’ die om andere redenen (tijdelijk) in Nederland verblijven. Maar ook MOE-landers die in Nederland studeren kunnen met 1
Griekenland, Italië, Portugal, Spanje
2 Het BRP kent twee typen registraties. 1; ingezetenen die door gemeenten in het BRP worden geregistreerd,
waarvan een woonadres in Nederland bekend is. 2; niet ingezetenen (Registratie Niet Ingezetenen – RNI) die in BRP worden geregistreerd met adres in land van herkomst. Woonadressen in Nederland zijn dan niet bekend. Als een arbeidsmigrant naar redelijke verwachting langer dan vier maanden (binnen zes maanden) in Nederland denkt te verblijven dan is hij of zij verplicht om zich als ingezetene in de BRP in te schrijven. Een arbeidsmigrant heeft er niet veel belang bij om dit te doen. Een inschrijving als niet ingezetene (BRP-RNI) volstaat bijvoorbeeld voor het verkrijgen van een BSN nummer. 3 Hoewel in dit onderzoek van meerdere bronnen gebruik wordt gemaakt, geven de onderzoekers aan dat ook de hierop gebaseerde toerekening aan gemeenten niet helemaal volledig is.
3/4
drie of meer personen op één adres wonen. Het betreft in het totaal circa 20 ‘MOE Landers’ (de aantallen zijn om privacy redenen op vijf afgerond). Mogelijk zijn dit grotendeels dezelfde personen als de 27 arbeidsmigranten die in het PBLQ rapport worden genoemd, maar dat is niet zeker, gezien de verschillende definities. Conclusie verkamering en huisvesting arbeidsmigranten De uiteenlopende bronnen naast elkaar zetten is als appels met peren vergelijken. Niettemin zijn hieruit enkele indicaties te destilleren voor de aard en de omvang van de fruitschaal. Het aandeel kamerverhuur (60 adressen) dat aan verhuur aan arbeidsmigranten gerelateerd kan worden is, op basis van de registraties die bij de gemeente bekend zijn (BRP), beperkt, met een orde van grootte van vijf adressen. Deze adressen zijn verspreid over Oegstgeest. Er zijn geen concentraties van verhuur aan arbeidsmigranten geconstateerd. Ook als we er rekening mee houden dat er in Oegstgeest MOE landers wonen die niet bij de gemeente bekend zijn (niet ingezetene, of in het geheel niet in het BRP geregistreerd), maken de totale aantallen arbeidsmigranten in Oegstgeest uit het PBLQ rapport (27) het niet aannemelijk dat er sprake is van concentraties van huisvesting van arbeidsmigranten in woonbuurten. Niettemin kan de ook de verhuur van één enkele woning door omwonenden als overlastgevend worden ervaren.
Daar zijn ook incidenteel meldingen over binnengekomen bij de gemeente. En hoewel alle bronnen duiden op een beperkte kamergewijze verhuur aan arbeidsmigranten in Oegstgeest, is het niet ondenkbaar dat dit verschijnsel gaat toenemen. Niet alle denkbare situaties zijn met de huisvestingsverordening afdoende te reguleren, dan wel te handhaven (bijvoorbeeld als bewoners niet als ingezetene in het BRP ingeschreven staan). Daarom wordt verkend of in een paraplu bestemmingsplan hiervoor regels kunnen worden opgenomen, en welke meerwaarde dit heeft.
4/4