D3 Bijlage 2 bij RM d.d. 6 juli 2021 Uitkomsten Klimaatstresstest Z-21-143267 Oegstgeest
Tekst van het document
Interne klimaatdialoog gemeente Oegstgeest 25 maart 2021
rapportage
Inhoudsopgave
2
1.
Aan de slag met klimaatadaptatie in Oegstgeest
In het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is vastgelegd dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig ingericht moet zijn. Hiertoe voert elke gemeente in 2019/2020 een klimaatstresstest uit om de kwetsbaarheden binnen de gemeente in beeld te brengen. Vervolgens worden deze resultaten besproken in zogeheten risicodialogen om een zo volledig mogelijk en gedragen overzicht van de risico’s te krijgen. Klimaatadaptatie is een thema dat de komende jaren een essentiële rol gaat spelen in de leefbaarheid van gebieden. Klimaatadaptatie definiëren we vrij vertaald uit het Deltaprogramma als het omgaan met de gevolgen van een veranderend klimaat, dat zich uit in wateroverlast, hitte, droogte en gevolgbeperking bij eventuele overstroming. Adaptatie aan klimaatverandering is het proces waardoor samenlevingen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor zij profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt.
Figuur 1: De 7 ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Met de stresstest heeft Oegstgeest de kwetsbaarheid in beeld gebracht. Met de risicodialoog bepalen we hoe ernstig die kwetsbaarheden zijn en of we er iets aan gaan doen. In een uitvoeringsagenda bepaal je vervolgens wát je eraan gaat doen.
1.1. Klimaatstresstes In 2020 heeft de gemeente Oegstgeest, in samenwerking met RoyalHaskoningDHV de stresstest uitgevoerd. Om de uitkomsten van stresstesten in Nederland vergelijkbaar te houden, werken adviesbureaus met een methode die alle overheden hebben bepaald in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Hierin zijn de kwetsbaarheden en risico’s binnen de gemeente op het gebied van wateroverlast, overstroming, droogte en hitte in kaart gebracht. Dit is uitgewerkt in een ‘i-report’, waarin de stresstestinformatie beschikbaar is en gecombineerd kan worden met bijvoorbeeld kwetsbare objecten of infrastructuur. Daarnaast is in een achtergrondrapportage de methodiek van de stresstest uitgewerkt.
1.2. Interne klimaatdialoog De stresstest geeft weer wat de kansen zijn op de genoemde nadelige effecten van klimaatverandering. Maar deze kaarten op zichzelf geven nog geen handelingsperspectief of beleidsopties. Want hoe wil Oegstgeest als gemeente omgaan met deze risico’s? Daarom zijn de uitkomsten van de stresstest besproken tijdens de interne klimaatrisicodialogen. Tijdens deze dialogen bepaalden we met de inhoudelijke collega’s samen welke combinaties van kans x effect een onaanvaardbaar risico opleveren en dus aangepakt moeten worden. We bespraken de huidige ontwikkelingen binnen de gemeente; in hoeverre deze al bijdragen aan een oplossing voor de risico’s voortkomend uit de stresstest. En we bespraken welke kansen klimaatverandering ook oplevert in de gemeente, bijvoorbeeld voor recreatie, wonen en toerisme.
3
In dit document staan de uitkomsten en belangrijkste bespreekpunten uit de risicodialogen weergegeven. Hierbij onderscheiden we vijf thema’s: de link tussen klimaatadaptatie en de omgevingsvisie, klimaatbestendigde infrastructuur, openbaar groen, wonen en onderwijs & zorg. Per thema staan eerst de belangrijkste risico’s uit de stresstest kort beschreven en vervolgens de reflectie op de risico’s tijdens de dialogen. Deze interne klimaatdialogen zijn de opmaat om ook met andere organisaties en stakeholders in de regio het gesprek over klimaatadaptatie te voeren. Samen met de stresstestinformatie vormt het de eerste stap richting een concreet uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie van de gemeente Oegstgeest.
2.
Klimaatbestendige infrastructuur 2.1. Wateroverlast
Uit de stresstest blijkt dat er op een aantal belangrijke ontsluitingswegen bij extreme buien water blijft staan. Het gaat hier met name om de Rijnzichtweg (aan weerszijden van de A44) en de Kempenaerstraat. De ontsluitingsweg Rijnzichtweg ten westen en oosten van de A44 komt uit de stresstest als moeilijk begaanbaar tijdens extreme neerslag. Tijdens de meest extreme situatie van 160 mm neerslag in 2 uur tijd (in 2050 een herhalingstijd van 1 x per 1000 jaar) neemt de omvang van het risico aan de Rijnzichtweg behoorlijk toe en modelleert de stresstest 30 tot 50 cm water op de weg. Maar ook in buien met van 90 mm in 1 uur tijd (herhalingstijd in 2050 van 1 x per 250 jaar) kunnen problemen opspelen. Tijdens de klimaatdialoog is met de beheerder riolering, de beheerder infra en verkeerskundige van de gemeente ingezoomd op de huidige situatie van de Rijnzichtweg. Op dit moment is er nog geen wateroverlast bekend bij zware regenval. De komende jaren zal de verkeerssituatie op de Rijnzichtweg ter hoogte van de A44 veranderen en zal onderhoud aan de weg plaatsvinden. Dit is een goed moment om de afwatering van het wegdek mee te nemen in het nieuwe ontwerp. De verwachting is dat het risico daarmee voor een groot gedeelte kan worden weggenomen. Daarnaast lijkt het goed om de samenwerking met Rijkswaterstaat verder op te zoeken waar het gaat om de afwatering van de A44.
Rijkswaterstaat kijkt namelijk al naar mogelijkheden om de afwatering te verbeteren. Deze maatregelen zijn gedeeltelijk al opgenomen in het gemeentelijke maatregelenplan riolering, maar vragen vervolgoverleg over de verdere uitwerking. Het winkelgebied aan de Kempenaerstraat komt als risicogebied naar voren in de stresstest. In de winkelstraat worden hoge waterstanden (>25cm) berekend tijdens extreme neerslag (90 mm in uur tijd). Naarmate de neerslag heftiger wordt, breidt de overlast zich uit in de straten Terweeweg, Louise de Colignylaan, Spaargarenstraat, Oranjelaan en een deel van de Rhijngeesterstraatweg.
4
De dialoog bracht meer ook duiding bij de risicokaarten. Zo bleek de geplande verbetering in de afwatering van de Kempenaerstraat door de aanleg van een nieuw gemaal in het park net ten zuiden van het winkelgebied, nog niet opgenomen in de stresstestdata. De inschatting is dat het risico met deze verbeterde afwatering afgedekt is, en er alleen tijdens zeer extreme buien nog (een geaccepteerd) risico bestaat op wateroverlast in de straat.
De klimaatdialoog leverde het algemene beeld op dat de meest in het oog springende risicogebieden voor wateroverlast reeds in beeld zijn. Het opstellen van het nieuwe BRP (Basisrioleringsplan) is het moment om verder vooruit te kijken en nader onderzoek te doen naar de mogelijke maatregelen om de afwatering te optimaliseren. De informatie uit de stresstest vormt een belangrijk onderdeel voor dit nieuwe BRP. Daarbij is een belangrijke aanbeveling om goede afwatering als uitgangspunt te nemen. Dit kan via het (gescheiden) rioolstelsel, of via lokale waterberging en infiltratie.
2.2. Overstroming Het risico op overstromingen binnen de gemeente Oegstgeest is kort aan de orde geweest tijdens de dialoog. Het falen van een regionale of primaire waterkering leidt tot overstromingen met een behoorlijke waterdiepte. Echter, het risico op overstromingen moet op regionale schaal worden besproken, in dialoog met het Hoogheemraadschap van Rijnland en Rijkswaterstaat. Onderdeel van deze externe dialoog is te bespreken hoe kansrijk en kosteneffectief risicobeperkende maatregelen zijn voor het beperken van schade ten gevolge van het falen van het watersysteem. De gemeente laat het initiatief voor deze dialoog aan het waterschap, Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio.
3.
Klimaatadaptatie & openbaar groen
Oegstgeest kenmerkt zich als een groene gemeente. Dat is gunstig; uit de stresstest blijkt dat de gemeente relatief goed scoort als het gaat om hittestress en het ‘hitte-eilandeffect’. Tegelijkertijd zorgt het veranderende klimaat ook voor de uitdaging om het groen in Oegstgeest te behouden in droge perioden en waar mogelijk nog slimmer in te zetten als buffer tegen hitte en als berging van regenwater. 3.1. Openbaar groen en hittestress Het groene karakter van Oegstgeest neemt niet weg dat er verschillende gebieden uit de stresstest naar voren komen waar perioden van extreme warmte risico’s opleveren. Zo is tijdens de interne klimaatdialoog het gebied rondom de velden van FC Oegstgeest (Apollolaan) besproken. De kunstgrasvelden zorgen hier, samen met de naastgelegen snelweg, voor een lokaal hitte-eiland dat overdag veel warmte vasthoudt en ook ’s nachts niet goed afkoelt. Zeker voor een locatie waar gesport wordt, is dit onwenselijk. Rond deze locatie zijn al goede initiatieven genomen, o.a. vanuit de sportverenigingen die, ook om de biodiversiteit te vergroten, een kruidentuin hebben aangelegd en nestkasten voor vogels installeerden. De gemeente heeft in de nabijgelegen Apollolaan recent extra borders aangelegd, bomen teruggeplaatst en bestaande windsingels versterkt en nieuwe aangelegd.
Dit is een voorbeeld van hoe de gemeente Oegstgeest werkt aan klimaatadaptatie: de problematiek rond klimaatverandering lokaal in kaart brengen, maatregelen nemen in de openbare ruimte voor zover mogelijk en zorgen dat bewoners, verengingen en andere organisaties zich ook betrokken voelen bij het thema en eigen initiatieven ontplooien. Ten westen van de A44 in de wijk Rijnfront zijn de grootste risicogebieden qua hittestress de Sterrenschans en de omgeving rond de brede school ‘Het Dok’. Voor beide locaties geldt dat hier de afgelopen jaren al meer bomen zijn geplant. Deze zijn op dit moment nog te jong om veel schaduw te geven maar zullen, eenmaal
5
volgroeid, een verkoelend effect hebben. Daarnaast biedt de inrichting van de openbare ruimte hier ook kansen. Zo ligt Het Dok naast een relatief groot en versteend parkeerterrein waar een toekomstige herinrichting met aandacht voor groen veel verschil zou maken. In de directe omgeving van Oegstgeest, ten westen van de A44 in de gemeente Katwijk, is Flora Holland gevestigd. Rondom de bloemengroothandel is een aanzienlijk oppervlakte aan asfalt waarvan het effect op de gemeentelijke hittestressgebieden op dit moment niet is meegenomen. Het inzichtelijk maken van dit effect is een belangrijk aandachtspunt voor externe klimaatdialogen met onder andere buurgemeente Katwijk.
De interne klimaatdialoog heeft een eerste duiding gegeven aan de opvallendste risicogebieden voor hittestress. Op diverse plekken heeft de gemeente reeds vergroend, maar moeten de geplante bomen nog tot wasdom komen. Het is onmogelijk om alleen op basis van de stresstestinformatie een goede inschatting te maken van de hittestress risico’s. Het is nodig om hierover de dialoog aan te gaan met bewoners en maatschappelijke organisaties en zo de problemen rond hittestress op deze locaties beter te doorgronden en tot effectieve oplossingen te komen.
6
3.2 Aanplant en onderhoud van groen De toename van droge en warme periodes in het voorjaar en de zomer heeft impact op het onderhoudsplan van het bomenbestand in Oegstgeest. Het is een grote uitdaging om bestaand groen in de zomermaanden in stand te houden en zeker jonge aanplant heeft dan extra onderhoud nodig. Dit betekende tijdens afgelopen droge perioden in 2018, 2019 en 2020 de noodzaak tot bewatering van bosbeplanting en verhoogde risico’s voor met name monumentale bomen. Ook stierf een deel van de bomen af en kapte de gemeente noodgedwongen een twintigtal bomen, waardoor nieuwe bomen aangeplant moesten worden, met een flinke kostentoename tot gevolg. Daarnaast zijn er ondergronds de nodige uitdagingen. Dalende grondwaterstanden en een toenemende hoeveelheid kabels en leidingen zorgen voor ruimte- en watergebrek voor jonge, groeiende aanplant. Dit bemoeilijkt het vinden van goede locaties voor het planten van nieuwe bomen, en beperkt de groei van het bestaande bomenbestand. Dit knelpunt speelt onder andere in de Oranjewijk. In 2021 wordt het nieuwe groenbeheerplan voor Oegstgeest opgesteld. Dit is een natuurlijk moment om het afwegingskader voor groen, de keuze voor klimaatadaptatieve (boom)soorten en in algemene zin de kansen voor natuurvriendelijke oevers en ander groen binnen de gemeente verder uit te werken.
De klimaatstresstest biedt hiervoor belangrijke informatie, waarop de gemeente haar uitgangspunten rond het aanleggen en onderhouden van groen kan baseren. Hiervoor is een verdere (interne) dialoog rond het nieuwe groenbeheerplan nodig, waarbij een breed scala aan gemeentelijke thema's wordt betrokken, zoals ruimtelijke ordening, riolering en verkeer & vervoer. Los van het groen in de openbare ruimte, spelen ook bewoners een belangrijke rol in de vergroening van hun omgeving. Door tuinen minder te betegelen, groene geveltuintjes en groene daken aan te leggen, kan ook het particuliere groen een aanzienlijke bijdrage leveren tegen hittestress en wateroverlast. Een duidelijk herkenbare communicatiestrategie en eventuele subsidieregelingen voor bijvoorbeeld het aanleggen van groene daken, kunnen dit stimuleren. De gemeente neemt deel aan ‘Operatie Steenbreek’. Zowel de gemeente als bewoners zetten zich in om verharding om te zetten in groen, ter bevordering van welzijn, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het opstellen van het nieuwe groenbeheerplan biedt de kans om ook de rol van particulier groen verder te verkennen.
7
4.
Klimaatbestendig wonen
Klimaatverandering heeft impact op de openbare ruimte en de beleving van deze ruimte. Hittestress kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat mensen zich minder buiten willen of kunnen begeven. Daarnaast levert klimaatverandering ook risico’s op achter de voordeur, denk aan funderingsschade door een dalend grondwaterpeil. In deze dialoog zijn de belangrijke risico’s op het gebied van water en hitte besproken en is gekeken naar de rol van de gemeente waar het gaat om schade aan particuliere eigendommen. 4.1. Water tegen gevels Uit de stresstest blijkt dat de wijken Oranje Nassau, Voscuyl, Bloemenbuurt en Poelgeest tijdens extreme neerslag het meeste risico lopen op water dat tegen de gevels aan komt te staan (20-50 cm). Uit de dialoog kwam echter wel naar voren dat bij deze uitkomsten in de praktijk nog een check nodig is. Dit om te kijken of water tegen een gevel ook daadwerkelijk schade oplevert. De stresstest slaat bijvoorbeeld ook hoog uit op het moment dat water een parkeergarage in kan lopen (wat uiteraard ook tot schade kan leiden), maar niet daadwerkelijk tegen gevels komt te staan. Ontwikkelaars binnen Oegstgeest hebben nog weinig tot geen verplichting om rekening te houden met het risico van water tegen de gevels. Zo mogen er parkeergarages onder appartementencomplexen worden aangelegd, waarbij het overstromingsrisico toeneemt.
Daarnaast is er een wens om woningeigenaren te stimuleren hun tuin te ontstenen om het risico van water tegen de gevels te verminderen. Via de deelname aan ‘Operatie Steenbreek’ heeft de gemeente toegang tot een kaartviewer die de mate van verstening op straat en wijkniveau in beeld brengt. Op die manier is het mogelijk om gerichte campagnes te voeren in wijken of straten met weinig groen en een hoog risico op water tegen de gevels van de woningen. 4.2. Hittestress Voor hittestress geldt zoals al aangegeven een gunstig totaalbeeld van de gemeente. Toch zijn er risicogebieden qua hittestress; vooral bij de gestapelde bouw waar vaker (kwetsbare) ouderen wonen. Het probleem is herkenbaar; de bovenste lagen van complexen zijn vaak warm en het kan lastig zijn de warmte uit een gebouw te krijgen. Ook Rijnfront komt naar voren in de hittestress kaart. Er is weinig groen en veel verharding onder andere bij school en kinderdagverblijf Het Dok en het appartementencomplex aan de Sterrenschans. De gestapelde bouw in de omgeving draagt op deze locatie verder bij aan hittestress. Daarnaast ligt in de wijk Oranje Nassau een kinderdagverblijf (Tomtiedom) in een risicogebied. En tot slot ligt in de wijk Voscuyl het verzorgingstehuis van Wijckerslooth – Marente in een hittestress risicogebied.
Op basis van de stresstest alleen valt niet goed te concluderen hoe groot het probleem van hittestress rond deze locaties precies is. Het bespreken van de risico’s van klimaatverandering met vastgoedeigenaren, zorglocaties, kinderdagverblijven en onderwijs lijkt daarom een belangrijk onderdeel van de nog te voeren externe dialogen. Een urgent dilemma is de opoffering of het behoud van openbaar groen in relatie tot de grote woningvraag. Binnen de stedelijke omgeving is openbaar groen een belangrijke schakel om hittestress in de hete zomerperioden tegen te gaan. Tegelijk is er een opgave voor het realiseren van ongeveer 1200 woningen. Dit moet vanwege de beperkte ruimte vooral gebeuren door stedelijke verdichting, waardoor bestaand groen onder druk kan komen te staan. Het is daarom van belang om als gemeente een goed instrumentarium in handen te hebben om behoud en versterking van het beschikbare groen als harde eis mee te kunnen geven aan een ontwikkelaar. Bijvoorbeeld door eisen en aanbevelingen rond groen op te nemen in de gemeentelijke Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR), of door gebruik te maken van certificeringseisen zoals BREEAM. Ook het Bouwconvenant Zuid-Nederland, ondertekend door onder meer projectontwikkelaars, waterschappen, bouwbedrijven, gemeenten en de provincie Zuid-Holland geeft handvatten voor klimaatadaptief bouwen.
Bij bestaande bebouwing kunnen subsidies en programma’s zoals Operatie Steenbreek (beperkt) bijdragen aan klimaatbestendigheid, al is de rol van de gemeente hierin voor stimulerend richting huiseigenaren.
8
4.3. Bodemdaling en verzakking De verwachte bodemdaling tot aan 2050 laat de meeste bodemdaling zien in de wijken De Morsebel, HaaswijkOost en Poelgeest. Goede monitoring is van belang om de modellen uit de stresstest te valideren met satellietmetingen. Het model lijkt nu namelijk de zettingen te overschatten. Uit de dialoog blijkt dat bodemdaling en verzakking tot nu toe voor weinig problemen zorgt. Alleen in de wijken uit de jaren 80/90 zou het in de toekomst kunnen gebeuren dat er verzakking optreedt.
4.4. Grondwater en fundering Funderingsschade door schommelingen en lage grondwaterstanden speelt vooral bij huizen gebouwd vóór 1960 met houten funderingen, en huizen gebouwd tussen 1960 en 1980 met houten funderingen met betonopzet. In Oegstgeest zijn dat vooral de wijken Buitenlust, Oranje Nassau en Voscuyl. En in de Bloemenbuurt en Oudenhof, waar veel gebouwd is tussen 1960 en 1980. De gemeente geeft invulling aan haar zorgplicht op grond van de Waterwet door het zo constant mogelijk houden van het grondwaterpeil. Daarnaast ziet de gemeente een rol in het informeren van bewoners over mogelijke funderingsschade in de toekomst, al is deze op dit moment niet direct te verwachten. Lessen uit het Rijksprogramma Aanpak funderingsproblematiek kunnen daarbij worden meegenomen.
9
5.
Klimaatadaptatie & onderwijs en zorg
Het veranderende klimaat en met name de vaker voorkomende en langdurige warme perioden hebben ook hun effect op de scholen, kinderopvang en zorglocaties in de gemeente. Het totaalbeeld van hittestress in Oegstgeest is, zoals eerder aangegeven, gunstig. Oegstgeest is een groene gemeente. Toch zijn er ook wijken waar het risico op een ‘Urban heat effect’ groter is; hier blijft de warmte op straat en tussen de bebouwing hangen en ook ’s nachts koelt het hier minder snel af. Met name de doelgroepen kinderen, zorgbehoevenden en ouderen lopen daarbij gezondheidsrisico’s. Kijkend naar de scholen en kinderopvanglocaties in Oegstgeest zijn er twee plekken die als risicogebied voor hittestress naar voren komen uit de stresstest. Dit zijn Het Dok en het Rijnlands Lyceum. Tijdens de risicodialoog zijn deze twee locaties uitgebreid besproken. Het Dok is een relatief nieuw ontwikkelde locatie, wat ook te zien is aan het jonge groen rond het gebouw. Deze bomen zullen in de toekomst meer schaduw gaan leveren. De hoge score op hittestress in de stresstest komt met name door het parkeerterrein rond het schoolgebouw. Deze versteende ondergrond houdt de warmte goed vast. Problemen met hittestress op de brede school of de kinderopvang in Het Dok zelf zijn niet bekend.
Voor de locatie van het Rijnlands Lyceum geldt dat het hitte-eilandeffect vooral ontstaat vanuit de kunstgrasvelden bij FC Oegstgeest. Vergroening van het schoolplein is als verbeterpunt genoemd. Als concreet middel om scholen te kunnen adviseren over klimaatadaptatie en daarop te sturen is het integraal huisvestingsplan (IHP) genoemd. Het is goed om te verkennen of de regelingen in het huisvestingsplan wellicht ook een breder gesprek over klimaatadaptatie mogelijk kunnen maken. In principe gaat het IHP over specifieke vereisten aan en in een schoolgebouw, bijvoorbeeld over ventilatie, maar wellicht biedt het contact rondom het opstellen en controleren van de vereisten uit het IHP de ruimte om met een schoolbestuur in gesprek te gaan over klimaatadaptieve maatregelen in de buitenruimte. Het algemene beeld van de aanpak van hittestress op de scholen in Oegstgeest is goed. De afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld acht van de tien basisscholen in de gemeente aan de slag gegaan met het vergroenen van de schoolpleinen. We mogen dus veronderstellen dat het thema klimaatverandering dus zeker leeft in deze doelgroep. Opvallend tijdens de interne dialoog was dat vaak niet bekend is hoe scholengemeenschappen of zorglocaties de afgelopen jaren om zijn gegaan met extreem warmte periodes en of dit tot problemen heeft geleid.
Ambtelijk wordt aangegeven hier graag meer ondersteuning op te willen bieden, maar dit vanwege capaciteitsproblemen vaak niet te kunnen. Men geeft aan wel graag in gesprek te willen met de scholen (schooldirecteurenoverleg), instellingen of koepelorganisaties, maar dat dit weinig uithaalt als er vervolgens geen middelen in tijd of geld beschikbaar zijn om deze organisaties vervolgens te ondersteunen.
10
6.
Conclusies en vervolgstappen
Uit de stresstest en ook de gevoerde dialogen blijkt dat de gemeente Oegstgeest er op dit moment goed voor staat; het is een zeer groene gemeente met op veel plekken een volgroeid bomenbestand. Dit beperkt de risico’s op hittestress. Waterafvoer en -berging vragen op een aantal locaties nog om aanpassingen aan het veranderende klimaat, waarbij er ook kansen liggen voor een meer klimaatadaptieve inrichting naast het verbeteren van de afvoer middels de riolering. De interne dialogen hebben bijgedragen aan de bekendheid van het thema klimaatadaptatie bij de diverse specialismen binnen de gemeente. Omdat een klimaatbestendige leefomgeving vraagt om een brede blik is het belangrijk om de verbinding tussen de specialismen op te blijven zoeken. Deze dialogen vormden daarbij het startpunt maar het is goed om de langdurige focus hierop intern te waarborgen.
6.1. Vervolgstappen Dialogen met ambtelijke partners Nu er met de stresstest en de interne dialogen meer inzicht is in de problematiek en opgaven voor Oegstgeest, is de volgende stap een externe dialoog met de ambtelijke partners in de regio. Met name het Hoogheemraadschap van Rijnland is een belangrijke partner om het gesprek te voeren over wateroverlast en afvoer en de risico’s en mogelijke maatregelen verder te verkennen. Ook overstromingsrisico’s moeten op een regionaal schaalniveau worden bekeken, waarbij naast het Hoogheemraadschap ook de Veiligheidsregio een belangrijke gesprekspartner is. Samen kan een regionale risicoanalyse voor overstroming worden gemaakt en aan de hand daarvan maatregelen geselecteerd en een plan voor crisisbeheersing opgesteld. Gesprekken met buurgemeenten Leiden en Katwijk zijn nodig om de opgave qua hittestress en wateroverlast (effect op mobiliteit, alternatieve routes) verder in kaart te brengen en afgestemde maatregelen te nemen. De samenwerking in SP71 verband vormt hiervoor ook een goed gremium.
Dialoog en participatie met lokale organisaties en bewoners De stresstest en de interne dialogen vormen ook de aanleiding om met lokale organisaties verder in te zoomen op de problematiek en kansen voor de leefomgeving. Het gaat daarbij vooral om de woningcorporaties, zorginstellingen en scholen. Deze gesprekken kunnen eventueel ook in samenwerking met buurgemeenten gevoerd worden. Doel van deze gesprekken is de problematiek van klimaatverandering op het niveau van deze organisaties nog beter in beeld te brengen en passende maatregelen te inventariseren. Op basis van de externe dialogen en participatie met bewoners kan een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie worden opgesteld, met daarin concrete maatregelen die in de geselecteerde periode gerealiseerd zullen worden. Financiële dekking en de rolverdeling tussen de interne afdelingen binnen de gemeente en ook de externe partners zijn daarin belangrijke onderdelen. Aanpassingen aan het veranderende klimaat zijn niet alleen nodig in de openbare ruimte, maar ook de woningen en tuinen van particulieren spelen een belangrijke rol. De gemeente is reeds aangesloten bij ‘Operatie Steenbreek’ en communiceert in dit kader al vaker over het belang van ontstening. Een aanvullend participatietraject is een aan te bevelen als volgende stap.
Dit om met een brede groep bewoners in Oegstgeest te bespreken hoe zij klimaatverandering in de eigen gemeente nu ervaren en welke acties zij zelf kunnen nemen. Denk hierbij aan enquêtes en participatie via een online platform, tot aan het uitdelen van ijsjes op een hete dag om zo in gesprek te komen. Klimaatverandering raakt iedereen en bewoners zijn de experts in hun eigen leefomgeving. Het profileren van Oegstgeest als groene, bomenrijke gemeente is een positieve insteek van een communicatie- en participatietraject. Goede afstemming met lopende trajecten, bijvoorbeeld
11
over het verduurzamen van je huis met zonne-energie, is een aandachtspunt bij een campagne over klimaatadaptatie. Voor bewoners liggen deze thema’s dicht bij elkaar, dus is een eenduidige aanpak van belang.
Link met de Omgevingsvisie Tijdens het voeren van de interne dialoog over klimaatadaptatie, loopt binnen de gemeente Oegstgeest ook het proces om in 2021 de gemeentelijke Omgevingsvisie vast te stellen. Hierin worden de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vastgelegd. Klimaatverandering speelt hierin een belangrijke rol, en adaptatiemaatregelen zullen naar verwachting dan onderdeel gaan uitmaken van het duurzaamheidsprogramma. De uitkomsten van de interne dialogen over klimaatadaptatie vormen de aanzet tot het beschrijven van de ambitie op dit thema in de Omgevingsvisie. Richting het opstellen van een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie, met concrete maatregelen, zal de komende periode een keuze gemaakt moeten worden of dit uitvoeringsprogramma een zelfstandig programma wordt onder de Omgevingsvisie, of onderdeel zal gaan uitmaken van een breder duurzaamheidsprogramma. Het participatieproces dat begin 2021 rond de Omgevingsvisie van start zal gaan, biedt kansen om inwoners te bevragen over hun ervaring van de fysieke leefomgeving in Oegstgeest. Klimaatverandering speelt daarin een belangrijke rol; hoe wordt dit beleeft en hoe kijken inwoners aan tegen klimaatadaptatie? Waardevolle informatie om het ambitieniveau aan te toetsen.
12