D3 Bijlage 1 bij RM d.d. 6 juli 2021 Uitkomsten Klimaatstresstest Z-21-143267 Oegstgeest
Tekst van het document
vanwege de verhoogde sterftekans) risicovol zijn. Het onderscheid dat wordt gemaakt met betrekking tot de kwetsbaarheid van bevolkingsgroepen, sluit aan bij de risico’s die optreden door hitte. De verhoogde temperatuur tijdens een hittegolf levert dus in het hele land een potentieel verhoogd gezondheidsrisico. In steden is door het hitte-eilandeffect echter een extra verhoogd gezondheidsrisico. Op basis van het etmaalgemiddelde UHI is berekend welke verhoogde sterftekans optreedt, welke dus het gevolg zijn van de wijze waarop de bebouwde omgeving is ingericht. Dit is weergegeven in de hitterisicokaarten: • Het extra risico dat de wijk (bebouwde omgeving) toevoegt aan de risico’s tijdens een hittegolf. In andere woorden: hoeveel extra hittestress optreedt. • Het risico is gebaseerd op de hitte-gerelateerde verhoging van sterfte (mortaliteit), welke vergelijkbaar is met het risico tijdens een smog-alarm (ozon). • Om onderscheid te maken in verschillende doelgroepen, is dezelfde indeling aangehouden als voor smogsituaties. In de berekeningen zijn de volgende risicoprofielen opgesteld op basis van het etmaalgemiddelde UHI: UHI tussen 0 – 0,9 °C
Comfortabel (geen merkbare risico’s door bebouwde omgeving, geen extra verhoging van de hittegolfrisico’s).
UHI tussen 0,9 en 1,9 °C
Acceptabel (lichte toename van risico door bebouwde omgeving, acceptabel tot 25 dagen per jaar).
UHI tussen 1,9 en 2,8 °C
Risicovol voor kwetsbare doelgroepen (extra risico door bebouwde omgeving, vergelijkbaar met informatiedrempel ozon).
UHI hoger dan 2,8 °C
Risicovol voor iedereen (extra risico door bebouwde omgeving, vergelijkbaar met smogalarm).
6
Huynen M.T.E. et al., The Impact of Heat Waves and Cold Spells on Mortality Rates in the Dutch Population. Environmental Health Perspectives VOLUME 109, NUMBER 5, May 2001. 7 Hajat, S., Kovats, R. S., Atkinson, R. W., en Haines, A., Impact of hot temperatures on death in London: a time series approach. Journal of Epidemiology and Community Health, 56(5), 367-372, 2002. 8 Armstrong, B. G., Chalabi, Z., Fenn, B., Hajat, S., Kovats, S., Milojevic, A., en Wilkinson, P., The association of mortality with high temperatures in a temperate climate: England and Wales. Journal of Epidemiology and Community Health, jech-2009, 2010. 18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
21
Projectgerelateerd
Vitale en kwetsbare functies Over het algemeen kunnen de meeste (gezonde & werkzame) mensen zich redelijk goed aanpassen aan kortdurende hittegolfomstandigheden. Zij zoeken verkoeling, passen hun gedrag en activiteiten aan, doen het rustiger aan. Toch treden na verloop van tijd nadelige effecten (hittestress zoals concentratieproblemen, vermoeidheid, hoofdpijn) op door bijvoorbeeld verminderde nachtrust. Bij kwetsbare doelgroepen kunnen de gezondheidsrisico’s ernstiger zijn, vooral diegenen die zich niet goed kunnen aanpassen vanwege verminderde lichamelijke weerbaarheid of beperkte mobiliteit. Met name bij ouderen, jonge kinderen en zieken treden deze risico’s op, met als gevolg een toename van medicatie, ziekenhuisopnames en zelfs overlijden. Niet iedereen is zich bewust van zijn lichamelijke kwetsbaarheid. Bovendien is het vaak een combinatie van kwetsbaarheid en beperkte mobiliteit, zoals bij ouderen. Voor hitte zijn de volgende kwetsbare doelgroepen beschouwd vanwege de mogelijke gezondheidsimpact: - Ouderen: o Bejaardentehuizen; o Verpleegtehuizen. - (Jonge) kinderen: o Scholen; o Kinderdagverblijven. - Zieken: o Verzorgingstehuizen; o Ziekenhuizen. - Woningen (algemeen), aangezien deze een mix van doelgroepen bevatten. Daarnaast zijn de volgende vitale functies beschouwd vanwege de mogelijke economische impact: - Watersystemen; - Zwemwaterlocaties.
Uitgangspunten en databronnen De berekeningen zijn uitgevoerd met de volgende uitgangspunten en databronnen: - Het effect van bebouwing en verharde oppervlakken: o Gebouwen en verharde oppervlakken warmen overdag sterk op als gevolg van de zonnestraling. Deze warmte wordt ’s avonds en ’s nachts weer afgegeven aan de omgeving. Dit effect is de basis van het hitte-eilandeffect. De mate waarin de opwarming plaatsvindt, is berekend op basis van twee bebouwingsaspecten: ▪ Bebouwingsdichtheid en -hoogte: Een hoge bebouwingsdichtheid betekent dat veel ‘massa’ aanwezig is voor warmteopslag en -afgifte. Bebouwing geeft daarnaast ook schaduw (hetgeen overdag prettig is om te verblijven), waardoor delen minder sterk opwarmen. De rekenmethode onderscheidt verschillende bebouwingstypen (local climate zones, LCZ), waarvan veel voorkomende wijken in Nederland beschikbaar zijn voor de UCAM methode (zie onder). De LCZ type wordt bepaald op basis van percentage bebouwd, percentage verhard oppervlak en bebouwingshoogte. Databron: BAG3D
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
22
Projectgerelateerd
Figuur 5-2 Wijktypen binnen UCAM (local climate zones, LCZ)
▪
-
-
Weerkaatsing van zonlicht (albedo): Het deel van de straling dat wordt geabsorbeerd hangt af van hoeveel straling er wordt weerkaatst door wegen, daken en muren. Licht gekleurde oppervlakken weerkaatsen meer dan donkere oppervlakken, waardoor deze minder snel opwarmen. Albedowaarden zijn met satellietmetingen bepaald. Dat levert albedowaarden op 10x10m resolutie, welke we voor daken en verharde oppervlakten afzonderlijk naar een representatief gemiddelde hebben omgerekend. Databron: Sentinel 2 (ESA) Het effect van groen: o Het effect van groen gaat uit van het percentage groen oppervlak. Dit oppervlak kan bestaan uit gras, struiken en/of bomen. Tijdens langdurige perioden van hitte en droogte zullen sommige groene percelen uitdrogen, waardoor deze minder bijdragen aan de verkoeling van de omgeving. Of dit effect optreedt is afhankelijk van langdurige weersomstandigheden en beschikbaarheid van bodemvocht. Nader onderzoek (in relatie met de droogte analyses) op dit punt is zinvol. o Het effect van groen is in het model opgenomen als ‘groen gras met voldoende bodemvocht voor verdamping’. Hier gaat een verkoelende werking vanuit door verdamping, waarmee warmte wordt onttrokken uit de lucht. Daarnaast warmt het groene oppervlak veel minder sterk op dan verharde oppervlakken, met dan ook veel minder warmteafgifte tot gevolg.
o In geval van bomen en andere vegetatie (dan gras) wordt uitgegaan van het groene oppervlak, bijvoorbeeld de kruin van de boom. De verkoelende werking door schaduw wordt in dit geval niet meegenomen. Anderzijds wordt eventueel aanwezig verhard oppervlak onder de kruin meegenomen als ‘groen’. Het berekende effect van bomen is vermoedelijk kleiner dan in werkelijkheid (onderschatting). Databron: BGT en Groenkaart (RIVM). Het effect van warmteproductie door menselijke activiteiten (antropogene warmte): o Door energieverbruik komt warmte vrij, zoals bij verkeer, elektrische apparaten in huis en bedrijfsprocessen. Het doorrekenen van specifieke antropogene warmte vergt veel en actuele detailinformatie. In de berekeningen zijn afhankelijk van het wijktype standaardwaarden gebruikt. Een verdere verfijning is in principe met het model mogelijk, maar daarvoor is veel en actuele detailinformatie nodig.
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
23
Projectgerelateerd
-
-
Het effect van water: o Water speelt een belangrijke, maar complexe rol in de warmtebalans in een wijk. De verkoelende werking van water gaat vooral via rechtstreekse koeling van de lucht boven het water (en niet zo zeer via verdamping). Afhankelijk van de waterdiepte, doorstroming en zeker ook of een hittegolf vroeger of later in de zomer plaatsvindt, zijn bepalend voor de watertemperatuur. Open water kan in sommige gevallen werken als een warmteopslag, welke ’s nachts warmte afgeeft aan de omgeving. Deze complexe en zeer variabele rol van water is per definitie niet goed te modelleren/ voorspellen. Metingen zouden hier een uitkomst zijn. Het effect van water is in de berekeningen meegenomen als oppervlak met 50% groen. Hiermee is dus deels wel en niet een verkoelende werking berekend. Met de keuze van 50% groen wordt tegemoet gekomen aan de te verwachten verkoelende werking overdag. Het resterende deel (50%) wordt als verhard oppervlak gezien, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de warmteopslag en -afgifte. Databron: BGT Locaties met weinig schaduw: o Deze GIS-analyse is uitgevoerd op basis van de ongecorrigeerde hoogtekaart van Nederland, dat houdt in dat ook vegetatie (bomen) er als schaduw gevende objecten in zitten. De analyse is uitgevoerd voor de tijdstippen 9.00u, 12.00u, 15.00u en 18.00u.
De schaduwvlakken per tijdstip zijn gewogen samengevoegd en uitgedrukt in een percentage van de tijd dat er schaduw is. Locaties die minder dan 10% van de tijd schaduw vangen (alleen op 9.00u of 18.00u), beschouwen wij als relevant. Databron: AHN2
5.2
Top risico’s/aandachtsgebieden ten behoeve van risicodialoog
Hoe ondersteunen de kaarten de risicodialoog? De weergegeven temperatuurkaarten (etmaalgemiddelde temperatuur, UHI en aantal warme nachten) zijn illustratief en daarom bruikbaar in / ondersteunend voor de communicatie over hitterisico’s naar stakeholders. Ze geven inzicht in welke delen van de stad warmer zijn dan andere delen. Deze temperatuurverschillen zijn in principe beïnvloedbaar door het ontwerp en inrichting van de stad, en met maatregelen aan te pakken. Daarnaast geven de kaarten voor het toekomstige klimaat (verondersteld WH50) het inzicht in een hittegolf in de toekomst. Ten behoeve van de risicodialoog zal de noodzaak om maatregelen te nemen, misschien niet altijd worden gedeeld. De vraag “maar is dit dan een probleem?” komt op. De weergegeven effecten op gezondheid en comfort geven ratio en concrete advieswaarde doordat wordt aangegeven op welke locaties / bestemmingen actie gewenst is om de hitterisico’s te mitigeren. Hierbij kan rekening worden gehouden met de doelgroepen op die locaties. De ernst van de effecten in buurten met een hoog risico is vergelijkbaar als een smogalarm. Kwetsbare groepen dienen zoveel mogelijk beschermd te worden. Als dat niet structureel kan (door inrichtingsmaatregelen), moet worden nagedacht over andere vormen van preventie (hitteplan op maat, gebouwaanpassingen, airco’s).
In gemeentelijk beleid kan als concrete en toetsbare ambitie op hitte, een blootstellingsniveau voor kwetsbare doelgroepen worden vastgesteld op basis van de hitterisicokaarten.
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
24
Projectgerelateerd
Top risico’s/aandachtsgebieden De top aandachtsgebieden worden ingegeven door de ‘rode vlekken’ op de hitterisicokaart. Dit zijn een aantal locaties in het centrum van Oegstgeest, en de dichtbebouwde nieuwbouw aan de west- en oostkant van Oegstgeest. Meer focus kan worden aangebracht door in deze gebieden te kijken welke kwetsbare doelgroepen aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om de volgende prioritering aan te brengen: 1. Het totaal beeld voor Oegstgeest ziet er gunstig uit, als gevolg van relatief veel groen binnen de gemeente. De hitterisicokaart toont als gevolg veel groene en donkergroene vlekken, waar dus het hitte-eilandeffect nauwelijks tot een verhoogd gezondheidsrisico leidt. 2. In de genoemde warme wijken van Oegstgeest wordt tijdens hittegolven een extra gezondheidsrisico toegevoegd, vergelijkbaar met een smog-alarm. Hierbij lopen alle bevolkingsgroepen een extra gezondheidsrisico. De warme wijken zijn: o Delen van de Bloemenbuurt (ter hoogte van winkelcentrum Lange Voort), o Oranjepark (ten zuiden van de rotonde), o De zone ten westen van de A44 (nabij industrieterrein Rijnsburg, ter hoogte van Occasion Center en Corpus), o En de buurt rondom de Apollolaan en FC Oegstgeest (vanwege de kunstgrasvelden). 3. Opvallend is dat nabij FC Oegstgeest het beeld sterk verschilt.
Enkele velden zijn recent vervangen door kunstgras, hetgeen nog niet in de beschikbare data is verwerkt. Het is aannemelijk dat de hotspot zich verder uitstrekt richting de A44. 4. Diverse kwetsbare doelgroepen bevinden zich in (hoog) risicovolle categorieën. Het hitteeilandeffect zorgt hier voor extra risico’s die vergelijkbaar zijn met een matige tot ernstige smogsituatie. Het gaat in het bijzonder om functies gezondheids- en ouderenzorg in de genoemde locaties. 5. Hoewel onze inschatting is dat het hitte-eilandeffect in toekomstig warmer klimaat vergelijkbaar zal zijn als nu is berekend, nemen de totale hitterisico’s toe als gevolg van algeheel hogere temperaturen. Hittegolven zullen vaker voorkomen, langer duren en intenser zijn, waardoor de noodzaak tot het beschermen van V&K-functies sterker wordt. Aanbevelingen beschermingsniveaus voor hitte 1. Bij woningen: beperk de stedelijke invloed tot categorie 3 ‘risicovol’, oftewel voorkom dat woningen in het ‘rode’ gebied liggen. Tijdens hittegolven zorgt de stedelijke omgeving voor een extra gezondheidsrisico vergelijkbaar met ernstige smog. Wijken waar veel ouderen wonen zouden aanvullend als kwetsbaar kunnen worden beschouwd (zie 2). 2. Kwetsbare functies (ouderen, kinderen en zieken): beperk de stedelijke invloed tot categorie 2 ‘acceptabel’, oftewel voorkom dat kwetsbare functies in het ‘gele’ of ‘rode’ gebied liggen.
Tijdens hittegolven zorgt de stedelijke omgeving voor een extra gezondheidsrisico vergelijkbaar met matige tot ernstige smog. Dit zal in de praktijk een forse opgave zijn. Dit vergt een goede lange termijn planning (waar plannen we deze kwetsbare functies, hoe zorgen we voor een verbeterde wijkinrichting). 3. Indien / zolang bovengenoemde ambities niet haalbaar zijn, zorg dan voor een adequaat hitteplan waarin gezorgd wordt voor tijdige waarschuwing en mogelijkheden tot verkoeling. Dit kunnen zwemlocaties zijn, beschaduwde parken, gekoelde openbare gebouwen. 4. Let bij zomerse evenementen op dat de mensenmassa voldoende mogelijkheden heeft tot schaduw, verkoeling en bereid samen met de hulpdiensten een hitteplan (op maat) voor.
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
25
Projectgerelateerd
5.3
Aanbevelingen nader onderzoek Hitte 1. Inzicht in de opgave Welke ambitie wordt nagestreefd, op welke locaties is mitigatie gewenst, hoeveel verkoeling is nodig om het blootstellingsniveau te bereiken? a. Deze vragen vergen een beleidskeuze binnen de gemeente en kunnen door middel van aanvullende rekenslagen inzichtelijk worden gemaakt. 2. Inzicht in effecten van maatregelen a. Hoeveel groen is nodig, is dat inpasbaar? b. Welke andere oplossingsrichtingen kunnen bijdragen? c. Welke partijen/ stakeholders zijn mede probleem- of oplossingseigenaar? 3. Inzicht in variërend effect van groen Onderzoek naar scenario’s waarbij de hittegolf gepaard gaat met langdurige droogte. Gras zal dan sneller verdorren, terwijl bomen groen blijven. Het verkoelende effect van groen zal op plaatsen met gras sterker verminderd kunnen worden dan het effect van bomen.
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
26
Projectgerelateerd
6
Vitaal en kwetsbaar
In het iReport zijn kaartlagen opgenomen met vitale en kwetsbare functies/locaties. De selectie van deze kaartlagen heeft in overleg met de gemeente plaatsgevonden. Voor de GIS-bestanden zijn de volgende bronnen gebruikt: • Aangeleverd door de gemeente Oegstgeest: o Parkeergarages o Wijk- en hoofdontsluitingswegen o Openbare laadpalen o Ondergrondse afvalcontainers o Rioolgemalen o Monumentale panden o Monumentale bomen o Tunnels • Gedownload van openbare bronnen: o Zieken-, verpleeg- en verzorgingstehuizen o Overige gezondheidszorg o Woningen niet zelfredzame bewoners o Scholen en kinderdagverblijven o GGZ-instellingen o Gemeentehuis, brandweerkazerne en politiebureau o Hotels, kantoren en winkels o Musea/Bibliotheken o Industrie o Zwembad en sport o Bijeenkomstfunctie o Tankstations o Opslag gevaarlijke stoffen. o Hoog-, midden- en laagspanningskabels o CAI kasten en Glasvezel. o PND Transformatorhuizen. o Telefonie (kasten en zendmasten). o Gaskasten. o Overige Nutsvoorzieningen. • Gedownload van CBS: o Wijken. • Aangeleverd door Wareco: o Representatieve laagst gemeten grondwaterstand per peilbuis 2013-2017. o Representatieve laagst gemeten grondwaterstand per peilbuis 2018. o Representatieve laagst gemeten grondwaterstand per wijk in 1999-2014.
• Aangeleverd door Klimaat Effect Atlas: o Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) gemiddeld jaar o Gemiddeld laagste grondwaterstand 2018 o Verwacht verschil gemiddeld laagste grondwaterstand WH2050 o Effect op GLG in extreem droge zomer (1976) o Gemeten bodemdaling 2015-2018 o Verwachte bodemdaling met huidig klimaat in 2050 o Verwachte bodemdaling met WH2050 • Overige analyseresultaatkaarten in het iReport (Overstroming, Waterstress en Hitte) zijn intern aangeleverd (Royal HaskoningDHV).
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
27
Projectgerelateerd
7
Globale inschatting mogelijke kosten
De gemeente Oegstgeest heeft verzocht om na het bepalen van de top risico en aandachtsgebieden van de vier thema’s, een beeld te schetsen van mogelijke (meer-)kosten in de openbare ruimte als gevolg van klimaatadaptatie. Hieronder gaan wij hier eerst in algemene zin en vervolgens per klimaatthema nader op in. Nadrukkelijk wijzen wij erop dat er bij klimaatadaptatie veel subjectieve keuzes moeten worden gemaakt en dat er daardoor een grote bandbreedte is waarbinnen werkelijke kosten voor klimaatadaptatie zullen vallen. In de risicodialoog wordt immers besproken welke risico’s acceptabel worden geacht, voor welke risico’s maatregelen dienen te worden getroffen, welke kosten daarbij mogen worden gemaakt en door wie die kosten zullen worden gedragen. Ook is voor werkelijk te treffen maatregelen nader onderzoek nodig welke omvang hiervan (b.v. m.b.t. de diameter van een transportriool) het gewenste effect heeft. De werkelijke (meer)kosten kunnen dus sterk afwijken van wat hieronder is beschreven.
7.1
Overall extra kosten
Voor de gemeente Eindhoven hebben wij onderzocht in hoeverre klimaatrobuust handelen bij maatregelen in de openbare leidt tot meerkosten. Voor ‘suburbane gebieden’ (vergelijkbaar met Oegstgeest) volgde hieruit een kostenverhoging met 10 à 15% (in hoogstedelijk gebied betreft dat 25%).
7.2
Wateroverlast
Kort samengevat zijn de belangrijkste risico gebieden als gevolg van wateroverlast: - Begaanbaarheid van Rijnzichtweg (ontsluitingsweg naar A44) en De Kempenaerstraat (drukke winkelstraat) - Veel risico op hoge waterstanden tegen gevels in Oranje Nassau, Voscuyl, Bloemenbuurt en Poelgeest. Met name in het gebied rondom Duivenvoorde, in de wijk Oranje Nassau, is het risico hoog. Dit gebied bevat weinig oppervlaktewater en ligt laag ten opzichte van de omgeving. Vooruitlopend op een analyse van de wateroverlastanalyse in het BRP en de daarbij horende maatregelen, kan in het algemeen gesteld worden dat de problemen met begaanbaarheid van de wegen en het risico op hoge waterstanden tegen panden op twee manier gemitigeerd kan worden. - Ten eerste is er optimalisatie mogelijk in afvoercapaciteit via de riolering. In het BRP zullen hier voor bui08 en bui10 maatregelen worden voorgesteld. Deze maatregelen zullen ook bijdragen aan de afvoercapaciteit tijdens extreme neerslag. Denk hierbij aan het vergroten van leidingdiameters voor uitlaatvoorzieningen en in vitale hemelwater-afvoerroutes. Hiervoor zijn zeer indicatief inschattingen gemaakt van gewenste grotere diameters bij leidingvervanging - uitgaande van de vuistregel “meerkosten per strekkende meter bedragen 1 euro per extra mm leidingdiameter”. - De tweede methode is het anders inrichten van de bovengrond.
Enkel aanpassingen in de ondergrond (bergen en afvoeren via de riolering naar oppervlaktewater) is geen haalbare opzichzelfstaande maatregel. De ‘inloopzijde’, de openbare ruimte, zal hiervoor ook moeten worden aangepast. Dit kunnen bijvoorbeeld verdiept aangelegde parken of groenstroken zijn, waterpleinen en aanpassing van het wegprofiel voor meer tijdelijke bergingsmogelijkheden. Bijbehorende kosten zijn als PM-post benoemd en kunnen worden beschouwd als onderdeel van de in § 7.1 genoemde generieke meerkosten van 10 à 15%.
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
28
Projectgerelateerd
7.2.1
Rijnzichtweg
Voor de begaanbaarheid van de Rijnzichtweg lijkt een tweetal duikers het oppervlaktewater te beïnvloeden, waardoor bovenstrooms veel water op straat wordt berekend. Het vergroten van deze duikers, ingrepen in de riolering en aanpassingen in de openbare ruimte kunnen de waterhoogte op de Rijnzichtweg reduceren. Mogelijke kosten: - 2 duikers vergroten van rond 1000 naar rechthoekige duiker 2000: € PM - Aanpassingen bovengrondse inrichting: € PM - Aanpassen 0,5 km van gemengde riolering (rond 1000mm i.p.v. rond 600mm, ofwel € 400/m): € 200.000
7.2.2
Kempenaerstraat en risicopanden
Voor de Kempenaerstraat en veel woningen in Oranje Nassau en Voscuyl geldt dat de afstanden naar oppervlaktewater, waar het regenwater geloosd kan worden, lang zijn. Diameter vergroting voor het verhogen van de afvoercapaciteit is een van de opties, maar met name voor lange afstanden naar oppervlaktewater is dit (alleenstaand) geen effectieve maateregel. Dan dient er lokaal gekeken te worden naar bergingsmogelijkheden in de openbare ruimte, of het klimaatrobuust inrichten van (de toegang tot) woningen en kelders. Mogelijke kosten: - Aanpassingen bovengrondse inrichting: € PM - Meerkosten 2,5 km van gemengde riolering (rond 1000mm i.p.v. rond 600mm ofwel € 400/m): € 1 mln.
7.3
Overstroming
Tegen overstroming van regionale keringen en primaire keringen zijn op gemeenteniveau nauwelijks maatregelen te voorzien. Hierin is wel belangrijk dat de gemeente in gesprek gaat (of blijft) met het Hoogheemraadschap over de oppervlaktewateren en keringen.
7.4
Droogte
Uit de beschouwing van de droogte komt naar voren dat zowel het groen in Oegstgeest als de houten funderingen mogelijk kwetsbaar zijn. Herstelwerkzaamheden aan het groen zijn uit ervaringen van Royal HaskoningDHV relatief gering vergeleken met mogelijke funderingsschades. Bij het herstellen van groen kan overwogen worden om meer ‘klimaatrobuust’ groen terug te planten. Voor wat betreft de houten fundering, die tijdens droge periodes beschadigd kan worden, is eerste een onderzoek nodig om in kaart te brengen welke woningen of woonwijken daadwerkelijk op houten palen staan. Dit onderzoekt kan intern worden uitgevoerd. De kosten van een dergelijk onderzoek wordt geschat op € 50.000,00. Nadat duidelijk is welke woningen op houten palen staat, kan de gemeente een collectieve aanpak kiezen, waarbij bijvoorbeeld extra horizontale drainage/infiltratie wordt aangebracht. Anderzijds kan de gemeente de desbetreffende wooneigenaren informeren dat hun huis op houten palen staat en zij als wooneigenaar daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Indien daadwerkelijk funderingsschade ontstaat of maatregelen moeten worden getroffen om deze te voorkomen kunnen de kosten daarvan zeer aanzienlijk zijn.
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
29
Projectgerelateerd
7.5
Hitte
De risico’s van hitte vallen in gemeente Oegstgeest mee door de aanwezigheid van veel groen. Wel wordt aanbevolen om de wijkinrichting aan te passen wanneer de openbare ruimte aangepast wordt onder het principe ‘werk met werk maken’. Dit kan onderdeel zijn van de in § 7.1 genoemde overall meerkosten van 10-15% bij herinrichting van de openbare ruimte. Daarnaast zal er een goed hitteplan opgesteld moeten worden, om met name kwetsbare groepen goed te beschermen tegen hitte.
18 mei 2020
BG7757WATRP1912131046
30