D2. RM d.d. 16 febr 2021 Tijdelijke huisvesting statushouders Z-20-139691 Oegstgeest
Tekst van het document
onderwerp zaaknummer portefeuillehouder team opgesteld door datum voorstel
Tijdelijke huisvesting statushouders Z/20/139691/279003 J. Nieuwenhuis Maatschappij H.C. Duyvendak 17 februari 2021
*Z0247FAEA3E*
raadsmededeling
Geachte raad, mededeling
In de commissievergadering van 5 januari heeft het college u geïnformeerd over de mogelijke aanvraag van het COA om tijdelijk statushouders te huisvesten in het Hoefijzergebouw in Oegstgeest. Met deze mededeling informeren wij u over de stand van zaken. Inhaalslag IND De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft in 2020 een inhaalslag gemaakt in het beoordelen van aanvragen van asielzoekers. Dit heeft geleid tot een landelijk tekort van 5000 huisvestingsplekken voor statushouders. Gemeenten hebben de wettelijke plicht voor hen woningen beschikbaar te stellen. Op provinciaal niveau worden (op basis van aantallen inwoners per gemeente) afspraken gemaakt over het aantal statushouders dat jaarlijks moet worden gehuisvest in sociale huurwoningen. Voor Oegstgeest gold een taakstelling van 18 plekken in 2020. Voor 2021 en waarschijnlijk voor 2022 zullen dat telkens 40 plekken zijn. Voor veel gemeenten, ook voor Oegstgeest, is dat een moeilijk te realiseren opgave. Tijdelijke opvang statushouders Het COA zet zich daarom op meerdere plaatsen in Nederland in om tijdelijke opvanglocaties te realiseren. Het COA is bekend met het Hoefijzergebouw sinds een toenmalige (2016) inzet om in dat gebouw mogelijk 250 asielzoekers te plaatsen. Door een koerswijziging in EU-kader is die opvang destijds niet gerealiseerd.
Omdat het Hoefijzergebouw momenteel niet wordt gebruikt, heeft COA geïnformeerd naar de mogelijkheid om in dat gebouw tijdelijk 250 statushouders te plaatsen. De raad is hierover door de portefeuillehouder mondeling geïnformeerd op 5 januari. Daarbij is aangeven dat het formeel een collegebevoegdheid is om hierover te besluiten. Opgemerkt is dat het college de raad om een oordeel zal vragen over het al dan niet instemmen. Het college heeft de bevoegdheid om ultimo te besluiten wel of geen medewerking te verlenen vanwege de door het college vastgestelde beleidsregels voor kruimelgevallen voor Endegeest en Overgeest. Dat betreft enerzijds het toestaan van Wonen binnen de bestemming Maatschappelijk. Anderzijds maximeren deze regels gebruik op 3 jaar, terwijl COA om budgettaire redenen rekent met 4 en uitloop tot 5 jaar. Mocht het COA een definitieve aanvraag voor het realiseren van tijdelijke huisvesting voor 4 of 5 jaar doen, dan dient het college dus te beoordelen of er aanleiding is om in te stemmen met de functie Wonen en af te wijken van deze termijn. Dat kan door toepassing te geven aan de hardheidsclausule, die is opgenomen in de beleidsregels, of door gemotiveerd af te wijken van de beleidsregels.
Het college is in overleg getreden met COA over de mogelijke consequenties en inpassing van een tijdelijke opvanglocatie, mede teneinde de raad adequaat te kunnen informeren. Daarbij speelt een aantal aspecten die tijd vergen, zoals de medewerking van de eigenaar van de gebouwen (Wieglia) en de mogelijke sub-contractering van een partij die spoedzoekers zou kunnen invullen (zoals Divorce Housing). Ook met deze partijen is de gemeente in contact. Mogelijke aantallen en samenstelling Op basis van de capaciteit van het Hoefijzergebouw alsmede het naastgelegen gebouw richtte het COA zich in eerste instantie op 250 opvangplekken. Het COA zou ook het gebruik van het naastgelegen gebouw willen betrekken, gezien de benodigde ruimte voor inburgeringsactiviteiten, medische staf, toezichthouders en kantoorwerkzaamheden. In een verkenning van mogelijkheden om eventueel een gecombineerde opvang te realiseren met statushouders enerzijds en ‘spoedzoekers’ (zoals gescheiden mannen en vrouwen, en starters) anderzijds hebben we gesondeerd welke aantallen voor COA haalbaar zouden zijn. Het COA geeft aan dat een locatie voor 175 statushouders het minimum is voor een financieel haalbaar plan. De verwachte samenstelling van de groep is waarschijnlijk een afspiegeling van het landelijk gemiddelde. Dat wil zeggen 35 % gezinnen en 65% alleenstaande en alleengaande mannen en vrouwen.
Het betreft voor het grootste deel mensen uit Syrië. Gezinshereniging vindt in de regel plaats in de gemeente waar de statushouder definitief komt te wonen. In sommige gevallen blijkt de woning te klein en worden gezinsleden tijdelijk opgevangen door het COA. In de tijdelijke locatie zijn ruimten voor gezinnen aanwezig. De inhaalslag van het Rijk en de groeiende aantallen statushouders die gemeenten moeten huisvesten zorgt voor extra druk bij gemeenten op de sociale huurmarkt. In onze regio is de vraag naar sociale huurwoningen groter dan het aanbod. Die druk neemt door de inhaalslag verder toe. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie overweegt gemeenten die een tijdelijke opvang realiseren een vermindering toe te staan op hun jaarlijkse taakstelling voor huisvesting van statushouders in sociale huurwoningen. Deze regeling lijkt niet op afzienbare termijn te verwachten. Een andere optie om de druk op de sociale huursector te verlichten had kunnen zijn om via de provinciale regietafel tot een andere verdeling te komen met betrekking tot de jaarlijkse contingenten per gemeente. Dit is bij de regietafel geagendeerd, maar heeft niet geleid tot acceptatie door de andere gemeenten. Op dit moment zetten wij in op het door de provincie gedogen van niet (geheel) invullen van de taakstelling, wanneer voor tijdelijke opvang wordt gezorgd.
Spoedzoekers uit Oegstgeest Medio 2020 heeft Divorce Housing contact gezocht met de eigenaar van het Hoefijzergebouw en met de gemeente om tijdelijk het bieden van woonruimte mogelijk te maken aan gescheiden mannen en vrouwen en andere doelgroepen als ex-verslaafden en ex-criminelen. Dit heeft geleid tot een aanvraag voor een omgevingsvergunning die door ons getoetst is aan de beleidsregels voor kruimelgevallen voor Endegeest en Overgeest. De aanvraag is door ons afgewezen, met name omdat onvoldoende verzekerd was dat aan de aspecten met betrekking tot de sociale veiligheid op die locatie zou kunnen worden voldaan. Daarnaast is toen niet voldoende aangetoond dat invulling binnen de functie Maatschappelijk onhaalbaar is. Tegen de afwijzing is door Divorce Housing bezwaar gemaakt. Dit bezwaarschrift is momenteel in procedure. Het college constateert dat Oegstgeester spoedzoekers zeker een groep vormen die we, indien dat verantwoord mogelijk is, een plaats willen bieden op deze locatie. Daarom is met COA, de eigenaar van het gebouw Wieglia en Divorce Housing besproken of een mix van statushouders en spoedzoekers (gescheiden mannen en vrouwen, starters en eventueel studenten) onder verantwoordelijkheid van COA mogelijk is. Dan gaat het met name om de financiële haalbaarheid en het voorzien in sociale veiligheid. Het financiële punt betreft de drie partijen, het punt veiligheid is
2
onze voorwaarde. Het COA heeft aangegeven 24/7 in toezicht te kunnen voorzien op een gecombineerde opvanggroep. Financiële haalbaarheid voor partijen Er zijn voor de gemeente Oegstgeest, net als dat elders het geval is bij tijdelijke opvanglocaties, weinig extra financiële kosten verbonden aan de tijdelijke opvang: Statushouders ontvangen leefgeld van het COA. Zaken als zorgkosten, verzekeringen, schoolkosten, sportverenigingen, transport naar school worden door COA betaald. COA maakt gebruik van de diensten van Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA). Het GZA bevindt zich op de locatie. Mocht psychische hulp nodig zijn dan verzorgt GZA de door/verwijzing. De dagbesteding wordt door het COA geboden en gefinancierd en beslaat ongeveer 25-30 uur per persoon per week. Kinderopvang vindt plaats op de opvanglocatie in de vorm van een speelzaal gerund door bewoners en vrijwilligers. Voor de scholen wordt in de gemeenten van toekomstige vestiging, waaronder in Oegstgeest, gezocht naar beschikbare plekken. Vanuit het faciliteitenbesluit ontvangt de gemeente vergoedingen voor de ambtelijke inzet en de organisatie van de communicatie-aspecten. Bij uitplaatsing naar de gemeente van huisvestingskoppeling gaat die gemeente de eventuele bijstandsaanvraag in behandeling nemen.
COA, Wieglia en Divorce Housing voeren overleg om eventueel te komen tot onderlinge contractuele verhoudingen. De vraag of inzet van de locatie, waaronder de mix van statushouders en spoedzoekers, financieel haalbaar is, hangt met name van twee factoren af: De huurprijzen en verbouwingskosten die partijen elkaar onderling betalen, gekoppeld aan de mogelijk huurperiode. De aantallen: COA heeft aangegeven dat 175 statushouders het minimum is en 75 – 100 spoedzoekers het maximum. Sociale veiligheid en verkeer Bij in de openbare ruimte eventuele onverhoopte ervaren overlast door een statushouder treden de gemeente, politie en COA met elkaar in overleg om te bezien wat de beste sanctie is. COA heeft verschillende mogelijkheden om overlast van statushouders te beperken. De locatiemanager kan sancties opleggen die variëren van het inhouden van leefgeld tot het tijdelijk of blijvend ontzeggen van toegang tot de locatie en uitplaatsing naar een andere locatie. De ervaring van COA is dat het ontzeggen van de toegang tot de locatie zelden voorkomt binnen de te huisvesten doelgroep. Hun belang ligt bij de integratie / participatie en hun toekomstige woning. Het verkeer als gevolg van de opvang van de statushouders vindt voornamelijk plaats door personeel van het COA dat op de locatie aanwezig is. Hierdoor ontstaan verkeersbewegingen van circa 10 – 15 auto’s per dagdeel.
Statushouders maken gebruik van het OV, fiets of verplaatsen zich te voet. Het verkeer als gevolg van spoedzoekers is afhankelijk van het totaal en de aantallen daarbinnen (gescheiden mannen en vrouwen, starters, eventueel studenten). Stand van zaken omgevingsvergunning Op dit moment is er sprake van overleg, maar nog niet van een formeel vooroverleg om te komen tot een omgevingsvergunning of van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. De huidige bestemming is Maatschappelijk. Opvang en huisvesting van statushouders en van
3
spoedzoekers vallen beide niet onder Maatschappelijk, maar onder Wonen. Indien op basis van de beleidsregels kruimelgevallen voor dit gebied, dan wel met afwijking voor wat betreft de termijn van deze beleidsregels, door het college een omgevingsvergunning afgegeven zou worden, dan zullen door de gemeente contractuele (private) afspraken gemaakt moeten zijn of worden met de eigenaar van het gebouw. Conform besluit van de raad zal immers in het kader van het nieuwe concept – bestemmingsplan ingezet moeten worden een aantal randvoorwaarden met name met betrekking tot natuurontwikkeling, verminderde bebouwing bij het gemeentehuis en verkeer. Informeren en betrekken van de omwonenden Indien COA besluit een formele aanvraag tot vooroverleg dan wel voor een omgevingsvergunning te doen en de mogelijkheid bestaat dat er bij raad en college bereidheid is daaraan mee te werken, dan zullen omwonenden worden betrokken. Standaard betrekt het COA omwonenden in een zogenaamde bewonersoverleg. Dit wordt maandelijks (of naar gelang er behoefte aan is) georganiseerd op de opvanglocatie. Daarnaast stelt het COA voor om ieder half jaar een evaluatie met de gemeente te houden. Uit beide overleggen (omwonenden en de evaluatie) kunnen aspecten komen om tijdig bij te sturen.
Bij escalaties biedt de bestuursovereenkomst die bij een positief besluit op een eventuele definitieve aanvraag zou kunnen volgen tussen de gemeente en het COA wordt gesloten mogelijkheden tot ingrijpen. Beeldvormende vergadering en de rol van de raad Het college beoogt met deze raadsmededeling de feitelijke stand van zaken te geven van de ontwikkelingen naar aanleiding van het verzoek tot overleg van de zijde van het COA. Na verzending aan de raad zullen wij deze raadsmededeling ook aan omwonenden doen toekomen. Verder stelt het college u voor om, indien COA voornemens is een omgevingsvergunning in te dienen, een beeldvormende vergadering te houden waarin COA en wellicht de partij die spoedzoekers zou willen huisvesten, hun eventuele voorstellen kunnen presenteren en de vragen vanuit de raad en mogelijk omwonenden beantwoorden. Als COA vervolgens een aanvraag voor een omgevingsvergunning zou indienen, dan zal het college deze op zijn merites bekijken. We zullen de raad om een oordeel vragen en pas komen tot een eventuele vergunningsverlening- of weigering als de raad zich heeft uitgesproken. bijlage(n)
N.v.t.
Burgemeester en wethouders van Oegstgeest
de secretaris J. Versluis
de burgemeester E.R. Jaensch
4