CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

D2 Bijlage bij Raadsinformatiebrief 2021 - week 20

Besluitvormende raadsbijeenkomst 7 juni 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken17.369 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Venlo, 30 oktober 2020

I N V E N TA R I S AT I E WOONBEHOEFTE

W O O N WA G E N S TA N D P L A AT S E N

REGIO HOLLAND RIJNLAND

OPDRACHT : HOLLAND RIJNLAND

PROJECTNR : 180.132

DATUM : 30 OKTOBER 2020

OPDRACHT DETAILS

-RAPPORT-

Woonwensenonderzoek Holland Rijnland Inventarisatie woonbehoefte woonwagenstandplaatsen

A U T E U R S

D wa y n e B o s m a n P e te r va n d e n B o g a e r t

blij dat er nu wordt begonnen!

INHOUSDSOPGAVE WOORD VOORAF HOOFDSTUK 1

06 07

S A M E N V A T T I N G , U I T K O M S T E N E N W O O N B E H O E F T E A N A LY S E

07

A . S A M E N V A T T I N G E R V A R I N G E N G E S P R E K K E N P

07

B . D E U I T K O M S T E N 0 8 C . D E W O O N B E H O E F T E - A N A LY S E

09

V O L U M E B E H O E F T E 0 9

HOOFDSTUK 2

10

A A N L E I D I N G & A C H T E R G R O N D 1 0 A . I N L E I D I N G 1 0 B . A A N L E I D I N G 1 0 C. SAMENVAT TING BELEIDSKADER ‘GEMEENTELIJ WOONWAGEN- 10 E N S TA N D P L A AT S E N B E L E I D VA N B Z K

D . W A C H T T I J D E N Z O E K T I J D

12

E . K W A N T I T I E T O F K W A L I T E I T ?

13

F. B E S C H I K B A A R K O M E N V A N S T A N D P L A A T S E N D O O R

13

‘ N A T U U R L I J K V E R L O O P G . D O E L E N U I T G A N S P U N T E N V O O R H E T O N D E R Z O E K

14

H . TA K E N E N R O L L E N G E M E E NT E V E R S U S C O R P O R AT I E ( S )

15

HOOFDSTUK 3

16

U I T K O M S T E N O N D E R Z O E K / A N A LY S E A L G E M E E N

16

A . D O E L S T E L I N G E N 1 6 B . D O E L G R O E P 1 7 C . D A T A V E R Z A M E L I N G 1 7 D . G E H O U D E N I N T E R V I E W S 1 7 E . S P I J T O P T A N T E N 1 7 F. D E W O O N W A G E N C U LT U U R

18

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

HOOFDSTUK 4

19

U I T K O M S T E N O N D E R Z O E K E N A N A LY S E P E R I N D I V I D U E L E

19

W O O N W A G E N L O C A T I E A. DE GEMEENTEN EN BIJHORENDE LOCATIES IN DE REGIO

19

B. DE UITKOMSTEN ONDERZOEK REGIO HOLLAND RIJNLAND

21

HOOFDSTUK 5

23

C O N C L U S I E S E N A D V I E S 2 3 A . D E C O N C L U S I E S 2 3 V O L U M E B E H O E F T E 2 3 A F S T A M M I N G S B E G I N S E L 2 4 R E G I S T R A T I E E N T O E W I J Z I N G 2 4 B E T R O K K E N H E I D D O E L G R O E P 2 5 R E G I O N A L E A F S T E M M I N G (REGIONAAL HANDELINGSPERSPECITEF)

25

V E R G E L I J K I N G W A C H T T I J D 2 5 V E R V O L G O N D E R Z O E K 2 6 B . A D V I E S 2 6 C. DRIE BESTUURLIJK AF TE STEMMEN BELEIDSPUNTEN

27

1 . I N V O E R E N A F S T A M M I N G S B E G I N S E L

27

2 . I N V O E R E N V A N E E N P U N T E N S Y S T E E M

27

3 . I N S C H R I J F G E L D B E T A L E N V O O R J A A R L I J K S E V E R L E N G I N G 2 7

HOOFDSTUK 6

28

A N A LY S E S P E R G E M E E N T E 2 8 A . A N A LY S E G E M E E N T E L E I D E N

28

B . A N A LY S E G E M E E N T E A L P H E N A A N D E R I J N

32

C . A N A LY S E G E M E E N T E H I L L E G O M

35

D . A N A LY S E G E M E E N T E K A A G E N B R A A S S E M

36

E . A N A LY S E S G E M E E N T E K A T W I J K

38

F. A N A LY S E G E M E E N T E L E I D E R D O R P

41

G . A N A LY S E G E M E E N T E L I S S E

44

H . A N A LY S E G E M E E N T E N I E U W K O O P

47

I . A N A LY S E G E M E E N T E N O O R D W I J K

50

J . A N A LY S E G E M E E N T E O E G S T G E E S T

53

K . A N A LY S E G E M E E N T E T E Y L I N G E N

54

L . A N A LY S E G E M E E N T E V O O R S C H O T E N

56

M . A N A LY S E G E M E E N T E Z O E T E R W O U D E

56

BIJLAGEN

57

B I J L A G E A - V R A G E N I N V E NTA R I S TAT I E W O O N B E H O E F T E 5 7

57

B I J L A G E B - REGELS VOOR TOEWIJZEN SOCIALE HUURWONINGEN

61

( W O O N W A G E N C . Q . S T A N D P L A A T S )

PAGINA 4

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

Toekomst voor onze kinderen dat ze in onze cultuur kunnen leven.

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 5

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

WOORD VOORAF

waarbij in een vakantieperiode onder druk van een strakke planning informatie diende te worden aangeleverd, brieven moesten worden verzonden en eigen organisaties diende te worden ingelicht over de ophanden zijnde gesprekken op de woonwagenlocaties.

WOONBEHOEFTE ONDERZOEK

WOORD VOORAF Voor u ligt het rapport ‘Inventarisatie woonbehoefte woonwagenstandplaatsen’ uitgevoerd in opdracht van de Regio Holland Rijnland. De rapportage is het resultaat van een goede samenwerking tussen de opdrachtgever van Holland Rijnland, woonwagenbewoners en hun vertegenwoordigers en de projectgroepleden bij de regiogemeenten. De opdrachtgever wil ik bedanken voor een heldere opdracht en een professioneel maar vooral ook collectief opdrachtgever-opdrachtnemerschap. Het is de collectief gedragen erkenning dat uitvoering diende te worden gegeven aan een onafhankelijke inventarisatie naar de behoefte van woonwagenstandplaatsen onder woonwagenbewoners. Die erkenning is voor ons een stimulans geweest om binnen een korte maar gedegen voorbereidingsperiode de gesprekken met de woonwagenbewoners te kunnen beginnen. De projectgroepleden bij de regiogemeenten verdienen lof voor hun inhoudelijke bijdragen en hun inzet

PAGINA 6

Maar zeker is een woord van dank op zijn plaats voor de vertegenwoordigers van de woonwagenbewoners. Zij hebben het voortouw genomen en hebben hun achterban gemobiliseerd om deel te nemen aan de interviews. Een inspanning die niet lichtvaardig moet worden opgevat. Wonend tussen hun eigen mensen, onbekend met de opkomst en in het ongewisse van de uitkomst van het onderzoek hebben ze hun nek uitgestoken in de wetenschap dat ze het niet voor iedereen even goed kunnen doen. Je moet maar durven! Het is in die hechte samenwerking dat het onderzoek vanaf opdrachtverstrekking tot aan opleveren van de rapportage in nog geen vier maanden is uitgevoerd. Een kritische noot is echter op zijn plaats. Meer dan anders in de woonbehoefteonderzoeken die we elders plaatselijk of regionaal hebben uitgevoerd, is getracht om de woonwagenbewoners binnen de regio Holland Rijnland het belang van het onderzoek en deelname aan de interviews duidelijk te maken. Het is ondanks al die inspanning te betreuren dat slechts de helft van de woonwagenbewoners en in nog mindere mate de voormalig woonwagenbewoners die nu in huizen wonen, hebben deelgenomen aan de gesprekken. Mogelijk is er bij de niet reagerende bewoners geen verhuisbehoefte of is er geen reden om te reageren. Venlo, 30 oktober 2020 Forticon B.V. Peter van den Bogaert

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

HOOFDSTUK 1 : SAMENVATTING, UITKOMSTEN EN WOONBEHOEFTE

A. Samenvatting ervaringen gesprekken Met de peiling van de woonwensen onder woonwagen bewoners , wordt door de regio Holland Rijnland uit voering gegeven aan het landelijke beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen - en standplaatsenbeleid ’ uit 2018, ( hierna landelijk beleidskader te noemen) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink rijks relaties. Door de regio Holland Rijnland zijn , zowel aan de huurders van de woonwagenstandplaatsen , de kermis exploitanten , als aan hen die wonen in een woning en staan geregistreerd in het systeem van Holland Rijnland als zoekende naar een woonwagenstandplaats , uitnodigingen tot deelname aan het woonwensenon derzoek verzonden. Daarbij is een toelichting toegevoegd over de aard , planning en inhoud van het onder zoek . Tevens is aangegeven dat bewoners die wensten deel te nemen daar toe een afspraak konden maken , zowel telefonisch , per mail of digitaal op een daar toe ingerichte website. Aanvankelijk waren de aangeschrevenen erg terughou dend met het maken van afspraken. Door met enkele ver tegenwoordigers van de woonwagenlocaties in gesprek te gaan om het belang van het onder zoek mondeling toe te lichten , hebben we er voor kunnen zorgen dat het urgentiebesef onder de bewoners groter werd. Het maken van afspraken nam hierna dan ook toe.

De peiling is in september 2020 uitgevoerd door het houden van individuele gesprek ken ( inter views). Veelal vonden deze gesprek ken plaats in gezins of familieverband. Naast het voeren van een open gesprek waarin historie, heden en toekomst van de geïnter viewde een plaats k regen , is ook ingegaan op de specif ieke omstandigheden van het gezin en/ of familie. Teneinde de eenduidigheid te bewaken , is aansluitend een digitale vragenlijst (zie bijlage A) met de bewoners ingevuld. De vragenlijst is opgebouwd uit de onderdelen; afstamming , wonen en f inancieel. Na de gesprek ken is aan de geïnter viewden een afschrif t van de ingevulde enquête toegezonden.

RAPPORT - OKTOBER 2020

De gesprek ken met de woonwagenbewoners vonden voor het merendeel plaats in de woonwagen op de standplaats. De gesprek ken met de mensen die wonen in een woning vonden bij hen thuis plaats. Op de grotere woonwagenlocaties zoals het Trek vaar tplein en Roomburg in Leiden vonden de inter views plaats in een caravan waar de bewoners zelf naar toe konden komen. Dit was een keuze die de bewoners erg konden waarderen. De standplaatsen zijn per locatie bezocht. Naast de geplande gesprek ken zijn ook de standplaatsen bezocht waarbij bewoners geen afspraak hadden gemaak t. Gaandeweg de gesprek ken ontstond een sfeer van voor zichtig ver trouwen. Bewoners maakten daarna in toenemende mate afspraken. Ook meldden bewoners zich daarna spontaan aan tijdens het gesprek dat met één van hun familieleden werd gehouden. Er zijn ook woonwagenlocaties waar van geen enkele bewoner een afspraak had gemaak t. Ook na het toezenden van een herinneringsbrief bleef het maken van een afspraak uit. Door middel van een onaangekondigd bezoek hebben onze inter viewers getracht om deze bewoners alsnog over te halen voor een inter view. Hierbij hebben we in de regio een tien tal bewoners gesproken en is nogmaals het belang van het onder zoek toegelicht. Helaas bleef ook nu de interesse om mee te doen uit.

In de meeste gevallen werd aangegeven dat de gemeente al jaren op de hoogte is van de situatie en dat er in het verleden al te vaak gesprek ken zonder enig resultaat zijn gevoerd. Er is volgens die bewoners geen ver trouwen meer. Er zijn ook bewoners die aangaven geen interesse te hebben omdat ze geen behoef te aan ex tra standplaatsen hebben. De gesprek ken zijn in goede harmonie verlopen. De meeste bewoners waren enthousiast en ver telden hun verhaal, waarna het formulier gezamenlijk werd ingevuld.

PAGINA 7

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

B. De uitkomsten

Leiden

Alphen aan den Rijn

Hillegom

Kaag en Braassem

Katwijk

Leiderdorp

Lisse

Nieuwkoop

Noordwijk

Oegstgeest

Teylingen

Voorschoten

Zoeterwoude

Andere gemeente *

Totaal

Totaal percentage

Aantal afgenomen interviews Wel gesproken maar geen interesse om deel te nemen aan het onderzoek

73 2

32 3

2 0

2 0

19 0

7 2

7 0

1 0

3 0

1 0

4 0

0 1

0 0

1 0

152 8

95,0% 5,0%

Woont in een huis Woont in een woonwagen op standplaats Huurt een woonwagen/woonwagenwoning (enkel hoofdbewoner) Bezit eigen woonwagen (enkel hoofdbewoner)

5 70

1 34

1 1

1 1

1 18

1 8

1 6

0 1

1 2

0 1

0 4

0 1

0 0

1 0

13 147

8,1% 91,9%

27

1

1

0

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

30

18,8%

21

20

0

1

11

5

3

1

2

1

2

0

0

0

67

41,9%

22

10

0

1

7

1

3

0

1

1

1

0

0

0

47

29,4%

Vraag

Leiden

Alphen aan den Rijn

Hillegom

Kaag en Braassem

Katwijk

Leiderdorp

Lisse

Nieuwkoop

Noordwijk

Oegstgeest

Teylingen

Voorschoten

Zoeterwoude

Andere gemeente *

Totaal absoluut

Totaal percentage

Aantal inwonende kinderen Onder de 15 jaar 15 tot 21 jaar vanaf 21 jaar

54 34 14 6

16 7 5 4

4 4 0 0

1 0 1 0

18 9 2 7

4 2 1 1

7 2 3 2

2 2 0 0

1 0 1 0

0 0 0 0

4 3 1 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

111 100,0% 60 54,1% 28 25,2% 20 18,0%

Waarvan een eigen interview heeft afgenomen (>18 jaar)

17

9

0

0

6

1

3

0

0

0

1

0

0

0

37

33,3%

Totaal absoluut

Totaal pecentage

De uitkomsten van de interviews zijn voor de overzichtelijkheid verwerkt in tabellen. In onderstaande tabellen zijn de uitkomsten weergegeven over het aantal interviews met woonwagenbewoners van 18 jaar en ouder, woonsituatie en registratie als standplaatszoekende, het aantal inwonende kinderen, de verhuiswens en huur- of koopwens.

Vraag

Geeft aan geregistreerd te staan als standplaatszoekende (deelnemer met verhuiswens) *gemeente Nieuw Vennep

Katwijk

Leiderdorp

Lisse

Nieuwkoop

Noordwijk

Oegstgeest

Teylingen

Voorschoten

Zoeterwoude

Andere gemeente *

Hiervan wil standplaats kopen Hiervan wil standplaats huren Waarvan inclusief huurwoonwagen

Kaag en Braassem

Hiervan woont in een reguliere woning Hiervan woont in bij de ouders Hiervan woont bij andere familie

Hillegom

Geïnterviewde met wens om te verhuizen

Alphen aan den Rijn

Vraag

Leiden

*gemeente Nieuw Vennep

23

11

1

1

7

2

4

0

1

1

1

0

0

1

53 100,0%

5

1

1

1

1

1

1

0

1

0

0

0

0

1

13

24,5%

17 1

9 1

0 0

0 0

6 0

1 0

3 0

0 0

0 0

0 1

1 0

0 0

0 0

0 0

37 3

69,8% 5,7%

8 15 11

4 7 4

0 1 1

0 1 1

1 6 6

1 1 1

0 4 2

0 0 0

0 1 1

1 0 0

0 1 1

0 0 0

0 0 0

0 1 1

15 38 29

28,3% 71,7% 54,7%

*gemeente Nieuw Vennep

PAGINA 8

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

C. De woonbehoefte– analyse Volume behoefte Om te komen tot de daadwerkelijke behoefte aan standplaatsen van de geïnterviewde woonwagenbewoners zijn de door de bewoners opgegeven gegevens gefilterd en getoetst aan de daarvoor geldende (beleids)regels - definities. Te weten: • Voldoen aan afstammingsbeginsel; is men woonwagenbewoner? • Wens om te verhuizen. Op basis van de bovenstaande filters is de totale behoefte bepaald. Om beter te kunnen inspelen op de vraag naar (sociale) huur of koopstandplaatsen, wordt de totale behoefte gefilterd op basis van: • De wens om te kopen of te huren. • De inkomenstoets voor sociale huur of mogelijkheid tot koop.

Behoefte op korte termijn

Leiden

Alphen aan den Rijn

Hillegom

Kaag en Braassem

Katwijk

Leiderdorp

Lisse

Nieuwkoop

Noordwijk

Oegstgeest

Teylingen

Voorschoten

Zoeterwoude

Totaal

Op basis van bovenstaande gegevens kan voor de regio Holland Rijnland de conclusie worden getrokken dat er op korte termijn (0 tot 5 jaar) 50 woonwagenbewoners van 18 jaar en ouder op zoek zijn naar eenwoonwagenstandplaatsen waarvan 27 met een huurwoonwagen.

Koopstandplaatsen Huurstandplaatsen Totale behoefte korte termijn Waarvan behoefte aan huurwoonwagens

5 17 22 11

0 11 11 4

0 1 1 1

0 1 1 1

2 5 7 5

0 2 2 1

0 4 4 2

0 0 0 0

0 1 1 1

0 0 0 0

0 1 1 1

0 0 0 0

0 0 0 0

7 43 50 27

19 van de 47 geïnterviewden die aangeven geregistreerd te staan als standplaatszoekende, hebben een jaar van registratie opgegeven. 6 van de 19 hebben een registratie van zes jaar of meer.

Behoefte op (middel)lange termijn

Leiden

Alphen aan den Rijn

Hillegom

Kaag en Braassem

Katwijk

Leiderdorp

Lisse

Nieuwkoop

Noordwijk

Oegstgeest

Teylingen

Voorschoten

Zoeterwoude

TOTAAL

Bovenop de 50 extra standplaatsen voor de korte termijn is voor de (middel) lange termijn (5 tot 20 jaar) er een behoefte aan maximaal 55 extra woonwagenstandplaatsen.

Kinderen onder de 15 jaar Kinderen tussen 15 en 21 jaar Kinderen vanaf 21 jaar Minus kinderen (18+) met zelfstandig interview Behoefte op middellange termijn Vrijval voor tijdsverloop <25 jaar Maximale behoefte op (middel)lange termijn

34 14 6 17 37 8 29

7 5 4 9 7 5 2

4 0 0 0 4 0 4

0 1 0 0 1 1 0

9 2 7 6 12 3 9

2 1 1 1 3 1 2

2 3 2 3 4 0 4

2 0 0 0 2 0 2

0 1 0 0 1 1 0

0 0 0 0 0 0 0

3 1 0 1 3 0 3

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

63 28 20 37 74 19 55

De behoefte aan maximaal 55 woonwagenstandplaatsen op (midden) lange termijn kent een aantal onzekerheden, zoals daar zijn: - Er zijn kinderen die onderling een relatie krijgen en gaan samenwonen op één standplaats; - Er zijn kinderen die niet op een woonwagenstandplaats willen gaan wonen; - Er zijn kinderen die zich buiten de regio gaan vestigen. In hoofdstuk 4 van dit rapport zijn de gegevens per gemeente uitgewerkt en nader toegelicht. 1 Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen genoemd in artikel 48 van de

Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties. RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 9

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

HOOFDSTUK 2 : AANLEIDING & ACHTERGROND

A. Inleiding Na oproep van de Nationale Ombudsman, het College voor de Rechten van de Mens en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het bijzonder, hebben de gemeenten binnen de regio Holland Rijnland besloten een inventarisatie onder de doelgroep woonwagenbewoners te houden.

B. Aanleiding In de afgelopen periode is de aandacht voor woonwagenstandplaatsen toegenomen. Mede naar aanleiding van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman, heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in juli 2018 een nieuw beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ uitgebracht dat gemeenten bouwstenen biedt voor de beleidsvorming rondom standplaatsen en woonwagens. Dit nieuwe beleidskader verduidelijkt dat recht dient te worden gedaan aan de culturele identiteit die samenhangt met deze woonvorm. Hierbij dient met name het mensenrechtelijk kader te worden gewaarborgd. Ook in 2018 heeft BZK door onderzoeksbureau Companen een inventarisatie laten uitvoeren naar de hoeveelheid woonwagenlocaties en – standplaatsen in Nederland. Hoewel het onderzoek een vrijwillig karakter had, is een goed beeld verkregen van de aanwezigheid van woonwagenstandplaatsen en verhouding tussen standplaatsen ten opzichte van het totale volume aan woningen in Nederland.

C. Samenvatting beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK Uitgangspunt in het landelijk beleidskader is dat huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid is van de gemeente. Gemeenten dienen beleid voor woonwagens en standplaatsen vast te stellen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Dit beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is, zodat gemeenten ervoor kunnen zorgen dat het aantal standplaatsen in een redelijke verhouding staat tot de daadwerkelijke vraag aan standplaatsen bij woonwagenbewoners. Het tot dan toe gevoerde beleid van een aantal gemeenten, specifiek het ‘uitsterfbeleid’ ook wel ‘afbouwbeleid’ geheten, blijkt namelijk in strijd te zijn met het

PAGINA 10

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

mensenrechtelijk kader. Van elke gemeente of regio wordt verwacht dat zij beleid ontwikkelt dat passend is binnen het mensenrechtelijk kader.

Concreet betekent dit dat: 1. gemeenten beleid voor woonwagens en standplaatsen vaststellen als onderdeel van het volkshuisvestelijk beleid; 2. het beleid voldoende rekening houdt met en ruimte geeft voor de specifieke woonbehoefte van woonwagenbe woners; 3. er helder is wat de behoefte aan standplaatsen is; 4. dat corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; 5. de afbouw van standplaatsen in principe niet is toegestaan zolang er behoefte is aan standplaatsen; 6. dat woningzoekende woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen; 7. dat er zo mogelijk tegemoet gekomen wordt aan de wens om in familieverband samen te leven. NB: Het betreft een ‘beleidskader’ en is dus geen ‘beleidsregel’. Het document is dan ook geen wet c.q. heeft op zichzelf geen juridische gevolgen. Het beleidskader geeft richting en bevat bouwstenen om het beleid aan te passen aan het mensenrechtelijk kader, waaraan gemeenten wél moeten voldoen.

Onderzoek Companen In 2018 heeft Companen landelijk per gemeente onderzocht hoeveel standplaatsen er op 1000 woningen zijn. Companen heeft geen cijfer gegeven van het aantal standplaatsen per 1.000 woningen in heel Nederland, daar veel cijfers van gemeenten ontbreken. Companen gaat voor heel Nederland uit van 1,2 per 1000. Wij hebben deze gegevens anno 2020 opnieuw gepeild. Onderstaande tabel toont de totalen van standplaatsen, locaties en gemiddeld aantal standplaatsen per 1000 woningen binnen de regio Holland Rijnland. Regionaal is het verschil tussen de hoogst (Leiden) en laagst (Voorschoten) scorende gemeente groot.

In de uitwerking per gemeente (hoofdstuk 4) wordt aangegeven of op basis van het landelijk gemiddeld een overschot of tekort aan standplaatsen bestaat.

Aantal woonwagenstandplaatsen per 1.000 woningen in gemeenten (Companen)

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 11

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

HOOFDSTUK 2 : AANLEIDING & ACHTERGROND

D. Wachttijd en zoektijd Het landelijk beleidskader spoort aan tot ontwikkeling van beleid waarbij woningzoekende woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen (zie hoofdstuk 2, C). In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft RIGO Research en Advies - Woon- werk- leefomgeving op 26 maart 2019 het rapport ‘Stand van de woonruimteverdeling - Wachttijden en verdeling in de praktijk’ uitgebracht. In dit rapport wordt een actueel beeld geschetst van de woonruimteverdeling door woningcorporaties in Nederland, waarvan de uitkomsten input geven voor de ‘Staat van de Volkshuisvesting 2019’. Het rapport geeft in figuren een landelijke overzicht van onder andere de wachttijden/inschrijfduur. In onderstaande figuur is aangegeven wat de gemiddelde wachttijd van woningen (inclusief standplaatsen) en zoekduur tussen haakjes in jaren bedraagt. Voor de regio Holland Rijnland bedraagt de wachttijd 6,1 jaar. De zoektijd bedraagt 1,2 jaar.

Wachttijden versus zoekduur De term wachttijd wordt in de woonruimteverdeling gebruikt om aan te geven hoe lang woningzoekenden erover hebben gedaan om een woning te vinden, daarvoor wordt gekeken naar de inschrijfduur of de zoekduur van woningzoekenden bij verhuring. De inschrijfduur geeft aan hoe lang woningzoekenden ingeschreven hebben gestaan voordat zij een woning vonden. Uit een inventarisatie van rapportages van woonruimteverdeelsystemen blijkt dat de gemiddelde inschrijfduur bij verhuring sterk varieert per regio, van minder dan vier jaar in de Achterhoek en Limburg tot bijna negen jaar in de regio’s Amsterdam en Utrecht. De zoekduur is de periode tussen de eerste reactie van de woningzoekende en de verhuring. Deze ligt doorgaans veel lager dan de inschrijfduur en varieert per regio tussen circa één en vijf jaar.

PAGINA 12

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

E. Kwantiteit of kwaliteit? Vanuit het College voor de Rechten van de Mens, de Nationale Ombudsman en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft men de wens geuit een inventarisatie woonbehoefte per gemeente / regio uit te voeren, waarbij niet alleen de bewoners op standplaatsen dienen te worden bevraagd, maar ook spijtoptanten (mensen die eerder al dan niet uit noodzaak naar een reguliere woning verhuisden) en ook degenen die eventueel illegaal op zelf gecreëerde standplaatsen wonen. Een belangrijke vraag hierbij is of het onderzoek moet leiden tot het aantal mensen dat graag op een standplaats wil wonen (kwantiteit) of juist tot het aantal mensen dat voor een standplaats in aanmerking wil komen, die hierbij voldoen aan het afstammingsbeginsel, bereid zijn te betalen voor het in aanmerking komen als standplaatszoekende én zich bewust zijn van het feit dat er een toewijzingsregels zijn. Dat laatste dient de toestroom te beperken vanuit andere gemeenten c.q. van buiten de regio (kwaliteit). Als aan een woonwagenbewoner wordt gevraagd of hij/zij op een standplaats wil wonen, zal het standaard antwoord vrijwel altijd “ja” zijn. Zijn hier geen consequenties c.q. voorwaarden aan verbonden, dan zal het aantal rap oplopen.

In feite wordt dit dan een opsomming van woonwagenbewoners van 18 jaar en ouder die nog thuis op de standplaats wonen en woonwagenbewoners in reguliere woningen (spijtoptanten).

F. Beschikbaar komen van standplaatsen door ‘natuurlijk verloop’ Het is ook van belang om te weten hoeveel standplaatsen door natuurlijk verloop ter beschikking komen. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: 1. ‘Natuurlijk verloop’ is geïnterpreteerd als ‘door overlijden’. Belangrijk hierbij op te merken is dat er theoretisch allerlei redenen kunnen zijn waarom een standplaats vrij komt, zoals dat ook geldt voor het ter beschikking komen van andere woonruimte. Mensen kunnen bijvoorbeeld van woonruimte veranderen door scheiding, werk, samenwonen, etc. Kijkende naar de doelgroep en de standvastigheid van woonwagenbewoners, juist door de familiaire verbanden die bewoners van een locatie volgens eigen zeggen vaak met elkaar hebben, wordt in deze peiling ervan uitgegaan dat deze redenen veel minder vaak zullen voorkomen dan bij het ter beschikking komen van andere woonruimte. Vandaar dat wordt gekeken naar ter beschikking komen van standplaatsen door overlijden; 2. Voor het beantwoorden van de vraag is het van belang om te kijken naar de levensverwachting van mensen in  Nederland. Door de huidige leeftijd met de levensverwachting van die leeftijd te vergelijken, kunnen conclusies worden getrokken met betrekking tot het ter beschikking komen van standplaatsen; 3.

Verder is het van belang te weten of er sprake is van een inwonende partner die als medehuurder geregistreerd staat 2 ; 4. Tot slot was niet gespecificeerd op welke periode de vraag betrekking heeft. Gekozen is om te kijken naar de periode van nu tot 25 jaar.

2 Deze gegevens zijn eenvoudigweg uit Basisregistratie Personen en verhuuradministratie te halen.

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 13

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

De vraag “Hoeveel standplaatsen komen door natuurlijk verloop ter beschikking?” is niet volledig te beantwoorden door louter naar de resultaten van deze woonwensenpeiling te kijken. Dit heeft de volgende redenen: 1. Uit gegevens van onder andere het CBS, blijkt er een relatie tussen levensverwachting en opleiding. Mensen  met een hogere opleiding hebben een hogere levensverwachting. Dit kan wel 6 jaar schelen (tussen een lager opgeleide en hoger opgeleide). Er is in deze peiling niet specifiek gevraagd naar opleiding. Daarmee kan de factor ‘opleiding’ dus niet worden meegenomen. 2. Wij hebben gevraagd of de partner ook geregistreerd medehuurder is. Dit is van belang omdat als de hoofdhuurder komt te overlijden, in het geval er een medehuurder is, de standplaats op naam komt te staan van die medehuurder. De standplaats komt dan dus niet ter beschikking voor standplaatszoekenden. Dat zou pas gaan gelden op het moment dat de medehuurder ook komt te overlijden.

Voor een objectieve beantwoording van de vraag over natuurlijk verloop zijn meer gegevens nodig dan die voorhanden zijn. Er is echter wel iets te zeggen over de leeftijd van de deelnemers in relatie tot de gemiddelde levensverwachting van Nederlanders. En daarmee over het natuurlijk verloop van de standplaatsen die door de deelnemers worden bewoond. Maar daarbij wel in acht nemend de bovenstaande aandachtspunten. Bij een leeftijd van 50 jaar (peildatum 31-12-2017) wordt een man gemiddeld 82 jaar en 2 maanden en een vrouw 84 en 10 maanden. De gemiddelde levensverwachting neemt met elke leeftijd een aantal maanden toe. Dat wil zeggen dat de levensverwachting bij een leeftijd van 51 jaar hoger ligt dan die bij 50 jaar. De levensverwachting wordt bepaald op basis van de sterfterisico’s per leeftijd.

G. Doel en uitgangspunten voor het onderzoek De gemeenten binnen de regio Holland Rijnland willen graag inzicht in het aantal personen dat graag weer op een standplaats zou willen wonen. Hierbij dienen belangstellenden te worden bevraagd op de onderdelen; Afstamming, Wonen en Financieel. De vragenlijst is zo opgebouwd dat deze onderdelen in de gestelde vragen aan bod komen. (zie bijlage A)

PAGINA 14

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

H. Taken en rollen gemeente versus corporatie(s)

Vanuit het landelijk beleidskader De gemeente is verantwoordelijk voor het lokale woonbeleid, neergelegd in een woonvisie. Om goede redenen zijn de meeste gemeentelijke woningbedrijven in de vorige eeuw omgezet in woningcorporaties. Het daadwerkelijk realiseren en exploiteren van (sociale) woonruimten (in welke vorm dan ook) is geen kerntaak van gemeenten. De gemeente is natuurlijk wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het standplaatsenbeleid. Via het bestemmingsplan (in de toekomst het omgevingsplan) wordt vastgelegd waar de kavels voor standplaatsen liggen en hoeveel dat er zijn. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en voor handhaving van bijvoorbeeld bouwvoorschriften (brandveiligheid). Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen genoemd in artikel 48 van de Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties. Het Rijk vindt het wenselijk dat de gemeente in de woonvisie beschrijft welke rol zij zelf wil (blijven) vervullen ten aanzien van het voorzien in huisvesting voor woonwagenbewoners die willen wonen in een woonwagen. Voor woonwagenbewoners die qua inkomen behoren tot de primaire doelgroep van de woningcorporaties, ligt de verantwoordelijkheid bij woningcorporaties. Zij moeten voorzien in voldoende huurwoonwagens en -standplaatsen.

Voor andere woonwagenbewoners geeft het mensenrechtelijk kader aan dat de gemeente aanvullende maatregelen moet treffen om te voorzien in voldoende (koop-)standplaatsen. Dit vloeit voort uit artikel 75 van de Woningwet 3 . Vanuit het landelijk beleidskader: “bij een eventueel benodigde uitbreiding van het aantal standplaatsen bestemt de gemeente een stuk grond als ‘Wonen-Woonwagenstandplaats’. De woningcorporaties dragen vervolgens zorg voor de aanleg van de standplaatsen en de levering van eventuele huurwoonwagens.” Hierbij rijst de vraag: wat is dwingend en wat is als richtlijn gegeven? Het document van BZK betreft een ‘beleidskader’ en is dus geen ‘beleidsregel’. Het stuk is dan ook geen wet c.q. heeft (vooralsnog) geen juridische gevolgen. Het beleidskader geeft richting en bevat landelijke uitgangspunten, waardoor opvolging wenselijk is. Wel kan geconcludeerd worden uit het beleidskader dat corporaties moeten zorgen voor afdoende standplaatsen en daar waar nodig ook huurwoonwagens voor diegenen die qua inkomen tot hun doelgroep behoren 4 .

3 Artikel 75 van de Woningwet:

1. Burgemeester en wethouders kunnen, ingeval dit noodzakelijk is voor het naar behoren uitvoeren van deze wet, besluiten rechtstreeks van gemeentewege voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting te treffen. 2. Indien ter uitvoering van het eerste lid van gemeentewege woongelegenheden worden gebouwd, geschiedt dit slechts, indien aannemelijk is, dat door het bouwen van woongelegenheden door toegelaten instellingen niet voldoende in de woonbehoefte wordt voorzien. 4 Kan men een corporatie hiertoe dwingen? Dit is iets waar veel gemeenten en corporaties mee worstelen. Velen hebben

hierover al duidelijkheid gevraagd aan het ministerie van BZK. Vooralsnog is hier geen antwoord op gekomen en is er nog geen jurisprudentie.

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 15

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

H O O F D S T U K 3 : UITKOMSTEN ONDERZOEK / ANALYSE ALGEMEEN

Het doel van de inventarisatie is om inzicht te krijgen in de vraag en aanbod van woonwagens en standplaatsen voor nu en in de toekomst.

A. Doelstellingen 1. Het maken van een gedegen analyse van de huidige situatie en de wenselijke situatie voor de doelgroep; 2. Naar aanleiding van deze analyse een gezamenlijk gedragen toekomstvisie ontwikkelen voor wat betreft woonwagenstandplaatsen en woonwagenlocaties in de regio Holland Rijnland; 3. Het aangaan van een constructief en respectvol overleg met de betrokken partijen; 4. Bij de doelgroep draagvlak en betrokkenheid creëren bij het onderzoek.

PAGINA 16

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

B. Doelgroep

D. Gehouden interviews

Tot de doelgroep behoren bewoners van woonwagenlocaties (bestaande woonwagenbewoners) en voormalige woonwagenbewoners die in een regulier huis wonen met de wens om naar een woonwagenlocatie terug te keren. Het gaat er hierbij om dat, indien zij niet woonachtig zijn in een woonwagen, zij wel kunnen aantonen volgens het gedefinieerde ‘afstammingsbeginsel’, als woonwagenbewoner te kunnen worden aangemerkt.

Met 152 belangstellende woonwagenbewoners is een interview afgenomen. Met 8 andere woonwagenbewoners is (na onaangekondigd een bezoek te hebben gebracht omdat deze geen afspraak hadden gemaakt) wel gesproken maar hadden, helaas ook ná uitleg van het belang van dit onderzoek, geen interesse om deel te nemen.

Woonwagenbewoners zijn volgens het beleidskader mensen die zich van generatie op generatie als woonwagenbewoner hebben gemanifesteerd. Hieronder vallen: 1. Reizigers; 2. Rondreizende kermisexploitanten; 3. Rondreizende circusartiesten; 4. Sinti; 5. Roma. Personen zijn pas erkend ‘woonwagenbewoner’ als zij aan het vastgestelde afstammingsbeginsel voldoen.

C. Dataverzameling 1. Analyse en onderzoek naar de huidige situatie van de spijtoptanten / woonwagenbewoners; 2. Het houden van persoonlijke interviews met woon wagenbewoners en inwonende kinderen van 18 jaar en ouder; 3. Het houden van persoonlijke interviews met ingeschrevenen op de belangstellendenlijst en spijtoptanten.

Niet alle belangstellenden wensten te verhuizen maar wilden hun ongenoegen kwijt over de gang van zaken met betrekking tot het woonwagendossier. Van de mensen die aangaven wel te willen verhuizen is een inhoudelijk interview afgenomen. Deze interviews hadden een gemiddelde lengte van een uur, waarbij de geïnterviewden het eerste half uur vertelden wat hen zoal bezighield, waarna het vragenformulier digitaal werd ingevuld. De geïnterviewden hebben het vragenformulier ondertekend en per e-mail of per post in afschrift ontvangen.

E. Spijtoptanten Aan de spijtoptanten is gevraagd wat zij van hun huidige woonsituatie vinden. Allen geven aan dat zij ongelukkig zijn en het liefst terugkeren naar een woonwagen. Sommigen zijn zelfs bereid om op een willekeurige woonwagenlocatie te gaan wonen, als dat zou betekenen dat ze weer in een woonwagen zouden kunnen wonen. Ook al wonen ze soms jaren in een huis. Ook zeggen ze zeer regelmatig bij familie die op een woonwagenlocatie wonen op bezoek te gaan, vaak zelfs dagelijks.

De regio heeft de huurders van standplaatsen en ingeschrevenen op de wachtlijst aangeschreven, waarbij in de brief stond vermeld dat zij met Forticon B.V. contact op konden nemen voor een afspraak.

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 17

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

F. De woonwagencultuur In de interviews is uitvoerig gesproken over de woonwagencultuur en waarom woonwagenbewoners zo graag in een woonwagen willen wonen. Eigenlijk geeft iedereen aan in een woonwagen te willen wonen omdat zij erin geboren en getogen zijn of dat hun ouders / grootouders erin hebben gewoond. Het is wat ze kennen en ze willen niet anders. “Liever in een wagen dan in een villa.” Een gedeelte van de mensen geeft hierbij heel duidelijk aan dat het gaat om de woonwagen zelf. Antwoorden als “Ik voel me opgesloten in een huis” en “de muren komen op me af in een huis” worden hierbij regelmatig gegeven. Daarnaast wil men als familie bij elkaar wonen: ‘eigenzinnig wonen in familieverband’. Bij deze mensen gaat het dus echt om het samen met elkaar zijn, wat het belangrijkste onderdeel is van de woonwagencultuur en het meest door bewoners wordt benoemd. Het samen zijn en de saamhorigheid wordt vaker genoemd dan het daadwerkelijke wonen in een woonwagen. Toch wordt er ook veel gesproken over vroeger en hoe er vroeger echt werd gereisd. Een aantal van de oudere bewoners vertelt dan bijvoorbeeld over hoe ze vroeger door het land trokken. Dit gaf ‘een gevoel van vrijheid’ en dat wordt ook vaak benoemd als onderdeel van de woonwagencultuur. Daarmee samenhangend benoemen bewoners dat ze ‘elkaar accepteren en dat iedereen zichzelf kan zijn’. ‘Dit is ook een vorm van vrijheid’.

Als echter de grootte van een woonwagen ter sprake komt, dan wil men ‘minimaal 7 x 14 meter’, wat nou niet bepaald een woonwagen is waarmee vroeger werd gereisd. Er is dus een verschil tussen de emotionele hang naar de nostalgie van het reizen en gezellig knus op elkaar, en het praktisch denken voor het toekomstig wonen. Wat ook vaak ter sprake komt, is dat de woonwagenbewoners zich gediscrimineerd voelen. ‘Dat was vroeger al zo, toen ze soms onder politiebegeleiding de gemeentegrenzen moesten verlaten als de tijd gekomen was om te gaan. Woonwagenbewoners werden toen niet geaccepteerd en voelen zich nog steeds niet geaccepteerd in de Nederlandse samenleving’. In verschillende interviews is ook ter sprake gekomen of mensen van buitenaf (burgers) wel bij hen welkom zijn. Dan wordt vaak gezegd dat bijvoorbeeld buren zeker welkom zijn en soms geven mensen daar dan voorbeelden van. Bijvoorbeeld dat zij buurkinderen uitgenodigd hebben om op de locatie te komen spelen. En eigenlijk geven ze dan ook meteen aan dat deze kinderen dat dan niet altijd mochten van de ouders. Ook wordt regelmatig benoemd dat er goede contacten zijn met de buurt, maar dat buren wel op afstand blijven. Een ander opvallend onderdeel van de woonwagencultuur is de zorg voor en controle van de kinderen. De kinderen komen eigenlijk niet van de locatie af, hooguit de tijd dat zij op school doorbrengen.

Woonwagenbewoners houden hun kinderen dicht bij zichzelf, voor de veiligheid. De kinderen en ouders zijn zeer hecht met elkaar en brengen dus veel tijd door met elkaar. Wanneer de kinderen ouder (en volwassen) zijn, is deze behoefte er nog steeds en deze is wederzijds. De kinderen willen ook het liefst bij de ouders in de buurt zijn. Wanneer kinderen niet op dezelfde locatie wonen of in een huis wonen, wordt gezegd dat ze eigenlijk dagelijks bij hun ouders te vinden zijn. Veel vaker dat in hun eigen woonruimte. Een belangrijk onderdeel van de cultuur is het voor elkaar zorgen. Eigenlijk benoemen ze allemaal dat “we voor elkaar zorgen op een kamp en iedereen zichzelf kan zijn”. Wanneer mensen mantelzorg nodig hebben, dan nemen de familieleden deze op zich. Het lijkt soms alsof de woonwagencultuur geromantiseerd wordt, maar bij doorvragen blijkt dat mensen ook heel realistisch zijn. Er wordt openlijk benoemd dat het zeker voorkomt dat er ruzie is of dat mensen niet met elkaar kunnen opschieten. Maar de rode draad in hun verhaal is toch die saamhorigheid en acceptatie van elkaar. Als er problemen zijn, dan lossen ze het zelf op. “Wat op het kamp gebeurt, blijft op het kamp”.

PAGINA 18

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

HOOFDSTUK 4 : UITKOMSTEN ONDERZOEK E N A N A LY S E P E R

A. De gemeenten en bijhorende locaties in de regio In de regio Holland Rijnland zijn 27 woonwagenlocaties bezocht. De nummers op de kaart corresponderen met de tabel daaronder en dienen enkel als verwijzing.

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 19

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

Veel hoofdbewoners wilden niet meedoen aan het onderzoek om diverse redenen: 1. Men heeft al een standplaats; 2. Omdat zij denken dat de gemeente c.q. corporaties toch niets met de uitkomsten zullen doen; 3. Sommige bewoners hadden het gevoel dat ze gecontroleerd werden op materieel en sociaal aspect; 4. Er lopen al gesprekken met de gemeente.

PAGINA 20

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

B. Uitkomsten onderzoek regio Holland Rijnland De regio Holland Rijnland telt 291 standplaatsen. 146 woonwagenbewoners, verdeeld over 97 standplaatsen, hebben deelgenomen aan het onderzoek. Van de aangeschreven spijtoptanten (ingeschreven bij HiHR met een zoekprofiel met alleen woonwagen of standplaats) heeft een beperkt aantal (13 personen) deelgenomen aan de interviews. Met 1 kermisexploitant die woont op een standplaats niet vallende onder de 291 standplaatsen is eveneens gesproken. De verdeling in deelname is weergegeven in onderstaande grafieken.

Deelname standplaatsbewoners aan het onderzoek

Verdeling deelname standplaatsbewoners en spijtoptanten

Verdeling man/vrouw geïnterviewden

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 21

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

Leeftijdsopbouw geïnterviewden

Leeftijdsopbouw inwonende kinderen

PAGINA 22

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

HOOFDSTUK 5 : CONCLUSIES EN ADVIES INDIVIDUELE WOONWAGENLOCATIE

A. De conclusies Volume behoefte Om te komen tot de daadwerkelijke behoefte aan standplaatsen van de geïnterviewde woonwagenbewoners zijn de door de bewoners opgegeven gegevens gefilterd en getoetst aan de daarvoor geldende (beleids)regels definities. Te weten: • Voldoen aan afstammingsbeginsel; is men woonwagenbewoner? Tot de doelgroep woonwagenbewoners behoren zij die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. In deze analyse is uitgegaan van tenminste drie opeenvolgende generaties. • Wens om te verhuizen.Niet iedere geïnterviewde wil verhuizen. Alleen zij die aangeven te willen verhuizen zijn meegenomen in de behoeftebepaling.

Op basis van de bovenstaande filters is de totale behoefte bepaald. Om beter te kunnen inspelen op de vraag naar (sociale) huur 5 of koopstandplaatsen, wordt de totale behoefte gefilterd op basis van: • De wens om te kopen of te huren. Geïnterviewden geven aan of ze willen kopen of huren. Hun opgave is een persoonlijke opvatting niet gestoeld op de financiële kaders van (sociale) huur of koop. • De inkomenstoets voor sociale huur of mogelijkheid tot koop. Door het stellen van de vraag of men meer inkomen heeft dan €39.055 kan de splitsing tussen behoefte voor huurstandplaatsen en koopstandplaatsen wel gemaakt worden. Zij die aangeven minder te verdienen kunnen niet kopen en zijn aangewezen op sociale huisvesting. Beschikt men wel over eigen of vreemd vermogen dan komt men in aanmerking voor koopstandplaatsen. Zij die aangeven meer te verdienen dan maximum sociaal inkomen komen niet in aanmerking om te huren in de sociale sector. Ze komen (alleen op basis van dat inkomen) mogelijk wel in aanmerking voor een hypotheek en zijn opgenomen in het aantal koopstandplaatsen. Heeft men geen opgave gedaan over het inkomen of vermogen dan is de behoefte opgenomen in het aantal huurstandplaatsen.

Op basis van bovenstaande gegevens kan voor de regio Holland Rijnland de conclusie worden getrokken dat er op korte termijn (0 tot 5 jaar) 50 woonwagenbewoners van 18 jaar en ouder op zoek zijn naar een woonwagenstandplaats waarvan 27 met een huurwoonwagen. 5 Woonwagenbewoners die een huishoudinkomen hebben tot aan de inkomensgrenzen genoemd in artikel 48 van de

Woningwet, behoren tot de doelgroep van woningcorporaties.

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 23

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

Behoefte op (middel)lange termijn

Leiden

Alphen aan den Rijn

Hillegom

Kaag en Braassem

Katwijk

Leiderdorp

Lisse

Nieuwkoop

Noordwijk

Oegstgeest

Teylingen

Voorschoten

Zoeterwoude

TOTAAL

Bovenop de 50 extra standplaatsen voor de korte termijn is voor de (middel) lange termijn (5 tot 20 jaar) er een behoefte aan maximaal 55 extra woonwagenstandplaatsen. De behoefte aan maximaal 55 woonwagenstandplaatsen op (midden) lange termijn kent een aantal onzekerheden, zoals daar zijn:

Kinderen onder de 15 jaar Kinderen tussen 15 en 21 jaar Kinderen vanaf 21 jaar Minus kinderen (18+) met zelfstandig interview Behoefte op middellange termijn Vrijval voor tijdsverloop <25 jaar Maximale behoefte op (middel)lange termijn

34 14 6 17 37 8 29

7 5 4 9 7 5 2

4 0 0 0 4 0 4

0 1 0 0 1 1 0

9 2 7 6 12 3 9

2 1 1 1 3 1 2

2 3 2 3 4 0 4

2 0 0 0 2 0 2

0 1 0 0 1 1 0

0 0 0 0 0 0 0

3 1 0 1 3 0 3

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

63 28 20 37 74 19 55

De behoefte aan maximaal 55 woonwagenstandplaatsen op (midden) lange termijn kent een aantal onzekerheden, zoals daar zijn: - Er zijn kinderen die onderling een relatie krijgen en gaan samenwonen op één standplaats; - Er zijn kinderen die niet op een woonwagenstandplaats willen gaan wonen; - Er zijn kinderen die zich buiten de regio gaan vestigen. Afstammingsbeginsel Tot de doelgroep woonwagenbewoners behoren zij die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. In deze analyse is uitgegaan van tenminste drie opeenvolgende generaties. Tijdens de gesprekken blijkt dat er binnen de regio een aantal gezinnen op woonwagenstandplaatsen wonen die zelf (1e generatie) of als afgeleide van ouders (2e generatie) als burger op die woonwagenstandplaats zijn gaan wonen. Het gaan bewonen van de standplaats door bewoners die geen woonwagenbewoners zijn heeft zich veelal buiten het zicht of zonder ingrijpen van de verhuurder voltrokken. Regionaal dient beleidsmatig vastgelegd te worden wie tot de doelgroep woonwagenbewoners behoort en op welke wijze dit door de standplaatszoekende aangetoond kan worden.

Registratie en toewijzing Registratie in het zoeksysteem van Huren-in-Holland-Rijnland biedt de mogelijkheid tot zoeken naar aangeboden huisvesting op basis van door de geregistreerde opgegeven voorkeuren in hun zoekprofiel. Zo kan een niet-woonwagenbewoner, die volgens het afstammingsbeginsel niet in aanmerking kan komen voor een woonwagenstandplaats, toch aangeven dat hij/zij, al dan niet naast reguliere huisvesting, ook berichten wenst te ontvangen voor een vrijkomende woonwagenstandplaats. Van de (afgerond) 110.000 personen ingeschreven bij Huren in Holland Rijnland hebben meer dan 42.000 personen een zoekprofiel aangemaakt. Hiervan hebben er bijna 2.500 in hun zoekprofiel als voorkeur naast andere woningtype ook woonwagen en/of standplaats aangevinkt. Van deze 2.500 hebben er 54 aangegeven uitsluitend op zoek te zijn naar een woonwagen en/of standplaats.

PAGINA 24

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

Via het zoeksysteem is niet te achterhalen of die 54 geregistreerde personen woonwagenbewoner zijn. Ook is niet te achterhalen via het zoeksysteem of zich onder de 2.500 geregistreerde personen die ook een andere woningtype dan woonwagen en/of standplaats hebben aangegeven wel woonwagenbewoners bevinden. Hoewel de registratie de inschrijfdatum logt en er dus een wachttijd te herleiden valt, blijkt uit de praktijk dat veel inwoners zich pas laten inschrijven als ze via bijvoorbeeld het sociale netwerk vernemen dat er een woonwagen beschikbaar komt. Ook is niet te herleiden of de geregistreerde al in een woonwagen woont en deze bij verhuizing achterlaat of dat de geregistreerde nog inwonend is. De koppeling tussen registratie en toewijzing ontstaat dus pas op het moment dat de geregistreerde zich meldt als geïnteresseerd voor de standplaats. Pas dan ontstaat duidelijkheid of de geïnteresseerde daadwerkelijk woonwagenbewoners is, of hij/zij inwonend is en van welke datum de inschrijving is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de feitelijke werking van het zoeksysteem van Huren-in-Holland-Rijnland ten opzichte van de vermeende werking zoals door woonwagenbewoners gedacht, onbegrip bij de woonwagenbewoners in de hand werkt. Zeker als bewoners van een woonwagenlocatie ervaren dat niet woonwagenbewoners een standplaats krijgen aangeboden.

Voor de toewijzing van woonwagenstandplaatsen zijn regionaal wel toewijzingsregels vastgesteld. De woningcorporatie(s) kunnen daarbij nog aanvullende criteria stellen. Bijvoorbeeld: Alleenstaande woonwagenbewoners komen volgens de geïnterviewden bij de woningcorporatie bijna niet in aanmerking voor zelfstandig huren. Voorzover een woningcorporatie dit soort toewijzingsregels voor eenpersoonshuishoudens van woonwagenbewoners hanteert komt een eenpersoonshuishouden bijna niet in aanmerking voor een huurstandplaats. Betrokkenheid doelgroep Op een aantal woonwagenlocaties hebben bewoners zich verenigd om gezamenlijk met de gemeente te komen tot afspraken aangaande onder andere de behoefte aan woonwagenstandplaatsen, de plaats waar een uitbreiding mogelijk zou zijn, de toewijzingscriteria/volgorde, voorzieningen, etc. Desondanks voelen woonwagenbewoners zich niet begrepen, soms zelfs gediscrimineerd en is er geen vertrouwen in de oprechte bedoelingen van gemeente en woningcorporaties. De niet verenigde woonwagenbewoners spreken zich in dezelfde bewoordingen uit. Aangemoedigd door woonwagenactivisten wordt het onbegrip via sociale media alleen maar gevoed en de vertrouwenskloof groter. Binnen de regio Holland Rijnland zijn er wel gesprekken met belangenbehartigers en individuele bewoners. Dat leidt vooralsnog tot weinig concrete acties.

Regionale afstemming (regionaal handelingsperspectief ) De dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland werken samen en hebben daartoe een regionale agenda 20192023 opgesteld. Binnen het domein Economie en Leefomgeving is overeenkomstig de Regionale Woonagenda uit 2017 de opgave geformuleerd om 30.000 nieuwe woningen te bouwen voor 2030, passend bij de voorkeuren van woningzoekenden qua woning en woonomgeving. Aangenomen is dat in het volume van 30.000 woningen geen rekening is gehouden met bouw van woonwagenstandplaatsen. Afgezet tegen het landelijk gemiddelde van 1,2 woonwagenstandplaatsen per 1000 woningen (zie onderzoek Companen, blz 11) zou dit neerkomen op de bouw van 36 woonwagenstandplaatsen. Dit aantal past binnen de uitkomst van het behoefteonderzoek: 50 op de korte termijn en aanvullend maximaal 52 op de (middel)lange termijn. Het aanvulling voor de (middel)lange termijn is echter onzeker en afhankelijk van door dan te maken keuzes van woonwagenkinderen die nu de leeftijd hebben van 0 tot 15 jaar. Binnen de regio zijn, met uitzondering van het uitvoeren van een woonbehoefteonderzoek, geen concrete afspraken gemaakt (een regionaal handelingsperspectief) over de implementatie van het rijksbeleid inzake woonwagenbewoners en woonwagenstandplaatsen. De volgende stappen; maken van regionaal beleid en creëren van een gezamenlijk aanbod dienen nog te worden gezet.

Vergelijking wachttijd Van de geïnterviewden geven 47 bewoners aan dat ze staan ingeschreven als standplaatszoekenden. Dit betreft zowel woonwagenbewoners als spijtoptanten. Van de 19 geïnterviewden die het jaartal van registratie hebben opgegeven staat 68% (13 ingeschrevenen) minder dan zes jaar ingeschreven. 32% (6 ingeschrevenen) staan tussen de zes en twaalf jaar ingeschreven. Een inschrijftijd tussen de zes en twaalf jaar is langer dan de gemiddelde wachttijd in Holland Rijnland van 6,1 jaar voor een sociale huurwoningen (zie hoofdstuk 2, D).

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 25

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

Nu is geconcludeerd (in de paragraaf registratie en toewijzing hierboven) dat er geen filtering op woonwagenbewoners mogelijk is uit het woningzoekendesysteem (hureninhollandrijnland.nl) is er op basis hiervan geen verdere vergelijking te maken tussen de wachttijd van woonwagenbewoners ten opzichte van de reguliere regionale wachttijd.

Vervolgonderzoek Van de 291 woonwagenstandplaatsen hebben inwoners 152 bewoners van 97 standplaatsen deelgenomen aan een interview. Onder spijtoptanten, de groep voormalige woonwagenbewoners die door ‘omstandigheden’ nu in een stenen woning wonen maar de behoefte en intentie hebben om terug te keren naar de woonwagen, is de deelname 8% van het totaal aantal geïnterviewden (152). Hoewel, zoals beschreven in de paragraaf ‘registratie en toewijzing’, de registratie van standplaatszoekenden niet sluitend is en derhalve wellicht niet alle spijtoptanten via deze weg bereikt zijn, zou tenminste verwacht zijn dat de doelgroep zelf familie die in een huis woont op de hoogte stelt van het in uitvoering zijnde onderzoek. Vooral nadat de interviewers de bewoners hier nog extra op hebben gewezen. De opvatting kan gehuldigd worden dat de spijtoptanten die niet reageren geen behoefte en intentie hebben om terug te keren naar een woonwagenstandplaats. De regio, dan wel de gemeenten beschikken over aanvullende gegevens die van belang kunnen zijn voor een volledige verdieping van de uitkomst van dit onderzoek. Deze gegevens kunnen worden vergeleken met de bij ‘’Huren in Holland Rijnland’’ bekende gegevens voor een betere einduitkomst. Op voorhand is echter niet te zeggen hoeveel verdieping/extra inzicht dit kan opleveren.

B. Advies Naar aanleiding van de conclusies zijn een aantal adviezen te geven. Hieronder de adviezen opgesomd die in het vervolg van het rapport separaat aan bod komen: 1. Besluit in een regionaal handelingsperspectief tot: a. Opstellen regionaal en gemeentelijk woonwagenbeleid (= publiekrechtelijk); b. Opstellen gemeentelijk en regionaal verhuurbeleid (= privaatrechtelijk), inclusief de regels omtrent inschrijving en toewijzing. In de gemeente Alphen aan de Rijn is het verhuurbeleid in februari 2020 reeds geactualiseerd; 2. Indien besloten wordt tot uitbreiding van standplaatsen hierbij de plaatselijke wijkraad/buurtvereniging betrekken. Wees hierbij erg zorgvuldig in de communicatie. 3. Vergelijk de gegevens uit deze rapportage met de gegevens die bij www.hureninhollandrijnland.nl bekend zijn en stel een regionale wachtlijst met geregistreerde standplaatszoekenden op. De registratie en administratie berust bij de gemeenten (al dan niet in regionaal verband); 4. In de huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 is een rangordebepaling woonwagenbewoners opgenomen. Deze rangordebepaling maakt het voor spijtoptanten en/of uitwonende (studerende) kinderen vrijwel onmogelijk om een standplaats toegewezen te krijgen. Het advies is daarom om betreffende de inschrijving en toewijzing de volgende bepalingen te laten gelden: a. Afstammingsbeginsel; b. Puntensysteem; c.

Inschrijfgeld en betalen voor jaarlijkse verlenging; d. Men staat pas ingeschreven als het inschrijvingsformulier (zie bijlage B) inclusief gevraagde bescheiden is aangeleverd en het inschrijvingsgeld daadwerkelijk is betaald. e. Personen die reeds stonden ingeschreven op de oude ‘wachtlijst’, kunnen met terugwerkende kracht punten toegekend krijgen nadat zij hebben aangetoond te voldoen aan het afstammings beginsel, de gevraagde formulieren hebben ingeleverd en hebben betaald voor de jaarlijkse herinschrijving. 5. Neem in zowel de woonvisie als in de prestatieafspraken een separate woonwagenparagraaf op. 6. Houdt bij toekomstige woningbouw al in een zo vroeg mogelijk stadium rekening met de verdeelsleutel van tenminste 1,2 standplaatsen per 1000 woningen. 7. Stem met de doelgroep de uitkomsten uit dit onderzoek af en betrek ze in de vervolgstappen.

PAGINA 26

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

C. Drie bestuurlijk af te stemmen beleidspunten Om te komen tot een kwalitatieve lijst van standplaatszoekenden dienen de Colleges van de gemeenten in de regio Holland Rijnland te worden verzocht een drietal beleidskeuzes vast te stellen:

1. Invoeren afstammingsbeginsel Vanuit het landelijk beleidskader wordt geadviseerd om het zogeheten ‘afstammingsbeginsel’ in te voeren zodat vooraf wordt bepaald wie als ‘woonwagenbewoner’ zal worden aangemerkt. Het College voor de Rechten van de Mens hanteert in haar oordelen de volgende definitie van woonwagenbewoners: Afstammingsbeginsel woonwagenbewoner Woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. Bovenstaande definitie verdedigd de opvatting dat tot woonwagenbewoner wordt gerekend diegene die op een woonwagenstandplaats woont of heeft gewoond en waarvan diens ouders en grootouders op een woonwagenstandplaats wonen of hebben gewoond. Onder genoemde definitie rekent het College zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke ‘reizigers’. De groep ‘kermisexploitanten’ komt weer voort uit de groep ‘reizigers’. De gemeente kan alsdan bij de peiling van de woonbehoefte van de beoogd standplaatszoekende volstaan met het vaststellen van het woonadres van betrokkene, zijn ouders en/of grootouders; Is of was dit een woonwagenlocatie?

2. Invoeren van een puntensysteem Indien de gemeente het werken met het afstammingsbeginsel vaststelt, wordt bij toekomstige registratie en toewijzing het afstammingsbeginsel leidend. Alleen aantoonbaar ‘echte’ woonwagenbewoners kunnen zich inschrijven. De behoeftepeiling is zoveel als mogelijk beperkt tot diegenen die daadwerkelijk binnen de eigen gemeente wonen. Deze twee ‘voorwaarden’ kunnen worden bereikt door het vaststellen van een puntensysteem voor inschrijving en toewijzing. Als de gemeente in een later stadium overgaat tot het registreren van standplaatszoekenden (geen onderdeel van dit onderzoek) dan wordt de inschrijving en de volgorde van de op te stellen ‘wachtlijst’ gebaseerd op het aantal behaalde punten. Een nieuwe inschrijving hoeft dus niet onderaan de lijst te staan. Hierbij is bepalend het aantal punten dat men krijgt bij 1e inschrijving. Personen die reeds stonden ingeschreven, kunnen met terugwerkende kracht punten toegekend krijgen:

3. Inschrijfgeld en betalen voor jaarlijkse verlenging Op basis van ervaring wordt geadviseerd om de inschrijving als standplaatszoekende en de jaarlijkse verlenging ervan, niet vrijblijvend te laten zijn. Als inschrijving niks kost, blijkt dat veel woonwagenbewoners zich inschrijven; ook diegenen die reeds over een standplaats beschikken en zelfs echtparen afzonderlijk (voor het geval men later eventueel zal gaan scheiden). Hiertoe kan inschrijfgeld en een bedrag voor jaarlijkse verlenging in rekening worden gebracht. Er zal alsdan een verschil ontstaan tussen mensen die aangeven op een standplaats te willen wonen en de mensen die hier ook daadwerkelijk op zouden willen wonen c.q. hier bereid zijn voor te betalen 6 . Als inschrijfdatum wordt de datum gehanteerd waarop men heeft betaald. 6 Ter onderbouwing: De gemeente Tiel heeft in 2011 kosten voor de inschrijving en jaarlijkse verlenging voor haar wachtlijst

ingevoerd, waardoor het aantal geregistreerde ingeschreven standplaatszoekenden in een jaar tijd daalde van 54 naar 16.

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 27

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

HOOFDSTUK 6 : A N A LY S E S P E R G E M E E N T E

A. Analyse gemeente Leiden Algemeen

− In totaal hebben er onder de aangeschreven woonwagenbewoners en spijtoptanten 75 interviews plaatsgevonden. Hiervan hebben 23 bewoners een wens om te verhuizen of om op zichzelf te gaan wonen. − Van de 23 geïnterviewden die willen verhuizen wonen er 5 in reguliere woningen en 18 op een standplaats. − 17 van de 23 geïnterviewden die willen verhuizen woont in bij ouder(s). − 22 van de 23 geeft aan geregistreerd te staan als standplaatszoekende.

Spijtoptanten − Van de 5 spijtoptanten woont er 1 in bij ouder(s); − 2 van de 5 spijtoptanten hebben in totaal 5 inwonende kinderen in de leeftijdscategorieën van onder de 15 jaar. − 4 van de 5 spijtoptanten geeft aan ingeschreven te staan als standplaatszoekende. • Van de vier standplaatszoekenden is het registratiejaar: 2013, 2014, 2015 en 2020. • De niet geregistreerde geeft aan niet te weten dat men zich kan inschrijven.

PAGINA 28

WWW.FORTICON.NL

RAPPORT - OKTOBER 2020

WWW.FORTICON.NL

Van de 5 spijtoptanten wil(len): − 4 verhuizen van huis naar standplaats. − 1 zelfstandig gaan (samen)wonen op standplaats. Verdeeld naar wens om te kopen of te huren levert dit de volgende verdeling op:

Opgegeven wens Huren Kopen Totaal

Standplaats

Woonwagen

Inkomen > € 39.055

4 1 5

3 0

1 0

Verdeling huur/koop spijtoptanten

− Van de in totaal 4 spijtoptanten die willen huren, verdient er 1 meer dan € 39.055 per jaar. Hiermee overstijgt het inkomen van deze deelnemer de maximale norm voor sociale huur en zou derhalve dienen te kopen (uitleg onder het kopje ‘’huur of koop’’). − De spijtoptant die wil kopen heeft een inkomen onder de € 39.055 per jaar. Deze dient derhalve te gaan huren.

Geïnterviewden Standplaats

Gemeente

Woonwagenlocatie

Leiden Leiden Leiden

Trekvaartplein Roomburg Trien Semlerstraat

Aantal Deelname Aantal standplaatsen standplaatsen interviews 90 29 14

25 10 6

46 17 7

Trekvaartplein

Roomburg

Trien Semlerstraat

Totaal

Totaal percentage

Verdeling per woonwagenlocatie gemeente Leiden

Aantal afgenomen interviews Wel gesproken maar geen interesse om deel te nemen aan het onderzoek

46 0

17 0

5 2

68 2

97,1% 2,9%

Bezit eigen woonwagen Geeft aan geregistreerd te staan als standplaatszoekende (deelnemer met verhuiswens)

17 15

3 2

1 1

21 18

30,9% 26,5%

Vraag

RAPPORT - OKTOBER 2020

PAGINA 29

25 9 11 5

22 19 2 1

2 1 1 0

49 100,0% 29 59,2% 14 28,6% 6 12,2%

Waarvan een eigen interview heeft afgenomen (>18 jaar)

13

2

1

16

32,7%

Vraag

Totaal absoluut

Totaal pecentage

Trekvaartplein

Roomburg

Trien Semlerstraat

Totaal percentage

Trien Semlerstraat

Aantal inwonende kinderen Onder de 15 jaar 15 tot 21 jaar vanaf 21 jaar

Totaal absoluut

Vraag

Roomburg

WWW.FORTICON.NL

Trekvaartplein

RAPPORT - OKTOBER 2020

Geïnterviewde met wens om te verhuizen Hiervan woont in bij de ouders

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10188078/1