D11 Bijlage 2 bij Raadsinformatiebrief 2021 - week 34 - 49 Bijlage 1. Jaarrapportage Jeugdhulp 2020
Tekst van het document
37
Figuur 38: percentage jeugdigen met verblijf GGZ per 100 jeugdigen 0 tot en met 17 jaar
Omdat het per gemeente om relatief kleine aantallen gaat, kan de positie van de gemeente in vergelijking met het regionaal gemiddelde sterk wisselen per jaar.
38
Figuur 39: aantal jeugdigen met verblijf GGZ naar leeftijd 60
50
40
30
20
10
0
0-3 jaar
4-11 jaar
12-16 jaar
17 jaar
18 jaar en ouder
In 2020 is net als voorgaande jaren zichtbaar dat geen kinderen in de jongste categorie (0-3 jarigen) opgenomen zijn geweest. Daarnaast is in de categorie 4-11 en 12-16 jarigen een afname van het aantal opnames zichtbaar. In de categorie 17 jaar is een toename te zien in 2020. Dit is grotendeels te verklaren door de gevolgen van corona en de Lock down op met name deze leeftijdscategorie. Er is een toename van zware problematiek en crisiszorg, m.n. eetstoornissen, depressie en suïcide. Gebrek aan perspectief is veel gehoord signaal. In de regio loopt een aantal trajecten/projecten dat specifiek gericht is op het terugdringen van het gebruik van klinische opnames binnen de GGZ. Verwijzingen naar GGZ behandeling vanuit de huisarts zijn aanzienlijk verminderd. Door corona kwamen minder mensen bij de huisarts, dat direct zichtbaar is in de verwijzingen. Corona heeft niet geleid tot een daling van verwijzingen vanuit het JGT, deze is iets gestegen. Vanuit het medische circuit is een stijging te zien. Door de samenwerking tussen Curium en LUMC is met name te zien voor eetstoornissen dat jeugdigen vanuit het LUMC worden doorverwezen voor behandeling bij Curium.
39
5. Ernstige Enkelvoudige Dyslexie Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking (definitie volgens de Stichting Dyslexie Nederland, 2016). Wanneer een leerling onder de 13 jaar in het onderwijsproblemen ondervindt in de lees- en spellingontwikkeling kan deze dyslectisch zijn en moeten scholen hierin passende ondersteuning bieden. Dyslexiezorg wordt door de gemeente vergoed wanneer sprake is van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED). Scholen kunnen wanneer zij voldoende onderbouwing hebben in het leerlingendossier, een aanvraag doen voor een diagnosetraject EED. Het leesprobleem moet hardnekkig zijn en de vorderingen van het lezen ernstig belemmeren, terwijl wel sprake is van een normale leerontwikkeling. Een behandeling dyslexie kan alleen succesvol zijn wanneer er geen sprake is van een andere aandoening die de behandeling kan belemmeren (enkelvoudig). De diagnose en behandeling bij EED is in de regio Holland Rijnland strak geprotocolleerd. De scholen zijn de toeleiders naar de EED-hulp, en de aanbieders hanteren vastgestelde normen in het beoordelen van het dossier dat de school aanlevert.
Een werkgroep EED-zorg Holland Rijnland bestaande uit leden van de samenwerkingsverbanden en de TWO Jeugdhulp aangevuld met externe deskundigen, monitoren twee-jaarlijks het proces en de kwaliteit van de EED-zorg in de regio. Figuur 40: aantal unieke jeugdigen met EED 800
732
720
2018
2019
700
678
600 500 400 300 200 100 0
2020
In de afgelopen jaren is door TWO Jeugdhulp, in samenspraak met de aanbieders en de samenwerkingsverbanden, gewerkt aan het eenduidig uitvoeren van het protocol. Dit heeft er toe geleid dat na een groei in 2016 en 2017 het aantal kinderen dat een traject krijgt aangeboden sinds 2018 daalt. De daling in 2020 is groter dan de jaren daarvoor en dat is hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door corona. Scholen hebben in 2020 thuisonderwijs geven en de ondersteuning voor lees- en spellingsproblemen door scholen is daardoor onderdruk komen te staan. Ook het afnemen van EED-diagnostiek is hierdoor vertraagd omdat aanbieders niet op de scholen terecht konden voor diagnostiek.
40
Figuur 41: percentage jeugdigen met EED-traject per 100 6-13 jarigen 3,5%
3,3%
3,0% 2,5% 2,0%
2,4%
2,2%
2,2%
2,1%
2,0%
2,0%
1,8%
1,7%
1,6%
1,5%
1,5% 1,0% 0,5% 0,0%
Tussen gemeenten bestaan aanzienlijke verschillen in het gebruik van hulp voor EED. Een duidelijke verklaring is hiervoor niet te geven. Prevalentienorm Volgens de landelijke prevalentienorm heeft 3,5 tot 4% van de jongeren de diagnose EED. Alhoewel afgelopen jaren een daling heeft plaatsgevonden ligt het aantal aanmeldingen in 2018 1,5% boven deze landelijke prevalentienorm. In de eerste helft van 2021 zal de EED-werkgroep opnieuw een monitorsonderzoek uitvoeren. Dan zal ook bekend worden in hoeverre de EED-cijfers van de regio Holland Rijnland afwijken van de landelijke prevalentienorm. Bekostigingssystematiek In 2019 is ook bij de EED sector de inspanningsgerichte bekostigingssystematiek ingevoerd. Eén van de uitgangspunten van de invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek was budgetneutrale levering van jeugdhulp. Uit de monitor bleek dat binnen de EED sector een stijging van de gemiddelde cliëntprijs per uur van ongeveer 10% heeft plaatsgevonden waardoor de budgetneutraliteit niet werd behaald. Echter, omdat de EED sector niet betrokken is geweest bij het kostprijsonderzoek waarop de tarieven zijn gebaseerd, is besloten dat de voorwaarde van budgetneutraliteit in 2019 niet van toepassing is op de EED sector maar dat in 2020 alsnog een kostprijsonderzoek dient plaats te vinden om op een passend tarief uit te komen.
Dit onderzoek heeft in 2020 geleid tot een tariefsverlaging van ca 8% en dus een wijziging in kosten per cliënt met terugwerkende kracht per 1 januari 2020. Protocol diagnose en behandeling bij EED Het huidige protocol diagnose en behandeling bij EED is in 2016 opgesteld. In de afgelopen jaren is door TWO Jeugdhulp, in samenspraak met de aanbieders en de samenwerkingsverbanden, gewerkt aan het eenduidig uitvoeren van het huidige protocol. Dit heeft er toe geleid dat het aantal kinderen dat een traject krijgt de afgelopen jaren is gedaald en nu lijkt te stabiliseren. Corona De coronacrisis heeft veel invloed gehad op het onderwijs en scholen hebben lange tijd online onderwijs moeten geven. Omdat scholen de verwijzer zijn voor EED-zorg en scholen bovendien een grote rol hebben in de ondersteuning van kinderen waarvan het vermoeden bestaat dat de kinderen dyslexie hebben, heeft dit 41
impact gehad op de EED-zorg. Aanbieders geven aan dat het aantal aanmeldingen lager is dan andere jaren. EED-aanbieders konden daarnaast niet terecht op scholen voor diagnostiek en behandeling. Veel aanbieders hebben de behandeling daarom in coronatijd online gegeven. Voor diagnostiek is dat lastiger waardoor diagnostiek niet of later uitgevoerd werd. Uit de cijfers blijkt dat het aantal jeugdigen dat EED-diagnostiek heeft gehad in 2020 met 15% is afgenomen in vergelijking met 2019. De verwachting is daarom dat in 2021 het aantal aanmeldingen voor EED fors zal toenemen zodra de scholen weer ”gewoon” onderwijs kunnen geven en de eerste Citotoetsen zijn afgenomen. Innovatie In 2020 is onderzocht of DUO-behandelingen kunnen bijdragen aan een kostenbesparing en een kwaliteitsverbetering. Daarnaast zijn ook andere mogelijke innovaties besproken met aanbieders. In 2021 zal hier een vervolg aan worden gegeven.
42
6 Begeleiding Begeleiding wordt ingezet wanneer het noodzakelijk is een jeugdige en zijn/haar gezin te ondersteunen bij handelingen in het dagelijks leven. Deze vorm van jeugdhulp wordt over het algemeen ingezet bij jeugdigen met psychosociale problematiek. Ter overbrugging van een wachttijd voor behandeling of bij afschaling wordt ook regelmatig gekozen voor begeleiding. Doel van begeleiding is dat de jeugdige zo veel als mogelijk deel kan nemen aan het maatschappelijke leven (normaliseren). Begeleiding kan plaats vinden binnen het gezin, op locatie van de aanbieder maar ook op school. Vaak wordt begeleiding ingezet in groepsverband, waarbij de leerdoelen per jeugdige kunnen verschillen. In een groepssituatie kan een jeugdige vaardigheden direct in de praktijk brengen. Figuur 42: aantal unieke jeugdigen met begeleiding/dagbehandeling/verblijf binnen de sector begeleiding
Het aantal jongeren binnen de sector begeleiding stijgt nog steeds. In tegenstelling tot de rapportage over 2019 zijn de cijfers van het expertteam van begeleiding niet in het totaal opgenomen waardoor de stijging beperkt lijkt. Als gevolg van de cliëntenstops is de druk op het expertteam en de PGB’s toegenomen.
43
6.1 Ambulante begeleiding Figuur 43: aantal unieke jeugdigen met ambulante begeleiding binnen de sector begeleiding
Het aantal unieke jeugdigen met ambulante begeleiding lijkt te stabiliseren rond de 800 jeugdigen (excl cijfers expertteam). Met de cijfers van begeleiding vanuit het expertteam is er sprake van een toename. In 2019 was sprake van cliëntenstops bij meerdere aanbieders en in 2020 was dit ook het geval waarbij ook andere interventies zijn ingezet zoals de kaders begeleiding en de Nee-Tenzij regeling voor hulp die wel ingezet moest worden. Daarnaast heeft Covid-19 ook een effect gehad wat zich moeilijk laat duiden omdat dit ook per aanbieder verschilt. Van diverse aanbieders zijn signalen ontvangen van verhoogde no-show waardoor de ingeplande zorg niet kon worden geleverd. In de tweede helft van 2020 had een fors aantal aanbieders een cliëntenstop of pas instroommogelijkheden na uitstroom. Hierdoor is de verantwoordelijkheid voor overbruggingszorg tussen de GI's, de coöperatie JGT's en de aanbieders ook een regelmatig terugkerend onderwerp van gesprek geweest. Bij een melding van een aanbieder dat deze geen ruimte in budget heeft voor nieuwe cliënten, stelt TWO Jeugdhulp altijd een aantal analysevragen. Zo wordt de facturatie gecontroleerd (gemiddelde uren-inzet en tarief in vergelijking met andere aanbieder en voorgaand jaar) en dient de aanbieder een prognose af te geven voor het hele jaar.
Ook bespreekt TWO Jeugdhulp met de jeugdhulpaanbieder de mogelijkheid om een lager tarief te hanteren, de prevalentiecijfers en het tijdig afschalen of overdragen van cliënten. Kaders begeleiding In oktober 2020 zijn kaders voor begeleiding gestart. Deze kaders zijn nog in ontwikkeling maar met deze eerste stap wordt beoogd om scherper af te bakenen wat wel en niet onder jeugdhulp wordt verstaan en welke inzet in aantal uren en duur van begeleiding passend is bij de hulpvraag. Door het ontbreken van kaders van wat wel en niet jeugdhulp is, is in de afgelopen jaren een grote diversiteit aan visie en inzet van zorg voor deze doelgroep bij de aanbieders. Er was niet bepaald wat ‘goed genoeg’ is qua inzet, waardoor verschillende aanbieders van jeugdhulp verschillende inzet plegen qua duur en intensiteit.
44
Faillissement In 2020 is een aanbieder failliet gegaan die zich specifiek richtte op jongeren met autisme met een intensieve begeleidingsvraag. Voor deze jongeren is beperkt aanbod beschikbaar. Het gaat om beperkte aantallen maar met hoge kosten. Deze aanbieder werd al scherp gevolgd vanwege een kwetsbare bedrijfsvoering waarover ook verbeterafspraken zijn gemaakt. Dat heeft helaas niet mogen baten. Voor alle kinderen die in zorg waren is een alternatief gerealiseerd. Figuur 44: percentage jeugdigen met ambulante begeleiding per 100 jeugdigen 0 tot en met 17 jaar
De bovenstaande grafiek geeft een beeld van de situatie van de individuele gemeenten ten opzichte van het gemiddelde. De verschillen zijn minimaal tussen de gemeenten.
45
Figuur 45: aantal jeugdigen met ambulante begeleiding naar leeftijd
In de verschillende leeftijdsgroepen zijn de wijzigingen het grootst bij de 4-11-jarigen. De toename in die leeftijdscategorie wordt in aantallen gecompenseerd door een afname bij de 12-16-jarigen en de 17-jarigen. figuur 46: toeleiders naar ambulante begeleiding (per traject)
46
Het JGT is met afstand de grootste toeleider naar begeleiding. Vergeleken met 2018 stijgen de verwijzingen door JGT. De verwijzingen door de huisarts zijn toegenomen ten opzichte van 2019 maar nog wel minder dan in 2018. De GI verwijst wel vaker door naar begeleiding waarbij uit de gesprekken met de GI’s ook blijkt dat zij intensieve ambulante begeleiding als alternatief voor een uithuisplaatsing willen inzetten. De verwachting is dat die trend zal doorzetten. Het percentage verwijzingen naar begeleiding door een GI is van 2019 naar 2020 gestegen van 12% naar 13,5% en zal naar verwachting gaan toenemen in de toekomst.
6.2 Dagbehandeling Tijdens de dagbehandeling verblijft de jeugdige zonder overnachting in groepsverband op de locatie van de aanbieder. De groepsleiding creëert een pedagogisch klimaat waarbij de jeugdigen worden gestimuleerd om zo zelfstandig mogelijk te functioneren. Een aanbieder kan naast dagbehandeling begeleiding inzetten om doelen te bereiken. De doelgroep is met name jongeren met gedragsproblemen in combinatie psychische problematiek, zoals autisme, angsten, depressie, ADHD. Figuur 47: aantal unieke jeugdigen met dagbehandeling binnen de sector begeleiding
Sinds 2018 is het aantal kinderen dat dagbehandeling krijgt binnen de sector begeleiding, stijgend.
47
Figuur 48: aantal jeugdigen met dagbehandeling naar leeftijd
Met name het aantal jeugdigen in de leeftijdscategorie 4-11 jaar is in 2020 flink gestegen. Aanbieders bevestigen dit maar een duidelijke verklaring is niet bekend. Figuur 49: percentage jeugdigen met dagbehandeling per 100 jeugdigen 0 tot en met 17 jaar
48
6.3 Verblijf Binnen de sector ambulante begeleiding worden jeugdigen soms opgenomen wanneer er sprak is van zeer complexe problemen en thuis wonen voor de jeugdige tijdelijk niet mogelijk is. Daarnaast bieden sommige aanbieders ook tijdelijk verblijf aan als respijtzorg. Respijtzorg is gericht op de ontlasten van ouders of anderen die een jeugdige als gezinslid verzorgen en opvoeden. Figuur 50 : aantal unieke jeugdigen met verblijf binnen de sector begeleiding
Figuur 51: aantal jeugdigen met verblijf binnen de sector begeleiding naar leeftijd 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
49
0-3 jaar
4-11 jaar
12-16 jaar
17 jaar
18 jaar en ouder
Ook bij verblijf is de stijging in de leeftijdscategorie 4-11 jaar gestegen in vergelijking met 2019. De reden hiervan is niet bekend. De toeleider voor deze cliënten is bij het merendeel(10)van deze cliënten het JGT en in de overige 4 gevallen de GI.
50
7 Verlengde jeugdhulp Verlengde jeugdhulp richt zich op jeugdigen die 18 jaar worden, bij pleegouders wonen of elders residentieel verblijven, en nog steeds een hulpvraag hebben op grond van de Jeugdwet (verlengde jeugdhulp). Dat wil zeggen een vraag die gerelateerd is aan opvoeden en opgroeien, met als doel het zelfstandig functioneren in de samenleving. Veel jongeren die verblijven bij een pleegzorgfamilie of een jeugdhulpinstelling kunnen er baat bij hebben om nog wat langer in dezelfde vertrouwde omgeving te blijven wonen. Net als hun leeftijdgenoten die 18 jaar worden, en misschien nog wel meer, hebben zij ondersteuning en begeleiding nodig op weg naar zelfstandigheid. De verlengde jeugdhulp maakt onderdeel uit van de maximale bestedingsruimten van aanbieders. Het gaat in onderstaande grafieken om het aantal jeugdigen dat in het betreffende zorgjaar 18 jaar was. Jeugdigen die in de loop van het jaar de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, zijn niet in deze overzichten meegenomen. Figuur 52: aantal jeugdigen in verlengde jeugdhulp per vorm van jeugdhulp en totaal voor de regio 120
106
104
100
91
80 60 40
54
53 40
47 46
43 22
20 0
7 J&O
Veiligheid
5 GGZ
2018
51
17 4 VG 2019
2020
9
1
1
Begeleiding
Holland Rijnland
Figuur 53: aantal jeugdigen in verlengde jeugdhulp per gemeente en totaal voor de regio 120 104106 100
91
80 60 45 4140
40 20 0
8
45
12
17 7
12 79
345
22
8
17 18 13
121210 2
53
002
Er is een stijging zichtbaar in de aantallen cliënten die verlengde jeugdhulp ontvangen. Dit komt met name door het de pleegzorg waarbij jeugdigen nu niet (meer) uitstromen na 18 jaar: jeugdigen die nog pleegzorg nodig hebben mogen tot hun 21ste deze zorg blijven ontvangen. In 2020 heeft TWO regelmatig overleg gehad met de WMO afdeling en beleidsmedwerkers van gemeenten en de aanbieders waardoor meer afstemming is ontstaan over de financiering van de hulp. Als sprake is van problematiek die in het verlengde ligt van de opvoeding en van problemen binnen de primaire steungroep, dan is verlengde jeugdhulp aan de orde. Als de problematiek voornamelijk ligt in de problematiek van de cliënt en geen sprake meer is van opvoedingsvragen, dan volgt financiering vanuit de Wmo. Veiligheid na 18 jaar betreft de jeugdreclasseringsmaatregelen. De verlengde jeugdhulp in de GGZ wordt verduidelijkt bij de SGGZ in deze jaarrapportage.
52
8 Inzet van jeugdhulp in het kader van veiligheid 8.1 Jeugdbescherming en jeugdreclassering Jeugdbescherming/jeugdreclassering is een laatste remedie wanneer veilig en gezond opgroeien met vrijwillige hulpverlening niet kan worden gerealiseerd. Jeugdreclassering wordt ingezet bij jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar die worden verdacht van het plegen van een strafbaar feit of die hiervoor zijn veroordeeld. De Gecertificeerde Instellingen zijn verantwoordelijk voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering en leveren zelf geen jeugdhulp. Voorafgaand aan jeugdbescherming wordt, indien mogelijk, gekeken of door inzet van preventieve jeugdbescherming de inzet van jeugdbescherming kan worden voorkomen. Figuur 54: totaal aantal jeugdigen met een maatregel jeugdbescherming of jeugdreclassering in Holland Rijnland* 800 700 600 500 400 300 200 100 0
2018 Jeugdreclassering
2019 Preventieve Jeugdbescherming
2020 Maatregel Jeugdbescherming
*exclusief Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn (deze aantallen zitten nl. niet in het berichtenverkeer) Het aantal maatregelen voor Jeugdreclassering is in 2020 ca 15% gedaald ten opzichte van 2018 en 2019. Deze dalende trend is ook landelijk zichtbaar. Vanaf de decentralisatie in 2015 is landelijk een dalende trend zichtbaar voor Jeugdreclassering. Landelijk is het aantal jongeren met Jeugdreclassering van 2019 naar 2020 gedaald van ca. 9.100 naar 8.500. Het aantal maatregelen Jeugdbescherming is licht gedaald ten opzichte van 2019 maar nog wel ca 13% hoger dan 2018. Landelijk is het aantal jongeren met Jeugdbescherming nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2019.
53
8.2 Jeugdbeschermingstafel (JBT) De Jeugdbeschermingstafel (JBT) is de wijze waarop zaken worden toe geleid naar de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), vanaf 1 januari 2015. Het overleg aan de JBT is bedoeld om ouders en minderjarigen toe te leiden naar de meest passende vorm van hulp, hen weer in hun kracht te zetten en om te zware vormen van hulp te voorkomen (conform de Jeugdwet). Tijdens het overleg wordt bekeken of er nog mogelijkheden zijn in het vrijwillig kader of dat een onderzoek door de RvdK onvermijdelijk is. Daarnaast biedt de JBT de mogelijkheid om te bezien of continuering van hulpverlening op het snijvlak tussen vrijwillig en gedwongen nog op elkaar aansluit en wat dit concreet betekent voor de veiligheid van de betrokken minderjarigen. Tevens worden aan de JBT knelpunten in de keten gesignaleerd ter bevordering van de samenwerking, in het kader van borging van de veiligheid van de minderjarigen. De Jeugdbeschermingstafel heeft over 2020 een uitgebreid jaarverslag geschreven. Deze is terug te vinden in de stukken als bijlage.
54
9. Niet (regionaal) gecontracteerde jeugdhulp 9.1 Expertteam In 2020 is op basis van de eerder genoemde gronden bij 185 casussen ingestemd met de inzet van een niet gecontracteerde zorgaanbieder: Figuur 55
Type Expertteam Verhuizing/Wijziging gezag Crisisplaatsing Zorg continuïteit Akkoord gemeente Totaal
Akkoord 159 16 6 3 1 185
Niet akkoord 9
Vervallen 6 1
9
7
Totaal 174 16 7 3 1 201
Het JGT, gecertificeerde instellingen en gecontracteerde jeugdhulpaanbieders kunnen een verzoek indienen bij de het Expertteam voor het inschakelen van een niet-gecontracteerde jeugdhulpjeugdhulpaanbieder. Het Expertteam bestaat uit een afvaardiging van jeugdhulpaanbieders, toeleiders en onderwijs. Er vindt geen inhoudelijk advies plaats. Het Expertteam oordeelt of de hulpvraag beantwoord kan worden in de regio door een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder of dat de inzet van een niet gecontracteerde zorgaanbieder noodzakelijk is. 1.1. Aantal aanvragen In de afgelopen twee jaar is het aantal aanvragen voor niet gecontracteerde aanbieders bij het Expertteam aanzienlijk gestegen: Figuur 56
Jaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Aantal 153 164 105 81 150 174
Hiermee rekening houdend is het toetsingskader van het Expertteam met ingang van 01 december 2020 aangescherpt (bijlage 2 en 3). Omdat de ingangsdatum van deze wijziging 01 december 2020 is wordt in deze memo nog niet stilgestaan bij een (mogelijk) effect van deze nieuwe kaders. Na het eerste kwartaal 2021 zal een eerste evaluatie op de effect van deze nieuwe toetsingskaders plaatsvinden waarin ook naar december 2020 gekeken zal worden. 1.2. Aanvragen in 2020 De werkwijze van en route naar het Expertteam is niet altijd duidelijk bij de verwijzers. In 2019 ontving het Expertteam nog dagelijks vragen over de route Expertteam. Daarom zijn de verwijzers begin 2020 opnieuw geïnformeerd over de werkwijze van het Expertteam. In 2020 is het aantal vragen over de route Expertteam afgenomen en ontvangt TWO Jeugdhulp niet meer dagelijks maar meerdere keren per week vragen. Voordat een casus wordt ingebracht in het Expertteam vindt een controle door TWO Jeugdhulp plaats. Wanneer bijvoorbeeld, een aanvraag wordt ingediend voor een jeugdhulpaanbieder die niet aan de kwaliteitseisen voldoet wordt deze niet ingebracht in het Expertteam. Om deze reden wil deze toetsing op de 55
kwaliteitseisen in 2021 aan de voorkant, bij de verwijzer, neerleggen. Hiervoor zullen wij een aantal vragen aan het aanvraagformulier voor niet gecontracteerde zorg toevoegen. Een ander voorbeeld is dat een aanvraag voor plaatsing bij een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder vooraf moet worden ingediend. Het komt echter nog regelmatig voor dat het JGT door ouders benaderd wordt voor enkel het regelen van financiën van een niet-gecontracteerde aanbieder waar een kind al in zorg is en al een behandelrelatie is opgebouwd. In deze situatie wordt achteraf een aanvraag ingediend. Als deze afgewezen wordt is dat een teleurstelling. Ook een aanvraag voor verlenging wordt vaak te laat ingediend door de verwijzer bij het Expertteam. Niet gecontracteerde aanbieders en verwijzers zijn zich er niet van bewust dat na 6 maanden een aanvraag voor verlenging ingediend moet worden. Om dit in de toekomst te voorkomen zal dit beter worden geformuleerd in de documentatie van het Expertteam. Reden Verlenging / zorgcontinuïteit Expertise aanbieder In regio geen passende plek Cliënt buitenregionaal Ervaring met zorgaanbieder Crisis / spoedplaatsing Eindtotaal
Aantal 56 40 22 22 13 6 159
Daarnaast gaan sommige niet gecontracteerde aanbieders ervan uit dat bij goedkeuring van de aanvraag om zorg te mogen leveren ook akkoord wordt gegaan met het tarief van de niet gecontracteerde aanbieder. Hierdoor ontstaat vaak achteraf discussie over de tarieven. Holland Rijnland hanteert maximale tarieven en hier kan niet van worden afgeweken. Om deze discussie in de toekomst te voorkomen zal aan het aanvraagformulier van niet gecontracteerde zorg worden gevraagd om het tarief van de zorgaanbieder. Hierbij kan direct worden getoetst of het gehanteerde tarief passend is.
Er wordt ook uitgeweken naar het niet gecontracteerde aanbod terwijl de zorg beschikbaar is in het gecontracteerde aanbod, maar daar het budgetplafond bereikt is. De route van de Nee, tenzij regeling is hierbij voorliggend ten opzichte van het Expertteam, mits aan de voorwaarden voldaan is. 1.3. Reden akkoord aanvraag Op basis van de aanvragen en beoordeling zijn de volgende redenen om in te stemmen met een casus geformuleerd: Crisis / spoedplaatsing – De eerste 4 weken van een crisis plaatsing bij een niet gecontracteerde aanbieder wordt vergoed zonder aanvraag bij het Expertteam. Soms wordt deze echter wel ingediend. Daarnaast moet, wanneer een jeugdige langer bij een niet gecontracteerde aanbieder blijft, voor de verlenging een aanvraag bij het Expertteam worden ingediend. Cliënt buitenregionaal – Een Holland Rijnland gemeente is financieel verantwoordelijk voor een jeugdigen die niet in een Holland Rijnland gemeente woonachtig is. Expertise aanbieder - de hulpvraag kan niet beantwoordt worden door een regionaal gecontracteerde aanbieder omdat desbetreffende expertise niet aanwezig is in het gecontracteerde aanbod. In regio geen passende plek – De noodzakelijke hulp is onvoldoende beschikbaar in het regionaal gecontracteerde aanbod.
Verlenging / zorgcontinuïteit – Er is eerder ingestemd met een plaatsing bij een niet gecontracteerde aanbieder en deze plaatsing wordt verlengt. In 2020 was de meest voorkomende reden om in te stemmen met een plaatsing bij een niet regionaal gecontracteerde aanbieder dat het een verlenging van een eerdere plaatsing betrof. Het betreft hier een aanzienlijke stijging ten opzichte van 2019. Toen bij 29 casussen is ingestemd met een verlenging.
56
1.4. Aantal aanvragen per sector Figuur 57
Sector Begeleiding GGZ J&O VG Eindtotaal
Ambulant 75 44 5 4 128
Verblijf 7 39 45
Totaal 82 44 44 4 174
Waarvan akkoord 78 38 39 4 159
1.5. Reden akkoord aanvraag per sector 1.5.1. Figuur 58
Begeleiding Reden
Expertise aanbieder Verlenging / zorgcontinuïteit In regio geen passende plek Ervaring met zorgaanbieder Cliënt buitenregionaal Crisis / spoedplaatsing Eindtotaal
Ambulant 24 15 12 9 8 3 71
Verblijf 1 5
1 7
Totaal 25 20 12 9 8 4 78
In 2019 zijn 21 aanvragen voor verlenging van de begeleiding van niet gecontracteerde aanbieders ingebracht. Een maatwerk overeenkomst wordt in principe voor een half jaar afgegeven met als doel dat de cliënt zo snel mogelijk met bijhorende zorg weer in eigen omgeving kan functioneren. Wanneer een cliënt langer in zorg is moet een verlenging worden aangevraagd bij het Expertteam. Een mogelijke oorzaak hiervan is dat verwijzers onvoldoende inhoudelijk betrokken blijven bij een casus als de cliënt buitenregionaal wordt geplaatst. De vraag is of in het behandelplan van een aanbieder altijd wordt meegenomen dat het doel dat de cliënt zo snel mogelijk met de juiste begeleiding weer in eigen omgeving kan functioneren. Per 1 oktober 2020 zijn de kaders voor begeleiding in werking getreden voor gecontracteerde aanbieders. Hierdoor moeten gecontracteerde aanbieder per client aantonen waarom er meer zorg nodig is dan de vastgesteld kaders van 2 uur per week voor 6 maanden. Hiervoor zal ook iets worden ingebouwd voor de niet gecontracteerde aanbieders om te kunnen monitoren. Ook hier is de belangrijkste reden om een niet gecontracteerde zorgaanbieder in te zetten echter de expertise van desbetreffende aanbieder. Het Expertteam heeft dit jaar een groei in aanvragen bij diverse aanbieders met een expertise in thuiszitters / schooluitvallers gezien.
Een groot deel van deze casussen (10) en bijhorende bestedingsruimte (in 2019 € 374.390,20 en doorlopend in 2020 € 309.009,88) betreft de inzet van Inizo. Deze organisatie richt zich op dagbesteding van een doelgroep die uitgevallen is op onderwijs. Het gaat hier om jeugdigen die terugkeren uit een behandelsetting. Begeleiding is een tussenstap in de overgang van behandeling naar school. Voorzieningen voor deze jeugdigen zijn beperkt in de regio aanwezig. Inizo is per 1 juli 2020 een gecontracteerde aanbieder binnen de regio Holland Rijnland.
57
1.5.2.
GGZ
Figuur 59
Reden Verlenging / zorgcontinuïteit Cliënt buitenregionaal Expertise aanbieder Ervaring met zorgaanbieder In regio geen passende plek Eindtotaal
Ambulant 13 11 10 3 1 38
Totaal 13 11 10 3 1 38
Binnen de GGZ sector is de meest voorkomende reden om een cliënt te plaatsen bij een niet gecontracteerde aanbieder de expertise van desbetreffende aanbieder. Het gaat hier veelal om problematiek met een relatief kleine doelgroep waar regionaal geen aanbod voor beschikbaar is. In 9 gevallen gaat het bijvoorbeeld om cliënten met gender identiteit problematiek. Deze doelgroep heeft landelijk de aandacht in verband met een groei in cliënten die worden aangemeld bij en dus wachttijden richting het medisch circuit. Mogelijk neemt hierdoor de probleembelevingstijd en dus de hulpvraag toe. Daarnaast betreft het in een aantal gevallen GGZ trajecten voor cliënten die volgens het woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van regio Holland Rijnland vallen, maar in een andere regio woonachtig is. In deze situatie wordt gezocht naar een lokale GGZ aanbieder. 1.5.3.
J&O
Figuur 60
Reden Verlenging / zorgcontinuïteit In regio geen passende plek Expertise aanbieder Cliënt buitenregionaal Crisis / spoedplaatsing Ervaring met zorgaanbieder Eindtotaal
Ambulant 1 1 2
4
Verblijf 20 7 2 3 2 1 35
Totaal 21 8 4 3 2 1 39
Bij 6 casussen betreft het een verlenging van een eerdere plaatsing in een gezinshuis en bij 5 casussen betreft het een nieuwe plaatsing in een gezinshuis. Het gebrek aan gezinshuizen is een bekend probleem in de regio Wanneer een cliënt in een gezinshuis wordt geplaatst betreft dit veelal een perspectief biedende plek. Omdat het hier een langdurige plaatsing betreft stemt het Expertteam in deze situatie in met de inzet van een jaar in plaats van een half jaar. De verwachting is echter dat de plaatsing ook daarna zal doorlopen en een verlenging wordt aangevraagd. 1.5.4. Figuur 61
VG
Reden Verlenging / zorgcontinuïteit Expertise aanbieder In regio geen passende plek Eindtotaal
Ambulant Totaal 2 1 1 4
2 1 1 4
Het aantal casussen ingebracht bij het Expertteam met betrekking op LVB problematiek is laag ten opzichte van de aanmeldingen in andere sectoren. De bestedingsruimte is relatief hoog doordat het in een casus een duurdere verblijfsplek betreft. Dit is voor 2020 hetzelfde gebleven als in 2019. 58
9.1.2 Verhuizing / wijziging woonplaatsbeginsel Bij verhuizing van een gezin / jeugdige tijdens het, door de vertrekkende gemeente reeds toegekende, hulpverleningstraject worden op basis van het ‘convenant uitvoering woonplaatsbeginsel Jeugdwet ’ de bestaande afspraken en indicatie voor maximaal een jaar overgenomen. Voor een eventuele verlenging na dit jaar moet een aanvraag bij het expertteam worden ingediend. In 2020 zijn op deze manier 16 overeenkomsten afgesloten met niet regionaal gecontracteerde zorgaanbieders: Figuur 62
Sector J&O GGZ Begeleiding Eindtotaal
Ambulant 2 5 3 10
Verblijf 6 6
Totaal 8 5 3 16
9.1.3 Crisisplaatsingen Bij plaatsing van een cliënt in crisis, is de financiering voor maximaal 4 weken gegarandeerd. Hiervoor hoeft geen aanvraag bij TWO Jeugdhulp of het Expertteam te worden ingediend. In 2020 is 6 keer een cliënt in crisis bij een niet gecontracteerde zorgaanbieders geplaatst. 9.1.4 Zorgcontinuïteit Wanneer een cliënt langdurig in zorg is bij een niet gecontracteerde zorgaanbieder (bijvoorbeeld wanneer sprake is van pleegzorg) kan op basis van zorgcontinuïteit een maatwerk overeenkomst worden afgesloten zonder tussenkomst van het Expertteam. In 2020 is dit 3 keer gebeurd. In alle drie de gevallen gaat het om cliënten die al voor de transitie in pleegzorg zaten bij een aanbieder die in deze regio niet gecontracteerd is.
59
9.2 LTA
Sommige cliënten ontvangen specialistische jeugdhulp middels het Landelijk Transitie Arrangement (LTA). Dit betekent dat deze jeugdhulp zo specialistisch is dat de contractafspraken met deze aanbieders via de VNG verlopen. Namens gemeenten heeft de VNG-afspraken gemaakt over de landelijke inkoop jeugdzorg met landelijke aanbieders met een specialistische functie (Jeugd) of voorziening (Wmo/ZG). Deze functies worden per regio door relatief weinig jeugdigen gebruikt. Landelijke inkoop is noodzakelijk om de functie te behouden. De facturatie van deze jeugdhulp loopt wel via het berichtenverkeer bij TWO Jeugdhulp. Deze LTA-jeugdhulp betreft voor 98% jeugdhulp binnen de GGZ sector. Figuur 63 aantal unieke jeugdigen met LTA ambulant
In figuur 63 is te zien dat het aantal cliënten met LTA zorg hoger ligt in 2020. Deels wordt dit veroorzaakt doordat Rivierduinen in 2019 de LTA zorg op reguliere codes schreef, terwijl dit LTA betrof. Het gaat om 39 cliënten in het 1e halfjaar van 2020. Ondanks de inzet van Rivierduinen is nog steeds een flinke stijging terug te zien in het aantal LTA clienten. Hierbij is mogelijk sprake van een ‘waterbedeffect’: de regionale jeugdhulp zit op slot, dus stijgt LTA zorg omdat deze zorg niet is begrensd vanwege de landelijke afspraken.
60
Figuur 64 aantal unieke jeugdigen met LTA verblijf
In figuur 64 is te zien dat het aantal cliënten met LTA zorg in verblijf hoger ligt in 2020. Deels wordt dit veroorzaakt doordat er in 2020 door een aanbieder onterecht op LTA heeft geboekt. Daardoor is de stijging minder hoog, maar nog wel sprake van een stijging. Dit is opvallend, omdat de GGZ Verblijf regulier is gedaald in 2020. Hierbij is mogelijk sprake van een ‘waterbedeffect’: de regionale jeugdhulp zit op slot, dus stijgt LTA zorg omdat deze zorg niet is begrensd vanwege de landelijke afspraken.
61