CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

D11. Bijlage 1 bij Raadsinformatiebrief 2021 - week 11

Besluitvormende raadsbijeenkomst 25 maart 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken12.623 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rijksprogramma Regie op Gegevens (RoG) Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening en handelt in opdracht van de ministeries van BZK en EZK. De impact op belastingorganisaties is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin persoonlijk datamanagement (PDM) wordt ingevoerd, zal dit van invloed worden op onze dienstverlening. Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een meer interactieve ‘MijnOverheid’. Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens. Specifiek voor het WOZ-gegevensbeheer betekent dit dat in de toekomst (nog) meer ingespeeld moeten worden op de ontwikkeling dat er steeds meer belang gehecht wordt aan de wijze waarop met (persoonlijke)gegevens wordt omgegaan. De planning is om vanaf 2021/2022 een project op te starten waarin de objectgegevens permanent ‘opengezet’ worden ter inzage en/of aanpassing.

Vooralsnog zal gestart gaan worden met het kleinschalig opdoen van ervaringen, bijvoorbeeld door het doen van voormeldingen, waarna na analyse en getrokken conclusies deze mogelijkheid in de daarop volgende jaren over alle WOZ-objecten binnen de BSGR uitgerold kan gaan worden. Kanttekening hierbij is wel dat dit slechts een middel is en dat controle en analyse door de medewerkers (ook in verband met synchroon houden van koppelingen tussen basisregistraties) noodzakelijk blijft.

Bovenstaande ontwikkelingen geven aan dat deze werkzaamheden op de afdeling WOZ aan veranderingen onderhevig blijven. Steeds meer specifieke en diepgaande kennis van het totale belastingproduct gecombineerd met voldoende inzicht (helicopterview) in het stelsel van basisregistraties, technisch en ruimtelijk inzicht alsmede het kunnen maken van onderbouwde analyses zullen richtinggevend zijn in de doorontwikkeling van de medewerkers objecten WOZ.

Het leveren van Stuf WOZ-bestanden vanuit de LV WOZ aan Waterschappen en de Belastingdienst is tot uiterlijk 1 juli 2021 verlengd. De Waarderingskamer neemt de kosten voor deze verlenging voor haar rekening. Zij heeft daarbij wel de wens uitgesproken dat ook de Stuf TAX-bestanden op korte termijn worden uit gefaseerd.

Tot slot zal uiterlijk op 1 januari 2022 het Kadaster het beheer en de ontsluiting van de WOZdetailgegevens van Dataland overnemen. De BSGR zal, als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten, een nieuwe overeenkomst met het Kadaster aangaan en deze gegevens bij het Kadaster blijven aanleveren. Het Kadaster heeft in de aangeleverde overeenkomsten nog onvoldoende rekening gehouden met aanlevering door uitvoeringsorganisaties maar zal aangepaste overeenkomsten, naar eigen zeggen, tijdig ter beschikking stellen.

19

Kadernota 2022 Ontwikkelingen op het gebied van waarderen (taxateurs woningen, niet-woningen en specialisten taxaties):

-

De ontwikkeling van een nieuwe generatie taxatiemodellen De traditionele taxatiemodellen, veelal gebaseerd op sec vergelijkings- of (lineaire) regressiemethodieken, die op dit moment gebruikt worden zullen tussen 2021 en 2025 in hoog tempo aan veranderingen onderhevig blijven. Wanneer voor ons huidige taxatiemodel, met name op het gebied van de woningen, geen ontwikkelingen richting integratie met Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning (ML) zullen volgen, zal op (korte) termijn een aanbestedingstraject op dit vlak overwogen moeten worden. Deze nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen flexibeler gebruik maken van verschillende vormen van informatie en (open) data. Dit maakt dat, met name voor de Specialist Taxaties Woningen, steeds meer nadruk komt te liggen op hoogwaardige analyse-skills, inrichten, verfijnen en kalibreren van moderne modellen. In 2021 zal bekeken worden of er in 2022 een aanbesteding op dit vlak zal volgen. Het uiteindelijke doel blijft, binnen de context van de geldende eisen voor de uitvoering van de WOZ-werkzaamheden, dat de aansluiting op marktwaarde zo maximaal/optimaal mogelijk is. Aan de hand van (internationale) standaarden wordt de kwaliteit van de taxatiemodellen door de Waarderingskamer bewaakt.

Naast het kunnen bepalen van een zo juist mogelijke taxatiewaarde zal er ook veel aandacht voor transparantie en uitlegbaarheid moeten zijn bij introductie van deze nieuwe vorm van taxatiemodellen: we moeten immers aan onze inwoners (waardering en bezwaren) en de rechterlijke macht (beroepen) uit kunnen leggen hoe de WOZ-waarde op basis van moderne taxatiemodellen tot stand gekomen is.

-

Waarderen op gebruiksoppervlakte De BSGR heeft voor belastingjaar 2021 de herwaardering voor de woningen voor de gemeenten Leiderdorp en Gouda op basis van gebruiksoppervlakte uitgevoerd. Vanaf belastingjaar 2022 (waardepeildatum 1 januari 2021) zullen alle woningwaarderingen binnen de BSGR op gebruiksoppervlakte bepaald worden. Dit kan leiden tot (onverwachte) verschuivingen in de WOZ waarden, met als gevolg mogelijk meer bezwaren. Dit is echter bij een conversietraject van deze omvang niet geheel te voorkomen.

-

Invloed van coronamaatregelen op de WOZ waarderingen In opdracht van de Waarderingskamer is door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen Lokaleoverheden (ESBL) een rapport geschreven over de mogelijke gevolgen van coronamaatregelen op WOZ waarderingen. De conclusie is dat de huidige wettelijke systematiek van de Wet WOZ gemeenten en uitvoeringsorganisaties slechts in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer deze leiden tot substantiële gebruiksbeperkingen van specifieke (typen) objecten, de mogelijkheid biedt om de invloed van coronamaatregelen tot uitdrukking te laten komen in de WOZ waarderingen, zeker voor belastingjaar 2021. Echter de verwachting is dat NCNP-bureaus en/of andere gemachtigden zich hier aankomend jaar, met name op het vlak van de niet-woningen, massaal op gaan richten. Hoe uiteindelijk de rechterlijke macht de regelgeving en (nieuwe) jurisprudentie over dit onderwerp gaat uitleggen, is nooit zeker en brengt een bepaald risico met zich mee. Op basis van marktanalyses die de basis vormen voor volgende jaren, ligt het in de lijn der verwachting dat alle eventuele waardeveranderingen als gevolg van coronamaatregelen, vanaf belastingjaar 2022 wel tot uitdrukking zullen gaan komen in de WOZ waarden van onroerende zaken (niet-woningen).

-

De openbaarheid van WOZ-waarden van niet-woningen De politiek weegt vooralsnog af of het wenselijk is om deze waarden openbaar te maken. Enerzijds zou het kunnen leiden tot verbetering van de kwaliteit van gegevens en daarmee van de vastgestelde WOZ-waarde, anderzijds blijven tegenhangers wijzen op de concurrentiegevoeligheid van de informatie

20

Kadernota 2022 -

Verantwoordingsdocument, taxatierapporten en/of taxatieverslagen nieuwe stijl Samen met de Waarderingskamer, de VNG, de LVLB en WOZ-dienstverleners wordt gewerkt aan een verantwoordingsdocument waarin de inrichting van het WOZ-proces, de vakbekwaamheidseisen van de taxateurs, de gebruikte gegevens en de overige factoren waarmee de taxatiewaarde bepaald wordt, worden beschreven. Daaraan gekoppeld zou dan ook een uitgebreid(er) taxatieverslag nieuwe stijl opgesteld moeten gaan worden met meer inzicht in de uitgangspunten waaronder de taxatie tot stand is gekomen. Ook wordt er, in samenspraak met het Nederlands Register VastgoedTaxateurs (NRVT) gewerkt aan een uniform taxatierapport voor WOZ taxaties.

-

Herziening gemeentelijk belastinggebied Het rapport ‘Bouwstenen voor de verruiming van het lokaal belastinggebied‘ zal als onderwerp worden ingebracht bij de komende kabinetsformatie na de Tweede Kamerverkiezingen in het voorjaar van 2021. Onduidelijk is dus vooralsnog welke voorstellen uit deze notitie de komende jaren een rol (kunnen) gaan spelen bij de vaststelling van de WOZ-waarden en/of de aanslagoplegging. Met name de verruiming van het gemeentelijke belastinggebied, door mogelijke herinvoering van de OZB-gebruikersbelasting voor woningen, en het verbreden van de belastinggrondslag OZB, waarbij wordt voorgesteld om één of meer OZB-vrijstellingen (en uitzonderingen) af te schaffen, kunnen een behoorlijke impact hebben op de uitvoeringswerkzaamheden binnen de WOZ. Naast deze notitie over verruiming spelen er nog een aantal ingediende moties vanuit de Tweede Kamer die juist een tegengestelde beweging maken: Met name de moties inzake de vrijstelling OZB voor zonnepanelen (Lodders), ter voorkoming van ontmoediging van verduurzaming door hogere lokale belastingen, en de motie inzake een lager (woning) tarief voor sportaccommodaties (Omtzigt) zijn daarbij actueel en in het oog springend. Bij deze laatste lijken wettekst en toelichting op het amendement niet met elkaar verenigbaar; het ingezette onderzoek kan uiteindelijk leiden tot aanpassing van artikel 220f Gemeentewet.

Ontwikkelingen op het gebied van bezwaar en beroep (juridisch medewerkers):

-

Ontwerpbesluit verhoging van proceskostenvergoeding in beroep en hoger beroep De verdere opmars van de bezwaar- (en beroeps)schriften welke door NoCureNoPay (NCNP) bureaus ingediend worden, zal naar verwachting de komende jaren niet afnemen. Zeker wanneer het voorgenomen besluit tot verhoging van de proceskostenvergoeding die de burger krijgt wanneer deze met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de rechter aangenomen wordt, zullen de kosten voor proces- en griffiekosten de komende jaren exorbitant kunnen gaan stijgen. Het op 16 december 2020 gepubliceerde ontwerpbesluit handhaaft vooralsnog het huidige tarief van de vergoeding van WOZ zaken in de fase van bezwaar, (administratief) beroep en hoger beroep (behoudens indexering). Een verhoging zou niet wenselijk zijn om verdergaande ‘juridisering van de samenleving’ te voorkomen. Het ontwerpbesluit lijkt zich vooralsnog te richten op verhoging van 40% van de standaardbedragen in de beroepsfase voor overige lokale heffingen.

-

Onderzoek bezwaren in relatie tot toegekende kostenvergoeding NCNP-bureaus Daarnaast heeft de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Financiën, aan de Tweede Kamer toegezegd in 2020 een onderzoek te laten uitvoeren naar de aantallen bezwaren door NCNP bedrijven tegen WOZ beschikkingen en tegen BPM-aangiftes alsmede de in verband daarmee toegekende kostenvergoedingen. Het onderzoek dient inzicht te bieden in de werkwijze en het verdienmodel van de NCNP bureaus; de vergoedingen voor deze bureaus staan vaak nauwelijks in verhouding tot de gemaakte kosten. Dit onderzoek is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). De uitkomsten van het onderzoek zijn diverse malen uitgesteld en zullen hopelijk begin 2021 gepresenteerd gaan worden. Mochten de uitkomsten van dit onderzoek de opmars van deze

21

Kadernota 2022 bureaus afremmen, wat zeer twijfelachtig is, dan wordt dit zeker niet eerder dan in 2022 verwacht.

Een verdere toename op dit procesonderdeel zou in de toekomst, zeker bij gelijkblijvende capaciteit, kunnen gaan leiden tot een dusdanige hoge inzet op personeelsvlak dat andere procesonderdelen hetzij in kwaliteit zullen inboeten hetzij niet meer uitgevoerd kunnen worden. Door het blijven zoeken naar innovatieve oplossingen en transparantie rondom het vaststellen van de WOZ-waarde zal getracht worden deze situatie op zo optimaal mogelijke wijze ‘het hoofd te bieden’. Ook het eerder genoemde verantwoordingsdocument en een uitgebreider (uniform) taxatieverslag kunnen hierin naar verwachting ‘een steentje bijdragen’. Echter het feit blijft dat waarderen definitie-technisch als wel in de praktijk omschreven moet worden als ‘zo goed mogelijk schatten of benaderen’ waarbij het waarde-begrip op dit moment juridisch vertaald lijkt te worden als ‘wiskundige, vaststaande berekening’ wat het feitelijk niet is.

22

Kadernota 2022

3.4

Overhead

Financiën De middelen staan de komende jaren blijvend onder druk. Wanneer teruggeblikt wordt op de afgelopen jaren kan een aantal kosten opdrijvende elementen genoemd worden die het gevolg zijn van:  Stijging van het aantal (waarde)bezwaren, mede als gevolg van  Toename van verzoeken NCNP bureaus  Forse areaalontwikkelingen  Stijging van de tarieven van de gemeentelijke deelnemers boven de inflatie met mogelijk extra WOZ bezwaren als gevolg Strak sturen op efficiency mede met behulp van automatisering kon de kostentoename de afgelopen jaren beperken, die rek lijkt er voor de komende jaren uit te zijn. Te meer daar de volgende ontwikkelingen op ons afkomen:  Ontwikkelingen en investeringen in de basisadministraties o.a. als gevolg van het convenant WOZ-ICT standaarden  De intrede van Artificial Intelligence  Forse areaalontwikkelingen ook in de toekomst  Gelet op de grote financiële druk op de gemeenten ook voor de komende jaren een verwachte stijgingen van de tarieven van de gemeentelijke deelnemers boven de inflatie leidend tot extra WOZ bezwaren  Als gevolg van de Corona crisis naar verwachting extra druk op de afdeling Inning als gevolg van extra verzoeken tot kwijtschelding en betalingsproblemen bij burgers en bedrijven Dit betekent dat er veel op de BSGR afkomt. De BSGR heeft in 2020 een formatie onderzoek gestart uitgaande van de bestaande workload.

Vooralsnog lijkt het erop dat de mutaties in de formatie binnen de bestaande financiële kaders kunnen worden opgevangen. Overigens vraagt de nieuwe cao van gemeenten en samenwerkende gemeentelijke organisaties waarschijnlijk om een jaarlijks terugkerend werkdruk onderzoek. Het hiervoor in 2020 verrichte onderzoek zal daarmee dan jaarlijks worden uitgevoerd. In de vorige kadernota is gevraagd om een budgettaire inhaalslag met betrekking tot de areaalontwikkelingen tot 1-1-2020. Het algemeen bestuur heeft de aanvraag gehonoreerd per begrotingsjaar 2021. De autonome areaalontwikkeling 2020-2021 is beperkt. Voorgesteld wordt daarom éénmaal in de drie jaar de ontwikkelingen qua areaal in kaart te brengen en zo nodig additionele middelen hiervoor te vragen. In vorige kadernota’s is nadrukkelijk de koepelvrijstelling besproken. Aangezien er zich het afgelopen jaar geen significante ontwikkelingen hebben voorgedaan die gemeenschappelijke regelingen betreffen volstaan we dit jaar met te melden dat dit onderwerp onze aandacht heeft. Indien zich ontwikkelingen voordoen zullen deze ter kennis van het Bestuur worden gebracht. Wel lijkt het erop dat uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie de koepelvrijstelling steeds verder doen beperken.

Personeelsontwikkeling Het sturen op kwaliteit van het personeelsbestand blijft in de komende jaren een aandachtspunt. De werkzaamheden dienen immers efficiënt en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd te worden. Er wordt steeds meer geautomatiseerd en gedigitaliseerd, waardoor de overblijvende taken andere vaardigheden en competenties vragen, zoals een hoger werk- en denkniveau en analytisch vermogen. De BSGR verwacht dat als gevolg van deze – ook landelijke - ontwikkelingen flankerend beleid zal moeten worden ingezet en hiervoor is tot en met 2022 budget voorzien.

23

Kadernota 2022 Personeelsontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen van de BSGR. Met behulp van een personeelsplanning kan de BSGR de meest optimale inzet nu en in de toekomst creëren; wat zijn gewenste kwaliteiten en wat moet er gebeuren om die kwaliteiten beschikbaar te hebben. Met behulp van dit instrument kunnen tijdig maatregelen worden genomen om ongewenste uitstroom te voorkomen en doorstroom te bevorderen om werknemers met specifieke kenmerken te behouden voor de organisatie. Ook kan gericht gewerkt worden aan scholing. Het gaat daarbij met name om de benodigde kwaliteiten (capaciteiten en competenties) van de medewerkers. Tegelijkertijd past strategische personeelsplanning in het streven van de BSGR om medewerkers te blijven ontwikkelen en te motiveren (‘binden en boeien’) zodanig dat de organisatiedoelen en –ambities kunnen worden waargemaakt. Medewerkers moeten worden voorbereid op hun toekomst, waarbij management en medewerkers samen richting gaan geven aan ontwikkelingskansen. Voor de komende jaren zal worden ingezet op het versterken van potentieel dat uiteindelijk kan doorgroeien naar functies van schaal 9 en hoger. Key posities in de organisatie die nu bemenst worden door “vergrijzende” BSGR medewerkers kunnen zo van adequate opvolging worden voorzien.

Organisatieontwikkeling Landelijke ontwikkelingen binnen het belastingdomein maar ook de steeds verdergaande digitalisering zullen de komende vijf jaar de organisatie ingrijpend gaan beïnvloeden. De verwachting is dat bestaande functies zullen wijzigen, wellicht in omvang teruggaan of mogelijk op termijn helemaal verdwijnen. De BSGR voorziet specifiek de volgende drie ontwikkelingen: 1. Ontwikkelingen in de basisadministraties 2. De intrede van Artificial Intelligence 3. Het beheren van software applicaties in de cloud.

1. Ontwikkelingen in de basisregistraties Ontwikkelingen in basisregistraties hebben als belangrijkste kenmerk dat zuiver administratieve werkzaamheden grotendeels gaan verdwijnen en plaats gemaakt gaat worden voor werkzaamheden met een belangrijke geo component. Dit vraagt van medewerkers analytische vaardigheden en ruimtelijk inzicht, specifiek bij de afdelingen Heffen en Waarderen. Aanpassingen in ons huidige belastingsysteem zijn ook nu al grotendeels “data en geo driven”. 2. Intrede Artificial Intelligence Artificial Intelligence (A.I.) gaat de komende jaren steeds vaker zijn intrede doen op het werkterrein van de BSGR. Niet alleen zal A.I. het werk van de huidige taxateur gaan raken, ook binnen Informatie en Inning gaat A.I. waarschijnlijk een belangrijke rol spelen. Te denken valt dan met name aan het onderdeel Kwijtscheldingen waar bij het nemen van standaard beslissingen mogelijk gebruik gemaakt kan gaan worden van big data. De BSGR heeft daarom besloten, in navolging van andere belastingsamenwerkingsorganisaties, om het onderwerp A.I. de komende jaren op de agenda te zetten. Zo zal bij de keuze om onze huidige waarderingsapplicatie al dan niet te continueren de mogelijkheid van integratie van A.I. technieken een belangrijke rol spelen.

3. Het beheren van (standaard) softwareapplicaties in de cloud Deze (landelijke) ontwikkeling naar beheer van software in de cloud heeft met name effecten op de behoefte van organisaties aan eigen applicatiebeheerders, in dienst dan wel ingehuurd. Het beheer vindt namelijk dan plaats bij de softwareleverancier zelf. Automatiseringsfuncties gaan plaats maken voor informatiseringsfuncties waarbij de liaisonfunctie met de softwareleverancier centraal staat. Een continu en ingrijpend veranderende omgeving vraagt tevens continue aandacht voor wijzigingen in werkzaamheden, functies en werkdruk. Eind 2020 heeft de BSGR een voorstel gemaakt voor een gewijzigde functieformatie op basis van actuele werkzaamheden en aantallen.

24

Kadernota 2022 Indien deze door OR en bestuur wordt geaccordeerd is het de bedoeling deze exercitie jaarlijks samen met de medewerkers uit te voeren. Op deze wijze kan ook worden aangesloten bij de voorstellen voor een nieuwe cao waarin een jaarlijkse meting van de werkdruk wordt gevraagd. De komende periode zal tevens worden gekeken naar een actualiseren van het BSGR Sociaal Statuut. Het huidige sociaal Statuut is in 2013 vastgesteld en sinds die tijd niet meer geactualiseerd. Daarom zal de BSGR, mede ingegeven door de hierboven geschetste ontwikkelingen, het gesprek aangaan met de vakbonden om zo te komen tot een nieuw, meer eigentijds, Sociaal Statuut.

Arbeidsvoorwaarden Sinds 1 januari 2020 valt de BSGR onder de CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (CAO SGO). Deze cao is identiek aan de CAO Gemeenten. De huidige CAO SGO heeft net als de CAO Gemeenten een looptijd van 1 januari 2020 tot 1 januari 2021. De komende jaren zullen de cao onderhandelingen in het tekenen staan van de economische gevolgen van de coronacrisis. De nijpende financiële situaties van veel gemeenten zullen een stempel drukken op de loonontwikkeling voor de komende jaren. Was de loonontwikkeling de afgelopen jaren gericht op het zijn, en naar de toekomst toe ook blijven van een aantrekkelijke werkgever, de verwachting is dat medewerkers de komende jaren op de nullijn komen te staan. Als gemeenten en samenwerkende gemeentelijke organisaties hun huidige positie als aantrekkelijke werkgever verliezen wordt het mede door de vergijzing lastig om jong en goed gekwalificeerd personeel binnen te halen en te houden. Investeren in vitaliteitsbeleid zodat oudere medewerkers in de toekomst inzetbaar blijven en gezond de eindstreep halen is daarom van groot belang en zal ongetwijfeld de komende jaren één van de belangrijkste onderwerpen aan de cao-tafel zijn waarover afspraken gemaakt gaan worden. Bij de invoering van de WNRA is gekozen voor een technische conversie.

Dat wil zeggen dat bepalingen één op één inhoudelijk uit de CAR-UWO overgenomen zijn in de CAO SGO. De inzet van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties zal er de komende jaren op gericht zijn om met name de cao aanspraken met betrekking tot de bovenwettelijke sociale zekerheidsuitkeringen (zoals de na-wettelijke uitkering) af te bouwen zodat deze meer in de pas gaan lopen met het bedrijfsleven. Daarbij is tevens de achterliggende gedachte dat het belangrijker is om te voorkomen dat medewerkers werkloos worden dan dat de inkomensachteruitgang bij werkloosheid wordt afgedekt.

4.

Uitgangspunten

4.1

Uitgangspunten

Voor de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2022-2025 volgt de BSGR de financiële kaderstelling zoals deze is vastgesteld door het bestuurlijk overleg financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen van gemeenten in de regio Hollands-Midden. Voor de periode 2022-2025 zijn de financiële kaderstellingen eind 2020 door de bestuurlijke klankbordgroep vastgesteld. Deze financiële kaderstellingen worden verwerkt in de begroting 2022 voor de begrotingsjaren 2022 tot en met 2025. Voor de jaren 2022 tot en met 2025 betekent dit het volgende: 

 

De indexering van de deelnemersbijdrage 2022 ten opzichte van 2021 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 1,4 % en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)) 1,1%. De uniforme taakstelling voor de Gemeenschappelijke Regelingen als aandeel in een mogelijk neerwaartse ontwikkeling van het Gemeentefonds in 2022 bedraagt 0,0%. Met betrekking tot de activa zal op lineaire basis worden afgeschreven waarbij toerekening plaatsvindt o.b.v. het effectieve rentepercentage (0,0%).

25

Kadernota 2022 

 

Een bovengrens van de algemene reserve van 5% van de totaal begrote lasten en een ondergrens van de algemene reserve van 3% van de totaal begrote lasten conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 25 juni 2020. Boven 5% wordt uitgekeerd aan de deelnemers en onder de 3% wordt aangevuld door de deelnemers. Verantwoorden van taakvelden in de begroting en jaarrekening conform de doorgevoerde vernieuwingen in de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) Indien sprake is van nieuwe wettelijke eisen/taken dan wel uitbreiding van de vraagsturing door deelnemers worden de financiële consequenties/investeringen hier tijdig en gedetailleerd van in kaart gebracht indien de insteek is additionele financiële middelen beschikbaar gesteld te krijgen.

Daarnaast vraag het bestuurlijk overleg aan gemeenschappelijke regelingen om te bezien hoe zij een bijdrage zouden kunnen leveren om de ontstane tekorten bij deelnemers te reduceren. Gezien het feit dat de BSGR al tot de meest kostenefficiënte belastingorganisaties van Nederland behoort, gecombineerd met extra werkzaamheden als gevolg van de Corona crisis, lijkt een taakstelling voor de BSGR niet opportuun.

4.2

Rechtmatigheidsverklaring en wijziging WGR

Naar alle waarschijnlijkheid moeten colleges van burgemeester en wethouders met ingang van verslagjaar 2021 zelf een rechtmatigheidsverklaring afgeven bij de jaarrekening. Anders wordt de invoering uiterlijk 2022 verwacht. Reden voor dit uitstel zou zijn dat de parlementaire goedkeuring niet tijdig verkregen is. Voor gemeenschappelijke regelingen ligt deze verantwoordelijkheid bij het Dagelijks Bestuur. De externe accountant krijgt hierdoor ook een andere rol. Dit heeft gevolgen voor de (interne) verantwoording binnen organisaties. Een uitdaging maar ook een kans. De uitdagingen waar gemeenschappelijke regelingen voor staan, zijn nog steeds groot. Tegelijkertijd is er de roep om transparantie van de organisatie zodat het algemeen bestuur en de besturen van de deelnemers hun controlerende taak beter kunnen uitvoeren. ‘De financiën van de deelnemers zijn te belangrijk om alleen aan specialisten over te laten’, zo schrijft de voorzitter van de naar hem vernoemde commissie Staf Depla in de handleiding accountantscontrole. Deze ontwikkelingen maken dat het meer dan ooit van belang is dat organisaties van gemeenschappelijke regelingen grip hebben op hun interne processen en de bijbehorende financiële huishouding. Gemeenschappelijke regelingen moeten zelf aantonen dat ze budgetten rechtmatig besteden en het dagelijks bestuur geeft daarbij een rechtmatigheidsverantwoording af.

Daarop aanvullend is het een uitdaging om inzichtelijk te maken dat gemeenschappelijke regelingen het gemeenschapsgeld verantwoord (doelmatig) inzetten. Bij de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording gaat het om fundamentele vragen als: hoe leggen we verantwoording af aan het algemeen bestuur, in hoeverre zijn wij in control, in hoeverre willen en kunnen wij in control zijn, wat is ervoor nodig om daar te komen en, en dat is misschien wel de moeilijkste vraag van allemaal: is onze huidige organisatie in staat om aan die doelen en verwachtingen te voldoen. Momenteel wordt er gewerkt aan een eerste opzet van het normenkader voor de bedrijfsvoering. Naar verwachting zal een voorstel voor het normenkader in de bestuursvergadering van april 2021 kunnen worden behandeld. Daarnaast is er een wijziging op de Wet Gemeenschappelijke Regelingen voorzien waarvan het voorstel op 1 juli 2020 is ingediend. Naast meer mogelijkheden voor de samenstelling van besturen en aangepaste regels in geval van uittreding van een deelnemer heeft dit consequenties voor de tijdslijnen in de begrotingscyclus. Nog niet geheel duidelijk is vanaf welk jaar deze wijzigingen zullen ingaan. Dit wordt echter wel binnen de begrotingsperiode 2022-2025 verwacht.

26

Kadernota 2022

4.3

Beleidsindicatoren

Voor de BSGR onderscheiden we de volgende beleidsindicatoren behorende bij artikel 1 van de REGELING VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES VAN 24 MAART 2016, NR. 2016-0000177572, tot vaststelling van de beleidsindicatoren. Nr.

1.

Taakveld Naam Indicator

Eenheid

Overhead Formatie

Fte per 1.000 inwoners Eigen gegevens per (verzorgingsgebied) medio december 2020

Bron

Externe bron

0,091

2.

Overhead Bezetting

Fte per 1.000 inwoners Eigen gegevens per (verzorgingsgebied) medio december 2020

Overhead Apparaatskosten

Kosten per inwoner (verzorgingsgebied)

0,081

3.

€

4.

Overhead Externe inhuur

Eigen begroting 2021

2,52

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

Realisatie 2020 tm periode 12

22,0%

5.

Overhead Overhead

% van totale lasten

A+O fonds gemeenten 2019 18,0%

Eigen begroting 2021

22,8%

Overhead Overheadformatie % van totale formatie Eigen begroting 2021 14,0%

27

Berenschot (ref. groep uitvoerende publiekrechtelijke organisaties) 23,9%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9899965/1