CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

D1 Bijlage 1 bij RM d.d. 23 november 2021 Nadere regels jeugdhulp 2022 Z-21-149855 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 16 december 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken4.184 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: Nadere Regels Jeugdhulp Oegstgeest 2022 Intitulé Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest houdende nadere regels omtrent jeugdhulp. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest; Gelet op artikel 3 lid 2, artikel 14d, artikel 21 lid 4 en artikel 24 lid 2 t/m 6 van de Verordening Jeugdhulp 2022; Besluit vast te stellen de Nadere Regels Jeugdhulp Oegstgeest 2022.

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle definities die in deze nadere regels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de hierop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en de Verordening Jeugdhulp 2022. 2. In deze nadere regels wordt verder verstaan onder: a. (boven)gebruikelijke zorg: Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. De ouder(s) zorgen voor de opvoeding van hun kinderen, dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling. Gebruikelijke zorg is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouders. Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of verzorger conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Van ouders/verzorgers wordt verwacht maximaal te zoeken naar eigen oplossingen. Dit geldt ook bij uitval van de ouder in een éénoudergezin- of als beide ouders beperkingen ondervinden in de opvang en verzorging van de kinderen. Bovengebruikelijke zorg is alle zorg die de gebruikelijke zorg per dag overstijgt. Dit is onder meer afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van het kind, maar ook van de eigen kracht van de ouder(s). Bovengebruikelijke hulp kan in beginsel van ouder(s)/verzorger(s) worden verwacht. b.

calamiteit: niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de jeugdhulp en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een jeugdige of een ouder heeft geleid”. (Jeugdwet, artikel 1.1); c. gespreksverslag: het verslag van het vraagverhelderingsgesprek tussen de jeugdige en/of ouder(s) en het Jeugdteam Leidse Regio (Jeugdteam) inclusief de gemaakte afspraken over het vervolgonderzoek; d. kortdurende zorg: zorg met een maximum van 3 kalendermaanden; e. melding: is een bericht (al dan niet schriftelijk) waarin door een jeugdige of zijn ouder(s), of een derde partij een hulpvraag wordt geuit. f. niet vrij toegankelijke jeugdhulp: de voorziening jeugdhulp die uitsluitend toegankelijk is op basis van een verwijzing van de gemeente, de huisarts, jeugdarts of medisch specialist of van een functionaris in justitieel kader als bedoeld in de wet; g. ouder: gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt; h. Respijtzorg: Biedt ouders de mogelijkheid om de zorgtaken voor hun kind tijdelijk over te dragen;

i.

j. k.

l.

Vaktherapieën: De aanduiding vaktherapie is een clusterbenaming van de beroepen Beeldende therapie, Danstherapie, Dramatherapie, Muziektherapie en Psychomotorische (Kinder)Therapie. Sinds 1 januari 2017 valt ook speltherapie onder vaktherapie. vervoer: Het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden; Waakvlamfunctie: langdurige, lichte ondersteuning voor kwetsbare jeugdigen en/ of gezinnen om terugval te voorkomen, nadat de resultaten uit het ondersteuningsplan van de casuïstiek van de gemeentelijke toegang zijn gerealiseerd en het hulpverleningstraject is afgerond. Zorgovereenkomst: Een zorgovereenkomst is een contract tussen de zorgverlener en de budgethouder bij een persoonsgebonden budget. De budgethouder moet met elke zorgverlener een zorgovereenkomst afsluiten. In de zorgovereenkomst staan de afspraken over de zorg, de werktijden en de vergoeding.

Hoofdstuk 2 Toegang tot Jeugdhulp Artikel 2.1. Toegang tot niet vrij toegankelijke jeugdhulp 1. Iedere jeugdige en/of zijn ouder(s) die op grond van de Jeugdwet in de gemeente Oegstgeest aanspraak kan maken op Jeugdhulp, kan zich rechtstreeks met een jeugdhulpvraag richten tot het college; 2. Doorverwijzen naar niet vrij toegankelijke jeugdhulp geschiedt bij besluit van het college; 3. Het college kan slechts doorverwijzen naar de niet vrij toegankelijke jeugdhulp voor zover dit financieel past binnen het met de jeugdhulpaanbieder afgesproken maximale financiële plafond in betreffend jaar; 4. Het college wijst niet door in die gevallen waarin het college tot het oordeel komt, al dan niet daarbij ondersteund door een deskundige of specialist, dat de vrij toegankelijke jeugdhulp en/ of voorzieningen niet voldoende inspeelt op de vragen en problemen van de jeugdige en zijn ouder(s); 5. Besluiten over de hulpvraag worden binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag genomen. Deze termijn wordt ook aangehouden bij de continuering van de jeugdhulp. Artikel 2.2. Hulpvraag 1. De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen een hulpvraag mondeling dan wel schriftelijk melden bij het college; 2. Een hulpvraag kan ook door derden aan het college worden gemeld; 3. Het college wijst de jeugdige en ouder(s) op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning; 4.

Het college kan de jeugdige en zijn ouder(s) uitnodigen zelf een gezinsplan op te stellen. In dat plan kunnen de jeugdige en/of zijn ouder(s) aangeven hoe ze zelf de opvoed- en opgroeisituatie voor hun kind(eren) willen verbeteren, de doelen die ze willen bereiken en het perspectief dat wordt beoogd. Artikel 2.3. Vooronderzoek 1. Het college bepaalt de aanspraak op zorg van de jeugdige aan de hand van het woonplaatsbeginsel zoals bepaald in de Jeugdwet; 2. Het college verzamelt alle voor het gesprek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk een afspraak met de jeugdige en/of zijn ouders voor een gesprek; 3. De jeugdige en/of zijn ouder(s) zijn zelf verantwoordelijk voor de volledigheid van de aanmelding eventueel met bijgevoegde rapportages e.d.

Artikel 2.4. Gesprek/onderzoek/plan 1. Na de melding en het vooronderzoek wordt met de jeugdige en/of de ouder(s) gesproken. In dit gesprek stelt het college vast of er sprake is van opvoed -of opgroeiproblemen en welke hulp noodzakelijk is (de zogenaamde triage). Op basis van het triagegesprek stelt het college samen met de jeugdige en/of zijn ouder(s) een plan op. In het geval dat jeugdige en/of ouders een pgb willen aanvragen, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) aan het college een gezinsplan, inclusief budgetplan te overleggen. Dit gezinsplan bevat een motivering van de jeugdige en/of zijn ouders(s) waarom zij het aanbod van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieders (zorg in natura) in deze specifieke situatie niet passend achten en een budgetplan, waarin de kosten van de beoogde jeugdhulp en besteding van het pgb inzichtelijk worden gemaakt; 2. Kinderen, ongeacht hun leeftijd, hebben het recht gehoord te worden. Een kind vanaf 12 jaar wordt altijd gehoord. Uitzondering hierop is als kinderen zelf nadrukkelijk aangeven dit niet te willen; 3. Nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het gezinsplan. Artikel 2.5.

Aanvraag De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen een aanvraag voor een niet vrij toegankelijke individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college. Uit de aanvraag blijkt welke ondersteuning wordt aangevraagd door de jeugdige en/of zijn ouder(s) en welke resultaten met deze ondersteuning worden beoogd. Deze aanvraag wordt ondertekend door de jeugdige en / of zijn ouder(s) en het college. Deze datum is bepalend voor de beslistermijn van acht weken, hierop is artikel 4:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. Artikel 2.6 Behandeling aanvraag 1. Een jeugdige en/of zijn ouder(s) komen in aanmerking voor een individuele voorziening indien: a. De jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden.

Bij de beoordeling of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden, wordt rekening gehouden met: - de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; - de duur daarvan; - de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; - de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; - de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; - het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen; - de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; - bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, en b. Er geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken een algemene voorziening of een vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening, of; c. Geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van voorliggende wetten; 2. Het college neemt het gespreksverslag en het gezinsplan als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag voor een individuele voorziening; 3. Voor de inzet van de ingekochte niet vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening (ZIN) volstaat het getekende gezinsplan.

Artikel 2.7 Waakvlam Nadat de resultaten uit het gezinsplan van de casuïstiek van het Jeugdteam zijn gerealiseerd en het hulpverleningstraject is afgerond kan, indien naar oordeel van het college op deze jeugdige/ dit gezin van toepassing, de waakvlamfunctie van start gaan om terugval te voorkomen. Artikel 2.8 Afbakening Jeugdwet 1. Voor jeugdhulp geldt dat gemeenten geen voorzieningen hoeven te treffen als er aanspraak mogelijk is op de Wlz, of als er een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Zvw en/of Passend Onderwijs bestaat; 2. Voor de overgang van 18- naar 18+ geldt dat: a. als de zorg vanaf 18 jaar op grond van een andere wet (Zvw, Wlz of Wmo) kan worden verleend, de gemeente niet meer jeugdhulp plichtig is; b. als het om een vorm van jeugdhulp gaat die voor meerderjarigen niet op grond van een andere wet kan worden voortgezet (met name jeugd- en opvoedhulp, niet zijnde jeugd- GGZ of jeugdLVG), dan blijft de gemeente wèl verantwoordelijk voor het voortzetten van de jeugdhulp tot 23 jaar, behoudens artikel 1.1, lid 3 Jeugdwet; 3. Zorg in de (aanvullende) ziektekostenverzekering is een uitsluitingsgrond, hieronder vallen de vaktherapieën. Dit geldt voor zowel pgb als zorg in natura (ZIN).

Er kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt voor vaktherapie, tenzij dit een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. (De desbetreffende jeugdhulpaanbieder kan dan onder eigen regie vak therapie inzetten). Voor enkel vaktherapie kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt en wordt verwezen naar de (aanvullende) zorgverzekering; 4. Respijtzorg biedt ouders de mogelijkheid hun zorgtaken voor hun kind tijdelijk aan een ander over te dragen. Hierdoor kunnen zij af en toe vrijaf nemen van de zorg voor hun kind en kunnen zij de zorg voor hun kind beter volhouden. Respijtzorg is een belangrijk middel om overbelasting van ouders te voorkomen. Respijtzorg kan aangevraagd worden door middel van een jeugdhulpvoorziening of in het kader van de Wlz of Zvw. Onder respijtzorg verstaan we niet jeugdhulp die bedoeld is voor naschoolse opvang of opvang tijdens de schoolvakanties. In zeer specifieke omstandigheden kunnen jeugdigen gebruik maken van een naschoolse opvang of vakantieopvang. Dit geldt voor jeugdigen die onder cluster 1 en 2 onderwijs volgen, jeugdigen die cluster 3 en 4 onderwijs volgen en jeugdigen die zeer agressief gedrag vertonen en BSO-plus voorziening onvoldoende begeleiding kan bieden;

Artikel 2.9. Vervoer 1. Een tegemoetkoming voor vervoer kan alleen worden toegekend tezamen met een vorm van jeugdhulp van en naar de dichtstbijzijnde locatie waar die jeugdhulp kan worden geboden binnen de regio en bij gecontracteerde aanbieders; 2. Vervoer dient de gebruikelijke zorg en de eigen kracht van het netwerk te boven te gaan; 3. Vervoer naar onderwijs-zorglocaties zal plaatsvinden met behulp van en volgens de regels van het leerlingenvervoer gedurende de lesweken. In de vakantieperiode kan dit vervoer in een andere vorm mogelijk gemaakt worden. Voor toetsing van de zelfredzaamheid wordt het Jeugdteam en/of de betrokken zorgaanbieder geraadpleegd; 4. De uitvoering van het vervoer kan plaatsvinden op basis van een PGB, door de gemeente of door de jeugdhulpaanbieder; 5. De vervoersvoorziening kan bestaan uit het vervoer door derden in opdracht van de zorgaanbieder of in opdracht van het college. In uitzonderlijke gevallen kan er een taxi worden ingezet;

6. De door de gemeente gecontracteerde vervoerder/gecontracteerde jeugdhulpaanbieder organiseert het vervoer. Als er geen gebruik gemaakt kan worden van de collectieve voorziening, wordt er vanuit de Jeugdwet een individuele voorziening geboden. Artikel 2.10 Dagbesteding en dagbehandeling Onderwijs en de jeugdhulpaanbieder stellen gezamenlijk een ontwikkelperspectiefplan (OPP) op, voor jeugdigen die dagbehandeling en/of dagbesteding ontvangen en staan ingeschreven op het onderwijs. In het OPP staan gezamenlijke doelen ten behoeve van terugkeer van de jeugdige naar het onderwijs. Hoofdstuk 3 Het persoonsgebonden Budget (pgb) Artikel 3.1. Pgb Als het college van oordeel is dat dat de zorg via een pgb kan worden ingekocht, dan zijn de volgende leden van toepassing: 1. Het pgb gaat niet eerder in dan de datum van het ondertekenen van de aanvraag bij artikel 2.5; 2. Het college kan, na zorgvuldige afweging, de beschikking voor een kortere termijn toekennen dan door de jeugdige en/of zijn ouder(s) wordt gevraagd; 3. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld aan de hand van het gezinsplan en budgetplan; 4. Naar het oordeel van het college is geborgd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen 5. Het pgb bedraagt niet meer dan de maximale kosten van de door het college gecontracteerde individuele jeugdhulpvoorzieningen in natura; 6.

Het college heeft de mogelijkheid om de zorgovereenkomst in te zien als het dit nodig acht; 7. Het pgb kan flexibel worden opgenomen als dit in het gezinsplan nadrukkelijk is opgenomen; 8. Het college beoordeelt of de budgethouder voldoende bekwaam is om de bijbehorende taken uit te voeren. Bij de beoordeling van de bekwaamheid wordt rekening gehouden met het Taken Kennis Vaardigheden (TKV) kader. Toetsing vindt plaats door het college in samenspraak met de aanvrager aan de hand van meerdere toetsingscriteria. Bij twijfel aan de bekwaamheid en/of de goede intenties van de budgetbeheerder kan een VOG worden gevraagd, tenzij de budgetbeheerder familie in de 1e lijn is. Mocht het college van oordeel zijn dat de persoon dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn (wettelijk) vertegenwoordiger niet bekwaam is voor het houden van een pgb, dan kan het college het pgb weigeren. 9. De richtlijnen voor begeleiding die met ingang van 1 oktober 2020 in werking zijn getreden voor Zorg in natura en als zodanig zijn vastgelegd in de dienstomschrijvingen Jeugdhulp van Holland Rijnland, zijn van toepassing op alle zorgaanbieders van pgb. Artikel 3.2. Functiecategorieën pgb 1. Het pgb kan worden toegekend voor de volgende functiecategorieën: a. wonen; b. dagbehandeling en dagbesteding; c. ambulante jeugdhulp. Artikel 3.3.

Persoonsgebonden budget voor de inzet van het sociaal netwerk 1. De jeugdige en/of ouders aan wie een pgb wordt toegekend, kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren, als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders niet toereikend zijn om te leveren wat nodig is; 2. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een pgb wordt toegekend, kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

a.

de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar gelijkwaardig of doelmatiger dan professionele ondersteuning; b. de geboden hulp is passend, adequaat en veilig; c. de zorgverlener heeft aangegeven dat de zorgverlening voor hem niet tot overbelasting leidt; d. de persoon uit het sociale netwerk mag op geen enkele wijze druk op de jeugdige en/of zijn ouders hebben uitgeoefend bij hun keuze voor zorgverlener; e. de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft; 3. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een pgb-sociaal netwerk wordt toegekend kan alleen jeugdhulp betrekken voor begeleiding, dagactiviteiten, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf; 4. In aanvulling op lid 2 onder a, wordt inzet van het sociaal netwerk met een pgb in ieder geval aantoonbaar gelijkwaardig of beter geacht, indien twee of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: a. de hulp is vooraf niet goed in te plannen; b. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; c. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; d. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; e. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn. 5. Verzorging bij kortdurende ziekte kan niet toegekend worden uit het pgb sociaal netwerk.

Ouders kunnen wel gebruik maken van respijtzorg (zie toelichting nadere regels). 6. De zorgverlener is minimaal 18 jaar. 7. De jeugdige en/of ouder(s) dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren; 8. Voorafgaand aan de toekenning en indien nodig tussentijds – wordt altijd onderzocht of (een combinatie) met ZIN mogelijk is; 9. In het zorgplan is expliciet opgenomen hoe met de inzet van het sociaal netwerk wordt voldaan aan artikel 2.3 van de Jeugdwet en dus hoe de inzet van het sociaal netwerk in het kader van jeugdhulp leidt tot: a. gezond en veilig opgroeien; b. groeien naar zelfstandigheid en c. voldoende zelfredzaam zijn en maatschappelijk participeren, rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau 10. Inzet uit het sociaal netwerk wordt in het kader van de Verordening Jeugdhulp en deze Nadere Regels Jeugdhulp beschouwd als informele zorgverlening waarop het tarief voor het sociaal netwerk van toepassing is. 11. Jeugdigen die met een pgb ondersteuning betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren, mogen het pgb niet besteden bij tussenpersonen of belangenbehartigers, of aan administratie- of reiskosten. 12.

Voor de ureninzet bij persoonlijke verzorging door het sociaal netwerk hanteert het college de volgende richtlijn: Voor jeugdigen tot 0 tot 12 jaar: - maximaal een half uur per dag voor persoonlijke verzorging. Voor jeugdigen van 12 tot 18 jaar: - maximaal een kwartier per dag voor persoonlijke verzorging.

Artikel 3.4. Beschikking 1. De beschikking wordt opgesteld bij het toekennen van een pgb bevat ten minste de volgende punten: a. naam, telefoonnummer + e-mailadres van de medewerker die het pgb namens het college heeft toegekend; b. de naam van de jeugdige; c. datum raadplegen BSN; d. de ondersteuningsvraag; e. de beslissing (product, bedrag en termijn); f. opbouw van de berekening; g. bezwaarclausule. Artikel 3.5. Besteding van het persoonsgebonden budget 1. Voorwaarde voor het verstrekken van een pgb is dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het persoonsgebonden budget aanwenden voor de ondersteuning zoals is opgenomen en goedgekeurd in het gezinsplan; 2. Wanneer de jeugdige en/of zijn ouder(s) verschillende vormen van jeugdhulp nodig hebben kunnen zij er voor kiezen om een deel van de zorg in natura af te nemen en een deel zelf in te kopen met een pgb; 3. Na toekenning van een pgb controleert de gemeente bij de SVB of het budget is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Wanneer dit niet het geval is, dan wordt er contact met de ouder(s) opgenomen en onderzocht waarom dit is, of het pgb alsnog besteed gaat worden en of er andere hulp noodzakelijk is; 4. De jeugdige en/of zijn ouder(s) geven de SVB opdracht voor het uitvoeren van betalingen aan hun zorgverleners.

Het opstellen van een zorgovereenkomst als onderdeel van het gezinsplan geldt als voorwaarde voor het uitbetalen van zorgverleners uit het pgb; 5. Bij een verandering in de zorgvraag waardoor het budget anders wordt ingezet, vragen de ouders het college hiervoor toestemming. Als dit niet wordt gedaan, dan kan het college dit beschouwen als onjuiste verstrekking van informatie. Het college heeft ook de mogelijkheid om het pgb te herzien bij een verandering in de zorgbehoefte. Artikel 3.6. Evaluatie 1. Het college evalueert ten minste 1 keer per jaar de resultaten van de ingezette zorg in pgb. Hoofdstuk 4 Nader te benoemen niet vrij toegankelijke voorziening Artikel 4.1. Diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) 1. Toeleiding naar diagnostiek en behandeling voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie geschiedt altijd via het onderwijs, dit geldt voor zowel ZIN als pgb. De toeleiding geschiedt conform de meest recente versie van ‘Signalering, diagnostiek en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie’; 2. Er wordt alleen een pgb afgegeven wanneer de EED is vastgesteld op de basisschool en uiterlijk voor het 13e jaar; 3. Een verklaring van EED moet zijn afgegeven door een dyslexiebehandelaar aangesloten bij het Nederlands Kwaliteit Instituut. Daarnaast is de hoofdbehandelaar in het bezit van een BIG-registratie. Hoofdstuk 5 Kwaliteit Artikel 5.1.

Kwaliteitseisen De jeugdhulp die wordt ingekocht is kwalitatief verantwoord en voldoet zowel voor ZIN als pgb ten minste aan de volgende eisen:

1. De jeugdhulpaanbieders a. hebben medewerkers in dienst die in bezit zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag; b. beschikken over een passende aansprakelijkheidsverzekering; c. verlenen veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte hulp; d. werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling; werken volgens de richtlijn van 1G1P1R; e. dienen een kwaliteitssysteemborgingssysteem te hebben; f. hebben een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; g. hebben een meldplicht bij een calamiteit; h. hebben een meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; i. hebben de beschikking over een klachtenprocedure; j. hebben de beschikking over een cliëntenraad indien de Jeugdwet dat vereist; k. hebben de verplichting een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen; l. staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als jeugdhulpaanbieder, hebben een KVKnummer en staan geregistreerd bij het CIBG. 2. Een Zelfstandige Zonder Personeel, ingekocht via een pgb: a. is in het bezit van een Verklaring Omtrent Gedrag; b. beschikt over een SKJ- of BIG-registratie; c. beschikt over een passende aansprakelijkheidsverzekering; d. verleent veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte hulp; e. werkt volgens de richtlijn van 1G1P1R; f. handelt naar landelijke protocollen, richtlijnen en kwaliteitscodes; g.

heeft een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; h. heeft een meldplicht bij een calamiteit; i. heeft een meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; j. heeft de beschikking over een klachtenprocedure; k. heeft de verplichting een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen. 3. Personen uit het sociaal netwerk, die voor hun inzet worden betaald vanuit een pgb: a. zijn in het bezit van een Verklaring Omtrent Gedrag, met uitzondering van familie in de 1e lijn; b. verlenen veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte hulp; c. beschikken over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden. d. werken op basis van een integraal gezinsplan, waarin benoemd is: welke doelen bereikt worden met het pgb en wanneer en hoe het gezinsplan, inclusief het gebruik van pgb, door de jeugdige en/of ouders en een medewerker van het team geëvalueerd wordt; e. bespreken eventuele zorgen op het gebied van veiligheid met ouders en Jeugdteam en nemen bij ernstige zorgen op het gebied van veiligheid contact op met de daarin gespecialiseerde instantie (Veilig Thuis); f. melden calamiteiten direct aan het Jeugdteam.

Artikel 5.2. Kaders specialistische Jeugdhulp Het college stelt inhoudelijke regels vast conform de actuele versie van de dienstomschrijvingen. (Bijlage 1a; https://jeugdhulphollandrijnland.nl/documenten/).

Artikel 5.3. Toezicht De gemeente houdt toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. Er geldt een verplichting tot volledige medewerking aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de Gemeente (of door ons daartoe aangewezen derden). Hoofdstuk 6 Medezeggenschap Artikel 6 Medezeggenschap 1. De Adviesraad Sociaal Domein van de gemeente Oegstgeest kan het college voorstellen doen voor het beleid betreffende jeugdhulp, en het college adviseren bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp. Het college voorziet hierbij Adviesraad Sociaal Domein van de gemeente Oegstgeest van ondersteuning om zijn rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college nodigt minimaal eenmaal per jaar ingezetenen, cliënten en vertegenwoordigers van cliënten uit voor overleg over beleid betreffende jeugdhulp en de uitvoering daarvan. Het college maakt dit overleg minimaal 6 weken van te voren openbaar bekend. Daarbij worden genodigden opgeroepen punten voor de agenda aan te dragen. 3. Het college kan het in lid 2 genoemde overleg organiseren in samenwerking met de colleges van andere gemeenten van de regio Holland Rijnland. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 7.1.

Afwijkingsbevoegdheid In bijzondere gevallen kan ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouder(s) worden afgeweken van deze nadere regels indien toepassing van deze regels gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de nadere regels te dienen doelen. Artikel 7.2. Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Nadere regels jeugdhulp Oegstgeest 2022’. Artikel 7.3. Inwerkingtreding en intrekking 1. Deze ‘Nadere regels jeugdhulp Oegstgeest 2022’ treden in werking per 1 januari 2022. 2. De ‘Nadere regels jeugdhulp Oegstgeest 2018’ worden ingetrokken.

Artikel 7.4 .Overgangsbepaling Op de aanvragen die tot en met de datum van inwerkingtreding van de ‘Nadere Regels Oegstgeest 2022’ zijn ingediend, zijn de ‘Nadere regels jeugdhulp Oegstgeest 2018' van toepassing. Aldus vastgesteld op 23 november 2021, Burgemeester en wethouders van Oegstgeest

de secretaris Jeffrey Versluis

de burgemeester Emile Jaensch

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10912831/1