Concept protocol integriteitsmelding
Tekst van het document
Protocol bestuurlijke integriteit gemeente Oegstgeest Reikwijdte Dit stappenplan moet worden beschouwd als bijlage bij de “Gedragscode bestuurlijke integriteit voor politieke ambtsdragers van de gemeente Oegstgeest” van 31 oktober 2013. Deze moet tevens worden bezien in het kader van artikel 170 lid 2 van de Gemeentewet. In dit artikel wordt aan de burgemeester een zorgplicht op het gebied van bestuurlijke integriteit toegekend. Hij heeft hiermee de taak gekregen de bestuurlijke integriteit binnen zijn gemeente te bevorderen. Voor de ambtelijke organisatie is een apart proces rondom integriteit. Definities Integriteitsschending: een gedraging van een raadslid of een wethouder, die in strijd is met het handelen als 'goed volksvertegenwoordiger' of 'goed bestuurder'. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of ongeschreven regels.1 Melding: het afgeven van een in behandeling te nemen, als zodanig bedoeld, signaal over een mogelijk integriteitsschending. Een melding hoeft niet noodzakelijkerwijs te gaan over een vaststaand feit. Er kan ook sprake zijn van een vermoeden. Melder: een ieder die een vermoeden van integriteitsschending meldt overeenkomstig het bepaalde in dit protocol. Politieke ambtsdrager: de burgemeester, een wethouder of een (commissie)raadslid.
Rollen De burgemeester: De burgemeester heeft ingevolge artikel 170 lid 2 van de Gemeentewet de taak om de bestuurlijke integriteit van zijn gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille integriteit duidelijk belegd. Op grond van deze wettelijke bepaling kan de burgemeester naar gelang de situatie handelend optreden. -
Doet feitenonderzoek en vooronderzoek (laat vooronderzoek doen) of een verdenking grondslag heeft. Geeft indien nodig opdracht voor een vervolgonderzoek. Beoordeelt de resultaten van het onderzoek en legt deze voor aan de raad. Doet een voorstel voor een passende sanctie. Doet eventueel aangifte. Verzorgt de interne en externe communicatie. Is vraagbaak voor en geeft advies aan collegeleden over de vraag of een handeling een schending is.
Gemeentesecretaris - Ondersteunt de burgemeester, het college en individuele collegeleden bij de uitoefening van hun rol. - Is vraagbaak voor en geeft advies aan collegeleden over de vraag of een handeling een schending is. Integriteitscoördinator
1
CAOP, ‘Wegwijzer Vermoeden integriteitsschending politieke ambtsdragers’, blz. 19.
1
-
Is vraagbaak voor en geeft advies aan de burgemeester, de secretaris en het bestuur. Adviseert over integriteit. Ondersteunt de burgemeester bij het uitoefenen van zijn wettelijke taak.
Griffier - Ondersteunt de burgemeester, de raad, het seniorenconvent en individuele raadsleden bij de uitoefening van hun rol. - Is vraagbaak voor en geeft advies aan raadsleden en leden van raadscommissies over de vraag of een handeling een schending is. Seniorenconvent - Spreekt zich uit over een casus waarin een raadslid niet het bestuurlijk advies van de burgemeester opvolgt. - Vormt het klankbord voor de burgemeester waarmee deze tussentijds kan overleggen over trajecten rondom (vermeende) integriteitsschendingen door raadsleden en leden van raadscommissies. - Bespreekt raadsvoorstellen over aan een raadslid of wethouder op te leggen sancties. - Indien de melding over de burgemeester gaat, wordt de melding gedaan bij het seniorenconvent. Waar in de processtappen burgemeester staat, kan dan ook het seniorenconvent worden gelezen. College - Spreekt zich uit over een casus waarin een wethouder niet het bestuurlijk advies van de burgemeester opvolgt. - Vormt het klankbord voor de burgemeester waarmee deze tussentijds kan overleggen over trajecten rondom (vermeende) integriteitsschendingen door collegeleden. - Bespreekt raadsvoorstellen over aan een raadslid of wethouder op te leggen sancties. Raad2 - Spreekt zich uit over een passende sanctie bij integriteitsschendingen en betrekt daarbij de uitkomsten van het onderzoek.
Externe integriteitsdeskundige3 - Deskundige die kan worden ingehuurd om advies te geven over integriteitsvraagstukken en die kan dienen als klankbord voor raad, college en individuele leden van deze organen. Externe onderzoeker - de onderzoeker of het onderzoeksbureau die in opdracht van de burgemeester of raad het onderzoek doet naar aanleiding van een melding van een vermoeden van integriteitsschending. Processtappen Stap 0: Adviesvraag Afkomstig van resp. raadslid, wethouder of burgemeester4 2 Waar in dit protocol wordt gesproken over raadslid, wordt tevens raadscommissielid bedoeld.
3
Deze deskundige kan het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers zijn, onderdeel van Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP), of een andere deskundige. 4 Indien de adviesvraag betrekking heeft op de burgemeester of afkomstig is van de burgemeester, legt de burgemeester deze voor aan de fractievoorzitters.
2
a. b. c. d.
Kan zowel zichzelf als een andere politieke ambtsdrager betreffen Kan worden gesteld aan de burgemeester, de griffier of de gemeentesecretaris. Eventueel advies vanuit externe integriteitsdeskundige Beantwoording adviesvraag door resp. griffier, burgemeester, seniorenconvent
Stap 1: Melding a. Een melding kan door een ieder worden gedaan bij de burgemeester.5 b. De burgemeester onderzoekt ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of deze zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat een vooronderzoek als bedoeld in artikel 3 noodzakelijk is. c. De burgemeester bespreekt de melding met de integriteitscoördinator. Meldingen over de burgemeester of een wethouder worden ook met de gemeentesecretaris besproken. De burgemeester kan zich ook laten adviseren door het seniorenconvent of een extern deskundige. d. Indien de burgemeester vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk binnen een redelijke termijn in kennis gesteld. e. Indien de burgemeester vaststelt dat de melding voldoende concreet en een voldoende ernstig karakter heeft6, besluit hij een vooronderzoek in te stellen. Stap 2: Vooronderzoek a. Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen. b. Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt. c.
De burgemeester doet mededeling van de resultaten van het vooronderzoek aan het seniorenconvent en het college. d. Als het vooronderzoek geen aanleiding geeft voor het instellen van een nader onderzoek, besluit de burgemeester het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld. e. Indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek de noodzaak blijkt tot het verrichten van een nader onderzoek, besluit de burgemeester een feitenonderzoek als bedoeld in Stap 3 in te stellen. Van deze beslissing worden de fractievoorzitters, het college en de melder in kennis gesteld. f. De politieke ambtsdrager wordt via een brief geïnformeerd, waarin is opgenomen: a) een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek; b) dat de betrokken politieke ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord; c) dat de betrokken politieke ambtsdrager zelf kan bepalen of hij zich kan laten bijstaan door een raadsman;
5 Indien de melding over de burgemeester gaat, wordt de melding gedaan bij het seniorenconvent. Waar burgemeester
staat, kan ook seniorenconvent worden gelezen. Het seniorenconvent treedt hierbij in de rol van opdrachtgever. Bij de beslissing het onderzoek al dan niet voort te zetten (zowel in stap 1 als 2), wordt de Commissaris van de Koning hieraan voorafgaand in kennis gesteld. Ook wordt het onderzoeksrapport aan de CvdK toegestuurd. 6 Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit doet de burgemeester aangifte bij de politie. Hij stelt het seniorenconvent en het college hiervan in kennis. Vanaf dat moment wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de burgemeester een feitenonderzoek kan instellen of een civielrechtelijke procedure tegen de betrokken politieke ambtsdrager kan instellen.
3
d) dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden; e) dit protocol en de vigerende gedragscode worden bij de brief gevoegd. Stap 3: Feitenonderzoek a. De burgemeester kan een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een onafhankelijke externe onderzoeker verstrekken. De opdracht wordt voorbereid door de externe deskundige als adviseur van de burgemeester. b. In de opdracht is in ieder geval opgenomen: a) de aanleiding van het feitenonderzoek; b) de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en -methoden; c) procedure hoor en wederhoor; d) onderzoeksplanning, -capaciteit, -kosten (op basis van offerte aanvragen) e) de overeengekomen kosten van het feitenonderzoek; f) van welke bevoegdheden de externe partij gebruik mag maken; g) rolverdeling opdrachtgever en opdrachtnemer h) interne en externe communicatie over de voortgang en vervolgstappen; i) dat de externe partij werkt met inachtneming van dit protocol. c. De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapportage. Stap 2a/3a: Horen a. De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord. b. De gesprekken worden gehouden door minimaal twee personen. c.
De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen worden vooraf op de hoogte gesteld van de aard en de mogelijke duur van het gesprek. Wanneer de getuige een ambtenaar betreft, wordt de gemeentesecretaris vooraf ingelicht. De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen wordt meegedeeld dat zij zich kunnen laten bijstaan door een raadsman. d. In het geval van een feitenonderzoek wordt er een gespreksverslag opgemaakt. Dit verslag wordt ondertekend door de onderzoekers en degene die is gehoord. e. Degene die is gehoord krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het betreffende gespreksverslag. f. Als degene die is gehoord weigert het gespreksverslag te ondertekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als degene die is gehoord dat wil, wordt er een schriftelijke weergave van diens afwijkende mening bij het gespreksverslag gevoegd. Stap 4: Onderzoeksrapportage a. De onderzoeksrapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over de aannemelijkheid en mate van verwijtbaarheid van het vermoeden van de integriteitsschending. b. De burgemeester biedt de onderzoeksrapportage aan de raad en het college aan, maar niet voordat hij hierover advies aan het seniorenconvent heeft gevraagd. In het geval de melding betrekking heeft op een (voormalig) wethouder vraagt de burgemeester ook eerst advies aan het college.
Met inachtneming van de bepalingen uit de Gemeentewet neemt hij ook een standpunt in over het opleggen van geheimhouding op de onderzoeksrapportage en andere op de zaak betrekking hebbende stukken. Stap 5: Besluitvorming a. Na kennisname van de onderzoeksrapportage oordeelt de raad of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een ander middel in te zetten. b. De sanctie dient proportioneel te zijn. Bij het bepalen van de sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen de schending heeft plaatsgevonden een 4
belangrijke rol. Ook is van belang om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart te brengen. Er zijn verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn: Raadslid Aanspreken Schorsing (of lidmaatschap vervallen verklaren) Ontslag Strafrechtelijke vervolging Wijziging portefeuilleverdeling
c.
X Art. 15 lid 1 Gemeentewet en art. X8 Kieswet Art. 13 Gemeentewet en art. X1 Kieswet Artikel 84 Strafrecht
Wethouder X
Burgemeester X Art. 62 Gemeentewet en Art. 39 Rechtspositiebesluit
Art. 43,46 en 49 Gemeentewet Artikel 84 Strafrecht X
Art.44 Rechtspositiebesluit Artikel 84 Strafrecht X
Met inachtneming van de bepalingen uit de Gemeentewet besluit de raad eveneens de eventueel opgelegde geheimhouding van de onderzoeksrapportage en andere op de zaak betrekking hebbende stukken te bekrachtigen, dan wel deze op te heffen.
5