CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

C1 Antwoord op schriftelijke vragen PrO Winsten in de Jeugdzorg Z-21-146487 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 23 september 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken939 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen Art.39 RvO 21211146487

Vragensteller

S.L. Burger

Fractie Datum verzending vragen aan griffie Datum doorzending vragen door griffie (in te

Progressief Oegstgeest

vullen door griffie): Streefdatum beantwoording (in te vullen door griffie): Beantwoording door college (in te vullen door griffie) Onderwerp

28-06-202L 28-06-202L t9-o7-202L

Winsten in de Jeugdzorg

lnleiding Onder andere Jeugdzorg Nederland heeft geconstateerd dat kleine aanbieders van jeugdzorg gemiddeld 35% winst maken, terwijl het financieel slecht gaat met grotere jeugdzorg-organisaties. Aangezien de grotere organisaties de meer complexe dus duurdere zorg verzorgen, kan de scheefgroei in winstmarges leiden tot ongewenste gevolgen voor de meer complexe jeugdzorg. Vragen L. Heeft het college (en de TWO Holland Rijnland) structureel inzicht in de winstmarges van jeugdzorgaanbieders doordat bijvoorbeeld jaarrekeningen van deze aanbieders gedeeld worden?

TWO Holland Rijnland heeft structureel inzicht in de winstmarges de binnen Holland Rijnland

gecontracteerde jeugdzorgaanbieders welke verplicht zijn jaarverantwoording in te dienen (deponeringsplicht) bij het ministerie van VWS (deze gegevens zijn terug te vinden via jaarverantwoordingzorg.nl). Deze informatie wordt door de TWO, met behulp van een gespecialiseerd extern bureau, geanalyseerd om inzicht te krijgen in de winst/verlies marges. ln deze analyse worden de totale winstcijfers van een zorgaanbieder afgezet tegen de contract waarde van

het contract met Holland Rijnland en de inkomsten uit andere financieringsstromen (z.a.WLZ, Zorgverzekering).

Voor aanbieders welke niet deponerings plichtig zijn is dit inzicht er niet. Dit betreft voornamelijk vrijgevestigde praktijken. Middels contracterings gesprekken, door een reëel tarief te bieden en te sturen op het maximaalbeschikbare budgetwordtook hiervingeraan de polsgehouden. Goed om te noemen is dat de maximale tarieven in onze regio verschillen voor vrijgevestigde praktijken ten opzichte van grotere jeugdzorgaanbieders in verband met een verschil in lasten voor deze organisaties. Er is geen inzicht in de winstmarges van aanbieders welke via PGB financiering ingezet worden maar

welke niet binnen onze regio gecontracteerd zijn. 2. Welke zorgaanbieders hebben in 2O2O winsten gemaakt en hoe groot waren de wÍnsten?

Vanwege de corona crisis is door veel zorgaanbieders uitstel aangevraagd voor het indienen van de jaarverantwoording over 2O2O. Dit betekent dat de benodigde informatie veelal nog niet binnen is. Voor de beschikbare gegevens is de analyse nu gaande. De verwachting is dat de analyse over 2020 in Q3 van 2O2t afgerond zal zijn.

3. Emeritus-hoogleraar openbare financiën Hans Verbon noemt een nettowinst van 3 à 4% acceptabel, omdat 3 à 4% ook het gemiddelde is in de commerciële sector en het een percentage is

dat kan dienen als buffer en ruimte om te innoveren. Zijn er zorgaanbieders die boven de 3 à 4o/o winst maken? Voor 2020 is er nog geen zicht op de winstmarges van de zorgaanbieders.

4.Zijn er jeugdzorgaanbieders in Holland Rijnland actief die dividend uitkeren en hoeveel dividend keren deze aanbieders uit? De analyse betreft winstmarges wordt voor alle gecontracteerde jeugdhulp aanbieders in Holland

Rijnland gedaan. Alleen bij een gericht aantal aanbieders wordt er ook naar de uitkering van dividend gekeken. Yoor 2O2O is ook hier nog geen zicht op. 5. Hoe beoordeelt het college in Oegstgeest (eventuele) grote winsten bij jeugdzorgaanbieders? Voor zorginstellingen, waaronder jeugdhulporganisaties, wordt door HR een rendement van circa 3

tot 5 procent als redelijk geacht. Hoger rendement roept vragen op. Er is sprake van schaarste waardoor een zo groot mogelijk deel van de beschikbare middelen ook daadwerkelijk ingezet moet worden voor de benodigde zorg. Met partijen die opvallen door een bepaalde mate van winstgevendheid wordt in gesprek gegaan. Bijvoorbeeld over het investeren van de winst in verdere innovatie van de zorg, het naar beneden bijstelling van het budgetplafond of het naar beneden bijstellen van het tarief dat gefactureerd wordt. Aanbieders die dusdanig efficiënt werken tegen een lager tarief stimuleren wij om hun kennis en ervaringen te delen met andere jeugdhulpaanbieders. Tegelijkertijd hebben wij ook oog voor de andere kant van het spectrum, aanbieders weinig winst of een negatief resultaat. Financieel gezonde instellingen zijn noodzakelijk voor een goed functionerend zorglandschap. Uitgangspunt is, om in een veranderend zorglandschap, een passend, voldoende en betaalbaar aanbod te blijven realiseren voor de Jeugdhulp. 6. Welke mogelijkheden ziet het college om grote winsten bij jeugdzorgaanbieders te voorkomen?

Momenteel wordt er voornamelijk via het contractmanagement gestuurd op het voorkomen van grote winsten bij jeugdzorgaanbieders. Voorbeelden van de wijze waarop dit gebeurt zijn:

r

Controle van de inhoudelijke en financiële sÍtuatie nieuwe aanbieders bij aangaan contract. Nieuwe aanbieders moeten aan de contractuele voorwaarden voldoen waarin ook (wette ijke) kwa iteitscriteria zijn opgenome n. I

I

o Monitor van aanbieders op basis van toegekende bestedingsruimte en uitnutting van het budget. HÍerdoor kan tijdig kan worden geanticipeerd op knelpunten.

r

Gebruík van openbare bronnen als de jaarverantwoording in de zorg om inzicht te krijgen in de financiële positie van instellingen en analyse van jaarrekeningen en

jaarverantwoording va n aanbieders. 7. Houden de jeugdzorgaanbieders zich aan de Wet Normering Topinkomens en hoeveel bestuurders hiervan vallen nog onder overgangsrecht waardoor zij momenteel nog meer dan premier Rutte

verdienen? Ja. Gecontracteerde aanbieders committeren zich aan het voldoen aan de voor hen geldende

wettelijke verplichtingen, waaronder deze wet. Ook geeft de accountantsverklaring bij de jaarverantwoording hier expliciet zicht in.

Goed om op dit punt toe te lichten; in de regio wordt uitgegaan van inspanningsgerichte bekostiging en worden maximale tarieven gehanteerd. Om deze tarieven te berekenen wordt uitgegaan van de

geldende normen overeenkomstig met de inzet van bepaalde functieschalen. Het vaststellen van maximaal tarief betekent dat er in principe niet hoger gefactureerd kan worden. Wel lager. Er zijn enkele waarin aanbieders die na gesprek met de TWO Jeugdhulp onder de maximale tarieven

factureren om hun winstgevendheid te drukken of extra investeren in de zorg die zij leveren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10542155/1