BSGR - 21 Begroting 2022-2025 na AB
Tekst van het document
Naast het kunnen bepalen van een zo juist mogelijke taxatiewaarde zal er ook veel aandacht voor transparantie en uitlegbaarheid moeten zijn bij introductie van deze nieuwe vorm van taxatiemodellen: we moeten immers aan onze inwoners (waardering en bezwaren) en de rechterlijke macht (beroepen) uit kunnen leggen hoe de WOZ-waarde op basis van moderne taxatiemodellen tot stand gekomen is.
-
Waarderen op gebruiksoppervlakte De BSGR heeft voor belastingjaar 2021 de herwaardering voor de woningen voor de gemeenten Leiderdorp en Gouda op basis van gebruiksoppervlakte uitgevoerd. Vanaf belastingjaar 2022 (waardepeildatum 1 januari 2021) zullen alle woningwaarderingen binnen de BSGR op gebruiksoppervlakte bepaald worden. Dit kan leiden tot (onverwachte) verschuivingen in de WOZ waarden, met als gevolg mogelijk meer bezwaren. Dit is echter bij een conversie-traject van deze omvang niet geheel te voorkomen.
-
Invloed van coronamaatregelen op de WOZ waarderingen In opdracht van de Waarderingskamer is door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen Lokaleoverheden (ESBL) een rapport geschreven over de mogelijke gevolgen van coronamaatregelen op WOZ waarderingen. De conclusie is dat de huidige wettelijke systematiek van de Wet WOZ gemeenten en uitvoeringsorganisaties slechts in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer deze leiden tot substantiële gebruiksbeperkingen van specifieke (typen) objecten, de mogelijkheid biedt om de invloed van coronamaatregelen tot uitdrukking te laten komen in de WOZ waarderingen, zeker voor belastingjaar 2021. Echter de verwachting is dat NCNP-bureaus en/of andere gemachtigden zich hier aankomend jaar, met name op het vlak van de niet-woningen, massaal op gaan richten. Hoe uiteindelijk de rechterlijke macht de regelgeving en (nieuwe) jurisprudentie over dit onderwerp gaat uitleggen, is nooit zeker en brengt een bepaald risico met zich mee.
-
De openbaarheid van WOZ-waarden van niet-woningen De politiek weegt vooralsnog af of het wenselijk is om deze waarden openbaar te maken. Enerzijds zou het kunnen leiden tot verbetering van de kwaliteit van gegevens en daarmee van de vastgestelde WOZ-waarde, anderzijds blijven tegenhangers wijzen op de concurrentiegevoeligheid van de informatie
-
Verantwoordingsdocument, taxatierapporten en/of taxatieverslagen nieuwe stijl Samen met de Waarderingskamer, de VNG, de LVLB en WOZ-dienstverleners wordt gewerkt aan een verantwoordingsdocument waarin de inrichting van het WOZ-proces, de vakbekwaamheidseisen van de taxateurs, de gebruikte gegevens en de overige factoren
Begroting 2022-2025
22
waarmee de taxatiewaarde bepaald wordt, worden beschreven. Daaraan gekoppeld zou dan ook een uitgebreid(er) taxatieverslag nieuwe stijl opgesteld moeten gaan worden met meer inzicht in de uitgangspunten waaronder de taxatie tot stand is gekomen. Ook wordt er, in samenspraak met het Nederlands Register VastgoedTaxateurs (NRVT) gewerkt aan een uniform taxatierapport voor WOZ taxaties. -
Herziening gemeentelijk belastinggebied Het rapport ‘Bouwstenen voor de verruiming van het lokaal belastinggebied‘ zal als onderwerp worden ingebracht bij de komende kabinetsformatie na de Tweede Kamerverkiezingen in het voorjaar van 2021. Onduidelijk is dus vooralsnog welke voorstellen uit deze notitie de komende jaren een rol (kunnen) gaan spelen bij de vaststelling van de WOZ-waarden en/of de aanslagoplegging. Met name de verruiming van het gemeentelijke belastinggebied, door mogelijke herinvoering van de OZB-gebruikersbelasting voor woningen, en het verbreden van de belastinggrondslag OZB, waarbij wordt voorgesteld om één of meer OZB-vrijstellingen (en uitzonderingen) af te schaffen, kunnen een behoorlijke impact hebben op de uitvoeringswerkzaamheden binnen de WOZ. Naast deze notitie over verruiming spelen er nog een aantal ingediende moties vanuit de Tweede Kamer die juist een tegengestelde beweging maken: Met name de moties inzake de vrijstelling OZB voor zonnepanelen (Lodders), ter voorkoming van ontmoediging van verduurzaming door hogere lokale belastingen, en de motie inzake een lager (woning) tarief voor sportaccommodaties (Omtzigt) zijn daarbij actueel en in het oog springend. Bij deze laatste lijken wettekst en toelichting op het amendement niet met elkaar verenigbaar; het ingezette onderzoek kan uiteindelijk leiden tot aanpassing van artikel 220f Gemeentewet.
Ontwikkelingen op het gebied van bezwaar en beroep (juridisch medewerkers): -
Ontwerpbesluit verhoging van proceskostenvergoeding in beroep en hoger beroep De verdere opmars van de bezwaar- (en beroeps)schriften welke door NoCureNoPay (NCNP) bureaus ingediend worden, zal naar verwachting de komende jaren niet afnemen. Zeker wanneer het voorgenomen besluit tot verhoging van de proceskostenvergoeding die de burger krijgt wanneer deze met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de rechter aangenomen wordt, zullen de kosten voor proces- en griffiekosten de komende jaren exorbitant kunnen gaan stijgen. Het op 16 december 2020 gepubliceerde ontwerpbesluit handhaaft vooralsnog het huidige tarief van de vergoeding van WOZ zaken in de fase van bezwaar, (administratief) beroep en hoger beroep (behoudens indexering). Een verhoging zou niet wenselijk zijn om verdergaande ‘juridisering van de samenleving’ te voorkomen. Het ontwerpbesluit lijkt zich vooralsnog te richten op verhoging van 40% van de standaardbedragen in de beroepsfase voor overige lokale heffingen.
-
Onderzoek bezwaren in relatie tot toegekende kostenvergoeding NCNP-bureaus Daarnaast heeft de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Financiën, aan de Tweede Kamer toegezegd in 2020 een onderzoek te laten uitvoeren naar de aantallen bezwaren door NCNP bedrijven tegen WOZ beschikkingen en tegen BPM-aangiftes alsmede de in verband daarmee toegekende kostenvergoedingen. Het onderzoek dient inzicht te bieden in de werkwijze en het verdienmodel van de NCNP bureaus; de vergoedingen voor deze bureaus staan vaak nauwelijks in verhouding tot de gemaakte kosten. Dit onderzoek is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). De uitkomsten van het onderzoek zijn diverse malen uitgesteld en zijn begin 2021 openbaar gemaakt. Deze lijken vooralsnog geen halt toe te gaan roepen aan de opmars van deze bureaus.
Een verdere toename op dit procesonderdeel zou in de toekomst, zeker bij gelijkblijvende capaciteit, kunnen gaan leiden tot een dusdanige hoge inzet op personeelsvlak dat andere procesonderdelen hetzij in kwaliteit zullen inboeten hetzij niet meer uitgevoerd kunnen worden. Door het blijven zoeken naar innovatieve oplossingen en transparantie rondom het vaststellen van de WOZ-waarde zal getracht worden deze situatie op zo optimaal mogelijke wijze ‘het hoofd te bieden’. Ook het eerder genoemde verantwoordingsdocument en een uitgebreider (uniform) taxatieverslag kunnen hierin naar verwachting
Begroting 2022-2025
23
‘een steentje bijdragen’. Echter het feit blijft dat waarderen definitie-technisch als wel in de praktijk omschreven moet worden als ‘zo goed mogelijk schatten of benaderen’ waarbij het waarde-begrip op dit moment juridisch vertaald lijkt te worden als ‘wiskundige, vaststaande berekening’ wat het feitelijk niet is. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten
Jaarrekening Begroting 2021 Begroting 2021 2020 Primitief incl. na Velsen wijziging maart 2021
Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Project resterende opschoningsact. Leiderdorp Project resterende opschoningsact. Velsen Overgang waarderen op inhoud naar GO Overgang waarderen op inhoud naar GO Velsen LV WOZ
2.678 788 452 99
3.104 650 450
409
Totaal Lasten
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
3.137 889 455
3.137 889 455
3.137 889 455
3.137 889 455
78 139
3.044 830 450 11 107 158 139
-
-
-
-
4.427
4.422
4.740
4.482
4.482
4.482
4.482
Bijdragen deelnemers
4.017-
4.344-
4.682-
4.482-
4.482-
4.482-
4.482-
Totaal Baten
4.017-
4.344-
4.682-
4.482-
4.482-
4.482-
4.482-
Resultaat voor bestemming
409
78
58
-
-
-
-
Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves
409-
139 217-
139 197-
-
-
-
-
Resultaat na bestemming
-
-
-
-
-
-
-
1
Baten
Vanaf 2021 is, naast de extra middelen in verband met de toetreding van gemeente Velsen, ook € 245K extra toegekend aan het programma Waarderen in verband met areaal uitbreiding. Dit vertaalt zich in hogere personeelslasten en hogere proceskostenvergoedingen voor de komende jaren. Hierbij is wel uitgegaan van een procentuele stabilisatie van bezwaren door onder andere NCNP bureaus ten opzichte van 2020. Mocht dit onverhoopt anders zijn dan zullen de beschikbare middelen voor programma Waarderen en mogelijk ook voor de BSGR als geheel ontoereikend zijn. Dit punt is tevens meegenomen in de risicoparagraaf. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen.
Begroting 2022-2025
24
Programma 4: Overhead (voorheen Directie en bedrijfsvoering) Onderwerp De directie, de staf en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van de primaire programma’s zijn binnen dit programma ondergebracht. Hieronder vallen de taken met betrekking tot interne controle werkzaamheden, management informatie, de financiële administratie, bestuur en beleid (waaronder communicatie) en de P&O werkzaamheden. Ook vallen de loonkosten van de afdelingshoofden onder dit programma. Wat gaan we doen? De komende jaren blijven in het teken staan van het onderzoeken van mogelijkheden voor verdere uitbreiding van de BSGR. Primair wordt hierbij gekeken naar gemeenten binnen het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Ook het onderzoeken van mogelijkheden voor een verdergaande samenwerking met andere belastingsamenwerkingen kan een optie zijn. Opgemerkt dient hierbij wel te worden dat de corona pandemie een vertragende factor in uitbreiding kan zijn. Ten behoeve hiervan wordt gebruik gemaakt van het kostprijscalculatiemodel waarbij middels activity based costing alle werkzaamheden en activiteiten gedifferentieerd worden toebedeeld aan primaire producten.
Daarnaast kan het kostprijscalculatiemodel worden gebruikt om de interne prijzen per product te challengen en te benchmarken (denk hierbij bijvoorbeeld aan de prijs van een WOZ-object) en wordt het kostprijscalculatiemodel tevens gebruikt om de deelnemersbijdrage van de huidige deelnemers te bepalen. Het behouden van een “schone” ISAE-verklaring zal een nadrukkelijk Unique Selling Point zijn in de uitbreidingsstrategie. Immers, de BSGR is ook nu nog steeds de eerste en enige belastingorganisatie die al zeven jaar dit internationaal erkende kwaliteitspredicaat in haar bezit heeft. Ook over 2020 is wederom een schone ISAE type II verklaring verkregen. Voor wat betreft de interne organisatieontwikkeling, de ontwikkelingen op personeelsgebied, financiën, automatisering en privacy wordt gemakshalve verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering, zie pagina 34 en verder. Wat gaat het kosten? x € 1.000
Jaarrekening
Lasten
2020
Personeelslasten
Begroting Begroting 2021 2021 Primitief incl. na wijziging Velsen maart 2021
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
Automatisering Huisvesting Overige goederen en diensten
1.041 214 577 770 266
1.174 249 603 794 342
1.169 249 603 794 342
1.186 249 609 803 337
1.186 249 609 803 337
1.186 249 609 803 337
1.186 249 609 803 337
Totaal Lasten
2.867
3.163
3.158
3.184
3.184
3.184
3.184
Bijdragen
2.867-
3.163-
3.158-
3.184-
3.184-
3.184-
3.184-
Totaal Baten
2.867-
3.163-
3.158-
3.184-
3.184-
3.184-
3.184-
-
-
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves
-
-
-
-
-
-
-
Resultaat na bestemming
-
-
-
-
-
-
-
Kapitaallasten (incl. eventuele vervangingsinvesteringen)
Baten
Resultaat voor bestemming
De personeelslasten blijven de komende jaren op een redelijk gelijkblijvend niveau. Datzelfde geldt voor de kapitaallasten, overige goederen en diensten en huisvesting, waarbij hier echter nog geen rekening is gehouden met de uitkomst van onderhandelingen over een nieuw huurcontract. Voor wat betreft de automatiseringskosten is niet uitgesloten dat deze meer zullen gaan oplopen dan hier gepresenteerd. Dit uit hoofde van de ontwikkelingen inzake basisregistraties, common ground en informatiebeveiliging. Zodra meer duidelijk is over de kosten hiervan zullen deze in een begrotingswijziging worden meegenomen.
Begroting 2022-2025
25
Algemene dekkingsmiddelen Onderwerp Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) in artikel 8 ook voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Daarnaast komen de financieringslasten en –baten in dit programma tot uitdrukking, alsmede de bestemmingsreserve flankerend beleid. Flankerend beleid Uit het oogpunt van de privacy worden de kosten inzake het flankerend beleid verantwoord binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen. Ook de onttrekking uit de bestemmingsreserve wordt in dit programma verantwoord. Het bestuur heeft op 27 september 2018 besloten dat deze bestemmingsreserve in ieder geval tot en met 2022 in stand wordt gehouden. Het bedrag onvoorzien Het bedrag onvoorzien moet volgens het BBV expliciet vermeld worden. De keus wordt gelaten om dit bedrag per programma of voor de begroting in zijn geheel te ramen. Om praktische redenen hanteert de BSGR de laatst genoemde mogelijkheid. De aanwending van het bedrag onvoorzien is alleen onder voorwaarden toelaatbaar; inzet vindt plaats voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn en waarvoor in de begroting geen raming is opgenomen.
Indien een dergelijke uitgave een structureel karakter heeft, dan worden de meerjarige consequenties als autonome ontwikkelingen in de volgende begroting verwerkt. Verwerking van een onvoorziene post leidt tot een begrotingswijziging welke aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd. Het bedrag onvoorzien is vastgesteld op € 109K. Wat gaat het kosten? x € 1.000
Jaarrekening
Lasten
2020
Begroting 2021 Primitief incl. Velsen
Begroting 2021 na wijziging maart 2021
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
Onvoorzien Flankerend beleid
0 62
109 100
109 186
109 185
109 -
109 -
109 -
Totaal Lasten
62
209
295
294
109
109
109
Bijdragen deelnemers Overige opbrengsten
154 10-
109-
109-
109-
109-
109-
109-
Totaal Baten
144
109-
109-
109-
109-
109-
109-
Resultaat voor bestemming
206
100
186
185
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Baten
Onttrekkingen aan het rekeningresultaat Dotaties aan bestemmingsreserves Onttrekkingen aan bestemmingsreserves
62-
100-
186-
185-
Resultaat na bestemming
144
-
-
-
Begroting 2022-2025
26
Binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn er in de jaren 2022-2025 de volgende incidentele baten en lasten. Incidentele baten en lasten Programma
x € 1.000
Adm. Dekk. Middelen
Flankerend beleid Totaal Lasten
Begroting 2022
Begroting Begroting
Begroting
2023
2024
185
-
-
2025
-
185
-
-
-
185
-
-
-
Baten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Dotaties Adm. Dekk. Middelen
Onttrekkingen bestemmingsreserve
185-
-
-
-
Gerealiseerde resultaat
Gerealiseerde resultaat
-
-
-
-
Begroting 2022-2025
27
Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. Een stille reserve is bij de BSGR niet aanwezig. Wel beschikt de BSGR over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt jaarlijks € 109K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.
Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende:
De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen zijn ingericht, alsmede IT aspecten en het opstellen van de belastingrapportage en privacy. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.
Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven bij de belastingrapportage, wordt het raamwerk indien nodig jaarlijks bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage. Bij het opstellen van de begroting 2022-2025 worden de volgende risico’s onderkend, inclusief kwantificering:
Begroting 2022-2025
Risico's
28 Getroffen maatregelen
Kwantificering
Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd. Het actuele Informatiebeveiligingsplan is op 23 november 2020 door de directeur van de BSGR vastgesteld. Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen.
Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR Flankerend beleid Door een veranderende werkomgeving en het gebrek aan het juiste kennis niveau, zullen additionele stappen ondernomen moeten worden om medewerkers zo efficient en effectief mogelijk hun werk uit te kunnen laten voeren.
De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.
Binnen de afdelingen wordt ingezet op flankerend beleid: daar waar een Hiervoor is een medewerker niet (meer) in staat is de steeds sneller elkaar opvolgende bestemmingsontwikkelingen in de arbeidsinhoud (o.a. als gevolg van basisregistraties) bij reserve te benen zal naar (waardige) alternatieven moeten worden gezocht. Dit beschikbaar van beleid zal additionele kosten met zich meebrengen. Tevens worden waar € 371K voor de nodig middels persoonlijke ontwikkelgesprekken medewerkers voorbereid op jaren 2021 en veranderingen in de in- en externe omgeving. 2022
Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een tot kostenstijging en vermindering van de begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit. harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt. Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is ontstaan in de gegevensverwerking en de cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers). Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte heeft in de bestaande kasstromen. omvang hiervan.
Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf De afspraken met de deelnemers zijn vastgelegd in de aangepaste deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben dienstverleningsovereenkomst, waarin tevens verwezen wordt naar het uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een besluit van het AB d.d. 27 maart 2014 inzake uittreding. Inmiddels heeft het deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering algemeen bestuur - vooruitlopend op de voorgenomen wijziging van de Wet gewaarborgd te zijn. gemeenschappeljke regelingen- op 25 juni 2020 ingestemd met een geactualiseerde tekst aangaande een uittredingsbepaling. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency maatschappelijke onrust kunnen een negatieve centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe uitwerking hebben op de reputatie en goede naam. dienen de website en management informatie.
gemitigeerd
gemitigeerd
vrijwel nihil
gemitigeerd
gemitigeerd
Begroting 2022-2025
Risico's (vervolg) Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat.
Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling
Afloop huurcontract M.i.v. 2022 verloopt het huurcontract van het kantoor waar de belastingsamenwerking in gevestigd zit.
Vervanging belastingapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd.
29
Getroffen maatregelen
Kwantificering
Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zij niet zonder meer met derden mogen delen. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy stond dan ook periodiek op de agenda van werkoverleggen/MT-vergaderingen. Daarnaast werd jaarlijks, door medewerkers die zich bezighouden met het onderwerp Privacy en Informatiebeveiliging, een update gegeven van de stand van zaken. Afgelopen jaar is als gevolg van de Coronapandemie hier noodgedwongen op een andere wijze invulling aangegeven door o.a. een variërende privacy pubquiz en is in praktijk de alertheid van medewerkers op phishingmail getest. De BSGR stuurt sterk op de kosten.
gemitigeerd
Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 €1500K jaarlijks in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande voor de koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, deelnemers voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten. Ook al zijn in 2020 geen grote ontwikkelingen te melden op landelijk of Europees niveau toch geldt dat uitstel nog geen afstel is. Indien de afloop van het huurcontract leidt tot een verhuizing dan is er niet p.m.
voorzien in de kosten van eenmalige verhuizing en inrichting. Eerste halfjaar 2021 zal het gesprek met de huidige verhuurder om al dan niet te verlengen worden aangegaan. Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in € 1.200K de eenmalige licentiekosten. Omdat er nog geen sprake is van een concrete casus kan in de kwantificering uitlsuitend uitgegaan worden van een schatting.
Begroting 2022-2025
Risico's (vervolg) ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.
Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer
NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.
30 Getroffen maatregelen
Kwantificering
De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.
p.m.
De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd. In de huidige begrotingsmethodiek zijn areaal-ontwikkelingen per 2021 in de Gemitigeerd deelnemerbijdrage verdisconteerd. Insteek is eenmaal per drie jaar een update qua areaalontwikkelingen door te rekenen en de kosten hiervan in de begroting mee te nemen. De ultieme wettelijke beperking voor ongewenste effecten NCNP-bureaus € 800K per laat op zich wachten.De uitkomst van het door de minister van 2022 bij Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en blijvende stijging de Staatssecretaris van Financiën, aan de Tweede Kamer toegezegde onderzoek naar ongewenste effecten van NCNP-bureaus lijkt de opmars van deze bureaus vooralsnog niet te stuiten. De BSGR kan op deze ontwikkeling geen invloed uittoefenen. Binnen de begroting is geen ruimte (meer) om een verdere kostenstijging op te vangen.
UItgaande van een gelijke stijging in % bezwaren als in 2020 bedraagt het tekort in 2021 € 400K.
Risico's
risicobedrag
Niet voldoen aan wet- en regelgeving Afloop huurcontract Vervanging belastingapplicatie Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk NCNP bezwaren (Per jaar stijgend) Berekend risico af: Algemene Reserve Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.
p.m. p.m. € 1.200.000 p.m.
2022 2022 2022 2022
0,1 p.m. 1 p.m. 0,5 € 600.000 0,75 p.m.
p.m.
2022 2022
0,75 p.m. 0,75 € 600.000 € 1.200.000 € 480.000 € 720.000
€ 800.000
jaar
kans
gewogen
Begroting 2022-2025
31
Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is gericht op de ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut, vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 16 juni 2014. In het Treasurystatuut zijn de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven. Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Het kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico, valutarisico en debiteurenrisico worden niet gelopen. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR zijn uitermate inzichtelijk. Jaarlijks wordt, aan de hand van de ontwikkelingen op de financiële markten, de hoogte van de rekenrente bepaald. Momenteel is dat 0% De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom zijn binnen de BSGR strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier (ING).
De BSGR heeft bij s’ Rijks schatkist eveneens twee rekeningcourantverhoudingen, één voor de belastinggelden en één voor de eigen bedrijfsvoering. Om de liquiditeitspositie ten behoeve van de bedrijfsvoering te bewaken wordt er gewerkt met een liquiditeitsprognose en –planning en een strikt debiteurenbeheer. Kasgeldlimiet en renterisico De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van de omvang van de begroting, met een minimum van € 300K. De begrotingsomvang van de BSGR is in het jaar 2022 ongeveer € 13,7 miljoen (exclusief reservemutaties), de bijbehorende kasgeldlimiet is € 1.123K. Dit betekent dat tot een bedrag van € 1.123K aan kortlopende geldleningen mag worden afgesloten. Daarboven moet worden overgegaan op langlopende geldleningen. De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden.
De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Dreigen de verplichte aflossingen en renteherzieningen boven de renterisiconorm uit te komen, dan zullen nieuwe langlopende schulden slechts met langere looptijden (met de daarbij behorende lagere aflossingsverplichtingen) uitkomst moeten bieden. Voor de BSGR bedraagt de renterisiconorm € 2,74 mln. In de periode 2022-2025 zal naar verwachting geen gebruik worden gemaakt van kortlopende of langlopende financieringen. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren dient de BSGR een rekening-courant bij s’ Rijks schatkist aan te houden waar overtollige middelen op worden gestort. Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden. De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met s’ Rijks schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze bij s’ Rijks schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 0,75% van de totaaltelling van de verlies en winstrekening met een minimum van € 250K. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden.
Zie onderstaand overzicht.
Begroting 2022-2025
32
x € 1.000 Drempelbedrag
Drempelbedrag
2022
2023
2024
2025
Gemiddeld verwacht
250 0
250 0
250 0
250 0
Verschil
250
250
250
250
EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis. Conform het BBV (artikel 71) dient in de programmabegroting een berekening opgenomen te worden van het aandeel van de decentrale overheidsinstelling in het EMU-saldo. EU-lidstaten mogen als gevolg van de Europese regelgeving een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Van dit maximale tekort van 3% van Nederland is in 2021 0,5% voor de decentrale overheden en 2,5 % voor het Rijk. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: Omschrijving
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten
615 214
244 249
185 249
0 249
0 249
0 249
105-
497-
125-
125-
125-
125-
Saldo
724
-4
309
124
124
124
Het Exploitatiesaldo voor bestemming reserves is het uitgangspunt voor de berekening van het EMUsaldo. Dit saldo is terug te vinden in het Overzicht van baten en lasten (zie pagina 42). De bijdrage van de BSGR in het totale EMU-saldo is slechts zeer marginaal. De bijdrage over de jaren 2022-2025 is licht positief.
Begroting 2022-2025
33
Verplichte kengetallen Conform de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: De kengetallen zijn grotendeels gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens. De geprognosticeerde balans is opgenomen op pagina 45 van deze begroting. Naarmate de geprognosticeerde balansgegevens verder in de toekomst zijn gelegen, worden deze minder betrouwbaar. Kengetallen Netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie
Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 -4,7% 0,2% 1,0% 0,5% 0,1% -0,3% -4,7% 7,7% -1,2% N.v.t.
0,2% 10,3% -1,8% N.v.t.
1,0% 7,5% -1,3% N.v.t.
0,5% 7,6% 0,0% N.v.t.
0,1% 7,7% 0,0% N.v.t.
-0,3% 7,8% 0,0% N.v.t.
Bovenstaande kengetallen maken het inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Indien de netto schuldquote omslaat van negatief naar positief wordt dit veroorzaakt doordat de boekwaarde van de investeringen hoger is dan het saldo van het eigen vermogen. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. Bij de BSGR is het kengetal negatief, indien er per saldo sprake is van een netto vordering. Het kengetal is positief, indien er per saldo sprake is van een netto schuld. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie.
Omdat de algemene reserve van BSGR gelimiteerd is tussen 3% en 5% van de begrote lasten, is deze ratio bij BSGR relatief laag. Omdat de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling (GR) ‘borg’ staan en BSGR een sluitende begroting heeft, is deze ratio acceptabel. Bij de structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten(waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie is het belang om te weten welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. In 2022 is er sprake van een negatieve exploitatieruimte en vanaf 2023 is de exploitatieruimte nihil.
Begroting 2022-2025
34
Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Landelijke ontwikkelingen binnen het belastingdomein maar ook de steeds verdergaande digitalisering zullen de komende vijf jaar de organisatie ingrijpend gaan beïnvloeden. De verwachting is dat bestaande functies zullen wijzigen, wellicht in omvang teruggaan of mogelijk op termijn helemaal verdwijnen. De BSGR voorziet specifiek de volgende drie ontwikkelingen: Ontwikkelingen in de basisadministraties De intrede van Artificial Intelligence Het beheren van software applicaties in de cloud.
1 Ontwikkelingen in de basisregistraties Ontwikkelingen in basisregistraties hebben als belangrijkste kenmerk dat zuiver administratieve werkzaamheden grotendeels gaan verdwijnen en plaats gemaakt gaat worden voor werkzaamheden met een belangrijke geo component. Dit vraagt van medewerkers analytische vaardigheden en ruimtelijk inzicht, specifiek bij de afdelingen Heffen en Waarderen. Aanpassingen in ons huidige belastingsysteem zijn ook nu al grotendeels “data en geo driven”. 2 Intrede Artificial Intelligence Artificial Intelligence (A.I.) gaat de komende jaren steeds vaker zijn intrede doen op het werkterrein van de BSGR. Niet alleen zal A.I. het werk van de huidige taxateur gaan raken, ook binnen Informatie en Inning gaat A.I. waarschijnlijk een belangrijke rol spelen. Te denken valt dan met name aan het onderdeel Kwijtscheldingen waar bij het nemen van standaard beslissingen mogelijk gebruik gemaakt kan gaan worden van big data. De BSGR heeft daarom besloten, in navolging van andere belastingsamenwerkingsorganisaties, om het onderwerp A.I. de komende jaren op de agenda te zetten. Zo zal bij de keuze om onze huidige waarderingsapplicatie al dan niet te continueren de mogelijkheid van integratie van A.I. technieken een belangrijke rol spelen.
3 Het beheren van (standaard) softwareapplicaties in de cloud Deze (landelijke) ontwikkeling naar beheer van software in de cloud heeft met name effecten op de behoefte van organisaties aan eigen applicatiebeheerders, in dienst dan wel ingehuurd. Het beheer vindt namelijk dan plaats bij de softwareleverancier zelf. Automatiseringsfuncties gaan plaats maken voor informatiseringsfuncties waarbij de liaisonfunctie met de softwareleverancier centraal staat. Een continu en ingrijpend veranderende omgeving vraagt tevens continue aandacht voor wijzigingen in werkzaamheden, functies en werkdruk. Eind 2020 heeft de BSGR een voorstel gemaakt voor een gewijzigde functieformatie op basis van actuele werkzaamheden en aantallen. Dit voorstel is inmiddels door Bestuur en OR geaccordeerd. De bijbehorende exercitie zal jaarlijks samen met de medewerkers worden uitgevoerd. De komende periode zal tevens worden gekeken naar een actualiseren van het BSGR Sociaal Statuut. Het huidige sociaal Statuut is in 2013 vastgesteld en sinds die tijd niet meer geactualiseerd. Daarom zal de BSGR, mede ingegeven door de hierboven geschetste ontwikkelingen, het gesprek aangaan met de vakbonden om zo te komen tot een nieuw, meer eigentijds, Sociaal Statuut.
Personeelsontwikkeling Het sturen op kwaliteit van het personeelsbestand blijft in de komende jaren een aandachtspunt. De werkzaamheden dienen immers efficiënt en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd te worden. Er wordt steeds meer geautomatiseerd en gedigitaliseerd, waardoor de overblijvende taken andere vaardigheden en competenties vragen, zoals een hoger werk- en denkniveau en analytisch vermogen. De BSGR verwacht dat als gevolg van deze – ook landelijke - ontwikkelingen flankerend beleid zal moeten worden ingezet en hiervoor is tot en met 2022 budget voorzien.
Begroting 2022-2025
35
Personeelsontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen van de BSGR. Met behulp van een personeelsplanning kan de BSGR de meest optimale inzet nu en in de toekomst creëren; wat zijn gewenste kwaliteiten en wat moet er gebeuren om die kwaliteiten beschikbaar te hebben. Met behulp van dit instrument kunnen tijdig maatregelen worden genomen om ongewenste uitstroom te voorkomen en doorstroom te bevorderen om werknemers met specifieke kenmerken te behouden voor de organisatie. Ook kan gericht gewerkt worden aan scholing. Het gaat daarbij met name om de benodigde kwaliteiten (capaciteiten en competenties) van de medewerkers. Tegelijkertijd past strategische personeelsplanning in het streven van de BSGR om medewerkers te blijven ontwikkelen en te motiveren (‘binden en boeien’) zodanig dat de organisatiedoelen en –ambities kunnen worden waargemaakt. Medewerkers moeten worden voorbereid op hun toekomst, waarbij management en medewerkers samen richting gaan geven aan ontwikkelingskansen. Voor de komende jaren zal worden ingezet op het versterken van potentieel dat uiteindelijk kan doorgroeien naar functies van schaal 9 en hoger. Key posities in de organisatie die nu bemenst worden door “vergrijzende” BSGR medewerkers kunnen zo van adequate opvolging worden voorzien.
Arbeidsvoorwaarden Sinds 1 januari 2020 valt de BSGR onder de CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (CAO SGO). Deze cao is identiek aan de CAO Gemeenten. De huidige CAO SGO heeft net als de CAO Gemeenten een looptijd van 1 januari 2020 tot 1 januari 2021. De komende jaren zullen de cao onderhandelingen in het teken staan van de economische gevolgen van de coronacrisis. De nijpende financiële situaties van veel gemeenten zullen een stempel drukken op de loonontwikkeling voor de komende jaren. Was de loonontwikkeling de afgelopen jaren gericht op het zijn, en naar de toekomst toe ook blijven van een aantrekkelijke werkgever, de verwachting is dat medewerkers de komende jaren op de nullijn komen te staan. Als gemeenten en samenwerkende gemeentelijke organisaties hun huidige positie als aantrekkelijke werkgever verliezen wordt het mede door de vergrijzing lastig om jong en goed gekwalificeerd personeel binnen te halen en te houden. Investeren in vitaliteitsbeleid zodat oudere medewerkers in de toekomst inzetbaar blijven en gezond de eindstreep halen is daarom van groot belang en zal ongetwijfeld de komende jaren één van de belangrijkste onderwerpen aan de cao-tafel zijn waarover afspraken gemaakt gaan worden. Bij de invoering van de WNRA is gekozen voor een technische conversie.
Dat wil zeggen dat bepalingen één op één inhoudelijk uit de CAR-UWO overgenomen zijn in de CAO SGO. De inzet van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties zal er de komende jaren op gericht zijn om met name de cao aanspraken met betrekking tot de bovenwettelijke sociale zekerheidsuitkeringen (zoals de na-wettelijke uitkering) af te bouwen zodat deze meer in de pas gaan lopen met het bedrijfsleven. Daarbij is tevens de achterliggende gedachte dat het belangrijker is om te voorkomen dat medewerkers werkloos worden dan dat de inkomensachteruitgang bij werkloosheid wordt afgedekt. Ontwikkelingen automatisering Samen met een aantal andere belastingkantoren die allemaal gemeenten en tenminste 1 waterschap als deelnemer hebben, wordt in een directeurenoverleg gesproken over de aan te houden koers als het gaat om ICT ontwikkelingen. Hierbij worden ze geadviseerd door de leden van het kernteam. Dit zijn vanuit deze belastingkantoren medewerkers die of verantwoordelijk zijn voor de ICT en/of beleid dan wel afdelingshoofd zijn. Door het kernteam wordt ook de ontwikkelagenda van Centric en Bakerware (onze portal leverancier en inmiddels ook onderdeel van Centric) besproken met de betrokken partijen. Hierdoor is een ICT samenwerking ontstaan tussen de genoemde kantoren aan de ene kant en de softwareontwikkelaar aan de andere kant.
Deze samenwerking leidt ertoe dat krachten gebundeld worden en kosten gedeeld. De kostendeling is van belang gezien de hogere perceptiekosten die het gevolg zijn van de door het Rijk in het leven geroepen en door te ontwikkelen basisregistraties. Deze landelijke basisregistraties leiden tot aanzienlijke prijskaartjes. Niet alleen voor belastingkantoren, maar ook voor
Begroting 2022-2025
36
belastingafdelingen van waterschappen en gemeenten. De verwachting is dat de vanuit het Rijk geïnitieerde kosten alleen nog maar zullen stijgen. Het beperkt aantal organisaties dat pakketten levert voor integrale belastingheffing en -inning wordt daarmee vanuit het Rijk geconfronteerd met zowel omvangrijke softwarewijzigingen als de daarbij behorende zeer hoge kosten. In de zomer van 2019 is door diverse partijen waaronder de VNG en de Unie van Waterschappen het convenant Samenwerking WOZ-ICT ondertekend. Hierin staan afspraken over de uitwisseling van WOZ informatie, van belang voor transparante waardebepaling en belastingheffing. Dit convenant staat in het licht van twee belangrijke ontwikkelingen: de doorontwikkeling van een aantal basisregistraties naar een samenhangende objectenregistratie en ”common ground”. Duidelijk is dat hiervoor forse inspanningen en ICT investeringen benodigd zijn. Met dit convenant wordt getracht de conversie naar “common-ground” ontwerpprincipes voor de WOZ zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. De ledenvergadering van de vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft immers “common-ground” vastgesteld als basis voor de ICT ontwikkelingen bij gemeenten. Deze ontwikkeling vraagt echter om een ICT budget dat voor de komende jaren structureel hoger is dan we gewend waren. Een exacte indicatie van deze hogere kosten kan echter nog niet worden gegeven.
Daarnaast vragen WOZ-taxaties om steeds slimmere technieken. Door de inzet van enerzijds kunstmatige intelligentie in taxatiemodellen en anderzijds meer locatiegegevens uit Geo-registraties en GIS-analyses zullen de voor WOZ taxaties gebruikte modellen steeds betere taxaties leveren. De overgang naar moderne systemen die dit ondersteunen vraagt investeringen. Dit zou voor de BSGR kunnen betekenen dat zij zich gaat oriënteren op een mogelijke aanbesteding voor de waarderingsapplicatie. Forse investeringen nopen softwareleveranciers tevens tot cloud-oplossingen. Langzaam maar zeker wordt door onze softwareleverancier gewerkt aan het ombouwen van haar applicaties om het beheer van deze applicaties in de Cloud aan te kunnen bieden. Insteek is dat alle overheidsapplicaties uiterlijk in 2023 als SaaS oplossing via de Cloud worden aangeboden. Belastingen is daarbij het eerste domein wat door Centric nog uitsluitend als SaaS aangeboden zal worden. Het grote voordeel hiervan voor de softwareleverancier is dat er voor wat betreft het beheer geen werkzaamheden meer op locatie verricht hoeven te worden. De impact zal groot zijn. Niet meer naar honderden locaties reizen, niet evenzoveel verschillende instellingen tegenkomen en evenzoveel verschillende processen inregelen.
Er zal een nog nauwere samenwerking moeten worden gezocht met andere belastingkantoren om ervoor te zorgen dat we onze processen op elkaar afstemmen en meesturend zijn in de ontwikkeling van deze standaardsoftware. Dit traject van “cocreatie” is inmiddels samen met andere belastingkantoren en Centric opgestart. De verwachting is derhalve dat in de toekomst minder maatwerk geleverd zal worden door softwareleveranciers dan nu het geval is. Dit zal uiteraard ook consequenties hebben voor de deelnemers. Een alternatief voor deze SaaS ontwikkeling is er echter niet aangezien het zelf ontwikkelen van een belastingapplicatie een zeer kostbare en daarmee onbegaanbare weg is. Privacywetgeving Sinds 25 mei 2018 wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in Nederland gehandhaafd. Dat wil zeggen dat de toezichthouder in deze, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), actief controleert in hoeverre er wordt voldaan aan het in de AVG en overige van toepassing zijnde wetgeving gestelde.
Alhoewel in eerdere wetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990) al strenge eisen werden gesteld aan de wijze waarop er met gegevens in het kader van de belastingheffing en –invordering werd omgegaan, heeft de invoering van de AVG de bewustwording rondom privacy en informatiebeveiliging nog aanzienlijk aangescherpt. De verwachting is dat de regelgeving rondom privacy en informatiebeveiliging en het toezicht hierop in de komende jaren nog verder zal toenemen. In het, in 2019 door de AP gepubliceerde document Focus AP 2020-2023 ‘Dataprotectie in een digitale samenleving’ zijn de doelstellingen van de AP voor de jaren 2020-2023 neergelegd. De AP geeft op basis van een drietal gesignaleerde ontwikkelingen: Doorgroei van de datasamenleving Toename van digitaal onrecht
Begroting 2022-2025
37
Toename van privacybewustzijn een drietal gebieden waarop de AP zich tot en met 2023 zal gaan focussen, te weten: Datahandel Digitale overheid Artificiële intelligentie (AI) & algoritmes Met name de laatste twee onderwerpen zijn zaken die de BSGR raken dan wel kunnen gaan raken. Digitale overheid: Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen. Vanuit Rijksniveau is hierop ingezet o.a. door de aanstaande invoering van de Wet Digitale Overheid (2021/2022?), die gericht is op het verbeteren van de digitale overheid door standaarden voor elektronisch verkeer voor alle overheden verplicht te stellen. Hierin zijn ook regels over informatieveiligheid en over de toegang (inloggen) van burgers en bedrijven tot online dienstverlening bij de (semi)overheid opgenomen. In de wet wordt geregeld dat publieke dienstverleners verplicht zijn om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot online diensten waarbij de overheid deze betrouwbaarheidsniveaus nodig vindt.
Beoogd wordt om aan burgers elektronische identificatiemiddelen (eID) te verstrekken met een hogere mate van betrouwbaarheid dan het huidige DigiD. Dit gaat gevolgen hebben voor de wijze waarop de BSGR toegang moet verlenen tot de gegevens in MijnBSGR. De gebieden waarop de AP in deze extra de aandacht zal vestigen zijn onder andere (voor zover voor de BSGR van belang): databeveiliging en samenwerkingsverbanden/ongeoorloofd delen. 1. De AP verwacht van overheidsorganisaties dat zij structureel en op toereikende wijze investeren in hun informatiebeveiliging. De komende jaren wil de AP overheidsorganisaties controleren op hun beveiligingsniveau en hen stimuleren om werk te maken van een sterke IT- en datahuishouding. De AP wil bevorderen dat overheidsorganisaties behendig worden in privacyrisicomanagement en hun IT-systemen laten auditen als onderdeel van hun databoekhouding. Dit zal als consequentie hebben dat de kosten rondom automatisering de komende jaren verder zullen gaan toenemen. Er bestaat dan ook een toenemende noodzaak om te bezien in hoeverre audits bij software leveranciers met meerdere afnemers van dezelfde software kunnen worden opgepakt, zodat daarmee kosten kunnen worden gedrukt. 2. Steeds vaker worden bestanden gedeeld en gekoppeld.
De overheid doet dit bijvoorbeeld om de publieke dienstverlening te verbeteren, bijvoorbeeld zodat problematische schulden eerder kunnen worden gesignaleerd. Hoewel de intenties vaak goed zijn, kan het delen en koppelen van bestanden een schending zijn van het wettelijke beginsel van doelbinding. Tenzij dit in wet- of regelgeving duidelijk en nauwkeurig is vastgelegd mogen gegevens niet voor een ander doel worden gebruikt dan het doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. De overheid moet daarom voorzichtig zijn met bestanden aan elkaar koppelen, zelfs als dat kostentechnisch of vanuit burgerperspectief voor de hand ligt. De gedachte hierachter is dat een lagere prijs voor verbeterde publieke dienstverlening niet ten koste mag gaan van vrijheid. Ook moet de overheid vanuit behoorlijkheid handelen en kunnen instaan voor de juistheid van de data en modellen. De AP verwacht dat overheidsorganisaties terughoudend zijn met het delen van bestanden. Het is aan overheidsbestuurders en aan de wetgever om een goede afweging te maken over het nut en de noodzaak van het gebruik van data en nieuwe verwerkingen. De AP spreekt bestuurders hierop aan. Schending van het beginsel van doelbinding pakt de AP zo nodig aan. De BSGR heeft vastgelegd in de DVO en het Besluit gegevensverstrekking welke gegevens zij deelt met andere partijen.
Beoogd wordt om met name het Besluit gegevensverstrekking periodiek te evalueren.
Artificiële Intelligentie (AI) en algoritmes: Steeds meer bedrijven en organisaties maken gebruik van algoritmes en AI. Dit biedt voordelen en leidt tot nieuwe nuttige toepassingen. Maar de inzet van AI en algoritmes kent ook risico´s en schadelijke effecten. Onverantwoordelijk gebruik van algoritmes kan leiden tot foutieve beslissingen, tot uitsluiting van mensen en tot discriminatie.
Begroting 2022-2025
38
De AP is verantwoordelijk voor het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens, en daarmee ook op de toepassing van AI en algoritmes waarbij persoonsgegevens worden gebruikt. Momenteel worden bij een aantal organisaties de eerste stappen gezet op de inzet van AI bij belastingheffing en dan met name bij de waardering in het kader van de uitvoering van de Wet Woz. Alhoewel deze vorm van gebruik van AI object-gerelateerd is, is het niet denkbeeldig dat AI op termijn ook op andere vlakken ingezet kan worden. Voor wat betreft toename van privacybewustzijn is dit niet slechts een onderwerp dat in de ‘buitenwereld’ speelt, maar waar ook intern de aandacht blijvend op moet zijn gevestigd. Vanuit de BSGR zal dan ook continu aandacht worden gevraagd aan de medewerkers om zich bewust te zijn van het feit dat zij in hun dagelijkse werkzaamheden omgaan met persoons- c.q. bedrijfsgevoelige gegevens die niet voor een ieder ter inzage zijn en waar aldus prudent mee moet worden omgegaan. Daarbij wordt er ook waarde aan gehecht om dit ook met enige regelmaat in praktijk te toetsen bijvoorbeeld door de alertheid op phishingmail bij medewerkers te testen. Verder ‘hangt’ er al enige jaren een ePrivacy-verordening in de lucht. Het voorstel voor de ePrivacyverordening is het sluitstuk van de inspanningen van de Europese Commissie om het kader voor gegevensbescherming in Europa te voltooien.
De verordening bevat regels om de privacy bij online communicatie beter te waarborgen. Het uitgangspunt daarbij is dat de inhoud van deze berichten alleen toegankelijk is voor de partijen die direct bij de communicatie betrokken zijn (beveiligd mailen!). Het is nog niet zeker wanneer het Commissievoorstel voor de ePrivacy-verordening wordt aangenomen, omdat de lidstaten nog onderhandelen over een aantal artikelen. De BSGR beschikt inmiddels over de mogelijkheid om gegevens uit te wisselen via een beveiligd mailprogramma. Archivering De BSGR voert haar werkzaamheden vanaf 2011 uit. In de afgelopen jaren was de focus veelal gericht op het zoveel mogelijk verzamelen en bewaren van gegevens. Voor archivering van documenten bestaat afzonderlijke regelgeving, onder andere de Archiefwet. Naast deze van toepassing zijnde regelgeving speelt ook de AVG bij archivering een belangrijke rol. Op basis van de AVG dient er te worden gestreefd naar dataminimalisatie. Dat wil zeggen dat een organisatie niet meer gegevens mag verzamelen dan strikt noodzakelijk voor het door haar beoogde doel. Dit, in combinatie met het recht op vergetelheid (uit de AVG), verhoogt de druk op het verder en tijdig ‘opruimen’ van gearchiveerde documenten, die gebonden zijn aan een maximale bewaartermijn.
Inmiddels hebben er in de afgelopen drie jaar –in en na overleg met de gemeentearchivaris van Leidenperiodiek opschoningsacties in de fysiek gearchiveerde documenten plaatsgevonden. Ook in de digitale archivering zijn inmiddels de nodige documenten/gegevens verwijderd. Dit zal op korte termijn nog een verder vervolg gaan krijgen in het opschonen van de oude vorderingen. Daarnaast heeft de BSGR intern vastgelegd dat niet alle inkomende documenten behoeven te worden gearchiveerd, omdat deze niet benodigd zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee wordt onnodige opslag van documenten al aan de voorkant voorkomen. Gelet op de, ook door de AP gesignaleerde, steeds verder toenemende bewustwording rondom het onderwerp ‘privacy’ is het de verwachting dat er in de toekomst, nadrukkelijker dan nu het geval is, navraag zal worden gedaan naar: de door een organisatie geregistreerde (persoons)gegevens; de aanwezigheid van documenten in het archief waarvan de bewaartermijn inmiddels is verstreken. Ten aanzien van de archivering van documenten zal in 2021/2022 wel een nieuwe Archiefwet van kracht worden, waarbij onder andere een versnelde opslag van bijvoorbeeld bestuursdocumenten bij een archiefdienst of depot (voor de BSGR Erfgoed Leiden) wordt voorgeschreven.
In plaats van na een periode van 20 jaar dienen deze documenten al na 10 jaar bij Erfgoed Leiden te worden opgeslagen. Tevens zal er in het huidige Besluit informatiebeheer BSGR een regeling moeten worden opgenomen over de wijze waarop de archivaris verslag gaat doen van het door haar uit te voeren periodiek toezicht op het archief van de BSGR. Daarnaast speelt ook nog steeds de geplande invoering van de Wet open overheid (Woo). Deze wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijk maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Deze wet legt de verplichting op documenten in een, voor de BSGR beperkt, aantal categorieën actief openbaar te maken: Wet- en regelgeving;
Begroting 2022-2025
39
Organisatiegegevens; Bestuursstukken; Jaarplannen en -verslagen; Wob/Woo-verzoeken; Onderzoeken; Klachten. De BSGR voldoet voor zover van toepassing al aan het merendeel van deze categorieën aan deze verplichting, uitgezonderd de Wob/Woo-verzoeken, onderzoeken en klachten. Daarnaast verplicht de Woo overheden om de informatiehuishouding op orde te brengen. Dat wil zeggen dat documenten in een goede, geordende en toegankelijke staat moeten worden bewaard. De verwachting is dat met het op orde krijgen van de digitale informatiehuishouding van de overheid nog een aanzienlijke doorlooptijd zal zijn gemoeid. Voor het volledig realiseren hiervan bij het Rijk en de decentrale overheden wordt een termijn van ten minste 8 jaar genoemd (Memorie van Toelichting, kamerdossier 35112). Omdat het niet efficiënt wordt geacht dat ieder bestuursorgaan zelf het wiel uitvindt, zal de minister van BiZa een meerjarenplanning opstellen, waarbij een begin wordt gemaakt bij de digitale huishouding van het Rijk en daarna stap voor stap bij de overige overheden . Beoogd wordt wel om de Woo in 2022 in werking te laten treden. De BSGR gaat in de komende jaren bezien in hoeverre een en ander kan worden gecombineerd met een definitieve overstap van zowel een fysiek als digitaal archief naar nog slechts digitale archivering van documenten.