Bijlage bij RV d.d. 20 april 2021 Regionale Energiestrategie 1.0 Z-20-130711 Oegstgeest
Tekst van het document
(zogenoemde ‘netimpact’). De locatie, het soort techniek
op het elektriciteitsnet. Daarbij gaat het in elk geval zo
aansluitingen op het bestaande elektriciteitsnet. Het
en het tijdstip kunnen invloed hebben op de kosten
veel mogelijk om:
huidige netwerk is voor een groot deel ontworpen op
en haalbaarheid. Als uitbreidingen of aanpassingen
Bij voorkeur gebruik maken van bestaande ruimte in
eenrichtingsverkeer: levering en distributie richting
van het elektriciteitsnet nodig zijn, vraagt dat om tijd,
een al voorziene uitbreiding (de investeringsagenda
gebieden die veel stroom gebruiken. Het netwerk
ruimte en geld. Om het bestaande systeem zo efficiënt
van netbeheerder Liander) van het elektriciteitsnet.
kent op dit moment relatief weinig mogelijkheden
mogelijk te benutten en eventueel uit te breiden, en
Hiervoor zijn niet direct aanvullende investeringen
om grootschalige opwek op te vangen. Hiermee
maatschappelijke kosten en investeringen te beperken,
nodig en snel realiseerbaar.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
63
Ruimtelijke kwaliteit
voor wind- en zonne-energie benadrukt de over-
plaatsen. Dit kan de hoeveelheid benodigde
Opwek van hernieuwbare elektriciteit vraagt om ruimte.
gang tussen stad en land.
infrastructuur beperken.
Die is schaars binnen onze regio. We willen de ruimtelijke
Meervoudig ruimtegebruik met zonnepanelen op
Zo mogelijk enkele clusters van duurzame opwek
en landschappelijke kwaliteiten koesteren. Bovendien
(grote) daken, spoorbanen en geluidsschermen
nastreven. Grotere projecten zijn eenvoudiger en
komen de komende periode vanuit verschillende
zorgt voor het zo goed mogelijk benutten van
kostenefficiënter op het net aan te sluiten en hiermee
opgaven
restruimtes binnen en buiten de stad en het dorp.
is ook een relatie te leggen naar ruimtelijke kwaliteit.
combineren we waar mogelijk functies en sluiten we
Op basis van recreatie- en natuurwaarden zijn de
Een evenwichtige verdeling van opwek door zon
aan op andere bestaande ruimtelijke functies. Meer
Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en de voor
en wind, bij voorkeur in de verhouding van 1 op 1
concreet is op basis van het doorlopen proces van de
de Duin- en Bollenstreek kenmerkende (beschermde)
per onderstation. Aangezien zon en wind niet vaak
afgelopen jaren een aantal richtinggevende principes
eersteklas bollengronden in deze RES uitgesloten
tegelijkertijd pieken en ook verschillen in impact,
naar voren gekomen:
voor duurzame opwek.
kan dit de benodigde uitbreidingen beperken. Het
Opwek langs grootschalige infrastructuur biedt
Vraag een aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar
claims
op
diezelfde
ruimte.
Daarom
beperken van maatschappelijke kosten vraagt om
mogelijkheden.
voldoende inzet op windenergie.
gezien als hinderzones voor andere ontwikkelingen. Bovendien
Deze
geeft
gebieden duurzame
worden opwek
vaak
Zie voor een uitgebreide toelichting over de afweging voor ruimtelijke kwaliteit Bijlage 6.2.
langs Draagvlak en acceptatie
Een uitgebreide toelichting op systeemefficiëntie en
grootschalige
netimpact is opgenomen als Bijlage 6.1.
accent. Er kunnen zogenoemde energiewegen door
Zowel maatschappelijke als bestuurlijke acceptatie voor
het (stedelijk) landschap ontstaan.
grootschalige opwek vraagt om intensieve dialoog en
Kwantiteit
infrastructuur
wegen
een
extra
Het betrekken van meer A- en N-wegen voor zon en
participatie. Op basis van de participatie tot nu toe
De hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit volgt op de
wind, vergroot de keuzemogelijkheden en daarmee
op zowel regionale als op lokale schaal, is vanuit lokale
ambitie uit het Energieakkoord Holland Rijnland uit 2017.
de totale potentie.
schaal richting gegeven aan de opties.
Daarin staan al afspraken over de ambitie in de regio: 1,05 TWh.
Zonneparken en/of windturbines bij infrastructurele knooppunten zorgen voor extra markering van deze
De energietransitie is in heel Nederland, en ook in deze
knooppunten.
regio, een thema dat steeds meer begint te leven en
Het gebruik van de randen van dorpen en steden
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
ook tot discussie leidt. Er zijn ondertussen diverse
64
belangengroepen in onze regio. Maar er zijn ook steeds
6.3.2 Ambitie en doelstelling
Wanneer we verder kijken, zien we geel gearceerd de
meer initiatiefnemers voor grootschalige opwek van
Realisatie van de regionale ambitie vraagt om 0,78
zoekgebieden voor zonnevelden. Zonnepanelen in
elektriciteit die zich in een bepaald gebied hebben
TW aan extra inzet (en 0,89 TWh aan inzet, inclusief de
geluidswallen, bermen of parkeergarages zult u niet
verenigd, te weten:
projecten die al in de pijplijn zitten) aan wind en zon op
direct hierin terugvinden, omdat die te klein zijn voor
land. Om hieraan invulling te geven, worden op de kaart
deze kaart. Vanzelfsprekend wordt daar wel naar
op pagina 66 (en bijlage 6.6) aangegeven zoekgebieden
gekeken. De zoekgebieden voor zonnevelden liggen
nader onderzocht.
vooral langs de grotere weginfrastructuur en minimaal
Samenwerkingsverband
N207:
Rijnland
Energie
Coöperatie, Windunie, Vereniging Windpark N207. De Coalitie N11: energiecoöperaties langs de N11 en de Natuur en Milieu Federatie Zuid-Holland.
langs provinciale (N-)wegen. In sommige gemeenten
Grootschalige opwek langs N11 door windpark
Wat ziet u op deze kaart? In de regio Holland Rijnland
worden ook in andere gebieden kansen gezien voor de
en e-boilers: Heineken, Eneco, Liander, gebieds-
staan momenteel tien windturbines, die ook ingetekend
opwek van elektriciteit via zon.
coöperatie
zijn op de kaart. Vervolgens ziet u twee zogenoemde
Groener
Zoeterwoude,
coöperatie
VRM-locaties ingetekend, die staan voor de Visie
Blauw gestippeld zijn de zoekgebieden voor windturbines
Ruimte en Mobiliteit van de provincie . Het betreft hier
aangegeven. Ook hier weer vooral geclusterd langs
de eerder door de provincie aangewezen zoeklocaties
rijks- of provinciale wegen of op kruisingen van wegen.
Initiatieven van LTO in de regio (Erf van de Toekomst)
voor windturbines: aan het Valkenburgse Meer in Katwijk
De grootschalige opwek van elektriciteit willen we in
en initiatiefnemers voor verduurzaming van de
en nabij het AKZO-terrein in Sassenheim, Teylingen. Dit
nauwe samenwerking met onze buur RES-regio’s (Noord-
tuinbouw in de regio.
zijn dus ook mogelijke zoekgebieden voor wind.
Holland Zuid, U16, Midden-Holland en Rotterdam Den
Rijnland Energie en lokale agrariërs. Local Energy Community Greenport Boskoop: ondernemers Greenport Boskoop.
1
Haag) realiseren. We trekken daarin graag gezamenlijk De komende periode wordt er zoveel mogelijk op
Op de kaart ziet u ook de grote daken ingetekend,
op, hetgeen te zien is in het teken ‘RES-samenwerking’.
gebiedsgerichte wijze, en met als uitgangspunt de
waarop ruimte is voor zonnepanelen. We denken
Voor zon en wind zou de opbrengst in totaal 0,8 TWh
kansenkaart, met deze partijen gesproken. Ook wordt
daarmee in 2030 0,25 TWh aan elektriciteit te kunnen
moeten zijn, om de ambitie van 1,05 TWh te kunnen
de participatie verder vormgegeven.
opwekken. Het vraagt nog wel de nodige inspanningen
halen.
om dit, samen met de dakeigenaren, ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. 1. Het feit dat deze gebieden opgenomen zijn in de VRM betekent dat provincie en gemeenten gecommitteerd zijn aan ontwikkeling van deze locaties.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
65
Kaart met zoekgebieden voor duurzame opwek van elektriciteit
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
66
De gemarkeerde gebieden kunnen allemaal bijdragen
is hierbij bovenlokale (subregionale) of regionale
Op regionale schaal vraagt dit om reguliere monitoring.
aan de regionale ambitie. Om deze bijdrage te
afstemming nodig en wenselijk. Ook de provincie speelt
Dat betreft monitoring van de voortgang van zowel
concretiseren, is de komende periode aanvullende
hierin een nadrukkelijke rol.
de beleidsaanpassingen als de realisatie zelf. Deze
(lokale of bovenlokale) uitwerking nodig. In een
monitoring dient als basis voor het onderlinge regionale
gemarkeerd gebied wordt gezocht naar mogelijkheden
Een eerste stap in het verdere uitwerkingsproces is
gesprek over de vorderingen in relatie tot de ambities,
voor duurzame opwek. De omvang van het gemarkeerde
om per regionale partner inzichtelijk te maken welke
en leidt eventueel tot tussentijdse bijsturing.
gebied zegt iets over de ruimte om te zoeken, maar het
aanpassingen van het eigen beleid het vraagt om
zegt niets over de omvang van de duurzame opwek.
tot de regionale ambitie te komen. In het verlengde
Bijlage 6.5 bevat een handreiking voor de verankering
Wanneer blijkt dat bestaande zoekgebieden afvallen
hiervan
om
van de RES-doelen in gemeentelijk en provinciaal
of de verwachting is dat de zoekgebieden in totaal
verankering in het beleid (omgevingsbeleid, ruimtelijk
omgevingsbeleid. De handreiking draagt eraan bij dat
niet het bod van 1,05 TWH realiseren, dan zal in eerste
beleid, participatiebeleid, et cetera). Realisatie van
iedere gemeente en de provincie het volgende scherp
instantie binnen de reserve zoekgebieden worden
(grootschalige) energieprojecten vraagt om opname
voor ogen hebben:
gezocht naar zoveel mogelijk ‘gelijkwaardige’ opties.
in een (omgevings)visie, plan of programma. Als
Waar zij staat met haar omgevingsbeleid;
Daarnaast zien de deelnemers aan de RES het als een
projecten in een latere fase concreet zijn (RES 2.0 en
Wat te doen om de opbrengst van de RES 1.0 te
gezamenlijke verantwoordelijkheid om de komende
3.0), kan de juridische borging worden geregeld in
kunnen verankeren in haar omgevingsbeleid en de
periode op zoek te gaan naar aanvullende kansen en
omgevingsplannen. Voor de realisatie van projecten
bijbehorende instrumenten, én;
zoekgebieden voor duurzame opwek.
kunnen omgevingsvergunningen worden afgegeven.
vraagt
tijdige
vergunningverlening
Wat te doen om de benodigde vergunningen voor zon- en windprojecten tijdig te kunnen verlenen,
6.3.3 Uitvoering en instrumentarium
Parallel aan dit traject van ruimtelijke uitwerking en
rekening houdend met de benodigde elektriciteits-
Om tot realisatie van de regionale ambitie te
verankering vindt afstemming met de Regionale
infrastructuur.
komen, is het nodig om de vergunningen voor de
Omgevingsagenda van Holland Rijnland plaats. Op
opwekvoorzieningen per 2025 te hebben verleend.
deze manier kan een integrale ruimtelijke afweging
6.4 Lokaal eigendom
Hiervoor is in eerste instantie nadere uitwerking van de
plaatsvinden.
Het Regionaal Energieakkoord van 2017 erkent al het
zoekgebieden nodig. Dit is belegd bij de gemeenten.
belang van lokaal eigenaarschap in de energietransitie.
Afhankelijk van de aard en omvang van het zoekgebied
Het nationale Klimaatakkoord bevat het streven dat 50
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
67
procent van de grootschalige opwek lokaal eigendom
wanneer zij zelf grondeigenaar zijn (privaatrecht). Het
Sturen via participatiebeleid
kent. Het doel hiervan is om de transparantie van
bevoegd gezag kan de initiatiefnemer niet juridisch
Uit recente publicaties blijkt dat de overheid met parti-
besluitvorming te verbeteren, bij te dragen aan een
verplichten om de omgeving financieel te laten
cipatiebeleid wel kan aansturen op omgevings-
eerlijke verdeling van lusten en lasten en daardoor
deelnemen in de ontwikkeling of exploitatie van een
participatie bij energieprojecten en lokaal eigen-
het maatschappelijke draagvlak voor hernieuwbare
energieproject. Het bevoegd gezag mag bijvoorbeeld
dom. Daarvoor is het belangrijk dat de overheid
energie te vergroten. Dit kan invulling krijgen via
een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een
participatiebeleid vaststelt en dit beleid in het ver-
procesparticipatie en financiële participatie in energie-
zonnepark niet weigeren, omdat een initiatiefnemer niet
gunningsverleningsproces toepast. En dat initiatief-
projecten.
de financiële participatiemogelijkheden heeft verkend
nemers zo vroeg mogelijk op het participatiebeleid
of ingevuld, terwijl het project verder wel past binnen
worden gewezen.
Geen juridische middelen
het bredere ruimtelijke gemeentebeleid.
Overheden kunnen lokaal eigendom en andere vormen van financiële participatie alleen juridisch afdwingen
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
68
Bijlage 6.7 bevat een advies hoe het proces rondom het
afweging. Handhaving van de huidige situatie
van opwek, vragen om optimale benutting van
verankeren van lokaal eigendom kan worden ingericht.
resulteert in een bod dat evenredig met de
het elektriciteitsnetwerk. Dit resulteert in een
Daarbij wordt ingegaan op:
beperkingen wordt verlaagd.
gewenste verhouding in vermogens van wind en
De verschillende vormen van omgevingsparticipatie
Acceptatie en mogelijk draagvlak voor zonnevelden
zon van 1:1 per onderstation. Dit vraagt nadrukkelijk
en windturbines vereisen spoedige zichtbaarheid
om een evenwichtige inzet op zon én wind. Voor
De rollen die een gemeente (of het bevoegd gezag)
van daadwerkelijke inzet van zon op grote daken.
maatschappelijke acceptatie en mogelijk draagvlak
kan vervullen om initiatieven te sturen, aan te jagen
Maximale inzet op en realisatie van de potentie van
is een continu participatieproces nodig. Op lokale
of tegen te houden.
zon op (grote) daken vraagt om meer dan het huidige
en regionale schaal is dit gestart. Dit vraagt om
stimuleringsbeleid. Het vraagt om een passend
opvolging. Steun vanuit het Rijk is, gezien de huidige
instrumentarium voor decentrale overheden. Dat
maatschappelijke discussie over de energietransitie,
De onderdelen van dat beleidskader.
kan voorzien in mogelijkheden voor verleiding
onontbeerlijk.
Inspirerende voorbeelden in Nederland.
of eventuele dwang. Hiervoor is op korte termijn
Financiële participatie op lokale schaal (lokaal
Te raadplegen bronnen voor het opstellen van
aangepaste regelgeving op Rijksniveau nodig.
eigendom) vraagt om verruiming van het (juridische)
Aangekondigde wijzigingen van de regelgeving
instrumentarium zodat decentrale overheden hierop
bieden hierin eerste aanknopingspunten.
kunnen sturen.
en financiële deelname in het bijzonder.
Het proces om te komen tot een beleidskader voor omgevingsparticipatie.
participatiebeleid of voor meer informatie.
6.5 Randvoorwaarden
De opwekopgave voor zowel zonneweiden als
Concretisering van de plannen en opvolging van
Het halen van de regionale ambitie voor de opwek
windturbines worden evenredig verdeeld over de
het RES-proces vereist voldoende capaciteit en
van hernieuwbare elektriciteit is alleen mogelijk als een
regio, rekening houdend met de mogelijkheden van
middelen bij alle betrokken partijen.
aantal randvoorwaarden invulling krijgt. Onderstaand
gemeenten.
zijn deze samengevat.
De investeringsagenda van netbeheerder Liander
We zetten ons in de komende periode in om aan deze
De beperkingen die voortkomen uit bestaand
is sterk medebepalend voor de mogelijkheden en
randvoorwaarden te voldoen voor wat betreft onze
of voorgenomen beleid door het Rijk, provincie
snelheid waarmee opwekvoorzieningen kunnen
eigen rol, bijdrage en invloed. Tegelijkertijd vraagt dit om
en gemeenten vragen aanpassing. Hiervoor is
worden ontwikkeld . De huidige investeringsagenda
hulp van de Rijksoverheid, waarop we, in afstemming
bereidheid nodig om deze beperkingen in overleg
baseert zich op de verwachte vraaggroei. Het
met andere RES-regio’s, maatschappelijke partners en
weg te nemen. Het meer of minder loslaten van
beperken
andere betrokkenen, gaan aandringen.
al deze beperkingen in onze regio, is een politieke
(kosten, ruimte, tijd) en een voortvarende ontwikkeling
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
van
maatschappelijke
investeringen
69
7.
RES en andere ruimteclaims De energietransitie is van invloed op de fysieke ruimte,
onderzocht en in beeld gebracht. In samenwerking
zowel bovengronds als ondergronds. Bovengronds gaat
met het NP RES en de MER Commissie wordt voor
het om windturbines, zonnepanelen, ‘onderstations’
Holland Rijnland een PlanMER ontwikkeld. De eerste
van de netwerkbeheerder en laadpalen. Ondergronds
resultaten van deze PlanMER zijn nu al voor een klein
hebben vooral de leidingen voor warmtenetten
deel meegenomen in de afwegingen voor de RES.
een stevige invloed. In dit deel gaan we in op de
Dat komt omdat de ontwikkeling van RES en PlanMER
milieuaspecten (vanuit de planMER), de relatie tot
parallel naast elkaar hebben gelopen en de PlanMER
andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio en de
pas na de RES 1.0 wordt opgeleverd. De zogenaamde
ruimtelijke verankering van de RES.
haalbaarheidslaag vanuit milieu en veiligheid is al meegenomen: wat zijn niet-mitigeerbare (aanpasbare)
7.1 PlanMER
wettelijke restricties vanuit milieu en veiligheid waar
RES Holland Rijnland is één van de vijf regio’s
geen kansen zijn voor de opwek van duurzame energie?
waarvoor in deze fase een zogenoemde PlanMER is
De overige resultaten van de PlanMER nemen we mee
ontwikkeld, waarin de milieueffecten van de ambities
richting de ontwikkeling van de RES 2.0 en de verankering
en voorgenomen maatregelen op hoofdlijnen zijn
van de RES in het lokale omgevingsinstrumentarium.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
RES en andere ruimteclaims in het kort RES Holland Rijnland is een van de pilotregio’s die een PlanMER heeft uitgevoerd voor de RES en daardoor meer inzicht heeft verkregen in de mogelijke milieueffecten. Aangezien de PlanMER pas eind maart wordt afgerond, zijn de resultaten beperkt verwerkt. De inzichten uit de PlanMER nemen we mee in het vervolgproces, bij de verankering van de RES in het provinciale en lokale omgevingsinstrumentarium.
Integrale
afweging
van de ruimtelijke effecten ten opzichte van andere toekomstige ruimteclaims vindt plaats in de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland, die tegelijkertijd met de RES wordt vastgesteld.
70
De Veiligheidsregio Hollands Midden speelt in deze
mogelijke toekomstige ontwikkelingen zich tot elkaar
Het Groene Hart is een internationaal uniek gebied,
transitie, met het oog op de (fysieke) veiligheid, een
verhouden. Ook energie nemen we mee als een van de
dat uit veel verschillende landschappen met bijzondere
belangrijke rol. Rond de energietransitie is wet- en
belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen. Het traject van
kwaliteiten bestaat. Het Groene Hart strekt zich uit over
regelgeving in veel gevallen nog niet of niet volledig op
de Regionale Omgevingsagenda loopt parallel met dat
twee landsdelen, drie provincies en zeven RES-regio’s.
orde. Daardoor kunnen onaanvaardbare risico’s buiten
van de RES. De besluitvorming hiervan loopt echter via
De aanwezigheid van deze groene ruimte is belangrijk
beeld blijven of processen stageneren. Er is ruimte nodig
het algemeen bestuur (AB) van Holland Rijnland. In de
voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat van de
om innovatie te stimuleren. Ook moeten bevoegde
periode dat de besluitvorming plaatsvindt over de RES
gehele Randstad. Zowel het provinciale beleid als het
gezagen risico’s kunnen afwegen en maatregelen
(april – juni 2021) dienen de gemeenteraden hun wensen
Rijksbeleid benadrukt het belang van dit gebied. Een
kunnen treffen, zodat de risico’s bij het ontwikkelen
en bedenkingen in op de Regionale Omgevingsagenda.
groot deel van de RES-regio Holland Rijnland ligt in het
van innovatieve projecten aanvaardbaar blijven. De
Zo borgen we in het proces aan de voorkant een
Groene Hart.
veiligheidsregio wordt graag in een vroeg stadium
integrale afweging van de verschillende ruimteclaims.
betrokken bij de vertaalslag van energieplannen naar
De
energietransitie
vraagt
om
een
integrale
7.3 Energie en het Groene Hart
benadering
en
om
RES Holland Rijnland is een van de dertig RES-regio’s
belangen.
Dat
speelt
7.2 Regionale Omgevingsagenda
in Nederland. Er vindt diepgaande afstemming plaats
gebieden met een unieke ruimtelijke kwaliteit. Zonder
In het proces naar de RES 1.0 is meermalen verzocht
tussen de regio’s onderling. Op nationaal niveau
passende
om
ruimtelijke
ondersteunt het Nationaal Programma RES dat. Op
ontwikkelingen leiden tot onsamenhangende keuzes.
claims, waaronder die uit de RES. Dat gebeurt
provinciaal niveau neemt de provincie het voortouw
De energietransitie in het Groene Hart vraagt daarom
in een vervolgstadium natuurlijk al via het lokale
voor (bestuurlijke en ambtelijke) afstemming tussen de
om een zorgvuldige afweging. Als RES-regio hebben
omgevingsinstrumentarium.
dat
zeven RES-regio’s. Daarnaast heeft Holland Rijnland
we een verantwoordelijkheid om keuzes met regio-
ook plaats. Niet binnen de RES zelf, maar binnen de
ook contact met de buurregio’s Rotterdam–Den Haag,
overstijgende effecten af te stemmen met omliggende
Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. In dat
Midden-Holland en Noord-Holland Zuid. Specifieke
RES-regio’s. Deze afstemming richt zich op een goede
traject kijken we voor de lange termijn (richting 2050)
aandacht verdient de afstemming in Groene Hart-
kwaliteit van de leefomgeving en het voorkomen van
naar de ontwikkeling van de regio Holland Rijnland.
verband, waarbij zowel Rijk, provincies en meerdere
afwenteling.
We kijken onder meer via scenario’s hoe verschillende,
RES-regio’s zijn betrokken.
lokaal (omgevings)beleid.
integrale
afstemming
van
alle
Regionaal
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
vindt
een
afstemming
passende
nog
meer
kunnen
weging in
veel
van
kwetsbare gelijktijdige
71
We gaan zorgvuldig om met de effecten van de energietransitie op ons landschap RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
72
Het bestuurlijk platform Groene Hart heeft de drie
afwegingsprincipes. De testbeelden zijn bedoeld om
Provinciaal
(PARK)
grip te krijgen op de opgave op de bovenregionale
gevraagd aan te geven hoe de zoekgebieden zich
schaal en om te laten zien dat een samenhangend
verhouden tot de kwaliteiten van het gebied. Dit op
beeld kán ontstaan en er dus iets te kiezen valt.
adviseurs
ruimtelijke
kwaliteit
basis van de concept-RESsen van de zeven regio’s die deels in het Groene Hart liggen. Ook is gevraagd aan
Dit advies geeft aanleiding om voor het verder
te geven waar kansen liggen om de verschillende RES-
concretiseren en uitwerken van de zoekgebieden de
plannen op elkaar af te stemmen, zodat deze elkaar
samenwerking met de andere omliggende RES-regio’s
versterken.
en het Groene Hart vast te houden. Tegelijkertijd nemen de bestuurlijke gesprekken in het kader van de NOVI
Het advies bevat vijf hoofdpunten, die we in het
Groene Hart toe en vindt onderzoek plaats naar een
concretiseringsproces van de zoekgebieden kunnen
manier om de samenwerking te verbeteren. Dat biedt
gebruiken. Deze vijf zijn:
ook mogelijkheden voor verdere samenwerking tussen
Kijk over grenzen, zie het Groene Hart als geheel.
de eerdergenoemde RES-regio’s.
Respecteer de verscheidenheid, investeer in ruimtelijke kwaliteit. Verbind de energie-opgave aan andere grote opgaven en kom zo tot integrale gebiedsperspectieven. Een goed georganiseerd energienetwerk helpt heldere ruimtelijke ontwikkeling – en omgekeerd. Op naar het vervolg: gebruik de keuzeruimte in de zoekgebieden. Gebruikmakend van de RESdocumenten is een poging gedaan zoekgebieden te vinden in de vorm van een serie van testbeelden en
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
73
8.
Participatie Voor de uitvoering van de RES is maatschappelijk
vlak voor het uitkomen van de dertig RESsen, aan het
draagvlak erg belangrijk. De keuzes die we nu in de RES
begin staan van een participatieproces rondom de
maken, hebben in een latere fase een grote invloed op
energietransitie. De activiteiten waarvan we hieronder
de directe leefomgeving van vrijwel alle Nederlanders.
verslag doen, zijn slechts een eerste stap. Dit krijgt
En dus ook op die van inwoners van Holland Rijnland.
de komende jaren een vervolg op regionale en lokale
Daarom vinden we het gesprek met inwoners,
schaal. Ook gaat dit traject steeds intensiever worden
van Holland Rijnland. In totaal is er met meer
maatschappelijke organisaties en ondernemers over
op het moment dat voorstellen concreter worden en
dan 10.000 inwoners gesproken, via webinars,
de energie van de toekomst zo belangrijk. Bovendien
zich initiatiefnemers voor concrete projecten melden.
enquêtes, straatgesprekken en op andere wijzen.
heeft er een participatieproces plaatsgevonden over de energietransitie en de RES in het bijzonder. Dat richtte zich voornamelijk op de inwoners
8.1 Programmaraad
lijkt erop dat veel inwoners zich bewust zijn van de
Een deel van onze professionele gesprekspartners
noodzaak dat er moet worden verduurzaamd en
In een periode van twee jaar voerden we, gekoppeld
is vertegenwoordigd in de Programmaraad. Deze
aan de RES, vele gespreken in de regio. In eerste instantie
bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven,
vooral met stakeholders en professionals en daarna met
grootverbruikers van energie, organisaties voor natuur
inwoners. We nemen u mee langs onze gesprekspartners
en recreatie, potentiële aanbieders van energie,
en de belangrijkste inzichten. We benadrukken dat we,
kennisinstituten,
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
Vanaf het najaar van 2020 tot en met begin 2021
De nadruk daarbij lag op lokale activiteiten. Het
beschikken zij over kennis van Holland Rijnland die de kwaliteit van de plannen vergroot.
Participatie in het kort
vertegenwoordigende
organisaties
dat daarvoor ook flink wat dient te gebeuren. Deze eerste activiteiten en opbrengsten zijn de eerste stap in een langdurig participatieproces. Deze participatie vindt bovendien plaats via het streven uit het Klimaatakkoord naar 50% lokaal eigendom van duurzame energieprojecten.
74
8.2 Regionale participatie
toekomst. Ook wilden we weten wat zij belangrijk vinden
koepelorganisaties, zoals Rijnland Wonen. Zij hebben
In de RES Holland Rijnland is gekozen voor een aanpak
in hun leefomgeving en hoe zij aankijken tegen kansen
de afgelopen twee jaar over de ontwikkeling van de
waarbij
verantwoordelijk
voor windenergie en zonne-energie in de buurt. In
RES geadviseerd en hebben een belangrijke rol in de
zijn voor de communicatie met hun inwoners over de
bijlage 8.1 en 8.2 treft u de opbrengsten van deze twee
uitvoering en de borging van diverse uitvoeringslijnen.
RES. De RES-regio Holland Rijnland ondersteunt, met
enquêtes.
van
burgers
en
inwoners,
het
waterbedrijf
en
gemeenten
hoofdzakelijk
een aantal regionale activiteiten en middelen die De Programmaraad kwam de afgelopen jaren zeven
gemeenten kunnen inzetten. Zo combineren we lokale
Bij het thema Warmte houden we elk kwartaal
keer bij elkaar en heeft meegepraat en geadviseerd
kennis zo goed mogelijk met het verhaal van de regio.
zogenoemde ‘warmtetafels’, waarbij deelnemers van
over de keuzes die in de Concept RES en de RES 1.0 zijn
De afgelopen maanden lag de nadruk op het betrekken
alle bij de warmtetransitie betrokken maatschappelijke
vastgelegd. Belangrijke punten in hun advies waren:
van zoveel mogelijk mensen. De uitgangspunten hierbij
partijen zijn uitgenodigd. Tijdens deze warmtetafels
kijk goed naar bedrijventerreinen en de uit-
waren:
delen we informatie over de regionale warmtestrategie
brede betrokkenheid;
en -activiteiten. Ook wisselen we doelgroepsgewijs
let op betaalbaarheid;
lokaal maatwerk;
informatie uit tussen regionaal opererende partijen
financiële participatie en lokaal eigendom zijn
beschouwing op plannen en ophalen van (nieuwe)
(bedrijven, buurtinitiatieven, woningcorporaties).
voerbaarheid;
belangrijk; betrek bedrijven er grondiger bij. Zij kunnen vaak een grotere bijdrage in een keer leveren;
inzichten; positieve insteek. Laten zien wat mogelijk is en waar kansen liggen.
8.3 Lokale participatie Iedere gemeente ging met de eigen inwoners in gesprek over duurzame energie, passend bij de cultuur en
zoek naar koppelkansen, kijk wat er in een gebied Vanuit de regio organiseerden we drie online webinars,
werkwijze van de gemeente, en passend bij de eigen
heb aandacht voor de relatie van de energietransitie
waarin we mensen informeerden over de keuzes die
lokale context. Zo zijn er gemeenten die het gesprek
met de (groene) economie, met bijbehorende
er in de regio zijn voor het opwekken van duurzame
over de RES koppelden aan gesprekken over lokaal
kansen voor onderwijs en werkgelegenheid.
elektriciteit en over alternatieve bronnen voor warmte.
energiebeleid. Er zijn ook gemeenten die dit gesprek
Daarnaast hielden we twee regionale enquêtes onder
al langer voeren en andere gemeenten die speciaal
inwoners. Daarmee wilden we meer zicht krijgen in
voor de RES enkele activiteiten organiseerden. Door alle
hun houding ten opzichte van duurzame energie in de
maatregelen rond COVID-19 waren we meer dan ooit
gebeurt;
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
75
gebonden aan online mogelijkheden om het gesprek
In bijlage 8.3 treft u (links naar) de opbrengsten van de
te voeren en inzicht te krijgen in wat mensen belangrijk
lokale participatie, per gemeente.
vinden. Gemeenten maakten gebruik van: enquêtes;
8.4 Opbrengst participatie
digitale gesprekken;
Meer dan tienduizend mensen uit de regio waren de
webinars;
afgelopen periode (van september 2020 tot en met
expertsessies;
januari 2021) betrokken. Zij leverden op veel verschillende
straatgesprekken;
manieren een bijdrage. Ondanks de inspanningen om
interviews;
niet alleen zoveel mogelijk mensen te betrekken, maar
meedenksessies;
ook een zo divers mogelijke groep, namen vooral veel
een online discussieplatform.
hoger opgeleiden en een grote groep 50-plussers deel. Sommige gemeenten bereikten ook jongeren.
Mensen zijn op veel manieren uitgenodigd om mee te
In combinatie met een onderzoek van NPRES en een
doen. Dat zorgt voor een groter bereik. Ook hoorden
rapportage voor onze regio, weten we ook wat jongeren
zo meer mensen dat er in de regio aan energie van
belangrijk vinden. We laten u graag zien wat de mening
de toekomst wordt gewerkt. Voor de uitnodigingen
is van onze regio-inwoners.
gebruikten gemeenten de volgende middelen: social media-posts en advertenties;
Klimaatverandering, duurzaamheid en energietransitie
huis-aan-huisbladen;
Veel mensen zijn zich bewust van de opgave die er
persberichten;
ligt om onze energievoorziening te verduurzamen. De
uitnodigingen huis-aan-huis;
meeste mensen snappen ook dat we met elkaar aan
gemeentelijke websites;
de slag moeten. Dat dit voor de korte termijn vooral
lokale omroepen;
gaat om windenergie en zonne-energie, is voor mensen
wijkambassadeurs;
ook een logische keuze. Maar de meningen verschillen
lokale radio en televisie;
als het gaat over de vraag in welke gebieden je die
communicatiekanalen van energiecoöperaties.
dan plaatst en in welke hoeveelheden en hoe we de
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
76
Ruim 10.000 mensen praten mee over de RES; een mooie start van een langjarige betrokkenheid RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
77
ambities voor 2030 en 2050 het beste kunnen realiseren.
Randvoorwaarden
Vaak heeft dat te maken met de (perceptie van) hoge
De meningen lopen uiteen als het gaat om de beste
Kijken we naar wat mensen belangrijk vinden en wat ze
kosten. Ook onzekerheid over de beste keuzes speelt
locaties voor zonne- en windenergie. Zodra het gaat
meegeven als belangrijke randvoorwaarden, dan gaat
mee. Mensen kijken naar de gemeente voor meer
over mogelijke locaties in de eigen gemeente, zijn
dat al snel over de kosten en de zekerheid dat er in de
informatie en ondersteuning op maat. De wil is er wel
inwoners terughoudend. Desgevraagd zijn de zones
toekomst, net als nu, voldoende elektriciteit en warmte
om te investeren, maar graag met wat ondersteuning
rond wegen en bedrijventerreinen voor hen logische
is. En dat ze gedurende het hele proces betrokken
en de zekerheid over de juiste keuze. Je kan je geld
plekken als zoekgebied.
worden en gesprekspartner zijn bij het maken van de
tenslotte maar één keer uitgeven.
plannen, de uitvoering en eventueel ook de exploitatie. Mening jongeren
Kort samengevat hebben we het over:
Warmte
Heel veel jongeren uit Holland Rijnland vinden het
betaalbaarheid;
Diezelfde twijfel of onzekerheid zien we ook als het gaat
positief dat er steeds meer duurzame energie wordt
leveringszekerheid/ beschikbaarheid/ betrouwbaar-
om ‘van het aardgas afgaan’. Mensen zien er tegenop
gebruikt in Nederland. Iets meer dan de helft van de ondervraagden vindt het goed als er in de eigen woonplaats windmolens worden geplaatst. Daarover
heid; voortdurende betrokkenheid en samenwerking met bewoners.
zijn zij positiever dan oudere generaties. Veel jongeren
om hun huis hiervoor gereed te maken. Daarin zien we overigens grote verschillen binnen de regio: van gemeenten waar inwoners het belangrijk vinden om hun huis gereed te maken voor aardgasvrij tot gemeenten
verwachten ook dat zij in de toekomst alleen maar
Als we inzoomen op de thema’s uit de RES, dan zien we
waar scepsis is onder inwoners over de haalbaarheid
duurzame energie gebruiken. Net zo goed als dat zij
het volgende beeld:
van deze ambitie. Misschien is het toeval, maar de
verwachten in een duurzaam huis te gaan wonen, of
inwoners van gemeenten die al actief aan de warmte
hun huis te gaan verduurzamen. Tieners en jongeren
Energie besparen
van de toekomst werken, zijn positiever dan inwoners
vinden het interessant om mee te praten over duurzame
Mensen voelen zich verantwoordelijk om een steentje
van gemeenten waar dit nog niet gebeurt.
energie. Zij doen dat het liefst op hun school of
bij te dragen. Veel inwoners geven aan dat ze in en
opleiding. Jongvolwassen worden graag per brief of
om hun eigen huis maatregelen hebben genomen of
Zon op grote daken
mail uitgenodigd en praten dan mee via een app, social
plannen hebben voor de komende jaren. Soms is er
Zon op dak kan rekenen op brede steun. De meeste
media of een enquête.
ook aarzeling in het nemen van energiebesparende
mensen zien dit als een ‘no regret’-maatregel. Met de
maatregelen of verdergaan op de ingeslagen weg.
oproep om alle mogelijkheden in het stedelijk gebied
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
78
volledig te gebruiken, zodat de ruimte en kwaliteit van
Kwaliteit omgeving
het landschap behouden blijven. Als het gaat over
Bij kwaliteit van de leefomgeving pleiten inwoners ervoor
het gebruik van alle mogelijkheden, dan worden ook
dat we in de regio natuurgebieden ongemoeid laten,
suggesties gedaan. Denk aan het overkappen van
cultuur-historische landschappen beschermen en het
parkeerplaatsen met zonnepanelen en het verwerken
Groene Hart intact laten. Met in het bijzonder aandacht
van zonnepanelen in geluidswallen en gevels.
voor zichtlijnen en zogenoemde panoramische vensters.
Grootschalige opwek
Zorgen
Veel mensen vinden het logisch dat een deel van
Mensen hebben zorgen bij het horen van plannen voor
de energie van de toekomst wordt opgewekt met
windmolens en zonnevelden. Die zorgen variëren van
zonnevelden en windturbines. Als dat dichtbij huis
persoonlijke zorgen tot zorgen voor de verandering in
moet, dan zijn daarover twijfels en zorgen. Mensen
de omgeving. We zien zorgen over:
maken zich zorgen over de kwaliteit van het landschap
effecten van geluid;
en of hun leefomgeving wel blijft zoals die was. Als
effecten van slagschaduw;
het dan toch moet, dan zijn locaties langs wegen en
effect op gezondheid;
bij bedrijventerreinen het meest geschikt. Hierbij is er
effect op natuur/milieu/omgeving.
wel een uiteenlopend beeld, in sommige gemeenten hebben inwoners voorkeur voor zon, in andere juist voor
Lokaal eigendom
wind en in weer andere voor een combinatie van zon
Mensen zijn positief over het idee om samen met anderen
en wind. Ook de voorkeur van de omvang of de hoogte
eigenaar te kunnen zijn van een zon- of windproject. De
verschilt. Als we kijken naar wat mensen belangrijk
verwachting is dat het ook helpt bij de acceptatie van
vinden, dan zien we dat een meerderheid vindt dat er
een wind- of zonneprojecten, maar alleen als inwoners
veel aandacht moet zijn voor inpassing. En dat er goed
goed bij de plannen zijn betrokken en de velden of
moet worden gekeken naar koppelkansen, zodat we
turbines goed worden ingepast.
slim omgaan met onze ruimte.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
79
9.
Regionale samenwerking voor RES 2.0 In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we tot de RES 1.0 zijn gekomen en welke stappen we richting RES 2.0 willen zetten. De RES 1.0 is geen blauwdrukdocument dat de regionale energietransitie tot aan 2050 beschrijft. In het Klimaatakkoord staat dat er elke twee jaar een actualisatie van de RES plaatsvindt. Dat betekent dat we nu – na vrijgave van het document in april/mei 2021 – aan de uitvoering en uitwerking van de RES 1.0 en tegelijkertijd aan de ontwikkeling van de RES 2.0 werken.
Regionale samenwerking voor RES 2.0 in het kort De RES geeft richting aan de ambities, de
Amstel Gooi en Vecht (voor een klein deel) en de
verschillende richtingen en instrumenten, maar de
dertien gemeentes in onze regio. Daarnaast heeft
sector is ook nog volop in beweging. Het gaat daarbij
netbeheerder Liander een belangrijke rol in de
om meer inzicht in vraag en aanbod, ontwikkelingen
energietransitie en dus in de RES. Om de ambities uit
in de markt, wijzigingen in de wet- en regelgeving
te werken en uit te voeren, is verdere samenwerking
en technologische innovaties. Het gaat ook om
nodig. Bijvoorbeeld op het vlak van bovenlokale
gedragsveranderingen. De RES 1.0 is tot stand
afstemming van de concretisering van de plannen,
gekomen in een samenspel van veel partijen. Formele
kennisuitwisseling, maar ook in het kader van de
RES-partners zijn de provincie Zuid-Holland, het
doorontwikkeling tot de RES 2.0.
hoogheemraadschap van Rijnland, het Waterschap
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
80
9.1 Governance en samenwerking
de waterschappen een heemraad. In dit overleg vindt
De
De RES Holland Rijnland kent aan de ene kant zijn basis in
de bestuurlijke afstemming plaats over de gezamenlijke
Stuurgroep adviseert (zie ook 9.1). Deze bestaat
het Regionale Energieakkoord. Aan de andere kant kent
ambitie, richting en benodigde ontwikkelingen en acties
uit
deze zijn oorsprong in het Nationale Klimaatakkoord,
binnen de samenwerking. Het PHO+ geeft richting
belangenorganisaties, landbouworganisaties, energie-
waarmee gemeenten (via de VNG) hebben ingestemd.
aan het RES-proces en gaat na of de verschillende
coöperaties, onderwijsinstellingen en milieuorganisaties.
De RES maakt onderdeel uit van het Nationaal
onderdelen voldoende van kwaliteit zijn om in de
Deelnemende
Programma
interbestuurlijk
RES te komen. Besluitvorming vindt plaats binnen de
participatiecoalitie, Dunea en Rabobank.
programma van Rijk en decentrale overheden, inclusief
volksvertegenwoordigende organen van de individuele
de VNG.
overheden. Het PHO+ Energie geeft de RES vrij voor
De uitvoering en uitwerking van de gezamenlijke
besluitvorming binnen de individuele RES-partners.
opdracht van het PHO+ is belegd bij het regionale
RES,
een
gezamenlijk
Programmaraad
is
vertegenwoordigers
partijen
een van
zijn
platform bedrijven,
LTO,
dat
de
regionale
VNO-NCW,
de
(ambtelijke) programmateam. Dit team bestaat uit een
De RES is een gezamenlijke opgave van de deelnemende overheden. Het programmateam RES ondersteunt hen
De Stuurgroep treedt op als vooruitgeschoven post van
programmacoördinator (ambtelijke trekker RES), een
hierbij. Dit is niet vastgelegd in de gemeenschappelijke
dit PHO+. Deze is gericht op onder meer de (agenda)
programmasecretaris en trekkers/projectleiders voor
regeling van Holland Rijnland. Dat wil zeggen dat het
voorbereiding van het PHO+, contacten met andere
de uitvoeringslijnen. Dat zijn: Energiebesparing, Zon op
dagelijks bestuur en het algemeen bestuur geen directe
RES-regio’s, landelijke vertegenwoordiging (NPRES). Elke
daken, Ruimte en energie, Warmte, Duurzame Mobiliteit
besluiten nemen over de RES. Het gaat immers om meer
subregio (Leidse regio, Rijn- en Veenstreek, en de Duin-
en Communicatie en Participatie. Een aantal adviseurs
overheidspartijen dan de dertien gemeenten uit de
en Bollenstreek) is hierin bestuurlijk vertegenwoordigd,
ondersteunt het programmateam. De projectgroep
gemeenschappelijke regeling.
net als de provincie en de waterschappen. Ook Liander
RES is de ambtelijke afspiegeling van het PHO+ en is
is hierin vertegenwoordigd.
gericht op de voorbereiding van het PHO+. Ook kent elke uitvoeringslijn een (ambtelijke) werkgroep die de
De RES 1.0 is ontwikkeld onder opdrachtgeverschap van het Portefeuillehoudersoverleg (PHO+). In dit
Voorzitter van PHO+ en Stuurgroep en de bestuurlijke
inhoudelijke producten en bouwstenen van de RES
overleg worden alle deelnemende overheden en
trekker
ontwikkelt. Hierin is elke deelnemende overheid bij keuze
netbeheerder
portefeuillehouder Energie binnen het dagelijks bestuur
Liander
vertegenwoordigd
door
een portefeuillehouder. Voor gemeenten is dit een
van
de
RES
Holland
Rijnland,
is
de
vertegenwoordigd.
van regio Holland Rijnland.
wethouder, voor de provincie de gedeputeerde en voor
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
81
De ontwikkeling en uitvoering van de RES is een samenspel van veel partijen RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
82
De dagelijkse en algemene besturen van provincie,
verschillende schaalniveaus: regionaal, subregionaal,
hoogheemraadschap en gemeenten besluiten over de
lokaal, in kernen, op wijkniveau en per huishouden.
RES 1.0. Vervolgens gaan al deze partijen aan de slag met de uitvoering op de verschillende thema’s. Dat
Medio 2023 verwerken we de nieuwste inzichten in de
doen ze samen met bedrijfsleven, maatschappelijke
RES 2.0. We hopen dan al een stap verder te zijn in het
organisaties en inwoners. De uitvoering gebeurt op
halen van de ambities.
PHO+ Raad Raad Raad Raad Raad Raad Raad
Staten
VV/AB VV/AB
Raad Raad Raad Raad Raad Raad
College College College College College College College B&WB&WB&WB&WB&WB&WB&W
College GS
College College H&DH&D
College College College College College College B&WB&WB&WB&WB&WB&W
Stuurgroep Programmaraad Programmateam Projectgroep
Projectgroep en werkgroepen
Werkgroep
Werkgroep
Werkgroep
Werkgroep
Werkgroep
bestaan uit ambtelijk medewerkers vanuit de samenwerkende overheden binnen de regio en Liander
Figuur 9.2.: Organisatie rondom de RES Holland Rijnland
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
PHO+
Figuur 9.1 Besluitvorming over de RES
83
Hieronder
staat
het
vervolgproces
weergegeven
ambities uit de RES in 2030. Met een doorkijk naar 2050,
van de RES. Met daarbij een tweejaarlijkse update
wanneer we op 100 procent hernieuwbare energie zijn
van de RES tot 2030 en een verankering in het
uitgekomen.
omgevingsinstrumentarium
en
realisatie
van
de
Figuur 9.2: proces RES tot 2050: Bron: website NPRES.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
84
9.2 Suggesties voor RES 2.0
ten beschikbaar waarmee gemeenten woning-
3. Verkennen lobby
We blijven met alle partijen op regionaal niveau
corporaties
woningeigenaren
In de tweede helft van 2021 verkennen de RES-
samenwerken en afstemmen bij de uitvoering en
bereiken. Het beschikbare instrumentarium is minder
partners of en hoe een gezamenlijke lobby naar het
uitwerking van RES 2.0. We bepalen deze zomer 2021
gericht op particuliere woningverhuurders. Voor
Rijk op deze punten vorm krijgt. Bijvoorbeeld door
met elkaar hoe de samenwerking eruit gaat zien. De
particuliere verhuurders zijn geen verplichtingen
deze punten onder de aandacht te brengen bij het
uitvoering vraagt daarnaast ook belangrijke bijdragen
(juridisch). Voor hen is er nauwelijks een prikkel om
NPRES en/of de VNG.
en inspanningen van het Rijk. Consistent en afgestemd
te investeren in verduurzaming (economisch). Ook
beleid van overheden versterkt de haalbaarheid van
richt de communicatie zich nauwelijks op deze
9.2.2 Warmte
en draagvlak voor de energietransitie. We hebben voor
doelgroep vanwege het ontbreken van juridische en
We nemen alle Transitievisies Warmte (TVW’s) mee
alle vier de uitvoeringslijnen suggesties en aanvullende
economische instrumenten. Als ook deze doelgroep
en de impact op Regionale Structuur Warmte is
instrumenten op een rij gezet om de uitvoering te
in beweging komt, kunnen we meer huishoudens
bekend. Nu berekenen we de warmtevraag nog
versnellen en als eventuele aandachtspunten richting
verduurzamen.
voor een groot deel op basis van de Klimaatmonitor
en
particuliere
en cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving
RES 2.0. Een deel kunnen we zelf binnen de regio oppakken, voor een ander deel kijken we naar andere
2. Investeren in budget en capaciteit
overheden en het Rijk.
Voor
(PBL). Als alle TVW’s klaar zijn, halen we de uit-
vraagcijfers uit de TVW’s op. Daarmee worden ze
voeringscapaciteit nodig. Het Rijk geeft momenteel
betrouwbaarder, omdat de gemeenten afgewogen
9.2.1 Energiebesparing
een dubbel signaal. Aan de ene kant komt er
keuzen voor warmteoplossingen in buurten hebben
Met de beschikbare instrumenten kunnen we aan de
budget bij voor gemeenten voor de energietransitie.
gemaakt.
slag. Het helpt als er instrumenten en middelen bij
Aan de andere kant wordt er richting 2025 stevig
komen. We missen de volgende onderdelen:
bespaard op het energiebesparingsbudget. Dat
1. Voor de grootste bouwsteen (warmtebesparing in
laatste staat haaks op het uitgangspunt dat
Potentie restwarmte uit eigen regio wordt lokaal
huishoudens) zijn weinig juridische instrumenten
energiebesparing een uiterst belangrijk onderdeel
verder onderzocht. Verschillende bedrijven hebben
beschikbaar om energiebesparing af te dwingen.
is van de energietransitie. Als het Rijk minder
de potentie om restwarmte te
Om te zorgen dat elke woning in 2030 mini-
investeert, is er voor gemeenten minder slagkracht
Heineken, glastuinbouwbedrijven, bakkerijen, et
om doelstellingen te bereiken.
cetera. Gemeenten inventariseren die voor hun
maal energielabel D heeft, zijn er nu instrumen-
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
elk
instrument
is
budget
en/of
Bestuurlijk vastgelegde afspraken over de verdeling van bovenregionale bronnen.
leveren, zoals
85
TVW’s en dan kunnen die aanbodcijfers worden meegenomen in de totale aanbodcijfers.
plannen voor warmte(transport)netten door.
uitvoering te kunnen overgaan.
We moeten de benodigde infrastructuur voor
Afstemming met de Regionale Omgevingsagenda
Verwerken potenties Seismische Campagne Aard-
de warmtetransitie ruimtelijk inpassen en borgen.
Holland Rijnland , zodat er een integrale ruimtelijke
warmte Nederland (SCAN)onderzoek. Het landelijke
Gemeenten nemen hiervoor een bodem-infra-
afweging kan plaatsvinden.
SCAN-onderzoek naar geothermiepotentie onder-
structuurkaart in de gemeentelijke Omgevingsvisies
zocht ook enkele lijnen die door onze regio (vooral
op. Het opstellen van deze kaart volgt uit de
beleidsaanpassingen
door de Rijn- en Veenstreek) lopen. Daarbij kan
vastgestelde Transitievisie Warmte.
realisatie.
winbare
potentie
voor
aardwarmte
worden
Reguliere monitoring op regionale schaal van en
voortgang
van
de
Verdere uitwerking van lokaal eigenaarschap.
9.2.3 Elektriciteit
gevonden. en
Om tot realisatie van de regionale ambitie te komen, is het
9.2.4 Mobiliteit
glastuinbouw. Glastuinbouw kan een leverancier
nodig om de vergunningen voor de opwekvoorzieningen
Om de gestelde ambitie en doelstellingen te behalen,
van restwarmte zijn voor woonwijken. Dat kan lokaal
per 2025 verleend te hebben. In aanloop hiernaartoe
zetten de RES-partners (gemeenten, de regio Holland
gebeuren of op grotere schaal door koppeling aan
moeten voor de RES 2.0 de volgende stappen worden
Rijnland, provincie en hoogheemraadschap) extra
een groter warmtenet.
gezet:
stappen. Voor de hand ligt dat we inzetten op de
Relatie
tussen
de
gebouwde
omgeving
bouwblokken
Verkenning (ruimtelijke) impact van ondergrondse
en
bijpassende
maatregelen
die
opslag. Ondergrondse opslag vraagt veel ruimte en
Afhankelijk van de aard en omvang van het zoekgebied
verhoudingsgewijs het meeste opleveren en de minste
moet zo worden ingericht dat er geen risico’s van
is hierbij bovenlokale (subregionale) of regionale
maatschappelijke
interferentie ontstaan. Dat vraagt om onderzoek en
afstemming nodig en wenselijk. Ook de provincie speelt
Dat vraagt om verdere uitwerking waarmee wij na
regels.
hierin een nadrukkelijke rol. In eerste instantie is hiervoor
vaststelling van de RES 1.0 en de Regionale Startegie
het volgende nodig:
Mobiliteit (RSM) aan de slag gaan. Hiermee geven we
Nadere uitwerking van de zoekgebieden door de
invulling aan de Regionale Duurzame Mobiliteitsplannen
Financiële invalshoek. In deze RES kijken we vooral naar de technische mogelijkheden (zijn er bronnen en waar zetten we die in). Financiële afwegingen
gemeenten.
spelen alleen een rol via de rekenmodellen van
Inventarisatie van de benodigde aanpassingen
onder meer PBL en CE Delft. In de RES 2.0 rekenen
(gemeenten, provincie en hoogheemraadshap)
we ook de financiële haalbaarheid van de concrete
van het huidige beleid om tot verdere uitwerking en
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
kosten
met
zich
meebrengen.
van het Klimaatakkoord.
86
9.2.5 Participatie De ingezette participatieprocessen in de dertien gemeenten worden gecontinueerd. Dat gaat over thema’s
als:
energiebesparing,
warmte,
zon
op
daken, grootschalige opwek van elektriciteit, lokaal eigenaarschap. De primaire verantwoordelijkheid voor participatie ligt bij de gemeenten, met monitoring en terugkoppeling van de resultaten op regionale schaal. De uitvoering van deze participatieprocessen gaat in nauw overleg met energiecoöperaties en andere maatschappelijke
partijen
plaatsvinden.
We
zien
hierbij ook nadrukkelijk een rol weggelegd voor de programmaraad. Waar nodig en wenselijk ondersteunt de regio.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
87
Bijlagen Inleiding Bijlage 1.1 Samenvattende reactie Wensen en Bedenkingen Bijlage 1.2 Integraal overzicht Wensen en Bedenkingen op Concept RES met thematische beantwoording Energiesysteem Bijlage 2.1 Eindpresentatie systeemintegratie, energie als samenhangend systeem Energiebesparing Bijlage 3.1 Energiebesparing Ontwikkeling, potentie en instrumentarium in beeld Mobiliteit Bijlage 4.1 Uitkomsten onderzoek verduurzaming mobiliteit Holland Rijnland Warmte
Bijlage 5.1 Toelichting vraag en aanbod dd. 03-02-2021 Bijlage 5.2 Notitie piek- en backupvoorziening dd. 26-01-2021 Bijlage 5.3 Waterstof in de gebouwde omgeving dd. 03-02-2021 Bijlage 5.4 Warmtecascadering dd. 03-02-2021
Elektriciteit Bijlage 6.1 Impact van RES 1.0 op het energienet RES regio Holland Rijnland Bijlage 6.2 Ruimtelijke Kwaliteit Analyse Bijlage 6.3 Routekaart Zon op dak Bijlage 6.4 Procesbeschrijving van denkrichtingen in Concept RES via Kansenkaart naar Kansrijke gebieden Bijlage 6.5 Handreiking Verankering RES in Omgevingsbeleid Bijlage 6.6. RES-kaart met zoekgebieden voor duurzame opwek van elektrciteit Bijlage 6.7 Handreiking Omgevingsparticipatie Participatie Bijlage 8.1 Uitkomsten regionale enquête over de energietransitie in de RES-regio Holland-Rijnland Bijlage 8.2 Uitkomsten aanvullende enquête over de ruimtelijke voorwaarden en financiële participatie Bijlage 8.3 Opbrengsten lokale participatie RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
88
Lijst van afkortingen en begrippen AB
Algemeen Bestuur
NNN-gebieden Gebieden in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen
BO MIRT Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur,
Ecologische hoofdstukstructuur)
Ruimte en Transport
NOVI
Nationale Omgevingsvisie
College van B&W
College van Burgemeester en Wethouders
NP RES
Nationaal Programma Regionale Energiestrategie
College van D&H
College van Dijkgraaf en Heemraden
PJ
Petajoule
DB
Dagelijks Bestuur
PS
Provinciale Staten
ETS
Europese emissiehandelssysteem
RCE Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
GS
Gedeputeerde Staten
RES
GWh
Gigawattuur
Reserve zoekgebieden voor duurzame opwek
ISG
Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport
Zoekgebieden voor wind en zon die die voor zover mogelijk
kV
Kilovolt
naar evenredigheid worden ingezet als extra zoekgebied
kWh
Kilowattuur
wanneer binnen het bestand met ‘reguliere’ zoekgebieden
kWp
Kilowatt piek
(naar wind of zon) mogelijkheden wegvallen.
LTO
Land- en Tuinbouworganisatie
TJ
Terajoule
m2
Vierkante meter
TWh
Terawattuur
m3
Kubieke meter
VV
Verenigde Vergadering
MER
Milieueffectrapportage
WKO
Warmte- en koudeopslag
MJA
Meerjarenafspraken Energie-efficiëntie
Zoekgebied voor wind Gebied waarbinnen wordt gezocht naar de mogelijkheden
MKB
Midden- en kleinbedrijf
voor toepassing van wind in de vorm van windturbines van
Mton
Megaton
minimaal 3,6 MWh
MW
Megawatt
Natura 2000 Gebieden die een deel vormen van het Europese netwerk
NAL
Regionale Energiestrategie
Zoekgebied voor zon Gebied waarbinnen wordt gezocht naar de mogelijkheden voor toepassing van (grootschalige) zonneweiden. De
waarin bepaalde dieren en/of planten en hun natuurlijke
omvang van het gebied geeft de ruimte aan waarbinnen
omgeving worden beschermd.
gezocht wordt, niet de omvang van de opwek. De totale
Nationale Agenda Laadinfrastructuur
opwek in een zoekgebied is afhankelijk van de lokale mogelijkheden c.q. omstandigheden.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
89
Colofon Samenstelling Floris de Groot (Groen Licht) Jolien Kamermans (Omgevingsdienst West-Holland) Mart Lubben (Quintel) Mirjam Piepenbrink (Holland Rijnland) Martijn Romijn (Holland Rijnland) Anka Silvertand (gemeente Alphen aan den Rijn) Jonneke Stans (EMMA) Peter Swier (Witteveen en Bos) Jeroen Ververs (Holland Rijnland)
Redactie Ton van Dril (Holland Rijnland) Marguerite de Ruijter (EMMA)
Fotografie Natasja Kok (Holland Rijnland) Patrick van den Hurk (EMMA) Mart Lubben (Quintel)
Vormgeving Joost Nijhof
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
90