Bijlage bij RV d.d. 20 april 2021 Regionale Energiestrategie 1.0 Z-20-130711 Oegstgeest
Tekst van het document
Regionale Energiestrategie APRIL 2021
Inhoudsopgave De RES op hoofdlijnen (samenvatting)
4
1
Inleiding
8
1.1 Holland Rijnland
8
1.2 Status en impact
8
2
3
1.3 Totstandkoming en besluitvormingsproces
9
1.4 Ambities en kansen
11
Het energiesysteem
13
2.1 CO2-uitstoot en energiegebruik
13
2.2 Het Energietransitiemodel
16
2.3 Inzichten op systeemniveau
17
2.4 Energiebesparing, mobiliteit, warmte en elektriciteit
22
Energiebesparing
26
3.1 Ambitie
27
3.2 Regionale basisstrategie
29
3.3 Doelstellingen waarmaken
30
3.4 Benodigde aanvullende instrumenten
32
4 Duurzame mobiliteit
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
34
4.1 Opgave verduurzaming mobiliteit
35
4.2 Verduurzaming mobiliteit
35
4.3 Regionale Structuur Warmte
39
4.4 Opgave laadinfrastructuur
39
4.5 Randvoorwaarden
41
2
5
6
7
8
Warmte
42
Regionale samenwerking RES 2.0
80
5.1 Aanbod
42
9.1 Governance en samenwerking
81
5.2 Vraag naar warmte
43
9.2 Suggesties voor RES 2.0
85
5.3 Aanbod
45
5.4 Regionale Structuur Warmte
48
Bijlagen
88
5.5 Kansen, onzekerheden en knelpunten
55
Lijst van afkortingen en begrippen
89
5.6 Randvoorwaarden
56
Colofon
90
Elektriciteit
57
6.1 Ambitie
57
6.2 Zon op daken
59
6.3 Zon en wind op land
61
6.4 Lokaal eigendom
67
6.5 Randvoorwaarden
69
RES en ruimteclaims
70
7.1 PlanMER
70
7.2 Bestuurders en volksvertegenwoordigers
71
7.3 Regionale omgevingsagenda
71
Participatie
74
8.1 Programmaraad
74
8.2 Regionale participatie
75
8.3 Lokale participatie
75
8.4 Opbrengst participatie
76
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
9
3
De RES op hoofdlijnen (samenvatting)
Algemeen
de provincie, de netbeheerder en andere partijen geven
Land- en tuinbouw en industrie hebben in sommige
In 2019 presenteerde het kabinet het Klimaatakkoord.
we vorm aan onze RES. We maken plannen om in 2050
gemeenten
Nederland gaf hiermee invulling aan de internationale
energieneutraal te zijn.
regionale schaal zijn deze sectoren niet zo groot.
afspraken om de CO2-uitstoot te verminderen en zo de
Stand van zaken
Energiebesparing
wereldwijde temperatuurstijging tot 2 graden Celsius te
In Holland Rijnland komt de uitstoot van broeikasgassen
Als eerste moeten we besparen. Want wat niet wordt
beperken. In het Klimaatakkoord, mede ondertekend
vooral door energiegebruik, zo’n 88 procent. De
gebruikt, hoeft niet te worden opgewekt. De ambitie
door IPO, VNG en Unie van Waterschappen, staat ook
overige 12% bestaat voornamelijk uit de uitstoot van
voor besparing is 1,1 TWh in 2030 oftewel minimaal 11
dat dertig regio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe
methaan en lachgas vanuit de landbouw. Het grootste
procent ten opzichte van 2014. Dat doen we door 11
ze duurzame energie grootschalig kunnen opwekken.
energiegebruik vindt plaats in de gebouwde omgeving.
procent te besparen op mobiliteit en 15 procent op de
Iedere regio legt dit vast in een eigen Regionale Energie
Dit zijn woningen en diensten, zoals kantoren, scholen,
gebouwde omgeving. In woningen kunnen we vooral
Strategie (RES). Holland Rijnland is één van die dertig
gemeentehuizen en ziekenhuizen. Daarnaast is ook het
besparen op warmte. Bij diensten ook op elektriciteit.
regio’s. Met dertien gemeenten, twee waterschappen,
energiegebruik door mobiliteit groot, circa 30 procent.
Besparing is een gemeentelijke verantwoordelijkheid
een
groot
energiegebruik,
maar
op
klimaatafspraken van Parijs. Daarin maakten 195 landen
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
4
en taak. Focus van besparing ligt op de gebouwde
Warmte
omgeving (warmte in woningen, elektriciteit en warmte
Er komen waarschijnlijk voldoende duurzame bronnen
in utiliteitsgebouwen). In regioverband wordt er ook voor
(restwarmte, geothermie, aquathermie, groen gas)
mobiliteit actief ingezet op besparing. Besparing gericht
beschikbaar om in 2050 de gebouwde omgeving te
op land- en tuinbouw en industrie kan onderwerp
verwarmen, mits:
van kennis- en informatie-uitwisseling zijn in de regio
Er 30 procent wordt bespaard op warmte, door
en mogelijke nadere samenwerking in subregionaal
o.a. isolatie, gedragsverandering, efficiëntere tech-
verband.
nologieën en zonthermie. Gemeenten goed samenwerken voor een zo goed
Duurzame mobiliteit Wij zetten in op schonere, slimmere en andere mobiliteit.
mogelijke verdeling van schaarse warmtebronnen. Er restwarmte komt uit Rotterdam (via WarmtelinQ)
Onderzocht is hoe we deze ambitie concreter kunnen maken. Het resultaat is vertaald naar twee concrete
Tot 2050 zijn hybride warmtepompen een nuttige
doelen:
tussenstap op weg naar andere duurzame oplossingen.
Reductie van de CO2-uitstoot door mobiliteit in
Door elektrificatie van warmte is in 2050 ongeveer 1,18
Holland Rijnland met 22 procent in 2030 ten opzichte
TWh extra elektriciteitsopwek nodig. Het lokale beleid
van 1990.
wordt in 2021 uitgewerkt in Transitievisies Warmte. Met
Reductie van het energieverbruik door mobiliteit in Holland Rijnland met minimaal 11 procent in 2030 ten
de nu bekende gemeentelijke plannen zijn in 2030 ongeveer 23.000 woningen van het gas afgehaald.
opzichte van 2014.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
Er is in kaart gebracht welke maatregelen bijdragen
Er is voor nu nog slechts naar technische haalbaarheid
aan het behalen van bovenstaande doelen. Verdere
gekeken, en nog niet naar de financiële haalbaarheid.
uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van de
Dat moet in het vervolg gebeuren bij businesscases
RES 1.0 en de Regionale Strategie Mobiliteit.
voor concrete projecten. Zonder extra financiële
5
middelen en extra bestuurlijke instrumenten van het Rijk
elektriciteitsnetten komende jaren fors moet uitbreiden.
Integrale afweging van de ruimtelijke effecten ten
voor de gemeenten komt de warmtetransitie naar alle
Daarmee worden direct ‘stopcontacten’ gecreëerd,
opzichte van andere toekomstige ruimteclaims vindt
waarschijnlijkheid niet op gang.
waarop latere lokale wind- of zonprojecten kunnen
plaats in de Regionale Omgevingsagenda Holland
worden aangesloten. Dat zijn no-regret investeringen
Rijnland. Deze wordt gelijktijdig met de RES vastgesteld,
Elektriciteit
die hoe dan ook nodig zijn om aan de toekomstige
niet door de afzonderlijke partners zoals bij de RES
De regionale ambitie is om in 2030 1,05 TWh aanvullende
vraag naar elektriciteit te voldoen. De verhouding tussen
maar door het Dagelijks Bestuur (met advies vanuit
opwek van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te
opwek via zon en via wind is opgenomen in de analyses.
het portefeuillehoudersoverleg (PHO) Ruimte) en het
hebben. Dit is, gezien de ambities uit het Regionale
Door deze samenwerking hebben we alle plannen
Algemeen Bestuur van Holland Rijnland.
Energieakkoord en de nationale opgave van 35 TWh,
integraal kunnen beoordelen. Zo wordt voorkomen dat
een passende inzet voor de regio. Deze inzet wordt
extra elektriciteitsstations moeten worden gebouwd
Participatie
opgewekt door een combinatie van zonnepanelen
met verdere oplopende kosten. Daarnaast benutten
Vanaf het najaar 2020 tot en met begin 2021 vond er in
op grote daken (ca 0,25 TWh), zonnevelden en
we de mogelijkheden voor innovatieve oplossingen
Holland Rijnland een participatieproces plaats over de
windturbines. Voor de laatste bijdrage zoeken we naar
zoals opslag of lokale netwerken als die aantoonbaar
energietransitie en de RES, gericht op de inwoners van
passende locaties vanuit het elektriciteitsnetwerk, de
bijdragen aan de oplossing van knelpunten.
Holland Rijnland. Er is met meer dan 10.000 inwoners gesproken via webinars, enquêtes, straatgesprekken
ruimtelijke kwaliteit en het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. De zoekgebieden hiervoor zijn ruimtelijk
Energietransitie en omgeving
en op andere wijzen. De nadruk lag daarbij op lokale
geduid en bevinden zich voor een groot deel langs (rijks)
RES-regio Holland Rijnland is een van de pilotregio’s die
activiteiten. Het lijkt erop dat veel inwoners zich bewust
infrastructuur. De meest kansrijke zoekgebieden van
een PlanMER uitvoert voor de RES en daardoor meer
zijn van de noodzaak van verduurzaming en dat
dit moment dekken theoretisch de genoemde ambitie.
inzicht krijgt in mogelijke milieueffecten. Aangezien de
daarvoor veel moet gebeuren. Deze activiteiten en
Het lijkt raadzaam om in aanvulling hierop nog meer
PlanMER bij de vrijgave van de RES nog niet af is, zijn
opbrengsten zijn de eerste stappen in een langdurig
zoekgebieden toe te voegen als onderdeel van de
in deze fase de resultaten in beperkte mate verwerkt.
participatieproces over de energietransitie.
ontwikkeling van de RES 2.0.
Vooral de harde beperkingen voor veiligheid en milieu zijn meegenomen. De inzichten uit de PlanMER
De RES 1.0 is ontwikkeld in nauwe samenwerking
nemen we, zoals gepland, mee in het vervolgproces.
met de regionale netbeheerder Liander. De plannen
Dat gebeurt bij de verankering van de RES in het
voor de regio Holland Rijnland leren dat Liander de
provinciale
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
en
lokale
omgevingsinstrumentarium.
6
Regionale samenwerking voor RES 2.0 De RES geeft richting aan de ambities, de verschillende onderwerpen en instrumenten. Tegelijkertijd is de sector nog volop in beweging. Het gaat daarbij om beter inzicht in vraag en aanbod, ontwikkelingen in de markt, wijzigingen in de wet- en regelgeving en technologische innovaties. En het gaat zeker ook om gedragsveranderingen. De RES 1.0 kwam tot stand in een samenspel van veel partijen. Formele RES-partners zijn de Provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (voor een klein deel) en de dertien gemeenten in onze regio. Daarnaast heeft netbeheerder Liander een belangrijke rol in de energietransitie en dus in de RES. Om de ambities uit te werken en uit te voeren, is verdere samenwerking nodig. Bijvoorbeeld op het vlak van bovenlokale afstemming van de concretisering van de plannen, kennisuitwisseling, maar ook als het gaat om de doorontwikkeling naar de RES 2.0.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
7
1.
Inleiding In 2019 presenteerde het kabinet het Klimaatakkoord.
1.1 Holland Rijnland
in Leiden en Alphen aan den Rijn. Al die mensen
Nederland gaf hiermee invulling aan de internationale
Holland Rijnland ligt in het hart van de Randstad,
wonen in meer dan 250.000 woningen en dat is lang
klimaatafspraken van Parijs. Daarin maakten 195 landen
geflankeerd door de metropoolregio’s Amsterdam
niet genoeg. De komende jaren moeten daar nog
afspraken om de CO2-uitstoot te verminderen en zo de
en Rotterdam/Den Haag. Onze regio kenmerkt zich
zo’n 30.000 woningen bij komen om in een groeiende
wereldwijde temperatuurstijging tot 2 graden Celsius
door een gevarieerd landschap, waar weilanden,
woningbehoefte te voorzien. Naast woningen hebben
te beperken. In het Klimaatakkoord, mede ondertekend
natuur, plassen en rivieren worden afgewisseld door
we kantoren met een gezamenlijk vloeroppervlak
door IPO, VNG en Unie van Waterschappen, staat ook
aantrekkelijke dorpen en steden. We hebben ook
van een kleine anderhalf miljoen vierkante meter. Al
dat dertig regio’s in Nederland onderzoeken waar
een bloeiende economie en herbergen verschillende
die woningen, kantoren en bedrijven moeten worden
en hoe ze duurzame energie grootschalig kunnen
topsectoren in de wetenschap, land- en tuinbouw,
verwarmd en voorzien van elektriciteit.
opwekken. Ze leggen dit vast in een eigen Regionale
ruimtevaart en gezondheidszorg. Dat alles maakt
Energie Strategie (RES). Holland Rijnland is één van
Holland Rijnland een aantrekkelijke omgeving om te
1.2 Status en impact
die dertig regio’s. Met dertien gemeenten, twee
wonen, te werken en te recreëren.
De RES 1.0 is geen doel op zich, maar een middel om
waterschappen, de provincie, de netbeheerder en
onderdelen van het Nationale Klimaatakkoord te
andere partijen, geven we vorm aan onze RES. We
Verdeeld over dertien gemeenten telt Holland Rijnland
realiseren. Voor elektriciteit is de RES 1.0 een tussenstap,
maken plannen om in 2050 energieneutraal te zijn.
zo’n 570.000 inwoners. Zo’n 225.000 daarvan wonen
die zich richt op het realiseren van zonne- en
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
8
windenergie in 2030. Daarvoor moeten de vergunningen
intensiever gevoerd worden als de ambities uit de RES in
per 2025 verleend zijn. Voor warmte richt de RES
concrete projecten worden uitgevoerd. De vertaling in
zich op keuzes over de regionale warmtestructuur in
het omgevingsbeleid, het monitoren van de voortgang
2023 (RES 2.0), waaronder de koppeling van vraag en
van de uitvoering en alles wat verder nodig is, zal de
bovenlokale bronnen. Dit om in lijn met de ambities uit
agenda van bestuurders en volksvertegenwoordigers
het Klimaatakkoord in 2030 voldoende woningen op
de komende jaren blijven bepalen
een andere manier dan met aardgas te verwarmen. De keuzes in de RES vragen om concretisering en De RES is een politiek-bestuurlijk document dat keuzes
verankering om tot uiteindelijke realisatie te komen. Dat
markeert en richting geeft, oftewel een strategische
gebeurt bijvoorbeeld in structuur- of omgevingsvisies
verkenning. De RES kent geen binding richting
en/of
derden. Het is in die zin geen ‘plan’, beleidsdocument,
duurzaamheids-, energiebeleid of andersoortig). Deze
programmaplan, of iets dergelijks. De RES Holland
opvolging vindt niet alleen plaats op lokale schaal,
Rijnland is een product dat voortkomt uit de
maar ook in regionaal verband. Juist in de bovenlokale
samenwerking
afstemming zit meerwaarde.
tussen
verschillende
bestuurslagen.
in
ander
beleid
(omgevings-,
ruimtelijk,
Dat zijn: de afzonderlijke gemeenten in de regio Holland Rijnland, de provincie Zuid-Holland en het hoogheemraadschap van Rijnland.
1.3 Totstandkoming en besluitvormingsproces Op 27 september 2017 ondertekenden achttien partijen
Met de RES wordt een volgende stap gezet in de
het Energieakkoord Holland Rijnland. Dit waren de -
energietransitie. Het is een betekenisvolle volgende
destijds nog veertien - gemeenten van de regio Holland
stap. Tegelijkertijd is de RES 1.0 ‘slechts’ een volgende
Rijnland, de provincie Zuid-Holland, de Omgevings-
stap. Met de RES is een proces in gang gezet. We
dienst West-Holland, het hoogheemraadschap van
hebben een start gemaakt met participatie met
Rijnland en het samenwerkingsverband Holland Rijnland.
inwoners en belanghebbenden. Dat gesprek zal steeds
Deze partijen werken sinds die tijd samen aan de
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
9
regionale ambitie om in 2050 een energieneutrale regio
Wij
regionale
aandacht besteden aan de energiebesparingsopgave
te zijn. Het Energieakkoord stelt concrete tussendoelen
Energieakkoord naar een RES-aanbod voor 2030. In de
in de gebouwde omgeving, en die ook inzichtelijk te
voor 2025. Hoe we deze tussendoelen bereiken, staat in
RES zijn gebouwde omgeving (warmte) en elektriciteit
maken. Omdat mobiliteit een grote invloed heeft op het
een uitvoeringsprogramma dat we jaarlijks evalueren.
verplichte onderdelen. Wij werken echter ook de
totale energiesysteem, nemen we ook dit thema mee.
Bij de ontwikkeling en totstandkoming van het
thema’s energiebesparing en duurzame mobiliteit
nationale Klimaatakkoord bleek een RES een belangrijk
verder uit. Hierdoor sluit de RES aan op de bestaande
De Concept RES was gebaseerd op het in 2017
instrument te zijn in de energietransitie. In 2018 werd
uitvoeringslijnen uit ons Regionale Energieakkoord.
ondertekende Energieakkoord Holland Rijnland en de
duidelijk dat de dertig RES-regio’s in Nederland een RES
Daarnaast vinden wij het logisch om te besparen: wat
startnotitie ‘Van Regionaal Energieakkoord Holland
moesten opleveren. Daarin geeft elke regio aan wat
je niet nodig hebt, hoef je immers ook niet op te wekken.
Rijnland
haar ambities voor de energietransitie zijn. Ook staat
Hiermee lopen we vooruit op de landelijke trend: de
Holland Rijnland’ (2019). Stuurgroep en PHO+ hebben
in een RES hoe tussentijdse ambities voor 2030 worden
motie Dik-Faber en Van der Lee (Kamerstuk 32 813, nr. 814)
de uitgangspunten van de startnotitie bestuurlijk
gehaald met een doorkijk naar 2050.
verzoekt de regering te bevorderen dat de RES’en ook
bekrachtigd. Vervolgens is het document voorgelegd
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
vertaalden
de
doelen
uit
het
naar
Regionale
Energiestrategie
(RES)
10
aan de dagelijkse besturen van de overheidspartners
In de periode daarna is volop ingezet op participatie
in de volgende versie van de RES. Vanzelfsprekend
(gemeenten, provincie en het hoogheemraadschap). Zij
met inwoners en verdere uitwerking van de inhoudelijke
zullen eventuele moties of amendementen worden
konden zelf kiezen of zij het document ter besluitvorming
thema’s. Participatie met inwoners vond eind 2020
meegezonden richting het nationaal programma.
wilden voorleggen aan de volksvertegenwoordigers
(doorlopend naar begin 2021) op vele manieren op
en zo ja, in welke vorm. Het document is uiteindelijk
regionaal en lokaal niveau plaats. Daarbij zoekend naar
1.4 Ambities en kansen
behandeld in alle raden, Provinciale Staten en de
de juiste wijze en rekening houdend met de beperkingen
De RES gaat vooral in op de ambities voor 2030, met een
Verenigde Vergadering. Alle partners hebben hun
door corona (zie hoofdstuk 8). De inhoudelijke uitwerking
doorkijk naar 2050. Vervolgens schetst de RES mogelijke
wensen en bedenkingen ingediend op de Concept RES.
vond plaats in diverse (ambtelijke) werkgroepen
ontwikkelpaden. De energiesector is volop in beweging
Het idee achter de wensen- en bedenkingenprocedure
en
en er zijn dan ook veel technologische ontwikkelingen
is dat de volksvertegenwoordigers in deze fase konden
adviseurs.
en
voor de opwek van duurzame elektriciteit en energie. In
aangeven hoe zij aankeken tegen de Concept RES
overleg op bestuurlijk niveau. De opbrengst van het
de RES 1.0 kijken we vooral naar de huidige technologieën
en in die zin sturing konden geven aan het proces.
participatieproces is in januari 2021 uitgekristalliseerd. In
op de markt die breed inzetbaar zijn. In de discussie
Daarnaast diende ook de Programmaraad wensen en
februari en maart zijn de diverse opbrengsten bij elkaar
over de energietransitie en de RES worden vaak de
bedenkingen in. Deze raad is een adviserend orgaan
gebracht, resulterend in de voorliggende RES. Ook waren
kansen voor kernenergie en waterstof benoemd. In de
waarin bedrijfsleven en maatschappelijke partners zijn
er diverse bijeenkomsten met volksvertegenwoordigers.
RES 1.0 zien we die kansen, maar we kunnen hierop nog
vertegenwoordigd. Vervolgens bood de voorzitter van
De periode van april tot en met juni 2021 staat in het
geen beleid voeren richting 2030. Hieronder leggen we
de Stuurgroep eind september 2020 de Concept RES
teken van besluitvorming.
uit waarom.
NPRES (Nationaal Programma RES) aan. De gehele lijst
De RES Holland Rijnland wordt volgens planning voor 1
Kernenergie
met wensen en bedenkingen is opgenomen in bijlage 1.2
juli 2021 vastgesteld door alle volksvertegenwoordigers
Kernenergie is niet uitgesloten in het Klimaatakkoord.
bij deze RES en in bijlage 1.1 treft u een samenvattende
van de betrokken overheden en als één van de dertig
In de eerste maanden van 2021 vindt er een landelijke
reactie, met verwijzingen naar de paragraafnummers in
RES regio’s aangeboden aan het NPRES. Als er moties of
marktconsultatie plaats onder welke voorwaarden
deze RES.
amendementen worden ingediend, zullen deze net als
marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales
eerder bij de wensen en bedenkingen, worden verwerkt
in Nederland. Maar ook welke publieke ondersteuning
bijeenkomsten, Daarna
ondersteund volgden
door
externe
terugkoppelingen
en de lijst met alle wensen en bedenkingen aan het
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
11
daarvoor nodig is en welke regio’s belangstelling hebben
Maar waterstof is een energiedrager en geen alternatief
Leeswijzer
voor een kerncentrale. Nieuwe vormen van kernenergie
voor duurzame opwekking. Sterker nog, waterstof is
In dit document leest u hoe de RES 1.0 tot stand
en de bouw van kernenergiecentrales zijn er niet zo
alleen duurzaam als we het uit water en duurzaam
is gekomen en wat we daarin voorstellen. In de
snel. Daarom kunnen we kernenergie niet inzetten om
opgewekte elektriciteit maken. Daarvan hebben we
inleiding vertellen we hoe de RES tot stand kwam
ons doel voor 2030 (49 procent minder CO2-uitstoot)
nog lang niet genoeg. We moeten dus eerst zorgen dat
en in hoofdstuk 2 tot en met 6 gaan we in op het
te halen. Voor de periode tot 2050 kan kernenergie
we voldoende duurzame energie kunnen opwekken om
energiesysteem,
mogelijk wel een rol spelen. Het besluit om al dan niet
zelf te gebruiken, om daarna ook waterstof te maken.
mobiliteit, warmte en elektriciteit. In hoofdstuk 7
over te gaan op de inzet van meer kernenergie, is
Gezien de huidige energieverliezen bij het omzetten van
gaan we in op de regionale ruimte en in hoofdstuk
uiteindelijk een besluit op landelijk niveau en niet op
elektriciteit naar waterstof, is het - gezien de beperkte
8 staat het participatieproces met burgers en
regionaal of lokaal niveau.
productie van duurzame elektriciteit - niet voor de hand
organisaties centraal. Daarna geven we een
liggend om op korte termijn waterstof op grote schaal in
doorkijk naar de volgende stap: de RES 2.0. Aan
te zetten in de gebouwde omgeving en voor mobiliteit.
het eind vindt u de bijlagen, begrippenlijst en
Waterstof Waterstof is een schone brandstof, want bij verbranding
energiebesparing,
duurzame
het colofon. Wanneer we het in de RES hebben
komt alleen water(damp) vrij. Bovendien kan waterstof
Er loopt nu een aantal grotere en kleinere onderzoeks-
over Holland Rijnland hebben we het over dit
uit water en (duurzame) elektriciteit worden gemaakt.
en proefprojecten in Nederland om groene (duurzame)
gebied, waarin dertien gemeenten samenwerken
Waterstof kan als energiedrager geschikt zijn om
waterstof te maken. Die zijn nodig om groene waterstof
(samenwerkingsverband Holland Rijnland). En
bijvoorbeeld aardgas voor verwarming of benzine in
over een tijdje op grote schaal te kunnen gebruiken.
waar ‘we’ staat, bedoelen we RES Holland
auto’s te vervangen. Met een relatief kleine aanpassing
De eerste toepassingen van groene waterstof op grote
Rijnland. Dat wil zeggen: de samenwerkende
kunnen de huidige gasleidingen ook geschikt worden
schaal vinden naar verwachting in de industrie plaats.
partners provincie, hoogheemraadschappen en
gemaakt voor het transport van waterstof. Het is
Daarop zetten het kabinet en verschillende partijen
de dertien gemeenten.
bovendien een duurzame grondstof, bijvoorbeeld voor
actief in. In onze regio zal waterstof waarschijnlijk nog
plastics. Daarom kan waterstof in de toekomst een
geen grote rol voor 2030 spelen. Daarom gaan we in
belangrijke rol spelen.
dit document slechts beperkt daarop in. Wanneer zich kansen voordoen in proposities vanuit nationaal en provinciaal niveau (zoals de Groeiagenda van de provincie), spelen wij hier zeker op in.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
12
2.
Het energiesysteem Het energiesysteem is complex. Energie heeft vele
2.1 CO2-uitstoot en energiegebruik
vormen en talloze afhankelijkheden. Denk aan de
Holland Rijnland stoot jaarlijks 3 MTon aan CO2 uit.
samenhang tussen mobiliteit, elektriciteit, warmte
Bijna 88 procent van deze CO2-uitstoot komt door
en energiebesparing. Of aan de samenhang tussen
energiegebruik. De overige 12% van de uitstoot van
energievraag, -aanbod, -opslag en -infrastructuur.
broeikasgassen komt niet uit het energiesysteem, maar
Dit gaat veel verder dan de juiste verhouding tussen
voornamelijk uit de landbouw. Dit gaat dan vooral om
productie uit zon en wind. In de toekomst neemt die
lachgas en methaan die vrij komt bij het houden van
complexiteit alleen maar toe. In Holland Rijnland kijken
vee. Dit energiegebruik is afgerond 10 TWh (= 10 miljard
we in samenhang naar onze opgave. We zetten eerst
kWh) aan energie. Dit gaat over al het energiegebruik
ons energieverbruik op een rij. Daarna nemen we u mee
binnen de grenzen van de regio. Figuur 2.1 laat zien hoe
in de inzichten op systeemniveau en beschrijven we per
deze 10 TWh aan energiegebruik over de verschillende
uitvoeringslijn de feiten en cijfers. In bijlage 2.1 wordt
sectoren is verdeeld.
het energiesysteem in meer detail beschreven.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
Het energiesysteem in het kort Het energiesysteem bekijken we in zijn geheel, want alles is met elkaar verbonden. All-electric woningen en
elektrische
auto’s
verhogen
bijvoorbeeld
het gebruik van elektriciteit, maar verminderen het
energiegebruik
omdat
het
efficiëntere
technologieën zijn. In dit ene voorbeeld zijn alle uitvoeringslijnen van de RES (Energiebesparing, Warmte, Mobiliteit en Elektriciteit) met elkaar verbonden. Het behouden van een integrale blik op het energiesysteem is dus voor dit ene voorbeeld en voor nog talloze andere noodzakelijk.
13
Vergelijking CO2 en energie in Holland Rijnland 100% 90% 80%
9%
60%
30%
1 TWh Woningen
1 TWh
Industrie Land-/tuinbouw
27%
3 TWh
Mobiliteit
20%
40% 20%
Diensten Woningen
20% 10%
Land-/ tuinbouw
18%
50%
30%
Industrie
8% 8%
70%
Overzicht energiegebruik Holland Rijnland
26%
34%
Mobiliteit
3 TWh 2 TWh
0%
CO2(eq)
Energie
Diensten
Figuur 2.1: Vergelijking CO2-uitstoot en energiegebruik. Bron: Energietransitiemodel o.b.v. de Klimaatmonitor, CBS en Emissieregistratie.
Figuur 2.2: Overzicht energiegebruik Holland Rijnland. Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland).
De gebouwde omgeving (woningen en diensten) en
Land- en tuinbouw beslaat vooral in Nieuwkoop, Kaag
mobiliteit zijn de grootste sectoren en samen goed voor
en Braassem, Katwijk en Noordwijk een groot deel
zo’n 80 procent van het energiegebruik. Onder diensten
van het energiegebruik. Op regionale schaal is het
verstaan we onder meer kantoren, scholen, kerken,
energiegebruik van deze sector echter relatief klein.
ziekenhuizen en winkels. Industrie is met een energiegebruik van 1 TWh (10 procent) een relatief kleine sector in Holland Rijnland. Zeker in vergelijking met het landelijke energiesysteem, waar de industriesector goed is voor meer dan 50 procent van het totale energiegebruik.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
14
De energietransitie biedt met vernieuwende technologie economische kansen en daarmee nieuwe werkgelegenheid RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
15
Verdeling warmte, elektriciteit en brandstoffen naar sector in Holland Rijnland (TWh)
warmte leveren aan huishoudens en kassen. Huishoudens hebben daarnaast in de zomer overschotten, die ze
3.0
aan het net kunnen terugleveren. Voor een deel slaan
2.5
we deze overschotten op in batterijen van elektrische
TWh
2.0
auto’s.
1.5 1.0
Ook in de toekomst moet energie op de juiste plek, op
0.5
het juiste moment én in de juiste vorm aanwezig zijn. Met
0.0
alleen zonnepanelen kun je ’s avonds bijvoorbeeld geen Woningen
Diensten
Mobiliteit
Warmte
Elektriciteit
Land- en Tuinbouw
Industrie en overig
Brandstof
Figuur 2.3: Huidig energiegebruik naar warmte, elektriciteit en mobiliteitsbrandstoffen. Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland).
lamp aanzetten of een Netflix-serie kijken. Bij het ontwerpen van een nieuwe energiesysteem moeten we al rekening houden met de samenhang. Denk bijvoorbeeld aan: Het ruimtelijk aspect: -
Zorg dat het elektriciteitsaanbod in de buurt
Naast de verdeling naar sectoren is ook in kaart
2.2 Onderlinge samenhang
staat van het gebruik. Denk bijvoorbeeld aan
gebracht hoeveel energie wordt gebruikt voor warmte,
Ruim 80 procent van de CO2-uitstoot van de regio
zon op dak. Of aan windturbines in de buurt van
elektriciteit of als brandstof. De warmtevraag omvat alle
komt uit het energiesysteem. Het terugdringen van
het elektriciteitsgebruik van stedelijke kernen.
energie die nodig is voor het verwarmen van ruimtes,
deze uitstoot is complex. Het energiesysteem is namelijk
douchewater en warmte voor (industriële) processen.
volledig verknoopt met onze samenleving, economie
(met veel extra elektrische auto’s) in de buurt
De elektriciteitsvraag omvat alle stroom die de sectoren
en technologie. Deze verknoping neemt alleen maar
van zonneparken om elektriciteitsoverschotten
verbruiken. Denk aan stroomgebruik voor apparaten en
toe door de energietransitie. Consumenten worden
in batterijen te kunnen opslaan. Batterijen in
verlichting. Brandstoffen gaan vooral over het gebruik
producenten en gaan aan elkaar leveren. Ook bedrijven
elektrische auto’s kunnen een deel van het
van diesel en benzine voor mobiliteit.
krijgen een dubbele rol. De industrie gaat bijvoorbeeld
verschil in dag- en nachtritme overbruggen dat
- Verken
locaties
voor
nieuwbouwwoningen
door zonnepanelen ontstaat.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
16
Het tijdsaspect: - Zorg voor een juiste balans tussen zon en wind. Windstroom biedt uitkomst op het moment
Overschotten en tekorten zijn vaak gelijktijdig in Mogelijk kleine rol voor waterstof tot 2030.
bewolkte momenten en in de winter. Zonnestroom
Koude gaat een steeds grotere rol spelen bij
8 Industrie
6
Land- en Tuinbouw
Elektriciteit en Warmte.
Mobiliteit
4
pas. - Waterstof, warmtebuffers en andere techno-
10
omliggende regio’s.
dat de zon niet schijnt, zoals ‘s nachts, op sterk komt juist weer overdag op windstille dagen van
Energiegebruik per sector [TWh]
Combinatie van zon en wind is goed voor stabiliteit.
2.3.1 Gebouwde omgeving verbruikt het meest in
logische ontwikkelingen kunnen op termijn ook
de regio
bijdragen om elektriciteit grootschalig en op
Hoe groter een sector is, hoe groter een verandering in
de lange termijn (over de seizoenen heen) op te
die sector het energiesysteem beïnvloedt. Daarom is
slaan. Ook dragen ze bij om de piekvraag naar
het belangrijk om het energiegebruik van de sectoren
warmte op te vangen.
te weten. In Holland Rijnland is de gebouwde omgeving
Diensten Woningen
2
0
2020
2030
Figuur 2.4: Energiegebruik per sector in Holland Rijnland. 2030 op basis van het RES-systeemintegratiescenario. Bron: Energietransitiemodel, RES-systeemintegratiescenario.
veruit de grootste gebruikssector. Huishoudens en
2.3 Inzichten op systeemniveau
diensten zorgen samen voor ongeveer de helft van
Als we naar het systeem kijken, krijgen we inzichten die
het energiegebruik. Ook mobiliteit zorgt voor veel
we niet zien als we alleen naar individuele sectoren
energiegebruik, bijna 30 procent. Landbouw en industrie
kijken. Hierdoor kunnen we vragen beantwoorden als:
zijn er wel in Holland Rijnland, maar deze sectoren zijn
waar hebben we de meeste impact? Is er wel altijd
minder groot.
genoeg elektriciteit? Hoe passen onze acties op de korte termijn bij de langere termijn? De belangrijkste inzichten zijn: De gebouwde omgeving verbruikt het meest in de regio. Besparing door elektrificatie.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
17
2.3.2 Besparing door elektrificatie Besparing is een belangrijk onderdeel van onze aanpak. Besparing kan op twee manieren: Door minder te gebruiken, bijvoorbeeld door minder kilometers af te leggen of door te isoleren. Door een efficiëntere technologie te gebruiken. Een elektrische auto is in gebruik bijvoorbeeld wel drie keer efficiënter dan een auto die op benzine rijdt.
Energiegebruik per drager [TWh] 10
8
Overig Warmte
6
Methaan Elektriciteit
4
2
0
2020
2030
Figuur 2.5: Energiegebruik per drager. Bron: Energietransitiemodel, RES-systeemintegratiescenario.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
18
Elektrische technologieën zijn vaak efficiënter dan we dat in 2030 de totale energievraag lager is dan nu, maar de elektriciteitsvraag hoger. Zo kan het dat het elektriciteitsgebruik van Holland Rijnland in het 2030-scenario met 10 procent stijgt, terwijl het totale energiegebruik daalt.
Verdeling van de belasting
technologieën die brandstof gebruiken. Daardoor zien
Zon en wind samen op het net Jaaropbrengst 1 TWh
50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
2.3.3 Combinatie van zon en wind goed voor
jan
feb
mrt
apr
stabiliteit
in de winter wanneer de zon niet schijnt. Zonnestroom komt overdag op windstille dagen van pas. Op dit moment is de verhouding van de productie uit zon en wind op vermogen meer dan 4:1.
Verdeling van de belasting
Windstroom biedt uitkomst gedurende de nacht en
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Alleen zon op het net
Het is mogelijk zowel met zon als met wind elektriciteit te produceren. Zon en wind vullen elkaar goed aan.
mei
Jaaropbrengst 1 TWh
50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Een vuistregel is dat ongeveer evenveel vermogen aan zonnepanelen als windturbines op een elektriciteitskabel en
onderstation
kan
worden
aangesloten.
Een
windturbine levert met hetzelfde vermogen wel bijna
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
Wind
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Zon
Figuur 2.6: Verhouding productie uit zon en wind. Bron: Liander, Kansenkaart E-net grootschalige opwek (2020).
drie keer zoveel op als zonnepanelen.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
19
2.3.4 Overschotten en tekorten vaak gelijktijdig in
Het is nog onduidelijk hoe groot die rol gaat zijn en
overschotten interessanter worden. Dat vraagt dan
omliggende regio’s
hoe die precies wordt ingevuld. Als energiedrager kan
wel om een groeiend overschot aan elektriciteit
In het 2030-scenario staan er aardig wat zonnepanelen
waterstof een brug vormen tussen vraag en aanbod,
uit windturbines en zonnepanelen. Aan de andere
en windturbines, ook in Holland Rijnland. Die produceren
bijvoorbeeld door elektriciteit op te slaan wanneer er
kant varieert de capaciteit van het elektriciteitsnet
dan samen bijna de helft van de elektriciteit die Holland
overschotten zijn. De RES gaat vanuit de opdracht van
in onze regio sterk en kost capaciteitsuitbreiding
Rijnland gebruikt. Doordat de elektriciteitsproductie uit
het Klimaatakkoord over grootschalige opwek (uit zon en
veel tijd, waarbij de nadruk ligt op het stedelijk
zon en wind meestal lager is dan de elektriciteitsvraag,
wind) richting 2030 en over het in kaart brengen van de
gebied. Vooral in landelijk gebied, bij agrarische
kan Holland Rijnland in 2030 bijna alle in de eigen regio
toekomstige warmtevraag, -aanbod en -infrastructuur
bedrijven, is de productie van waterstof daarom een
opgewekte elektriciteit ook zelf gebruiken.
richting 2050. Daarnaast kiest deze regio ook voor het
reële optie, eventueel als tussenoplossing voordat
toevoegen van energiebesparing en mobiliteit. Vanuit
netuitbreiding kan worden gerealiseerd.
Als de productie van elektriciteit uit zon en wind nog
het perspectief van de opwek van elektriciteit, warmte
meer stijgt, zijn er momenten dat Holland Rijnland meer
en mobiliteit geven we hieronder een korte reflectie op
produceert dan inwoners en bedrijfsleven nodig hebben.
waterstof.
Het is dan mogelijk om elektriciteit naar omliggende
2. De inzet van waterstof voor warmte is een complex vraagstuk. Het is zeer onzeker in welke sectoren, wanneer en hoeveel waterstof een rol gaat spelen.
regio’s te exporteren. Omdat omliggende regio’s dan
1. Vanuit opwek van elektriciteit is Holland Rijnland
De prijs en beschikbaarheid van waterstof spelen
waarschijnlijk ook overschotten hebben, is het de vraag
op korte termijn (tot 2030) niet de meest logische
een belangrijke rol. Groene waterstof kost nu nog 3,5
of Holland Rijnland de overschotten kwijt kan. Regio’s
plek voor grootschalige inzet van waterstof. Er zijn
tot 7 keer meer dan dezelfde hoeveelheid energie
kunnen nu al nadenken over bijvoorbeeld opslag in
in 2030 nauwelijks overschotten aan elektriciteit te
in aardgas (bron: advies van de Raad voor de
batterijen, waterstof of warmte (zie ook paragraaf 5.2.3).
verwachten. Zelfs niet met het realiseren van het
Leefomgeving, Waterstof de ontbrekende schakel,
RES-bod van ruim 1 TWh aan groene stroom. De
pagina 27). Bovendien is verwarming via waterstof
2.3.5 Mogelijk kleine rol voor waterstof tot 2030
overschotten zijn in 2030 kleiner dan 1 procent van
veel minder efficiënt dan via andere bronnen. Voor
Waterstof gaat waarschijnlijk als opslagtechnologie
het totale energiegebruik. Overschotten worden
de komende tijd (tot circa 2030) verwachten we dat
richting 2050 ‘een sleutelrol spelen in het Nederlandse
daarom eerder geëxporteerd of lokaal in elektrische
waterstof eerst gaat naar grote industriële clusters,
energiesysteem’ (RLI 2021).
auto’s opgeslagen, dan dat ze in waterstof worden
elektriciteitscentrales en mogelijk zwaar oflange-
omgezet. Richting 2050 kan waterstof uit eigen
afstandsvervoer. Waterstof voor warmte in Holland
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
20
Rijnland staat daardoor achteraan in de rij. Het
de regionale doelstelling om minimaal 80 procent
transitiepad ‘duurzaam gas route’ (paragraaf 5.4.6)
van de benodigde energie in eigen regio op te
in het hoofdstuk Warmte beschrijft hoe Holland
wekken.
Rijnland de komende tijd denkt om te gaan met waterstof voor warmte. Voorlopig is dat ‘op een
2.3.6 Koude-vraag
laag pitje’. Ook na 2030 is de toepasbaarheid van
Steeds warmere zomers leiden ertoe dat de vraag
waterstof voor warmte onzeker. Waterstof komt pas
naar koelte of koude sterk toeneemt. In de meeste
in aanmerking wanneer we onvoldoende andere
gevallen wordt die koude-vraag nu opgelost door
bronnen vinden en waterstof veel goedkoper en
airco’s te gebruiken. Deze airco’s hebben nu een
efficiënter wordt. In Bijlage 5.3 (Waterstof in de
elektriciteitsvraag van ongeveer 0,20 TWh. Verschillende
gebouwde omgeving) staat meer informatie over
studies tonen aan dat de koude-vraag in 2050 met
waterstof.
een factor 2 tot 4 kan toenemen. Wanneer er op de huidige manier wordt gekoeld, betekent dat 0,4-
3. Vanuit mobiliteit kan waterstof op de lange termijn
0,8 TWh aan elektriciteitsvraag. De nieuwe koude-
ook een belangrijke rol spelen, vooral na 2030.
vraag kan ook worden opgelost met efficiëntere
Het is vooral interessant voor zwaarder en lange-
technologieën, zoals WKO-installaties die hun kou uit de
afstandvervoer. Voor mobiliteit is een CO2- en een
bodem of uit oppervlaktewater halen of met (hybride)
energiebesparingsdoel opgenomen. Waterstof kan
warmtepompen. De koude-vraag wordt hierdoor een
bijdragen deze doelen te realiseren, maar direct
steeds belangrijker element bij de afweging met welke
elektrisch rijden is altijd efficiënter. Een belangrijke
techniek we in de toekomst wijken willen verwarmen .
bouwsteen om de doelen te halen, is inzet op zero emissie-wegverkeer. Dit kan bijvoorbeeld met CO2vrije waterstof. Grootschalige regionale productie van waterstof ligt niet voor de hand. Daarom zijn we afhankelijk van productie elders. Dit kan botsen met
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
21
2.4 Energiebesparing, mobiliteit, warmte en elektriciteit Voor
de
RES
hebben
we
gekozen
voor
Historische ontwikkeling en doelstelling energiebesparing (TWh) 12,0
vier
10,0
uitvoeringslijnen, omdat we daarmee de meeste impact kunnen bereiken. Deze vier zijn: energiebesparing, uitvoeringslijn de feiten en cijfers op een rij.
TWh
mobiliteit, warmte en elektriciteit. We zetten per
8,0
6,0
4,0
2.4.1 Energiebesparing
2,0
Het doel van Holland Rijnland is om in 2030 ruim 1 TWh 0,0
energie en in 2050 ruim 3 TWh te hebben bespaard.
2010
Deze doelen vergelijken we met het jaar 2014. Sinds 2010 is het totale energiegebruik van Holland Rijnland gedaald van 11 naar 10 TWh. Dit kwam voor een groot
2014
2020
2030
2040
2050
Figuur 2.7: Historische ontwikkeling en doelstelling energiebesparing in Holland Rijnland. Donkerblauw is gemeten energiegebruik, lichtblauw is de projectie op basis van de doelstelling. Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland) en de Concept RES voor de doelstelling.
deel door een warmtebesparing van 1 TWh. Na 2014 Groei of krimp van per energiegebruik per sector in de periode 2014-2018
heeft de energiebesparing zich echter niet doorgezet. 0,15
Het energiegebruik van de gebouwde omgeving is sinds
0,10
2014 gedaald, ondanks de bouw van 10.000 nieuwe 0,05
wel, waardoor het totale energiegebruik van de regio constant bleef.
TWh
woningen. De mobiliteitssector groeide in die periode
0,00
Mobiliteit Land- en tuinbouw Gebouwde omgeving Industrie en overig
-0,05 -0,10 -0,15
Figuur 2.8: Verschil in energiegebruik tussen de sectoren in Holland Rijnland. Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland).
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
22
2.4.2 Warmte
Energiegebruik per gemeente in Holland Rijnland (TWh)
De helft van de energie in Holland Rijnland wordt gebruikt voor warmte, voornamelijk opgewekt met aardgas. Sectoraal zit de grootste warmtevraag in Holland Rijnland bij woningen (55 procent), gevolgd
Zoeterwoude Voorschoten
door diensten (20 procent) en industrie en land- en
Teylingen
tuinbouw (samen goed voor 25 procent). In nagenoeg
Oegstgeest
elke gemeente zien we dat de behoefte aan warmte voor het grootste energiegebruik zorgt (zie figuur 2.9).
Noordwijk Nieuwkoop Lisse Leiderdorp Leiden Katwijk Kaag en Braassem Hillegom Alphen aan den Rijn 0,0
0,5 Warmte
1,0 Elektriciteit
1,5
2,0
Brandstoffen (mobiliteit)
Figuur 2.9: Huidig energiegebruik (warmte, elektriciteit en brandstoffen) per gemeente. Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland).
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
23
2.4.3 Mobiliteit
2.4.4 Elektriciteit
Mobiliteit gebruikt na de gebouwde omgeving de
Elektriciteit
meeste energie. Dit beslaat vooral uit de verbranding
energiegebruik
van diesel en benzine. Auto’s gebruiken de meeste
hebben het grootste elektriciteitsgebruik, namelijk
energie (55 procent), gevolgd door vrachtwagens,
40 procent. Woningen zijn goed voor 30 procent van
bestelbusjes en mobiele werktuigen (40 procent).
het elektriciteitsgebruik. De overige 30 procent wordt
Bussen, treinen, brommers, en recreatievaart zijn goed
gebruikt in de mobiliteit (4 procent), industrie (18 procent)
in
ruim Holland
20
procent
Rijnland.
De
van
het 0,12
diensten
voor de resterende 5 procent.
en de land- en tuinbouw (8 procent).
Het energiegebruik vindt voor tweederde plaats buiten
De regionale elektriciteitsproductie steeg de afgelopen
de snelwegen. Regionaal bestemmingsverkeer gebruikt
jaren enorm. Vooral elektriciteit uit zon is enorm gegroeid.
dus een groot deel van deze energie.
Op dit moment is er twee keer meer productie van
0,10 0,08 TWh
beslaat
Productie zon op kleine en grote daken (TWh)
0,06 0,04 0,02 0,00 2010
2011
2012
2013
2014
Kleine daken
Verdeling energiegebruik Mobiliteit (TWh) Bussen (0.1) Binnenvaart (0.0)
Treinen (0.1) Fietsen (0.0)
Brommers (0.0)
Vrachtwagens/ busjes (1.1)
2015
2016
2017
2018
2019
Grote daken
Figuur 2.11: ontwikkeling zon op grote en kleine daken. Op een groot dak passen minimaal 50 panelen (>15 kWp). Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland).
elektriciteit uit zon dan uit wind. In de regio staat vijf keer zoveel vermogen aan zonnepanelen opgesteld dan aan
productie van zon en wind voor 2030 toegevoegd. De
windmolens. De productie van zonnepanelen op grote
productie van zonnepanelen op kleine daken telt niet
daken groeit exponentieel, terwijl deze op kleine daken
mee voor het behalen van deze doelstelling. Voor zon
(vooral woningen) sinds 2018 juist wat minder hard stijgt.
op kleine daken is de autonome groei (van landelijk
Met een groot dak bedoelen we een dak waar plaats is
7 TWh, waarvan 0,24 TWh voor Holland Rijnland) al
voor meer dan 50 panelen.
ingecalculeerd in het Klimaatakkoord. De opbrengst van zon op kleine daken telt alleen mee voor het RES-
Auto’s (1.6)
Op het totale elektriciteitsgebruik is de bijdrage van
bod als er meer geproduceerd wordt dan 0,24 TWh. Dat
zonne-energie en windenergie goed zichtbaar. Deze
is op dit moment niet de verwachting.
hernieuwbare energieproductie is nu goed voor ruim 7 Figuur 2.10: Huidig energiegebruik van mobiliteit. Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland).
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
procent van het elektriciteitsgebruik. In figuur 2.12 is met een zwarte stippellijn het RES-bod voor grootschalige
24
Productie van zon en wind t.o.v. totaal elektriciteitsgebruik in Holland Rijnland 2,5
Productie uit zon op dak en veld
2,0
Productie uit windturbines Elektriciteitsgebruik Holland Rijnland
1,5
1,0
0,5
0,0 2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Figuur 2.12: Ontwikkeling elektriciteitsproductie van zon en wind in verhouding met het gebruik. Bron: De Klimaatmonitor (bewerking RES Holland Rijnland).
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
25
3.
Energiebesparing In
dit
hoofdstuk
lichten
we
de
ambitie
voor
energiebesparing toe. Gemeenten werken in hun lokale beleid uit op welke manier ze deze ambitie gaan behalen. Hiervoor is een gezamenlijke basisstrategie bepaald. In dit hoofdstuk staat ook welke manieren er nu zijn en wat er nodig is om energiebesparing in huishoudens en bij diensten te stimuleren.
Energiebesparing in het kort We besparen in de regio minimaal 11 procent op ons
de gebouwde omgeving (warmte in woningen,
energiegebruik in 2030 (ten opzichte van 2014).Dat
elektriciteit en warmte in utiliteitsgebouwen).
doen we door 11 procent te besparen op mobiliteit en
In regioverband (Holland Rijnland) wordt er ook
15 procent op de gebouwde omgeving. In woningen
voor mobiliteit actief ingezet op besparing.
kunnen we vooral besparen op warmte. Bij diensten
Besparing gericht op land- en tuinbouw en
ook op elektriciteit.
industrie kan onderwerp zijn van kennis- en
Als eerste moeten we besparen. Wat niet wordt
informatie-uitwisseling in de regio en mogelijke
gebruikt, hoeft niet te worden opgewekt. De ambitie voor besparing is 1,1 TWh in 2030 oftewel 11 procent (t.o.v. 2014). Besparing is een gemeentelijke verantwoorde-
nadere samenwerking in subregionaal verband. De afspraken in de RES 1.0 richten zich (nog) niet hierop. De aanname is dat hier netto geen besparing plaatsvindt in 2030.
lijkheid en taak. Focus van besparing ligt op
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
26
3.1 Ambitie
3.1.1. 11 procent besparing in 2030
15 procent ten opzichte van 2014. Dat betekent dat elke
We zetten in op energiebesparing, ook al is dit geen
We richten ons op de periode tot 2030. Voor deze
gemeente via het eigen beleid zorgt voor 15 procent
verplicht onderdeel van de RES. Dat doen we om drie
periode is de ambitie, net als in het Energieakkoord
besparing op het geheel aan huishoudens of woningen
redenen:
Holland Rijnland, de volgende:
en diensten of utiliteit. Sinds 2014 is het energieverbruik
Energie die je niet nodig hebt, hoef je ook niet op te
1,1 TWh energie besparen ten opzichte van 2014. Het
in sommige gemeenten gedaald, in andere gelijk
energiegebruik van de regio in 2030 is dus maximaal
gebleven en in sommige gestegen. De besparing ten
8.9 TWh.
opzichte van 2014 is dus niet hetzelfde als ten opzichte
wekken en dat scheelt ruimte. Energiebesparing zorgt voor minder CO2-uitstoot, zodat we klimaatverandering kunnen afremmen. Bijna 88 procent van de CO2-uitstoot in de regio
In 2030 ligt het energieverbruik dus minimaal 11 procent lager dan in 2014.
Mobiliteit heeft regionaal, na de gebouwde omgeving,
komt van het energiegebruik. Energiebesparing
is
een
onderdeel
van
het
Energieakkoord Holland Rijnland (2017). Dat akkoord is de basis voor deze RES.
Voor de periode hierna geldt de volgende ambitie:
het grootste energiegebruik. 30 procent van het
Het energiegebruik van de regio is in 2050 maximaal
energiegebruik in de regio gaat voornamelijk op
7 TWh. In 2050 ligt het energiegebruik dus 30 procent lager
Met
energiebesparing
van het huidige verbruik.
bedoelen
we
een
‘netto’
dan in 2014.
besparing. Netto energiebesparing is de optelsom
aan diesel en benzine. Sinds 2014 was dit de grootst groeiende sector. Op de sector mobiliteit bespaart de regio als geheel minimaal 11 procent in 2030 ten opzichte van 2014 [zie ook hoofdstuk 4 over mobiliteit].
van het toegenomen energieverbruik en de (bruto)
3.1.2. Uitsplitsing naar sectoren
energiebesparing. Toename van het energieverbruik
In Bijlage 3.1 ‘Energiebesparing, ontwikkeling, potentie
Voor de sector land- en tuinbouw stellen we geen
komt bijvoorbeeld door economische en demografische
en instrumentarium in beeld’ is uitgezocht hoe het
besparingsambitie in de RES. De sector heeft een
groei. Bruto energiebesparing komt bijvoorbeeld door
energiegebruik zich ontwikkeld en hoeveel we nog
ambitie van 35 procent besparing in 2040 ten opzichte
isoleren, anders bouwen, nieuwe technieken en ander
kunnen besparen.
van 2015. We schatten in dat deze besparing gelijk is aan
gedrag. Je kunt energie besparen door de vraag
de groei van de sector, zodat het totale energieverbruik
naar warmte, elektriciteit en mobiliteitsbrandstoffen te
De sector gebouwde omgeving heeft regionaal het
nauwelijks toe- of afneemt (0 procent besparing). In
verkleinen.
grootste energiegebruik. Alle gemeenten besparen hier
de aanloop naar de RES 2.0 kunnen we dit percentage
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
27
In 2030 besparen we 1,1 TWh RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
28
beter bepalen en eventueel ook voor deze sector
Gemeenten nemen de RES-ambitie over in hun
regionaal ambities formuleren. Voorwaarde is dat de
gemeentelijk
data over het energieverbruik dan beschikbaar zijn,
maatregelen om deze ambities te bereiken. We reiken
volledig en actueel.
een basisstrategie aan, waarmee gemeenten de RES-
beleid
en
kiezen
zelf
acties
en
ambitie kunnen halen. De industrie is relatief klein in Holland Rijnland. Het gebruikt circa 10 procent van de totale energie. Industrie
Basisstrategie huishoudens/woningen:
is geen verplicht onderdeel van de RES. Landelijk (KEV
Alle woningen minimaal label D in 2030. Dit zorgt voor
2020) wordt hier weinig energiebesparing verwacht. Wij
ruim 20 procent besparing op warmte (Startanalyse
gaan in de RES uit van een gelijkblijvend energiegebruik
PBL, 2020).
van deze sector.
Besparing via technologiekeuze in Transitievisies Warmte.
Met de besparingsdoelen in de gebouwde omgeving
Inzet op gedragsverandering.
en mobiliteit halen we de 11 procent energiebesparing op het totaal. Dit is onder voorwaarde dat het
Basisstrategie diensten/utiliteit:
energiegebruik in de industrie en land- en tuinbouw niet
Verdere warmtebesparing, minimaal label B in 2030.
toeneemt.
Verdere besparing op elektriciteit (onder meer LEDverlichting, efficiëntere apparaten, betere inregeling
3.2 Regionale basisstrategie
systemen).
Het bod voor de sector mobiliteit staat in hoofdstuk 4. Gemeenten blijven daarnaast ook wettelijke taken Voor gebouwde omgeving is de insteek als volgt:
uitvoeren,
uitvoering via een vertaling naar het gemeentelijk
verplichtingen bij bedrijven (energiebesparings- en
beleid; formulering van een gezamenlijke basisstrategie;
zoals
het
handhaven
van
energie-
informatieplicht, EPBDIII). Advisering en handhaving verloopt via de Omgevingsdienst.
focus op verkleinen van de warmtevraag.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
29
3.3 Doelstellingen waarmaken
Type instrument
Instrument
Communicatie-instrumenten
Besparing gemeentelijk vastgoed.
kantoren, kerken, scholen, overheidsinstellingen, et
Communicatie-instrumenten
Promotie in de krant, lokale media gericht op besparing.
cetera). Gemeenten kunnen deze partijen bewegen om
Communicatie-instrumenten
Regelmatige feedback op energiegebruik of besparing.
energie te besparen via een economisch, juridisch en
Communicatie-instrumenten
Workshops, bewonersavonden, bezoeken aan de wijk.
Communicatie-instrumenten
Energieambassadeurs, coaches, loket.
3.3.1 Beschikbare Instrumenten
Financieel instrument
Duurzaamheidsfonds, initiatievenpot, duurzaamheidslening.
Er is een breed scala aan instrumenten beschikbaar
Financieel instrument
Gratis of korting energiescans particulier en MKB-scans.
op landelijk en op lokaal niveau. In een inventarisatie
Financieel instrument
Pilots gasloos en wijkgerichte aanpak.
Financieel instrument
RRE(W): Tegoedbonnen advies en energiebespaarboxen.
Financieel instrument
Subsidie alternatieve warmtebronnen en duurzame energie.
Bijlage 3.1 ‘Energiebesparing, ontwikkeling, potentie en
Financieel instrument
Wijkaanpakken energiebesparing, inkoopacties gemeentebreed.
instrumentarium in beeld’ staan de resultaten.
Juridisch/samenwerkingsinstrumenten
Minimaal energielabel C in 2023 (kantoren).
Juridisch/samenwerkingsinstrumenten
Prestatieafspraken met woningbouwcorporaties.
Juridisch/wettelijk instrument
Activiteitenbesluit milieubeheer.
Communicatie-instrumenten
Routekaart maatschappelijk vastgoed.
Juridisch/samenwerkingsinstrumenten
Labelverbetering convenant huursector.
Juridisch/samenwerkingsinstrumenten
Stroomversnelling voor sociale huurwoningen.
Financieel instrument
Renovatieversneller tweede tranche voor 2021.
Energiebesparing in gebouwde omgeving vindt plaats in huishoudens (woningen) en diensten (denk aan
communicatief instrumentarium.
onder gemeenten is uitgezocht welke instrumenten zij lokaal inzetten, welke instrumenten beter gebruikt kunnen worden en welke instrumenten ze nog missen. In
Tabel 3.1: Instrumenten waarmee gemeenten energiebesparing kunnen stimuleren. Bron: Bijlage 3.1 ‘Energiebesparing, ontwikkeling, potentie en instrumentarium in beeld’.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
30
Kennis delen
breedte 0,23-0,69 TWh, oftewel bijna de helft
capaciteit
Uit de inventarisatie blijkt dat gemeenten niet alle
van de besparingsambitie). In aansluiting op de
instrumenten (energiebesparingsplicht, EPBDIII en
beschikbare instrumenten kennen. We kunnen dus
hierboven genoemde basisstrategie kiezen we
label C-kantoren) om deze wettelijke taak goed te
winst boeken door hiermee bekend te raken en het
voor instrumenten die het behalen van minimaal
kunnen uitvoeren.
instrumentarium toe te passen. Kennisuitwisseling tussen
energielabel D voor alle woningen, technologie-
gemeenten binnen de RES-regio blijft belangrijk, net als
keuzes in de Transitievisies Warmte ondersteunen,
kennisondersteuning vanuit het Rijk of NPRES.
gericht op besparing en gedragsverandering. Gemeenten gebruiken nu vrij goed de juridische
voor
de
beschikbare
juridische
3. Diensten, besparing op elektriciteit: LED-verlichting en apparaten Hiervoor geldt hetzelfde als bij 2. Veel gemeenten
Slimme inzet van mensen en middelen
(prestatieafspraken
Diverse instrumenten leveren meer energiebesparing
economische instrumenten (RRE(W)-regeling). Er
juridische instrumenten (energiebesparingsplicht,
op als er meer budget of uitvoeringscapaciteit voor
is ruimte om het communicatief instrumentarium
EPBDIII en label C-kantoren) te weinig capaciteit
beschikbaar is. Inzet van budget en capaciteit met een
beter te gebruiken. Denk aan regelmatige feedback
om deze wettelijke taak goed te kunnen uitvoeren.
maximaal (energiebesparings)effect vraagt om een
op energiegebruik of besparing, workshops, be-
Qua communicatie kunnen we meer inzetten op
prioritering. Uit de inventarisatie blijkt welke prioritering het
wonersavonden en bezoeken aan de wijk. Ook is er
verduurzamen van gemeentelijk vastgoed.
meeste effect oplevert. In Bijlage 3.1 ‘Energiebesparing,
ruimte om meer gebruik te maken van de landelijke
ontwikkeling, potentie en instrumentarium in beeld’
instrumenten ‘Routekaart maatschappelijk vast-
Dit
staat wat de energiebesparingspotentie is van elke
goed’ en ‘Huurconvenant label verbetering’.
woningcorporaties te blijven gebruiken en ervoor te
met
woningcorporaties)
en
bouwsteen. Het is logisch om de meeste capaciteit en
reserveren
pleit
momenteel
ervoor
om
de
voor
de
beschikbare
prestatieafspraken
met
zorgen dat deze (mede) gericht zijn op het behalen van
budget in te zetten op instrumentarium dat zich richt op
2. Diensten, besparing op warmte
energielabel B en warmtebesparing. Ook is het aan te
de bouwsteen met de meeste potentie. Deze prioritering
De hiervoor beschikbare instrumenten kunnen
bevelen de RRE(W)-regeling te blijven toepassen.
levert het volgende inzicht op: 1.
Huishoudens: besparing op warmte
De besparingspotentie van deze bouwsteen is veruit het grootst (potentie: 0,46 TWh met band-
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
beter worden gebruikt. Vanuit communicatieoogpunt kunnen we regelmatig feedback geven op
Daarnaast is extra inzet nodig om de wettelijke taken
energiegebruik of -besparing en het verduurzamen
goed te kunnen uitvoeren, zodat minimaal de wettelijke
van
(voorbeeldfunctie).
besparing op warmte en elektriciteit bij diensten kan
Gemeenten reserveren op dit moment te weinig
worden gestimuleerd en gehandhaafd . Daarbij ontstaat
gemeentelijk
vastgoed
31
particuliere woningverhuurders, voor particuliere
advisering om een hoger energiebesparingsniveau te
3.4 Benodigde aanvullende instrumenten
bereiken. Of om duurzame energieopwekking onder de
Er ontbreekt momenteel nog instrumentarium voor de
Voor hen is er nauwelijks een incentive om te
aandacht te brengen.)
volgende onderdelen:
investeren in verduurzaming (economisch). Ook
1. Voor de grootste bouwsteen (warmtebesparing in
richt de communicatie zich nauwelijks op deze
Voorrang geven aan het verduurzamen van ge-
huishoudens) zijn weinig juridische instrumenten
doelgroep vanwege het ontbreken van juridische en
meentelijk vastgoed heeft effect op energiegebruik
beschikbaar om energiebesparing af te dwingen.
economische instrumenten. Als ook deze doelgroep
en is tegelijkertijd een communicatie-instrument (‘wij
Om te zorgen dat elke woning in 2030 minimaal
in beweging komt, kunnen we meer huishoudens
besparen, doe je mee?’). Verder is het belangrijk
energielabel D heeft, zijn er nu instrumenten
dat er in de Transitievisies Warmte aandacht is voor
beschikbaar
warmtebesparing.
en particuliere woningeigenaren bereiken. Het
ook een contactmoment dat we kunnen gebruiken voor
waarmee
we
verhuurders zijn geen verplichtingen (juridisch).
verduurzamen.
woningcorporaties
beschikbare instrumentarium is minder gericht op
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
32
3.4.4. Duurzaam Bouwloket
2. Investeren in budget en capaciteit Voor
elk
instrument
is
budget
en/of
uit-
Het Duurzaam Bouwloket (www.duurzaambouwloket.nl)
voeringscapaciteit nodig. Het is nodig dat hier
is
een
belangrijke
pijler
onder
het
energie-
vanuit het Rijk middelen voor beschikbaar blijven,
besparingsbeleid. Hier vinden particulieren informatie
zodat gemeenten voldoende slagkracht behouden
over bijvoorbeeld subsidies en leveranciers. Gemeenten
om de doelstellingen voor energiebesparing te
blijven gezamenlijk het Duurzaam Bouwloket aanbieden
bereiken.
aan hun inwoners. De komende periode inventariseert de Omgevingsdienst of gemeenten interesse hebben
In de tweede helft van 2021 verkennen we met de RES-
om het loket uit te breiden met ondersteuning voor
partners of en hoe een gezamenlijke lobby naar het
ondernemers.
Rijk op deze punten vorm krijgt, bijvoorbeeld door deze punten onder de aandacht te brengen bij het NPRES of
3.4.5 Monitoring
de VNG.
Voor monitoring gebruiken we de Klimaatmonitor, direct of via het Energietransitiemodel (ETM) dat hierop is
3.4.3 Ondersteuning gemeenten
gebaseerd. In de Klimaatmonitor staan gegevens per
De gemeenten geven de energiebesparingsambitie
gemeente en per sector. We brengen in beeld wat de
vorm via lokaal beleid. Gemeenten zelf en partijen in de
ontwikkeling van het energieverbruik is en of we de
samenleving worden daarmee ondersteund om energie
gestelde ambitie halen. Resultaten daarvan zijn input
te besparen. De RES zet in op versnellen, opschalen
voor de volgende RES.
en kennisdeling. Bijvoorbeeld door samen met RESpartners producten en instrumenten te ontwikkelen, die elke gemeente bij het uitvoeren van het eigen beleid kan gebruiken. Hierdoor hoeft niet elke gemeente zelf ‘het wiel uit te vinden’.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
33
4.
Duurzame mobiliteit Wij concretiseren in deze RES onze ambities voor schonere, slimmere en andere mobiliteit. Wij hebben onderzocht waar we op het gebied van verduurzaming van mobiliteit staan. Ook hebben we gekeken wat wij kunnen doen om de mobiliteit in onze regio te verduurzamen. Dit leidt tot twee doelen om de CO2-uitstoot en het energieverbruik door mobiliteit verminderen.
Duurzame mobiliteit in het kort Wij zetten in op schonere, slimmere en andere
Er is in kaart gebracht welke ‘bouwblokken’ kunnen
mobiliteit. Onderzocht is hoe we deze ambitie
bijdragen aan het behalen van bovenstaande
concreter kunnen maken. Het resultaat is vertaald
doelen. Verdere uitwerking van deze bouwblokken
naar twee concrete doelen:
en maatregelen vindt plaats na vaststelling van
- Reductie van de CO2-uitstoot door mobiliteit
de RES 1.0 en de Regionale Strategie Mobiliteit.
in Holland Rijnland met 22 procent in 2030 ten opzichte van 1990. - Reductie
van
het
energieverbruik
door
mobiliteit in Holland Rijnland met minimaal 11 procent in 2030 ten opzichte van 2014.
RES 1.0 HOLLAND RIJNLAND | APRIL 2021
34
Vergelijking CO2 en energie in Holland Rijnland 100% 90% 80%
9%
30% 27%
50% 20% 20%
Kton in 2030. 2. Reductie van het energieverbruik door mobiliteit in
Industrie
ten opzichte van 2014 voor alle gezamenlijke sectoren in
Holland Rijnland met minimaal 11 procent in 2030
Land-/tuinbouw
Holland Rijnland.
ten opzichte van 2014. Holland Rijnland wil in totaal
Woningen Mobiliteit
20% 10%
In de Concept RES Holland Rijnland staat dat wij het
11 procent energie besparen ten opzichte van 2014.
Diensten
40% 30%
uitstootvermindering van 709 Kton in 1990 naar 553
energieverbruik in 2030 met 1,1 TWh willen verminderen
8% 18%
70% 60%
8%
is een onlosmakelijk onderdeel van de energietransitie.
26%
34%
0%
CO2(eq)
Energie
Figuur 4.1: Weergave van het percentage energieverbruik en CO2-uitstoot door mobiliteit in Holland Rijnland ten opzichte van het totaal in 2018. Bron: Het Energietransitiemodel.