Bijlage bij Aandachtspunten van de stichting OZV bij agendapunt 15B
Tekst van het document
Aan drs. C. van Nieuwenhuizen, Minister van Infrastructuur en Waterstaat Onderwerp: Zienswijze OZV op de ontwerp-Voorkeursbeslissing-Luchtruimherziening Oegstgeest, 24 februari 2021. Excellentie, Onlangs heeft u de ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening (LHR) vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak. Graag maken wij als OZV van de gelegenheid gebruik om onze zienswijze, waarin wij in algemene zin onze visie op uw beleidsvoornemens schetsen, aan te bieden. Wij onderschrijven van harte de zienswijze van de ORS/ Natuur en Milieu Federatie Noord-Holland op onderhavig doccument. Daarnaast vragen wij specifiek uw aandacht voor de onvolkomenheden in de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH m.b.t. het eindnaderingsgebied (7,5-30km) van Schiphol. U lijkt met de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH tegemoet gekomen te zijn aan de resultaten van de brede maatschappelijke discussie in het kader van het ontwerp van de Luchtvaartnota 2020-2050. Specifiek geven indieners van zienswijzen op de Luchtvaartnota aan dat er te weinig aandacht is voor geluidshinder in het noordelijk deel van Zuid-Holland. Maar uit de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH blijkt dat met diezelfde resultaten uit de brede maatschappelijke discussie creatief is omgesprongen.
In de tekst van de ontwerpVoorkeursbeslissing LRH wordt namelijk gesuggereerd dat gehoor wordt gegeven aan de wens van de omwonenden, door in te zetten op een substantiële beperking van geluidsbelasting op de grond. Dit, op basis van het beoogde operationele concept van vaste routes met, in buizen, continu klimmen/continu dalen (CDO/ CDA). De uitwerking hiervan is echter dusdanig vrijblijvend dat goedwillende omwonenden in de regio Schiphol, die voorstanders zijn van deze klim- en daal methodieken, hiermee bedrogen uitkomen. In de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH staat dat bij gebruik van het voorkeursalternatief, door het gebruik van vaste routepunten en buizen in combinatie met CDO/CDA, het voorspelbaarder wordt waar het luchtverkeer vliegt en dat de complexiteit wordt verminderd hetgeen bevordelijk is voor het continu klimmen en dalen. Maar de praktijk zal uitwijzen dat met name de CDO-doelstelling bij gebruik van het voorkeursalternatief niet gehaald kan worden in het eindnaderingsgebied (het gebied 7,5-30 km rondom Schiphol). Immers, er zijn op Schiphol dan vier i.p.v. drie naderingspunten; daardoor wordt het voor de LVNL buitengewoon gecompliceerd om in het eindnaderingsgebied het vliegverkeer middels CDO door buizen af te handelen. Regelmatig zullen dan ook uitwijkmogelijkheden benut moeten worden.
Door de vrijblijvendheid van de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH, bestaan er legio mogelijkheden voor de LVNL om in dat gebied van zowel het buismodel, alsmede de CDO af te wijken. Dat zal dan ook vanwege de complexiteit van de operatie ongetwijfeld vaak gebeuren met als gevolg dat in het eindnaderingsgebied, binnen een straal van 30 km rondom Schiphol, niet veel overblijft van het voorkeursalternatief. Het gebruik van de CDO/CDA is voorgesteld als motief om zo geluids- en mileubelasting te doen afnemen, waardoor de behaalde milieuwinst, conform de afspraken in het regeerakkoord, voor 50% kan worden benut voor groei van vliegverkeer. Echter, de CDO is ook nu al, in de huidige afhandeling van vliegverkeer mogelijk. Bovendien staat in de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH niet vermeld dat tijdens de CDO het "level segment" niet meer gebruikt gaat worden. Dit laatste staat gepubliceerd als onderdeel van de ILS-procedure. Ook is niet vermeld of in
1
het eindnaderingsgebied de CDO vanaf 6000 voet ingezet gaat worden. Bovenstaande door ons genoemde condities zijn essentieel om geluids- en milieuoverlast voor de omwonenden van Schiphol te verminderen. Kortom, door de vrijblijvendheid van de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH geldt voor de regio rondom Schiphol de volgende resultante: uitbreiding van de capaciteit van Schiphol, op welke aanvliegmethode dan ook. Maar hierdoor zal de geluids- en milieu overlast voor de omwonenden in het gebied 7,5-30 km rondom Schiphol niet verminderen! Voor de omwonenden die onder de toekomstige vaste (eind)naderingsroutes zouden komen te wonen (indien deze succesvol zouden worden uitgevoerd) wordt de situatie zelfs nog veel slechter! Meer hinder voor minder mensen behoort dan ook als maatschappelijk niet acceptabel beschouwd te worden. Wij dringen er met klem op aan dat u niet toestaat dat een eventuele geluids- en milieu verbetering elders (meer dan 30km van Schiphol verwijderd), vertaald wordt in meer vliegbewegingen als daardoor de hinder niet zou afnemen voor iedere burger! Wij wijzen u daarbij op wat hierover in het regeerakkoord is opgenomen: "Door de focus te leggen op hinderbeperking in plaats van het aantal vliegbewegingen werken we aan een betere leefomgeving en luchtkwaliteit".
Dit moet dan beslist - aantoonbaar - ook gelden voor de 1,5 tot 2 miljoen omwonenden binnen de straal van 30 km van Schiphol. Dit betekent dat de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH in de huidige vorm, voor wat betreft de bewoners binnen de 7.5-30 km van Schiphol, niet voldoet aan de in het regeerakkoord afgesproken condities. Wij gaan ervan uit dat de ontwerp-Voorkeursbeslissing LRH zodanig aangepast zal worden, inclusief inbedding van de mogelijkheid tot handhaving, dat die voldoet aan het regeerakkoord Hoogachtend, Namens het bestuur van de Stichting OZV
J.F. Edens, voorzitter
2