Bijlage 8. Adviezen externe adviseur bij RV d.d. 18 januari 2022 Toestemming centrumregeling Bedrijfsvoering Leidse regio Z-21-148659 Oegstgeest
Tekst van het document
MEMO VERTROUWELIJK - CORRESPONDENTIE ADVOCAAT/CLIËNT VAN AAN
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp T.a.v. mevrouw Simone Klok, directieadviseur
KOPIE AAN
CONCEPT 17 januari 2022 1004762 de heren Matthijs van Kampen (gemeente Zoeterwoude) en Bart Kock (gemeente Oegstgeest)
ONDERWERP
Model-DVO bedrijfsvoering Leidse regio
DATUM ONS KENMERK
mr. drs. H. Doornhof
TELEFOON
Advocaat +31 88 253 5223
FAX
+31 88 253 5258
hdoornhof@akd.nl
In het kader van de advisering inzake de in voorbereiding zijnde Centrumregeling Bedrijfsvoering Leidse Regio hebt u ons verzocht de in dat verband opgestelde Model-Dienstverleningsovereenkomst Bedrijfsvoeringstaken te beoordelen. Het resultaat daarvan treft u hierbij aan. 1.
De eerder geconstateerde onzekerheden zijn in belangrijke mate weggenomen
In een eerder stadium merkten wij op dat de tekst van de model-DVO op een aantal punten (te) veel onzekerheden bevatte voor de partnergemeenten. Tijdens de bespreking van 23 december jl. en in de schriftelijke reactie die we van jullie ontvingen, zijn deze onzekerheden voor een belangrijk deel weggenomen. In het bijzonder is daarbij van belang dat een aantal bepalingen – zoals de voorziening die is getroffen voor “substantiële veranderingen in de organisatie”, de verhouding tussen de geschillenregelingen, en hetgeen is bepaald omtrent de omgangsvormen – van een nadere toelichting zal worden voorzien. Daarnaast hebben wij – na de eerdere advisering – inzicht verkregen in de inhoud van de Module, zodat ook omtrent de status en betekenis daarvan helderheid is verschaft. Deze extra zekerheid brengt een versteviging van de positie van de partnergemeenten met zich. 2.
De Module is robuust en bevat goede, concrete afspraken
In een eerder stadium wezen wij erop dat effectieve kwaliteitsborging essentieel is voor een duurzame samenwerking. In dat verband adviseerden wij nader te onderzoeken hoe de kwaliteitseisen meer concreet kunnen worden gemaakt. In die fase van de advisering waren wij nog niet bekend met de “Module bedrijfsvoering transitieperiode”. Deze Module beantwoordt aan de behoeften die wij markeerden; zij bevat
#21601401v1 AKD N.V. is statutair gevestigd te Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Derdenrekening: NL28INGB0678001677. Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de Algemene Voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 61/2014 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op www.akd.nl
DATUM ONS KENMERK PAGINA
17 januari 2022 1004762 2 van 2
concrete, en strakke afspraken omtrent een groot aantal onderwerpen. De bezorgdheid die wij hadden omtrent het open karakter van de voorwaarden die leidend zijn voor de samenwerking is daarmee voor een belangrijk deel geadresseerd. 3.
Afdwingbaarheid van de naleving van afspraken blijft een aandachtspunt: de externe auditor is een nuttige toevoeging
De afdwingbaarheid van hetgeen in de Module is opgenomen blijft volgens ons een voornaam aandachtspunt bij de implementatie van de samenwerking. Het gaat dan om de vraag welke (proces)stappen doorlopen worden wanneer een partnergemeente meent dat de taakuitvoering door de centrumgemeente achterblijft bij de afspraken. We menen dat het van belang is dat er een persoon of orgaan de bevoegdheid krijgt om in voorkomende gevallen de knoop door te hakken. In de meest recente versie van de Model-DVO is een separate geschillenregeling voorzien, waarin partijen ingeval van een geschil gezamenlijk een auditor benoemen, die advies uitbrengt over de oplossing van het geschil. Deze regeling, als alternatief voor de instelling van een geschillencommissie, is gelet op het voorgaande een nuttige toevoeging. Gelet op de status van zijn advies – het is zwaarwegend maar niet bindend – blijft de afdwingbaarheid van de inhoud van de Module nochtans een aandachtspunt. 4.
Op enkele punten blijven bedenkingen bestaan
Voor een deel blijven de bedenkingen uit onze eerdere advisering bestaan. We achten het onverminderd risicovol dat de samenwerking via de transitieperiode een nieuwe en meer centralistische vormgeving krijgt, terwijl nog geen overeenstemming is bereikt over de toekomstige verhoudingen tussen de gemeenten. Ook blijven wij – nu het de kern van de centrumconstructie betreft – bij ons advies om de voorwaarden die in algemene zin in acht genomen moeten worden, niet in de DVO’s (of een bijlage daarbij) maar in de Centrumregeling zelf vast te leggen. 5.
Ter afsluiting: voldoende basis voor voortzetting
Gegeven de politieke wens om tot spoedige besluitvorming te komen, menen wij dat - met inachtneming van de hiervoor geschetste aandachtspunten - een voldoende basis bestaat voor een voortzetting van het overleg- en besluitvormingstraject. Hugo Doornhof Robin Janssen
MEMO VERTROUWELIJK - CORRESPONDENTIE ADVOCAAT/CLIËNT VAN AAN
DATUM ONS KENMERK KOPIE AAN
ONDERWERP
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp T.a.v. mevrouw Simone Klok, directieadviseur
mr. drs. H. Doornhof Advocaat
TELEFOON
+31 88 253 5223
FAX
+31 88 253 5258
hdoornhof@akd.nl
CONCEPT 12 november 2021 -de heren Matthijs van Kampen (gemeente Zoeterwoude) en Bart Kock (gemeente Oegstgeest)
Bedrijfsvoering Leidse Regio; proces en tijdpad
Met een concept van een quickscan van 27 oktober jl. hebben wij via u de colleges van burgemeester en wethouders van de beoogde “partnergemeenten” geadviseerd over het namens het college van Leiden toegestuurde concept van een centrumregeling - met toelichting - voor samenwerking op het hiervoor genoemde onderwerp. Bij mailberichten van 1 en 3 november hebben wij (nadere) vragen beantwoord. Op 10 november heeft vervolgens in aanwezigheid van de gemeentesecretarissen een bespreking plaatsgehad waarin de totstandkoming van de afspraken qua inhoud en proces de revue heeft gepasseerd, mede in het licht van een memo van mr. De Greef “Bespreekpunten dienstverleningsovereenkomst bedrijfsvoering Leidse Regio” en de bundel voor portefeuillehouders, 11 november. Desgevraagd zetten wij met het hiernavolgende onze visie uiteen op het traject om tot de nieuwe samenwerking te komen en het tijdsaspect daarvan. 1.
Bij toetreding tot de centrumregeling is uiterste zorgvuldigheid geboden
Zoals we ook op 27 oktober voorop hebben gesteld, is de beslissing om toe te treden tot de centrumregeling zeer verstrekkend van aard. Immers, het karakter van een dergelijke regeling is wezenlijk anders dan dat van de huidige samenwerking in de bedrijfsvoeringsorganisatie Servicepunt71. Waar de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt bestuurd door (vertegenwoordigers van) haar deelnemers, ontbreekt in de centrumconstructie een gedeeld besluitvormingsorgaan. De partners van de centrumgemeente hebben daardoor in beginsel minder sterke sturingsmiddelen ter beschikking. Bij het besluiten tot deelname aan een gemeenschappelijke regeling – ongeacht de vorm – geldt sowieso al dat grote zorgvuldigheid geboden is. Die beslissing heeft in vrijwel alle gevallen grote en langdurige impact op de gemeentelijke organisatie, in zowel operationele als financiële zin. Ook indien op enig moment zou worden besloten om de samenwerking te beëindigen – hetgeen op zichzelf in de regel al een slepend proces is –, sorteert de deelname nog lange tijd effect. In aanvulling op deze algemene aandachtspunten #21322896v1 AKD N.V. is statutair gevestigd te Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Derdenrekening: NL28INGB0678001677. Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V.
Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de Algemene Voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 61/2014 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op www.akd.nl
DATUM ONS KENMERK PAGINA
12 november 2021 -2 van 3
nopen de hiervoor geschetste bijzondere kenmerken van de centrumconstructie (dus) eens te meer tot weloverwogen besluitvorming. 2.
De beoogde vormgeving van de transitieperiode is extra risicovol
In het bespreekpuntenmemo wordt de transitieperiode gemarkeerd. Daarbij wordt uitgegaan van eerst een dienstverleningsovereenkomst voor uitsluitend de eerste fase van de nieuwe samenwerking, waarin wordt geregeld dat Leiden de organisatie van Servicepunt71 “as is” overneemt: “De gesprekken over hoe de dienstverlening in die nabije toekomst plaats moet vinden, onder welke voorwaarden en voor welke taken ligt […] nog open.” Hierdoor kan blijkens het memo tijdig politieke besluitvorming plaatsvinden. Bij een dergelijke keuze, zou de gezamenlijke beantwoording van belangrijke vragen voor de uiteindelijke toekomst, worden geschoven naar een periode na de overgang van de organisatie van Servicepunt71 naar leiden. Dit zou extra risico’s meebrengen. Immers, voordat overeengekomen is hoe de samenwerking eruit ziet op langere termijn, wordt (toch) min of meer al onherroepelijk voorzien in een overgang van organisatie van Servicepunt71 naar Leiden. Het is niet moeilijk voor te stellen dat de kans reëel is dat partijen niet tot overeenstemming weten te komen en daarmee (te lang) vastzitten aan een situatie-as is met kansen op geschillen en zelfs rechterlijke tussenkomst. Dat is overigens niet alleen problematisch voor de partnergemeenten, edoch ook voor Leiden.
De gekozen vormgeving doet denken aan het terugtrekkingsakkoord dat het Verenigd Koninkrijk en de EU voor de effectuering van Brexit sloten, waarbij niet ook meteen uitwerkingsafspraken werden gemaakt voor de toekomstige relatie. Overigens benadrukt mr. De Greef wel dat alle partijen er belang bij hebben om zo spoedig mogelijk te komen tot de nieuwe afspraken voor de periode na de transitiefase. Daarom wordt geadviseerd in een nog op te stellen implementatieplan nadere afspraken te maken over het proces. 3.
Procesafspraken zijn belangrijk
Voor een herijking van samenwerking is het van groot belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen de inhoud van de nieuwe afspraken enerzijds en de spelregels waarlangs die afspraken tot stand worden gebracht anderzijds. In (te) veel gevallen is vantevoren niet duidelijk welke stappen nodig en gezamenlijk akkoord bevonden zijn om tot hernieuwde samenwerking te komen. Dit leidt dan tot grillig verloop van besprekingen met onvrede en geschilpunten als resultaat. Partijen kunnen het gevoel krijgen een nieuw samenwerkingsconstruct te worden ingerommeld. Het beeld van het huidige proces komt (ook) wat ongestructureerd over. Kennelijk ontbreken procesafspraken, bijvoorbeeld in de vorm van een intentieovereenkomst. Mogelijk houdt (ook) dit verband met de wens om tot tijdige politieke besluitvorming te komen, en wel voor de raadsverkiezingen van maart. Er lijkt in elk geval niet eerst een route te zijn overeengekomen waarop onderzoekswerkzaamheden worden verricht en (tussen)conclusies worden getrokken. Nu verwezenlijkt zich mogelijk het risico dat vanwege het belang van tijdige politieke besluitvorming op een wat onvoorspelbare manier tot een centrumregeling en een DVO wordt gekomen.
#21322896v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
12 november 2021 -3 van 3
Mocht daadwerkelijk een centrumregeling worden getroffen, dan zijn ook daarbij duidelijke procesafspraken onontbeerlijk om tot de gewenste samenwerkingsafspraken voor de uiteindelijke toekomst te komen. De precieze inhoud van bijvoorbeeld het hiervoor genoemde implementatieplan zou dan op hetzelfde moment juridisch vastgelegd moeten worden. 4.
Vraagtekens bij het tijdpad
Als gezegd heeft het de voorkeur als vantevoren afgesproken wordt langs welke weg tot hernieuwde samenwerking wordt gekomen. Daarbij kan dan ook een tijdpad worden bepaald. Van het begin van het traject tot en met de finale besluitvorming kan het dan al snel gaan om een periode van tussen de 9 en 12 maanden. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat bij dergelijk trajecten veel – intern en extern – deskundigen zijn betrokken en besluitvorming binnen alle betrokken partijen – zowel door colleges als raden – noodzakelijk is. Voor het onderhavige traject met betrekking tot de bedrijfsvoering voor de Leidse regio lijkt een korter tijdvak te gelden waarbinnen tot het vastleggen van nieuwe afspraken moet worden gekomen. Daarbij speelt de wens om tijdige politieke besluitvorming een doorslaggevende rol. De gedachte lijkt dan te zijn dat dit met de (eventuele) keuze voor - in dit stadium - een overgang as is, reëel is. Echter, mede in het licht van hiervoor is opgemerkt over het extra risicovolle karakter van de beoogde vormgeving van de transitieperiode, luistert het heel nauw om de daarvoor bedoelde afspraken te formuleren. Voorkomen moet worden dat een of meer partijen – nadat de overgang al is geeffectueerd - spijt krijgen van het nieuwe afsprakenkader. Onder meer de in het bespreekpuntenmemo opgenomen beslispunten spreken in dit verband boekdelen.
Daar komt bij dat de tekst van de regeling zelf nog belangrijk punt van discussie dient te zijn. Dan gaat het onder meer om de vraag in hoeverre bepalingen over de transitieperiode niet veeleer daarin moeten landen dan de DVO. In dit verband wijzen we ook op onderdeel 2 van onze quickscan waarin erop wordt gewezen dat belangrijke afspraken, bijvoorbeeld over kwaliteit en financiën, in de centrumregeling zelf terecht komen en niet in “lagere” besluiten of overeenkomsten. Bovendien is er een belangrijk aantal ander knopen door te hakken over de formulering van de centrumregeling, welke formulering voor ook na de transitieperiode voldoende houvast en niveau moeten bieden. Opnieuw verwijzen we naar onze quickscan met belangrijke aandachtspunten daar waar het gaat om betrokkenheid van raden en gevolgen van uittreding. Voor overleg zijn wij vanzelf (weer) steeds beschikbaar. Hugo Doornhof Robin Janssen
#21322896v1
MEMO VERTROUWELIJK - CORRESPONDENTIE ADVOCAAT/CLIËNT VAN AAN
DATUM ONS KENMERK KOPIE AAN
ONDERWERP
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp T.a.v. mevrouw Simone Klok, directieadviseur
mr. drs. H. Doornhof Advocaat
TELEFOON
+31 88 253 5223
FAX
+31 88 253 5258
hdoornhof@akd.nl
CONCEPT 27 oktober 2021 -de heren Matthijs van Kampen (gemeente Zoeterwoude) en Bart Kock (gemeente Oegstgeest)
Quickscan Centrumregeling
U hebt ons verzocht uw college te adviseren in verband met de voorbereidingen die worden getroffen voor een Centrumregeling Bedrijfsvoering Leidse Regio (hierna: ‘Centrumregeling’). In dat verband treft u hierbij een quickscan aan van de conceptregeling die u ons toezond. 1.
Opmerkingen vooraf: bij toetreding tot de Centrumregeling is uiterste zorgvuldigheid geboden
In de eerste plaats hechten wij eraan om – allicht ten overvloede – voorop te stellen dat de beslissing om toe te treden tot de Centrumregeling een zeer verstrekkende beslissing is. In dat verband merken wij op dat het karakter van een dergelijke regeling wezenlijk anders is dan dat van de eerdere samenwerking in de bedrijfsvoeringsorganisatie Servicepunt71. Waar de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt bestuurd door (vertegenwoordigers van) haar deelnemers, ontbreekt in de centrumconstructie een separaat besluitvormingsorgaan. De partners van de centrumgemeente hebben daardoor minder sterke sturingsmiddelen ter beschikking. Bij het besluiten tot deelname aan een gemeenschappelijke regeling – ongeacht de vorm – geldt sowieso al dat grote zorgvuldigheid geboden is. Die beslissing heeft in vrijwel alle gevallen grote en langdurige impact op de gemeentelijke organisatie, in zowel operationele als financiële zin. Ook indien op enig moment zou worden besloten om de samenwerking te beëindigen – hetgeen op zichzelf in de regel al een slepend proces is –, sorteert de deelname nog lange tijd effect. In aanvulling op deze algemene aandachtspunten nopen de hiervoor geschetste bijzondere kenmerken van de centrumconstructie in dit verband eens te meer tot weloverwogen besluitvorming.
Tegen deze achtergrond plaatsen wij in het hiernavolgende enkele inhoudelijke opmerkingen over de ons toegezonden concept-Centrumregeling.
AKD N.V. is statutair gevestigd te Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Derdenrekening: NL28INGB0678001677. Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de Algemene Voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 61/2014 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op www.akd.nl
DATUM ONS KENMERK PAGINA
CONCEPT 27 oktober 2021 -2 van 4
2.
In de concept-Centrumregeling ontbreken kwalitatieve waarborgen
In artikel 5 lid 1 van de concept-Centrumregeling is de grondslag geboden voor het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten (‘DVO’s) tussen de centrum- en partnergemeenten. Daarin zijn onderwerpen opgesomd die daarin in ieder geval zouden moeten worden geregeld. Dit geldt onder meer voor de uitvoeringskaders (sub a), de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de centrumgemeente moet voldoen (sub e), en de wijze waarop de colleges van de gemeenten elkaar informeren over het niet-nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden. Wij denken dat het goed zou zijn om afspraken over de (kwalitatieve) wijze waarop de taakuitoefening plaatsvindt op te nemen in de Centrumregeling zelf. Het is in dit verband goed denkbaar dat een door de centrumgemeente op te stellen plan van aanpak (een “businessplan”) onderdeel wordt van de bindende afspraken tussen alle deelnemers. Daarmee wordt een algemeen herkenbaar kwaliteitsniveau vastgesteld, hetgeen de controleerbaarheid van de taakuitoefening door de centrumgemeente vergroot. Deze aanvullende zekerheid is voor partnergemeenten wenselijk, nu de centrumgemeente steeds de primaire zeggenschap draagt. Het lijkt bovendien niet voor de hand te liggen dat de kwaliteitseisen (sterk) variëren naargelang de taken voor de verschillende partnergemeenten worden verricht.
In dit kader achten wij het ook wenselijk om in de Centrumregeling een voorziening te treffen voor de situatie dat een partnergemeente meent dat zij onvoldoende ‘waar voor haar geld’ heeft gekregen. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat de geleverde diensten volgens de partnergemeente niet overeenkomen met de vooraf geformuleerde doelstellingen. Ook op dit punt komt het de controleerbaarheid van de taakuitoefening door de centrumregeling en de handhaafbaarheid van de afspraken ten goede om een algemeen geldende regeling te treffen. Wij menen in dit verband dat de geschillenregeling van artikel 13 voor deze gevallen een te zwaar en middel is. 3.
De positie van de raden van de partnergemeenten verdient aanvullende aandacht
In de concept-Centrumregeling zijn thans betrekkelijk weinig controle- en sturingsinstrumenten opgenomen om de positie van de raden van de partnergemeenten te versterken. Wij achten het wenselijk om dergelijke mechanismen alsnog in te bouwen. Een sterkere positie van de raden draagt bij aan de in het gemeentebestuur ervaren ‘grip’ op de taakuitoefening. Dat is volgens ons een belangrijke component van een bestendige samenwerking met de centrumgemeente. Bij het voorzien in aanvullende voorzieningen voor de raden kan inspiratie worden geput uit de in voorbereiding zijnde wijziging van de Wet gemeenschappelijke voorzieningen (Kamerstuk 35.513). Deze wijziging is er in het bijzonder op gericht om de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te verstevigen en de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerking te verbeteren. Hoewel de aanvullende instrumenten waarin het wetsvoorstel voorziet in het bijzonder zijn gericht op openbare lichamen (in de zin van artikel 8 lid 1 van de wet), biedt het voorstel toch aanknopingspunten voor de concept-Centrumregeling. In dat verband zijn bijvoorbeeld de volgende instrumenten denkbaar:
#21270933v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
CONCEPT 27 oktober 2021 -3 van 4
-
De instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie Een gemeenschappelijke adviescommissie, waarin raadsleden zitting hebben, vergroot de directe en zichtbare betrokkenheid van de raden bij de taakuitoefening door de centrumgemeente. Zij fungeert als een “vooruitgeschoven post” van de volksvertegenwoordigingen. De commissie kan het college van de centrumgemeente adviseren over de wijze waarop taken worden verricht, aandacht vragen voor onderwerpen, en gemeenschappelijke standpunten raden kenbaar maken. De aanwezigheid van (een vertegenwoordiging van) de commissie in het in artikel 6 geregelde bestuurlijke overleg zou in dit verband van toegevoegde waarde kunnen zijn.
-
Actieve en/of passieve informatieplicht jegens de raden In artikel 8 van de concept-Centrumregeling is voorzien in een passieve (lid 1) en actieve (lid 2) informatieplicht van het college van de centrumgemeente jegens de colleges en hun leden van de partnergemeenten. Het verdient overweging om in aanvulling daarop ook te voorzien in een actieve en/of passieve informatieplicht jegens de raden van de partnergemeenten omtrent hetgeen in de Centrumregeling speelt. Dit stelt hen beter in staat om hun controlerende taak – ten opzichte van de colleges – te vervullen. De formele verantwoordingslijnen worden daarbij niet gewijzigd.
-
Zienswijzeprocedure bij totstandkoming DVO’s Een derde mogelijkheid om de positie van de raad te versterken, is het voorzien in een zienswijzeprocedure in de voorbereiding van bepaalde beslissingen. In de eerste plaats denken wij daarbij aan de totstandkoming van de DVO’s. Doordat deze de basis bieden voor het op afstand van de gemeente plaatsen van de uitoefening van een verscheidenheid aan taken, is het volgens ons wenselijk om de raad hierin een stem te geven.
Vanzelf zijn ook eventuele aanvullende opties denkbaar om tot een versterking van de positie van de raden te kunnen komen. Zo kan voor hen een formele positie worden ingericht in de periodieke evaluatie van de Centrumregeling. 4.
De gevolgen van uittreding zijn voor de partnergemeenten onzeker
De positie van de partnergemeenten bij uittreding is op grond van de concept-Centrumregeling betrekkelijk onzeker. Indien een college tot uittreding besluit, stelt het college van de centrumgemeente op grond van artikel 18 lid 5 eenzijdig de voorwaarden voor en de gevolgen van de uittreding vast. Weliswaar wordt een en ander voorbereid in gezamenlijkheid met een onafhankelijke externe deskundige, die mede op voordracht van de uittreder wordt aangewezen, maar de hoogte van de uittreedsom is op voorhand uiterst onzeker. Uittreding is daarmee voor de partnergemeenten een ‘black box’. Deze onzekerheid is inherent aan de gekozen methode van specifieke prijsbepaling. Het verdient in onze ogen overweging om in de plaats daarvan te kiezen voor een uittredingsregeling waarin de partnergemeente de vergoeding die zij aan de centrumgemeente betaalt geleidelijk afbouwt, bijvoorbeeld
#21270933v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
CONCEPT 27 oktober 2021 -4 van 4
in een tijdsbestek van vijf jaar. In dit verband ervaren wij in de praktijk dat veel slepende discussies over de uittreding uit een gemeenschappelijke regeling voortvloeien uit de gehanteerde methode van specifieke prijsbepaling. 5.
Ter afsluiting
In deze quickscan hebben wij enkele opmerkingen geplaatst bij de ons toegezonden conceptCentrumregeling. Voor overleg over onze bevindingen of de verdere voorbereiding van de besluitvorming zijn wij vanzelf steeds beschikbaar. Hugo Doornhof Robin Janssen
#21270933v1