Bijlage 7 bij RV d.d. 30 november 2021 Huisvesting vso Leo Kanner Z-21-150086 Oegstgeest
Tekst van het document
Cultuurhistorische waardering Julianaschool, Oegstgeest Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus 1
Colofon Titelgegevens: Dolf Broekhuizen, Cultuurhistorische waardering Julianaschool Oegstgeest, Rotterdam 2021 Opdrachtgever: Gemeente Oegstgeest, in samenwerking met Erfgoed Leiden en Omstreken, Gemeente Leiden Auteur/onderzoek: Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus www.dolfbroekhuizen.nl Tekeningen: Andrea Prins, architect www.andreaprins.com Datum: 9 juni 2021 Ó Rotterdam/Leiden 2021 2
INHOUD COLOFON – p. 2 SAMENVATTING – p. 4 I PASPOORTGEGEVENS – p. 5 II HERKENNINGSGEGEVENS – p. 6 III SPECIFIEKE ONDERDELEN – p. 6 IV HISTORISCHE CONTEXT – p. 7 V BEELDDOCUMENTATIE – p. 16 VI BRONNEN – p. 27 VII CULTUURHISTORISCHE WAARDEN – p. 28 VIII WAARDERINGSTEKENINGEN – p. 30
3
Samenvatting Cultuurhistorische waardering school en woning op hoofdlijnen De cultuurhistorische waarde van de voormalige Julianaschool en bijbehorende dienstwoning is zeer hoog. Schoolgebouw en woning zijn gesitueerd in Rijksbeschermd Dorpsgezicht. De bebouwing langs de Endegeesterstraatweg is benoemd als ‘beeldbepalend’. In dat kader is het een essentieel onderdeel van het dorpsgezicht. Verder hebben school en woning op alle belangrijke criteria van de waardering, zoals cultuurhistorische waarden, architectuurhistorische waarden, stedenbouwkundige waarde, ensemblewaarden en gaafheid een zeer hoge tot hoge waarde. (zie ook pag. 27)
4
CULTUURHISTORISCHE WAARDERING voormalige Julianaschool Endegeesterstraatweg 1, 2, 3
I PASPOORTGEGEVENS Plaats
Oegstgeest
Straat/huisnummer
Endegeesterstraatweg 1, 2, 3
Postcode
2342 AJ
Kadastrale aanduiding
4661
Datering object
1908-1909 (school), 1908-1909 (dienstwoning), 1914 (Irene)
oorspronkelijke bouw Architect/ontwerper
J. van der Voet, bouwkundige (1908-1909), A.T. Kraan (verbouwing school 1924)
Opdrachtgever
Nederlands Hervormde Gemeente Oegstgeest
Uitvoerder
In 1924: N. Haasnoot en W. Mulder, Oegstgeest, aannemers
Objectnaam
Voormalige Julianaschool, schoolhoofdenwoning en gebouw Irene
Oorspronkelijke functie
Hervormde lagere school met dienstwoning, en bijeenkomstgebouw
Voormalige functie
Kliniek Psychiatrisch Ziekenhuis Endegeest (GGZ)
Huidige functie
Buiten gebruik, tijdelijke verhuur
Typologie gebouw
Gangschool met aangebouwde onderwijzerswoning, en religieus bijeenkomstgebouw
Bouwstijl
Zakelijk expressionisme (schoolgebouw), Chaletstijl (dienstwoning)
Pasfoto
Opsteller(s) omschrijving
Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus
Datum
21 mei 2021
5
II HERKENNINGSGEGEVENS: Situering
De school en de dienstwoning zijn met de voorgevel (oostgevel) georiënteerd op de Endegeesterstraatweg. Noordelijk staat een voormalig bijeenkomstgebouw, eveneens georiënteerd op deze weg, dat door middel van verbindingsdeel met het complex is verbonden.
Bouwdelen
Tweelaags schoolgebouw met dienstwoning; een eenlaags plat afgedekt verbindingsdeel met achtervleugel; en een voormalig bijeenkomstgebouw. NB: Het later gebouwde vrijstaande voormalige kinderdagverblijf, Endegeesterstraatweg 1a (uit 2002), en twee rijwielbergingen op de kavel zijn niet uitgebreid in de analyse opgenomen.
Hoofdvorm bouwdelen
Het tweelaagse schoolgebouw, grotendeels afgedekt door een gevarieerd schilddak, heeft in de loop der jaren een L-vormige plattegrond gekregen. De gevels van het hoofdvolume worden gekenmerkt door gemetselde gevels, met grote lokaalvensters en meer gesloten ganggevels, en gewassen betonnen banden. Noordelijk ervan is een aangebouwde dienstwoning, eveneens tweelaags met een samengesteld schilddak met aan de voorzijde een zadeldak. Dit deel heeft kenmerken van chaletstijl, die tot uitdrukking komt in verspringend dakvlak, afwisseling van metselwerk en witgeschilderde houten gevelbeplanking, balkonhek en kozijnen. Aan de achterzijde is in 1980-1981 een polikliniek aangebouwd.
III SPECIFIEKE BIJZONDERE ONDERDELEN Exterieur
Kenmerkend aan het schoolgebouw zijn het rode metselwerk van de gevel met de in 1924 gerealiseerde horizontale betonnen banden waarvan de kiezels zichtbaar zijn. Eveneens typerend zijn de in- en uitspringende geveldelen waardoor zowel aan de oostgevel als zuidgevel een aswerking ontstaat, loodrecht op de gangrichting. De twee andere gevels zijn meer gesloten. Het object heeft een samengesteld schilddak met rode pannendekking. De voormalige dienstwoning heeft aan de oostelijke straatgevel twee beuken, een meer gesloten zijgevel aan de noordzijde, en een tuingevel aan de westzijde. Kenmerkend aan beide delen is het verspringende dakvlak met de rode pannendekking. Enkele onderdelen tonen ambachtelijke werkwijze: zoals de gesneden houten gootsteunen, de profilering in houten daklijst, en de versierde latei. Het achtervenster op de begane grond heeft een 6
houten roedeverdeling met een gedeelde boogvorm. Op het dak bekroont een keramische piron de nok. Interieur
Bijzondere onderdelen zijn in het interieur van de school bijvoorbeeld het hoofdtrappenhuis met granieten treden, houten handrailing, en tegelwanden met een reeks geglazuurde figuratieve tegeltableaus die verwijzen naar de onderwijsvakken. In het hoofdtrappenhuis is tevens een meerdelig glas-in-lood venster. Bij enkele kozijnen zijn houten vensterbanken met een getrapte detaillering. Enkele houten schuifvensters met handgrepen in een van de lokalen ogen oorspronkelijk, evenals stalen vensters in een latere uitbreiding. De gang heeft op de begane grond een getrapte boog. Van de dienstwoning zijn vooral de hoofdtrap, verdieping en zolder nog grotendeels oorspronkelijk, met houten beschotting en houten binnendeuren. De houten hoofdtrappen zijn nog grotendeels intact. N.B. Opgemerkt wordt dat deze lijst niet uitputtend is. Zie ook de latere uitgebreidere toelichting.
IV HISTORISCHE CONTEXT Cultuurhistorische waarden in de brede zin Cultuurhistorische context School en woning De school is in 1908-1909 gebouwd als een tweeklassige school, in een bouwlaag, met een aangebouwde onderwijzerswoning in twee lagen, in opdracht van de Nederlands Hervormde Gemeente te Oegstgeest (Bouwvergunningstekening 1908). Daarna is het gebouw diverse malen uitgebreid, in aansluiting op de leerlingengroei en toename ruimtebehoefte. School en dienstwoning zijn oorspronkelijk als een ensemble ontworpen. De leerlingen kwamen grotendeels uit de hervormde gemeente. Aanvankelijke heette de school: Christelijke Lagere School, ook wel Bijzondere School voor Gewoon Lager Onderwijs. Pas later, in 1949, wordt de naam veranderd in Julianaschool. Een cultuurhistorische bijzonderheid van het gebouw zijn de gebrandschilderde ramen. Deze bevatten Bijbelse teksten. Door de schrijver Jan Wolkers worden ze genoemd in zijn boek ‘Terug naar Oegstgeest’, dat voor het eerst verscheen in 1965. De auteur is in Oegstgeest geboren. In 1924 ontwierp architect A.T. Kraan een uitbreiding van de school waarbij het gebouw voor een belangrijk deel de huidige vorm kreeg met de tweede vleugel, dwars op de vleugel aan de straat. Van deze architect zijn meerdere andere gebouwen bekend. Kraan leverde bijvoorbeeld 7
in 1928 het ontwerp voor de Openbare Basisschool Gevers Deutz Terweeschool, Terweeweg 106 in Oegstgeest. In 1933 ontwierp de architect een kerkgebouw met kosterswoning voor de Gereformeerde Kerk, Mauritslaan 12. Beide gebouwen zijn gemeentelijk monument. Ook in Leiden zijn ontwerpen van Kraan gerealiseerd. De school uit 1922 aan de Lusthoflaan is van zijn hand. Evenals Bioscoop Lido met Art-Deco kenmerken aan de Steenstraat 39, uit 1934. Andere bekende projecten van Kraan zijn bijvoorbeeld gebouwen voor het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang, Rijksstraatweg 113, uit 1926-1939. Ook het ontwerp van de watertoren, gebouwd in het jaar 1927, in Vogelenzang staat op zijn naam. Met uitzondering van Lido worden zijn ontwerpen grotendeels gekenmerkt door een zakelijk expressionistische stijl. De school aan de Endegeesterstraatweg is daar een goed voorbeeld van. De school heeft tot 1969 als onderwijsgebouw gefunctioneerd. Daarna is deze in gebruik geweest door de GGZ (Rivierduinen). Die breidde het gebouw uit met een vleugel aan de achterzijde ten behoeve van een polikliniek-functie. Bijeenkomstgebouw Naast dit ensemble van school met onderwijzerswoning is in 1914 een vrijstaand gebouw gerealiseerd, met de functie van een kerkelijk bijeenkomstgebouw: gebouw Irene. Hiervan was de Ned. Herv. Gemeente eveneens opdrachtgever (Nieuwe Leidsche Courant, 23 nov. 1928).
Dat bijeenkomstgebouw functioneerde zelfstandig. Het kon functioneren voor kerkelijke bijeenkomsten, voor hervormde verenigingen en werd incidenteel ook wel beschikbaar gesteld aan andere verenigingen en bijeenkomsten. Alhoewel de school en bijeenkomstgebouw vlakbij de psychiatrische instellingen zijn gebouwd, maakten ze daar geen onderdeel van uit. De psychiatrische instellingen hadden een eigen school: Voorgeest. Endegeest, Voorgeest en sanatorium Rhijngeest waren bovendien stedelijke instellingen (gelieerd aan de gemeente Leiden, als een buitengesticht). De gemeente Leiden had daartoe net voor 1900 een groot deel van de gronden aangekocht. Huidige status Thans liggen school, dienstwoning en bijeenkomstgebouw in Rijksbeschermd dorpsgezicht, evenals het Wilhelminapark. Uit de bijbehorende waarderingskaart van dit beschermde gezicht blijkt dat de delen van het gebouw langs de Endegeesterstraatweg zijn gewaardeerd als ‘beeldbepalend’ (RDMZ 2007). Stedenbouwkundige context Schoolgebouw met dienstwoning en gebouw Irene lagen destijds, bij de bouw 1908-1909 en 1914, niet in het centrum van Oegstgeest, maar relatief buiten het centrum. De Endegeesterstraatweg was een uitvalsweg naar Den Haag, en liep langs twee instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, Endegeest en Rhijngeest, die in 1895 waren gesticht. De 8
voorzieningen waren echter niet bestemd voor de GGZ-instellingen. De bouw van de school en bijeenkomstgebouw houden verband met de realisering van het nabijgelegen villapark, Wilhelminapark, in Oegstgeest. Dat woongebied met veelal luxueuze woningen en herenhuizen werd grotendeels tussen 1898 en 1930 gerealiseerd (Lameris 2006). De chaletstijl van de onderwijzerswoning sloot aan op de woningen in de omgeving en de parkachtige setting van de Geesten, zoals de gronden van de GGZ-instellingen historisch genoemd werden. Het schoolgebouw was aanvankelijk vooral georiënteerd op de Endegeesterstraatweg, maar door uitbreidingen kwam er een tweede beeldbepalende gevel, aan de zuidzijde, met leslokalen. De hoofdentree bleef echter aan de straatzijde. In 1924 was een deel van het terrein verhard met tegels, waaronder paden. Het schoolplein werd in 1924 veranderd: van de voorzijde aan de straatweg, werd het verplaatst naar de achterzijde (Leidsch Dagblad, 12 januari 1925). De tuin voor, naast en achter de dienstwoning was in 1924 waarschijnlijk in gebruik bij de woning, afgaande op een situatietekening uit dat jaar (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen). Gebouw Irene wordt eveneens op een eigen perceel getekend. In een krantenbericht dat verscheen naar aanleiding van de verbouwing in 1924 benoemde de auteur de ligging buiten het centrum.
Vol lof was de auteur over de ligging in het park: ‘Deze school, zoo mooi tusschen de prachtige bosschen van Endegeest en Rhijngeest gelegen’. Maar tegelijk meldde de auteur dat de ligging ‘buiten de bebouwde kom’ was. Een bedenking had de auteur tegen de ontwikkeling van het verkeer. De situering was niet in een rustige woonbuurt maar aan de straatweg met druk verkeer. Het was een uitvalsweg naar Den Haag en had potentie om steeds drukker te worden (Leidsch Dagblad, 12 januari 1925). Bouwgeschiedenis Hieronder volgen in drie delen de bouwgeschiedenis van drie gebouwen op de kavel. Als eerste de school, daarna de woning en gebouw Irene. School Oorspronkelijke bouw en latere aanpassingen 1908-1909 De bouw van het ontwerp bij de stichting van de school werd begeleid door J. van der Voet, en hij is hoogstwaarschijnlijk de ontwerper. Typologisch is het opgezet als een corridorschool (gangschool), met identieke lokalen geschakeld als een reeks in een rij, ontsloten door een gang aan een zijde. Het type was in de laatste kwart van de negentiende eeuw ontstaan, en werd zeer veel toegepast (Spoelstra 2009, deel 1, p. 23). Het gebouw bestond uit twee klassen met nevenruimtes in een bouwlaag. Belendend ernaast de dienstwoning. Dit was het begin van de school.
Na de stichting groeide het aantal leerlingen en zijn in meerdere bouwfases bouwdelen aangebouwd, zodat meer klassen onderdak vonden in het gebouw.
9
1912 Na de eerste bouw met twee klassen op de begane grond werden al in 1912 twee klassen in een verdieping op deze klassen toegevoegd. Het bestaande dak bleef gehandhaafd en werd opgetakeld. Het gebouw bleef georiënteerd op de straatweg, en had een gangzijde aan deze straatweg, en de lokalen, meer rustig (vanwege het verkeer) daarachter gesitueerd. Door deze verbouwing werd de school, in hoogte en breedte, in volume en beeld dominanter dan de dienstwoning. Ook dit verbouwingsontwerp was van Van der Voet, blijkt uit de naam op de blauwdruk waarmee de vergunning werd aangevraagd (Bouwvergunningstekening 1912). 1924 In 1924-1925 kreeg het gebouw een nieuwe oriëntatie, door een tweede volume dwars op het bestaande volume te bouwen. De architect van deze aanpassing, A.T. Kraan, oriënteerde de nieuwe gang die de extra lokalen ontsloot precies dwars op het hart van de bestaande gang, een plek die min of meer in het verlengde lag van de oude hoofdentree. En halverwege de nieuwe gang kwam een nieuw hoofdtrappenhuis dat rijkelijk voorzien werd van tegeltableaus en een glas-in-lood venster. Door dat hoofdtrappenhuis, aansluitend op een achteringang, kreeg de school min of meer een hal. Kraan situeerde ook een duidelijke achteringang, die toegang gaf tot een schoolplein aan de achterzijde.
Kraan paste de hal als centraal element ook in andere schoolontwerpen wel toe (Spoelstra 2009, deel 2, p. 10). Deze tweelaagse nieuwe vleugel werd met een schilddak afgedekt, voorzien van rode pannen, zodat het aansloot bij de bestaande bouw. Kraan was de architect die het exterieur van het gebouw de kenmerkende banden van gewassen beton gaf, in combinatie met de baksteen. Hij accentueerde ook de entree aan de straatzijde door de toevoeging van een uitgebouwd vierkant volume. 1949 In 1948-1949 tenslotte kreeg het schoolvolume min of meer de eindvorm die het nu nog heeft. In dat jaar zijn twee lokalen met een stuk gang aan de westzijde aangebouwd, afgedekt door een plat dak. Architectenbureau D.L. Landman leverde het ontwerp voor die uitbreiding. In vormgeving, materialen een routing, sluit de uitbreiding aan op de bestaande bouw, waardoor geen ingrijpende verstoring optreedt. Alhoewel het deel een platte afdekking kreeg, wordt toch in hoofdopzet voortgebouwd op het bestaande. 1977-2021 Tussen 1977 en 2021 is het interieur aangepast. Op dat moment was het gebouw al niet meer een zelfstandige school, maar was het na 1969 onderdeel van Psychiatrisch Ziekenhuis Endegeest. Daarbij zijn onder meer binnenmuren verwijderd, binnenmuren toegevoegd en moderniseringen uitgevoerd. In deze periode is ook een glazen portiek in de hoofdentree geplaatst. 10
Hekwerk De gemetselde halfhoge muur met metalen delen die thans het schoolterrein afscheidt van de openbare weg staat niet op de foto uit 1925. Deze is dus daarna gerealiseerd. Uit sporen in de metalen paneelvullingen blijkt dat de panelen incompleet zijn. Schoolhoofdenwoning Oorspronkelijke bouw en latere aanpassingen. 1908-1909 De dienstwoning, gebouwd ten behoeve van het schoolhoofd, was aan het begin van de twintigste eeuw een gebruikelijke voorziening bij lagere scholen (1908-1909). De ontwerper was J. van der Voet, die de woning tegelijk met de eerste fase van de school ontwierp. De structuur van eerste verdieping en zolder is nog grotendeels oorspronkelijk. Op de zolder, waar een afschotting is voor een kamer aan de voorgevel, zijn in twee balken van de hoofdkap afschuiningen gemaakt om stoten tijdens het gebruik te voorkomen. 1980-1981 In 1980-1981 werd aan de achterzijde van de woning, de westgevel, een vleugel bijgebouwd, waarbij in vormgeving en materialen geen aansluiting is gezocht met de bestaande bouw. Hierin werd een polikliniek ondergebracht, ontworpen door de technische dienst van de Psychiatrisch Ziekenhuis Endegeest. Op dat moment waren school en voormalige dienstwoning al door middel van een verbindingsdeel met gebouw Irene verbonden en in gebruik bij het ziekenhuis. 1981-2021 Het exterieur van de woning is op onderdelen veranderd in de loop der tijd.
Zo is een gemetselde schoorsteen aan de noordzijde boven het dak verwijderd. In het interieur is een ingrijpende verandering van de begane grond het verwijderen van de scheidingsmuur met de school en de suitedeuren van de kamer en suite. Daardoor is de oorspronkelijke hoofdstructuur op de begane grond sterk verstoord. De hoofdtrap, verdieping en zolder daarentegen zijn nog grotendeels oorspronkelijk. Ook een houten plafond op de verdieping is nog achter een later toegevoegd verlaagd plafond aanwezig. Bijeenkomstgebouw Irene Oorspronkelijke bouw en latere aanpassingen
11
1914 De ontwerper van de eerste fase van gebouw Irene is niet bekend. Uit een krantenbericht blijkt dat het gebouw in 1914 is gerealiseerd (Nieuwe Leidsche Courant, 23 november 1928). Aanvankelijk had het gebouw een kruisvormige plattegrond. Het hoofdvolume was een grote zaal, met schuifwand, die toegankelijk was via een breed portaal aan straatzijde. Aan de achterzijde was nog een kleine zaal. 1948-1949 In 1948-1949 maakte architect D.L. Landman een verbouwingsontwerp waarbij het gebouw ingrijpend veranderde. De kruisvormige contour van de plattegrond verdween en het gebouw werd vergroot door het wegnemen van een groot deel van de oorspronkelijke buitenmuren en een uitbreiding aan de beide zijgevels en aan de achterzijde. Het kreeg een rechthoekige plattegrond, en de kenmerkende kruisvorm verdween. Ook de gevelindeling veranderde ingrijpend van rechthoekige staande vensters in kleine vensters. Het is uit de bouwvergunningstekeningen niet duidelijk welke variant van de voorgestelde verbouwing werd uitgevoerd. 1960 In 1960 wordt een kleiner ontwerp getekend dan het ontwerp in 1948-1949. Vergunning wordt aangevraagd om een schoorsteen toe te voegen. Uit de vergunningstekeningen wordt niet duidelijk of de aanpassing is uitgevoerd. 1976 In 1976 wordt het interieur van de zaal ingrijpend aangepast.
Meerdere nieuwe binnenwanden en een podiumtrap worden geplaatst waardoor de indeling veranderde en de grote zaal wordt opgedeeld. Eveneens ingrijpend is de aanpassing van het exterieur. Vrijwel alle vensters en deuren worden vergroot en gemoderniseerd. De gevel kreeg een nieuwe indeling en mogelijk werden buitenmuren opnieuw gemetseld. Tevens werd een verbindingsvleugel gebouwd, waarmee het gebouw met de voormalige schoolhoofdenwoning werd verbonden. NB: Omdat dit gebouw (gebouw Irene) zo sterk gewijzigd is in de loop der tijd zal in dit rapport geen nadere beschrijving en waarderingstekening van worden gegeven. Typologie van school en woning De school is typologisch beschouwd georganiseerd als een gangschool voor lager onderwijs: een centrale gang ontsluit de leslokalen die naast elkaar liggen. In 1908 lag de hoofdgang aan de straatzijde, ter afscherming van lokalen aan de achterzijde. Kraan zette de typologie van de gangschool door. Bij de verbouwing van 1924 ontstond een tweede gang, vanwege de 12
beschikbare ruimte op de locatie dwars geplaatst. Ook Landman borduurde met de twee nieuwe lokalen in 1948-1949 op die typologie voort. De woning behoorde in 1908-1909 tot een reguliere voorziening bij een lagere school. Hier woonde de hoofdonderwijzer. Typologisch is de woning georganiseerd als een half vrijstaand herenhuis met twee beuken. Een brede beuk met de woonkamer en suite op begane grond en hoofdslaapkamers op verdieping erboven. Daarnaast in de zijbeuk ruimtes als gang, trap, keuken en nevenruimtes. Fietsenberging Op het perceel staat noordelijk van het bijeenkomstgebouw een houten fietsenberging. Die is in 1949 ontworpen door architect D.L. Landman (die in dat jaar ook de uitbreiding van de school ontwierp, de twee westelijke lokalen). Het is een open houten constructie met planken en rondhout, afgedekt door pannen. Architectonische verschijningsvorm (exterieur en interieur) School Het exterieur van de school wordt gekenmerkt door gemetselde gevels, afgewisseld door gewassen betonnen horizontale banden. De gevel is plastisch, met verspringende delen, die naar buiten toe uitdrukking geven aan de volumes van de lokalen. Ook de dakrand en dakschilden met rode pannendekking verspringen, in aansluiting op de onderliggende volumes. De leslokaalmuren zijn relatief open, met de grote lokaalvensters, repeterend in de gevel.
De gangmuren en kopse gevels zijn relatief geslotener, met alternerende vensters van gang, toilet en hal. Deze vensterindeling geeft aan de buitenzijde expressie aan de typologie en het gebruik van de binnenruimten. Er zijn zowel houten kozijnen als stalen kozijnen. Delen van de houten kozijnen dateren uit de tijd van ontstaan, andere delen zijn vernieuwd. De vier oostelijke leslokalen aan de zuidgevel hebben houten kozijnen met een hoofdstructuur van negenruits verdeling, met een onderverdeling van de bovenlichten. De expressieve glas-in-lood vensters aan de zuidgevel dateren van 1924. De houten staande kozijnen in de voorgevel zijn waarschijnlijk uit 1924; het bovenlicht is later gewijzigd, want op de ontwerptekeningen wordt een driedelig bovenlicht getekend. De gangvensters zijn relatief meer gesloten: hier hebben de vensters ook afwijkende vormen zoals voor toiletgroepen en een groot venster van het trappenhuis. Aan de ganggevel zijn in de dwarsvleugel vensters met stalen kozijnen in verschillende vormen, zoals bij trappenhuis en smalle vensters. Meerdere van deze vensters zijn voorzien van een smalle betonnen latei en loodslab. De stalen kozijnen aan de kopse westgevel en pleingevel (noordgevel), en de twee leslokaalvensters aan zuidgevel, dateren uit 1949, aangebracht tijdens de verbouwing van architect Landman. 13
Kenmerkend voor de materialen in de buitengevels zijn de horizontale banden van gewassen beton, afgewisseld door gemetselde delen. Die gemetselde delen vormen horizontale banden waarin de kozijnen in reeksen zijn aangebracht. Duidelijk is het andere metselwerk zichtbaar van het deel (twee lokalen aan westzijde) dat in 1949 door Landman werd toegevoegd: een andere steen en ander verband. Dit deel is plat afgedekt. Dit deel heeft nog de stalen vensters uit de bouwtijd (1949). De verspringende gootlijsten zijn witgeschilderd waardoor de plasticiteit van de gevels wordt benadrukt. De entree aan de straatzijde is vormgegeven als een uitgebouwd volume, van baksteen en beton, en heeft een betegelde vloer in twee donkere kleuren, rood en zwart. In het interieur heeft de hoofdtrap (uit 1924) zeer kenmerkende onderdelen uit de bouwtijd, zoals de geglazuurde tegels die verwijzen naar schoolvakken. Het is een serie met voorstellingen van vakken als ‘lezen’, ‘sport’, ‘nederlandsche taal’, ‘zingen’, aardrijkskunde’ ‘luchtvaart’ ‘handarbeid’, ‘teekenen’, ‘handwerken’, ‘natuurlijke historie’, ‘algemene geschiedenis’, ‘talen’, ‘zeilvaart/stoomvaart’, ‘nijverheid’, ‘landbouw/veeteelt’, ‘spoor/wegen’, ‘handel’, ‘rekenen’, ‘schrijven’, ‘bijbelsche geschiedenis’. Hier wordt de detaillering in de architectuur sterk expliciet gerelateerd aan de functie: lager onderwijs.
De wanden zijn afgewerkt met tweekleurige geglazuurde tegels: zwart en crèmekleurig. De traptreden zijn afgewerkt met donkere tegels en hardsteen en een granito bordes. De vorm van de decoratieve afwerkingen in het trappenhuis is getrapt. Die getrapte vorm, een motief van drie delen, komt ook terug in de vensterbank en elders in het tegelwerk van de gang. De houten handrailing is later voorzien van een tussenstuk bij de muur. Dat tweekleurige tegelwerk komt ook in de hoofdgang voor. Het is een gemêleerd crèmekleurig vlak afgekaderd met een zwart geglazuurde bies: aan onderzijde, bovenzijde en de hoeken. De hoofdtrap heeft een tweedelig glas-in-lood met twee Bijbelteksten en kleurige decoratieve patronen. Deze herinneren sterk aan de christelijk achtergrond van de opdrachtgever en gebruikers van het gebouw. De Bijbelteksten zijn: ‘De vreeze des Heeren is het beginsel der kennis’ (Spreuken 1:7) en ‘Laat de kinderkens tot mij komen en verhindert ze niet’ (Marcus 10:14). Het venster is volgens een opgeschilderde naam gemaakt door ‘E. Warffemius’. Everardus Warffemius (1885-1969) is een deskundige Nederlandse glazenier en schilder die onder meer bekend is van de glas-in-lood ramen van Theater Tuschinski in Amsterdam, uit 1922, een van de bekendste Art-deco gebouwen in Nederland. Op de begane grond is een getrapte boog, met stijlkenmerken van zakelijk-expressionisme.
Meerdere vensterbanken zijn van donker hardsteen. Meerdere dorpels zijn van hardsteen met neuten. Enkele houten vensterbanken hebben een getrapte detaillering, een van de stijlelementen van het zakelijk-expressionisme. Van de structuur van de school is vooral de structuur van de gang en de lokalen (1924) van belang (gedeeltelijk verstoord). Twee niveauverschillen op de verdieping van de school maken drie bouwperiodes afleesbaar: steeds op de breuk van de periode. Dit betreft een tweetredige 14
trap tussen oostvleugel en zuidvleugel (Van der Voet en Kraan). En een tweetredige trap tussen gebouw 1924 en de uitbreiding in 1949: gebouw Kraan en Landman. Latere verstoringen Er zijn ook aspecten die niet oorspronkelijk zijn en de oorspronkelijke waarden verstoren. Enkele opvallende worden hier genoemd. Zo zijn de sanitaire ruimtes vernieuwd. In de school en de woning zijn verlaagde plafonds aangebracht. De binnendeuren ogen niet uit de oorspronkelijke bouwtijd. En er zijn gangwanden doorgebroken, zowel op de begane grond als verdieping, waardoor de opzet van reeksen identieke lokalen langs een gang is vertroebeld. Ook zijn in meerdere lokalen tussenwanden geplaatst waardoor de oorspronkelijke maat niet meer beleefbaar is. Woning Het exterieur van de schoolhoofdenwoning heeft kenmerken van een chalet-stijl, door onder meer het verspringende dakvlak, de verschillende volumes, de combinatie van witgeschilderd houtwerk en baksteen geveldelen, erker met balkon en houten balkonhek, dakkapel. Meerdere houten kozijnen zijn nog grotendeels uit de bouwtijd, 1908-1909, met vernieuwde delen. Kenmerkend is het grote houten kozijn aan de achterzijde begane grond, met een roedeverdeling met een grote boog die doorloopt over de drie delen.
Kenmerkend zijn ook de decoratieve afwerkingen die uitdrukking geven aan ambachtelijke werkwijze: de profielen in de latei boven vensters, de profielen in houten gootlijst en snijwerk in gootsteunen, de afwerking in snijwerk en smeedwerk van voordeur. Net als de school heeft ook de woning een afdekking met rode pannen. De nok is voorzien van een piron. In het interieur is het voorste deel van de centrale gang een structuurbepalend element. Van de zuidelijke scheidingsmuur met de school resteren thans helaas slechts nog enkele stukken. Aan het eind van de thans korte gang ligt dwars op de gang de hoofdtrap die de begane grond met verdieping verbindt. Deze is nog oorspronkelijk met houten trapleuning en handrailing voorzien van profilering. De houten voordeur heeft kleine vensters en metalen versiering met driepas (dit religieuze motief verwijst naar christelijke opdrachtgever). De deuren op de verdieping zijn houten paneeldeuren. De deurkozijnen hebben profielen en natuurstenen dorpels en neuten. De trap naar zolder en de zolder zelf is deels afgewerkt met kraallatten en heeft een afschotting en knieschotten waarmee een kamer en een berging zijn gemaakt. De houten kap met beplanking is nog oorspronkelijk. Twee balken van de kapconstructie op zolder zijn afgeschuind om gebruik van de omloop te vergemakkelijken. In de berging naast de omloop zijn lattenplanken.
Verstoring De uitbreidingsvleugel aan de achterzijde heeft een vormgeving waarbij geen aansluiting is gezocht met de compositie en materialen van de bestaande bouw. 15
Een opvallende verstoring van de cultuurhistorische waarden is de gedeeltelijke sloop van de scheidingsmuur tussen woning en school op de begane grond. Daardoor is van de woning de structuur van zowel de reeks voorkamer en achterkamer verstoord, als de fundamentele scheiding tussen school en woning, en de corridoropzet van de school.
16
V BEELDDOCUMENTATIE Foto’s met onderschrift en nummer
Overzicht situatie
F1 1a 1
2
F2
2 3
1.Locatie Endegeesterstraatweg. 1=voormalig gebouw Irene; 1a =voormalige kleuteropvang; 2=voormalige woning met polikliniekvleugel; 3=voormalige school; F1=fietsenberging 1 (hout); F2=fietsenberging 2 (PDOK-viewer, 3 mei 2021, bewerking auteur)
3.Locatie op kaart uit 1914 (bron: RDMZ, Beschermd dorpsgezicht, 2007, kaart 2, Bonnekaart uitgave 1913/1914)
2.Locatie Endegeesterstraatweg, (Google-maps, satelietview, 3 mei 2021)
4.Locatie op kaart beschermd dorpsgezicht (bron: RDMZ, Beschermd gezicht, 2007)
Schoolgebouw:
17
5.Zuidgevel school
6.Oostgevel school
7.Gewassen betonnen banden in gevel, afgewisseld door gemetselde muurvelden
8.Detail betegelde vloer portiek
9.Deel van de meest westelijke lokalen, gebouwd in 1949
10.Westgevel vleugel uit 1949
11.Pleingevels
12.Oksel van pleingevels
18
13a.Muur om schoolterrein
13b.Detail metalen paneel in hekwerk
14.Getrapte detaillering vensterbank
15.Venster detail
16.Tegelwand begane grond
17.Detail tegelwerk en hardstenen drempel met neut begane grond
18.Deel van hoofdtrap
19.Getrapt motief in tegelwerk
19
20.Een van de tegeltableaus in hoofdtrap. Het schoolvak ‘vaderlandsche geschiedenis’
21.Een van de tegeltableaus in hoofdtrap: het schoolvak ‘lezen’
22.Twee glas-in-lood vensters in hoofdtrap met Bijbelteksten
23.Detail met naam van glasmaker in venster
23.Getrapte boog begane grond
25.Gang begane grond met tegelwerk
26.Deur naar schoolplein achterzijde
27.Smal venster gang eerste verdieping
20
28.Plattegrond schoolgebouw en woning, begane grond, 1908, detail van een blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen
29.Voorgevel schoolgebouw en woning, 1908, detail van een blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen
30.Plattegrond uitbreiding schoolgebouw, begane grond, 1924, detail van een blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
31.Voorgevel uitbreiding schoolgebouw, 1924, detail van een blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
32.Plattegrond schoolgebouw en kantine, begane grond, 1981, detail van een blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
33.Voorgevel schoolgebouw en schematisch kantine, begane grond, 1981, detail van een blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
21
34.De school op een foto uit 1925, net na de uitbreiding van architect Kraan (Leidsch Dagblad, 12 januari 1925) Dienstwoning
35.Voorgevel aan straat (Oostgevel)
36.Achtergevel dienstwoning (west)
37.Detail gesneden gootlijst
38.Noordgevel
39.Venster achterzijde woning
40.Piron op dak woning
41.Entree in voorgevel
42.Venster in noordgevel
22
43.Aangebouwde polikliniek 1980-1981, deel van zuidgevel
44.Interieur polikliniek
45.Trapleuning
46.Trap
47.Detail van voordeur binnenzijde
48.Detail van een van de deuren verdieping
49.Detail kozijn achterkamer begane grond
50.Afgeschuinde balk op zolder
23
51.Plattegrond woning, begane grond, 1908, detail van een blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen
52.Plattegrond voormalige woning huidige situatie, 2021, detail van blad (plattegrond vluchtplan)
Gebouw Irene
53.Voorgevel aan straat (oost)
54.Entree in voorgevel
55.Zuidgevel met verbindingsgang
56.Achtergevel
57.Noordgevel
58.Deel van zuidgevel
24
59.Interieur bijenkomstgebouw, zicht over hoofdas naar entree
60.Interieur bijeenkomstgebouw, zicht dwars op hoofdas naar een van de zijgevel
61.Deuren sanitair in portaal bijeenkomstgebouw
62.Trap naar verhoging aan achterzijde
63.Plattegrond Irene, bestaande toestand in 1949, detail van blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
64.Voorgevel Irene, bestaande toestand in 1949, detail van blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
65.Plattegrond Irene, voorstel verbouwing, 1948, detail van blad
66.Voorgevel Irene, voorstel verbouwing, 1948, detail van blad 25
(Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
(Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
67.Plattegrond Irene, 1976, detail van blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
68.Voorgevel Irene, 1976, detail van blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
69.Gebouw Irene op een foto uit 1968 (in: Leidsch Dagblad, 31 juli 1968, foto LD/Holvast). Fietsenberging
70.Fietsenberging, ontworpen door Landman in 1949
71.Fietsenberging, zicht over hoofdas, met constructie van rondhout
72.Fietsenberging, 1949, detail van blad (Gemeente Oegstgeest, Bouwvergunningen)
26
VI BRONNEN De volgende bronnen zijn geraadpleegd: Beeldbank ELO Bouwtekeningen Bouwarchief gemeente Oegstgeest: -Panddossier op adres, Endegeesterstraatweg 1, 1a, 2, 3 Krantendatabase ELO -Redactie, ‘De verbouwde school der Ned. Herv. Gemeente aan den Endegeesterstraatweg te Oegstgeest’, in: Leidsch Dagblad, 12 januari 1925 -Redactie, ‘Oegstgeest. Wat er na 1900 tot stand kwam’, in: Nieuwe Leidsche Courant, 23 november 1928 -Redactie, ‘Leiden wil gebouw Irene kopen’, in: Leidsch Dagblad, 31 juli 1968 Literatuur -J. Droge (e.a.), Architectuur en monumentengids Leiden, Leiden 1999 -M. Lameris, Mooi gebouwd. Monumenten van Oegstgeest, Gemeente Oegstgeest/Tast 2006 -D. Peddemors, I. Harkema, ‘Een VOO wandel-fietstocht langs Scholen van vroeger’, Oegstgeest ongedateerd -Rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ), Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten, gemeenten Oegstgeest en Leiden, Zeist 2007 -N. Rooymans-Donszelmann, Voorheen Voorgeest. Het verhaal van 70 jaar zwakzinnigenzorg in Voorgeest, van 1912 tot 1982, Krommenie 1982 -Y. Spoelstra, De school, een sieraad der gemeente. De geschiedenis van de scholenbouw in de gemeente Leiden, deel 1 en 2, Leiden 2009.
27
VII Waardering Cultuurhistorische waardering school en woning op hoofdlijnen Kernwaarde: Het object is gesitueerd in Rijksbeschermd Dorpsgezicht. De bebouwing langs de Endegeesterstraatweg is benoemd als ‘beeldbepalend’. In dat kader is het een essentieel onderdeel van het dorpsgezicht. Waardering op hoofdlijnen: Hieronder worden specifieke criteria benoemd van de cultuurhistorische waarden. Daarin is een hiërarchie aangebracht: zeer hoog, hoog, niet hoog. Bij de waardering kan het criterium van hoge waarde zijn (groot belang, belangrijk voorbeeld), van redelijke waarde (redelijk gaaf, beeldondersteunend), of niet van waarde zijn. Dit object heeft bij alle criteria een waardering van zeer hoog tot hoog. Cultuurhistorische waarde -Het pand (de school met woning) is van cultuurhistorische waarde als element uit de geschiedenis van het christelijk lager onderwijs (basisonderwijs) in de gemeente Oegstgeest; Het pand is van groot belang, omdat het als christelijke school een belangrijk representatief element uit de religieuze geschiedenis van Oegstgeest. -Het pand heeft cultuurhistorische uniciteitswaarde omdat glas-in-lood vensters genoemd worden door de bekende auteur Jan Wolkers in het boek ‘Terug naar Oegstgeest’. Het is van groot belang vanwege dit unieke feit in de Oegstgeester geschiedenis wat ook specifiek gerelateerd is aan de architectuur van de school.
Architectuurhistorische waarde -Het pand heeft architectuurhistorische waarde als representatief onderdeel uit het oeuvre van A.T. Kraan, die destijds een bekende architect was in de regio en ook landelijk bekendheid verwierf; Het is een belangrijk voorbeeld van het werk van deze architect, als uitdrukking van de vaardigheid tot verbouwen. -Van de kunsthistorische waarde van de glas-in-lood vensters, gemaakt door E. Warffemius. Een belangrijk voorbeeld van een vroeg werk van deze glazenier. Stedenbouwkundige waarden / ensemblewaarden -Als ensemble (school en woning) zeer herkenbaar gesitueerd en op zichtafstand gelegen langs de openbare weg, de Endegeesterstraatweg, een historische uitvalsweg; Het is een essentieel onderdeel van een belangrijk stedenbouwkundig landschap (beschermd dorpsgezicht);
28
-Het gemetselde hekwerk heeft historische waarde als beeldondersteunend onderdeel van het gegroeide ensemble. -de houten fietsenberging heeft een beeldondersteunende waarde. Dit ontwerp van Landman dateert van de verbouwing van de school in 1949. Gaafheid / authenticiteit -Vanwege de redelijke mate van gaafheid van hoofdvolume, materialen en detaillering; grote delen van het gebouw, waarbij een nieuwe eenheid is ontstaan 1908, 1924, 1949, zijn redelijk gaaf bewaard. Het object bevat een groot deel van de oorspronkelijke bouwsubstantie. -Van de grote mate van gaafheid van genoemde interieur-elementen, in zowel de school als woning. NB: -De later aangebouwde polikliniek, achter de voormalige dienstwoning, gerealiseerd in 1980, is in deze waardering verder niet opgenomen. De vleugel houdt geen verband met de functie als Ireneschool, en in compositie en materiaalkeus is geen aansluiting gezocht met de woning en school. Vanuit dat kader beschouwd is dit bouwdeel cultuurhistorisch van indifferente waarde. -Het bijeenkomstgebouw Irene is in deze waardering verder niet opgenomen. Het gebouw is door de vele verbouwingen niet van hoge cultuurhistorische waarde. Het oorspronkelijke object uit 1914 is niet herkenbaar. Het heeft vanwege hoofdvolume en plaats een positieve cultuurhistorische waarde (niet vanwege de materialen), met name een herinneringswaarde.
Zie voor de gedetailleerde waardering de waarderingstekeningen.
29
Waarderingstekening begane grond
1
6
4
8
2
3 10
2 9
5 9
5
7
10
Hoge waarde Positieve waarde Indifferente waarde Storende waarde
Legenda begane grond 1.trappenhuis: hoge interieurwaarden wandbetegeling, traptreden, balustrade, handrailing (glas-in-lood zie eerste verdieping); 2.wandbetegeling in gang; 3.boog in gang; 4.schuifvensters met handgrepen; 5.houten vensterbanken getrapt (op meerdere plaatsen); 6.houten kozijn met boog (in woning achterzijde); 7.houten voordeur met vensters; 8.houten trap; 9.betegeling in portiek; latere glazen portiek is indifferent, aanwezigheid tegelvloer in glazen portiek onbekend (mogelijk nog onder afdekking aanwezig); 10.houten kozijnen, bovenlicht (deels) vernieuwd (onderlegger tekening: vluchtplan, 15.12.2011. Bewerking en toevoegingen auteurs)
30
Waarderingstekening eerste verdieping
2 2
1
5
6
4
3
3 7
7
Hoge waarde Positieve waarde Indifferente waarde Storende waarde
Legenda eerste verdieping 1.trappenhuis: hoge interieurwaarden wandbetegeling, traptreden; 2.tweedelig glas-in-lood venster; 3.houten vensterbanken getrapt; 4.hoofdtrap (in woning); 5.trap naar zolder; 6.houten deuren en kozijnen; 7. houten kozijnen, bovenlicht (deels) vernieuwd (onderlegger tekening: vluchtplan, 15.12.2011. Bewerking en toevoegingen auteurs)
31
Toelichting op de waarderingstekening op hoofdlijnen De cultuurhistorische waardestelling kent vier gradaties. Hieronder de toelichting op deze waardering die hoort bij de waarderingskaart (zie vorige pagina’s). Blauw: van hoge waarde, van cruciaal belang voor de structuur en/of betekenis van het object of gebied. Alle waardevolle onderdelen dienen maximaal gerespecteerd te worden. Groen: van positieve waarde, van belang voor de structuur en/of betekenis van het object of gebied. Behoud is gewenst, maar gemotiveerde aanpassing of verandering is mogelijk indien het onderdeel als zodanig herkenbaar blijft. Geel: indifferente waarde, verstoring van relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis van het object of gebied. Behoud is mogelijk, maar niet noodzakelijk. Rood: Storende waarde, heeft een negatieve invloed op de cultuurhistorische waarde van de structuur en/of betekenis van het object of gebied. Betreft meestal recente toevoegingen, die een sterke aantasting vormen van het oorspronkelijke concept, de ruimtewerking of de detaillering. Verwijdering is mogelijk. Voorbeelden -bij een groen gewaardeerd kozijn: de positie van het kozijn is van waarde, de materialen kunnen deels gewijzigd zijn. -bij een rood gewaardeerde wand: de wand is later toegevoegd en verstoort de oorspronkelijke hoofdstructuur en ruimtewerking.
32
Overzicht bouwperiodes
2002
1980 1949 1976 1908 1912|1924|1949
1914 1949|1976
locatie Bouwperiode locatie, globaal overzicht (bron: OpenStreetMap, bewerkingBouwperiodes auteurs)
(bron: OpenStreetMap)
33