CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 bij RV d.d. 26 oktober 2021 Vaststellen bestemmingsplan De Geesten Z-18-118551 Oegstgeest

Gezamenlijke Oordeelsvorming Burger en Ruimte 16 november 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Vaststellen ontwerpbestemmingsplan De Geesten24.760 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Postbus 75 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17 4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800

Bestemmingsplan De Geesten - Oegstgeest

Ref.: NL202007095.006-R21-898 04 oktober 2021

Gemeente Oegstgeest

RPS advies- en ingenieursbureau bv

Contactpersoon

Mevrouw W. Regeer

Auteur

Luke Vrijens

Adres

Rhijngeesterstraatweg 13

Projectleider

Jan Janse

2342 AN OEGSTGEEST

Gecontroleerd door

Floor Reijngoudt

Projectreferentie

NL202007095.006-R21-898

Versie

Definitief

Totaal aantal pagina’s

41, excl. bijlagen

Handtekening

Handtekening

Akkoord Luke Vrijens Junior adviseur ecologie

Akkoord Floor Reijngoudt Adviseur ecologie

Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 2 van 41

INHOUDSOPGAVE 1

2 2.1 2.2 2.3 2.4 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 6 7 7.1 7.2 8

INLEIDING ................................................................................................................................... 4 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 Doel van het onderzoek ............................................................................................................... 4 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................... 4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 5 PROJECTOMSCHRIJVING ........................................................................................................ 6 Plangebied ................................................................................................................................... 6 Beschrijving van de verschillende locaties ................................................................................... 7 Beschermde natuurwaarden ...................................................................................................... 13 Werkzaamheden en planning ....................................................................................................

13 QUICKSCAN SOORTEN – DOEL EN WERKWIJZE ............................................................... 16 Werkwijze quickscan Soorten .................................................................................................... 16 Bureaustudie .............................................................................................................................. 16 Veldbezoek ................................................................................................................................. 16 Effectanalyse voorgenomen ingreep.......................................................................................... 17 Maatregelen ............................................................................................................................... 17 QUICKSCAN SOORTEN – AANWEZIGE EN TE VERWACHTEN SOORTEN ....................... 18 Vaatplanten ................................................................................................................................ 18 Mossen en korstmossen ............................................................................................................ 19 Grondgebonden zoogdieren ......................................................................................................

19 Vleermuizen ............................................................................................................................... 21 Vogels ........................................................................................................................................ 22 Reptielen .................................................................................................................................... 25 Amfibieën ................................................................................................................................... 25 Vissen ......................................................................................................................................... 26 Ongewervelde diersoorten ......................................................................................................... 26 QUICKSCAN SOORTEN – EFFECTANALYSE ....................................................................... 28 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 28 Vleermuizen ............................................................................................................................... 29 Vogels ........................................................................................................................................

30 Amfibieën ................................................................................................................................... 31 Ongewervelde diersoorten ......................................................................................................... 31 Overzicht van de in het plangebied aanwezige beschermde natuurwaarden ........................... 32 QUICKSCAN SOORTEN – VOORZORGSMAATREGELEN ................................................... 34 CONCLUSIE EN ADVIES .......................................................................................................... 37 Conclusie .................................................................................................................................... 37 Advies vervolgstappen ............................................................................................................... 38 BRONNEN ................................................................................................................................. 41

BIJLAGEN 1. 2. 3.

Natuurwetgeving Verspreidingskaarten Quickscan soorten 2020

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 3 van 41

1

INLEIDING Aanleiding

De gemeente Oegstgeest wil haar bestemmingsplan Wilhelminapark en De Geesten (NL.IMRO.0579.BPWilhelminaprkGst-VA01) gaan vernieuwen. Met deze quickscan Flora en Fauna wordt in beeld gebracht of de voorgenomen ontwikkelingen van invloed zijn op de beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming. Een deel van de plannen in het gebied zijn al vrij concreet en daar is deze quickscan op gericht. Ook wordt hierbij geput uit recente onderzoeken in het gebied. Hiervoor geldt wel dat de initiatiefnemer (mogelijk) nader onderzoek moet doen in het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning. Voor plannen die mogelijk in de toekomst gaan plaatsvinden zal te zijner tijd onderzoek gedaan moeten worden door de initiatiefnemer, gezien de geldigheid van deze quickscan. In zijn algemeenheid geeft deze quickscan ook een overzicht van de verschillende soorten die zich in het gebied bevinden. Bij alle ruimtelijke ingrepen moet worden getoetst of er sprake is van strijdigheid met de Wet natuurbescherming (bijlage 1). Voor het onderhavige project is daarom een quickscan Soorten uitgevoerd. De quickscan Soorten is gericht op het onderdeel ‘Soortenbescherming’. Het plangebied ligt op 4 km van het Natura 2000-gebied ‘Meijendel en Berkheide’. De toetsing van het onderdeel ‘Gebiedenbescherming’ maakt geen onderdeel uit van onderhavige rapportage en is uitgevoerd door Gemeente Oegstgeest.

Locatie 2, 9, 10, 11, 12 en 14 in het plangebied bevinden zich in gebied dat is toegewezen tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Omdat werkzaamheden uitsluitend aan gebouwen plaatsvinden, het bouwvlak niet groter is dan de te slopen gebouwen (indien van toepassing) en deze niet binnen NNN gebied vallen gaat geen NNN verloren en is het uitvoeren van een ‘nee tenzij-toets’ niet noodzakelijk. De quickscan is een vervolg op een quickscan die door RPS in 2020 is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming (rapport nr. NL202007095.003-B20-447). Vanwege wijzigingen in de plannen rondom de ruimtelijke ontwikkeling is de uitslag van de eerder uitgevoerde quickscan deels achterhaald en daarnaast zijn nieuwe locaties toegevoegd. Tijdens het veldbezoek in 2021 zijn locaties 2, 3, 12, 14, 15 en 16 en 17 daarom opnieuw onderzocht, gedurende de veldbezoeken in 2020 zijn alleen locaties 4, 7, 9, 10, 11, 14, 16 en 18 onderzocht (bijlage 3).

Doel van het onderzoek Het doel van de quickscan Soorten is inzicht te krijgen in de beschermde planten- en diersoorten die voorkomen of kunnen voorkomen binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden en wat de effecten zijn van de ingreep op deze soorten. De gegevens voortvloeiend uit de quickscan Soorten geven duidelijkheid of een aanvullend onderzoek en een daaruit volgende toetsing aan de Wet natuurbescherming (natuurtoets) noodzakelijk zijn.

Onderzoeksvragen De ruimtelijke ingreep waarbij gebouwen gesloopt, gerenoveerd en gebouwd worden kan gevolgen hebben voor de ter plaatse voorkomende beschermde flora en fauna. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. De onderzoeksvragen zijn als volgt: 1. Welke beschermde soorten zijn binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig of op basis van de aanwezige biotopen niet uit te sluiten?

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 4 van 41

2.

3. 4. 5.

Is aanvullend soortgericht onderzoek noodzakelijk om te kunnen vaststellen of beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig zijn? Zo ja, voor welke soorten? Welke effecten ondervinden de aanwezige en te verwachten beschermde soorten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep, betreft het hier negatieve effecten die leiden tot overtreding van verbodsbepalingen? Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te voorkomen en daarmee overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen? Is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de ligging van het plangebied met de dertien locaties beschreven en de werkzaamheden die uitgevoerd worden. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de soortenanalyse beschreven van de soorten die verwacht worden en welke soorten waargenomen zijn tijdens het veldbezoek. In hoofdstuk 5 wordt de effectanalyse besproken, in hoofdstuk 6 zijn voorzorgsmaatregelen beschreven die noodzakelijk zijn om de werkzaamheden uit te voeren zonder overtreding op de verbodsbepalingen en tot slot hoofdstuk 7 waar de conclusies beschreven zijn.

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 5 van 41

2

PROJECTOMSCHRIJVING

2.1

Plangebied

Het plangebied in Oegstgeest bestaat uit 13 locaties waar sloop, renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden plaats gaan vinden. Het gehele plangebied (Amersfoortcoördinaten (91, 465) is volledig gelegen in het gebied ‘De Geesten’ (figuur 2.1). De ruimtelijke ingrepen in het plangebied vallen ook binnen het bestemmingsplan van De Geesten. Het plangebied bestaat voornamelijk uit grazige vegetatie, bosschages, vrijstaande bomen en struiken, kleine gebouwen, enkele watergangen en voet- en fietspaden. Ten noorden van het plangebied ligt een bos met daarin enkele gebouwen. Ten westen van het plangebied ligt een kleine woonwijk en een GGZ-instelling. Ten zuiden en ten oosten van het plangebied liggen weilanden waar vee op gehouden wordt.

figuur 2.1: luchtfoto met de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving (Bron: PDOK Viewer)

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 6 van 41

2.2

Beschrijving van de verschillende locaties

Dienstencentrum (locatie 2) Locatie 2 is gelegen in het midden van het plangebied langs de Kasteellaan (bijlage 2) en betreft een dienstencentrum (figuur 2.2). Dit dienstencentrum is een vrij oud gebouw met drie verdiepingen waarvan er één de zolder is. In de gevel van het gebouw zijn klavervormige luchtroosters aanwezig. Westelijk en zuidelijk van het dienstencentrum is grazige vegetatie aanwezig met enkele vrijstaande bomen. Aan de oostzijde van het gebouw staat een oude vrijstaande muur met struiken en een enkele boom. Tegen de noord- en zuidzijde van het gebouw aan staan struiken en kleine heggen. Er zijn geen watergangen aanwezig.

figuur 2.2: locatie 2

Gezondheidscentrum (locatie 3) Locatie 3 bevindt zich in het noorden van het plangebied langs de Kasteellaan (bijlage 2), ten noorden van locatie 2, en betreft een gezondheidscentrum (figuur 2.3). Dit H-vormige gebouw heeft twee verdiepingen en een plat dak. In de muren van het gebouw zijn open stootvoegen aanwezig. Ten oosten van dit gebouw staan een aantal vrijstaande zomereiken op grazige vegetatie. Ten noorden van locatie 3 staan twee kleine gebouwen en vrijstaande bomen. Ten noorden van deze gebouwen is een bos aanwezig. Aan de westelijke en zuidelijke kant van het gebouw staan enkele vrijstaande bomen en zijn ruigtes aanwezig. Aan de zuidelijke kant ligt een ondiepe watergang zonder watervegetatie met steile oevers.

figuur 2.3: locatie 3

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 7 van 41

Kruispunt (kerkje) (locatie 4) Locatie 4 betreft een gebouw welke onderdeel uitmaakt van de GGZ Rivierduinen (bijlage 2) en is gelegen aan de Goudvinklaan. Het betreft een gebouw voor behandeling en verzorging dat uit twee verdiepingen bestaat waarvan er één een zolder is (figuur 2.4). Op het gebouw zijn dakpannen geplaatst. Ten zuiden van het gebouw is een tuin aanwezig en rond het gebouw staan verschillende hoge en bomen. Verder zijn ruigtes en andere ‘rommelhoekjes’ rond het gebouw aanwezig.

figuur 2.4: locatie 4

Blauwe tram (locatie 7) Locatie 7 is gelegen ten noorden van de Zwaluwlaan (bijlage 2). Het is een grasveld met op verschillende plekken bomen en struiken (figuur 2.5). Omstreeks 2014-2015 zijn de destijds aanwezige gebouwen op deze locatie gesloopt (evenals gebouwen rondom de Grasmuslaan). Ten noorden van het perceel is een bosrijk gebied gelegen en ten zuiden, westen en oosten staan hoge bomen, struiken en verschillende gebouwen. Op het perceel is alleen een betonnen kunstwerk aanwezig en ontbreekt bebouwing.

figuur 2.5: locatie 7

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 8 van 41

Prieel (locatie 9) Op locatie 9 staat een klein houten gebouw met dakspanten (bijlage 2). Dit gebouw is gelegen aan de Spechtlaan naast een brug met wandel- en fietspad over een watergang. Rond het gebouw staan verschillende hoge struiken (figuur 2.6). In de omgeving van locatie 9 staan verschillende hoge bomen.

figuur 2.6: locatie 9

Weidepaviljoen (locatie 10) Locatie 10 bevindt zich aan de Spechtlaan (bijlage 2) en betreft een gebouw waarvan twee uitbouwen (met plat dak) worden verwijderd (figuur 2.7). Het gebouw met de uitbouw en drie verdiepingen heeft twee puntdaken met losliggende dakpannen en staat tussen hoge bomen ten zuidoosten van het kasteel. Rond het gebouw lopen verschillende wandel- en fietspaden. Verder zijn grasvelden aanwezig en rond het gebouw is een tuin aangelegd met verschillende soorten planten en struiken.

figuur 2.7: locatie 10

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 9 van 41

Theehuis (locatie 11) Op locatie 11 staat een gebouw van één verdieping en is gelegen aan de Koolmeeslaan (bijlage 2). Dit gebouw heeft een omhooglopend dak met dak bekleding (figuur 2.8). Rond het gebouw is een tuin aanwezig. Om het huis en tuin ligt een grasveld met kort gemaaid gras. Ten oosten van het gebouw is een watergang gelegen, deze watergang heeft geen watervegetatie en weinig oevervegetatie.

figuur 2.8: locatie 11

TD1 (locatie 12) Locatie 12 is gelegen aan de Koolmeeslaan in het zuidwesten van het plangebied (bijlage 2) en betreft een technisch dienstgebouw (figuur 2.9). Dit gebouw heeft twee verdiepingen en heeft op enkele plekken in de muur aan de westkant gaten zitten. Rondom dit dienstgebouw zijn ruigtes aanwezig met, aan de noord-, west- en zuidkant daaromheen, een watergang. Deze watergang is vrij ondiep, heeft steile oevers en er is geen watervegetatie aanwezig. Ten oosten van locatie 12 ligt een grasveld met enkele vrijstaande bomen.

figuur 2.9: locatie 12

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 10 van 41

Koolmees en vuilnisopslag 9locatie 14) Op locatie 14 staat een oude houten schuur/opslagplaats en is een vuilstort aanwezig (bijlage 2). Aan de muur aan zuidkant van de schuur hangt een stellage waar planken zijn opgestapeld (figuur 2.10). Dwars door deze locatie ligt de Valklaan. Rond de schuur staan verschillende bomen en struiken en zijn ruigtes aanwezig. De watergang ten oosten van de schuur is niet begroeid met oever- of watervegetatie, is vrij ondiep en heeft licht steile tot steile oevers. De vuilstortplaats is aan de zuidkant omringd door een bosschage met kleine houtstapels en ruigtes.

figuur 2.10: locatie 14

Veldje voor het kwadrant (mortuarium) (locatie 15) Locatie 15 is gelegen langs de Kasteellaan in het oosten van het plangebied en betreft een nieuwe locatie voor een crematorium (bijlage 2). Op deze locatie zijn ruigtes aanwezig en ten westen van deze locatie ligt een vrij ondiepe watergang zonder watervegetatie met vrij steile begroeide oevers (figuur 2.11). Ten noorden, ten zuiden en ten oosten van locatie 15 is grazige vegetatie met vrijstaande bomen aanwezig en een voetpad.

figuur 2.11: locatie 15

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 11 van 41

Kwadrant (mortuarium) (locatie 16) Locatie 16 is een gebouw gelegen langs de Kasteellaan (bijlage 2). Het betreft een klein vierkant gebouw met één verdieping en een plat dak (figuur 2.12). Rond het gebouw liggen grasvelden met meerdere hoge bomen. De watergang ten westen van het gebouw is breed met veel ruigtes langs de waterkant. Watervegetatie ontbreekt in de watergang.

figuur 2.12: locatie 16

Westelijk bouwvlak (locatie 17) Locatie 17 is een locatie, gelegen langs de Kasteellaan, waar mogelijk nieuwbouw plaats gaat vinden en ligt in het oosten van het plangebied (bijlage 2). Op deze locatie is voornamelijk grazige vegetatie aanwezig met enkele vrijstaande bomen en ruigtes (figuur 2.13). Ten noorden van deze locatie ligt een smalle watergang met vrij steile oevers en weinig tot geen watervegetatie.

figuur 2.13: locatie 17

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 12 van 41

Julianaschool (locatie 18) Locatie 18 is een gebouw met twee verdiepingen, enkele kantoren en de Julianaschool (bijlage 2). het gebouw heef een schuin dak bekleed met dakpannen en een stenen muur met open stootvoegen (figuur 2.14). Het kantoor naast het gebouw heeft een schuin dak met dakpannen en bestaat uit 3 verdiepingen. Rond de gebouwen is een tuin aanwezig met verschillende soorten planten en struiken. De gebouwen staat in een bosrijk gebied ten noorden van de Endegeesterstraatweg.

figuur 2.14: locatie 18

2.3

Beschermde natuurwaarden

Er zijn ook beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig. Dit betreft drie stroken met een totale breedte van 150 tot 200 m grond waar mogelijk zeer zeldzame paddenstoelen groeien. Het gaat om de voortuin van het gemeentehuis, een deel van de tuin van villa Rijngeest, beide bermen van de Endegeesterstraatweg tussen het Witte huis en het Poortgebouw, en een zone van het Poortgebouw tot iets voorbij het kasteel, parallel aan de Kasteellaan. Sommige soorten zijn met uitsterven bedreigd en enkele soorten staan op de Rode Lijst. Deze soorten zijn zeer gevoelig voor vermesting en bodemverstoring. De Rode Lijst is een lijst van soorten die verdwenen zijn uit Nederland of dreigen te verdwijnen en is niet gekoppeld aan de Wet Natuurbescherming. Dit betekent dat een soort die op de Rode Lijst staat niet automatisch een beschermde status heeft onder de Wet Natuurbescherming. Omdat paddenstoelen geen beschermde status genieten wordt geen aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd naar deze soortgroep en hoeft geen ontheffing voor paddenstoelen aangevraagd te worden om werkzaamheden uit te kunnen voeren.

2.4

Werkzaamheden en planning

Op de locaties in het plangebied vinden sloopwerkzaamheden, renovaties of nieuwbouwwerkzaamheden plaats, zie tabel 2.1 en figuur 2.15. De gebouwen op locaties 2, 3, 10, 11, 12, 14, en 18 worden gesloopt. Op locaties 2, 3, 7, 15, 16, 17 en 18 vindt nieuwbouw plaats. Op locatie 12 en 18 is nog niet bekend of sloop en nieuwbouw plaatsvindt of dat het huidige gebouw gerenoveerd wordt. Locatie 16 (Kwadrant) wordt verplaatst richting de Endergeesterstraatweg. Locatie 17 betreft een bouwvlak aan de buitenzijde van de Kasteellaan. Het oude westelijke bouwvlak (binnenzijde Kassteellaan) vervalt als het nieuwe in gebruik genomen gaat worden. De gebouwen op locaties 4 en 9 worden gehandhaafd, op deze locaties vinden geen werkzaamheden plaats. rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 13 van 41

Er vinden geen werkzaamheden plaats aan watergangen. Naast de werkzaamheden zoals beschreven in tabel 2.1 worden naar verwachting de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Aan- en afvoer materiaal en materieel (afvoerroute via bestaande wegen in en rondom het plangebied). • Maaien voorafgaand aan de werkzaamheden (t.b.v. inrichting van het werkterrein). • Kap van houtige vegetatie, zoals bomen en struiken. tabel 2.1: specificaties van werkzaamheden per locatie

Locatie

Naam gebouw

Activiteit

2 3 4 7 9 10 11 12

Dienstencentrum Gezondheidscentrum Kruispunt (kerkje) Blauwe Tram* Prieel Weidepaviljoen Theehuis TD1

14

Sloop-Nieuwbouw Sloop-Nieuwbouw Geen ontwikkeling Nieuwbouw Geen ontwikkeling Sloop serres Sloop Sloop-Nieuwbouw/ Renovatie Sloop

Koolmees en vuilnisopslag Veldje voor het Kwadrant Nieuwe locatie van het (mortuarium)** Kwadrant??** Kwadrant Verplaatsing naar locatie (Mortuarium) 15??** Westelijk bouwvlak ** Nieuwbouw Julianaschool Sloop-Nieuwbouw/ Geheel of deels behouden

15 16 17 18

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 14 van 41

figuur 2.15: overzichtskaart met de locaties en geplande werkzaamheden

Planning De verwachting is dat werkzaamheden op locatie 2, 3 en 16 in 2022 plaats gaan vinden. Een exacte uitvoeringsperiode voor deze locaties is nog niet vastgesteld. Voor alle overige locaties is nog niet bekend wanneer de werkzaamheden plaats gaan vinden.

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 15 van 41

3

QUICKSCAN SOORTEN – DOEL EN WERKWIJZE

3.1

Werkwijze quickscan Soorten

Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, wordt een bureaustudie uitgevoerd naar bestaande, beschikbare verspreidingsgegevens, en vindt een veldonderzoek plaats. In dit hoofdstuk is de werkwijze van de quickscan Soorten voor dit project beschreven.

3.2

Bureaustudie

Grote delen van Nederland zijn in de afgelopen jaren reeds onderzocht op aanwezige beschermde soorten. De gegevens afkomstig van deze onderzoeken worden grotendeels gepubliceerd in boeken (soortverspreidingsatlassen), rapportages of zijn op internet (o.a. Verspreidingsatlas NDFF) te raadplegen. Beschikbare gegevens in de Nationale databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geraadpleegd. Door deze bestaande verspreidingsgegevens te raadplegen, wordt inzicht verkregen in de aanwezige beschermde soorten in of in de directe omgeving van het plangebied. De beschikbare gegevens zijn beoordeeld op de bruikbaarheid. Verspreidingsgegevens van vissen, amfibieën, reptielen, zoogdieren, vogels, insecten en weekdieren mogen maximaal 5 jaar oud zijn, planten maximaal 10 jaar. Hierbij gelden echter enkele uitzonderingen waardoor verspreidingsgegevens van sommige soorten niet ouder dan 1 of 3 jaar mogen zijn. De bestaande gegevens worden veelal op uurhok- (5*5 km) of kilometerhokniveau (1*1 km) weergegeven. Een nadeel hiervan is dat dan nog niet met zekerheid bekend is of de betreffende planten- of diersoort ook daadwerkelijk in het plangebied voorkomt en wat de functie van het gebied is voor deze soort. Daarnaast kan het voorkomen dat gebieden niet onderzocht zijn (of slechts op enkele soortgroepen), of dat de verspreidingsgegevens niet beschikbaar zijn gesteld.

3.3

Veldbezoek

Inzicht in het voorkomen van beschermde soorten wordt verkregen door het uitvoeren van een oriënterend veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd door ter zake kundige 1 ecologen van RPS. In het onderstaande overzicht is weergegeven door welke ecologen en op welke data de veldbezoeken hebben plaatsgevonden. Daarbij zijn voor de volledigheid ook de weersomstandigheden vermeld (bron: www.knmi.nl). tabel 3.1: uitgevoerd veldonderzoek met weersomstandigheden

Weersomstandigheden

Onderzoeker

Onderzoeken

Datum

Temp.

Windkracht

Bewolking

Ter zake kundige

Doel onderzoeken

30-04-2020 13-05-2020

12 °C 11 °C

4-5 bft 4-5 bft

Licht bewolkt Geen bewolking

Dhr. J. Willemsen Dhr. J. Willemsen

Quickscan Quickscan

16-04-2021

8 °C

0-1 bft

Licht bewolkt

Dhr. L. Vrijens & Quickscan Mevr. F. Reijngoudt

1 Een ecologisch deskundige is een persoon die in een bepaalde situatie en voor specifieke soorten gevraagd wordt te adviseren en/of

begeleiden, en daarbij aantoonbare ervaring en kennis heeft. De persoon voldoet aan één of meerdere eisen die door het Ministerie van LNV zijn gesteld aan een ter zake kundige. RPS is daarnaast lid van de Branchevereniging Netwerk Groene Bureaus.

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 16 van 41

De veldonderzoeken zijn op basis van zicht- en geluidswaarnemingen uitgevoerd, vanaf het maaiveld. Waar dit mogelijk was, is een Ravon schepnet gehanteerd op kansrijke locaties zoals rondom duikers. Het scheppen heeft plaatsgevonden door het schepnet, met de opening gericht op de persoon die deze handeling uitvoert, in het water te steken, met een op en neergaande beweging richting de oever te bewegen en vervolgens uit het water te halen waarbij gekeken is welke soorten in het schepnet aanwezig zijn. Daarnaast is met de veldbezoeken een beeld verkregen van de aanwezige biotopen en het landgebruik van het gebied. Met deze informatie wordt beoordeeld of de planten- en diersoorten die in de bestaande verspreidingsgegevens (zoals de NDFF) zijn genoemd, ook in het plangebied kunnen voorkomen of verwacht kunnen worden. Daardoor is het mogelijk de quickscan Soorten in een periode van het jaar uit te voeren waarin niet alle soortgroepen aanwezig of actief zijn.

3.4

Effectanalyse voorgenomen ingreep

Met de verzamelde gegevens uit de bureaustudie en het veldbezoek is beoordeeld of de voorgenomen ingreep (voor zover bekend voor een deelgebied) leidt tot negatieve effecten op de aanwezige en/of te verwachten beschermde soorten en hun leefgebied. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. In deze analyse zijn de effecten zowel op de korte termijn (ten tijde van de werkzaamheden) als op de lange termijn (na afloop van de ingreep) meegenomen. Vervolgens is beoordeeld of overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming aan de orde is.

3.5

Maatregelen

Negatieve effecten op beschermde planten en dieren dienen zo veel mogelijk te worden voorkomen. Indien negatieve effecten door de voorgenomen effecten aan de orde zijn, worden in eerste instantie voorzorgsmaatregelen opgenomen om de negatieve effecten alsnog te voorkomen. Wanneer voorzorgsmaatregelen niet afdoende zijn om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen, dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen in een aparte natuurtoetsrapportage opgenomen te worden.

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 17 van 41

4

QUICKSCAN SOORTEN – AANWEZIGE EN TE VERWACHTEN SOORTEN

Hieronder is beschreven welke beschermde of bedreigde soorten in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. Onderstaande is het resultaat van de bureaustudie en het veldonderzoek. In bijlage 2 is de verspreidingskaart opgenomen van de tijdens het veldwerk waargenomen soorten. Afhankelijk van in welke periode van het jaar het veldonderzoek heeft plaatsgevonden, is het mogelijk om per soort aan te geven wat de functie van het plangebied is voor de soort (bijvoorbeeld leef-, voortplantingsen/of foerageergebied). In bijlage 2 zijn enkele foto’s weergegeven van het plangebied. Voor het plangebied is per soortgroep eerst vermeld welke waarnemingen van soorten bekend zijn vanuit de NDFF. Vervolgens is beschreven welke soorten (en/of sporen en geluiden) tijdens het veldbezoek zijn waargenomen. Op basis van de aanwezige biotopen wordt tot slot aangegeven voor welke soorten het plangebied een functie heeft, bijvoorbeeld als voortplantingsbiotoop, winterbiotoop of onderdeel van een groter foerageergebied. Wanneer gesproken wordt over ‘het plangebied’ worden alle locaties bedoeld. Indien nodig wordt een verdere toelichting gegeven over de potentie van een soort op een specifieke locatie.

4.1

Vaatplanten

Waarnemingen NDFF: muurbloem (Rode Lijst: gulden sleutelbloem en vingerhelmbloem, wit bosvogeltje) Verspreidingsgebied (atlasblokken): tabel 4.1: aangetroffen (+) of niet aangetroffen soort (-) tijdens het veldbezoek, een * geeft aan of de soort wel te verwachten is op basis van aanwezigheid van geschikt biotoop

Locatie 2

3

4

7

9

10

11

12

14

15

16

17

18

-

-

-

-

-

-

-

-

Soort Muurbloem (g)

-

-

-

-

-

g (groeiplaats)

Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen in het plangebied. Wel zijn algemene soorten waargenomen zoals herderstasje, madeliefje, klein vogelpootje, paarse dovenetel, grote brandnetel en kleefkruid. Daarnaast zijn verschillende struiken en bomen waargenomen zoals taxus, gewone vlier, zomereik, witte paardenkastanje en beuk. Verder zijn in perken gecultiveerde soorten als rozen, hyacinten en narcissen gezien. In de watergangen is weinig tot geen vegetatie waargenomen. Er is alleen op enkele plaatsen waterlelie (mogelijk cultivar), gele plomp en smalle waterpest aangetroffen. Muurbloem Uit verspreidingsgegevens komt naar voren dat muurbloem is waargenomen ten oosten van het plangebied. Muurbloem is een soort van stedelijk gebied waar het groeit tussen stenen op (stads)muren, kades en afgravingen. Vaak op muren en kades waar de voegen verwijderd of uitgesleten zijn. Tijdens het veldonderzoek is geen muurbloem waargenomen. In het plangebied zijn geen (stads)muren of kades aanwezig rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 18 van 41

waar muurbloem op kan groeien. De aanwezige muren bevatten volle voegen of de muren zijn van gladde platen. Het voorkomen van muurbloem in het plangebied kan uitgesloten worden door afwezigheid van geschikte omstandigheden. Er zijn ook soorten waargenomen die op de Rode Lijst staan, zoals gulden sleutelbloem (op locatie 14 en 16) en vingerhelmbloem (op locatie 3 en 16). Uit verspreidingsgegevens komt naar voren dat bij locatie 7 wit bosvogeltje (orchidee) is waargenomen. Deze soort is echter niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Soorten van de Rode Lijst hebben geen wettelijke beschermingsstatus. N.B. Op locatie 14 is Japanse duizendknoop waargenomen op gestorte grond. Dit is een invasieve exoot die zich sterk uit kan breiden wanneer onzorgvuldig wordt omgegaan met maaisel en/of wortels van deze plant.

4.2

Mossen en korstmossen

Waarnemingen NDFF: (Rode Lijst: groene schotelkorst) Verspreidingsgebied (atlasblokken): Gedurende het veldbezoek zijn geen beschermde mossen en korstmossen waargenomen binnen het plangebied. Wel zijn algemene soorten zoals muurschotelkorst, gewoon purperschaaltje, eikenmos, groot dooiermos, grauw rijpmos, bleek boomvorkje en gesnaveld klauwtjesmos gezien. Het voorkomen van beschermde soorten wordt niet verwacht op basis van afwezigheid van groeiplaatsfactoren zoals substraat en ondergrond. Uit verspreidingsgegevens blijkt dat de Rode Lijst soort groene schotelkorst in en rondom het plangebied voor kan komen. Deze soort is niet waargenomen tijdens het veldbezoek en de groeiplaats ligt buiten de invloedssfeer het plangebied. Rode Lijst soorten hebben geen wettelijke beschermingsstatus.

4.3

Grondgebonden zoogdieren

Waarnemingen NDFF: bosmuis, egel, haas, konijn (Rode lijst: konijn, haas) Verspreidingsgebied (atlasblokken): bosmuis, bunzing, dwergmuis, eekhoorn, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, noordse woelmuis, rosse woelmuis, veldmuis, vos, waterspitsmuis, wezel, boommarter, woelrat tabel 4.2: aangetroffen (+) of niet aangetroffen soort (-) tijdens het veldbezoek, een * geeft aan of de soort wel te verwachten is op basis van aanwezigheid van geschikt biotoop

Locatie 2

3

4

7

9

10

11

12

14

15

16

17

18

Soort Bosmuis (f, l, v)

-/*

-/*

+/*

+/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

Bunzing (f, l, v)

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

Dwergmuis Eekhoorn (f, l, v)

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

Egel (f, l, v)

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

Gewone bosspitsmuis (f, l, v)

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 19 van 41

Locatie 2

3

4

7

9

10

11

12

14

15

16

17

18

Soort Haas (f, l, v) Hermelijn (f, l, v)

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

Huisspitsmuis (f, l, v) Konijn (f, l, v)

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* +/*

-/* +/*

-/* -/*

-/* -/*

Noordse woelmuis Rosse woelmuis (f, l, v)

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

Veldmuis (f, l, v) Vos (f, l, v)

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

-/* -/*

Waterspitsmuis Wezel (f, l, v)

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

-/*

Boommarter (f, l, v) Woelrat

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

f (foerageergebied), l (leefgebied), v (voortplantingsbiotoop/nest/verblijfplaats)

Algemene grondgebonden zoogdieren Gedurende het veldbezoek is op locatie 15 en 16 een konijn waargenomen. Tijdens de veldbezoeken in 2020 is bosmuis waargenomen op locatie 4 en 7. Andere algemene grondgebonden zoogdieren zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Wel zijn ruigtes, bosschages, struwelen, houtstapels, bebouwing, strooisellaag, tuinen en perken gezien. Deze elementen worden als foerageer, leef- en voortplantingsgebied gebruikt door soorten als egel, konijn, haas, vos en algemene muizensoorten. Op vrijwel alle locaties zijn geschikte plekken hiervoor waargenomen. Vanwege de aanwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en voortplantingsgebied kan niet worden uitgesloten dat algemene grondgebonden zoogdieren voor kunnen komen in het plangebied. Noordse woelmuis en waterspitsmuis Noordse woelmuis en waterspitsmuizen zijn soorten die een voorkeur hebben voor natte rietlanden, moerassen en drassige hooilanden. Dit is niet aanwezig in het plangebied. Door de afwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en voortplantingsgebied kan uitgesloten worden dat de noordse woelmuis en de waterspitsmuis voorkomen in het plangebied. Eekhoorn De eekhoorn komt voor in loofbossen, naaldbos, gemengd bos, tuinen en parken in de buurt van bos. Hier foerageert de eekhoorn op noten en zaden in de bomen en op de grond. De verblijfplaats van eekhoorn betreft een nest of holte in bomen.

Alle locaties zijn geschikt als foerageer- en leefgebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen van eekhoorn. Op locatie 2, 3, 4, 9, 10 en 14 zijn bomen aanwezig die hoger zijn dan 5 meter en bomen met holten die geschikt zijn als verblijfplaats. Ook in de directe omgeving van deze locaties staan bomen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor eekhoorn. Op basis van de aanwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en voortplantingsgebied op alle locaties kan niet uitgesloten worden dat de eekhoorn voorkomt in het plangebied. Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen, zoals bunzing, hermelijn en wezel, hebben een voorkeur voor gebieden waar ruigtes, houtstapels, struiken, grasvelden en tuinen aanwezig zijn. Deze plekken worden gebruikt als foerageer-, leef- en voortplantingsgebied. Ook kunnen ze deze plekken als verblijfplaats gebruiken. Op alle locaties zijn geschikte plekken hiervoor aanwezig. Op basis van de aanwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 20 van 41

voortplantingsgebied kan niet worden uitgesloten dat bunzing, hermelijn en wezel voor kunnen komen in het plangebied. Boommarter Verspreidingsgegevens tonen aan dat boommarter in en rond het plangebied kan voorkomen. Boommarter is een soort die voorkeur heeft voor bosrijke gebieden met dikke bomen waar oude holtes van spechten of eekhoorns aanwezig zijn. Deze holen worden als verblijfplaats gebruikt. Boommarter foerageert op kleine zoogdieren, insecten, vogels en eieren. Op locatie 14 en 2 zijn holtes in bomen aangetroffen die mogelijk als rust- en verblijfplaats kunnen functioneren voor de boommarter. Op locatie 3 zijn mogelijk holtes in het dak aanwezig waar boommarter een verblijfplaats kan hebben. Op locatie 2 en 4 zijn leegstaande zolders aanwezig die voor boommarter via gaten in het dak en de gevel bereikbaar zijn en waar deze soort verblijfplaatsen kan hebben. Tijdens de veldbezoeken in 2020 zijn ook op locatie 7 en 18 geschikte holtes voor verblijfplaatsen van boommarter waargenomen. Op locatie 7 betrof dit geschikte holtes in bomen en op locatie 18 betrof dit geschikte holtes in zowel bomen als gebouwen. Het kan daarnaast niet met zekerheid vastgesteld worden of de gebouwen op locatie 12 en 14 gebruikt worden als rust- of verblijfplaats door de boommarter.

Op alle locaties zijn ruigtes met takkenbossen waargenomen die mogelijk als foerageergebied of verblijfplaats kunnen functioneren voor boommarter. Vanwege de aanwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en voort-plantingsgebied kan niet worden uitgesloten dat boommarter voor kan komen binnen het plangebied.

figuur 4.1: boomholte locatie 14

4.4

figuur 4.2: boomholte locatie 2

Vleermuizen

Waarnemingen NDFF: Verspreidingsgebied (atlasblokken): gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, watervleermuis

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 21 van 41

tabel 4.3: aangetroffen (+) of niet aangetroffen soort (-) tijdens het veldbezoek, een * geeft aan of de soort wel te verwachten is op basis van aanwezigheid van geschikt biotoop

Locatie

2

3

4

7

9

10

11

12

14

15

16

17

18

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

Soort Gewone dwergvleermuis (f, l, v) Ruige dwergvleermuis (f, l, v) Laatvlieger (f, l, v) Rosse vleermuis (f, l, v) Gewone grootoorvleermuis (f, l, v) Meervleermuis (f, l, v) Watervleermuis (f, l, v)

f (foerageergebied), l (leefgebied), v (voortplantingsbiotoop/nest/verblijfplaats)

Verblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken zijn geen vleermuizen waargenomen in het plangebied. Wel zijn meerdere potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen waargenomen op alle locaties. Op locatie 2, 3, 4, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 16 en 18 zijn potentiële verblijfplaatsen voor vleermuis aangetroffen vanwege scheefliggende dakpannen, open stootvoegen, kieren en spleten in hout en gaten in muren. Daarnaast zijn op de locaties 2, 3, 7, 12, 14, 15, 17 en 18 bomen waargenomen met loshangend schors, grote holen, spleten en kleine holtes die potentieel geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Op basis van de aanwezigheid van geschikte verblijfplaatsen is op alle locaties niet uit te sluiten dat vleermuizen verblijfplaatsen hebben binnen het plangebied. Foerageergebied en vaste vliegroutes Op alle locaties zijn tijdens het veldbezoek lijnvormige structuren waargenomen zoals watergangen, bosschages, bomenrijen, heggen en open plekken tussen bos die door vleermuizen als foerageergebied of vaste vliegroute gebruikt kunnen worden. De combinatie tussen open plekken in bos en watergangen maken de locaties geschikt als foerageergebied. De combinatie van verschillende lijnvormige structuren zoals bomenrijen, heggen en watergangen maken alle locaties geschikt als vliegroute.

In hoeverre deze vliegroutes en foerageergebieden essentieel zijn voor vleermuizen, kan op basis van deze quickscan niet worden beoordeeld.

4.5

Vogels

Vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats Waarnemingen NDFF: boomvalk (nest in 2017 ten zuiden van het plangebied, tussen 2017 en 2021 geregeld meldingen van waarnemingen foeragerend/rustend/overvliegend), buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar en sperwer (Rode lijst: meerdere soorten binnen het terrein waarin het plangebied ligt, zoals boomvalk, grutto en tureluur) Verspreidingsgebied (atlasblokken): bosuil, ransuil en kerkuil

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 22 van 41

tabel 4.4: aangetroffen (+) of niet aangetroffen soort (-) tijdens het veldbezoek, een * geeft aan of de soort wel te verwachten is op basis van aanwezigheid van geschikt biotoop

Locatie

2

3

4

7

9

10

11

12

14

15

16

17

18

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* +/* +/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* +/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* +/* -/* -/* +/* -/* -/* -/*

Soort Boomvalk (f, l, v) Bosuil (f, l, v) Buizerd (f, l, v) Gierzwaluw (f, l, v) Grote gele kwikstaart (f, l, v) Havik (f, l, v) Huismus (f, l, v) Kerkuil (f, l, v) Ooievaar Ransuil (f, l, v) Sperwer (f, l, v)

-/* -/* -/* -/* +/* +/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

f (foerageergebied), l (leefgebied), v (voortplantingsbiotoop/nest/verblijfplaats)

Gedurende het veldbezoek zijn op locatie 14 vier buizerds en op locatie 2 en 3 twee buizerds waargenomen. Andere vogels met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaatsen zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Tijdens de veldbezoeken in 2020 is één buizerd waargenomen op locatie 7, één gierzwaluw op locatie 7 en 18 en één huismus op locatie 18. Huismus en gierzwaluw Huismus is een soort die voorkeur heeft voor rommelige omgevingen beïnvloed door mensen met struikgewas, schuren en weilanden met vee. Gierzwaluw komt voor in uiteenlopende habitat waar gebouwen aanwezig zijn met geschikte gaten die als verblijfplaats kunnen dienen. Alle locaties zijn geschikt als foerageer- en leefgebied voor de huismus en voor de gierzwaluw door de aanwezigheid van rommelige omgevingen beïnvloed door mensen met struikgewas. Ook zijn geschikte plekken op locatie 2, 10, 12, 14 en 18 waargenomen die als verblijfplaats kunnen functioneren voor beide soorten, zoals scheefliggende dakpannen en gaten en kieren in gebouwen. Daarnaast is één huismus tijdens een veldbezoek in 2020 op locatie 18 waargenomen en één gierzwaluw op locatie 7 en 18. Op basis van de aanwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en voortplantingsgebied is niet uit te sluiten dat huismus en gierzwaluw de dertien locaties als foerageer- en leefgebied kunnen gebruiken en locatie 2, 10, 12, 14 en 18 als verblijfplaats.

Ooievaar Uit verspreidingsgegevens blijkt dat ooievaar is waargenomen binnen het plangebied. De ooievaar is een soort die verblijfplaatsen heeft op hoge plekken zoals telefoonpalen, kerktorens, schoorstenen, bomen, hoogspanningsmasten en door de mens gemaakte palen met een houten platform. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nesten van ooievaar waargenomen. Doordat het plangebied vrij besloten is, wordt niet verwacht dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van ooievaar. Het kan daarom worden uitgesloten dat ooievaar het plangebied gebruikt als foerageer-, leef- of voortplantingsgebied. Grote gele kwikstaart Voor grote gele kwikstaart is binnen het plangebied geen geschikt broedbiotoop aanwezig, door afwezigheid van stromend water met geschikte holtes onder een brug, in een kademuur of tussen boomwortels.

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 23 van 41

Wel kan het plangebied door grote gele kwikstaart gebruikt worden als onderdeel van een groter foerageeren leefgebied, vanwege de aanwezigheid van beken of rivieren omzoomd met loofbos. Door de aanwezigheid van geschikt foerageer- en leefgebied kan uitgesloten worden dat grote gele kwikstaart voorkomt binnen het plangebied. Boomvalk, buizerd, havik en sperwer Boomvalk, buizerd, havik en sperwer zijn soorten die een voorkeur hebben voor halfopen landschappen waar een combinatie tussen geschikte verblijfplaatsen en open foerageergebied aanwezig is. Deze verblijfplaatsen bestaan uit takken en worden door zowel boomvalk als buizerd, havik en sperwer zelf gemaakt. Het plangebied lijkt geschikt foerageer-, leef- en voortplantingsgebied door de aanwezigheid van halfopen landschap met bomen en bosschages met potentiële verblijfplaatsen en geschikte voedselbronnen. Daarnaast is buizerd gedurende zowel de veldbezoeken in 2020 als het veldbezoek in 2021 in het plangebied waargenomen op locatie 2, 3, 7 en 14. Ondanks dat geen nesten waargenomen zijn, is niet uit te sluiten dat ten tijde van de werkzaamheden ook geen nesten aanwezig zijn, aangezien de veldbezoeken voor de quickscan eenmalige inspecties zijn. Dit geldt voor alle locaties.

Op basis van aanwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en voortplantingsgebied is niet uit te sluiten dat boomvalk, buizerd, havik en sperwer voorkomen in het plangebied. Bosuil, kerkuil en ransuil Uit verspreidingsgegevens blijkt dat bosuil, kerkuil en ransuil voor kunnen komen in en rondom het plangebied. Bosuil en ransuil komen onder andere voor in open loofbos, parken, en duinen. Beide soorten hebben verblijfplaatsen in bomen, waarbij bosuil zelf een nest maakt en ransuil oude kraaien- of eksternesten gebruikt als verblijfplaats. De kerkuil komt meer voor in halfopen tot open cultuurlandschappen waar de soort meestal een verblijfplaats heeft in speciale nestkasten. Voor bosuil zijn bij locatie 2, 7, 14 en 18 holtes in bomen aangetroffen die deze soort kunnen gebruiken als broed- of rustplaats. Op locatie 14 is een kraaiennest aangetroffen die mogelijk kan functioneren als verblijfplaats voor ransuil. Voor bosuil en ransuil maakt het plangebied mogelijk deel uit van een groter foerageer- en leefgebied. Het kan daarom niet uitgesloten worden dat bosuil en ransuil voorkomen in het plangebied. Voor kerkuil zijn geen geschikte verblijfplaatsen waargenomen. De dichtstbijzijnde gebouwen, waar kerkuilen voor hun nest afhankelijk van zijn, staan op meer dan 250 meter afstand van het plangebied.

Door de afwezigheid van gras- en bouwland met kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen en ruige grasstroken kan vastgesteld worden dat alle locaties geen geschikt foerageergebied zijn voor kerkuil. Het kan dus uitgesloten worden dat kerkuil voorkomt binnen het plangebied. Broedvogels Waarnemingen NDFF: diverse broedvogels zoals ekster, goudhaan, halsbandparkiet, houtduif, kauw, nijlgans, roodborst, scholekster, tjiftjaf, zwarte kraai Verspreidingsgebied: diverse bos en struweelvogels Gedurende het veldbezoek zijn meerdere soorten broedvogels waargenomen, zoals ekster, zwarte kraai, koolmees, pimpelmees, roodborst, halsbandparkiet, houtduif en grote bonte specht. Van meerdere soorten broedvogels zijn op meerdere locaties nesten aangetroffen. Op locatie 14 is een nest van zwarte kraai aangetroffen die in gebruik lijkt te zijn. Ook is bij deze locatie een meerkoetnest gevonden met een broedende meerkoet en een nest van halsbandparkiet. Het meerkoetnest bevindt zich in een sloot ten westen van locatie 14. Het nest van de halsbandparkiet zit aan de onderkant van een tak van een boom aan de zuidelijke rand van locatie 14. Gedurende de veldbezoeken in 2020 zijn

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 24 van 41

ook nesten van merel en houtduif aangetroffen, voornamelijk in struiken. Deze zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek in 2021. Gedurende de veldbezoeken in 2020 zijn op locatie 18 nesten van merel, houtduif en kauw aangetroffen in en op het gebouw. Daarnaast zijn ten noorden van locatie 7 nesten van verschillende broedvogels waargenomen. Op locatie 7 zijn geen nesten aangetroffen. Nesten van halsbandparkiet zijn aangetroffen op locatie 3, 12, 15 en 16. Tijdens het veldbezoek zijn op andere locaties geen nesten van halsbandparkiet aangetroffen, echter kunnen deze nesten in de nabije toekomst wel aanwezig zijn op andere locaties. Het gehele plangebied is geschikt voor algemene broedvogels door de aanwezigheid van bomen, struiken, ruigtes, gebouwen, waterkanten en grasvelden.

4.6

Reptielen

Waarnemingen NDFF: Verspreidingsgebied (atlasblokken): Gedurende het veldbezoek zijn geen beschermde soorten reptielen waargenomen. Ook zijn geen aanwijzingen van aanwezigheid van reptielen waargenomen zoals broeihopen en sporen. Het plangebied ligt buiten het verspreidingsgebied van beschermde soorten reptielen zoals levendbarende hagedis en ringslang. Het voorkomen van beschermde soorten reptielen binnen het plangebied kan uitgesloten worden.

4.7

Amfibieën

Waarnemingen NDFF: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander (ook overwinterend waargenomen) Verspreidingsgebied (atlasblokken): rugstreeppad tabel 4.5: aangetroffen (+) of niet aangetroffen soort (-) tijdens het veldbezoek, een * geeft aan of de soort wel te verwachten is op basis van aanwezigheid van geschikt biotoop

Locatie

2

3

4

7

9

10

11

12

14

15

16

17

18

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* +/* -/* -/* -/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

-/* -/* -/* -/*

Soort Bruine kikker (f, l, v) Gewone pad (f, l, v) Kleine watersalamander (f, l, v) Rugstreeppad (f, l, v)

f (foerageergebied), l (leefgebied), v (voortplantingsbiotoop/nest/verblijfplaats)

Algemene amfibieën Gedurende het veldbezoek is een bruine kikker waargenomen bij de watergang op locatie 14. Andere amfibieën zijn zowel op zicht als op geluid niet aangetroffen in het plangebied. Uit verspreidingsgegevens blijkt dat ook gewone pad en kleine watersalamander voor kunnen komen in het plangebied. De watergangen rondom de verschillende locaties zijn geschikt als foerageergebied voor algemene amfibieën door de aanwezigheid van flauwe taluds op meerdere plaatsen in de oevers. Hier kunnen amfibieën makkelijk in en uit het water kruipen. Op locatie 12, 14, 15 en 16 zijn de taluds van de oevers flauw genoeg hiervoor. De watergangen hebben een diepte van ongeveer 1 meter en bevatten weinig tot geen waterplanten, waardoor de watergangen niet geschikt zijn als voortplantingsplaats. De aanwezigheid van ruigtes, houtstapels, strooisellaag en ‘rommelhoekjes’ duiden op geschikte locaties voor amfibieën om te overwinteren. Vanwege de aanwezigheid van geschikt foerageer-, leef- en voortplantingsgebied is niet uit te sluiten dat algemene rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 25 van 41

amfibieën zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander het plangebied als foerageer- en leefgebied gebruiken. Rugstreeppad In de huidige situatie is het plangebied niet geschikt als leefgebied voor rugstreeppad door de afwezigheid van goed vergraafbare grond. Ten tijde van de uitvoering van bouw- en grondwerkzaamheden, waarbij goed vergraafbare grond aanwezig is, is het niet uit te sluiten dat rugstreeppad vanuit de omgeving richting het plangebied trekt tijdens het actieve seizoen (periode mei-september). Door het ontbreken van geschikt biotoop worden soorten zoals poelkikker, heikikker en kamsalamander niet verwacht in en rond het plangebied. Daarnaast ligt het plangebied buiten het bekende verspreidingsgebied van poelkikker, heikikker en kamsalamander waardoor het voorkomen van deze soorten uitgesloten is.

4.8

Vissen

Waarnemingen NDFF: Verspreidingsgebied (atlasblokken): Gedurende het veldbezoek is op locatie 2 en 14 baars waargenomen en gevangen. Op locatie 15 en 16 is ook geschept om vissen te vangen, maar hier zijn geen vissen aangetroffen. Op de andere locaties zijn geen vissen waargenomen in het plangebied. De baars is een algemene soort in Nederland en heeft geen beschermde status. De watergangen in het plangebied lijken niet geschikt voor beschermde soorten vissen door de afwezigheid van geschikte leef- en voortplantingsplekken zoals helder water en waterplanten, waardoor het niet uitgesloten kan worden dat zwaar beschermde soorten vissen voorkomen in het plangebied.

4.9

Ongewervelde diersoorten

Waarnemingen NDFF: grote vos Verspreidingsgebied (atlasblokken): grote vos, platte schijfhoren tabel 4.6: aangetroffen (+) of niet aangetroffen soort (-) tijdens het veldbezoek, een * geeft aan of de soort wel te verwachten is op basis van aanwezigheid van geschikt biotoop

Locatie

2

3

4

7

9

10

11

12

14

15

16

17

18

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

-/* -

Soort Grote vos (f, l, v) Platte schijfhoren

f (foerageergebied), l (leefgebied), v (voortplantingsbiotoop/nest/verblijfplaats)

Gedurende het veldbezoek zijn algemene soorten ongewervelden waargenomen, zoals zwartkamdwergspanner, klein geaderd witje en zevenstippelig lieveheersbeestje. Er zijn geen beschermde soorten ongewervelden aangetroffen. Uit verspreidingsgegevens blijkt dat grote vos en platte schijfhoren in en rondom het plangebied voor kunnen komen. Grote vos De grote vos is een soort die een voorkeur heeft voor vochtige, open bossen, boomgaarden en open plekken met grote bomen waar de waardplant iep, zoete kers of enkele wilgensoorten groeien. De grote vos is niet waargenomen gedurende het veldbezoek. Wel zijn enkele iepen waargenomen, welke potentieel geschikt zijn als waardplant door de grote vos. Op basis van het voorkomen van de waardplant is niet uit te sluiten dat de grote vos voorkomt binnen op de dertien locaties. rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 26 van 41

Platte schijfhoren De platte schijfhoren is een soort die een voorkeur heeft voor heldere, licht stromende wateren met veel onderwatervegetatie. De wateren moeten niet voedselrijk en troebel zijn. De aanwezige watergangen in het plangebied zijn allemaal troebel door een grote hoeveelheid organisch materiaal. In het water ligt vooral veel materiaal zoals takken en bladeren en er is weinig tot geen watervegetatie aanwezig. Daarnaast is het water stilstaand tot heel licht stromend. Door de afwezigheid van geschikt foerageer, leef- en voortplantingsgebied zoals helder, licht stromend water en waterplanten is het uitgesloten dat platte schijfhoren voorkomt in en rond het plangebied.

rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 27 van 41

5

QUICKSCAN SOORTEN – EFFECTANALYSE

De voorgenomen ruimtelijke ingreep kan effecten hebben op aanwezige beschermde soorten. Indien negatieve effecten aan de orde zijn, zowel op de korte (tijdens de uitvoering) als op de lange termijn (na de uitvoering), zijn zij in dit hoofdstuk beschreven. De soortgroepen algemene grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels, amfibieën en ongewervelde diersoorten kunnen van de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten ondervinden. In dit hoofdstuk wordt beschreven welke negatieve effecten dit zijn.

5.1

Grondgebonden zoogdieren

Algemene grondgebonden zoogdieren Op locaties 4 en 9 vinden geen werkzaamheden plaats, deze worden gehandhaafd. Op deze locaties is daarom geen sprake van negatieve effecten op algemene grondgebonden zoogdieren. Dit betreft zowel op de korte als op de lange termijn. Door de geplande werkzaamheden op locaties 2, 3, 7, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17 en 18 kunnen verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdieren verstoord of vernield raken. Daarnaast kan het aanwezige foerageergebied ook beschadigd of vernield raken. Voor algemene grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egel, haas, konijn, vos) geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling op het overtreden van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Mits maatregelen worden getroffen om onnodig leed en verstoring te voorkomen of te beperken, kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd zonder het aanvragen van een ontheffing voor deze zoogdieren. Voorzorgsmaatregelen zijn opgenomen in hoofdstuk 6. Eekhoorn De geplande werkzaamheden omvatten onder ander het kappen van bomen. Indien geen bomenkap plaatsvindt op en rondom locaties 2, 3, 10 en 14, zijn geen negatieve effecten op potentiële verblijfplaatsen van eekhoorn aan de orde. Deze worden dan behouden en niet aangetast door de werkzaamheden.

Indien op locaties 2, 3, 10 en 14 wel bomenkap plaatsvindt (en bekend is welke bomen gekapt worden), dient een aanvullend veldbezoek uitgevoerd te worden om vast te stellen of deze bomen geschikt zijn als nestplaats van eekhoorn. Mogelijk volgt hieruit een vervolgonderzoek naar eekhoorn. Op alle locaties is geschikt foerageergebied aanwezig voor eekhoorn. Indien uitsluitend enkele bomen gekapt worden op en/of rondom de locaties, kan het aanwezige foerageergebied van eekhoorn in stand worden gehouden op de locaties, omdat voldoende dekking aanwezig blijft. Negatieve effecten op de lange termijn worden dan niet verwacht. Indien meer dan 25 procent van de bomen op en/of rond een locatie wordt verwijderd, dient middels een veldbezoek vastgesteld te worden of het aanwezige foerageergebied van eekhoorn significant negatief aangetast wordt. Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel kunnen hinder ondervinden door verstoring of vernieling van verblijfplaatsen als gevolg van de geplande werkzaamheden op de dertien locaties in het plangebied. Ook aanwezig foerageergebied kan beschadigd raken en kan leefgebied verloren gaan. Op de korte termijn kan dit leiden tot dood van kleine marterachtigen, op de lange termijn kan dit de populatiegrootte in het plangebied aantasten. rps.nl Ref.: NL202007095.006-R21-898 | 04 oktober 2021 Pagina 28 van 41

Voor kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling op het overtreden van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming. Indien maatregelen getroffen worden om onnodig leed en verstoring te voorkomen of te beperken, kunnen werkzaamheden worden uitgevoerd zonder aanvraag van een ontheffing voor deze drie soorten. Voorzorgsmaatregelen zijn opgenomen in hoofdstuk 6. Boommarter Bij de sloop-, renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden op locaties 2, 3, 4, 7, 12, 14 en 18 kunnen significant negatieve effecten optreden voor boommarter door verstoring of vernieling van verblijfplaatsen. Op deze locaties dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden naar verblijfplaatsen van boommarter indien werkzaamheden aan bomen en/of direct langs bomen gaan plaatsvinden (locaties 2, 7, 14, 18). Indien de bomen behouden blijven en niet aangetast worden door de werkzaamheden, blijven de potentiële verblijfplaatsen op locatie 7 voor boommarter aanwezig en zijn geen negatieve effecten op verblijfplaatsen van boommarter aan de orde. Op de waar werkzaamheden aan gebouwen plaatsvinden (locaties 2, 3, 4, 12, 14, 18) dient in ieder geval aanvullend onderzoek naar boommarter uitgevoerd te worden vooraf de uitvoering van de werkzaamheden. Uit het aanvullend onderzoek zal blijken of vervolgstappen, zoals een ontheffingsaanvraag, nodig zijn.

Boommarter kan tijdelijk negatieve effecten ondervinden op het foerageergebied door de uitvoering van de werkzaamheden. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is in de directe omgeving veel alternatief foerageergebied aanwezig waar boommarter naar kan uitwijken, waardoor geen sprake is van significant negatieve effecten op het foerageergebied van boommarter. Door niet tussen zonsondergang en zonsopkomst te werken en gebruik te maken van uitstralende (bouw)verlichting, wordt verstoring van foeragerende boommarters zoveel als mogelijk voorkomen. Op meerdere locaties waar nieuwbouw plaatsvindt, neemt mogelijk het bouwoppervlak toe. Mogelijk gaat op deze locaties een minimaal deel van het foerageergebied van boommarter verloren. Vanwege de beperkte grootte en het alternatieve foerageergebied rondom de locaties hebben de werkzaamheden geen significant negatief effect op het foerageergebied van boommarter. Locaties waar geen nieuwbouw plaatsvindt, zijn na de afronding van de werkzaamheden weer geschikt als foerageergebied voor boommarter. In hoofdstuk 6 zijn voorzorgsmaatregelen opgenomen voor boommarter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10783609/1