Bijlage 5 bij RV d.d. 22 september 2021 Huisvesting Gevers-Deutz Terweeschool Z-21-148740 Oegstgeest
Tekst van het document
Circulair Bouwen Circulair bouwen is geen wettelijk begrip en wordt ook niet gedefinieerd in het Bouwbesluit 2012, een NEN-norm of op een andere plek. 1 Wel zal de circulaire economie de komende jaren stap voor stap worden vertaald in overheidsregels, normen en instrumenten. In het kabinetsprogramma 'Nederland Circulair in 2050' is in de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie de volgende visie geformuleerd: In 2050 is de bouw bij ontwerp, ontwikkeling, gebruik, beheer en demontage van bouwwerken zo georganiseerd dat deze objecten duurzaam worden gebouwd, (her)gebruikt, onderhouden en ontmanteld. Bij bouwen wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen en wordt aangesloten bij de dynamische wensen van de gebruikers. Het streven is naar een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050 conform de Europese afspraken. Bouwwerken maken zoveel mogelijk gebruik van ecosysteemdiensten (natuurlijk kapitaal zoals het waterbergend vermogen van de ondergrond 2). In de Transitieagenda zijn voor 2018-2021 vier speerpunten geformuleerd: 1. Marktontwikkeling. 2. Meten. 3. Beleid, wet- en regelgeving. 4. Kennis en bewustwording. Daaraan zijn vervolgens een aantal concrete acties gekoppeld, bijvoorbeeld: • Alle overheidsaanbestedingen circulair in 2030. • Uiterlijk in 2020 besluit over verplicht materialenpaspoort. • Circulair bouwen integraal onderdeel van onderwijs in 2021 (kennisontwikkeling).
• Doorontwikkelen van een uniforme meetmethode voor circulariteit. In het regionale aanbestedingsbeleid is bovendien vastgelegd dat gemeenten en Servicepunt 71 in 2020 minimaal 10% van hun inkopen en aanbestedingen circulair uitvragen (Aanbestedingsbeleid Servicepunt 71, 2017). Circulair bouwen bij huisvesting Gevers Deutz Terweeschool Het idee van de circulaire economie heeft wortels in de Cradle2cradle gedachte. De economie zou moeten bestaan uit twee kringlopen: een technische en een natuurlijke kringloop. Binnen de natuurlijke kringloop worden producten gemaakt van natuurlijke hergroeibare grondstoffen. Deze producten kunnen na gebruik gewoon weer de natuur in. Voor producten in de technische kringloop geldt dit niet. Deze zijn gemaakt van de steeds schaarser wordende fossiele grondstoffen. Ze zouden daarom zo ontworpen moeten worden dat ze lang meegaan en keer op keer hergebruikt kunnen worden ofwel als hetzelfde product dan wel een product van een lagere ‘kwaliteit’. Het sluiten van kringlopen: hergebruik (technische kringloop) Omdat gebouwen niet het eeuwige leven hebben, moeten ze zo worden gebouwd dat ze over tachtig of honderd jaar weer gemakkelijk zijn te demonteren.
Dit houdt in dat de verschillende onderdelen niet door middel van lijmen, kitten, cement of PUR met elkaar verbonden worden, maar door te schroeven en te klikken of het innovatief gebruiken van de oude pen gat verbinding. Alle onderdelen zijn dan zo ontworpen dat ze hun laatste levensfase niet zullen ingaan als afval, maar herbruikbaar zijn of hoogwaardig gerecycled kunnen worden. Een materiaalpaspoort moet daarbij helpen. Door precies te weten welke materialen gebruikt worden, en hun verdere levensloop te kennen, ook na de gebruiksfase, is het mogelijk om efficiënt te slopen zonder significant materiaalverlies.
1 2
De titel circulair bouwen wordt in de praktijk al wel gebruikt maar kent dus nog geen eenduidige definitie. Dit is nog niet werkelijk circulair doordat dit momenteel technisch nog niet voor 100% haalbaar is.
Even belangrijk daarbij is dat de verschillende onderdelen een lange levensduur kennen. Anders is de milieuwinst nihil. Het bijvoorbeeld in de kringloop houden van metalen als staal en aluminium kost nog steeds erg veel energie en is de bron van allerlei vervelende emissies. Vaak wordt vergeten - als we kijken naar de hele levenscyclus van een gebouw - dat bijna de helft van het gehele energieverbruik opgesloten zit in de materialen en het bouwen zelf. In het vakjargon staat dit bekend als de “embodied energy”. Voor de Gevers Deutz Terweeschool betekent dit dat in de variant renovatie /nieuwbouw er sprake is van een hogere mate van circulariteit dan in de variant nieuwbouw, immers een deel van de school hoeft niet gesloopt te worden en volledig opnieuw gebouwd te worden. Dit draagt bij aan materiaalbesparing.
De tweede kringloop: natuurlijke kringloop Naast de technische kringloop is er ook een natuurlijke kringloop. De materialen die in deze kringloop zitten, zijn onderdeel van de bestaande kringlopen in de natuur of van nieuwe kringlopen die daaraan verwant zijn. Deze materialen noemen we biobased of natuurlijk. Zoals de naam zegt hebben ze een natuurlijke oorsprong. Maar om in een natuurlijke kringloop te blijven moeten ze ook op een natuurlijke manier ofwel biologisch afbreekbaar zijn. Een derde belangrijke voorwaarde is dat deze materialen binnen een redelijke tijd beschikbaar zijn doordat ze weer aangroeien. Hout is een goed voorbeeld van een natuurlijk materiaal. Hout wordt geoogst met aandacht voor de draagkracht van het bosecosysteem, is biologisch afbreekbaar en is een hernieuwbaar materiaal, omdat er weer nieuwe bomen groeien. IJzer komt van oorsprong ook uit de natuur, maar is dan weer niet biologisch afbreekbaar. Bovendien voldoet het niet aan de eis dat het hernieuwbaar is, omdat het sneller wordt verbruikt dan dat het opnieuw wordt aangemaakt. Als hout bewerkt wordt met materialen die niet biologisch afbreekbaar zijn, dan is het materiaal zelf niet meer volledig biologisch afbreekbaar en past het niet meer in de natuurlijke kringloop. Naast hout zijn er veel natuurlijke materialen en producten die steeds meer de weg vinden naar de bouw.
Daarbij valt te denken aan leem, hennep, vlas, riet, stro, houtvezel, cellulose en nieuwe natuurlijke biobased producten op basis van bijvoorbeeld zetmeel. Voor de Gevers Deutz Terweeschool zou ook in het scenario nieuwbouw circulair gebouwd kunnen worden door het bouwen in houtbouw. Een andere mogelijkheid is de draagconstructie van Gevers Deutz Terwee uit te voeren als een staalskelet van gerecycled materiaal dat demontabel is. De flexibele structuur zou kunnen bestaan uit liggers en kolommen die allen hetzelfde van formaat zijn. Zo kan in de toekomst het materiaal makkelijk opnieuw toegepast worden in een andere constructie.
Een combinatie van de eerste en tweede kringloop behoort ook tot de mogelijkheden. De variant renovatie / nieuwbouw waarbij de voorgevel behouden blijft en het achterste deel in ”houtbouw” gerealiseerd zou kunnen worden.