Bijlage 2 bij RV d.d. 7 sept 2021 Intrekken bijlagen 1 t-m 5 van de Verordening materiele en financiele gelijkstelling onderwijs 2007 Oegstgeest Z-21-141973 Oegstgeest
Tekst van het document
De raad van de gemeente Oegstgeest; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 juli 2007, nr. 74/07; besluit: vast te stellen de VERORDENING MATERIËLE EN FINANCIËLE GELIJKSTELLING ONDERWIJS OEGSTGEEST 2007
Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. college
:
b. schoolbestuur
:
c. school
:
d. voorziening
:
e. aanvullende voorziening
:
f. indieningsdatum
:
g. toekenningscriteria
:
h. tijdvak
:
V088.TW
het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest; bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente; school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, school voor voortgezet onderwijs (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs; een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening; een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld; uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend; de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening; periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend;
2 i. subsidieplafond
:
j. feitelijke beschikbaarstelling: k. subsidievaststelling
:
l. subsidieverlening
:
het door de raad of het college vastgestelde bedrag, voor een door de raad aangewezen voorziening, dat ten hoogste beschikbaar is binnen een bepaald tijdvak; de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld; de beschikking van het college waarin het subsidiebedrag voor een voorziening of aanvullende voorziening definitief wordt vastgesteld en een recht op uitbetaling ontstaat; de beschikking van het college waarbij een voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het subsidiebedrag voor een voorziening of een aanvullende voorziening.
Artikel 2 Subsidieplafond en verdelingsregels 1. Het college stelt voor een voorziening het subsidieplafond vast en bepaalt hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Het college neemt daarbij de gemeentebegroting in acht. 2. Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum, aan de schoolbesturen bekend. Bij voorzieningen waarvoor de indieningsdatum niet van toepassing is, vanwege de permanente aard, wordt deze informatie vóór 31 januari van het lopende kalenderjaar aan de schoolbesturen verstrekt. Artikel 3 Aanvullende voorziening 1. Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening. 2. Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening. Artikel 4 Jaarlijks overzicht Jaarlijks vóór 31 december zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen van het afgelopen kalenderjaar. HOOFDSTUK 2 PROCEDURES PARAGRAAF 2.1
AANVRAAG VOORZIENINGEN; WEIGERINGSGRONDEN Artikel 5 Toevoegen, wijzigen en intrekken
Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college.
3 Artikel 6 Indiening aanvraag 1. Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen. Bij de indiening van een aanvraag en de verstrekking van de gegevens dient het schoolbestuur gebruik te maken van het door het college vastgestelde formulier. 2. De aanvraag vermeldt: a. naam en adres van het schoolbestuur; b. de dagtekening; c. de gewenste voorziening; d. de onderwijssoort en de naam van de school; e. een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria. 3. Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen.
Artikel 7 Beslissingstermijn Indien ten aanzien van een voorziening een ingangsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, dan wel binnen acht weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens, tenzij anders vastgelegd in de van toepassing zijnde bijlage. Binnen twee weken na de datum van het besluit stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 8 Weigeringsgronden Het college weigert de voorziening (gedeeltelijk) in ieder geval indien: a. de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van de verordening; b. niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria; c. door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. PARAGRAAF 2.2
AANVRAAG AANVULLENDE VOORZIENINGEN; WEIGERINGSGRONDEN
Artikel 9 Indiening aanvraag 1. Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college. 2. Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van toepassing.
4 Artikel 10 Beslissingstermijn Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag of binnen 8 weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken na de datum van het besluit stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 11 Weigeringsgronden Het college weigert de aanvullende voorziening (gedeeltelijk) in ieder geval indien: a. de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is; b. niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria; c. door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond – voor zover deze op de aanvullende voorziening van toepassing is – zou worden overschreden. PARAGRAAF 2.3
TOEKENNING; UITVOERING BESCHIKKING SUBSIDIEVERLENING; INTREKKING OF WIJZIGING; VERBOD VERVREEMDING Artikel 12 Inhoud beschikking tot toekenning; betaling
1. De beschikking van burgemeester en wethouders tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden: a. feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening of b. een subsidieverlening of c. een subsidievaststelling. 2. De beschikking bevat: a. het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend; b. de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren. 3. De beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling bevat voorts: a. het bedrag van de subsidie of indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag niet vermeldt, het bedrag waarop de subsidie ten hoogste wordt vastgesteld; b. het bedrag van het voorschot of de wijze van vaststelling daarvan indien de beschikking tot subsidieverlening bepaalt dat het college een voorschot verleent; c. voor zover van belang de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegde aan het college. 4. De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats. Artikel 13 Uitvoering beschikking tot subsidieverlening 1. Na een beschikking tot subsidieverlening dient het schoolbestuur uiterlijk acht weken na afloop van het tijdvak waarvoor de voorziening is toegekend een aanvraag tot subsidievaststelling in. Het college stelt de subsidie ambtshalve vast indien de aanvraag achterwege blijft. 2.
Bij de aanvraag toont het schoolbestuur aan dat de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen als genoemd in artikel 12 zijn nagekomen.
5 3. Indien het schoolbestuur niet of niet voldoende aantoont dat de verplichtingen zijn nagekomen, deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Hierbij geven zij aan op welke onderdelen het schoolbestuur aanvullende informatie moet verschaffen. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na ontvangst van de mededeling de gevraagde informatie schriftelijk te verschaffen. Indien het schoolbestuur de gevraagde informatie niet binnen deze termijn verstrekt, stellen burgemeester en wethouders de subsidie ambtshalve vast. Artikel 14 Subsidievaststelling volgend op verlening 1. Het college beslist binnen acht weken na de indiening van de aanvraag als bedoeld in artikel 13 of binnen acht weken na de verstrekking van de aanvullende informatie. Binnen twee weken na de datum van het besluit stellen burgemeester en wethouders het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. 2. Het college betaalt het subsidiebedrag onder verrekening van de betaalde voorschotten, overeenkomstig de subsidievaststelling. De betaling vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats. Artikel 15 Intrekken of wijzigen beschikking tot feitelijke beschikbaarstelling of subsidievaststelling 1. Het college kan een beschikking tot feitelijke beschikbaarstelling of subsidievaststelling intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen: a.
op grond van feiten en omstandigheden waarvan het college bij de toekenning van de voorziening redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de toekenning van de voorziening anderszins zou hebben plaatsgevonden; b. indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de beschikking gestelde verplichtingen; c. indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur dit wist of behoorde te weten. 2. De intrekking of wijziging van een beschikking tot subsidievaststelling werkt terug tot en met het tijdstip van toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Artikel 16 Intrekken of wijzigen beschikking tot subsidieverlening 1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college een beschikking tot subsidieverlening intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen, indien: a. het bepaalde in artikel 15, eerste lid, onder b en c van toepassing is; b. de voorziening niet of niet geheel heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden; c. het schoolbestuur onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid. 2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip van toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
6 Artikel 17 Terugvordering Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in artikel 13, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken. Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde voorzieningen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de voorziening is toegekend nog geen vijf jaren zijn verstreken en de aard van de voorziening dit mogelijk maakt. Artikel 18 Verbod tot vervreemding Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen is niet toegestaan zonder toestemming van het college, tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur. HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN Artikel 19 Informatieverstrekking Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Artikel 20 Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel 21 Citeertitel; inwerkingtreding 1.
De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs Oegstgeest 2007. 2. De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2007. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 september 2007.
. voorzitter
, griffier