Bijlage 2 bij RV d.d. 4 mei 2021 Zienswijzen Regionale Strategie Mobiliteit Z-21-144440 Oegstgeest
Tekst van het document
CONCEPT – CONCEPT – CONCEPT – CONCEPT
Ingrediënten voor een oplegger voor de behandeling van de RSM voor wensen en bedenkingen vanuit de raden van de gemeenten Holland Rijnland
Inleiding Voor u ligt de Regionale Strategie Mobiliteit voor Holland Rijnland. Dit document komt voort uit de opdracht van het Algemeen Bestuur d.d. nov. 2019 om de Regionale Agenda voor Holland te gaan uitwerken. Op dat moment is naast de behoefte een Integraal Ruimtelijk Afwegingskader voor Holland Rijnland ook een Regionale Strategie Mobiliteit op te stellen uitgesproken.
Positie Regionale Strategie Mobiliteit Holland Rijnland bestaat uit dertien gemeenten met elk eigen uitdagingen en kansen waar het mobiliteit betreft. De Regionale Strategie Mobiliteit is met nadruk geen optelsom van dertien mobiliteitsnotities van de verschillende gemeenten. Getracht is uit te gaan van het schaalniveau van Holland Rijnland en de kansen en knelpunten op dat niveau te omschrijven en uitgangspunten te formuleren. Natuurlijk "raakt” de RSM problematiek die op lokaal niveau speelt. Dat is onontkoombaar door de aard van mobiliteit: men beweegt zich waar men is naar waar men wil zijn. Het uitgangspunt is dat op het schaalniveau van Holland Rijnland de strategische opgaven worden verwoord. Op sub-regionaal niveau zal een iets concretere uitwerking plaatsvinden waarbij lokaal de concreetheid haar optimum bereikt. Input subregio’s en sectorale strategieën De Regionale Strategie Mobiliteit staat daarmee niet op zichzelf, maar hangt zeer nauw samen met de andere regionaal strategische documenten die momenteel in ontwikkeling zijn, zoals de Regionale Energie Strategie (RES), de Regionale Omgevings Agenda en de mogelijk toekomstige Regionale Landschapsstrategie. De reeds verschenen subregionale agenda’s (Omgevingsagenda Hart van Holland, Strategische Agenda Rijn en Veenstreek, en Strategische Agenda Ruimte Duin en Bollenstreek) vormen belangrijke bouwstenen voor de RSM.
Daarbij vragen we ons steeds af, wat er echt regionaal opgepakt zou moeten worden, en wat ook beter op subregionaal of lokaal niveau de beste uitwerking kan krijgen. Deze subregionale agenda’s zijn allen zoveel mogelijk gebruikt en verwerkt in deze Regionale Omgevingsagenda. De Regionale Strategie Mobiliteit dient: • als strategisch document, waarmee Holland Rijnland het Rijk, provincie en omliggende regio's laat zien waar we samen voor staan en welke koers wij de komende decennia in willen slaan op gebied van toekomstbestendige mobiliteit; • als lobbydocument naar andere partijen; • als basis voor de regionale mobiliteitsagenda. In de praktijk vinden de activiteitenpatronen van onze inwoners, bedrijven en instellingen voor een belangrijk deel plaats op regionaal schaalniveau. Deze activiteiten op verschillende plekken in de regio leiden weer tot verplaatsingen voor werk, school, sport, uitgaan of recreatie. We noemen dit het daily urban system. Deze constatering maakt dat mobiliteitsvraagstukken juist op dit schaalniveau moeten worden aangepakt. Dit Daily Urban System houdt zich overigens niet (altijd) aan grenzen die tussen gemeenten en/of provincies zijn getrokken. Onderdelen van het mobiliteitssysteem, die het daily urban system draaiende houdt, lopen nu al tegen de grenzen van hun capaciteit aan.
Tegelijkertijd maakt de verwachte doorontwikkeling van de regio in de komende decennia noodzakelijk na te denken over het toekomstige regionale
1
mobiliteitssysteem. De behoefte aan een gezamenlijke regionale strategie is daarmee actueel en urgent. De hoofdopgaven: De opgaven waarop de Regionale Strategie Mobiliteit antwoord moet geven, zijn de volgende: • Hoe accommodeert het mobiliteitssysteem de verwachte regionale ontwikkelopgaven wat betreft wonen, economie (waaronder toerisme), recreatie, natuur & landschap? • Hoe wordt de interne en externe bereikbaarheid van Holland Rijnland gewaarborgd en versterkt, op korte en lange termijn (met indicatoren reistijd, betrouwbaarheid, beleving)? • Welke bijdrage levert de sector mobiliteit aan de ambities van Rijk, Provincie en Holland Rijnland op het gebied van duurzaamheid? • Welke strategische keuzes maken we om de bovenstaande punten te realiseren? Regionale Omgevings Agenda In Regionale Omgevingsagenda maakt Holland Rijnland ruimtelijk keuzes om zowel de krachtige dynamiek te versterken, zoals ook beoogd in de Groeiagenda Zuid-Holland en tegelijkertijd de waardevolle luwte te behouden. We ontwikkelen ruimtelijke strategieën om ons aantrekkelijke vestigingsklimaat in balans met de leefkwaliteit te versterken.
De Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland bestaat uit een aantal verhaallijnen die in elkaar overlopen en elkaar versterken: • een sterke kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid; • huisvesting; • infrastructuur voor mobiliteit en energie; • toekomstperspectief landschap. Met deze agenda levert Holland Rijnland een bijdrage aan nationaal en provinciaal beleid en bestaande bestuurlijke afspraken zoals die over verstedelijking en mobiliteit. Als vervolg op die bestaande afspraken en opgaven introduceren we de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn als drager voor duurzame verstedelijking in Holland Rijnland op de langere termijn. Mobiliteit wordt gezien als een belangrijke randvoorwaarde voor verdere verstedelijking langs de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn. De nadruk voor de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn is een bewuste keuze om de gebieden buiten deze zone zoveel mogelijk te ontzien, daar geen grootschalige woningbouw te realiseren en daarmee de landelijke kwaliteit te behouden. Dat betekent dat we inzetten op beperkte extra woningbouw in of beperkt nabij de overige kernen. Voor de vitaliteit van al deze kernen stelt ook de ROA om toe te zien op de bereikbaarheid. Voor de eigen bewoners en ook voor bezoekers. Regionale Energie Strategie In de Regionale Energie Strategie (RES) worden veel nationale afspraken uit het Klimaatakkoord in de praktijk gebracht.
Dit gebeurt in een landelijk dekkend programma van 30 regio’s. Holland Rijnland vormt een RES-regio. Elke regio stelt een RES op voor de ruimtelijke inpassing van de energietransitie. Dit doen zij voor de opwekking van duurzame elektriciteit en de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen). Hoewel mobiliteit (nog) geen verplicht onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) vormt, is er binnen Holland Rijnland voor gekozen om mobiliteit nu al onderdeel van de RES te maken. Reden hiervoor is dat mobiliteit zorgt voor de uitstoot van broeikasgassen en wij die uitstoot willen verminderen. In het Klimaatakkoord is voor mobiliteit specifiek een CO2-reductie van 22 procent opgenomen in 2030 t.o.v. 1990. Tegelijk is mobiliteit verantwoordelijk voor zo’n 30 procent van het energieverbruik in onze regio. Het is dan ook van belang dat de sector mobiliteit een bijdrage levert aan de vermindering van het beoogde energieverbruik in 2030. Mobiliteit en de verduurzaming ervan is dus een onlosmakelijk onderdeel van de energietransitie. Maatschappelijke thema’s Mobiliteit is meer dan een weg-, een rail- of een vaartverbinding. Mobiliteit maakt de maatschappij voor mensen leefbaar, zorgt voor sociale contacten en weet mensen op de juiste plek te krijgen. Kortom, mobiliteit heeft een belangrijke functie waar het gaat om het maatschappelijk functioneren van
2
(groepen van) mensen. In de RSM wordt daarom (kort) aandacht geschonken aan de effecten op de economie, sociale inclusiviteit, leefbaar platteland, verkeersveiligheid, landschap en ecologie en toerisme en recreatie. Ambitie en speerpunten De analyse van ontwikkelingen in onze regio en het bestaande regionale mobiliteitssysteem leiden tot een gedeeld uitgangspunt wat betreft de ambitie voor de Regionale Strategie Mobiliteit. Deze ambitie is uitgewerkt in drie speerpunten waaraan Holland Rijnland wil werken. Versterken regionale ontwikkelassen rond knooppuntontwikkeling Leiden Centraal -. Schaalsprong HOV -. Knooppunt Leiden Centraal -. Gerichte investeringen in fysieke infrastructuur Realiseren toekomstbestendige, robuuste netwerken -. Doorstroming hoofdassen -. Oost-west verbindingen Duin- en Bollenstreek -. Noord-zuidverbindingen Rijn- en Veenstreek Benutten kansen voor duurzame (keten)mobiliteit -. Doorfietsnetwerk -. Mobiliteitshubs -. Ruimte bieden voor slimme mobiliteitsconcepten/SMART-mobility Sleutelprojecten
Sleutelprojecten De regio staat voor een aantal majeure opgaven. De keuzes in de Regionale Omgevingsagenda, de opgaven in de Regionale Energiestrategie en de speerpunten van deze Regionale Strategie Mobiliteit geven aanleiding tot het formuleren van sleutelprojecten, die cruciaal zijn in het verwezenlijken van de ambities. Dit betreft in ieder geval: •
•
• • •
•
Knooppunt Leiden Centraal als door te ontwikkelen OV-knoop om zo bij te dragen aan de doelstellingen die voor de Oude Lijn zijn gesteld, maar ook in relatie tot de doorgroei en benutting van het spoor richting Alphen aan den Rijn en Utrecht. Als ook het toekomstbestendiger maken van de OV-verbinding tussen Katwijk en Leiden. Verkenning uitrol regionale mobiliteitshubs langs het spoor en op logische auto/OV-locaties in de regio. De haalbaarheid van mobiliteitshubs met een regionale branding wordt onderzocht en een marktconsultatie naar de realisatie van (mobiliteits-)diensten op deze hubs. Doorontwikkeling van de N11, inclusief het ongelijkvloers maken van alle kruisingen. Verwezenlijken van het regionale doorfietsnetwerk, aansluitend op de regio's grenzend aan Holland Rijnland. Verbetering van de noord-zuidverbindingen, van HOV en weg, bij doorgroei van Alphen aan den Rijn als knoop en centrumgemeente in het oostelijk deel van Holland Rijnland. Dit betreft voornamelijk de N207 en de N231 en op lange termijn de HOV-verbinding tussen Zoetermeer en de Metropoolregio Amsterdam. Verkenning doorontwikkeling HOV Leiden-Katwijk-Noordwijk. De ruimtelijke ontwikkelingen op de as Leiden-Katwijk vragen nieuwe investeringen in het mobiliteitssysteem. Het HOV-systeem kan met een schaalsprong een centrale drager voor de ruimtelijke ontwikkeling vormen.
Dit project betreft verkenning naar de noodzakelijk ingrepen in het mobiliteitssysteem, waarbij tracering van weginfrastructuur fietsroutes en openbaar vervoer integraal worden beschouwd. Een nieuwe regionale aansluiting voor de zuidelijke Duin- en Bollenstreek en een doorfietsroute Leiden – Rijnsburg – Noordwijk maken onderdeel uit van deze verkenning.
3
Lopende projecten/initiatieven Voor de volledigheid worden hierbij de belangrijkste majeure initiatieven, dan wel onder handen zijnde projecten, opgesomd welke een direct relatie hebben met de Regionale Strategie Mobiliteit. De Rijksoverheid werkt samen met andere overheden aan het veilig, bereikbaar en leefbaar houden van Nederland. Dit doen zij door te investeren in betere wegen, het spoor en waterwegen. Alle investeringen hiervoor staan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Een aantal voorbeelden voor Holland Rijnland zijn: Bodegravenboog, spoor Leiden Utrecht en de verbreding A4. Vanuit de afspraken in BO MIRT / BO Leefomgeving zijn er ook recent nadere afspraken gemaakt over onderzoeken naar de haalbaarheid van station Hazerswoude-Rijndijk en een ongelijkvloerse kruising Zoeterwoude nabij Heineken.
•
•
• •
•
•
Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek: De provincie Zuid-Holland heeft samen met Holland Rijnland en de gemeenten Hillegom en Lisse een plan van aanpak opgesteld voor de realisatie van mobiliteitsmaatregelen in de noordelijke Duin- en Bollenstreek. Op het moment van schrijven (maart 2021) zijn de onderzoeken gestart; naar verwachting worden de eerste ambtelijke resultaten in de tweede helft van 2021 opgeleverd. De maatregelen richten zich op het realiseren van oost-westverbindingen met de Haarlemmermeer. In de omgeving van Hillegom wordt gezocht naar een verbinding over de Ringvaart en maatregelen die het doorgaande (vracht)verkeer door de kern van Hillegom verminderen. Verbreding van de A4 tussen N14 bij Leidschendam en knooppunt Burgerveen (richting Schiphol) en wat dat voor effecten en kansen biedt voor het gebied tussen Leiden en Zoeterwoude, en tussen Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn. Meekoppelkansen bieden goede mogelijkheden om zowel binnen als buiten het domein mobiliteit stappen te zetten. Realisatie HOV-trajecten conform de R-netformule: HOV (Noordwijk-)Katwijk-Leiden, LeidenZoetermeer en Noordwijk-Schiphol. Traject Beter bereikbaar Gouwe in het zuidoostelijk deel van de regio, een integraal proces ter verbetering van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de kernen rondom de Gouwe en de Greenport regio Boskoop.
Het rapport N206-N209 past bij dit project en maakt tegelijkertijd onderdeel uit van de verbetering van de noord-zuidverbinding tussen Zoetermeer en de Metropoolregio Amsterdam. Evaluatie N207 corridor Alphen-Leimuiden, waarin het verbeteren en doorontwikkelen van de N207, inclusief HOV en het aanwijzen van transferium Alphen Noord/op- en overstappunten, centraal staat. Rijnlandroute; deze wordt op dit moment gerealiseerd.
Aanvullend onderzoek en uitwerking nodig Om de sleutelprojecten voldoende beargumenteerd te kunnen agenderen, te consolideren en hier middelen en draagvlak bij bedrijfsleven en andere overheden voor te vinden, is (aanvullend) onderzoek nodig. Deze onderzoeken staan onder regie van Holland Rijnland en kunnen eventueel parallel aan elkaar worden uitgevoerd. 1. Onderzoek naar de vervoerwaarde en een bijpassend (H)OV-systeem (groeimodel naar light rail) in relatie tot de ruimtelijke vulling van Holland Rijnland in 2040 conform ROA. Hieruit de 3 meest urgente corridors/routes verder uitwerken met de bijbehorende partners. Daarin onder andere mee te nemen:
4
2.
3.
4.
5.
a. In hoeverre het aanwijzen en gebruiken van mobiliteitshubs/transferia bijdragen aan het bereiken van de ruimtelijke en duurzaamheidsambities; b. Op welke wijze (H)OV of collectief (vraagafhankelijk)vervoer bijdraagt aan het verbeteren van de bereikbaarheid van kleinere kernen, recreatieve hotspots en het vergroten van de sociale inclusiviteit. Onderzoek naar de benutting van het autonetwerk, gelet op de veranderende modal split, in 2040 en hieruit de 3 belangrijkste knelpunten verder uit te werken naar oplossingsrichtingen, samen met de bijbehorende partners. Onderzoek naar de succesfactoren en belemmeringen voor het versneld uitvoeren van het doorfietsnetwerk en de mogelijkheden voor het verkrijgen van externe financiering vanuit provinciale subsidiebronnen en de Nationale Toekomstagenda Fiets. Onderzoek op welke wijze Holland Rijnland de ruimtelijke en economische belangen en ambities van lokale overheden en bedrijfsleven kan verknopen en kan gebruiken voor het smeden van allianties met regionale, nationale en internationale partijen om zodoende urgentie, draagvlak en middelen te verkrijgen voor het uitvoeren van de sleutelprojecten binnen de regio. Verdere uitwerking van de in de RES geïdentificeerde bouwblokken en de beoogde maatregelen gericht op de verdere verduurzaming van mobiliteit in Holland Rijnland.
Op basis daarvan kan worden besloten op welke specifieke maatregelen door de regio en de gemeenten (extra) wordt ingezet.
Organisatie De inzet van HollandRijnland is om te komen tot een integraal uitvoeringsprogramma voor het ruimtelijk domein. De kansen en knelpunten van mobiliteit worden in dat uitvoeringsprogramma in samenhang met andere thema’s (wonen, economie, etc) nader uitgewerkt, Binnen het thema mobiliteit geeft de RSM de richting aan de mobiliteitsagenda. Deze programmatische aanpak betekent dat het totaal aan vervolgopdrachten een gezamenlijk proces wordt. Richting uitvoering Na vaststelling van de Regionale Omgevingsagenda, RES 1.0 en Regionale Strategie Mobiliteit willen we een uitvoeringsprogramma op gaan stellen om daarmee uitvoeringsprogramma op gaan stellen. Daartoe zien we uitvoeringslijnen ontstaan. Uitvoeringslijnen die nodig zijn nadat we de lopende afspraken en plannen hebben uitgevoerd. Dat zijn lijnen voor het uitwerken van de ontwikkelmogelijkheden van de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn, een Landschapsstrategie als vehikel voor het versterken van de diverse landschappen, het gefaseerd kunnen ontwikkelen van Alphen aan den Rijn als complete stad en als knoop van huidige en toekomstige infrastructuur in het oostelijk deel van de regio waar de omliggende kernen ook vervolgens weer van gaan profiteren.
Speciale aandacht geven we ook aan de Duin- en Bollenstreek gezien de vele ruimteclaims, het karakter van het veelkleurige en kleinschalige landschap, en de ligging nabij grote ontwikkelingen net aan de andere kant van de Ringvaart in de Haarlemmermeer (zoals woningbouw, infrastructuur en Schiphol). Uitvoeren en lobby In dit integrale uitvoeringsprogramma wordt samen met de subregio’s met de subregionale agenda’s, en met gebruikmaking van de lijnen uit de RES 1.0 en RSM gewerkt aan het concreet maken van de plannen in ingreep, termijn, inzet, en benodigde governance. Ook vormt deze een opmaat voor een lobbystrategie voor zowel beleidslijnen, plannen en benodigde investeringen. Deze subregionale agenda’s hebben we zoveel mogelijk verwerkt maar heeft op onderdelen tot discussiepunten geleid die we zoveel mogelijk hebben willen verwerken in de voorliggende Regionale Omgevingsagenda, en die we zeker een plek willen geven in het Integrale Uitvoeringsprogramma.
5
Uitnodiging tot indienen wensen en bedenkingen Aangezien het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland deze Regionale Omgevingsagenda gaat vaststellen, vragen we uw raden om wensen en bedenkingen vanuit uw gemeenten in te dienen op het voorliggende document. Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland neemt uw wensen en bedenkingen mee in de besluitvorming die is voorzien op 30 juni 2021.
6