Bijlage 2 bij RM d.d. 24 febr 2021 Ontwerp Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening Z-21-141963 O
Tekst van het document
Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, t.a.v. Minister mw. Drs. C. Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, postbus 20901, 2500 EX Den Haag.
Betreft: zienswijze op het Ontwerp Voorkeursbesluit Luchtruimherziening
Geachte minister Van Nieuwenhuizen, Met deze brief maken wij onze zienswijze kenbaar over het Ontwerp Voorkeursbesluit Luchtruimherziening. Hieronder geven wij een aantal algemene opmerkingen, aangevuld met meer specifieke zaken. Onze zienswijze is een aanvulling op de visie van de BRS, die wij uiteraard delen. Algemeen Vliegtuiggeluid is een grote ergernisfactor in onze regio. Zowel uit onze jaarlijkse Meetrapportage Vliegtuiggeluid als uit de meldingen van het Bewoners Aanspreekpunt Schiphol (BAS) blijkt dat er aantoonbaar meer overlast is ontstaan in onze regio, door meer gebruik van de Kaagbaan, veel nachtvluchten en vliegtuigen die (te) laag vliegen, ook vorig jaar in Coronatijd. In de Ontwerp Luchtruimherziening zien wij een aantal kansen om hinder te beperken, zoals het verhogen van het verplicht volgen van de luchtverkeerswegen tot 6.000 voet en het meer toepassen van glijvluchten. Wat ons betreft zijn dat harde randvoorwaarden bij de verdere uitwerking. Wij vinden het een goede zaak dat er in het ontwerpproces van de Luchtruimherziening een aantal malen openbare discussiesessies zijn geweest. Desondanks vinden wij dat we als belanghebbende bestuurders rond Schiphol onvoldoende direct betrokken zijn bij de totstandkoming van deze nota. De nota heeft namelijk grote invloed op woningbouwplannen, geluidhinder en volksgezondheid in onze gemeenten.
Het is duidelijk dat het hele traject tot nu toe vrijwel uitsluitend luchtzijdig is vormgegeven, met deskundigen van LVNL, Schiphol, Defensie en ‘plezierluchtvaart’ (drones, zweefvliegers, parachutespringers etc.). Er zat niemand aan tafel die de belangen op de grond representeerde, terwijl de effecten daar juist enorm kunnen zijn. Wij verzoeken u daarom in het uitvoeringstraject nadrukkelijk te zorgen voor vroegtijdige participatie van gemeenten en provincies. De toezegging van uw projectleider in de BRS hieromtrent was hoopgevend. Inhoudelijke punten
Wat ons betreft moet uitgangspunt van de Luchtruimherziening zijn dat iedereen er op vooruit gaat qua hinderbeleving. De insteek lijkt nu te zijn dat het gemiddeld beter wordt, maar wat betekenen de vaste naderingsroutes voor de mensen die daar recht onder wonen? Wij vinden dat zij er niet op achteruit mogen gaan. De nota suggereert dat deze ‘geconcentreerde’ hinder wordt beperkt door hoger aan te vliegen. Wij zien op zich wel de potentie van deze oplossing, maar vragen ons af of hoger aanvliegen in glijvlucht wel mogelijk is als de drukte in het luchtruim weer toeneemt. Het lukt de LVNL zelfs in de rustige Coronatijd maar mondjesmaat om dit voor elkaar te krijgen. Bovendien is het zo dat deze maatregel geen effect sorteert dicht bij de luchthaven. Met name voor het gebied tussen
7,5 km en 30 km is het zeer de vraag of de voorkeursvariant gerealiseerd kan worden. Indien dat niet zo is moeten die bewoners op een andere wijze worden gecompenseerd. Dit speelt vooral bij de Kaagbaan, die getuige het Programma Hinderreductie van Schiphol/LVNL nog intensiever gebruikt zal gaan worden. De adequate regeling van hoger aanvliegen in glijvlucht moet daarom wat ons betreft al geregeld zijn voordat de keuzes worden doorgevoerd. Wij vragen nadrukkelijk uw aandacht voor de interferentie van het vliegtuiglawaai met de verstedelijkingsopgave in de Randstad en dus ook in onze regio. De woningnood is hoog en de beperkingen die de geluidcontouren van Schiphol opleggen aan nieuwbouwprojecten beslaan vele honderden vierkante kilometers. Onze regio is er op gebrand dat veranderingen in de lucht niet gaan leiden tot een verdere beperking van onze duurzame verstedelijkingsopgave. Wij zien dat er grote veranderingen mogelijk worden gemaakt. Dat zijn deels gunstige perspectieven, maar enkele kunnen vooral voor onze regio (de zuidkant van Schiphol) ook negatieve consequenties hebben: de vliegroutes vanaf de 4e Fix, het wellicht verleggen van routes over zee. Dit kan grote verschuiving van hinder tot gevolg hebben, waar nu nog geen enkel inzicht in is. Om die reden vragen wij u met klem om nu geen onomkeerbare keuzes vast te leggen.
Als bij de uitwerking blijkt dat de effecten negatief zijn moeten keuzes alsnog gewijzigd kunnen worden. Er wordt een flink pakket aan wijzigingen aangekondigd, maar het is moeilijk in te schatten wat dit concreet betekent, wat de samenhang is en hoe het totale effect zal uitpakken en welke locaties meer of minder hinder krijgen. Wij willen hier graag snel inzicht in. Ook zouden wij graag de samenhang zien met het Programma Hinderbeperking van Schiphol en de doelen uit de Luchtvaartnota en o.a. het stikstof- en klimaatbeleid. Kortom, wij verzoeken om een integrale benadering, vergelijkbaar met de Omgevingswet (ruimtelijk, gezondheidskundig, milieukundig, juridisch en beleidsmatig). Doorslaggevend voor de besluitvorming over (concentratie van) routes en het bepalen van de geluidhindereffecten is de rekenmethodiek die hiervoor wordt gehanteerd. Wij dringen er op aan de verouderde methodiek te actualiseren. Deze is gebaseerd op dosis-effectrelaties uit 2002 (nog voor de Polderbaan) en werkt met jaargemiddelden, terwijl in de hinderbeleving ook de tijdsduur van de rustmomenten van groot belang is.
Als voorbeeld: hoe kan nu al beschreven zijn dat de geluidreductie tussen 15 en 25% zal liggen als er nog geen routes bekend zijn; hoe is dat dan berekend? De toelichting in de Kamerbrief dat het ‘geluidprofiel op de grond’ 20% afneemt doet vermoeden dat een deugdelijke koppeling met hinderbeleving ontbreekt. Ons inziens moet het normenstelsel worden herzien op basis van de actuele situatie (landzijdig en luchtzijdig), een deugdelijke nulmeting, de regelgeving van het nieuwe LVB en een gevalideerde berekeningsmethodiek. Wij vinden dat er in de Luchtruimherziening te weinig aandacht is voor de startprocedures, terwijl die in het noorden van onze regio juist voor veel hinder zorgen. Wij vragen u hier specifieke oplossingen voor te ontwerpen. Wij verzoeken met klem om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor het verminderen van de hinder door nachtvluchten. Dit zou een belangrijke maatregel moeten zijn voor compensatie van de bewoners bij de primaire banen, die naar verwachting nog intensiever gebruikt gaan worden. De in het nieuwe LVB aangekondigde vermindering van 10% is geen adequate oplossing, omdat dit de slaapverstoring nauwelijks vermindert; van 1 vliegtuig word je ook wakker. Er moeten langere periodes van echte stilte in de nacht worden gecreëerd, zonder dat dit leidt tot verschuivingen naar de randen van de nacht.
Veel maatregelen zijn gericht op het intensiever gebruiken van de Kaagbaan en leiden dus tot nog meer hinder voor onze regio. Wij vragen om een maatregel om meer rustmomenten te creëren, omdat dat belangrijk is voor de gezondheid van onze bewoners. Weliswaar zijn de piekniveau’s in onze regio meestal lager dan in het binnengebied, maar de lange tijdsduur van hinder is onder de primaire banen een groot knelpunt.
Met deze zienswijze hopen wij een bruikbare bijdrage te leveren aan de besluitvorming over de Luchtruimherziening, zodanig dat de integrale afweging tussen luchtzijdige en landzijdige belangen zorgvuldig plaatsvindt. Graag gaan wij nader met u in gesprek om het een en ander nader toe te lichten. Hoogachtend, mede namens mijn collega bestuurders van cluster Zuidwest*
Mr. K.M. van der Velde-Menting, Burgemeester Kaag en Braassem, In casu Voorzitter Bestuurlijk Vooroverleg Schiphol cluster Zuidwest, Postbus 1, 2370 AA Roelofarendsveen
* Het Bestuurlijk Vooroverleg Schiphol cluster ZW bestaat uit de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen.