Bijlage 2 bij RM d.d. 23 november 2021 Nadere regels jeugdhulp 2022 Z-21-149855 Oegstgeest
Tekst van het document
Bijlage 2 Toelichting op de Nadere regels jeugdhulp gemeente Oegstgeest 2022 Artikel 1 Begripsbepalingen 2.a. (boven) gebruikelijke zorg: Het door ouders aan kinderen bieden van een woonomgeving waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat en zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans die nodig is bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid, is voor alle leeftijden gebruikelijke zorg. Wanneer zorg als bovengebruikelijke zorg volgens de richtlijn van het CIZ wordt aangemerkt, wil dit niet zeggen dat de ouders, eventueel met behulp van het sociaal netwerk, niet voldoende draagkracht hebben de boven gebruikelijke zorg te leveren. Voor een verdere weging kunnen onderstaande punten gebruikt worden: a. is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden; b. is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden; c. levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op; d. ontstaan er financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden? De effectiviteit van hulp geboden door de ouders zit hem vaak in de voortdurende nabijheid die nodig is om de hulp te kunnen bieden wanneer dit nodig is, dus op ongeplande tijden.
De duur en de omvang van de benodigde hulp kan de gebruikelijke zorg ver overstijgen, waardoor langdurige aanpassingen in het leven van de ouder(s) nodig is om de draagkracht te verruimen om de draaglast van de hulp te kunnen leveren. Soms is het bieden van hulp aan en zorgen voor een kind zo zwaar dat sprake is van overbelasting. Er is dan geen of beperkt evenwicht meer tussen draagkracht (=belastbaarheid) en draaglast (=belasting), vaak gekenmerkt door fysieke en/of psychische klachten van de ouder/verzorger. Vaak is het overnemen van de bovengebruikelijke zorg voldoende om dit evenwicht te herstellen. De in de Jeugdwet bedoelde maatstaven eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouder(s) bieden geen ruimte voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin om zelf jeugdhulp te kunnen verlenen en/ of te bekostigen. In het onderzoek naar de gezinssituatie, kan de financiële situatie indirect wel meewegen in het bepalen van de ‘eigen kracht’. Indien in het gezin bijvoorbeeld schuldenproblematiek speelt, kan dit van grote invloed zijn op de draagkracht van een gezin. Artikel 2.1. Toegang tot niet vrij toegankelijke jeugdhulp Het jeugdteam Leidse regio is door het college gemandateerd voor de inzet van niet vrij toegankelijke hulp. Artikel 2.2. Hulpvraag Lid 3.
De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen voor hun aanvraag tot jeugdhulp gebruik maken van gratis cliëntondersteuning. Deze kan worden aangevraagd bij MEE of bij het Adviespunt Zorg Belang. Artikel 2.4. Gesprek/onderzoek/plan Lid 1. Volgens de Jeugdwet dient de aanvrager te motiveren dat het bestaande (gecontracteerde) aanbod van zorg in natura niet passend is en hij daarom een pgb wenst. Het is van belang dat de aanvrager kan aantonen dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt tot gelijkwaardige of betere en effectievere ondersteuning. Ook moet de aanvrager beargumenteren dat de ondersteuning aantoonbaar doelmatiger is. Het opstellen van een gezinsplan zorgt ervoor dat de aanvrager nadenkt
over zijn zorgvraag en het doelbereik, deze uitwerkt en concretiseert, om daarmee de kwaliteit van zorg te evalueren. Vragen die beantwoord moeten worden bij de motivatie in het gezinsplan: - Waarom wil de aanvrager een pgb en geen zorg in natura - Welke ondersteuning wordt met het pgb ingekocht ? - Welke doelen/resultaten worden er met de ondersteuning bereikt? Lid 2. Het horen door het college van de jeugdige wordt als noodzakelijk geacht om het onderzoek op adequate wijze te verrichten. Indien, in uitzonderlijke gevallen, het niet mogelijk is de jeugdige te horen, dan kan de jeugdige worden geobserveerd, dan wel het sociaal netwerk, deskundigen of betrokken hulpverleners om nadere informatie of advies worden gevraagd. Indien wenselijk dan wel noodzakelijk (de beoogde zorg zal thuis worden geleverd) worden de jeugdige en vertegenwoordiger gehoord in de thuissituatie. Lid 4. Gezinsplan en budgetplan In het geval dat ouders een pgb willen aanvragen, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) een gezinsplan, inclusief budgetplan, te overhandigen aan het college; In het gezinsplan wordt benoemd: a. dat een maatwerkvoorziening nodig is; b. de persoonlijke, specifieke, persoonsgebonden jeugdhulp die beoogd wordt; c.
een motivering waarom het aanbod van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieders (zorg in natura) in zijn specifieke situatie niet passend is naar het oordeel van de aanvrager; d. hoe de inwoner het PGB gaat besteden; en e. welke doelen gerealiseerd worden met het PGB. Het budgetplan is een onderdeel van het gezinsplan. Hierin staat hoe het PGB wordt besteed. De zorgvrager beschrijft in het budgetplan: a. de geleverde zorg; b. een opgave van de kosten van deze jeugdhulp; c. hoe en waar de zorg geleverd gaat worden; d. door welke aanbieder / zorgverlener uit sociaal netwerk de zorg geleverd gaat worden; e. hoe wordt toegezien op de uitvoering van de zorg; f. hoe wordt toegezien op de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg; op welke wijze de zorgvrager het budget gaat beheren en rapporteren. Hieruit blijkt dat de budgethouder voldoende bekwaam is om de verantwoordelijkheid van het budgetbeheer op zich te nemen; g. wanneer en op welke wijze het gebruik van het PGB, de doelmatigheid van de verleende ondersteuning en het budgetbeheer door de jeugdige en/of de ouders, een medewerker van het jeugdteam en de zorgverlener wordt geëvalueerd; In het geval dat een PGB voor een periode langer dan 1 jaar wordt verstrekt, vindt de evaluatie ten minste 1 keer per jaar plaats.
Indien een PGB wordt verstrekt voor een periode van een jaar of korter vindt de evaluatie ten minste 1 keer in de zes maanden plaats. Artikel 2.5 Aanvraag Er wordt voor het doen van een aanvraag in principe gewerkt met de richtlijn 1Gezin1Plan1Regisseur. Ouders kunnen voor akkoord tekenen of voor gezien. Artikel 2.6 Behandeling aanvraag Lid 3. Vaktherapie
Er kan een PGB worden verstrekt voor vaktherapie als dit een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. Voor enkel vaktherapie kan geen PGB worden verstrekt en wordt verwezen naar de (aanvullende) zorgverzekering. Artikel 2.7 Waakvlam Veel jeugdhulp wordt ingezet voor jeugdigen in kwetsbare gezinnen, met een lage sociaaleconomische status en schuldenproblematiek. Juist bij deze kwetsbare jeugdigen en/ of gezinnen is inzet van de verschillende wettelijke kaders en budgetten op gemeenteniveau essentieel: Wmo, Participatiewet, Jeugdwet. Bij kwetsbare gezinnen kunnen ook veiligheidsproblemen spelen. Bedoeling moet zijn dit soort problemen voor te zijn en te voorkomen. Deze jeugdigen en/ of gezinnen kunnen gebaat zijn bij langdurige, lichte (waakvlam)ondersteuning nadat de resultaten uit het ondersteuningsplan van de casuïstiek van de gemeentelijke toegang zijn gerealiseerd en het hulpverleningstraject is afgerond. Om terugval te voorkomen belegd het Jeugdteam de waakvlamfunctie.
Artikel 2.8 Afbakening Jeugdwet Wet langdurige zorg (Wlz) In de wet is vastgelegd wanneer iemand toegang heeft tot de Wlz (Art 3.2.1 Wlz): Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan: a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen, door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft. Er is geen recht op jeugdhulp, indien de jeugdige in aanmerking komt voor de Wet langdurige zorg. De verzorgers zijn verplicht om een aanvraag in te dienen voor de Wlz, indien de jeugdige voldoet aan de eisen die de Wlz stelt.
Zorgverzekeringswet (Zvw) Gaat een jeugdige met psychische klachten naar de huisarts en kan de (praktijkondersteuner van de) huisarts deze klachten afdoende behandelen, dan is dit verzekerde zorg die onder de Zvw valt. Als de jeugdige is aangewezen op meer specialistische zorg en begeleiding, dan valt de geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen tot 18 jaar onder de Jeugdwet. Intensieve Kind Zorg (IKZ) onder de Zvw Jeugdigen die in aanmerking komen voor Intensieve Kind Zorg, zijn jeugdigen: - met zwaar complexe somatische problematiek met een behoefte aan permanent toezicht; - met lichtere complexe problematiek, waarbij 24-uur zorg per dag in de nabijheid nodig is in combinatie met specifieke verpleegkundige handelingen zoals intraveneuze medicatietoediening. Zorg aan minderjarigen met ernstige medische problematiek die onder de verantwoordelijkheid staan van een medisch specialist of kinderarts. Voor intensieve kindzorg geldt dat naast verpleging en daarmee samenhangende verzorging ook begeleiding thuis, verblijf in een kinderhospice, verzorging en begeleiding op school, kortdurend verblijf en opvang in een verpleegkundig kinderdagverblijf inclusief het vervoer van en naar dit dagverblijf onder de Zvw-aanspraak vallen.
Overige zorg uit de Zvw Indien er geen sprake is van IKZ, maar wel van verpleging valt ook dit onder de Zvw. Als verpleging en daarmee samenhangende persoonlijke verzorging samen worden aangeboden, vallen beiden onder de Zvw. Als verpleging wordt aangeboden met begeleiding komt de zorg uit twee wetten: verpleging valt onder de Zvw en de begeleiding valt onder de Jeugdwet. Passend Onderwijs Alle leerlingen die extra onderwijsondersteuning nodig hebben, zowel als er sprake is van een lichte als van een zware (onderwijs) ondersteuningsbehoefte, komen in aanmerking voor Passend onderwijs. Passend onderwijs houdt in dat scholen extra onderwijsondersteuning bieden. Het gaat dan om didactische en pedagogische ondersteuning die nodig is om de onderwijsdoelen te bereiken. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan ondersteuning van de leraar of een (tijdelijke) plaats voor de leerling in een bovenschoolse voorziening, het speciaal basisonderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs. In het (voortgezet) speciaal onderwijs is expertise beschikbaar voor de specifieke doelgroep van de school. Artikel 2.9 Vervoer Voor de gesloten jeugdzorg is het onderstaande niet van toepassing: daarvoor is in de Jeugdwet een aparte bepaling (art. 6.3.5 Jeugdwet) opgenomen waarbij het beveiligde vervoer geregeld wordt via de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DVO). Lid 1.
Vervoer binnen de Jeugdwet is alleen voor de jeugdige, en waar nodig zijn begeleider, van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Vervoer van ouders om hun kind te bezoeken valt hier niet onder. Lid 2. Het inzetten van een vervoersvoorziening is beperkt tot het vervoer naar de meest dichtstbijzijnde aanbieder welke, naar redelijkheid, de meest minimaal noodzakelijke en passende zorg zou kunnen bieden. Dit is ter beoordeling van het college. De inhoud van de zorg is hierbij leidend. Een uitzondering hierop wordt gevormd door jeugdhulp met verblijf, indien er een langere wachttijd is dan 8 weken. Lid 3. Voor vervoer naar jeugdhulpaanbieders die verder zijn gelegen dan 20 kilometer buiten de regiogrens geldt dat alleen kosten op basis van openbaar vervoer, of in uitzonderlijk geval eigen vervoer kan worden vergoed. Lid 4. De Jeugdwet gaat uit van de eigen kracht van ouders. Jeugdhulp is pas van toepassing voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Dit is ook van toepassing op vervoer. Eerst dient te worden onderzocht of ouders het vervoer zelf kunnen organiseren. Bij het wegen van eigen kracht worden verschillende opties onderzocht, in de volgende volgorde: a. Vergoeding van openbaar vervoer; b. Vergoeding van eigen vervoer (km-tarief); c. Aangepast vervoer in de vorm van een taxi, of zo nodig een rolstoeltaxi.
In de volgende situaties is er sprake van gebruikelijke zorg die van ouders in gemiddelde omstandigheden mag worden verwacht: a. Afstanden tot 6 kilometer van huis; b. Afstanden tot 750 km in totaal per jaar; c. Ophalen na 17.00 uur; d. Halen en brengen in het weekend (vrijdag 17.00 uur tot en met zondagavond 24.00 uur). Lid 5. Van een onderwijs-zorglocatie is sprake indien een onderwijsinstelling met BRIN-nummer en een zorgaanbieder op dezelfde of zeer nabijgelegen locatie een geïntegreerd aanbod hebben van zowel onderwijs als jeugdhulp. Dit vervoer valt onder het leerlingenvervoer, met de daarbij behorende regels zoals opgenomen in de verordening leerlingenvervoer.
Lid 6. Indien er recht op vervoer ontstaat kan de uitvoering daarvan plaatsvinden door middel van een pgb indien ouders het vervoer zelf organiseren, door de jeugdhulpinstelling indien het bij die instelling is gecontracteerd of het kan door de gemeente worden georganiseerd. Artikel 3.1. Taken PGB Het Jeugdteam geeft namens het college een pgb af tot de maximumleeftijd van 18 jaar. Soms is de ondersteuningsvraag nog aanwezig als de jeugdige 18 jaar wordt. De begeleiding kan dan doorlopen. Dit moet zijn opgenomen in het perspectiefplan. Het pgb op grond van de Jeugdwet eindigt. Als voortzetting van hulp noodzakelijk is, wordt een aanvraag voor hulp op grond van de WMO ingediend. Afstemming tussen de cliënt, het Sociaal Wijkteam gemeente Oegstgeest en het Jeugdteam is van belang. Er zijn vier mogelijkheden als de jongere 18 jaar wordt: Lid 1. Ouder(s) en de jongvolwassene nemen contact op, omdat na het 18e jaar het budget afloopt en ze dat niet wenselijk vinden; Lid 2. De ondersteuningsvraag is al bekend bij het Jeugdteam en het Jeugdteam neemt contact op met de jongere/de ouder(s), samen en/of afgestemd met het betrokken Sociaal Wijkteam gemeente Oegstgeest; Lid 3. Indien het een nieuwe zorgvraag betreft, pakt het Sociaal Wijkteam gemeente Oegstgeest de vraag op. Lid 4. In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat er geen enkel ander wettelijk kader van toepassing is.
Het pgb kan dan doorlopen op grond van de Jeugdwet tot 23 jaar (verlengde jeugdhulp). Lid 8. Bekwaamheid/pgb Vaardigheid Van de jeugdige of zijn ouders wordt verwacht dat deze zelfstandig een redelijke waardering kan maken van zijn belangen. Een jeugdige of zijn ouders moet duidelijk kunnen maken welke problemen deze heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning deze gebaat is. Om na te gaan of de aanvrager of diens vertegenwoordiger op verantwoorde wijze met het pgb om kan gaan, wordt de bekwaamheid beoordeeld. Om de bekwaamheid van de budgethouder te beoordelen wordt rekening gehouden met het Taken Kennis Vaardigheden (TKV) kader: 1. De budgethouder overziet zijn situatie en ondersteuningsvraag: kan aangeven welke problemen worden ondervonden, hoe deze zijn ontstaan en welke ondersteuning nodig is; 2. De budgethouder is op de hoogte van de regels, verplichtingen en verantwoordelijkheden (inclusief de financiële aspecten) die horen bij een pgb; 3. De budgethouder is in staat en verplicht een pgb-administratie bij te houden: onder andere inzicht hebben in de gefactureerde en/of gedeclareerde bedragen en hierover verantwoording moeten kunnen afleggen; 4. De budgethouder is in staat te communiceren met andere partijen; 5. De budgethouder is in staat zelfstandig te handelen en voor een zorgverlener te kiezen; 6.
De budgethouder is in staat afspraken in een ondersteuningsplan en/of zorgovereenkomst te maken en vast te leggen en te wijzigen indien nodig; 7. De budgethouder kan beoordelen of de geleverde zorg kwalitatief goed is: de doelstelling in het ondersteuningsplan kunnen bewaken; 8. De budgethouder kan de inzet van zorgverleners coördineren: weten hoe te handelen bij verlof en ziekte van de hulpverlener; 9. De budgethouder is in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverlener(s) aan te sturen; 10. De budgethouder heeft voldoende juridische kennis over het werk- of opdrachtgeverschap of weet deze kennis te vinden.
De bekwaamheid voor het hebben van een PGB wordt door het college in samenspraak met de aanvrager getoetst, het oordeel van het college is hierin leidend. Bij twijfel aan de bekwaamheid en/of de goede intenties van de budgetbeheerder kan een VOG worden gevraagd. Het college kan bij de beoordeling gebruik maken van de pgb-test zoals deze wordt aangeboden door Per Saldo. De uitslag van deze test wordt door het college betrokken bij het besluit op de aanvraag. Indien de aanvrager op onderdelen onvoldoende scoort, kan hij ervoor kiezen zich, onder eigen verantwoordelijkheid, hierop te trainen. Als een herbeoordeling nadien door het college positief geacht wordt, kan alsnog een pgb verstrekt worden . Mocht het college van oordeel zijn dat de persoon dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn (wettelijk) vertegenwoordiger niet bekwaam is voor het houden van een pgb, dan kan het college het pgb weigeren. Bij jeugdigen onder de 16 jaar zijn het de ouders of diens wettelijke vertegenwoordiger die over de bekwaamheid moeten beschikken om zorg in te kopen. Bij jeugdigen tussen de 16 en 18 jaar (met een uitloop tot 23 jaar) kan het echter voorkomen dat de jeugdige zelf het contract aangaat. De jeugdige moet dan zelf bekwaam geacht worden.
Artikel 3.2 Functiecategorieën pgb Vervoer via het PGB kent geen aparte functiecategorie, omdat vervoer altijd in combinatie met een andere jeugdhulpvoorziening wordt toegekend. Daarnaast is het ook mogelijk om vervoer aan te vragen zoals omschreven in artikel 2.9. De functiecategorieën voor pgb zijn nader toegelicht in het tarievenoverzicht ‘Tarieven PGB Jeugd Oegstgeest’ dit overzicht wordt via de website van het Jeugdteam ter beschikking gesteld. Artikel 3.3, lid 2 sub a: Inzet sociaal netwerk Het college dienst slechts een pgb te verstrekken als de jeugdige of ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die geleverd wordt door een gecontracteerde aanbieder niet passend achten. Indien het een persoon uit het sociale netwerk betreft dient de jeugdige of ouder tevens voldoende te motiveren dat dit tot gelijkwaardige of betere en efficiëntere ondersteuning leidt en gelijkwaardig of doelmatiger is dan het betrekken van jeugdhulp van een persoon buiten het sociale netwerk. Ook is voldoende onderbouwd op welke wijze de inzet van het sociaal netwerk leidt tot het gezond en veilig op groeien, toe groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam zijn en maatschappelijk participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
Artikel 3.3 lid 2 sub c: Overbelasting Het verlenen van zorg mag niet leiden tot het besluit tot opzeggen van dienstverband of verminderen van arbeidsparticipatie, vrijwilligers werk en andere reguliere werkzaamheden en dagbesteding (dit heeft een negatieve invloed op zelfredzaamheid en belastbaarheid van gezin). Dan leidt het geven van zorg dus tot overbelasting en is deze persoon niet de aangewezen persoon om hulp te verlenen. Dit vergroot de kwetsbaarheid van een gezin en verkleint de zelfredzaamheid. Artikel 3.3 lid 7 Kwaliteit Onder kwaliteit wordt ook verstaan het behalen van doelen. Indien deze niet gehaald worden, wordt met de ouders besproken of (tijdelijke) inzet van professionele hulp hierbij kan helpen. Artikel 3.3 lid 9 Zorgplan In het zorgplan moeten de doelen duidelijk worden omschreven. Dan kan ook daar het (evaluatie)gesprek met ouders over gevoerd worden. Indien de zorgverlener naar inschatting van het
college het kind onvoldoende begeleidt in zijn ontwikkeling, is dat aanleiding om te bezien of aanvullende zorg noodzakelijk is. Worden de doelen niet tijdig gehaald, dan wordt onderzocht of inzet van professionele ondersteuning hieraan kan bijdragen. Vrije tijd en vakantie Pgb voor bovengebruikelijke zorg in vrije tijd en vakantie kan onderdeel zijn van een pgb, mits het jeugdhulpdoelen dient. a. In het gezinsplan kunnen jeugdhulpdoelen staan, die te maken hebben met de vrijetijdsbesteding van het kind. Activiteiten die overeenkomen met vormen van vrijetijdsbesteding (zoals paardrijden, roofvogelclub, boksen, scouting, zwemles e.d.) kunnen ook jeugdhulpdoelen dienen zoals het reguleren van emoties, het vergroten van zelfvertrouwen en het doorbreken van isolement. Ook hier dient de afweging te worden gemaakt wat gebruikelijk is en wat in het kader van het gezinsplan noodzakelijke bovengebruikelijke zorg is. b. De normale contributie (lidmaatschap) of activiteitkosten zijn niet uit jeugdhulpmiddelen te bekostigen. Bij het normaliseren van de hulp betekent dit dat de basiskosten van vrijetijdsbesteding voor rekening van de ouders komen. c. Vakantie is een bijzondere vorm van vrijetijdsbesteding. Tijdens de vakantie bevat gebruikelijke zorg dat ouders er voor de kinderen zijn en voor elkaar.
Begeleiding vanuit eigen netwerk moet feitelijk extra oppas/begeleiding inhouden en niet de inzet van een ouder. In een vakantieperiode kan er, indien mogelijk, minder ingezet worden op jeugdzorgdoelen. Het aantal uren dat per week aan begeleiding door derden wordt ingezet, kan ook in de vakantie worden voortgezet. Respijtzorg Respijtzorg biedt ouders de mogelijkheid hun zorgtaken voor hun kind tijdelijk aan een ander over te dragen. Hierdoor kunnen zij af en toe vrijaf nemen van de zorg voor hun kind en kunnen zij de zorg voor hun kind beter volhouden. Respijtzorg is een belangrijk middel om overbelasting van ouders te voorkomen. Respijtzorg kan aangevraagd worden door middel van een pgb. Artikel 4.1 EED De samenwerkende partners bij dyslexiezorg zijn gemeente, scholen en zorgaanbieders. Scholen zijn verantwoordelijk voor signalering en begeleiding van kinderen met dyslexie of ernstige leesproblemen. De gemeente is verantwoordelijk voor dyslexiezorg bij Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED). Het document ‘Signalering, diagnostiek en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie’ is te vinden via https://jeugdhulphollandrijnland.nl/documenten. Artikel 5.1 Vertrouwenspersoon Artikel 5.1 gaat in op de kwaliteit. Een algemene kwaliteitseis is dat de Jeugdwet gemeenten verplicht tot het beschikbaar stellen van een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor Jeugdwetcliënten.
De functie van vertrouwenspersoon wordt uitgevoerd door de Stichting Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg en geldt voor alle vormen van jeugdhulp, uitgezonderd de jeugd-GGZ intramuraal. Het Ministerie van VWS blijft verantwoordelijk voor het vertrouwenswerk voor het intramurale deel van de jeugd-GGZ. Belangenvereniging Voor informatie en advies over het PGB: Belangenvereniging Per Saldo www.pgb.nl T: 0900-7424857
Artikel 5.3 Toezicht De toezicht op kwaliteit is op landelijk niveau belegd en wordt uitgevoerd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De toezicht op rechtmatigheid is op regionaal niveau belegd en wordt uitgevoerd door de Gemeente Oegstgeest. Het toezicht op zowel de rechtmatigheid als de kwaliteit is onderdeel van de uitvoering van gemeentelijke voorzieningen en verstrekkingen volgens de geldende regels en besluiten. De gemeente heeft een toezichthoudend ambtenaar aangesteld voor zowel het toezicht op kwaliteit als het toezicht op rechtmatigheid. Dit is vastgelegd in het *besluit B&W 21.0005 Aanwijzingsbesluit* *toezichthouders rechtmatigheid WMO en Jeugdwet 2020.* Toezicht op de kwaliteit Deze functie wordt binnen de Leidse regio gezamenlijk opgepakt. De functie van toezichthouder is op landelijk niveau belegd en wordt uitgevoerd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het IGJ ziet erop toe dat de uitvoering van de taken door aanbieders aan de kwaliteitsvereisten voldoet, het zogenaamde risico gestuurde toezicht. Het gaat hier niet (alleen) om controleren, maar juist ook om het monitoren en in gesprek zijn over de kwaliteit. Toezicht houden betekent ook tijdig signaleren van factoren die de kwaliteit van de dienstverlening en ondersteuning negatief kunnen beïnvloeden. Daarnaast hoort tot de taak van het IGJ het zogenaamde calamiteiten toezicht.
Aanbieders zijn ingevolge de Jeugdwet 2015 verplicht een eventueel bij hen opgetreden calamiteit binnen drie werkdagen te melden aan het IGJ. Het IGJ zal na een opgetreden calamiteit onderzoek verrichten naar de oorzaken die hebben geleid tot de calamiteit. Toezicht op rechtmatigheid Het college heeft een team toezichthouders rechtmatigheid aangesteld die erop toezien dat de beschikte zorg (zorg in natura en pgb) rechtmatig besteed wordt (zie ook artikel 31). Deze toezichthouders zijn verbonden aan het team Ondersteuning Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling. Met ‘rechtmatigheid’ bedoelen we het uitvoeren van gemeentelijke voorzieningen en verstrekkingen volgens de geldende regels en besluiten. Onrechtmatigheid (ook wel misbruik) kan zowel onbewust als bewust zijn. Als een inwoner onbewust in strijd met de geldende regels handelt, dan noemen we dit een fout. Dit kan het gevolg zijn van onduidelijkheid, vergissingen of onoplettendheid. Hieronder valt ook ondoelmatig en/of ongepast gebruik: indien de geleverde ondersteuning niet noodzakelijk en/of effectief is en er sprake is van overbehandeling (verspilling) of onderbehandeling. Bewust in strijd met de geldende regels handelen, noemen we fraude. Onder fraude verstaan we het opzettelijk en doelbewust in strijd met de regels handelen met het doel om eigen of andermans financieel voordeel te verkrijgen.
De toezichthouders kunnen zowel proactief (risicogestuurd: op basis van vooraf vastgestelde prioriteiten of thema’s of steekproefsgewijs) als reactief (signaalgestuurd naar aanleiding van een melding van vermoedelijke fouten of fraude) optreden. Een melding kan door iedereen gedaan worden, interne meldingen kunnen worden gemeld via een e-mailadres en externe meldingen (door instanties, professionals en/of inwoners) kunnen worden gemeld via het meldingsformulier op de website van Gemeente Oegstgeest. Verplichting tot medewerking Het toezicht op zowel de rechtmatigheid als de kwaliteit is onderdeel van de uitvoering van gemeentelijke voorzieningen en verstrekkingen volgens de geldende regels en besluiten. Er geldt een verplichting voor zorgaanbieders, cliënten, budgethouders en andere betrokkenen bij de verstrekking van zorg in natura of een pgb tot volledige medewerking aan toezicht en aangekondigd en
onaangekondigd onderzoek door de Gemeente (of door ons daartoe aangewezen derden) op de naleving van de contracteisen, inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie waaronder begrepen: formele- en materiële onderzoeken, kwaliteitsonderzoeken, rechtmatigheid- en doelmatigheid onderzoeken, onderzoeken n.a.v. calamiteiten/geweldsincidenten, detailcontroles, fysieke controles op locatie en fraudeonderzoeken.