Bijlage 11 bij RV d.d. 26 oktober 2021 Vaststellen bestemmingsplan De Geesten Z-18-118551 Oegstgeest
Tekst van het document
80
Samenvatting: 14. Indiener kan niet uitsluiten dat zijn geconstateerde onzorgvuldigheden ook kleven aan (en doorwerken in) andere conclusies die in het verkeeronderzoek worden getrokken, onder meer voor wat betreft de te nemen maatregelen: In het verkeersonderzoek is aangegeven dat de Rhijngeesterstraatweg ter hoogte van ongeveer het gemeentehuis en de Wilibrord-rotonde een te smal profiel heeft dat niet aan de ontwerprichtlijnen voldoet. Indiener merkt op dat in het ontwerpbestemmingsplan - zonder verdere toelichting - niets is gedaan met het advies uit het verkeersonderzoek om het profiel van de Rhijngeesterstraatweg te veranderen. Reactie: De Rhijngeesterstraatweg heeft op het aangegeven deel inderdaad een smal profiel. Het bestemmingsplan is echter niet het kader waarin verkeersmaatregelen worden uitgewerkt. Het bestemmingsplan regelt de functies (in dit geval verkeersfunctie). Op welke wijze die wordt ingevuld is nog te bepalen. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Parkeren Samenvatting: 15. Indiener stelt dat in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met verkeerspieken bij het opengaan en sluiten van de beoogde Leo Kannerschool-locatie. Reactie: De wijze waarop het parkeren, halen en brengen van leerlingen van VSO Leo Kannerschool wordt vormgegeven, wordt nog uitgewerkt.
In de verkeersgeneratieberekeningen is rekening gehouden met de verkeersproductie en -attractie van de school (zie bijlage 1 verkeersonderzoek). Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 16. Indiener stelt dat in de Planregels niet voldoende is gewaarborgd dat bij de realisering van parkeergelegenheid, voldoende rekening wordt gehouden met de groene omgeving, althans dat parkeergelegenheid groen wordt ingepast. Indiener acht het dan ook van belang dat in de planregels een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen dat een bouwwerk pas mag worden gebouwd of van functie mag wijzigen als de parkeergelegenheid kwalitatief hoogwaardig in de groene omgeving wordt ingepast, bij voorkeur met verwijzing naar een concreet inrichtingsplan.
81
Reactie: Het bestemmingsplan borgt dat bij ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, volgens de door de gemeente vastgestelde parkeernormen. Het aantal benodigde parkeerplaatsen is afhankelijk van datgene wat er wordt gerealiseerd, en is afhankelijk van het aantal m² BVO dat wordt gerealiseerd. De locaties waar parkeerconcentraties mogelijk zijn, zijn op de planverbeelding aangegeven. In het Beeldkwaliteitsplan (pagina 46) zijn algemene criteria opgenomen, waarin staat dat parkeren uit het zicht en in groen gerealiseerd dient te worden. Ook mogen parkeervoorzieningen onder voorwaarden gerealiseerd worden binnen tien meter van een gebouw. Verder zijn in de planregels de maximale ontwikkelmogelijkheden vastgelegd. Conclusie: Een ambtelijke aanpassing is op dit punt in het bestemmingsplanplan doorgevoerd. Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
82
4.14 INDIENER ZIENSWIJZE 12: ADVIESCOMMISSIE GROEN EN NATUUR Samenvatting: 1. Adviescommissie Groen en Natuur (indiener) stelt dat het ontwerpbestemmingsplan De Geesten volledig afgestemd moet worden op bestaande beschermende maatregelen, zoals rijksbeschermd dorpsgezicht, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en landgoedbiotoop, en deze drie in samenhang. Alle onderdelen vormen immers een ensemble. Indiener stelt dat dit de beste waarborg voor handhaving van rust in het gebied – een belangrijke voorwaarde voor instandhoudíng van de natuurwaarden – en rust voor de zorgpatiënten die in het gebied worden verpleegd, biedt. Volgens indiener dienen het voorliggende ontwerpbestemmingsplan en aanhangende documenten in dat licht te worden geïnterpreteerd en aangepast. Reactie: De cultuurhistorische en natuurlijke waarden in het gebied De Geesten worden met het bestemmingsplan geborgd door: - De dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’, gerelateerd aan het beschermd dorpsgebied, afkomstig uit het voorgaande/vigerende bestemmingsplan. - De functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ op de bestemming ‘Groen’, afkomstig uit het voorgaande/vigerende bestemmingsplan. - De gebiedsaanduiding ‘overige zone – Natuurnetwerk Nederland’, zoals opgenomen in de Algemene aanduidingsregels maar abusievelijk verkeerd benoemd op de plankaart. - De drie dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’.
De beschermingen zijn opgenomen als aanduidingen en dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan en zullen integraal worden betrokken bij de beoordeling van de individuele bouwplannen. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 2. Indiener stelt dat de "Groene corridor" ter hoogte van poortgebouw en Julianaschool een functieloos concept is en dient als ruimtelijk instrument te worden geschrapt. De nieuw aan te leggen corridor komt uit op het parkeerterrein naast de Julianaschool, waar volgens de plannen de Leo Kannerschool gevestigd zal worden (in de bestaande school of nieuwbouw). Een verbinding op die plaats zal - na ontmantelen van de parkeerplaats - ingericht kunnen worden als openbaar groen, maar groen op de kaart is nog geen natuur met ecologische waarde. Daarnaast geeft indiener aan dat volledige ontmanteling van de parkeerplaats een onrealistische gedachte is, omdat er voor aanvoer van de scholieren parkeerruimte nodig is. Bovendien stelt indiener dat het plan bestaat er een fietspad aan te leggen, wat in strijd is met de aanleg van een groene en ecologisch functionerende verbindingszone. Voorts geeft indiener aan dat de corridor precies in de zichtas van het kasteel ligt, die het beste onaangetast kan doorlopen tot de Julianaschool.
Indiener is van mening dat de (gedeeltelijk) te handhaven parkeerplaats groener kan worden ingericht (meer “uit het zicht”).
83
Reactie: Met dit bestemmingsplan wil gemeente Oegstgeest inzetten op behoud en versterking van het groen, door een voor wandelaars en fietsers toegankelijk aaneengesloten groengebied te maken. Door de groengebieden van Rhijngeest en Endegeest met elkaar te verbinden ontstaat er naar onze mening een betere ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijke samenhang in de huidige versnipperde NNNstructuur en de provinciale Landgoederenzone van het gebied. Echter uit de massastudie voor de VSO Leo Kannerschool op de voormalige Julianalocatie is gebleken dat het geheel opheffen van het parkeerterrein niet mogelijk is. De Leo Kannerschool heeft namelijk een voorziening voor het schoolvervoer nodig. De mogelijkheden van het parkeerterrein naast de Julianaschool worden opnieuw bekeken. Tevens wordt gekeken naar mogelijkheden om parkeren in het landgoed te beperken en elders, buiten de NNN-zone, te plaatsen. Zolang dit nog niet rond is, moet de mogelijkheid tot parkeren in het bestemmingsplan gegeven worden. Het uitgangspunt van het ‘vergroenen’ van de parkeerplaats blijft bestaan. Op de juiste wijze ingepast kan een fietspad samengaan met de groene verbindingszone. Over de materialisatie, passend binnen het NNN-gebied, van deze verbinding zal afstemming gezocht moeten worden met Provincie Zuid-Holland. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 3.
Indiener geeft aan dat in de Gebiedsvisie staat dat er op verschillende plaatsen wandelpaden zullen worden verwijderd, met name in het bosperceel begrensd door de Geversstraat, Endegeesterlaan en Endegeesterstraatweg. Dit bosperceel is onderdeel van de NNN-structuur. Voorts geeft indiener aan dat het park van Landgoed Endegeest van aanzienlijke ouderdom is en dankzij terughoudend beheer een grote rijkdom is ontwikkeld in bodemfauna, overige fauna en flora. Volgens indiener leidt het verwijderen van paden en de voorgestelde herstructurering van het bos niet tot ecologische winst en is om meerdere redenen af te raden. De NNN-structuur ligt er niet voor niets. De paden in het aangegeven bosperceel zijn bovendien onderdeel van het oorspronkelijke ontwerp met enkele latere ontstane aanvullingen. Indiener is daarom van mening dat de padenstructuur het stempel ‘cultureel’ draagt en tot erfgoed dient te worden gerekend. Indiener stelt dat het padenpatroon niet dient te worden aangepast. Derhalve maakt indiener bezwaar tegen het verwijderen van wandelpaden en het maken van open plekken in het bosperceel begrensd door de Geversstraat, Endegeesterlaan en Endegeesterstraatweg. Daarnaast geeft indiener aan dat de in de Gebiedsvisie opgenomen kaarten en bijbehorende legenda niet duidelijk weergeven om welke paden het precies gaat en wat de toegedachte functie van de paden is.
Indiener is van mening dat fietsen op de meeste paden op het landgoed hoogst ongewenst is.
84
Reactie: In het bestemmingsplan heeft dit deel van het gebied de bestemming ‘Groen’ en de aanduiding NNN. Daarin zijn wandel- en fietspaden mogelijk. Het eventueel laten vervallen van wandelpaden wordt in overleg met de terreinbeheerder/-eigenaar op een later moment onderzocht. Zie ook punt 5. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 4. Indiener vraagt om het geplande fietspad vanuit de Dirck van Swietenlaan naar de Julianaschool niet aan te leggen op de wijze als voorgesteld, maar een eventuele verbinding op een meer logische manier oplossen en buiten het bos van Rhijngeest te blijven. Het bos - eigendom van het Zuid-Hollands Landschap - ligt in de NNN-zone en de NNN-structuur ligt er niet voor niets. Reactie: Het genoemde gebied voor dit fietspad heeft bestemming ‘Groen’ en aanduiding ‘NNN’. De verbinding door het bos is een logisch vervolg op het recent (2018) aangelegde fietspad vanaf de Dirck van Swietenlaan met onderdoorgang onder de A44 richting Nieuw Rijngeest. Hiermee wordt een logische verbinding tussen dat fietspad en de Endegeesterstraatweg gecreëerd. Het gaat hier over - voor het grootste deel al aanwezige - (wandel)paden door de zuidrand van het bos aansluitend op het pad langs de parkeerplaats.
Bij nadere planuitwerking door de eigenaar wordt onderzocht in hoeverre verstoring kan optreden en hoe dit kan worden tegen gegaan indien dit fietspaden worden. Over de materialisatie, passend binnen het NNN-gebied, van deze verbinding moet nog gesproken worden met de Provincie ZuidHolland. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 5. Indiener geeft aan dat het geplande fietspad van de Wassenaarseweg langs het kasteel naar de Endegeesterstraatweg niet aangelegd moet worden als aangegeven op kaarten in het Beeldkwaliteitsplan aan de oostzijde van de zuidelijke zichtas, maar aan de westzijde van die zichtas en buiten de NNN-structuur. De oostelijke variant, als aangegeven in het Beeldkwaliteitsplan, zou een waardevol deel van NNN doorsnijden. Daarbij geeft indiener aan dat een breed fietspad met verlichting met begeleidend wandelpad niet past in de gevoelige omgeving. Het zou bovendien conflicteren met ‘Prioritaire Zone 2’ (Beeldkwaliteitsplan 3.1), die terecht ontzien wordt vanwege aanzienlijk ecologisch en biodiversiteitsbelang en binnen de NNN-structuur liggend. Indiener stelt dat het de voorkeur verdient om, als er al een snellere fietsverbinding naar de Wassenaarseweg zou moeten komen, deze aan te leggen ten westen van het Landgoed Endegeest, ten westen van de zuidelijk zichtas en buiten de uitloper van de NNN-structuur.
Daar zou een fietspad de minste verstoring opleveren en na oversteken van de Wassenaarseweg direct aansluiten op wegen in het Leiden Bio Science Park.
85
Reactie: Tegen de aanleg van deze fietsverbinding zijn meerdere zienswijzen binnengekomen. De gemeente heeft na heroverweging van de diverse belangen besloten dit fietspad vooralsnog niet aan te leggen en onderzoekt of een alternatieve fietsverbinding mogelijk is (buiten NNN). Conclusie: Nu in het ontwerpbestemmingsplan geen tracé is opgenomen voor de in de Gebiedsvisie genoemde fietsverbinding, leidt dit niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 6. Indiener verzoekt om de NNN-structuur in het gehele ontwikkelingsplan te respecteren en intact te laten. Indiener geeft aan dat bij alle voorgestelde ontwikkelingen in het gebied De Geesten hier nadrukkelijk rekening mee dient te worden gehouden. Indiener geeft aan dat op vele plaatsen hier te makkelijk mee wordt omgegaan: - een fietspad door de zuidrand van het bos van Rhijngeest (in bezit van het Zuid-Hollands Landschap); - een fietspad vanaf de Wassenaarseweg het landgoed in en vervolgens dwars door een zeer belangrijk onderdeel van de NNN-structuur; - een groot bouwvlak of erf rond het receptiegebouw/poortgebouw dat veel afsnoept van bijzondere gebieden (‘Prioritaire Zone 1 en 2’, Beeldkwaliteitsplan 3.1). Indiener stelt dat voor bovenvermelde voorstellen betere oplossingen te vinden zijn die de NNN- structuur ongemoeid laat. Reactie: Zie beantwoording bij punt 4 en 5.
In de Gebiedsvisie wordt het terrein rondom het receptiegebouw/poortgebouw aangeduid als tuin/buitengebied. Het gebied heeft de bestemming groen en is in eigen beheer van de ontwikkelaar. Het betreft geen bouwvlak dus er worden geen gebouwen op gerealiseerd. Het noordoostelijke gedeelte van de tuin behoort tot NNN en deel dit overlapt met Prioritaire Zone 1. In NNN mogen, zonder ontheffing van de provincie c.q. zonder omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen van de provincie, geen (bouwwerken of andere) werkzaamheden (zie artikel 29.1. Regels bij het bestemmingsplan) worden uitgevoerd. De zorgplicht ten aanzien van soorten van de Rode Lijst, zoals paddenstoelen, is wettelijk geregeld. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 7. Indiener geeft aan dat het bouwvlak van het receptiegebouw/poortgebouw beperkt moet worden, met name in noordelijke richting vanwege conflicterende situatie met ecologische waarde van ‘Prioritaire Zone 1’. Immers in noordelijke richting zou de bodem ongeroerd moeten blijven om de ecologische waarde te kunnen behouden, dus het afbreken van latere aanbouw is prima, maar verdere ontwikkelingen buiten het sloopvlak zijn ongewenst. Indiener geeft aan dat op de kaart meer ruimte gereserveerd lijkt te worden voor "ontwikkelingen" dan in dit gevoelige gebied gewenst is. 86
Reactie: Zie beantwoording bij punt 6. Het bouwvlak van het receptiegebouw is niet vergroot ten opzichte van het bestaande gebouw. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 8. Indiener stelt dat bodemberoering in grote delen van het Landgoed Endegeest ongewenst is in verband met de bodemgesteldheid. Ondergronds parkeren dient daarom niet te worden gefaciliteerd, terwijl de regels voor ondergronds bouwen moeten worden aangescherpt. Bouwkundige aanpassingen om het parkeerprobleem en vooral het beeldbepalende aspect daarvan op te lossen door ondergronds parkeren als mogelijkheid te benutten dienen daarom niet te worden toegelaten. Een voorstel om parkeren te concentreren op de bestaande parkeeraccommodatie naast de Julianaschool aan de Endegeesterstraatweg lijkt daarom op zijn plaats. De "Groene corridor" is al als ongewenst en functieloos omschreven (zie zienswijze 2). Ondergronds bouwen wordt onder voorwaarden toegestaan (Gebiedsvisie, Artikel 18). Indiener stelt dat bovenstaande beperking aan de voorwaarden voor ondergronds bouwen dient te worden toegevoegd. Indiener vraagt nadrukkelijk aandacht voor de desastreuze gevolgen van zware belasting door voertuigen bij bouwwerkzaamheden en tijdelijke depots van bouw- en sloopmaterialen.
Aangezien de grondwaterstand in het gebied van groot belang is voor het behoud van de natuurwaarden - met name bomen - vraagt indiener nadrukkelijk overleg vooraf bij de planvorming wanneer bemaling gewenst lijkt. Reactie: Volgens het bestemmingsplan mag er wel ondergronds geparkeerd worden mits de beschermen waarden niet worden aangetast. Bij de aanwijzing van verschillende gemeentelijke monumenten is het niet in de lijn der verwachting dat ondergronds parkeren wordt gerealiseerd. Op basis van de dubbelbestemmingen Archeologie en Cultuurhistorie is ook toestemming nodig (omgevingsvergunning) om de grond te mogen roeren. Om deze toestemming te kunnen verkrijgen moet worden aangetoond dat de te beschermen waarden niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet worden verkleind. Een onderzoek naar de waterhuishouding kan hier onderdeel van uit maken. Voorwaarden met betrekking tot bouwwerkzaamheden in beschermd gebied worden opgenomen bij vergunningverlening. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 9. Indiener vraagt parkeren zo strak mogelijk landschappelijk in te passen en aantallen zo klein mogelijk te houden vanwege visuele verstoring en onrust bij het rijden over het landgoed.
Het herhaaldelijk genoemde uitgangspunt "parkeren uit het zicht" is een goed basisprincipe, mits duidelijk gekoppeld aan een verbod om ondergronds te parkeren (zie zienswijze 8). Indiener is voorstander van zo min mogelijk parkeren op het terrein zelf, maar het gebruik van 87
de bestaande parkeerplaats bij de Julianaschool aan te wijzen als hoofdparkeerplaats. Dit houdt in dat het "uit het zicht parkeren" zoveel mogelijk wordt voorkomen. Reactie: Het bestemmingsplan borgt, conform het gemeentelijk parkeerbeleid, dat bij ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen in beginsel op eigen terrein en anders binnen acceptabele loopafstanden worden gerealiseerd. Het aantal hangt samen met de oppervlakte en aard van de functies. Ook de locaties zijn vastgelegd: enkele locaties waar parkeerconcentraties mogelijk zijn, zijn op de kaart aangegeven. Verder is geregeld dat het parkeren binnen tien meter van een gebouw en uit het zicht moet worden gerealiseerd. Dit kan achter het gebouw, of ingepast met groen (achter hagen/tussen bomen/etc.) Het parkeerterrein bij de Julianaschool wordt opnieuw bekeken. Zolang dit onderzoek nog niet is afgerond, wordt de mogelijkheid van een parkeerterrein ter plaatse in het bestemmingsplan niet uitgesloten. Ook dan blijft het uitgangspunt van vergroenen van de parkeerplaats bestaan. Zie ook de beantwoording van zienswijze 2. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 10. Indiener is onaangenaam verrast dat twee voormalige “prioritaire zones” (Gebiedsvisie 2020) opeens zijn aangeduid als onderzoeksgebied. Het natuurbelang is in die periode niet veranderd.
De term wordt niet nader omschreven maar is mogelijk bedoeld als basis voor een onderzoek naar de natuurwaarde van deze zones. Het "onderzoek" kan op een eenvoudige manier worden uitgevoerd met ondersteuning van indiener. Reactie: De aanwezigheid van de bijzondere (beschermde) paddenstoelen moet – voorafgaand aan het eventueel uitvoeren van omgevingsvergunning plichtige werken of werkzaamheden in het gebied – door middel van onderzoek worden vastgesteld. Om die reden is de tekst gewijzigd. De gemeente heeft een zorgplicht voor de bijzondere (beschermde) paddenstoelen van de Rode Lijst, dit is een wettelijke verplichting. In de Regels, de Toelichting en op de Verbeelding wordt een ‘Prioritaire zone’ opgenomen. Op basis hiervan dient voorafgaand aan een omgevingsvergunningsprocedure een soortenonderzoek te worden uitgevoerd. Conclusie: Zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan, zij het op andere gronden dan deze zienswijze. Samenvatting: 11. Indiener geeft aan dat “grote voorzichtigheid” de beste omschrijving is van het toekomstige beheer van het bestemmingsplangebied. Volgens indiener zijn de natuur- en landschappelijke waarden van het gebied bijzonder hoog en kunnen bij onjuiste ingrepen onnodig worden aangetast.
Grote voorzichtigheid en terughoudendheid is daarom geboden bij beheer en onderhoud van het plangebied, met name in het zuidelijke deel, het landgoed Endegeest.
88
Uit de beschikbare documenten blijkt dat het Zuid-Hollands Landschap als mogelijke beheerder zal gaan optreden. Voor indiener is van groot belang dat enkele partijen met kennis over de huidige ecologische waarden, zoals de huidige terreinbeheerders van Rivierduinen, indiener en diverse andere lokale en regionale specialistische groepen vanwege de grote gevoeligheid van het terrein bij de opstelling van beheerplannen zullen worden betrokken ten einde kennis te delen. Reactie: In het bestemmingsplan zijn verschillende beschermingen opgelegd, dat is waarmee de gemeente (en provincie) invloed heeft op de bescherming van de aanwezigheid van natuur- en landschappelijke waarden. Het beheer is in handen van de eigenaar, die zich bewust is van de aanwezigheid van natuur- en landschappelijke waarden. De eigenaar beslist ook of het onderhoud wordt overgedragen aan het Zuid Hollands Landschap of dat het in beheer van Rivierduinen blijft. Gemeente zal eigenaar wijzen op de lokale en regionale specialistische kennis van het gebied. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 12. Voor indiener is niet duidelijk hoe de aanduiding “(nieuwe) bebouwing met voorkanten georiënteerd op het groen” kan worden begrepen. Een nadere uitleg is gewenst.
Reactie: Om de parkstructuur te behouden en de belevingswaarde van het groen te verbeteren, wordt (nieuwe) bebouwing met voorkanten georiënteerd op het groen en naar alle zijden, dus zonder (achter)-tuinen met schuttingen of andere erfscheidingen. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 13. Indiener stelt dat de ‘QuickScan flora en fauna Endegeest’ onvolledig is en uitsluitend betrekking heeft op de wettelijke bescherming van flora en fauna in het kader van de Wet Natuurbescherming. Indiener is van mening dat de quickscan daardoor onvoldoende als onderbouwing van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is en dient te worden aangevuld door nader onderzoek. De beoordeling van de natuurwaarden dient dieper te gaan dan deze benadering vanwege de bijzondere waarden in het onderhavige gebied. Indiener vindt het een forse omissie dat in de quickscan geen melding wordt gemaakt van het voorkomen van Rode Lijst-soorten van paddenstoelen, te meer omdat voor de zwaarste categorieën Rode Lijstsoorten op grond van de Wet natuurbescherming een zorgplicht bestaat.
89
Reactie: Er is een geactualiseerde versie van de quickscan flora & fauna, genaamd ‘Quickscan Wet natuurbescherming’ d.d. 4 oktober 2021 toegevoegd aan het bestemmingsplan. Laatstgenoemde quickscan vervangt de eerdere versie d.d. 25 januari 2021 die bij het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag. Voor het plangebied is een QuickScan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd om na te gaan welke beschermde soorten voorkomen en/of verwacht kunnen worden. In de quickscan wordt geadviseerd voor verschillende soorten een aanvullend soortgericht onderzoek uit te voeren om te kunnen vaststellen of beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig zijn en te bepalen of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, waarbij sprake is van een ruimtelijke ingreep, moet een dergelijk ecologisch onderzoek worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en daarmee wettelijk verplicht. In bijlage 1 bij de quickscan wordt overigens de Rode Lijst benoemd met de negen soortgroepen, waaronder paddenstoelen. Deze is toegevoegd aan de quickscan omdat wordt vermeld dat bij alle ruimtelijke ingrepen getoetst moet worden of er sprake is van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Echter, er zijn nog geen ruimtelijke ingrepen.
De Rode Lijst heeft op zichzelf geen juridische status. De Rode Lijst-soorten hebben geen extra bescherming anders dan de op grond van Artikel 1.11 Wnb algemene verplichting voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In de praktijk worden Rode Lijst-soorten vaak niet meegenomen in een quickscan flora en fauna omdat voor deze soorten alleen – zoals indiener ook stelt - de zorgplicht geldt. De gemeente heeft een zorgplicht voor de bijzondere (beschermde) paddenstoelen van de Rode Lijst, dit is een wettelijke verplichting. In de Regels, de Toelichting en op de Verbeelding wordt thans een ‘Prioritaire zone’ opgenomen. Op basis hiervan dient voorafgaand aan een omgevingsvergunningsprocedure een soortenonderzoek te worden uitgevoerd. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 14. Indiener mist het advies van de Monumentenraad van de gemeente Oegstgeest. Indiener is van mening dat deze voor bewoners van Oegstgeest zichtbaar moet zijn. Voor indiener is het advies van belang en verdient het nog enige aanscherping. Indiener stelt voor een landschapsecoloog aan het specialistische team toe te voegen ten einde de ecologische waarden van het gebied zoveel mogelijk in stand te kunnen houden.
Reactie: De Monumentencommissie heeft haar advies uitgebracht over de gebouwen in het gebied Endegeest. Het advies van de commissie is niet bindend, hiervan mag gemotiveerd afgeweken worden. Echter is een groot deel van het advies wel overgenomen. 90
Het is niet gebruikelijk om dergelijk verslag van de commissie toe te voegen als bijlage van het bestemmingsplan, mede omdat het niet integraal is overgenomen. Bij de verdere uitwerking van het plangebied wordt een kwaliteitsteam ingesteld met daarin verschillende disciplines waaronder een landschapsarchitect. Dit team beoordeeld de plannen integraal waarbij gekeken wordt naar onder andere de natuurwaarden. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 15. Indiener geeft aan dat het van belang is naar zo groot mogelijke rust te streven op het gebied van het landgoed door bestaande patiëntenzorg door Rivierduinen en eventuele toekomstige zorgorganisaties in het gebied. Indiener constateert dat de plannen voor de vestiging van een nieuwe zorginstelling voor onderzoek naar en behandeling van posttraumatische stress stoornissen in de steigers staan en ook voor die patiënten zijn rust en groen van eminent belang. De rust komt ook de natuurwaarden en -beleving ten goede. Reactie: Uitgangspunt in de Gebiedsvisie is ‘behoud door ontwikkeling’. De beoogde maatschappelijke bestemmingen komen al in vergelijkbare hoeveelheden voor in het gebied. Om de gebouwen meer eigentijds te kunnen gebruiken en daarmee deze monumenten voor de toekomst te behouden worden een aantal functies toegevoegd.
Met maximaal 12 procent bebouwd oppervlak wordt de rust in het gebied beschermd. Tevens wordt ingezet op behoud en versterking van het groen. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
91
4.15 INDIENER ZIENSWIJZE 13: NEWGROUNDLAW B.V. Onjuiste bestemming Samenvatting: 1. Indiener stelt dat het perceel van indiener verkeerd bestemd is met de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’, terwijl indiener reeds een zienwijze naar voren had gebracht waarin indiener zich tegen deze bestemming verzette en tussen indiener en het college een haalbaarheidsovereenkomst is gesloten om te komen tot herontwikkeling van het perceel tot woningen. Indiener geeft aan dat in de haalbaarheidsovereenkomst het gezamenlijke voornemen is opgenomen dat er woningen op de locaties zullen worden gerealiseerd, waarbij een gebiedsvisie als uitgangspunt moet dienen voor het bestemmingsplan. Reactie: A. Gebiedsvisie De Geesten is de door de raad vastgestelde, integrale visie voor het gebied waar ook het perceel van ARQ, als onderdeel van het deelgebied Overgeest, onderdeel van uit maakt. Zowel het huidige gebruik als de mogelijke ontwikkeling van het gebied (en de locatie ARQ) naar woningbouw is in deze gebiedsvisie opgenomen. B. Er is nog onvoldoende zicht op een concreet plan voor woningbouw, zoals een stedenbouwkundigplan en een exploitatieovereenkomst om een andere bestemming dan het huidige gebruik op te nemen in dit bestemmingsplan. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 2.
Indiener stelt dat meermaals is bevestigd dat de locatie van ARQ Centrum’45 een woonbestemming moet krijgen, namelijk: -
-
in het volledige traject met een Nota van Uitgangspunten gevolgd op een motie van de raad (motie Bestemming Wilhelminapark en Geesten van 31 mei 2018), waarna deze nota met een woonbestemming als uitgangspunt unaniem is vastgesteld. Deze aangepaste Nota van Uitgangspunten is gevolgd op een oordeel van de raad om een eerdere versie van de gebiedsvisie niet vast te stellen vanwege problematiek elders in het plangebied. Indiener geeft aan dat de in de gesloten overeenkomst gezamenlijk vastlegde intentie om in de eerstvolgende gebiedsvisie en het daarop volgende bestemmingsplan een woonbestemming op te nemen op dat moment nog ongewijzigd is. in het raadsbesluit Vaststellen Nota van Uitgangspunten Wilhelminapark en Geesten van 28 mei 2019; op 24 april 2020 is de gebiedsvisie vastgesteld, hierin maakt woningontwikkeling in Overgeest een belangrijk onderdeel uit;
92
-
-
twee weken voor vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan is een niet nader gemotiveerd amendement aangenomen dat voor Overgeest een aparte postzegelbestemmingsplanprocedure zal worden gevolgd. Indiener geeft aan aangegeven te hebben de gezamenlijke boogde ontwikkeling in samenspraak door te willen zetten. Volgens indiener staat buiten kijf dat ook de gemeente met indiener een herontwikkeling naar woningen voorstaat. De gezamenlijke intentie uit de overeenkomst is nog steeds uitgangspunt. de vastgestelde gebiedsvisie geactualiseerd op 3 juni 2021 stelt opnieuw dat er een ambitie is voor transformatie van ‘maatschappelijk’ naar ‘wonen’.
Reactie: Het is een gedeelde wens, danwel intentie van de grondeigenaar en de gemeente Oegstgeest om het huidige gebruik van de locatie Overgeest in de toekomst – als wordt voldaan aan bovengenoemde zaken – te wijzigen in woningbouw. De mogelijkheid om het gebruik als maatschappelijke voorziening van de locatie Overgeest (en als onderdeel het perceel van ARQ Centrum’45) te wijzigen naar woningbouw is opgenomen in de door de raad vastgestelde Gebiedsvisie De Geesten. Het vaststellen van de mogelijkheid voor een gewijzigd gebruik (uitsluitend) in de gebiedsvisie komt overeen met de fase waarin de planontwikkeling voor de locatie Overgeest zich bevindt. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 3. Kort samengevat stelt de Gebiedsvisie 2021 nu opnieuw dat er een ambitie is voor transformatie van 'maatschappelijk' naar 'wonen'. Indiener constateert echter dat toegevoegd is dat daarvoor nog een nieuwe ontwikkelovereenkomst zou moeten worden gesloten en daar nadere onderzoeken voor moeten worden gedaan, hetgeen zou moeten leiden tot een postzegelbestemmingsplanprocedure.
Indiener geeft aan dat deze wijziging kennelijk is gedaan met als doel dat de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan 2021 nu zou kunnen stellen dat de beoogde ontwikkelingen ook “niet [zijn] uitgewerkt in de Gebiedsvisie 2021” en dat daarom “de beoogde ontwikkelingen voor het gebied Overgeest ... niet [zijn] geregeld in het onderhavige bestemmingsplan.” Een en ander staat haaks op de gezamenlijk gedeelde ambities van indiener, de gemeente en de raad, zoals vastgelegd in een haalbaarheidsovereenkomst, Nota van Uitgangspunten, enzovoorts. Reactie: Er is nog geen concreet plan voor woningbouw op de locatie Overgeest en/of het perceel van ARQ Centrum’45 dat getoetst kan worden aan Gebiedsvisie De Geesten. Het is nog niet mogelijk om de bestemming te wijzigen naar woningbouw door het ontbreken van een stedenbouwkundigplan en een exploitatieovereenkomst dat hierop toeziet. Inmiddels is in de Toelichting (paragraaf 1.2), door middel van een ambtelijke aanpassing, toegevoegd dat de ontwikkelingen voor Overgeest niet concreet zijn uitgewerkt in de Gebiedsvisie De Geesten 2021 en derhalve niet zijn geregeld in het bestemmingsplan.
93
Conclusie: Een ambtelijke aanpassing is op dit punt in het bestemmingsplan doorgevoerd. Zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 4. Indiener stelt dat het ontwerpbestemmingsplan eraan voorbij gaat dat ondanks de enkele toevoeging in de Gebiedsvisie 2021 van deze opmerkingen (zie punt 3), de gebiedsvisie nog steeds wél herontwikkeling naar wonen uitwerkt. Indiener constateert dat in de Gebiedsvisie 2021 staat dat weliswaar “wordt uitgegaan van het huidige maatschappelijke programma met het huidige bebouwingsvolume" maar tevens dat "voor Overgeest ... in overweging [wordt] gegeven een functiewijziging naar wonen mogelijk te maken, waarbij het gebied beter wordt aangesloten bij Rhijngeest en Endegeest." Volgens indiener is in zoverre de Gebiedsvisie 2021 innerlijk tegenstrijdig. Derhalve is het ontwerpbestemmingsplan opnieuw c.q. nog steeds in strijd met de vigerende gebiedsvisie. Ook geeft indiener aan dat het pand van indiener verderop in de gebiedsvisie is opgenomen als 'bestaande bebouwing te herontwikkelen', en als 'te slopen bebouwing'. Indiener stelt dat het doel van indiener en de raad is om het perceel van indiener te bestemmen naar ‘wonen’. Dat blijkt óók uit de Gebiedsvisie 2021.
Naast alle publiekrechtelijke besluitvorming die die kant op wijst ligt er tevens een overeenkomst tussen de gemeente en indiener waaruit blijkt dat het perceel van indiener binnen korte termijn moet worden herbestemd. Voor zover daar nog enige acties voor benodigd zouden zijn (zoals actualisering van de onderzoeken door de opgelopen vertraging, en het eventueel sluiten van een exploitatieovereenkomst, zoals benoemd in de Gebiedsvisie 2021 als argumenten voor uitstel) kunnen deze volgens indiener binnen een tijdsbestek van een halfjaar worden afgerond. Indiener is van mening dat de argumenten voor een conserverende bestemming dat er nog onderzoeken zouden moeten worden verricht c.q. nadere overeenkomsten zouden moeten worden gesloten, aldus geen grondslag bieden om een woonbestemming achterwege te laten. Het is duidelijk dat het bestaande gebruik binnen de planperiode zal worden beëindigd. Derhalve geeft indiener aan dat de toekomstige woonbestemming moet worden opgenomen in het bestemmingsplan en de bestaande maatschappelijke bestemming onder overgangsrecht worden gebracht. Reactie: Fase 1 uit de aangehaalde overeenkomst (zie bijlage 2 van de Haalbaarheidsovereenkomst) is afgerond met het vaststellen van de Gebiedsvisie De Geesten in mei 2020 en 3 juni 2021.
De aan de overeenkomst gebonden partijen hebben ter uitvoering van fase 1 een locatie-specifieke gebiedsvisie Overgeest opgesteld. De gemeenteraad heeft echter gevraagd om een gebiedsvisie voor het hele gebied en de gebiedsvisie Overgeest naast zich neergelegd. Daarbij heeft een van de partijen (ARQ Centrum’45) aangegeven dat zij zich niet kan vinden in de (vervangende) Gebiedsvisie De Geesten (en de inmiddels aangepaste Woonvisie), die op punten afwijkt van de door de drie partijen opgestelde en aan de raad voorgelegde locatie specifieke gebiedsvisie Overgeest.
94
Daarmee is de uitvoering van de aangehaalde haalbaarheidsovereenkomst tot stilstand gekomen. Eind 2020 is door de partijen geconstateerd dat deze overeenkomst vervangen of aangepast moet worden ten gevolge van de besluitvorming van de raad over de gebiedsvisie(s). Hier is door de partijen nog geen voortgang in geboekt en dus gebleven in het proces. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 5. Indiener stelt dat, al zou de wens van de raad zijn af te wijken van de gezamenlijke visie voor Overgeest, enige motivering is uitgebleven. Althans schiet deze in het licht van de uitgebreide voorstand van de raad voor woningbouw op locatie van ARQ Centrum’45 aanmerkelijk tekort. Immers bij de beoordeling of een plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moeten ook voor- en nadelen van alternatieven, zoals die van woningbouw, worden betrokken. Hetzelfde geldt voor belangen die betrokken zijn bij het nakomen van overeenkomsten.
Daarnaast dient de gemeente, voor zover de gebiedsvisie volgens de gemeente aanleiding zou bieden om geen woonbestemming toe te kennen aan het perceel van indiener, in het licht van de inherente afwijkingsbevoegdheid van beleidsregels alle omstandigheden van het geval in de beoordeling te betrekken, en moet de gemeente bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel4:84 Awb, die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Indiener geeft aan dat een dergelijke afweging ten onrechte niet heeft plaatsgevonden en had, gelet op de uitgebreide voorgeschiedenis en de breed gedeelde wens voor woningbouw, in het voordeel van indiener moeten uitvallen. Indiener stelt zich op het standpunt dat het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig is voorbereid, tekort schiet en onvoldoende gemotiveerd is. Reactie: De mogelijkheid en wenselijkheid van het wijzigen van het gebruik naar woningbouw wordt niet betwist. In dit stadium is het nog te vroeg om invulling te geven aan de gezamenlijke wens om de bestemming van de gronden te wijzigen in Wonen. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 6.
Indiener geeft aan dat de gebiedsvisie op bepaalde punten (zoals toepasselijkheid Woonvisie 2025) in strijd is met de getekende haalbaarheidsovereenkomst en de bijbehorende randvoorwaarden. Een woonbestemming an sich is dat echter niet. Indiener is van mening dat de raad en indiener qua ambitie voor de locatie op één lijn zitten; een woonbestemming op korte termijn. Dat moet dan ook worden verwezenlijkt. Volgens indiener is het vaste rechtspraak dat met bij de gemeente bekende bouw- of gebruiksvoornemens bij een nieuw bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden.
95
Reactie: Voor een bestemmingswijziging moet sprake zijn van een voldoende concreet plan. Er is geen stedenbouwkundigplan en/of exploitatieovereenkomst voor de locatie Overgeest of het perceel van ARQ Centrum’45 beschikbaar, waardoor niet aan deze voorwaarde voor een bestemmingswijziging wordt voldaan. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 7. Derhalve verzoekt indiener primair om een passende woonbestemming toe te kennen aan het perceel van indiener, in lijn met de randvoorwaarden in de haalbaarheidsovereenkomst en subsidiair om een algemene woonbestemming toe te kennen en daarbij uitwerkingsregels vast te stellen conform artikel 3.6, eerste lid, onder b Wro. Het bestaande gebruik kan zowel in het primaire als subsidiair geval, gelet op de breed gedeelde wens dit gebruik te beëindigen ten behoeve van woningen, onder overgangsrecht worden beschermd. Reactie: Zie beantwoording bij 6. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Strijdig met gemeentelijk beleid Samenvatting: 8. Indiener stelt zich voorts op het standpunt dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met het beleid van de gemeente, temeer nu de voorgenomen ontwikkelingen die zijn opgenomen in de Gebiedsvisie De Geesten niet zijn meegenomen. Dit geldt ook ten aanzien van verkeer en parkeren. 1.
Verkeer: uit de gebiedsvisie volgt dat ontsluiting aan meerdere zijden van het plangebied wenselijk is en dat het gebied te gesloten is. Indiener is van mening dat dit bestemmingsplan niet in dergelijke ontsluitingen voorziet. 2. Parkeren: indiener stelt zich eveneens op het standpunt dat in het ontwerpbestemmingsplan de nodige onderbouwing ten aanzien van de parkeerbalans ontbreekt. Indiener geeft aan dat in de toelichting slechts staat dat op basis van de planregels een verplichting bestaat om voldoende parkeercapaciteit op eigen percelen te realiseren, niet is getoetst of dat mogelijk is bij benutting van de maximale plancapaciteit. Derhalve ontbreekt een daadkrachtige motivering in het ontwerp bestemmingsplan. Daarbij constateert indiener in de gebiedsvisie dat diverse parkeerplaatsen zullen verdwijnen en diverse parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd. Het ontwerpbestemmingsplan maakt dat ook als zodanig mogelijk. Volgens indiener zijn de effecten hiervan evenwel niet getoetst. Derhalve is indiener van mening dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. 96
Reactie: Het gebied Overgeest is vooralsnog conserverend bestemd. Het definitief aantal parkeerplaatsen is gekoppeld aan de ontwikkeling van het gebied Overgeest. Deze ontwikkeling is niet opgenomen in het bestemmingsplan. Het voorliggend bestemmingsplan maakt alleen de bestemming Maatschappelijk mogelijk, maar het moet nog blijken of en hoe deze bestemming wordt ingevuld. Derhalve is er geen aanleiding om voor dit (deel)gebied nader onderzoek te doen ten aanzien van verkeer en parkeren. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Concreet plan Samenvatting: 9. Indiener stelt dat met de getekende haalbaarheidsovereenkomst en de publiekrechtelijke besluitvorming richting woningbouw op het perceel van indiener er een concreet plan ligt voor woningontwikkeling, binnen specifieke randvoorwaarden die in de haalbaarheidsovereenkomst zijn opgenomen. Ten behoeve van de haalbaarheid van deze ontwikkelingen zijn ook diverse verkeersonderzoeken, milieu- en natuuradviezen die alleen uitgaan van woningbouw uitgevoerd. Indiener geeft aan dat de raad de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van de plannen al overwogen heeft bij vaststelling van de gebiedsvisies, en eerder bij vaststelling van de Nota van Uitgangspunten die daaraan ten grondslag ligt. Reactie: Een gebiedsvisie is onvoldoende concreet om een bestemmingsplanwijziging te kunnen realiseren.
De Gebiedsvisie De Geesten is hierop geen uitzondering. NB: de Gebiedsvisie Overgeest als resultaat van de uitvoering door drie partijen van fase 1 van de haalbaarheidsovereenkomst was ook onvoldoende concreet om een bestemmingsplan/bestemmingswijziging te laten vaststellen. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 10. Volgens indiener zijn deze plannen concreet genoeg om in het ontwerpbestemmingsplan te kunnen verankeren. Evenwel is dit plan niet meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan en zelfs in zijn geheel niet overwogen, waardoor vaststelling als zodanig strijdig zou zijn met vaste jurisprudentie. Indiener is van mening dat er een concreet plan voorligt dat niet is meegenomen in de planvorming, terwijl dit volgens vaste rechtspraak wel had gemoeten, al dan niet middels een uitwerkingverplichting. Derhalve stelt indiener zich op het standpunt dat het op de weg van de raad had gelegen om de gezamenlijke wens tot ontwikkeling van woningen op het perceel van indiener op te nemen in het bestemmingsplan. Op zijn minst had het voor de hand gelegen om de locatie een woonbestemming toe te kennen die nader dient te worden uitgewerkt binnen een kader van uitwerkingsregels dat aansluit bij de haalbaarheidsovereenkomst, conform artikel 3.6, eerste lid onder b Wro.
97
Reactie: Door het ontbreken van een stedenbouwkundigplan en een exploitatieovereenkomst wordt niet voldaan aan de voorwaarden om een bestemmingswijziging (ten opzichte van het huidige gebruik) op te nemen in dit bestemmingsplan. Er is geen concrete datum bekend waarop het huidige gebruik als maatschappelijke voorziening door ARQ Centrum’45 zal worden gestaakt. Inmiddels is in de Toelichting (paragraaf 1.2), door middel van een ambtelijke aanpassing, toegevoegd dat de ontwikkelingen voor Overgeest niet concreet zijn uitgewerkt in de Gebiedsvisie De Geesten 2021 en derhalve niet zijn geregeld in het bestemmingsplan. Conclusie: Een ambtelijke aanpassing is op dit punt in het bestemmingsplan doorgevoerd. Zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 11. Samenvattend stelt indiener dat het ontwerpbestemmingsplan niet kan worden vastgesteld omdat op het perceel van indiener een onjuiste bestemming is geprojecteerd, het ontwerpbestemmingsplan in meerdere opzichten in strijd is met gemeentelijke beleid en er een concreet plan voorligt dat niet is meegenomen in de planvorming. Reactie: Zie beantwoording bij 1 t/m 10. Gebiedsvisie De Geesten is de door de raad vastgestelde, integrale visie voor het gebied waar ook het perceel van ARQ, als onderdeel van het deelgebied Overgeest, onderdeel van uit maakt.
Zowel het huidige gebruik als de mogelijke ontwikkeling van het gebied (en de locatie ARQ) naar woningbouw is in deze gebiedsvisie opgenomen. De mogelijkheid en wenselijkheid van het wijzigen van het gebruik naar woningbouw wordt niet betwist. Er is echter nog onvoldoende concreet zicht op een concreet plan voor woningbouw, zoals een stedenbouwkundigplan en een exploitatieovereenkomst om een andere bestemming dan het huidige gebruik op te nemen in dit bestemmingsplan. Door het ontbreken van een stedenbouwkundigplan en een exploitatieovereenkomst wordt niet voldaan aan de voorwaarden om een bestemmingswijziging (ten opzichte van het huidige gebruik) op te nemen in dit bestemmingsplan. Inmiddels is in de Toelichting (paragraaf 1.2), door middel van een ambtelijke aanpassing, toegevoegd dat de ontwikkelingen voor Overgeest niet concreet zijn uitgewerkt in de Gebiedsvisie De Geesten 2021 en derhalve niet zijn geregeld in het bestemmingsplan. Conclusie: Een ambtelijke aanpassing is op dit punt in het bestemmingsplan doorgevoerd. Zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 12. Gelet op het vorenstaande verzoekt indiener het ontwerpbestemmingsplan slechts vast te stellen met inachtneming van de in het voorgaande naar voren gebrachte zienswijze. Reactie: Zie beantwoording bij 11.
Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 98
4.16 INDIENER ZIENSWIJZE 14: GGZ RIVIERDUINEN Historisch en cliënten perspectief GGZ Rivierduinen (indiener) geeft aan dat door een transitie in de dienstverlening de indiener jaren van twijfel over het voortbestaan heeft gekend. Indiener heeft in die omstandigheden een beheerst, geleidelijk en in de tijd gefaseerd investeringsprogramma in nieuwbouw vormgegeven, waardoor niet in één keer alle bouw- en ontwikkelruimte op Landgoed Endegeest benut kon worden. Voor de groep cliënten met een complexe diagnose is Landgoed Endegeest één van de belangrijkste kernlocaties en zal deze blijven vanwege de rust en beschikbaarheid van professionele ondersteuning. Indiener geeft aan dat de wachtlijsten voor deze groep langer is dan bij de nietcomplexe groep, wat indiener wil voorkomen. Derhalve zijn de bouwvlakken op locatie Endegeest voor de huidige en toekomstige cliënten van de indiener van cruciaal belang. Indiener vreest dat de historie, de ligging en de unieke omgeving van Endegeest, gevaar loopt wanneer de plannen voor de nieuwbouw (w.o. de 150 wooneenheden) worden gerealiseerd. Indiener is van mening dat dit niet past in de parkachtige, ruimtelijke kwaliteit én rustige setting waarbinnen de cliënten kunnen werken aan hun herstel. Voor indiener zijn deze waarden zo kritisch dat de borging hiervan is vastgelegd in de koopovereenkomst met de eigenaar c.q. erfpachter van het landgoed.
Het landgoed is daarom altijd met oog op het gebruik voor langdurige zorg ingericht en onderhouden geweest. Dat gebruik staat volgens indiener onder druk en wordt geweld aangedaan zodra de toegestane functies worden verruimd.
Inhoudelijk perspectief Wegbestemmen bouwvlak kwekerij Samenvatting: 1. Indiener maakt bezwaar tegen het wegbestemmen van het bouwvlak nabij de Kwekerij en dringt er op aan om het hiervoor geschetste zorgsysteem niet te doorbreken. Indiener geeft aan het betreffende bouwvlak in de toekomst juist nodig te hebben voor het verlenen van adequate en betaalbare zorg. Het wegbestemmen van de locatie nabij de Kwekerij zal leiden tot het opdelen van de zorgverlening van indiener doordat zij elders op zoek moet gaan naar een locatie voor vervangende huisvesting. Dit brengt hoge kosten met zich mee en het is maar de vraag of indiener in staat is een alternatieve locatie te kunnen verwerven. Indiener heeft het belang van dit bouwvlak al in meerdere brieven aan het college toegelicht (in een drietal brieven van 2020 en één brief in 2021). Indiener geeft aan dat het belang op geen enkele wijze verwerkt is in het bestemmingsplan, noch valide motivering daarvoor, anders dan door te stellen dat – hoewel provinciaal beleid, maar naar de overtuiging van de indiener abusievelijk – sprake zou zijn van dwingend recht. Indiener maakt op grond van het voorgaande bezwaar tegen het ontbreken van een belangenafweging waarin ook hun zorgbelang is meegewogen m.b.t. de locatie nabij de Kwekerij.
99
Indiener verzoekt om de ontwikkelplek in de oude vorm toe te wijzen en een procedure te starten teneinde de ligging in het Natuurnetwerk Nederland-gebied (NNN) op te heffen. Reactie: De ontwikkelruimte van GGZ Rivierduinen is vastgelegd in de ontwikkelovereenkomst tussen GGZ Rivierduinen en de gemeente Oegstgeest d.d. 16 februari 2010 en in de allonge van 8 juni 2020. In deze allonge zijn GGZ Rivierduinen en de gemeente Oegstgeest overeengekomen dat zij ten aanzien van het wegbestemmen van de Kwekerij-locatie ‘agree tot disagree’. Naar mening van de gemeente is ten gevolge van de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (artikel 6.33 ad 2) en de vaststelling door de raad van de Gebiedsvisie De Geesten het niet mogelijk om de Kwekerijlocatie in het nieuwe bestemmingsplan als bouwlocatie te bestemmen. De locatie is gelegen op gronden die zijn aangewezen als grond voor NNN en betreft een onbenut bouwrecht. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Nieuwbouw westelijk bouwvlak Samenvatting: 2. Het plan omvat tevens de mogelijkheid voor de bouw van een nieuw gebouw (westelijk bouwvlak) aan de Kasteellaan, grenzend aan klinieken van indiener aan de Wielewaallaan.
Indiener geeft aan dat het nieuwe gebouw in deze verschijningsvorm nauwelijks ondergeschikt zal zijn aan het kasteel en de bijgebouwen door de nabije ligging tot die gebouwen. De hiervoor genoemde nieuwbouw past naar de mening van indiener niet bij de gewenste handhaving en versterking van de kwaliteit van de beoogde bebouwing direct gelegen of binnen de Kasteellaan, zoals omschreven in het ontwerpbestemmingsplan. Derhalve maakt indiener bezwaar tegen deze ontwikkeling en zij wenst dat het plan wordt herzien opdat: A. een grotere afstand zal ontstaan tussen de nieuwbouw op het westelijk bouwvlak en de klinieken; B. een bouwhoogte wordt toegekend die gelijk is aan de klinieken (i.c. 7 meter). Ook merkt de indiener op dat een duidelijk kader ontbreekt voor het bepalen van de hoogte van de geplande nieuwbouw. De indiener vraagt het plan te verduidelijken. Reactie: De afstand tot de klinieken bedraagt circa 31 meter en dit wordt als voldoende afstand gezien om de privacy te borgen. Het (nieuwe) westelijk bouwvlak is ca. 17 meter naar achteren verschoven ten opzichte van de eerdere rooilijn van het bouwvlak binnen de ring van de Kasteellaan. Het bouwvlak kan niet verder naar achter worden geschoven in verband met de aanwezigheid van gronden behorend bij NNN.
De verschuiving ten opzichte van de rooilijn in combinatie met de schaalvergroting (bouwhoogte en volume) van het westelijk bouwvlak is door de gemeenteraad goedgekeurd bij het vaststellen van de Gebiedsvisie d.d. 3 juni 2021.
100