Bijlage 11 bij RV d.d. 26 oktober 2021 Vaststellen bestemmingsplan De Geesten Z-18-118551 Oegstgeest
Tekst van het document
Als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan is de toelichting bij de aanwijzing van het gebied ‘Wilhelminapark en Geesten’ als rijksbeschermd dorpsgezicht gevoegd. Hierin staan de cultuurhistorische waarden van het gebied beschreven. Ook wordt er, door de dubbelbestemming cultuurhistorie, voldaan aan de bescherming van het rijksbeschermd dorpsgezicht. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan voor een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht speelt de RCE geen rol. Het vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad en provincies controleren of die bevoegdheid goed wordt toegepast. Gemeenten kunnen de RCE bij planvorming wel om advies vragen, als het gaat om een verandering die van wezenlijke invloed is op het karakter van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Dat is hier niet het geval. Bij wijzigingen van een rijksmonument kan het dat de gemeente ook advies moet vragen aan de RCE. Dit doet de gemeente in elk geval bij activiteiten die het wezen van het rijksmonument (kunnen) raken. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ontbreken effecten analyse Samenvatting: 11. Volgens indiener worden de effecten op de voorgestelde plannen voor Endegeest niet inzichtelijk gemaakt.
Indiener is van mening dat het gebied ten behoeve van de projectontwikkelaar wordt over-ontwikkeld met bedrijven voor Health en Science (van pillenfabriek tot distributie), hotel, wellness en 150 zorgwoningen. Al die functies geven het gebied een volledig andere beleving. 55
Indiener vindt dat er grondig onderzocht dient worden of de landschappelijke waarde, de cultuurhistorische waarde, de natuur in Endegeest en de huidige autistische patiënten daar mee gediend zijn. Overigens is het OBP volgens indiener op veel andere punten niet in overeenstemming met de unanieme raadsmotie van 28 mei 2019. Indiener stelt dat een logische en goed doorwrochte koppeling tussen gebiedsvisie, beeldkwaliteitsplan en OBP in samenhang met alle genoemde beschermingen en een goede effectenanalyse voor dit kwetsbare gebied ontbreekt. De effecten hebben volgens indiener betrekking op: a.
b.
c.
d.
Algemeen: de plannen en functies die de ontwikkelaar voor ogen heeft zijn niet duidelijk en wisselen voortdurend. Voor indiener is het een groot raadsel waarom de achtereenvolgende wethouders Oudendal protegeren en of sauveren. Rust in het landgoed: Indiener geeft aan dat de in het OBP voorgestelde bedrijvigheid niet met de rust strookt. Het OBP gaat volgens indiener voorbij aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid, compassie en barmhartigheid die de gemeente heeft of zou moeten hebben voor de langdurige (>100 jaar) patiëntenzorg die in dat gebied plaatsvindt. Het aanzicht: Indiener geeft aan dat parkeren in het gebied geminimaliseerd dient te worden. Het Landgoed Endegeest wordt beschermd middels de aanwijzing rijksbeschermd Dorpsgezicht. De huidige parkeervoorzieningen zijn daarop geminimaliseerd en nog net acceptabel. Indiener constateert dat het bvo in het kerngebied vrijwel wordt verdubbeld naar 20.000 m2. Indiener is van mening dat de benodigde parkeerruimte voor die vierkante meters BVO niet adequaat wordt aangegeven. De vrijheden die het college zich toegeëigend heeft om het parkeren voor die ca 20.000 m2 bvo mogelijk te maken staan volgens indiener niet in verhouding tot de landschappelijke waarde van dit gebied. Indiener maakt hier ernstig bezwaar tegen. De natuurwaarden: Grote delen van het Endegeesterlandgoed vallen onder de provinciale bescherming NNN.
De quick-scan Flora en Fauna overtuigt indiener niet. De natuurwaarde wordt volgens indiener niet in groter perspectief van gemeente Oegstgeest geplaatst. De gemeente heeft nauwelijks groen van betekenis. Indiener geeft aan dat de effecten van over-ontwikkeling in het gebied op de biodiversiteit niet worden besproken of onderzocht.
Reactie: Er is een goede koppeling tussen de Gebiedsvisie, Beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan, namelijk doordat de vastgestelde gebiedsvisie, met de beoogde ontwikkelingen, de basis vormt van het bestemmingsplan De Geesten. Het behouden en realiseren van ruimtelijke kwaliteit bij deze ontwikkelingen is geborgd in het Beeldkwaliteitsplan De Geesten. De Gebiedsvisie en Beeldkwaliteitsplan zijn beide bijlagen van de Toelichting van het bestemmingsplan. Uitgangspunt in de Gebiedsvisie is ‘behoud door ontwikkeling’ (zie ook antwoord 7). De beoogde maatschappelijke bestemmingen komen al in vergelijkbare hoeveelheden voor in het gebied. Om de gebouwen meer eigentijds te kunnen gebruiken en daarmee deze monumenten voor de toekomst te behouden, worden een aantal functies toegevoegd. Tevens wordt ingezet op behoud en versterking van het groen.
56
Het besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat ‘in een ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat plannen haalbaar en uitvoerbaar zijn. Hiertoe moet voldoende onderzoek worden uitgevoerd’. De onderzoeken van het bestemmingsplan (opgenomen in de ‘Bijlagen’) geven samen het effect van de nieuwe ontwikkeling op het gebied. In de Toelichting staan de effecten in hoofdstuk 5 ‘Omgevingsaspecten’ beschreven. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ontbreken landschappelijke-waarden onderzoek Samenvatting: 12. Indiener vindt dat het landschappelijke waarden onderzoek (zoals aangegeven in het rapport van de Monumentencommissie d.d. 4 mei 2021) alsnog uitgevoerd moet worden en dat de conclusies en aanbevelingen overgenomen moeten worden. Indiener behoudt zich alle rechten voor om als het landschappelijke waarden onderzoek dan alsnog verschijnt, een zienswijze daarop te geven. Reactie: Wij verwijzen naar de beantwoording van punt 1 van de aanvullende zienswijze 10A. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ontbreken ecologisch onderzoek Samenvatting: 13. Er is een quickscan flora en fauna gemaakt. Indiener stelt dat een ecologisch onderzoek ontbreekt. Indiener vindt dat alsnog een ecologisch onderzoek uitgevoerd moet worden en dat de conclusies en aanbevelingen dan overgenomen moeten worden.
Indiener behoudt zich alle rechten voor om als het ecologisch rapport dan alsnog verschijnt een zienswijze daarop te geven. Reactie: Het besluit Ruimtelijke ordening schrijft voor dat bij een bestemmingsplan onderzoek gedaan moet worden naar flora en fauna. Een quickscan volstaat in deze fase. Hierbij wordt nagegaan welke beschermde soorten voorkomen en/of verwacht kunnen worden. In de quickscan wordt aangegeven of aanvullend onderzoek nodig is. Wanneer dat het geval is, wordt dit uitgevoerd wanneer plannen concreter zijn. Tevens kan bepaald worden of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is bij of voorafgaand aan een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Voor het plangebied is, op basis van de quickscan, bijvoorbeeld gebleken dat een vervolgonderzoek ten behoeve van de vleermuizen, gierzwaluw en huismus noodzakelijk is voor de Julianaschoollocatie. Deze is inmiddels uitgezet en het resultaat wordt in oktober verwacht. 57
Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ontbreken kwaliteitsteam en maquette Samenvatting: 14. Indiener is van mening dat een maquette onontbeerlijk is om goed inzicht te krijgen over de bouwkundige veranderingen in het landschap. Indiener is ook van mening dat er een kwaliteitsteam conform het advies van de Monumentencommissie ingesteld moet worden. Indiener behoudt zich alle rechten voor om na het verschijnen van een maquette alsnog een zienswijze te kunnen geven. Reactie: Er wordt een kwaliteitsteam ingesteld, zie hiervoor ook de beantwoording onder 12. Met betrekking tot de maquette is aan de raad gevraagd of een digitale applicatie ook kan volstaan. Het instellen van een kwaliteitsteam en het maken van een maquette vallen overigens buiten de scope van het bestemmingsplan. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Beeldkwaliteitsplan/Gebiedsvisie Samenvatting: 15. Volgens indiener is in het Beeldkwaliteitsplan een abstracte verhandeling opgenomen over welstandcriteria. De gebiedsvisie blijft volgens indiener steken in abstracte wensen en ideeën. Uiteindelijk mondt het beeldkwaliteitsplan volgens indiener uit in een beschrijving hoe de nieuw te bouwen gebouwen eruit zouden moeten komen te zien. Indiener stelt dat alleen een maquette uitsluitsel kan brengen over het beeld dat zal ontstaan bij uitvoering van de verstelijking in de plannen. Reactie: Zie beantwoording bij 12 en 14. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
58
Bouw- en nokhoogten Samenvatting: 16. Indiener stelt dat op pagina 31 van het Beeldkwaliteitsplan de voorgestelde nieuwe nokhoogten het kasteel nietig doen lijken. Niet alleen door de hoogte van de nokken, maar ook in samenhang met de voorgestelde volumen van de gebouwen. Indiener deelt het commentaar van de Monumentencommissie en vindt de voorgestelde bouwhoogten niet acceptabel. Indiener wijst ook de vergroting van het Gezondheidscentrumgebouw alsmede de nieuwbouw van het gebouw aan de westflank af. Indiener is van mening dat het mortuarium naast het nieuwe voorgestelde gebouw (westflank) als een ‘vlag op een modderschuit’ staan. Eenzelfde arguméntatie geldt voor het Kruispuntgebouwtje naast het voorgestelde Gezondheidscentrumgebouw. Indiener stelt dat dit alles in strijd is met de eerder aangehaalde paragraaf op pagina 15 van het Beeldkwaliteitsplan. Reactie: Voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan is gebiedsvisie vastgesteld, bijlage 1 bij de toelichting. Deze heeft als doel een integrale visie neer te leggen voor het plangebied. In de gebiedsvisie zijn ook de bouwhoogten, footprint etc. voor de verschillende gebouwen opgenomen (vanaf pagina 65).
Over het westelijke bouwvlak 5 staat in de gebiedsvisie dat de architectuur van nieuwe gebouwen of veranderde bestaande gebouwen passend moet zijn binnen de specifieke bestaande landgoedomgeving en de bestaande paviljoenstructuur hetgeen een logisch passende, ondergeschikte, relatie impliceert met het kasteel. De goot- en bouwhoogten en toename van bouwvolumes zijn niet alleen op de planverbeelding en in de planregels geborgd, maar ook in het beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan fungeert als een gebiedsgericht welstandskader voor het plangebied en maakt onderdeel uit van de toelichting bij het bestemmingsplan. De Monumentencommissie Oegstgeest heeft een advies gegeven ten aanzien van Landgoed Endegeest. De monumentencommissie geeft in haar advies (kort gezegd) aan dat met de bouwhoogte wellicht moeilijk voldaan kan worden aan de vereiste paviljoenstructuur, die een ondergeschikte relatie met het kasteel veronderstelt. De monumentencommissie geeft óók aan dat met toepassing van een (visueel)verlaagde dakgoot en specifieke architectonische middelen toch voldoende mogelijkheden zijn om een passend voorstel in te dienen. Hierbij is volgens de monumentencommissie eventuele bijsturing van een kwaliteitsteam in een vroeg stadium van belang.
Allereerst wordt benadrukt dat in het beeldkwaliteitsplan (op pagina 33) staat dat de nieuwe bebouwing niet hoger wordt dan het kasteel, dat een nokhoogte van 19 meter heeft. Daarnaast zijn in het Beeldkwaliteitsplan – in navolging op de Gebiedsvisie – welstandscriteria opgenomen die zien op massa en hoofdvorm, architectuur, dakvorm en detaillering, materiaal en kleur en omgeving gebouw en terreininrichting.
5 Het westelijk bouwvlak ligt nabij Kasteel Endegeest, zie pagina 66 van de Gebiedsvisie.
59
Een samenspel tussen “massa en hoofdvorm”, architectuurvormen, dakvorm en detaillering, materiaal en kleur, vormen samen de criteria om te kunnen voldoen aan de paviljoenstructuur en de ondergeschiktheid aan het kasteel. In het beeldkwaliteitsplan worden derhalve de kaders gegeven die ervoor zorgen dat de omliggende gebouwen zorgvuldig worden ontworpen (door – zoals volgt uit de welstandscriteria in het beeldkwaliteitsplan – onder meer door het gebruik van architectonische middelen) zodat de positie van het kasteel als hoofdmonument versterkt wordt. Doordat de nieuw te realiseren gebouwen aan die ontwerpeisen moeten voldoen, zullen de gebouwen met drie lagen met kap goed in de omgeving passen en ondergeschikt zijn aan het kasteel. Naar aanleiding van de raadsmotie d.d. 3 juni 2021 wordt hiertoe een kwaliteitsteam samengesteld. Dit kwaliteitsteam zal hier in een vroeg stadium bij betrokken worden, juist om de kwaliteiten van het gebied te bewaken. Het bestemmingsplan maakt beperkte ontwikkelingen in het gebied mogelijk omdat het uitgangspunt (in de Gebiedsvisie) is ‘behoud door ontwikkeling’, zie ook beantwoording punt 7. De huidige plaats van het mortuarium ligt binnen het westelijk bouwvlak. Om het mortuarium te behouden, en te kunnen benoemen tot monument, wordt het westelijk bouwvlak verplaatst richting de Endegeesterstraatweg.
Door de Monumentencommissie is over deze verplaatsing een positief advies uitgebracht. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
School Samenvatting: Indiener zet grote vraagtekens bij het grote bouwvolume, de hoge nokhoogten en de erfafstanden van de geplande school voor de VSO Leo Kanner. Indiener kan voor de school niet akkoord gaan met het Beeldkwaliteitsplan zoals het er nu uitziet en heeft twee bezwaren: 17. Minimaal zes monumentale bomen langs de Rhijngeesterstraatweg zouden moeten worden gekapt omdat de in- en uitgang naar de Rhijngeesterstraatweg dat noodzakelijk maakt. 18. Eén erfgrens loopt langs een rijksmonument (tuin, gebouwen en een 19e eeuw trekkas) van het Landgoed Rhijngeest. Zoals het nu in het Beeldkwaliteitsplan voorgesteld wordt, komt er een twaalf meter hoge gevel op die erfgrens. Dit is onacceptabel en getuigt van geen enkel respect voor ‘de buren’ en het rijksmonument. Reactie: Het kappen van bomen wordt beoordeeld bij de aanvraag van de omgevingsvergunning en valt daarmee buiten de scope van het bestemmingsplan. Dit punt speelt wel een rol bij de keuze voor de bebouwingsvariant van de VSO Leo Kanner.
60
Voor de bouw van de VSO Leo Kanner op de Julianaschoollocatie zijn een aantal massastudies uitgewerkt. Naar aanleiding van de uitkomst van deze massastudies is in het bestemmingsplan een bouwvlak met bij behorende bouwhoogten opgenomen waarbinnen de varianten kunnen worden gerealiseerd. In deze variant is ook rekening gehouden met het direct aangrenzende rijkmonument en zijn erfbebouwing. Conclusie: Zienswijze 17 leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 18 leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan, zijnde op andere gronden dan deze zienswijze. Parkeren Samenvatting: 19. Indiener mist duidelijkheid over de groene corridor en het parkeerterrein Julianaschool. Is het een groene corridor of een parkeerplaats. 20. “Blik” verstoppen achter hagen is niet goed genoeg, vindt de indiener. Het blijft een parkeerplaats geen openruimte meer. 21. De indiener vraagt met de meest grote klem het parkeren in Endegeest goed te verankeren in het bestemmingsplan. Een en ander in overeenstemming met de cultuurhistorische- en landschappelijke waarde van het gebied. Reactie: 19. Uit de massastudie voor VSO Leo Kanner op de voormalige Julianalocatie, is gebleken dat een aanzienlijk deel van het parkeerterrein benodigd blijft voor het schoolvervoer.
De mogelijkheden van het parkeerterrein naast de Julianaschool worden opnieuw bekeken om te bezien of en hoe de ‘Groene Corridor’ kan worden versterkt. 20. Zoals gezegd is het uit het zicht parkeren vastgelegd als criteria in het Beeldkwaliteitsplan. Dit kan gebeuren door achter gebouwen te parkeren of ingepast in het groen (achter hagen/tussen bomen etc.), waardoor het parkeren ruimtelijk passend is. Zie ook de beantwoording onder 3. 21. Wij verwijzen naar de beantwoording bij punt 3. Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ondergronds bouwen Samenvatting: Indiener vindt ingrepen in de bodem door ondergrondse parkeergarages of half verdiepte parkeerplaatsen ongewenst gezien de onderstaande punten: 22. Indiener constateert dat ondergrondse ruimten meegenomen moeten worden in het bvo, volgens NEN2580. In het kerngebied wordt evenwel voorgesteld de gebouwen met een bouwlaag te verhogen en daarmee bvo te creëren. Daaruit wordt geconcludeerd dat ondergrondse parkeergarages onder gebouwen niet toegestaan zijn, noch gepland zijn. 61
23. Voor "wonen" in het bestemmingsplangebied wordt een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. Voor Maatschappelijk, Maatschappelijk-1 en -2 niet. 24. Ondergronds bouwen geeft grote complicaties en risico's voor de omgeving voor wat betreft de ondergrondse waterhuishouding en mogelijke verzakkingen. Er is wel bodemonderzoek gedaan maar er is niet gekeken naar de waterhuishouding onder de grond. Reactie: 22. De constatering dat ondergrondse ruimten meegenomen moeten worden in het bvo, volgens NEN2580, is juist. Volgens het bestemmingsplan mag er wel ondergronds geparkeerd worden (zie punt 23) mits de beschermde waarden niet worden aangetast. Bij de aanwijzing van verschillende gemeentelijke monumenten is het niet in de lijn der verwachting dat ondergronds parkeren wordt gerealiseerd. 23. Het is een juiste constatering dat ondergronds bouwen in de bestemming Wonen is beschreven in artikel 19.2.3. Voor de bestemmingen Maatschappelijk, Maatschappelijk 1 en 2 is voor ondergronds bouwen artikel 27 onder f van toepassing. 24. Om een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen moet worden aangetoond dat de te beschermen waarden binnen het plangebied niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet worden verkleind.
Een onderzoek naar de waterhuishouding – in het kader van de invloed op de landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurwaarden – kan hier onderdeel van uit maken. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Flora en Fauna / paddenstoelen Samenvatting: 25. Goed onderzoek naar het veelal monumentale en beeldbepalende bomenbestand ontbreekt volgens indiener. Indiener geeft aan dat een veel grondiger flora- en faunaonderzoek moet plaatsvinden, waarbij ook de gevolgen van het OBP in kaart gebracht moeten worden. 26. In de Prioriteitszone 1 staan paddenstoelensoorten die op de zogenaamde ‘Rode Lijst’ staan. Indiener constateert dat in de Quickscan flora en fauna wel bij een opsomming van soortgroepen ‘paddenstoelen’ vermeld staat, doch verder is er in de quickscan niets over te vinden. De rode lijsten komen voort uit het Verdrag van Bern. Dit verdrag vraagt bijzondere aandacht voor soorten die met uitsterven worden bedreigd en kwetsbaar zijn. Indiener is van mening dat de gemeente dient mee te werken aan de bescherming van Rode Lijst paddenstoelsoorten en duidelijk te beschrijven hoe men daar invulling aan gaat geven. 27. Volgens indiener veroorzaakt het verschoven bouwvlak van de Blauwe tram-locatie dat enkele beeldbepalende monumentale bomen gekapt zouden moeten worden.
Indiener is van mening dat er een andere locatie gevonden moet worden voor het bouwvlak van Rivierduinen.
62
Reactie: 25. Door Bomenwacht Nederland is voor Endegeest een kwantitatieve en kwalitatieve inventarisatie van bomen en bosplantsoenvakken verricht (d.d. 20 oktober 2017), als basis voor het huidige bomen beleid. Hierbij is een gemeentelijke Bomenlijst opgesteld waarin is aangegeven welke bomen een waardevolle of monumentale status genieten. Daarnaast staat het gebied Endegeest als Boomlocatie op de Groene Kaart. Indien bomen van de Bomenlijst door een bouwinitiatief worden geraakt, moet onder meer worden onderzocht of er alternatieven tot behoud van de houtopstand zijn (dit kan ook het aanpassen van het bouwplan zijn) (zie Bomenverordening 2019). Zie ook beantwoording bij punt 13. 26. Een aantal aanwezige paddenstoelen soorten komen voor op de Rode Lijst. De gemeente heeft hiervoor een wettelijke zorgplicht. Aan de gronden binnen de prioritaire zone, maar buiten het NNN, wordt een bijzondere aanduiding toegekend, gekoppeld aan een aanlegvergunningstelsel met de voorwaarde dat onderzoek moet worden gedaan naar aanwezige beschermde paddenstoelen en de voorwaarde dat de werkzaamheden de paddenstoelen niet onevenredig aantasten. 27. Het verleggen van het bouwvlak ‘Blauwe tram-locatie’ naar het zuiden is gebeurd ten behoeve van mogelijk maken van de Groene corridor.
In overleg met Rivierduinen, de Monumentencommissie en afvaardiging van de Welstandscommissie is er voor gekozen om het bouwvlak te verruimen, zonder de bebouwingsmogelijkheden te vergroten. Op deze manier kunnen bouwinitiatieven makkelijker ingepast worden rekening houdend met de aanwezige beschermde bomen. Conclusie: Zienswijzen 25, 26 leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 27 is ambtelijk aangepast. Verkeersonderzoek Samenvatting: 28. Indiener geeft aan dat Overgeest conserverend wordt bestemd en daarom niet is meegenomen in het verkeersonderzoek. Indiener is van mening dat het verkeersonderzoek in zijn totaliteit (ook met mogelijk andere projecten in Oegstgeest) bekeken moet worden en derhalve overgedaan moet worden. 29. Het rapport stelt op pagina 3: "Gegeven de uiteenlopende mogelijkheden voor de invulling van het gebied en de onzekerheid die daarmee gepaard gaat, is voor dit verkeersonderzoek daarom het uitgangspunt genomen dat de nieuwe ontwikkelingen in het gebied een vergelijkbare mobiliteitsbehoefte kennen als de bestaande functies in het gebied". Deze stellingname vindt indiener wel een bijzondere vereenvoudiging. Elke in het OBP opgenomen categorie heeft een eigen parkeerbehoefte die ten opzichte van de huidige situatie hoger ligt. Daarnaast wordt op pagina 6 gesteld dat men voor Maatschappelijk/Zorg uitgaat van de bestaande situatie.
Volgens indiener staan veel gebouwen leeg en wordt op die manier een grove onderschatting gemaakt als je vanuit die situatie gaat extrapoleren.
63
Daarnaast geeft indiener aan dat op pagina 7 de verkeersdruk verder wordt uitgewerkt naar ratio van de vergroting van footprint en niet naar vergroting van bvo. De opbouw van de verkeersgeneratie is onnavolgbaar en onjuist. Zowel naar functie als naar generatie naar oppervlakte worden volgens indiener twee fouten gemaakt. De verkeersdruk is veel te laag ingeschat en niet goed beargumenteerd. Indiener vindt dat om deze reden het verkeersonderzoek herzien moet worden. 30. In het OBP dienen maatregelen over het stuk weg tussen het Wittehuis en de Willebrordrotonde opgenomen te worden. Voor indiener is duidelijk dat dat stuk weg door combinatie met een fietspad op de rijbaan te smal is. Extra verkeer maakt e.e.a. des te nijpender. 31. Daarnaast geeft indiener aan dat de Willibrord-rotonde nu al niet veilig is – zo wordt geschreven. Gezien de foutieve aannames over de verkeersintensiteiten vanuit Endegeest bijvoorbeeld wordt er voorbijgegaan aan bedrijfsactiviteiten- is juist de spitsproblematiek op die rotonde een issue. In het OBP dienen maatregelen dienaangaande opgenomen te worden. 32. Er wordt uitgegaan van 300 leerlingen. Wat de maximale capaciteit van de nieuwe school wordt en wat dan een mogelijke toekomstige verkeersgeneratie wordt, wordt volledig in het midden gelaten.
Het verkeersonderzoek moet volgens indiener aangepast worden op huidige en mogelijk toekomstige groei van leerlingen. Reactie: 28, 29. Bij de vaststelling van de Gebiedsvisie in 2021 en het opstellen van onderhavig bestemmingsplan zijn de definitieve ontwikkelingen voor Overgeest (nog) niet bekend en/of duidelijk. Daarom is er voor gekozen het gebied Overgeest conserverend te bestemmen. Voor de tijdelijke functie die Overgeest voor statushouders en spoedzoekers gaat faciliteren, is een parkeer- en verkeersonderzoek (d.d. 30 juni 2021) uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat door de tijdelijke huisvesting extra verkeersbewegingen van en naar de planlocatie zullen plaatsvinden. Dit aantal ligt echter lager dan in de oorspronkelijke situatie die binnen het bestemmingsplan mogelijk is. Dit correspondeert dus met het verkeersonderzoek bestemmingsplan De Geesten van Goudappel Coffeng (d.d. 1 juni 2021) waarin Overgeest conserverend is meegenomen. De verkeersgeneratie- en parkeerberekeningen zijn namelijk gebaseerd op de maximale planologische invulling van de functies zoals die nu ook in het gebied voorkomen en planologisch zijn toegestaan. De berekeningen zijn uitgevoerd met het verkeersmodel, waarin het gebied de Geesten (huidig en toekomstig) qua aanwezige functies met een verkeersgeneratie/parkeerbehoefte op basis van het bvo of anderszins is opgenomen.
Met 'bestaande situatie' wordt gerefereerd aan het actuele basisjaar van het verkeersmodel. Dat momenteel deels sprake is van leegstand maakt daarvoor niet uit. Dit is een gangbare benadering/gangbaar onderzoek voor het in beeld brengen van de effecten van (her)ontwikkeling. Het verkeersonderzoek geeft daarmee een goed beeld van de te verwachten intensiteiten/intensiteitstoename. 30. Het bestemmingsplan is niet het kader waarin verkeersmaatregelen worden uitgewerkt. Het bestemmingsplan regelt de functies (in dit geval verkeersfunctie). Op welke wijze die wordt ingevuld is nog te bepalen. 31. De Willibrord-rotonde valt buiten de scope van het bestemmingsplan.
64
32. Het Programma van Eisen van VSO Leo Kanner geeft dat de nieuwe schoolbebouwing een footprint van maximaal 2.600 m2 en een bvo van circa 5.100 m2 heeft. Dit is passend voor 300 leerlingen. Om die reden is in het, als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegde, verkeersonderzoek, gerekend met 300 leerlingen. Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Diversen Samenvatting: 33. Art. 13.4 (Regels) is volgens indiener niet goed geformuleerd. Het kan omgekeerd gebruikt worden. Indiener vindt opheldering nodig waarom een bouwvlak op de kaart ten noorden van de Kasteellaan is opgenomen, terwijl op de kaart zichtbaar is dat dit bouwvlak, conform de afspraken, verschoven is naar het zuiden van de Kasteellaan en dat in samenhang daarmee het mortuarium verschoven zou worden. Indiener vindt dat dit artikel geherformuleerd moet worden en dat opheldering noodzakelijk is. Dit ter voorkoming dat ten gevolge van het niet juist juridisch formuleren ineens twee gebouwen verrijzen aan de Kasteellaan. 34. In 3.1 wordt omschreven dat voor Overgeest een gebiedsvisie is gemaakt en dat dit document is vastgesteld door B&W. Er zijn zienswijzen ingediend, maar deze zijn volgens indiener nooit in de raad besproken en deze gebiedsvisie heeft derhalve geen status in omgevingsrecht. Hetzelfde geldt voor het ambitiedocument (20 juni 2017). 35.
Indiener constateert dat het Wittehuis fout op de kaart staat. Op de kaart is aangegeven dat deze locatie maatschappelijk is en wordt niet vermeld dat er zich ook horeca bevindt. Indiener stelt dat de kaart aangepast dient te worden. 36. Weliswaar is er nu op de plaats de voorgestelde hoofdroute voor fietsen een onverhard fietspad, doch indiener stelt zich op het standpunt dat een verhard fietspad vanaf de Dirck van Swietenlaan naar de Endegeesterstraatweg in het bos ongewenst en onnodig is. De natuur dient beschermd te worden. Reactie: 33. In artikel 13.2.1. onder f en g en artikel 13.4 is geborgd dat één van de bouwvlakken (‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’ of 'specifieke bouwaanduiding - A') aan de Kasteellaan mag worden bebouwd, niet twee. Artikel 13.2.1. onder f en g luiden: f) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - A' mag uitsluitend een gebouw worden gebouwd als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - B' geen gebouw is gebouwd of ingevolge een omgevingsvergunning kan worden gebouwd; g) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - B' mag uitsluitend een gebouw worden gebouwd als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - A' geen gebouw is gebouwd of ingevolge een omgevingsvergunning kan worden gebouwd.
65
Vervolgens kan met artikel 13.4 de bestemming ‘maatschappelijk – 2’ van ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’ worden gewijzigd in ‘Groen’, mits vast is komen te staan dat er plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - A' een gebouw ten behoeve van de bestemming 'Maatschappelijk - 2' is gebouwd of ingevolge een omgevingsvergunning kan worden gebouwd. Zienswijze leidt niet tot een planaanpassing. 34. Voor Overgeest is eerder een gebiedsvisie opgesteld. Voor Endegeest is een ambitiedocument gemaakt. Met beide documenten heeft het college van B&W ingestemd. Op 31 mei 2018 heeft de gemeenteraad van Oegstgeest een motie aangenomen waarin het college is opgedragen om voor het gebied Wilhelminapark en Geesten een integrale en samenhangende nota van uitgangspunten op te stellen. Op 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad van Oegstgeest de Nota van Uitgangspunten Wilhelminapark en de Geesten vastgesteld. Daarbij is tevens een amendement aangenomen, dat aanvullende uitgangspunten voor de gebiedsvisie meegeeft. Waaronder dat deze Nota van Uitgangspunten wordt uitgewerkt in één geïntegreerde gebiedsvisie voor het gehele huidige bestemmingsgebied Wilhelminapark en Geesten die de versterking van samenhang van de gebieden nastreeft. Deze gebiedsvisie De Geesten is op 3 juni 2021 vastgesteld door de gemeenteraad en vervangt o.a. de eerdere gebiedsvisie voor Overgeest.
De gebiedsvisie van 3 juni 2021 geldt als uitgangspunt voor het voorliggende bestemmingsplan. 35. Voor het restaurant aan het Witte Huis is een horeca-aanduiding opgenomen in de Verbeelding. Voor wat betreft een horecavoorziening in het woonzorgcentrum van het Witte Huis geldt dat dit een onderschikte functie heeft ten opzichte van de zorgwoningen, en om die reden niet als zodanig is opgenomen in de Verbeelding. 36. De verbinding door het bos is een logisch vervolg op het recent (2018) aangelegde fietspad vanaf de Dirck van Swietenlaan met onderdoorgang onder de A44 richting Nieuw Rijngeest. Hiermee wordt een logische verbinding tussen dat fietspad en de Endegeesterstraatweg gecreëerd. Het gaat hier over - voor het grootste deel al aanwezige - (wandel)paden door de zuidrand van het bos aansluitend op het pad langs de parkeerplaats. Bij nadere planuitwerking door de eigenaar wordt onderzocht in hoeverre verstoring kan optreden en hoe dit kan worden tegen gegaan indien dit fietspaden worden. Over de materialisatie, passend binnen het NNN-gebied, van deze verbinding moet nog gesproken worden met de Provincie Zuid-Holland. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
66
Het proces Samenvatting: Indiener geeft aan dat het eerste OBP onder grote druk tot stand is gekomen en de kwaliteit van dit plan daar ook naar is. Het tweede OBP is niet veel beter en een gegarandeerd recept voor juridische problemen. Veel essentiële informatie en belangrijke onderzoeken zijn op het moment van de besluitvorming nog niet aanwezig en niet gedeeld met belanghebbenden. Indiener geeft aan dat dit zeer ongebruikelijk is en wijst op het ontbreken van de bereidheid om burgers bij dit belangrijke proces te betrekken. Dat is in strijd met wettelijke procedures, regels van democratie, goed bestuur en een recept voor grote juridische problemen in de toekomst. Aanbevelingen Samenvatting: 37. Concluderend vindt indiener dat het OBP teruggenomen moet worden voor een volledige herziening. Indiener heeft daarvoor de volgende aanbevelingen: Laat door gerenommeerde bureaus de ontbrekende studies maken. Maak het probleem kleiner in plaats van groter. Ga terug naar het vigerende bestemmingsplan. Zoek goed uit of Rivierduinen/Oudendal Groep nog wel bouwrechten heeft. De bouwrechten zijn immers 10 jaar niet gebruikt. Er staat al jarenlang veel leeg. Waarom dan toch weer bouwen in het kerngebied? Bedenk dat de snelle groei van de gemeente Oegstgeest ook de vraag naar maatschappelijk functies met zich meebrengt. Houd dit unieke en maatschappelijke gebied daarom ook maatschappelijk.
Entameer gesprekken tussen Rivierduinen en de Oudendal Groep, opdat de gebouwen in zeker het kerngebied optimaal gebruikt worden. Mogelijk is daar een kleine financiële tegemoetkoming van de gemeente voor nodig. Maar dat is altijd nog beter dan geld weggooien aan eindeloze studies waar niets mee gebeurt. Houd rekening met de al een eeuwlange bijzonder plek en bijzondere zorg en rust die psychiatrische patiënten nu eenmaal nodig hebben. Als er dan toch gebouwd moet worden, doe dat dan met maximaal het oppervlak in m2 volgens het vigerende bestemmingsplan (vergroot dat niet!), maar zoek plekken in het gebied die echt uit het zicht zijn. Bijvoorbeeld voor Rivierduinen nabij de klinieken of op het terreintje waar het Meandergebouw staat. Houd de parkeerruimte op de bestaande plaats, gelegen naast de Julianaschool aan de Rhijngeesterstraatweg ter voorkoming dat al het “blik” verstopt achter nieuw aangeplante groene hagen in het landgoed zijn plaats vindt. Iedereen wil immers het open karakter van het gebied behouden. Vergroot het bvo niet. Houd het probleem klein. Reactie: 37. Er is voldaan aan de wettelijke procedures om een compleet bestemmingsplan met onderzoeken/studies ter inzage te leggen. De onderzoeken zijn uitgevoerd door gerenommeerde bureaus en openbaar geworden bij de terinzagelegging.
Het bestemmingsplan wordt na beoordeling van de ontvangen zienswijzen zo nodig aangevuld en/of gewijzigd. 67
De ruimtelijke ontwikkelingen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, hebben allen een maatschappelijk karakter. In aanvulling op het voorgaande bestemmingsplan worden de bestemmingen 'Maatschappelijk - 1' en 'Maatschappelijk - 2' toegevoegd, waarbinnen een beperkte verruiming van functies mogelijk is geworden om behoudt door gebruik van de aanwezige monumenten een bredere basis te geven. Het uitgangspunt voor het bepalen van de te realiseren nieuwe bebouwing is het amendement van de gemeenteraad van Oegstgeest van mei 2019. Hierin is bepaald dat binnen het gebied Endegeest de totale footprint van aan bebouwing (bestaand en nieuw te realiseren) nooit meer dan 12% van het gebied mag zijn. In de door de gemeenteraad vastgestelde Gebiedsvisie De Geesten d.d. 3 juni 2021 is opgenomen dat dit percentage nu uitkomt op 11,85%, tevens wordt het uitgangspunt gehanteerd ‘behoud door ontwikkeling’. Veel van deze bouwrechten zijn al bestaand in het vigerend bestemmingsplan. Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
68
4.11 INDIENER ZIENSWIJZE 10A: STICHTING BEHOUD WILHELMINAPARK EN GEESTEN Inleiding Stichting Behoud Wilhelminapark en Geesten (indiener) heeft onderzoeks- en planbureau voor groen erfgoed in Nederland ‘Arcadië’ ingeschakeld ten einde te onderzoeken welke effecten de bouwmogelijkheden uit het ontwerpbestemmingsplan hebben op de landschappelijke waarden van De Geesten. Ook heeft indiener Arcadië verzocht te beoordelen of er voldoende gekeken is naar die effecten tijdens het opstellen van de gebiedsvisie en het bestemmingsplan. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Het park van Endegeest te Oegstgeest - Tuinhistorisch onderzoek en aanbevelingen’ d.d. 16 september 2021 welke als bijlage bij indieners’ aanvullende zienswijze is ontvangen. Hoewel de aanvullende zienswijze en het Arcadië-rapport buiten de reactietermijn zijn ontvangen, wordt deze wel voorzien van een reactie in deze nota. Samenvatting: 1. Indiener is van mening dat de gebiedsvisie - waarop het ontwerpbestemmingsplan is gebaseerd onvolledige, onjuiste en verouderde gegevens bevat ten aanzien van de tuinhistorische waarden van het terrein. Omdat daarnaast geen inzicht wordt gegeven in de effecten van de gebruiksfase, is het betoog van de gemeente Oegstgeest volgens indiener niet deugdelijk.
Indiener meent dat het ontbreken van een landschappelijk-historisch onderzoek evenals een natuurhistorisch-onderzoek leidt tot een ondeugdelijke grondslag voor een bestemmingsplan. Uit de tuinhistorische verkenning blijkt volgens indiener dat er bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende naar de tuinhistorische en cultuurhistorische waarden van Endegeest is gekeken. Nader onderzoek voor de beoogde planvorming is volgens indiener noodzakelijk om beter inzicht te verkrijgen in de ontwikkelingsgeschiedenis van de aanleg als geheel en in de actuele situatie en van onderdelen in detail. Reactie: Aan het bestemmingsplan ligt de Gebiedsvisie ten grondslag. De visie is vastgesteld door de raad in 2020 en herzien in 2021. De Gebiedsvisie is voorafgegaan door het Ambitiedocument Park Endegeest van juni 2017. In het Ambitiedocument is gekeken naar de historische ontwikkeling van het landschap en de verschillende onderleggers: o Beschermd dorpsgezicht (2006) o Stedenbouwkundig kader Endegeest (2006) o Bestemmingsplan (2010) o Actualisatie kantorenstrategie o Ondergrond o Landgoedzone o Landgoedbiotopen o Zandnederzettingen o Archeologie Verder is een Nota van Uitgangspunten Wilhelminapark en Geesten (25-05-2019) opgesteld. Dit heeft in de Gebiedsvisie en het BP geleid tot behoud van het park.
Hoewel in de gebiedsvisie geen specifieke paragraaf is gewijd aan tuinhistorie menen wij dat de landschappelijke en
69
cultuurhistorische waarden worden behouden. Het bestemmingsplan voorziet niet in wezenlijke aanpassingen van park Endegeest. De rijksmonumenten zoals het kasteel, de obelisk en de ijskelder blijven geheel behouden. Het rijksbeschermd dorpsgezicht heeft een beschermde status die in het BP wordt gewaarborgd. Hetzelfde geldt voor de verschillende natuurwaardes die het gebied kent. Er wordt weliswaar nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, maar deze gebouwen geven geen wijzigingen in de parkstructuur. We verbeteren deze structuur door de verplaatsing van het westelijke bouwvlak buiten de Kasteellaan. De nieuwe bouwmogelijkheden zijn bovendien nodig om het landgoed toekomstbestendig te maken. Wij achten nadere onderzoek naar de landschappelijke en tuinhistorische waarden niet nodig. De Gebiedsvisie en de onderliggende NvU en het Ambitiedocument bieden voldoende inzicht in de aanwezige waarden en de effecten van het bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 2. De tuinhistorische, cultuurhistorische en natuurwaarden van Endegeest worden in de onderbouwende documenten bij het ontwerpbestemmingsplan op hoofdlijnen erkend door de vele beschermingen die erop zitten.
Bij een nadere bestudering van deze beschermingen blijkt volgens indiener echter dat de inschrijving van Endegeest in het Rijksmonumentenregister met betrekking tot de historische park- en tuinaanleg onvolledig is en actualisatie behoeft. Reactie: Deze zienswijze heeft geen betrekking op de inhoud van het bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 3. Indiener is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan is uitgewerkt op basis van een beeldkwaliteitsplan dat vooral de beoogde bebouwing en kavels faciliteert en niet integraal de terreininrichting rondom deze gebouwen. Reactie: Bij de verdere uitwerking van het plangebied wordt een kwaliteitsteam ingesteld met daarin verschillende disciplines waaronder een landschapsarchitect. Dit team beoordeeld de plannen integraal waarbij gekeken wordt naar de historische context en de natuurwaarden. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 4. Uit een bestudering van de stukken blijkt - naar de mening van indiener - dat de voorgenomen ontwikkelingen een schadelijke invloed hebben op de monumentale waarde van park en omgeving. 70
Reactie: Wij delen die opvatting niet. Zie hiervoor onder 1. Het bestemmingsplan houdt voldoende rekening met de aanwezige monumentale waarde van het park en waarborgt dat die waarden niet worden aangetast. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 5. De tuinhistorische verwachting voor het studiegebied is volgens indiener – gelet op het Arcadië-rapport – dermate hoog dat op basis van deze planvorming het nodig is om een echte toekomstvisie op de park- en tuinaanleg te creëren. Dit ontbreekt in de stukken die behoren bij het huidige ontwerpbestemmingsplan. Indiener ageert hiertegen. Reactie: Wij verwijzen naar de beantwoording onder 1. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 6. Indiener is van mening dat een effectenanalyse ten aanzien van de tuin- en parkaanleg van Endegeest dient te worden opgesteld. Reactie: Wij achten een effectenanalyse niet nodig, zie hiervoor onder 1. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 7. Indiener sluit zich met Arcadië aan bij het advies van de Monumentencommissie Oegstgeest (verslag dd. 22 maart 2021) om een Kwaliteitsteam met de aanwezigheid van een landschapsarchitect in te stellen. Ten grondslag hiervan zou een tuinhistorisch onderzoek en effectenanalyse moeten liggen.
Reactie: Zie hiervoor beantwoording onder 1 en 3. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
71
Samenvatting: 8. Indiener is van mening dat een integraal landschappelijk-historisch onderzoek evenals een natuurhistorisch-onderzoek dient te worden opgesteld waarbij tevens het aangrenzende gebied Rhijngeest dient te worden betrokken. Reactie: Zie hiervoor onder 1. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
72
4.12 INDIENER ZIENSWIJZE 10B: STICHTING BEHOUD WILHELMINAPARK EN GEESTEN Inleiding Stichting Behoud Wilhelminapark en Geesten (indiener) zendt een tweede aanvullende zienswijze. Indiener acht dit geoorloofd. Hij stelt hierbij dat volgens recente jurisprudentie (mei jl.) onder meer door schrijven van de afdeling van de Raad van State, vanwege een uitspraak van het Europese hof, (het z.g. varkens in nood arrest), het hele zienswijzeregime op de schop is gegaan. Samenvatting: In de regels dient naar de mening van indiener onder artikel 19 nog opgenomen te worden dat, maximaal 3 woonlagen toegestaan zijn. Dit: Om goede aansluiting te vinden met de overheersende bebouwing in het bestemmingsplangebied. Om recht te doen aan de eisen en de allure van het Rijks Beschermd dorpsgebied. Om storende hoogbouw te voorkomen. Reactie: In de bouwregels (artikel 19.2) en op de verbeelding zijn de maximale bouwhoogtes en maximale goothoogtes vastgelegd. In het Beeldkwaliteitsplan zijn deze maximale hoogtes ook opgenomen en is bovendien het maximum aantal bouwlagen voor iedere locatie vastgesteld. Het maximum aantal bouwlagen voor nieuwe bebouwing bedraagt nergens meer dan drie lagen (+ kap). Daarmee wordt aansluiting gevonden bij de bestaande bebouwing in het plangebied, wordt recht gedaan aan de allure van het rijksbeschermd dorpsgezicht en wordt storende hoogbouw voorkomen.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
73
4.13 INDIENER ZIENSWIJZE 11: VAN DER FELTZ ADVOCATEN Inleiding De brief d.d. 2 augustus 2021 is een zienswijze op nader aan te voeren gronden. Van der Feltz Advocaten verzoekt namens indiener – mede in verband met de vakantieperiode – hen een nadere termijn te stellen. Indiener is vervolgens in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 26 augustus 2021 zijn zienswijze van nadere gronden te voorzien. Samenvatting: 1. Indiener acht de nieuwe, verruimde bebouwingsmogelijkheden op het perceel van de voormalige Julianaschool ten behoeve van huisvesting van de Leo Kannerschool in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Reactie: Voor het plangebied is gezocht naar een balans tussen enerzijds het financieel mogelijk maken van ontwikkelingen en anderzijds het behouden van de (natuur- en cultuurhistorische) waarden van het gebied. Het behouden van de bestaande waarden is onder meer gedaan door voor Endegeest, op basis van bouwvlak maatvoeringen, toegestane gebouwoppervlaktes en een maximale footprint van 12 procent in het gebied toe te staan. In het beeldkwaliteitsplan worden de kaders gegeven die ervoor zorgen dat de omliggende gebouwen zorgvuldig worden ontworpen en ondergeschikt zijn aan het kasteel. Het programma van eisen van VSO Leo Kannerschool bestaat uit diverse onderdelen. Vooralsnog is uitgegaan van de maximale bruto vloeroppervlakte (bvo) behorend bij 300 leerlingen.
Het programma van eisen levert een totaal benodigde bvo op van ca. 5.100 m². Met de maximale footprint van 2.600 m² volgens het bestemmingsplan, zal de bebouwing hierdoor niet tot twee bouwlagen beperkt kunnen blijven. De bebouwingsmogelijkheden zijn derhalve verruimd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. In de door de gemeenteraad vastgestelde Gebiedsvisie De Geesten d.d. 3 juni 2021 zijn de voorwaarden voor de nieuwbouw vastgelegd: goothoogte 10,5 meter, nokhoogte 13,5 meter en een maximale footprint van 2.600 m2. Voor VSO Leo Kannerschool zijn op basis van het actuele programma van eisen een aantal massastudies uitgewerkt. Ook is een cultuurhistorische notitie opgesteld ten aanzien van de Julianaschool, dienstwoning en (kerkelijk) gebouw ‘Irene’. Eén van de variantenstudies onderzoekt wat het zou betekenen voor de planopzet indien de Julianaschool wordt behouden. Het in- en exterieur van het gebouw ‘Irene’ is in de loop der jaren dermate gewijzigd dat aan dit gebouw geen noemenswaardige cultuurhistorische waarde kan worden toegekend. En het is de wens dit gebouw te slopen. Hierdoor kan efficiënter gebruik worden gemaakt van het plot. Zo kan de bouwhoogte ter hoogte van de noordelijke erfgrens hierdoor teruggebracht worden tot 4 meter. Ook is het hierdoor mogelijk een substantiële strook grond vrij te houden tussen de perceelgrens en het bouwvlak.
Waarbij ter hoogte van de monumentale trekkas van indiener een vrije ruimte van 5 meter is voorzien.
74
Conclusie: Zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ter inzagelegging twee ontwerpbestemmingsplannen Samenvatting: 2. Indiener is van mening dat het niet duidelijk is of het ontwerpbestemmingsplan uit 2020 is ingetrokken. Ook stelt zij dat niet duidelijk is wat er in het ontwerpbestemmingsplan van 2021 ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan uit 2020 is veranderd. Reactie: In de kennisgeving bij het ontwerpbestemmingsplan 2021 staat expliciet vermeld dat een nieuw ontwerp ter inzage wordt gelegd en op welke aspecten het ontwerpbestemmingsplan is gewijzigd. Beide ontwerpen zijn te raadplegen geweest op ruimtelijkeplannen.nl, herkenbaar aan hun eigen unieke IMRO-code en datering. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 3. Indiener is van mening dat in het kader van de rechtszekerheid de ontwerpbestemmingsplannen uit 2020 en 2021 allebei dienen te worden ingetrokken en vervolgens één bestemmingsplan opnieuw als ontwerp ter inzage wordt gelegd. Reactie: Het ontwerpbestemmingsplan 2020 (NL.IMRO.0579.BPDeGeesten-ON01) is inmiddels van ruimtelijkeplannen.nl verwijderd zodat geen misverstand kan bestaan over welk ontwerp uitgangspunt is voor de definitieve vaststelling van het bestemmingplan De Geesten (NL.IMRO.0579.BPDeGeesten-ON02). Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten Samenvatting: 4. De bepalingen uit artikel 24 van de Planregels zijn volgens indiener niet voldoende om de karakteristieke, samenhangende structuur en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te waarborgen. Om het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten te beschermen, is het volgens indiener van belang om in het ontwerpbestemmingsplan al eisen te stellen met betrekking tot de maatvoering. Hierbij dient enerzijds te worden gekeken naar de karakteristiek van de bestaande bebouwing en anderzijds moet worden beoordeeld wat de bebouwingsmogelijkheden zijn op het bouwvlak in het vigerende bestemmingsplan.
75
Als de bebouwingsmogelijkheden aanzienlijk verschillen ten opzichte van de bestaande mogelijkheden is – naar de mening van indiener – de kans op verstoring van het beschermd dorpsgezicht groter. Reactie: Binnen het bestemmingsplan zijn eisen gesteld aan de maatvoering van de bebouwingsmogelijkheden aan de hand van de criteria gesteld in het Beeldkwaliteitsplan. Belangrijk voor het erfgoed van het gebied is dat het gebruikt kan worden zonder schade te doen aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. Dit houdt in dat er een afweging is gemaakt tussen de benodigde ruimte voor exploitatie en deze dusdanig in te passen zodat de benoemde waarden en typering worden gerespecteerd. Zo zal er voornamelijk binnen bestaande bouwvlakken ontwikkeld worden en de nieuwe bouwvlakken vallen binnen en versterken de paviljoenstructuur welke het gebied typeert. Hierdoor wordt er rekening gehouden met de waarden die worden benoemd in de toelichting bij het rijksbeschermd dorpsgezicht en blijft er ruimte voor een gezonde exploitatie van het gebied. Ook zullen de individuele bouwplannen worden getoetst aan de criteria uitgezet in de Welstandsnota en de aanvulling hierop vanuit het Beeldkwaliteitsplan. Waarbij wederom de waarden van het rijksbeschermd dorpsgezicht een prominente positie innemen. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Leo Kannerschool Samenvatting: 5. Op de beoogde locatie van de VSO Leo Kannerschool geldt op grond van de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan een maximaal bebouwd oppervlak van 2.600 m2 en een maximale bouwhoogte van 13,5 meter. Onder het vigerende bestemmingsplan geldt voor dezelfde gronden een bouwhoogte van slechts 4 meter. Daar komt nog bij dat artikel 30.1 van de planregels een binnenplanse afwijking mogelijk maakt van 10%, waardoor het maximaal bebouwd oppervlak en de maximale bouwhoogte nog eens 10% kunnen toenemen. Indiener ageert hiertegen. Reactie: Zie beantwoording bij punt 1. Met een aanpassing van artikel 30.1 van de planregels wordt de bebouwingsmogelijkheid van de VSO Leo Kanner nog verder ingeperkt. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 6. Indiener stelt voorts dat met de ruime(re) bebouwingsmogelijkheden op de beoogde locatie van de toekomstige Leo Kannerschool niet voldoende invulling wordt gegeven aan de bescherming van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten, doordat: - de bebouwing niet past bij de bestaande villabebouwing; - de bosaanleg minder op de voorgrond aanwezig zal zijn; 76
- als gevolg van de bebouwing doorzichten en zichtlijnen verdwijnen; - in verband met de beoogde nieuwbouw minimaal zes monumentale bomen aan de Endegeesterstraatweg gerooid moeten worden om veilig te kunnen in- en uitwegen richting het nieuwe schoolgebouw. Reactie: Het bouwvlak van de huidige Julianaschoollocatie wordt weliswaar verdicht, maar dit is van geen enkele invloed op het achterliggende bos. Voorts worden onderzocht hoe (monumentale) bomen op het bouwvlak behouden kunnen blijven. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat de monumentale bomen aan de Endegeesterstraatweg niet hoeven te wijken voor een eventuele inrit naar de school/parkeerterrein. Het Beeldkwaliteitsplan fungeert hierbij als gebiedsgericht welstandskader voor dit specifieke plangebied, en is daarmee een aanvulling op de Welstandsnota. In het Beeldkwaliteitsplan is het bouwvlak voor de Leo Kannerschool/Julianaschool opgenomen en zijn welstandcriteria opgenomen. Het nieuwe schoolgebouw en het omliggende terrein moet een verbetering zijn voor de uitstraling van De Geesten in het algemeen en het kasteel en bijgebouwen in het bijzonder. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 7.
Bij het voorgaande dient volgens indiener ook meegewogen te worden dat zijn perceel, het perceel ten noorden van de beoogde locatie voor de Leo Kannerschool, een rijksmonument is en daarmee een belangrijk onderdeel vormt van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten. Het realiseren van een aanzienlijk schoolgebouw op deze locatie doet volgens indiener des te meer afbreuk aan het rijksbeschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten. Reactie: In de variantenstudies voor de nieuwbouw wordt rekening gehouden met de huidige beeldbepalende vormgeving in het gebied, zoals benoemd in de toelichting van het rijksbeschermd dorpsgezicht, en ook het perceel van indiener met de daarop liggende rijksmonumenten. Vanuit cultuurhistorisch perspectief wordt er voorts aan gehecht dat het gebruik van deze locatie als school (sinds 1908) kan worden voortgezet. Onderdeel van de variantenstudies is dan ook een variant die voorziet in behoud van de huidige Julianaschool als onderdeel van de nieuwbouw voor de Leo Kannerschool. Andere nieuwbouwvarianten worden tevens uitgewerkt in de variantenstudies en vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad ter besluitvorming. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
77
Samenvatting: 8. In dit kader dient volgens indiener een grotere afstand aangehouden te worden van bebouwing tot zijn perceelgrens. Dit klemt volgens indiener te meer nu ook de trekkas op zijn perceel een (rijks)monument betreft, en op zeer korte afstand is gesitueerd ten opzichte van de beoogde locatie van de Leo Kannerschool. Reactie: Zie antwoord punt 1. Conclusie: Een aanpassing is op dit punt in het bestemmingsplan doorgevoerd, zij het op andere gronden dan deze zienswijze. Welstandnormen in bestemmingsplan Samenvatting: 9. Indiener is van mening dat het van belang is voor de bescherming van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten welstandsnormen op te nemen in de Planregels. Op deze manier wordt volgens indiener een grotere en betere waarborg gecreëerd dat er enkel bebouwing gerealiseerd kan worden die past binnen het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten. Volgens indiener kan een uitzondering gemaakt worden voor het opnemen van welstandsnormen in een bestemmingsplan, indien deze normen ter bescherming dienen van een beschermd dorpsgezicht. (ABRvS 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4240, r. o. 5. 5. 1.) Reactie: Bij het bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan voor De Geesten opgesteld en toegevoegd als bijlage van de Toelichting.
Aan de raad zal worden voorgesteld om het Beeldkwaliteitsplan te verankeren in het gemeentelijk welstandsbeleid, zodat het Beeldkwaliteitsplan onderdeel wordt van de Welstandsnota (2015). Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 10. Deze welstandsnormen dienen volgens indiener in ieder geval opgenomen te worden voor wat betreft de bebouwing op de beoogde locatie van de Leo Kannerschool. Deze locatie bevindt zich – naar de mening van indiener – op een belangrijk onderdeel van het beschermd dorpsgezicht aangezien het aangrenzende perceel het Rijksmonumentale perceel van indiener betreft. Reactie: Zoals in voorgaande beantwoording (te weten: punt 7, 8 en 10) wordt gesteld, wordt er in de variantenstudies voor de nieuwbouw op de beoogde locatie van de Leo Kannerschool rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing, het rijksbeschermd dorpsgezicht en het naastliggende perceel met de daarop liggende rijksmonumenten.
78
Ook wordt er middels het Beeldkwaliteitsplan verdere eisen gesteld aan het nieuwe schoolgebouw en het omliggende terrein. Deze moet een toevoeging zijn voor de uitstraling van De Geesten in het algemeen en het kasteel en bijgebouwen in het bijzonder. De school moet een toevoeging zijn voor het gebruik van het landgoed. Nieuwe bebouwing dient te voldoen aan de eisen gesteld in het Beeldkwaliteitsplan dat voor dit gebied onderdeel wordt van de Welstandsnota. Daarmee is voldoende geborgd dat de beoogde nieuwbouw in balans zal zijn met de omgeving. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Verkeersintensiteit Samenvatting: 11. In de Toelichting wordt gesproken over een verkeerstoename van 410 motorvoertuigen per etmaal vanwege de nieuwe ontwikkelingen in het ontwerpbestemmingsplan, bovenop de autonome ontwikkelingen. Dit komt volgens indiener niet overeen met hetgeen dat is opgenomen in het verkeersonderzoek. Uit het verkeersonderzoek volgt dat alleen de komst van Leo Kannerschool zorgt voor een toename van 510 verkeersbewegingen per werkdag. Daarnaast zorgt de uitbreiding van de horecamogelijkheid in het kasteel voor een toename van 390 verkeersbewegingen per werkdag.
Dit verschil valt volgens indiener te verklaren doordat in de toelichting de onder het vigerende bestemmingsplan bestaande, maar nog niet gerealiseerde, ontwikkelmogelijkheden worden gerekend tot de autonome ontwikkeling. Dit is volgens indiener echter niet terecht: het feit dat deze ontwikkelingen die mogelijk zijn onder het vigerende bestemmingsplan nog niet zijn gerealiseerd en het ontwerpbestemmingsplan dezelfde ontwikkelingen (weer) mogelijk maakt, betekent immers niet dat het verkeer dat afkomstig is van deze ontwikkelingen tot de autonome verkeersgroei kan worden gerekend. Deze groei is immers nog te beïnvloeden, door deze (nog niet gerealiseerde) ontwikkelingen al of niet opnieuw toe te staan. Bij de toetsing van het ontwerpbestemmingsplan moeten de ruimtelijke gevolgen van het voorliggende plan integraal worden beoordeeld is de mening van indiener. Het feit dat het vigerende bestemmingsplan deze ontwikkelingen ook al mogelijk maakte, doet hier volgens indiener niets aan af. Indiener stelt dat het ontwerpbestemmingsplan een verkeerde voorstelling van zaken geeft op dit punt. De plantoelichting derhalve dient te worden aangepast en het ontwerpbestemmingsplan met de gewijzigde toelichting opnieuw ter inzage moet worden gelegd.
Reactie: Voor bestemmingsplannen wordt in de regel, ook omdat soms nog niet alle functies bekend of ingevuld zijn, uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Dat betekent dat ook de slechts deels of niet-gerealiseerde mogelijkheden uit het oude bestemmingsplan de basis vormen voor de toekomstige 'autonome' verkeersgeneratie c.q. daarin meegenomen worden.
79
Vergelijking van de verkeersgeneratie op basis van de maximale planologische mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan met de verkeersgeneratie van het nieuwe plan, leidt dan tot de in het plan opgenomen toename van 410 motorvoertuigen per etmaal. Deze conclusie is dan ook geen verkeerde voorstelling van zaken. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 12. Het is indiener onduidelijk of rekening is gehouden met de toename van verkeersbewegingen ten gevolge van de tijdelijke huisvesting van statushouders en spoedzoekers waarvoor op 7 juli jl. een omgevingsvergunning is verleend. Reactie: Voor de tijdelijke functie die Overgeest voor statushouders en spoedzoekers gaat faciliteren is een parkeer- en verkeersonderzoek (d.d. 30 juni 2021) uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat door de tijdelijke huisvesting (ten opzichte van de situatie dat de gebouwen leeg staan) extra verkeersbewegingen van en naar de planlocatie zullen plaatsvinden. Dit aantal ligt echter lager dan in de oorspronkelijke situatie, toen deze gebouwen nog in gebruik waren bij Rivierduinen. Dit correspondeert dus met het verkeersonderzoek bestemmingsplan De Geesten van Goudappel Coffeng (d.d. 1 juni 2021) waarin Overgeest conserverend is meegenomen.
De verkeersgeneratie- en parkeerberekeningen zijn namelijk gebaseerd op de maximale planologische invulling van de functies zoals die nu ook in het gebied voorkomen en planologisch zijn toegestaan. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 13. Indiener merkt op dat het verkeersonderzoek verschillende onzorgvuldigheden bevat. Zo wordt gezegd dat de komst van de Leo Kannerschool zorgt voor 510 extra verkeersbewegingen per werkdag. In de totale verkeersgeneratie wordt echter rekening gehouden met 513 verkeersbewegingen per werkdag. Daarnaast wordt de volgende rekensom gemaakt: 513 + 390 + 750 = 1.652. De uitkomt van deze som zou echter 1.653 moeten zijn. Indiener concludeert hiermee dat het verkeersonderzoek onzorgvuldig is. Reactie: De aangegeven verschillen zijn marginaal en voornamelijk het resultaat van presentatie van afgeronde getallen. Deze verschillen leiden - ook als van de worst case-situatie wordt uitgegaan - niet tot andere inzichten. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.