CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Inhoudelijke toelichting centrumregeling bij RV d.d. 18 januari 2022 Toestemming centrumregeling Bedrijfsvoering Leidse regio Z-21-148659 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 17 februari 2022, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Toestemming centrumregeling Bedrijfsvoering Leidse Regio3.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanleiding en doel De colleges van Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude hebben, gehoord de raden, in oktober 2021 het principebesluit genomen om Leiden de bedrijfsvoeringsdienstverlening te gaan laten verzorgen voor de partnergemeenten. Met deze transitie willen partijen niet alleen de samenwerking, maar ook de bedrijfsvoering versterken. Voor het realiseren van de transitie is het nodig dat een centrumregeling wordt opgesteld met daaronder drie dienstverleningsovereenkomsten. Daarnaast is aandacht nodig voor de cultuuraspecten van de nieuwe samenwerking. Na het nemen van dit principebesluit is gestart met de uitwerking. De uitgangspunten die zijn geformuleerd gedurende het onderzoek vormen hierbij het fundament. Ook wordt er gewerkt aan een implementatieplan waarin op uitvoerend niveau afspraken over de samenwerking worden gemaakt. En bij het opbouwen van iets nieuws hoort ook het afscheid nemen van hetgeen er al is, in dit geval het opheffen van de bedrijfsvoeringsorganisatie Servicepunt71. Met dit voorstel vragen wij u toestemming te geven voor het aangaan van de centrumregeling. Aangezien zowel de centrumregeling als de onderliggende dienstverleningsovereenkomsten bepalend zijn voor de nieuwe samenwerking bieden wij u ook de concept dienstverleningsovereenkomst aan.

Wij verzoeken u eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken zodat wij na verkregen toestemming op de centrumregeling over kunnen gaan tot het sluiten van de dienstverleningsovereenkomst. Hierna wordt eerst uiteengezet welke samenwerkingsafspraken per document staan opgenomen. Vervolgens wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste kenmerken van beide juridische stukken.

Toelichting centrumregeling Duiding van de centrumregeling De centrumregeling vormt de basis van de samenwerking en is één van de vormen van publiek-publieke samenwerking zoals bedoeld in de wet gemeenschappelijke regelingen. Het is daarmee een gemeenschappelijke regeling. In deze regeling wordt de samenwerking tussen de vier partijen bekrachtigd. De artikelen uit de centrumregeling hebben daarom betrekking op alle vier de partijen. De centrumregeling vormt de basis van de samenwerking en daarmee ook voor de besluitvorming. Om een goed beeld te krijgen van de essentie van deze regeling is een artikelsgewijze toelichting opgesteld die onderdeel uitmaakt van de regeling. Daarnaast is een notitie bijgevoegd over het aanbestedingsrecht waarin een extern ingewonnen advies over de rechtmatigheid van deze samenwerking staat opgenomen.

Inhoudelijke keuzes Voor de nieuwe situatie wordt een gemeenschappelijke regeling (een centrumregeling) getroffen tussen de vier deelnemende colleges, waarin algemene afspraken zijn gemaakt omtrent de samenwerking. Hiermee wordt benadrukt dat de vier colleges ook echt in samenwerking met elkaar door wensen te gaan. De centrumregeling is daarmee het fundament van de toekomstige samenwerking. Juist om die reden achten wij het als college van belang dat deze regeling niet alleen met zorgvuldigheid tot stand is gekomen, maar ook dat de essentie van de nieuwe centrumregeling goed tot zijn recht komt. De essentie van de centrumregeling wordt in het hiernavolgende geschetst op basis van de volgende elementen:  Afstemming  Wijzigingen  Uittreding  Toetreding Afstemming Om de samenwerking te benadrukken is het van belang dat er periodiek overleg plaatsvindt op bestuurlijk én ambtelijk niveau. Daar kan met elkaar afgestemd worden welke ontwikkelingen men ziet, en welke gevolgen dit heeft voor de opdracht vanuit de partnergemeenten en voor de uitvoering door de centrumgemeente. Deze overleggen getuigen van betrokkenheid in de samenwerking. Om dit goed te borgen is ervoor gekozen om een minimum aantal overleggen als verplichting op te nemen. In de praktijk kan er zo veel overleg plaatsvinden als noodzakelijk.

1

De algemene overlegstructuur van de centrumregeling richt zich met name op bestuurlijk overleg over de voortgang van de samenwerking in den brede, en het secretarissenoverleg over de algemene voorwaarden zoals die in de dienstverleningsovereenkomst worden opgenomen. Zoals gezegd borgen deze overlegstructuren wat minimaal nodig is om betrokkenheid en samenwerkingsrelaties goed te onderhouden. In de dienstverleningsovereenkomst zijn bepalingen opgenomen over de governance en samenwerking die zien op de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Wijzigingen Gedurende de transitiefase wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de partnergemeenten de dienstverlening van Leiden blijven afnemen, zoals nu het geval is bij Servicepunt71. Dit zorgt voor de continuïteit en stabiliteit die van belang zijn gedurende de transitieperiode. De flexibiliteit wordt echter nog niet per definitie versterkt. Er is daarom in de centrumregeling opgenomen wanneer wijzigingen mogelijk zijn en welke gevolgen daaraan kleven. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat, zoals de wet bepaalt, wijzigingen altijd mogelijk zijn als beide partijen het eens zijn over de wijziging en dat deze niet eenzijdig kunnen worden opgelegd. De voorwaarden voor uitvoering van het afgesproken dienstpakket kunnen worden gewijzigd door de centrumgemeente, maar financiële gevolgen kunnen alleen verwerkt worden als daarover overeenstemming bestaat.

De partnergemeente houdt het recht om tot aan het eind van de looptijd van de dienstverleningsovereenkomst de oude voorwaarden te hanteren. Als één van de partijen de dienstverlening wil wijzigingen na afloop van de dienstverleningsovereenkomst dan geldt het uitgangspunt dat de financiële consequenties worden gedragen door de partij die de wijziging wil doorvoeren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de situatie dat de centrumgemeente een bepaalde dienst niet meer wil aanbieden of dat een partnergemeente een bepaalde dienst niet meer wil afnemen. Uittreding De centrumregeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Dit is een belangrijk kenmerk voor de samenwerking die partijen voor ogen hebben. Maar er kan zich de situatie voordoen dat één van de partnergemeenten wenst uit te treden. In de centrumregeling is opgenomen onder welke voorwaarden dat mogelijk is. In de voorbereiding is geconstateerd dat de uittreding van de centrumgemeente aanzienlijk meer effect heeft dan de uittreding van één van de andere partnergemeenten. Formeel is het mogelijk om één van de andere gemeenten tot centrumgemeente te benoemen maar in de praktijk houdt de regeling mogelijk op te bestaan met het uitreden van de centrumgemeente. Daarom is ervoor gekozen om voor de centrumgemeente aanvullende uittreedbepalingen op te nemen.

Het belangrijkste verschil is dat er voor de centrumgemeente een opzegtermijn van drie jaar wordt gehanteerd, en voor de andere partnergemeenten een termijn van één jaar. Dit geeft de partnergemeenten voldoende tijd om zich te beraden op verstandige vervolgstappen, mocht de centrumgemeente besluiten tot uittreden. Bij de keuze tot uittreden geldt voor alle partijen dat de kosten van de uittreding voor rekening komen van de uittredende partij. En dat partijen gezamenlijk ervoor zorgdragen dat deze kosten zo laag mogelijk blijven. Toetreding De wens is geuit om een toekomstbestendig samenwerkingsmodel op te richten. Mede daarom is gekozen voor een centrumregeling waarin het mogelijk wordt gemaakt om nieuwe deelnemers toe te laten treden. Tot toetreding is besloten wanneer het college van de centrumgemeente, het toetredende college én twee derde van de colleges van de partnergemeenten met de toetreding hebben ingestemd. De gewenste collectiviteit komt in deze afspraak tot uitdrukking door niet alleen de centrumgemeente maar ook de partnergemeenten een stem te geven in het toelaten van nieuwe deelnemers.

Toelichting rechtmatigheid centrumregeling De betrokken gemeenten zijn aanbestedende diensten. De aanbestedingswet is dus van toepassing. Het wijzigen van het juridisch construct stelt ons voor de vraag of met het nieuwe construct wordt voldaan aan de vereisten van de aanbestedingswet en een rechtmatige samenwerking tot stand komt. Verschillende raden hebben in wensen en bedenkingen bij het principebesluit hier aandacht voor gevraagd. Gedurende de voorbereidingen is hier nadrukkelijk aandacht voor geweest. De inhoud van de samenwerkingsafspraken is namelijk bepalend voor de vraag of het gekozen construct rechtmatig is. Nu de juridische concepten klaar zijn, is de aan dit traject verbonden juridisch expert gevraagd om een oordeel te geven over de risico’s omtrent de rechtmatigheid. Dit oordeel is toegevoegd als bijlage. De conclusie is dat met de manier waarop de Centrumregeling Bedrijfsvoering Leidse Regio en de model dienstverleningsovereenkomst zijn vormgegeven 2

naar het oordeel van deze expert wordt voldaan aan de eisen zoals die thans door de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie gesteld worden.

Toelichting DVO Duiding van de dienstverleningsovereenkomst In de dienstverleningsovereenkomst worden de afspraken vastgesteld over de dienstverlening zoals benoemd in de bijlage van de overeenkomst. Dit betreft de standaard dienstverlening en de advisering. Dit betreffen 1op-1 afspraken tussen de centrumgemeente en de betreffende partnergemeente. Ondanks het 1-op-1 karakter van de overeenkomst is ervoor gekozen om te werken met gezamenlijke spelregels die voor alle partnergemeenten gelden om de collectiviteit van de samenwerking en uitvoerbaarheid te borgen. Maar er is ook ruimte voor individuele keuzes. In de transitiefase is de flexibiliteit met name geborgd buiten deze dienstverleningsovereenkomst, namelijk bij de keuze om mee te doen om met ontwikkelopgaven in de bedrijfsvoering. Deze vallen buiten de scope van deze overeenkomst omdat er sprake is van tijdelijke opgaven die middels projectovereenkomsten worden gefinancierd. Bij het sluiten van de tweede DVO, die volgt na de transitiefase, wordt de flexibiliteit verhoogd door bijvoorbeeld het afschaffen van de verplichte winkelnering1 en het inbedden van individuele wensen over kwaliteit en/of kwantiteit in de DVO.

Inhoudelijke keuzes Dienstverlening start ‘as is’ De rechten en verplichtingen zoals die nu voor Servicepunt71 gelden gaan zoveel mogelijk over “as is” naar de gemeente Leiden. Er is gekozen voor een transitie “as is” om voortvarend werk te kunnen maken van de nieuwe samenwerking en het versterken van de bedrijfsvoering. Dat betekent dat de huidige dienstverlening over gaat naar Leiden en dat daar voor wordt betaald wat nu ook wordt betaald. En de huidige kwaliteitscriteria blijven gelden. Gedurende de transitieperiode wordt gewerkt aan het versterken van bedrijfsvoering. Looptijd De dienstverleningsovereenkomst wordt getroffen voor een bepaalde periode, in tegenstelling tot de centrumregeling, die wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Bij de DVO die geldt in de transitiefase wordt een termijn van twee jaar gehanteerd. Daarna wensen partijen met elkaar tot een nieuwe overeenkomst te komen, waarin meer ruimte is voor flexibiliteit. Mocht het onverhoopt niet lukken om tijdig tot een nieuwe overeenkomst te komen dan wordt de huidige overeenkomst verlengd. Deze keus is gemaakt omdat hiermee de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en mogelijke rechtmatigheidsrisico’s worden voorkomen. Dit neemt niet weg dat partijen de intentie hebben uitgesproken om na de transitiefase over te gaan naar een nieuwe periode waarin andere afspraken noodzakelijk zijn.

Daarom is in de overeenkomst hierover een inspanningsverplichting opgenomen. Zie hiervoor artikel 4 van de DVO. Sturen op de dienstverleningsovereenkomst Goed samenwerken is een belangrijke succesfactor voor het slagen van deze transitie. In de overeenkomst komt deze samenwerking tot uitdrukking door het opnemen van bilaterale overleggen op zowel bestuurlijk niveau als op niveau van de gemeentesecretarissen. Daarnaast worden accounthoudersoverleggen ingevoerd. Deze overleggen gezamenlijk maken het mogelijk om te werken aan de samenwerking en voor zover nodig te sturen op de overeenkomst. Financiële afspraken Bij het maken van de financiële afspraken hebben de partijen zich laten leiden door twee overwegingen:  Het vergroten van de voorspelbaarheid van de kosten  Het eenvoudig houden van de wijze van verrekenen Niet duurder 1 In artikel 7, derde lid, van de Concept DVO die gedurende de transitiefase geldt staat opgenomen dat als de

partnergemeenten bij een derde diensten wil afnemen die raken aan de dienstverlening van de centrumgemeente deze eerst een passend aanbod mag doen en van dat aanbod alleen gemotiveerd mag worden afgeweken.

3

Onderdeel van het principebesluit van de colleges afgelopen zomer namen is dat de dienstverlening als gevolg van de overgang niet duurder wordt. Op het moment van overgang levert de centrumgemeente dezelfde dienstverlening (overgang ‘as is’) met dezelfde kwaliteit, dan ook voor dezelfde prijs. De kosten worden gedekt met de vrijval van de lasten voor de bijdrage aan Servicepunt71. Lumpsum In de DVO is vastgelegd dat de dienstverlening wordt verrekend op basis van lumpsum. De keus voor lumpsumfinanciering is gebaseerd op het streven naar eenvoudige sturing, het voorkomen van financiële verrassingen en het benadrukken van échte samenwerking. Het betekent in de praktijk dat de partnergemeente één vast bedrag betaalt voor het totale pakket van dienstverlening. Schommelingen in het gebruik van de dienstverlening worden binnen de lumpsum opgevangen. Correctie voor loon- en prijsontwikkeling, wettelijke ontwikkelingen, groei en krimp Om de kostendekkendheid van de dienstverlening te waarborgen is de afspraak dat Leiden als centrumgemeente stijgende/dalende kosten doorberekent als gevolg van:  loon- en prijsindexering  wettelijke ontwikkelingen (denk aan het voldoen aan fiscale bepalingen, of wijziging van de eisen van deaccountant)  groei of krimp van de partnergemeenten: als de dienstverlening toe- of afneemt bewegen de kosten mee.

Daarbij is de afspraak gemaakt dat Leiden jaarlijks op 30 april deze ontwikkelingen inzichtelijk maakt, en de kosten voor de partnergemeenten voor het volgende jaar bekendmaakt, zodat deze tijdig kan worden betrokken bij Voorjaarsnota en begroting. Deze bepalingen maken onderdeel uit van de DVO (hoofdstuk 5). Omgang met risico’s De samenwerkende gemeenten hebben binnen de GR Servicepunt71 afgesproken dat zij de risico’s in hun rol van eigenaar afdekken door het weerstandsvermogen van de eigen gemeente op niveau te brengen. Bij de nieuwe samenwerkingsvorm is sprake van mandatering van bevoegdheden naar gemeente Leiden als centrumgemeente. Daar waar tot nu toe de vier partnergemeenten gezamenlijk eigenaar en risicodrager waren, wijzigt dit en wordt de centrumgemeente de enige eigenaar en daarmee risicodrager. Tegelijkertijd dragen de deelnemende gemeenten vanwege de bevoegdhedenstructuur nog steeds verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering, ook als het gaat om eventuele risico’s. Om hier op een praktische manier invulling aan te geven, is afgesproken dat risico's niet jaarlijks worden verrekend, maar dat deze worden opgevangen door de centrumgemeente met behulp van een risicobijdrage van de partnergemeenten. De weerstandscapaciteit van de partnerorganisaties wordt verlaagd, onder gelijktijdige betaling van de risicobijdrage aan de centrumgemeente.

De centrumgemeente dekt het extra risico af met de risico-bijdrage van de partnergemeenten.

Procedure en vervolg Procedure Het college is bevoegd om de centrumregeling vast te stellen, maar kan deze regeling alleen treffen als de raad hiervoor toestemming geeft. Het college vraagt zodoende met dit raadsvoorstel de raad om deze toestemming te verlenen. Wanneer de raden van de vier deelnemende gemeenten toestemming hebben verleend tot het treffen van deze regeling worden de colleges gevraagd een definitief besluit te nemen. Dit betreft het besluit tot het daadwerkelijk treffen van de regeling, het opheffen van de huidige bedrijfsvoeringsorganisatie Servicepunt71 en het aangaan van de dienstverleningsovereenkomst. Tot slot dient de overeenkomst te worden getekend door de burgemeester van zowel de centrumgemeente als de partnergemeente of een gevolmachtigde. Vervolg 4

Na besluitvorming in de colleges en de toestemming van de raden starten twee processen: 1. Het opbouwen van de Centrumregeling van 1 april 2022 tot 1 juli 2022, en vervolgens van 1 juli 2022 tot 1 januari 2023:  Voorbereiden kwartiermakersfase Tot 1 juli bereiden de centrumgemeente en de partnergemeenten de kwartiermakersfase vanaf 1 juli voor. Onder meer wordt, in aanvulling op de DVO-afspraken, gezamenlijk voorbereid hoe de samenwerking in de dagelijkse praktijk verloopt. Zowel qua cultuur als in de verdere concretisering van het afsprakenmanagement.  Kwartiermakersfase o In de kwartiermakersfase gaan de deelnemende gemeenten vooruitlopend op de formele start in de geest van de nieuwe samenwerkingsvorm werken. Dat wil zeggen dat we al langs de nieuwe overlegstructuren regionaal gaan werken en Leiden ook qua cultuur van (samen)werken de Servicepunt71-collega’s gaat verwelkomen en aansturen. Op dezelfde manier hebben we eerder met elkaar gewerkt in de gefaseerde aanpak rond VRIS/de overgang van IV. o Tot 1 januari 2023 bereidt de centrumgemeente daarnaast de ‘ontvangst’ van het nieuwe organisatieonderdeel voor. De overgang van personeel is voorzien op 1 januari 2023. o De centrumgemeente bereidt dienstverlening van ‘standaard dienstverlening’ en ‘business partner in advisering’ volgens de nieuwe DVO voor. Die start op 1 januari 2023 en gaat over ‘as is’. 2.

Het opheffen van de GR Servicepunt71: Het bestuur van Servicepunt71 stelt, na het besluit tot opheffing van de GR door de colleges, het liquidatieplan vast en geeft vanaf 1 april opdracht om de uitvoering van de opheffing te starten. De inventarisatie die daarvoor tot nu toe is uitgevoerd laat zien dat er veel praktische zaken geregeld moeten worden om de dienstverlening ‘startklaar’ over te kunnen dragen aan Leiden.

Financiën Kosten die volgen uit het afsluiten van de DVO De kosten die vanaf 2023 volgen uit het afsluiten van de DVO worden gebaseerd op de meerjarenraming zoals Servicepunt71 die recent heeft afgegeven. Volgens de afspraak uit de DVO, zie hierboven bij Toelichting DVO, wordt dit bedrag jaarlijks gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen, wettelijke ontwikkelingen en voor groei of krimp van de gemeente. Begrotingswijzigingen in 2022 Uitgangspunt bij het principebesluit van de colleges is dat kosten die al zijn voorzien, worden meegenomen in de nieuwe regeling. Begrotingswijzigingen waartoe door het bestuur van Servicepunt71 komend jaar nog wordt besloten, worden daarom verwerkt in de bovenstaande meerjarenraming, nadat ze voor zienswijze zijn voorgelegd aan de gemeenteraden. De begrotingswijzigingen die we in elk geval voorzien, zijn: -

-

De vier partijen hebben in 2020 aan Servicepunt71 de opdracht gegeven om tot een meerjarig projectenportfolio voor informatievoorziening te komen. Tot nu toe worden kosten voor vervanging of vernieuwing steeds bepaald op het moment dat dit aan de orde is, en op dat moment van financiering voorzien. De IV beslaat een steeds groter deel van de bedrijfsvoering. De IV-investeringslast wordt daarom steeds groter, en er bestaat de wens om tot een grotere voorspelbaarheid van de kosten te komen. De vier gemeenten vinden het van belang om strategische keuzes te kunnen maken, en voorspelbaarheid te creëren in de benodigde investeringen die dit van de gemeenten vraagt. Het projectportfolio IV is nagenoeg klaar en wordt afzonderlijk voor besluitvorming aangeboden. De kostendekkendheid van een deel van de dienstverlening binnen Servicepunt71 staat onder druk. Dit geldt met name voor de financiële administratie en de activiteiten ten behoeve van de jaarrekeningcontroles. Momenteel wordt in beeld gebracht wat de exacte omvang van het knelpunt is en welk deel wel en niet kan worden opgelost. De uitkomst volgt in de vorm van een begrotingswijziging.

Nieuwe of andere dienstverlening die niet in de DVO zijn opgenomen Het kan voorkomen dat gedurende het jaar nog voor een aantal zaken apart wordt afgerekend. Want in de DVO is overeengekomen dat tussentijdse aanpassing van de dienstverlening mogelijk is, mits dat gebeurt volgens de werkwijze die daarover in de centrumregeling is afgesproken. Zie hierboven bij Toelichting DVO. 5

Transitiekosten Het treffen van een centrumregeling vraagt om het opheffen van de huidige regeling, en het integreren van de bedrijfsvoering met de organisatie van Leiden. Dat kost tijd, en extra geld. Om een besluit te kunnen nemen over het treffen van de regeling dienen alle consequenties in kaart te worden gebracht, ook de financiële. En vervolgens ook hoe hier gezamenlijk mee wordt omgegaan. Liquidatieplan De inventarisatie voor het opheffen van de GR Servicepunt71 laat vijf groepen van activiteiten zien: 1. In de eerste plaats stelt het bestuur in de rol van werkgever van ca. 450 medewerkers na overleg met de werknemersvertegenwoordiging het sociaal plan vast, waarin de arbeidsrechtelijke bepalingen voor de overgang van personeel zijn opgenomen. De wet overgang van onderneming biedt hiervoor het arbeidsrechtelijk kader. De overgang van personeel vraagt daarnaast zorgvuldige informatievoorziening en correspondentie, en de overdracht van dossiers, inclusief alle arbeidsrechtelijke afspraken. 2. Naast de overgang van personeel betekent het ‘leeg maken’ van Servicepunt71 een majeure operatie binnen de IV: de ‘identiteit’ Servicepunt71 is vervlochten met alle applicaties die in de regio in gebruik zijn, en dat geldt evenzeer voor de onderliggende IT-infrastructuur.

De overgang betekent het ontvlechten en het opnieuw inrichten van systemen, en vervolgens het leggen van nieuwe koppelingen. Voor de applicaties vraagt de overgang het omzetten van alle relevante identiteiten, denk aan autorisaties voor de toegang tot systemen en geautoriseerde handelingen, het omzetten van mailadressen, accounts en andere persoonlijke gegevens, maar ook alle instellingen voor geautomatiseerde brieven, e.d. Al deze handelingen vragen om test-activiteiten. Ook het omzetten van het digitale dienstverleningskanaal en de overdracht van de archieven is onderdeel van de overgang binnen de informatievoorziening. 3. De overdracht van de verplichtingen van Servicepunt71 vraagt het overzetten van zo’n 500 overeenkomsten van Servicepunt71 als contracthouder naar de gemeente Leiden en vereist contact met alle leveranciers en administratieve verwerking van de gewijzigde overeenkomsten. 4. Tenslotte vraagt het financieel leegmaken het overzetten van de gehele financiële administratie, en aan het eind van het jaar de afwikkeling van de jaarrekening, balansafwikkeling en prognose en verrekening van het liquidatiesaldo, e.d. 5. Het totaal van activiteiten vraagt om projectleiding en projectondersteuning.

Implementatieplan De inbedding van de organisatie van Servicepunt71 binnen de organisatie van Leiden richt zich op een aantal thema’s: strategie, structuur, cultuur en waarden, werkprocessen, leiderschap, organisatie. Dit vraagt om betrokkenheid van alle collega’s die in de bedrijfsvoering actief zijn, zowel binnen Servicepunt71 als binnen Leiden: kennismaking, bijeenkomsten om vragen te kunnen stellen, ontwikkeling van nieuwe werkwijzen en samenwerking, etc. Gezien de omvang van de operatie vraagt dit traject om interne begeleiding vanuit management, HRM, organisatieadvies, communicatie, werkprocesmanagement, en incidenteel extern advies.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11060668/1