CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij RV d.d. 4 mei 2021 Zienswijze begroting Veiligheidsregio Hollands Midden 2022 Z-21-143242 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 3 juni 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Zienswijze31.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

18.901

14.918

14.145.470

13.373

12.600

11.828

-

18.037.000

23.936

32.410

41.847

18.500

7.000.000

10.000

11.500

10.000

Meerjaren Investering Plan (bedragen x € 1.000,00) Stand per 1 januari Aan te trekken leningen

-

Te betalen aflossingen

-

-463

-1.101.000

-1.526

-2.064

-2.601

Stand per 31 december

-

18.037

23.936.000

32.410

41.847

49.246

22.686

18.901

32.955.031

38.081

45.783

54.447

-4

-4.446

-1.873.561

-2.299

-2.836

-3.374

Totaal overzicht geldleningen (bedragen x € 1.000,00) Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Aan te trekken leningen

-

18.500

7.000.000

10.000

11.500

10.000

Stand per 31 december

22.682

32.955

38.081.470

45.783

54.447

61.073

-

-

-

-

-

-

Gemiddelde rente% bestaande leningen

1,36%

0,80%

0,74%

0,70%

0,64%

0,60%

Gemiddeld rente% Meerjaren Investering Plan

0,00%

0,21%

0,37%

0,38%

0,39%

0,42%

Rente Bestaande leningen

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

78

3. Paragrafen

Kengetallen Kengetallen financiële positie

Realisatie

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

Meerjarenramingen 2023

2024

2025

Netto schuldquote

15,73%

44,96%

40,51%

36,10%

31,76%

42,73%

Netto Schuldquote (gecorrigeerd)

44,67%

44,96%

40,51%

36,10%

31,76%

42,73%

Solvabiliteitsratio

7,51%

5,21%

5,25%

5,48%

5,74%

5,69%

Structurele exploitatieruimte

3,32%

-0,43%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Netto schuldquote De schuldpositie van de VRHM wordt in de komende jaren vergroot met name door het investeren in de nieuwbouw Leiden-Noord (Schipholweg) en de in de planning staande vervanging van 45 tankautospuiten en 8 autoladders tot en met 2025.

Solvabiliteitsratio Het eigen vermogen in ratio naar het vreemde vermogen zal de komende jaren gaan dalen naar rond de 3,00%. Dit als gevolg van het aantrekken van vreemd vermogen ten behoeve van de vernieuwing van het wagenpark en enkele grote investeringen in verbouwingen en nieuwe kazernes zoals Leiden-Noord (Schipholweg) en Driebruggen en Zwammerdam.

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is (structurele baten en lasten vergeleken met de totale baten). De structurele exploitatieruimte bedraagt -voor 2022- 0,00% en zal de komende jaren op dit niveau gehandhaafd blijven. De verwachting is dat de incidentele lasten de komende jaren zullen stabiliseren.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

79

3. Paragrafen

EMU-saldo Gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht ramingen van het EMU-saldo te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar. Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel.

EMU-saldo

Begroting

Begroting in €

alle bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

EMU-SALDO

11.680

1.627.775

3.750

4.488

13.511

11.680

1.627.775

3.750

4.488

13.511

Meerjarenramingen

EMU-SALDO referentiewaarde (0,27% vh BBP) Verschil EMU-saldo & referentiewaarde

3.5 Bedrijfsvoering Zie paragraaf 2.1. ‘Programmaplan Fysieke Veiligheid’ waarin een nader uiteenzetting wordt gegeven van de doelen en prestaties die de VRHM binnen de primaire processen wil realiseren en paragraaf 2.8 Bedrijfsvoering specifiek voor de ondersteuning aan het primaire proces Brandweer en Risicobeheersing.

3.6 Verbonden partijen Aan de Veiligheidsregio Hollands Midden zijn geen partijen verbonden die vallen binnen de gestelde definities van bestuurlijk én financieel genoemde belangen zoals verwoord in de “Notitie Verbonden partijen” van de Commissie BBV. Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

80

4. Financiële begroting

Financieel kader VRHM 2022 Voor het begrotingsjaar 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 zijn de bestuurlijke uitgangspunten (AB 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019) bepalend (zie paragraaf B1 onderstaand). Daarnaast zijn de afspraken in de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor de begrotingen 2022 uitgangspunt van indexering en algemene taakstelling (zie paragraaf B3 onderstaand). Kostenniveau Brandweer Hollands Midden 2009-2018 Bij het besluit tot regionalisering en start van Brandweer Hollands Midden in 2011 is 2009 als referentiejaar voor het gewenste referentiebudget (kostenniveau) gehanteerd. Dit referentiebudget werd jaarlijks geïndexeerd. Dit is de Cebeon-norm gaan heten. Het gebruik van deze systematiek leverde een objectieve verdeelsleutel op tussen gemeenten en een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken. Brandweer Hollands Midden zat in 2009 16,6% boven de Cebeon-norm, voor een bedrag van € 6,2 mln. De nieuwe brandweerorganisatie kreeg de bezuinigingsopgave mee om de brandweerzorg te realiseren voor maximaal deze Cebeonnorm. Het (bezuinigings-)beleid in deze wordt in het spraakgebruik aangehaald als de ‘routekaart-Cebeon’.

De bestuurlijke afspraken over de Cebeon-norm en de routekaart-Cebeon voor Brandweer Hollands Midden zijn gemaakt tot en met 2018. Naast de grote (financiële) inspanning voor het realiseren van de bezuinigingsopgave binnen de routekaart-Cebeon, is de VRHM/ brandweer in staat geweest uitvoering te geven aan de inrichting en ontwikkelopgave van een nieuwe organisatie, aan een bijdrage aan de (strategische) agenda van het Veiligheidsberaad en aan de uitvoeringsagenda van Brandweer Nederland. Binnen de Cebeonnorm is VRHM/brandweer in staat gebleken een kwalitatieve verbetering te bewerkstelligen zowel in brandweerzorg als in de crisisbeheersingsorganisatie.

Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (AB 31 maart 2016): a. het Bestuur houdt vast aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak; b. aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt één maal in de vierjaar (gelijk de beleidsplan periode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplan periode; c. indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplan periode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplan periode direct aangepast; d. het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplan periode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen; e. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode hoger is dan de voorgaande periode wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl.

innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen; f. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode lager is dan de voorgaande periode worden bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (o.a. voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken eventuele bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

82

4. Financiële begroting

4. Financiële begroting

Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen 2022 De kaderstelling voor 2022 is bij brief d.d. 4 november 2020 aangeboden aan de Dagelijks Besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1. De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar: Voor arbeid: ■ de Prijs overheidsconsumptie werknemers beloning werknemers 2022: 1,3%; ■ correctie T-2: +2,1%, correctie T-2: -2,0%, netto correctie: +0.1%; ■ de toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt daarmee 1,4% voor beloning werknemers. Voor materieel: ■ de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2022: 1,5%; ■ correctie T-2: -0,1%, correctie T-2: -0,3%, netto correctie: -0.4%; ■ de toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt daarmee 1,1% voor netto materieel. 2. In deze nieuwe systematiek van de FKGR wordt de indexering voor 2022 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2020 en 2021. De indexering voor 2022 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2020 (de grondslag voor de septembercirculaire 2020). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2022 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald.

In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2020 met betrekking tot 2020 en 2021 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2022.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

83

4. Financiële begroting

Toepassing financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen (in de praktijk) In de uitwerking van de begrotingen wordt bovenstaand in de praktijk als volgt toegepast: ■  Het kostenniveau is het geïndexeerde referentiebudget 2009. ■  Autonome- en exogene ontwikkelingen, c.q. nieuw beleid, worden per jaar en niet per beleidsplanperiode alleen toegekend na onderbouwing en bestuurlijke goedkeuring. ■  Basis van facturatie is het factuurbedrag T-1. ■  Dit is ook de basis van indexering voor het jaar T. ■  Verdeling van een autonome of exogene stijging voor het programma Brandweer en Crisisbeheersing (taken brandweerzorg en risico- en crisisbeheersing, vanaf 2020 incl. Veiligheidsbureau) vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire T-2. ■  Verdeling van een autonome of exogene stijging voor de programma’s Meldkamer Brandweer Hollands Midden (taak meldkamer) en Oranje Kolom (taak bevolkingszorg) vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBSstatistieken). ■  Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud van het gemeentefonds herijkt.

3. Daarnaast doet de FKGR een algemene oproep aan de gemeenschappelijke regelingen om te bezien hoe de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage zouden kunnen leveren om de ontstane tekorten bij gemeenten te reduceren. Daarbij opteert de bestuurlijke werkgroep expliciet niet voor een generieke taakstelling, aangezien de bestuurlijke werkgroep zich bewust is van het feit dat de gemeenschappelijke regelingen hiervoor te zeer van elkaar kunnen verschillen. Ook geeft de bestuurlijke werkgroep geen inhoudelijke richtingen aan, aangezien dit is voorbehouden aan het dagelijks en algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Conform de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor 2022 betekent dit voor de VHRM een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 1,3% t.o.v. 2021. Voor de GHOR (onderdeel van de begroting RDOG Hollands Midden) betekent dit een gewogen indexering van 1,34% t.o.v. 2021, gebaseerd op een verhouding die de RDOG Hollands Midden hanteert van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het AB RDOG van 9 december 2020 is deze indexering vastgesteld. In de vergadering van het AB RDOG van 7 april 2021 worden de uitgangspunten voor de begroting 2022 RDOG vastgesteld.

Onderstaande samenvatting van de grondslagen waarop de ramingen zijn gebaseerd, is bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. Deze grondslagen zijn onderdeel van het Financieel Statuut van de VRHM en worden overeenkomstig toegepast. ■  De waardering van de materiële vaste activa is op historische kostprijs/aanschafprijs, verminderd met afschrijvingen en specifieke subsidies of bijdragen. De afschrijvingspercentages zijn vastgesteld aan de hand van de economische levensduur en met inachtneming van de waarderingsgrondslagen voor afschrijvingen als vermeld in het Financieel Statuut; ■  De vorderingen, liquide middelen, langlopende- en kortlopende schulden zijn op nominale waarde gewaardeerd; ■  Baten en lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben; ■  Afschrijving start na ingebruikname investering; ■  Het aantal inwoners wordt ontleend aan de laatst door het CBS per 1 januari vastgestelde en gepubliceerde gegevens. De begroting 2021 de meerjarenramingen en de indicatie van de rijksbijdrage gaan uit van de inwoneraantallen per 1 januari 2019; ■  De begroting en de meerjarenramingen zijn gebaseerd op bestaand beleid.

Nieuw beleid wordt afzonderlijk gespecificeerd; ■  De lonen en de prijzen worden geïndexeerd volgens de richtlijnen van de commissie-Strijk; ■ De rijksbijdragen worden ontvangen ter dekking van de taken. ■  De indicaties voor de begroting en de meerjarenramingen zijn conform de meest recente beschikking opgenomen; ■  Er zijn geen baten of lasten wegens dividend.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

84

4. Financiële begroting

De ramings grondslagen

4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Realisatie

Begroting

Begroting in €

(bedragen x € 1.000,00)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID

43.625

46.265

46.773.413

46.774

46.774

46.774

Meldkamer

1.185

886

1.127.253

1.127

1.127

1.127

Risico -en Crisisbeheersing

4. Financiële begroting

Wat gaat het kosten?

Meerjarenramingen

Programmataken 4.844

5.388

5.390.070

5.390

5.390

5.390

Bevolkingszorg

554

626

636.990

637

637

637

Brandweerzorg

27.337

28.947

29.184.272

29.184

29.184

29.184

Management & Ondersteuning Directie & Staf

1.382

1.552

2.163.743

2.164

2.164

2.164

Bedrijfsvoering

8.323

8.866

8.271.086

8.272

8.272

8.272

Overhead

11.712

12.732

12.584.709

12.585

12.585

12.585

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

-57.040

-58.738

-59.208.122

-59.209

-59.209

-59.209

Gemeentelijke bijdrage

-48.859

-51.217

-51.883.220

-51.883

-51.883

-51.883

Rijksbijdrage (BDUR)

-6.379

-6.215

-6.386.102

-6.387

-6.387

-6.387

Overige bijdragen

-1.802

-1.306

-938.800

-939

-939

-939

Heffing Vpb

-

-

-

-

-

-

Onvoorzien

-

-

-

-

-

-

-1.703

258

150.000

150

150

150

-

-

-

-

-448

-258

-150.000

-150

-150

-150

-2.151

-

-

-

-

-

Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves Onttrekking aan de reserves Geraamde resultaat

Bovenstaand overzicht is een weergave van de baten en lasten (excl. overhead) per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid. De bijlage 5.2 Overzicht baten en lasten incl. Overhead geeft de exploitatie van de Veiligheidsregio Hollands Midden weer waarbij alle baten en lasten inclusief Overhead zijn verantwoord. Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

85

4.2 Verdeling naar de verschillende taakvelden

4. Financiële begroting

Een uniforme indeling van de programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie o.a. op basis van externe vergelijkbaarheid.

Taakveld

Realisatie

Begroting Begroting (in €)

Meerjarenramingen x € 1.000,-

(bedragen x € 1.000,00)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

BATEN: FYSIEKE VEILIGHEID

-57.041

-58.739

-58.731.451

-58.731

-58.731

-58.731

-199.000

-199

-199

-199

1.1 Crisisbeheersing en brandweer

-56.848

-58.739

-58.532.451

-58.532

-58.532

-58.532

1.2 Openbare orde en veiligheid

-193

-

55.338

58.997

58.881.451

58.881

58.881

58.881

82

51

50.600

51

51

51

0.4 Overhead

11.712

12.732

12.584.709

12.585

12.585

12.585

0.5 Treasury

2

223

182.650

183

183

183

0.4 Overhead

LASTEN: FYSIEKE VEILIGHEID 0.1 Bestuur

-

-

-

-

-

-

1.1 Crisisbeheersing en brandweer

0.8 Onvoorzien

43.306

45.941

46.013.202

46.013

46.013

46.013

1.2 Openbare orde en veiligheid

203

-

-

-

-

-

8.3 Wonen en bouwen

33

50

50.290

50

50

50

-1.703

258

150.000

150

150

150

MUTATIE RESERVES: FYSIEKE VEILIGHEID

-448

-258

-150.000

-150

-150

-150

0.10 Mutaties Reserves

-448

-258

-150.000

-150

-150

-150

-2.151

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-2.151

-

-

-

-

-

SALDO VOOR BESTEMMING: FYSIEKE VEILIGHEID

RESULTAAT NA BESTEMMING: FYSIEKE VEILIGHEID VPB RESULTAAT NA BELASTING: FYSIEKE VEILIGHEID

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

86

4.3 Geprognosticeerde balans

Geprognosticeerde balans (alle bedragen x € 1.000)

Realisatie

Begroting

Begroting in €

2020

2021

2022

Meerjarenramingen 2023

2024

2025

Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen

26.164

40.371

44.625.000

51.641

59.818

67.995

-

-

-

-

-

-

Financiële vaste activa: Leningen

-

-

-

-

-

-

Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar

-

7.901

7.550.000

7.199

6.848

6.497

26.164

48.272

52.175.000

58.840

66.666

74.492

Totaal Vaste Activa Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen

-

-

-

-

-

-

Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen

-

-

-

-

-

-

807

207

207.000

207

207

207

Liquide middelen

Uitzettingen < 1 jaar

6.449

5.368

5.973.775

6.368

6.303

4.993

Overlopende activa

108

644

644.000

644

644

644

Totaal Vlottende Activa

7.364

6.219

6.824.775

7.219

7.154

5.844

Totaal Activa

33.528

54.491

58.999.775

66.059

73.820

80.336

5.773

5.623

5.472.547

5.323

5.173

5.023

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen

8.278

8.206

7.738.758

7.246

6.493

5.813

Vaste schuld

20.235

32.955

38.081.470

45.783

54.447

61.073

Totaal Vaste Passiva

34.285

46.784

51.292.775

58.352

66.113

71.909

Vlottende schuld

4.032

3.504

3.504.000

3.504

3.504

3.504

Overlopende passiva

3.039

4.203

4.203.000

4.203

4.203

4.923

Totaal Vlottende Passiva

7.071

7.707

7.707.000

7.707

7.707

8.427

Totaal Passiva

41.356

54.491

58.999.775

66.059

73.820

80.336

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

87

4. Financiële begroting

De geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren en in meerjarig perspectief geeft meer inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte.

4.4 Structurele en incidentele baten en lasten

(bedragen x € 1.000,00)

Realisatie 2020

Begroting Begroting (in €) 2021

Meerjarenramingen x € 1.000,2023

2022

2024

2025

Exploitatiebaten: Dekking uit reserves

-

-150

-150

-150

-150

-150

Reserve resterende exploitatielasten MKHM

-

-150

-150

-150

-150

-150

Structurele baten en lasten

-

150

150

150

150

150

Kapitaalslasten Meldkamer

-

150

150

150

150

150

-

-

-

-

-

Saldo Structurele baten en lasten

-

4. Financiële begroting

Structurele baten en lasten

Momenteel wordt nog gewerkt aan de nieuwe “Nota reserves 2021 – 2023” die dient om inzicht te geven in de verwachte benodigde financiële dekking van projecten en incidentele lasten. In afwachting van de besluitvorming hieromtrent in de Algemeen Bestuur vergadering wordt in deze programmabegroting 2022 aan deze paragraaf geen verder invulling gegeven.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

88

4.5 De financiële positie en toelichting

12.000

Ontwikkeling Eigen vermogen (x € 1.000)

Saldo per 01-01

10.000 Algemene reserve

8.000

Bestemmingreserve

6.000

Eigen vermogen

4.000 2.000 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Jaren

De dalende tendens op de bestemmingsreserves wordt hoofdzakelijk ingegeven door de structurele onttrekking ten behoeve van de financiering van het exploitatietekort op de Meldkamer Brandweer Hollands Midden. Incidentele onttrekkingen uit de bestemmingsreserves zullen middels besluitvorming in het Algemeen Bestuur nader worden gedefinieerd op basis van de Nota Reserves 2021-2023.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

89

4. Financiële begroting

De Algemene reserve blijft gehandhaafd op het huidige niveau ter dekking van de geïnventariseerde risico’s zoals beschreven in de risicoparagraaf van de Nota Reserves en voorzieingen 2020-2023.

5. Bijlagen

5. Bijlagen

5.1 Overzicht inwonersbijdrage meerjarig per gemeente Geïndexeerde bijdrage 2023 -2025

Bijdrage 2022

GMK (oud)

Oranje Kolom (oud)

Brandweer en Risicobeheersing

Meldkamer Hollands Midden

Bevolkingszorg

Totaal Geindexeerde bijdrage

aantal inwoners 1-1-2020

%-verdeling 2022 obv Sept circ ‘20

Brandweer -en Crisisbeheersing

Meldkamer Hollands Midden

Bevolkingszorg

Alphen aan den Rijn

111.897

13,0%

6.403.154

122.791

86.866

6.612.811

85.967

6.454.493

156.290

87.995

6.698.778

Bodegraven-Reeuwijk

34.872

4,4%

2.193.978

38.046

26.904

2.258.929

29.366

2.212.615

48.425

27.254

2.288.295

Gemeente

Totaal

Index: 1,3 %

Gouda

73.427

9,3%

4.619.113

80.580

57.226

4.756.919

61.840

4.658.226

102.563

57.970

4.818.758

Hillegom

22.209

2,4%

1.188.499

23.787

17.001

1.229.287

15.981

1.197.769

30.276

17.222

1.245.267

Kaag en Braassem

27.297

3,4%

1.721.502

29.688

21.035

1.772.223

23.039

1.736.169

37.787

21.308

1.795.264

Katwijk

65.753

7,1%

3.469.410

72.775

51.468

3.593.653

46.717

3.495.604

92.629

52.137

3.640.371

Krimpenerwaard

56.319

6,6%

3.312.997

62.201

44.028

3.419.226

44.450

3.339.906

79.170

44.600

3.463.676

Leiden

125.099

20,4%

10.116.408

139.575

98.627

10.354.609

134.610

10.211.658

177.652

99.909

10.489.220

Leiderdorp

27.056

3,3%

1.654.570

30.671

21.636

1.706.877

22.189

1.668.110

39.038

21.918

1.729.066

Lisse

22.955

2,8%

1.416.736

25.705

18.118

1.460.559

18.987

1.428.476

32.717

18.354

1.479.547

Nieuwkoop

28.811

3,2%

1.562.126

31.357

22.263

1.615.747

21.005

1.574.287

39.912

22.552

1.636.751

Noordwijk

43.508

5,7%

2.920.869

47.433

33.646

3.001.947

39.025

2.946.516

60.373

34.083

3.040.972

Oegstgeest

24.840

2,6%

1.312.754

26.535

18.828

1.358.119

17.656

1.322.926

33.774

19.073

1.375.773

Teylingen

37.440

3,9%

1.958.803

40.523

28.787

2.028.113

26.365

1.973.739

51.579

29.161

2.054.478

Voorschoten

25.596

2,7%

1.351.709

28.569

20.191

1.400.468

18.206

1.361.859

36.362

20.453

1.418.674

Waddinxveen

29.291

3,1%

1.485.433

29.311

21.164

1.535.908

19.967

1.497.129

37.307

21.440

1.555.875

Zoeterwoude

8.605

1,4%

660.044

9.430

6.672

676.147

8.790

666.175

12.003

6.759

684.937

Zuidplas

43.885

4,7%

2.356.114

46.665

33.073

2.435.852

31.666

2.374.619

59.396

33.503

2.467.518

Eindtotaal

808.860

100%

49.704.220

885.642

627.532

51.217.393

665.826

50.120.277

1.127.253

635.692

51.883.220

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

91

5. Bijlagen

Bijdrage 2021

5.2 Overzicht Baten en lasten incl. Overhead

5. Bijlagen

Onderstaande overzicht is een weergave van de baten en lasten waarbij taakveld 0.4 Overhead volledig is verwerkt per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid.

Wat gaat het kosten?

Realisatie

Begroting

Begroting in €

(bedragen x € 1.000,00)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID

55.338

58.998

59.358.123

59.359

59.359

59.359

Meldkamer

1.185

886

1.127.253

1.127

1.127

1.127

Risico -en Crisisbeheersing

5.425

5.971

5.981.270

5.981

5.981

5.981

Meerjarenramingen

Programmataken

Bevolkingszorg

635

693

701.690

702

702

702

Brandweerzorg

29.745

31.539

31.881.471

31.881

31.881

31.881

Management & Ondersteuning Directie & Staf

3.252

3.964

4.495.243

4.496

4.496

4.496

Bedrijfsvoering

15.096

15.945

15.171.196

15.172

15.172

15.172

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

-57.040

-58.739

-59.208.122

-59.209

-59.209

-59.209

Gemeentelijke bijdrage

-48.859

-51.217

-51.883.220

-51.883

-51.883

-51.883

Rijksbijdrage (BDUR)

-6.379

-6.215

-6.386.102

-6.387

-6.387

-6.387

Overige bijdragen

-1.802

-1.306

-938.800

-939

-939

-939

Heffing Vpb

-

-

-

-

-

Bedrag onvoorzien

-

-

-

-

-

-

-1.702

258

150.000

150

150

150

Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan de reserves

-448

-258

-150.000

-150

-150

-150

-2.150

-

-

-

-

-

Geraamde resultaat

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

92

Meerjarenramingen x € 1.000,-

Begroting 2022

2023

2024

Nieuwbouw Leiden Schipholweg, Nieuwbouw Zwammerdam Driebruggen, (mogelijk) Nieuwbouw

3.075.000 1.475.000 600.000 1.000.000

Totaal Gebouwen

3.075.000

-

-

-

Voertuigen Redvoertuig (mantel voor 6 tot 8 stuks) Tankautospuit (45 stuks) Hulpverleningsvoertuig (4 stuks) OVD voertuigen GSE containers Waterongevallenvoertuig (5 st)

5.970.380 1.590.380 3.900.000 480.000 -

5.850.380 1.590.380 3.900.000 360.000 -

6.320.380 1.590.380 3.900.000 230.000 600.000

3.900.000 3.900.000 -

783.650 33.650 750.000

783.650 33.650 750.000

783.650 33.650 750.000

750.000

6.754.030

6.634.030

7.104.030

4.650.000

328.000 128.000 35.000 165.000

-

-

-

Verbindingsmiddelen Upgrade portofoons Pagers / Mobilofoons Schakelkastjes (onderdeel porto / mobilofoon) Duikapparatuur, seinlijnen / communicatieapparatuur

-

440.000 440.000 -

50.000 50.000 -

523.000 280.000 243.000

Ademlucht Ademlucht apparatuur toestellen Ademlucht apparatuur flessen Ademlucht apparatuur maskers Duikapparatuur, toestellen, cilinders

-

2.830.000 1.150.000 820.000 530.000 330.000

-

-

Totaal Persoonlijke Functionele Uitrusting

328.000

3.270.000

50.000

523.000

Informatie Technologie DBK/RIS (nu Falck) Financieel systeem (nu Exact en Synergy)

870.000 820.000 50.000

100.000 -

-

-

-

100.000

-

870.000

100.000

-

-

11.027.030

10.004.030

7.154.030

5.173.000

Bepakking Bepakking redvoertuigen Bepakking tankautospuiten Totaal Wagenpark Persoonlijke Functionele Uitrusting (Kleding) Blushandschoen Gaspakken Duikpakken

Wifi AccessPoints Totaal Informatie Management Totaal Meerjaren Investerings Plan

-

2025 -

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

-

750.000

93

5. Bijlagen

5.3 Details Meerjaren Investering Plan 2022 – 2025

Meerjaren Investerings Plan

5.4 Begroting naar produkten

5. Bijlagen

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

94

5.5 Overzicht naar IV-3 rapportage

Arbeid Salarissen en sociale lasten

5. Bijlagen

Begroting (in €)

Ec. Cat.

2022 34.559.324

1.1

-

3.2

Ingeleend personeel

2.366.083

3.5.1

Overige goederen en diensten

16.767.886

3.8

-80.000

4.3.x

Materieel Duurzame goederen

Inkomensoverdrachten TOTAAL:

53.136.222

Verhouding:

bedragen

procenten

Arbeid

34.559.324

64.5%

Materieel

19.053.969

35.5%

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

95

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10260257/1