CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RM d.d. 24 febr 2021 Wensen en bedenkingen & opbrengst participatie RES Z-20-13071

Gezamenlijke Beeldvorming Burger en Ruimte 22 april 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Stukken3.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geactualiseerde oplegnotitie bij Wensen en bedenkingen Concept RES Datum: 15 januari 2021

1. Inleiding Na het gereedkomen van de Concept RES is het stuk op 3 april 2020 naar alle partners (gemeenten, provincie, hoogheemraadschap en omgevingsdienst) toegestuurd. Aan de colleges is vervolgens gevraagd om het document voor ‘wensen en bedenkingen’ voor te leggen aan de volksvertegenwoordigers (raden, staten, Verenigde Vergadering) en voor 1 juni met een reactie te komen. Voor de zomervakantie hebben wij de wensen en bedenkingen ontvangen van de raden van alle 13 gemeenten en van de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap. De Programmaraad heeft een advies uitgebracht over de Concept RES dat ook mee wordt genomen in de ‘wensen en bedenkingen-procedure'. Provinciale Staten van Zuid-Holland heeft op 23 september over alle zeven Concept RESsen vergadert en onlangs haar wensen en bedenkingen meegegeven. Daarnaast heeft het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (uit onze RES-regio valt Nieuwkoop hier binnen) haar wensen en bedenkingen ingediend. En we hebben van netbeheerder Liander een brief ontvangen met hun visie op de RES Holland Rijnland. Het idee achter de wensen en bedenkingen-procedure is dat de volksvertegenwoordigers in deze fase aan konden geven hoe zij aankeken tegen de Concept RES en in die zin sturing konden geven aan het proces.

Formeel is in de handreiking RES aangegeven dat de volksvertegenwoordigers de RES 1.0 vast dienen te stellen (gepland voor 1 juli 2021). Er is in de zomer van 2020 een brochure van NP RES (Regionale Energiestrategieën en besluitvorming) verschenen waarin de wensen en bedenkingen procedure wordt beschreven als een van de drie vormen van besluitvorming. Er worden twee belangrijke voordelen beschreven: “Het eerste voordeel is dat door de term “wens en bedenking” direct duidelijk is dat er in deze conceptfase nog geen besluitvorming plaatsvindt door PS, raad of algemeen bestuur. Het is niet meer en niet minder dan input door PS, raad en algemeen bestuur aan GS, college en dagelijks bestuur. Het tweede voordeel is dat er bij al die organen een vergelijkbare uitkomst in de vorm van een wens/bedenking kan worden verkregen voor het vervolg.” Alle wensen en bedenkingen zijn opgenomen in bijgaand excelsheet. Het eerst tabblad geeft een overzicht van alle wensen en bedenkingen, onderverdeeld per organisatie. In de daaropvolgende tabbladen zijn de wensen en bedenkingen thematisch geordend: naast de vier uitvoeringslijnen Warmte, Energie en Ruimte, Energiebesparing, Duurzame Mobiliteit zijn daar de thema’s Proces, Participatie en Overig aan toegevoegd.

Door in het overzicht te klikken op de link achter de wens/bedenking, komt u terecht bij het thema waarin de wens en bedenking is ondergebracht. Daar wordt ook een reactie gegeven en wordt aangegeven wat er (per thema/onderwerp) gedaan zal worden met de reacties. Daarin wordt een onderscheid aangebracht in 5 categorieën: 1. Overnemen in RES 1.0: was al gepland, is uitvoerbaar en/of vergt niet al te grote kosten of inzet. Dit betreffen vooral wensen om de komende periode een onderwerp nader te belichten of te onderzoeken 2. Lastig over te nemen aangezien dit veel inzet/kosten vergt, Hier is een besluit over nodig in de Stuurgroep/PHO+

1

3.

4. 5.

Lastig over te nemen aangezien de wensen en bedenkingen van verschillende partijen niet met elkaar in lijn zijn of omdat een partij iets vraagt ten aanzien van het proces dat nog niet eerder is besproken. Dit betreffen vooral wensen en bedenkingen over het ruimtelijk spoor en de kaart en over het vervolgproces. Hier is een besluit over nodig in Stuurgroep/PHO+ Niet direct over te nemen in de RES 1.0 aangezien de kennis/inzicht het komend jaar er nog niet is. We zullen het wel op de voet blijven volgen. Hier kunnen we komend jaar alleen nog maar een procesantwoord op geven Past niet in de RES 1.0. Aangeven waarom niet en of dit wel of niet elders al is of wordt opgenomen Als update is in de excelsheet tevens zo concreet mogelijk aangegeven hoe de wensen en bedenkingen momenteel uitgewerkt worden en hoe ze naar verachting meegenomen zullen worden in de RES 1.0. Wanneer het eindconcept in maart gereed is zullen deze notitie en het excelsheet nogmaals geactualiseerd worden en zal concreet aangegeven worden waar de wensen en bedenkingen een plek hebben gekregen in de RES.

Doel van deze oplegnotitie is om kort en leesbaar aan te geven wat de wensen en bedenkingen op hoofdlijnen zijn en op welke wijze deze in aanloop naar de RES 1.0 verwerkt zullen worden. In deze notitie wordt in paragraaf 2 het vervolgproces geschetst, geven paragraaf 3 tot en met 6 de hoofdlijnen weer van de wensen en bedenkingen en de geactualiseerde reacties op de uitvoeringslijnen (Energie en Ruimte, Warmte, Energiebesparing en Duurzame mobiliteit) en paragraaf 7 de wensen en bedenkingen en reacties op de overige thema’s (Proces, Participatie en Overig).

2. Vervolgproces Een eerste versie van deze notitie (en bijbehorende bijlagen met wensen en bedenkingen en het overzicht in het excelsheet) is op 23 september voorgelegd aan het PHO+ Energie, die er kennis van heeft genomen. Vervolgens zijn de wensen en bedenkingen als bijlage met de Concept RES (van 3 april 2020) meegestuurd aan het NP RES. De wensen en bedenkingen worden momenteel verwerkt in het proces naar de RES 1.0. In het excelsheet (en op hoofdlijnen in deze notitie) staat aangegeven op welke wijze dat nu gebeurt. In maart 2021, voordat er besluitvorming plaats vindt over de RES 1.0, zal er aangegeven worden wat er daadwerkelijk is gedaan met alle wensen en bedenkingen.

3. Hoofdlijnen wensen en bedenkingen en reactie bij uitvoeringslijn Energie en Ruimte

Integraal beeld ruimtelijke claims Bij de meeste gemeenten zijn opmerkingen geplaatst ten aanzien van een gewenste integrale afweging wanneer we spreken over ruimtelijke claims. De vraag naar een integraal afwegingskader rondom energie, wonen, bedrijvigheid, mobiliteit, natuur en biodiversiteit, enzovoorts wordt door de meeste gemeenten gedeeld. Aan deze wens wordt zo goed mogelijk gehoor gegeven door het opstellen van een Strategische Agenda Ruimte/Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. Gemeenten zullen ook zelf in hun omgevingsvisie deze afwegingen moeten maken. Verhogen draagvlak door participatiemogelijkheden 2

Een meerderheid van de gemeenteraden benadrukt dat een goede methode om draagvlak voor de ruimtelijke invulling van de opwekopgave kan worden verkregen door de inwoners/bedrijven ook te laten participeren in de exploitatie van nieuw te realiseren energiebronnen. Hetzij rechtstreeks, hetzij via zogenaamde energiecorporaties. Voor deze oproep bestaat ook een groot bestuurlijk draagvlak. Daarom zijn er ook sociaaleconomische principes opgesteld. Aan de RES 1.0 wordt een bijlage toegevoegd waarin een handreiking wordt gedaan aan de deelnemende partijen hoe deze principes van ‘medeeigenaarschap’ kunnen worden toegepast en verankerd in beleid. Voorkeur denkrichting De wens om met slechts één ‘denkrichting’ de participatie in te gaan, in plaats van de twee denkrichtingen zoals deze in de concept-RES zijn opgenomen, werd breed gesteund. Daarbij heeft een kleine minderheid ook een voorkeur voor één van de denkrichtingen uitgesproken. Daar waar het Hoogheemraadschap van Rijnland een lichte voorkeur had voor de denkrichting ‘Lokaal eigenaarschap & Landschap’ hadden alle gemeenten die een voorkeur kenbaar hebben gemaakt ‘gekozen’ voor de denkrichting ‘Infrastructuur & Landschap’. Aan deze wensen is gehoor gegeven door de twee denkrichtingen, daar waar zij complementair aan elkaar zijn, samen te voegen tot een.

De denkrichting infrastructuur & landschap vormde hierbij het uitgangspunt waar elementen (bouwstenen) uit de denkrichting ‘Lokaal eigenaarschap & Landschap’ aan zijn toegevoegd. Deze ‘kansenkaart’ is gebruikt in het participatie-traject. Behoud bijzonder landschappen Een zestal gemeenten hebben wensen & bedenkingen geuit waarin zij, al of niet op basis van door hen gemaakte afspraken of interpretaties van normen, aandacht vragen voor het behoud van het door hen ervaren bijzondere landschap. Tot dan toe was bij het opstellen van kaarten met bouwstenen door de werkgroep Ruimte & Energie alleen harde (wettelijke) restricties gehanteerd. Op zich was deze oproep om voor speciale landschappen ook ‘zachtere restricties’ te hanteren strijdig met de oproep van een aantal gemeenten om zelfs de harde restricties ter discussie te kunnen stellen. Dit dilemma is voorgelegd aan de bestuurders tijdens een portefeuille houders overleg (PHO+). Daar is besloten bijzondere en kwetsbare landschappen, zoals natuurgebieden en bollengrond, te ontzien. Dit is verwerkt in de ‘kansenkaart’ zoals deze in het participatie-traject is gebruikt Verhouding wind & zon Door de netbeheerder (Liander) is aangegeven dat de verhouding tussen wind en zon (als opwekkingsbron) voor beide denkrichtingen in de concept-RES bijzonder ongunstig was.

Meerdere gemeenten hebben in hun wensen & bedenkingen hier aandacht voor gevraagd en aangedrongen op een meer evenwichtiger verhouding tussen beide bronnen. Bij het samenvoegen van de twee denkrichtingen tot de ‘kansenkaart’ is een beoordeling gemaakt of de kaart voldoende zoekgebieden bevatte om de ideale verhouding van 1:1 vermogen tussen zon en wind te hanteren. Dat bleek zo te zijn. Als zodanig heeft deze wens ten aanzien van grote opwek geen directe gevolgen voor de zoekgebieden. Het is wel zo dat door het hanteren van een betere verhouding tussen zon en wind de bestaande investeringsagenda van Alliander gevolgd kan worden en geen ruimte ‘gezocht’ hoeft te worden voor extra netwerk infrastructuur. Bij het bepalen van de kansrijke gebieden wordt de net-efficiëntie als factor meegenomen. Alternatieve energiebronnen Verschillende gemeenten vragen extra aandacht voor andere energiebronnen, de ontwikkeling hiervan of de opslag voor energie. In de handreiking NP RES staat specifiek beschreven welke energiebronnen gehanteerd mogen worden. Het bod van Holland Rijnland zal dan ook uitsluitend op deze bronnen gebaseerd zijn. Echter, in het proces van de RES (iedere twee jaar een 3

herijking/herziening is de ruimte om deze ontwikkelingen te volgen en te zijner tijd alsnog te betrekken bij de afweging en het regionale bod.

4. Hoofdlijnen wensen en bedenkingen en reactie bij uitvoeringslijn Warmte Restwarmte Bijna alle raden staan in principe positief tegenover restwarmte uit Rotterdam. Wel bestaan er nog veel vragen en aanvullende wensen over deze bron, met name over het gebied dat door deze bron bediend kan worden en over alternatieven als het niet doorgaat. Inzet is om verder te gaan met de reeds gestarte actieve lobby en voorbereidingen voor de komst van restwarmte uit Rotterdam. Daarbij zal voor de Regionale Structuurvisie Warmte 1.0 (onderdeel van de RES 1.0) verder onderzocht worden of en hoe meer gemeenten dan de huidig beoogde gemeenten ui de Leidse regio, daarop kans kunnen maken. Als de komst van Rotterdamse restwarmte onverhoopt niet slaagt, zullen we andere warmtescenario's in beeld brengen, die allen gebaseerd zullen zijn op een sterk toenemend gebruik van elektriciteit, omdat de regio geen andere hoge-temperatuurbronnen voorhanden heeft. Waterstof Meerdere gemeenteraden willen meer aandacht voor waterstof, ook in de vorm van vergelijkende businesscases of het in stand houden van het aardgasnet. De rol van en de afwegingen met betrekking tot waterstof zullen in de Regionale Structuurvisie Warmte (RSW) 1.0 duidelijker beschreven worden.

Voor de RES1.0 worden geen extra financiële berekeningen gemaakt over waterstofnetten, omdat die al worden gemaakt in de PBL-analyses, waarin waterstofalternatieven ook doorgerekend worden. Het al dan niet handhaven van het aardgasnet is een afweging van de netbeheerder van dat net, die zich daarbij mede zal laten leiden door de transitievisies van de gemeenten. Geothermie De kansen voor geothermie en de ingediende exploratieaanvragen worden positief ontvangen. Wel wordt door meerdere gemeenten aandacht gevraagd voor de risico's van geothermie. De geothermiekansen in de regio zullen in de RSW 1.0 verder uitgewerkt worden, met aandacht voor grond- en drinkwater, en de kosten van die bron. Aquathermie De aquathermiekansen in de regio zullen in de RSW 1.0 verder gespecificeerd worden naar kansrijke buurten/wijken en waterlichamen. Overig • Er zal aandacht worden besteed aan de gevolgen van warmteoplossingen voor de elektriciteitsvraag • In de RSW 1.0 zullen afspraken over de verdeling van bovenlokale bronnen worden opgenomen • In de RWS 1.0 zal een integraal beeld van mogelijke bovenlokale infrastructuur geschetst worden. De verkenning naar grootschalige ondergrondse opslag van hogetemperatuur warmte zal pas in RSW 2.0 nader uitgewerkt worden en is ook een optimalisatievraagstuk voor de toekomstige leverancier.

WKO-oplossingen zijn lokale oplossingen en daar zal op regionaal niveau geen aandacht aan worden besteed.

4

5. Hoofdlijnen wensen en bedenkingen en reactie bij uitvoeringslijn Energiebesparing Een aantal gemeenteraden geeft aan dat meer aandacht voor energiebesparing gewenst is. Meerdere gemeenten vragen daarbij aan Holland Rijnland om bij het Rijk aan te dringen op beter en passend instrumentarium. In dat kader gaan we inventariseren welk instrumentarium gemeenten nu missen bij het realiseren van de energiebesparingsdoelstellingen. In de RES kan het beschikbaar krijgen van deze instrumenten dan als randvoorwaarde worden meegenomen en de regiogemeenten kunnen dan samen de acties bepalen om deze instrumenten beschikbaar te krijgen. Enkele gemeenten vragen een verdere uitwerking van de doelstellingen voor energiebesparing. In de RES zijn deze nu algemeen geformuleerd: in 2030 11% besparing ten opzichte van 2014, in 2050 30% besparing ten opzichte van 2014. Bij het bepalen van de potentie wordt inzicht gegeven in de bouwstenen waar energiebesparing uit bestaat, waardoor nadere detaillering mogelijk is. Daarnaast is de vraag gesteld hoe energiebesparing zich verhoudt tot de verschuiving in het gebruik van energiedragers.

Kan de stijging van het elektriciteitsgebruik door vervanging van aardgas, benzine en andere fossiele brandstoffen (voor verwarming en transport) door elektriciteit, opgevangen worden door besparingen op het gebruik? De inschatting is dat de totale energievraag in 2030, onafhankelijk van hoe deze energievraag is ontstaan of opgebouwd, 11% lager kan zijn dan in 2014. In het kader van de RES 1.0 zal dit verder worden onderbouwd. Ook bij de investeringen voor energiebesparing is er aandacht nodig voor de financiering ervan, de vraag of er voldoende draagkracht en draagvlak voor is. In ieder geval bij de vertaling van de RESdoelstellingen naar de uitvoering (in/door de gemeenten) moet daar aandacht voor zijn. Het betrekken van lokale organisaties zoals lokale energie-coöperaties is nu in veel gemeente al staande praktijk. Een aantal gemeenten vraagt om meer aandacht voor de opwek van zonne-energie op daken, zowel grote als kleine. Daarbij wordt ook een hogere ambitie bepleit, die dan onderdeel zou moeten zijn van het regionale aanbod voor opwek van duurzame energie. De energie-opbrengst van kleinschalig zon op dak (<15kWp) mag echter niet meegeteld worden in het RES-bod. Er wordt vanuit gegaan dat buiten het RES-bod om een ontwikkeling plaatsvindt op kleinschalig zon op dak (autonoom en via andere beleidsinspanningen dan de RES).

Ten behoeve van de RES 1.0 actualiseren we wel de inschatting van de potentiële capaciteit van zonne-energie op zowel grote als kleine daken, stellen de ambitie voor zon op grote daken naar boven bij als daar mogelijkheden voor zijn en brengen we in beeld welke belemmeringen er zijn en hoe deze kunnen worden weggenomen.

6. Hoofdlijnen wensen en bedenkingen en reactie bij uitvoeringslijn Duurzame mobiliteit Voor de uitvoeringslijn Duurzame Mobiliteit zijn er door 5 gemeenteraden enkele wensen en bedenkingen meegegeven. Schonere Mobiliteit In de Concept RES staat dat wij streven naar schonere mobiliteit, onder andere door in te zetten op emissieloos vervoer. Een gemeente vraagt aandacht voor (nog) snellere verduurzaming van het

5

openbaar vervoer. De ambitie om te komen tot Zero emissie busvervoer is reeds onderdeel van de concept RES. De provincie Zuid-Holland is de concessiehouder van de concessie Zuid-Holland Noord. Tijdens de inspraakperiode van het beleidskader voor de nieuwe concessie heeft Holland Rijnland ingesproken in de Statencommissie om te pleiten voor een snellere omvorming naar zero emissie busvervoer. Er wordt vanuit twee gemeenten ook aandacht gevraagd voor laadinfrastructuur. De oproep wordt gedaan om te voorkomen dat er een wildgroei van laadinfrastructuur komt. Daarnaast wordt Holland Rijnland opgeroepen om een regierol te pakken bij de realisatie van regionale snellaad- infrastructuur. Sinds enkele jaren werken wij in de regio al samen aan de opgave voor realisatie van laadinfrastructuur. Er vindt onderlinge kennisuitwisseling plaats en waar nodig werken wij samen. In gezamenlijkheid zijn voor alle gemeenten in Holland Rijnland al prognose- en plankaarten opgesteld. Eerder is het 'plan van aanpak laadinfrastructuur Holland Rijnland' vastgesteld. Daarnaast is door Holland Rijnland in samenwerking met gemeenten de opzet 'integrale visie laadinfrastructuur' opgesteld. Gemeenten kunnen deze opzet gebruiken als basis voor hun lokale integrale visie op laadinfrastructuur.

In de lokale visie geeft elke gemeente aan hoe het om gaat met de opgave voor realisatie van allerlei vormen van laadinfrastructuur, inclusief het snelladen. Het is aan gemeenten zelf om uiteindelijk te bepalen waar wel of geen laadpalen mogen worden geplaatst. Een gemeente doet ook een oproep aan met name het Rijk om het aandeel van de A4 op de totale CO2-uitstoot in Holland Rijnland te verminderen. Voor de RES 1.0 zullen wij onderzoeken hoe wij de landelijke CO2-reductie doelstelling kunnen vertalen naar Holland Rijnland. Wij zullen met name kijken waar wij als gemeenten en regio direct invloed op kunnen uitoefenen. Andere mobiliteit In de concept RES staat dat wij streven naar andere mobiliteit. Vanuit twee gemeenten is de oproep gedaan om het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer te stimuleren. In de concept RES staat al dat wij inzetten op stimulering van andere vormen van mobiliteit zoals het openbaar vervoer en fietsen. Verdere uitwerking hiervan vindt elders plaats. Bijvoorbeeld in de Regionale Strategie Mobiliteit, in uitvoeringsplannen en het eigen gemeentelijk beleid. Impact van corona op mobiliteit Door twee gemeenten wordt gevraagd om in de RES 1.0 aandacht te besteden aan de impact van de coronacrisis op de vervoersbewegingen. De coronacrisis heeft invloed op het aantal vervoersbewegingen en de gebruikte vervoersmodaliteiten.

Welke gevolgen dit heeft, zal landelijk onderzocht moeten worden. In de RES 1.0 zullen wij wel de coronacrisis benoemen. In de Regionale Strategie Mobiliteit kunnen de eventuele gevolgen van de coronacrisis als (mogelijk) kantelpunt in het mobiliteitsbeleid worden meegenomen.

7. Hoofdlijnen wensen en bedenkingen en reactie bij overige thema’s Naast wensen en bedenkingen over de uitvoeringslijnen zijn er ook veel wensen en bedenkingen gericht op andere thema’s. Wij hebben daarbij een onderscheid aangebracht in Proces, Participatie en overig. Proces 6

Door veel partijen worden kanttekeningen geplaatst bij de rol van de provincie. De provincie is enerzijds partner in het Regionaal Energieakkoord en de RES en neemt anderzijds een toetsende rol in bij de RES. Daarbij worden vanuit het provinciale coalitieakkoord ruimtelijke restricties opgeworpen bij duurzame opwekking van energie. Daarnaast wordt gepleit om te lobbyen bij het Rijk voor adequate instrumenten voor gemeenten om de energietransitie vorm te kunnen geven en in goede banen te kunnen leiden. De discussie over instrumentarium en regelgeving is een landelijke. Holland Rijnland is een van de 30 regio's. In de Concept RES staan onze wensen en randvoorwaarden reeds aangegeven. Deze zullen de komende wekennog verder geconcretiseerd moeten worden. Wee brengen onze wensen en randvoorwaarden, gezamenlijk met andere RES regio's (zo mogelijk in Zuid-Holland verband), in bij het NP RES. Ook wordt er gepleit voor een helder vervolgtraject en besluitvormingsproces en afstemming met andere regio’s. Er wordt nu al goed samengewerkt met de RES regio's in Zuid-Holland. Ook is er contact met andere buurregio. Het vervolgtraject is geschetst in een geschetst in een PvA richting de RES 1.0. Participatie In de wensen en bedenkingen wordt een aantal maal gerefereerd aan het participatietraject rondom de RES.

Regionaal is – door bureau EMMA - een Communicatie- en participatieplaan RES opgesteld, waarin kaders staan weergegeven en een toolbox wordt aangereikt. Ook wordt er regionaal kennis, expertise en capaciteit aangeboden bij de lokale participatieprocessen. Hoe zit het met de betrokkenheid van de energie coöperaties? Op regionaal niveau zijn de energiecoöperaties vertegenwoordigd in de Programmaraad. Op lokaal niveau spelen energiecoöperaties en andere maatschappelijke initiatieven een belangrijke rol bij de uitwerking en uitvoering van de energietransitie. Overig En er zijn nog diverse andere wensen en bedenkingen ingediend. Drie belangrijke vragen daarbij: is er aandacht voor de sociale kant van de energietransitie? Hoe zit het met de kosten? En wordt er ingezet op innovatieve ontwikkelingen? In de RES 1.0 zal de sociale kant van de energietransitie worden geagendeerd. Dat wil nog niet zeggen dat de uitwerking en uitvoering daarmee is geregeld. Die zal voor een groot deel liggen bij andere beleidsterreinen. In de RES 1.0 zullen ontwikkelingen, ambities, vraag en aanbod nader uitgewerkt worden. Ook zullen mogelijke maatregelen en instrumenten concreter worden. De verwachting is echter dat er ten aanzien van de kosten slecht globale indicaties gegeven kunnen worden. En er is en blijft aandacht voor innovaties.

Ook blijven we actief kijken om in onze regio pilots en proefprojecten op te zetten.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9963452/1