CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Begrotingsuitgangspunten VRHM 2023

commissie Regiozaken 22 februari 2022, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM)7.681 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

5.

1. Samenvatting voorstel De Begrotingsuitgangspunten VRHM 2023 vormen de basis voor de nog op te stellen Begroting VRHM 2023 (incl. meerjarenraming 2024-2026). Deze uitgangspunten worden vastgesteld in het Algemeen Bestuur van 17 februari 2022. De (Ontwerp)begroting VRHM 2023 wordt geagendeerd in het Dagelijks Bestuur van 24 maart 2022 en in het Algemeen Bestuur van 23 juni 2022. Het beleidskader voor 2023 wordt gevormd door het Regionaal Beleidsplan VRHM 2020-2023 ‘Veiligheid in samenhang’. In dit beleidsplan zijn alle taken (meldkamer, brandweerzorg, GHOR, risico- en crisisbeheersing en bevolkingszorg) van de veiligheidsregio opgenomen en vormt daarmee de beleidsagenda voor de veiligheidsregio en haar partners. Het beleidsplan geeft richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio als geheel en van de afzonderlijke taken. Dit alles in samenhang en samenwerking met gemeenten en partners. In het beleidsplan staan gezamenlijke doelen en afzonderlijke doelen per taak geformuleerd (‘wat’). De concrete uitwerking per doel (‘hoe’) vindt plaats via het jaarplan, dat jaarlijks aan het bestuur wordt voorgelegd. Hiermee wordt de planning en control-cyclus en het resultaatgericht werken versterkt. Het financiële kader (m.n.

indexering) voor 2023 wordt gevormd door de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden (FKGR) voor begrotingen 2023, opgesteld door het financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden onder voorzitterschap van wethouder Michiel Bunnik (Gouda). De toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt 3,7% voor beloning werknemers en 2,5% voor netto materieel. Voor de VRHM betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 3,28% t.o.v. 2022.

2. Algemeen Onderwerp: Voorstel t.b.v. vergadering: Agendapunt: Portefeuille: Vervolgtraject besluitvorming:

Begrotingsuitgangspunten 2023 VRHM Algemeen Bestuur

Opgesteld door: Datum

Ernst Breider Concerncontroller 17 februari 2022

5.

Bijlage(n):

-

C. Visser (DB) H. Zuidijk (VD) OntwerpProgrammabegroting 2023

Status:

Besluitvormend

Datum:

24 maart 2022 (DB)

3. Besluit Het Algemeen Bestuur besluit als volgt de Begrotingsuitgangspunten VRHM 2023 vast te stellen: 1. De gemeentelijke bijdragen 2023 e.v. in de begroting van de Veiligheidsregio Hollands Midden voor de periode 2023-2026 initieel vast te stellen op € 53.584.990. Daarbij is rekening gehouden met de indexering voor 2023 van 3,28% positief t.o.v. 2022 conform het voorstel Financiële kaderstelling gemeenschappelijker regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2023 gemeenschappelijke regelingen. 2. In de (Ontwerp)begroting VRHM 2023 vermelden van de risico’s als genoemd in paragraaf 7 van dit voorstel. 3. De gemeenteraden te informeren over de vastgestelde Begrotingsuitgangspunten VRHM 2023.

4. Toelichting op het besluit In deze beslisnotitie zijn de begrotingsuitgangspunten voor de Begroting van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden voor het begrotingsjaar 2023 en de meerjarenraming 20242026 opgenomen. A. Beleidskader VRHM 2023 De veiligheidsregio staat voor de (fysieke) veiligheid van burgers, bedrijven en instellingen. Naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en veranderende risico’s in de samenleving is in het Regionaal Beleidsplan de koers bepaald voor de veiligheidsregio voor de periode 2020-2023. Gelet op de netwerkfunctie van de veiligheidsregio vormt het beleidsplan niet alleen de beleidsagenda van de veiligheidsregio, maar ook van de gemeenten en de overige partners. Samenhang en samenwerking zijn de uitgangspunten om de beleidsagenda en de daarin geformuleerde doelen te realiseren en om zo te werken aan de veiligheid en continuïteit van de samenleving in de regio. Naast de beleidsdoelen op de vijf taken van de veiligheidsregio (meldkamer, brandweerzorg, GHOR, risico- en crisisbeheersing en bevolkingszorg), zijn in het beleidsplan ook gezamenlijke doelen benoemd die gelden voor de gezamenlijke taakuitvoering over alle taken. Hieraan zal vanuit alle organisatieonderdelen van de veiligheidsregio een bijdrage worden geleverd.

De in het beleidsplan geformuleerde beleidsdoelen geven richting aan de ontwikkeling en positionering van de veiligheidsregio. Daarnaast is in het beleidsplan ook aandacht voor het vele dagelijkse werk. Als veiligheidsregio, hulpdienst en crisisorganisatie staat de organisatie altijd paraat om de burger in nood te helpen. Het beleidsplan geeft een compact overzicht van wie de veiligheidsregio is en wat zij doet. De doelen in het beleidsplan worden elk jaar nader uitgewerkt en geconcretiseerd in het jaarplan. In het jaarplan geeft de veiligheidsregio aan welke activiteiten zij gaan doen om deze doelen te realiseren. Hierover blijft de veiligheidsregio in gesprek met het bestuur, de medewerkers, de gemeenten, burgers, bedrijven, instellingen en overige partners. Samen sterk voor veiligheid! Voor de periode 2020 - 2023 zijn de doelen: Gezamenlijke doelen voor de veiligheidsregio - De VRHM kent en duidt de risico’s uit het regionaal risicoprofiel en vertaalt deze naar maatregelen voor de hele veiligheidsketen. - De VRHM maakt burgers meer zelfredzaam en richt zich op risicogroepen. - De VRHM heeft competente adviseurs binnen het nieuwe omgevingsrecht. - De VRHM maakt meer en slimmer gebruik van informatie. - De VRHM vergroot het inzicht in haar presteren. - De VRHM kent haar partners (partnerprofiel). - De VRHM werkt met en voor gemeenten aan (fysieke) veiligheid.

Doelen voor de meldkamer - De VRHM heeft een sterke meldkamer samen met de Veiligheidsregio Haaglanden en de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). - De meldkamer is van en voor de veiligheidsregio/brandweer. Doelen voor brandweerzorg - De VRHM werkt met paraatheid op maat. - De VRHM vergroot haar inbreng in de veiligheidsketen. - De VRHM staat in de (lokale) gemeenschap. Doelen voor GHOR - De VRHM vernieuwt de informatiedeling tussen de zorgketen en de crisisorganisatie.

2 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

Doelen voor risico- en crisisbeheersing - De VRHM versterkt het risicomanagement. - De VRHM moderniseert de crisisorganisatie. Doelen voor bevolkingszorg - De VRHM werkt aan en voor een meer slagvaardige gemeentelijke crisisorganisatie. - De VRHM is het (kennis)knooppunt tussen gemeenten en veiligheidsregio. Doelen voor bedrijfsvoering - De VRHM werkt aan duurzaamheid van materieel, materiaal en mensen. - De VRHM werkt aan een presterende organisatie. - De VRHM werkt aan een wendbare organisatie. B. Financieel kader VRHM 2023 Voor het begrotingsjaar 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 zijn de bestuurlijke uitgangspunten (AB 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019) bepalend (zie paragraaf B1 onderstaand). Daarnaast zijn de afspraken in de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor de begrotingen 2023 uitgangspunt van indexering (zie paragraaf B3 onderstaand). Kostenniveau Brandweer Hollands Midden 2009-2018 Bij het besluit tot regionalisering en start van Brandweer Hollands Midden in 2011 is 2009 als referentiejaar voor het gewenste referentiebudget (kostenniveau) gehanteerd. Dit referentiebudget werd jaarlijks geïndexeerd. Dit is de Cebeon-norm gaan heten.

Het gebruik van deze systematiek leverde een objectieve verdeelsleutel op tussen gemeenten en een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken. Brandweer Hollands Midden zat in 2009 16,6% boven de Cebeon-norm, voor een bedrag van € 6,2 mln. De nieuwe brandweerorganisatie kreeg de bezuinigingsopgave mee om de brandweerzorg te realiseren voor maximaal deze Cebeon-norm. Het (bezuinigings-)beleid in deze wordt in het spraakgebruik aangehaald als de ‘routekaart-Cebeon’. De bestuurlijke afspraken over de Cebeonnorm en de routekaart-Cebeon voor Brandweer Hollands Midden zijn gemaakt tot en met 2018. Naast de grote (financiële) inspanning voor het realiseren van de bezuinigingsopgave binnen de routekaart-Cebeon, is de VRHM/brandweer in staat geweest uitvoering te geven aan de inrichting en ontwikkelopgave van een nieuwe organisatie, aan een bijdrage aan de (strategische) agenda van het Veiligheidsberaad en aan de uitvoeringsagenda van Brandweer Nederland. Binnen de Cebeon-norm is VRHM/brandweer in staat gebleken een kwalitatieve verbetering te bewerkstelligen zowel in brandweerzorg als in de crisisbeheersingsorganisatie. B.1 Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (AB 31 maart 2016): a.

het Bestuur houdt vast aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak; b. aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt eenmaal in de vierjaar (gelijk de beleidsplan periode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplan periode; c. indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplan periode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplan periode direct aangepast; d. het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplan periode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen;

3 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

e. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode hoger is dan de voorgaande periode wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl. innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen; f. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode lager is dan de voorgaande periode worden bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (o.a. voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken eventuele bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben. B.2 Toepassing financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen (in de praktijk) In de uitwerking van de begrotingen wordt bovenstaand in de praktijk als volgt toegepast: ▪ Het kostenniveau is het geïndexeerde referentiebudget 2009. ▪ Autonome- en exogene ontwikkelingen, c.q. nieuw beleid, worden per jaar en niet per beleidsplanperiode alleen toegekend na onderbouwing en bestuurlijke goedkeuring. ▪ Basis van facturatie is het factuurbedrag T-1. ▪ Dit is ook de basis van indexering voor het jaar T. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor het programma Brandweer en Crisisbeheersing (taken brandweerzorg en risico- en crisisbeheersing, vanaf 2020 incl. Veiligheidsbureau) vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire T-2.

▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor de programma’s Meldkamer Brandweer Hollands Midden (taak meldkamer) en Oranje Kolom (taak bevolkingszorg) vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken). ▪ Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud van het gemeentefonds herijkt1. B.3 Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen 2023 De kaderstelling voor 2023 is bij brief d.d. 1 november 2021 aangeboden aan de Dagelijks Besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1. De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar: Voor arbeid: • de Prijs overheidsconsumptie werknemers beloning werknemers 2023: 2,0%; • correctie T-2: -0,1%, correctie T-1: +1,8%, netto correctie: +1.7%; • de toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt daarmee 3,7% voor beloning werknemers. Voor materieel: • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2023: 1,5%; • correctie T-2: +0,6%, correctie T-1: +0,4%, netto correctie: +1.0%; • de toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt daarmee 2,5% voor netto materieel. 2. In de systematiek van de FKGR wordt de indexering voor 2023 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2021 en 2022.

De indexering voor 2023 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2021 (de grondslag voor de septembercirculaire 2021). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2023 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald. In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2021 met betrekking tot 2021 en 2022 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2023. Conform de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor 2023 betekent dit voor de VHRM een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 3,28% t.o.v. 2022.

1

Het gemeentefonds wordt herijkt. Dat betekent concreet dat de manier van hoe “Den Haag” de geldstromen naar alle gemeenten in Nederland verdeelt, wijzigt. Hoe dit precies vorm zal krijgen is nog niet exact te zeggen. De meest recente geluiden zijn echter dat deze wijziging zijn in trede zou kunnen doen op 1-1-2023. Zie ook pag. 8 Risico’s, Herverdeling Gemeentefonds.

4 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

aandeel Index FKGR in lasten VRHM 2023 beloning werknemers 3,7% 64,5% 2,39% netto materieel 2,5% 35,5% 0,89% Index VRHM 2023 3,28% Bovenstaande verhouding is gebaseerd op de economische kostencategorieën in de Programmabegroting VRHM 2022 voor 2023:

Arbeid Salarissen en sociale lasten

PB2022 MJR 2023

Ec. Cat.

34.559.324

1.1

Materieel Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goeden en diensten Inkomensoverdrachten

2.366.083

3.2 3.5.1

16.767.886 -80.000

3.8 4.3.x

Totaal

53.613.293

Verhouding Arbeid Materieel

bedragen procenten 34.559.324 64,5% 19.053.969 35,5%

Voor de GHOR (onderdeel van de begroting RDOG Hollands Midden) betekent dit een gewogen indexering van 3,46% t.o.v. 2022, gebaseerd op een verhouding die de RDOG Hollands Midden hanteert van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het AB RDOG van 8 december 2021 is deze indexering vastgesteld. In de vergadering van het AB RDOG van 13 april 2022 worden de uitgangspunten voor de begroting 2023 RDOG vastgesteld. B.4 Objectieve budgetten gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding Een door het bureau Cebeon gemaakte (jaarlijkse) berekening, op basis van de meest recente inzichten in het gemeentefonds (Gemeentefonds Septembercirculaire 2021), laat het volgende beeld zien ten aanzien van de objectieve budgetten die gemeenten in Hollands Midden krijgen via het gemeentefonds, voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (minus het deel ter dekking van de gemeentelijke kosten voor rampenbestrijding): In miljoenen €’s

jaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026

norm € 52,3 € 55,3 € 57,4 € 57,7 € 58,3 € 59,5 € 61,0

verschil € 3,0 € 2,1 € 0,3 € 0,7 € 1,2 € 1,4

cumulatief € 3,0 € 5,1 € 5,3 € 6,0 € 7,2 € 8,7

5 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

In de Programmabegroting VRHM 2022 zijn de gemeentelijke bijdragen vastgesteld op € 51,9 mln., € 5,5 mln. lager dan de Cebeon-norm. In deze begrotingsuitgangspunten voor 2023 worden de gemeentelijke bijdragen na indexering voorgesteld op € 53,6 mln., € 4,1 mln. lager dan de Cebeon-norm. De geïndexeerde gemeentelijke bijdragen vormen het financieel plafond gedurende de beleidsplanperiode 2020-2023, zoals vastgesteld bij de bestuurlijke besluitvorming over het nieuwe regionaal beleidsplan in 2020. B.5 Proces voorbereiding beleidsplan 2024 - 2027 en kostenontwikkeling Deze begrotingsuitgangspunten hebben betrekking op de laatste jaarschijf van het regionaal beleidsplan 2020 - 2023. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor het opstellen van het beleidsplan 2024 - 2027 gestart. Onderdeel van dit voorbereidingsproces is het opstellen van beleidsuitgangspunten voor deze nieuwe beleidsplanperiode. Deze zullen in het voorjaar van 2023 gezamenlijk met de begrotingsuitgangspunten 2024 aan het bestuur worden aangeboden. De besluitvorming over deze beleidsuitgangspunten kan dan als basis dienen bij het verder concretiseren van het definitieve beleidsplan. Gedurende de huidige beleidsplanperiode is het kostenniveau van de veiligheidsregio ongewijzigd gebleven. Er is uitsluitend indexering toegepast ter behoud van een waardevaste begroting.

In de op te stellen beleidsuitgangspunten zal ingegaan worden op onvermijdelijke en noodzakelijke veranderingen in het dienstverleningspakket van de veiligheidsregio en de brandweer als gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben invloed op zowel de risicobeheersingstaken, de crisisbeheersingstaken, de brandweerzorg als de bedrijfsvoering. Voor wat betreft de risicobeheersingstaken is er noodzaak tot uitbreiding van de benodigde expertise voor de uitvoering van de adviesfunctie. Onder andere het frequenter toepassen van hoog- en complexbouw en de toenemende bouwactiviteiten als gevolg van verduurzaming en energietransitie vragen meer en andere kwaliteiten voor de beoordeling van (brand)veiligheidsaspecten in de initiatief- en bouwplanfase. Ten aanzien van de crisisbeheersingstaken is de coördinatie- en platformfunctie van de veiligheidsregio in de achterliggende jaren sterk in belang toegenomen. Meer en meer speelt de veiligheidsregio een coördinerende rol bij nieuwe crises. Naast de grote opgaven die de coronapandemie met zich mee heeft gebracht op het gebied van leiding en coördinatie, informatiemanagement en crisiscommunicatie, is inzet gepleegd op gevolgen van de vluchtelingencrisis en diverse cybercrises.

Op basis van gesignaleerde trends en ontwikkelingen in het risicoprofiel zal de inzet op de voorbereiding van nieuwe crisistypen naar verwachting toenemen. De eerdergenoemde maatschappelijke en technologische veranderingen stellen ook de brandweer voor nieuwe uitdagingen. De brandweerorganisatie moet een verandering ondergaan van ervaringsorganisatie naar kennisorganisatie. Daarbij zien we kortere dienstverbanden als gevolg van enerzijds andere rechtspositionele afspraken over vervroegd uittreden en toegenomen arbeidsmobiliteit in meer algemene zin. De (financiële) consequenties van deze veranderingen zullen verder in 2022 en 2023 worden onderzocht. Tot slot staat de veiligheidsregio zelf voor grote opgaven voor wat betreft verduurzaming van het eigen gebouwenbezit en worden er steeds hogere eisen gesteld aan de eigen informatieveiligheid en digitalisering.

5. Kader Het kader is wet- en regelgeving alsmede door het bestuur ingezet beleid waarbij een structureel in evenwicht zijnde begroting (inclusief meerjarenramingen) dient te worden aangeboden, die rekening houdt met actuele ontwikkelingen en risico’s.

6 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

6. Financiële consequenties Brandweer en Meldkamer Bevolkings Crisisbeheersing BrW HM Zorg 50.350.375 897.155 635.690 1.651.492 29.427 20.851 52.001.867 926.582 656.541

Totaal VRHM 51.883.220 1.701.770 53.584.990

Brandweer en Meldkamer Bevolkings Gemeente Crisisbeheersing BrW HM Zorg Alphen aan den Rijn 6.699.149 128.467 90.882 Bodegraven-Reeuwijk 2.295.398 39.805 28.148 Gouda 4.832.638 84.305 59.871 Hillegom 1.243.439 24.887 17.787 Kaag en Braasem 1.801.081 31.060 22.007 Katwijk 3.629.788 76.139 53.847 Krimpenerwaard 3.466.145 65.076 46.063 Leiden 10.584.054 146.027 103.185 Leiderdorp 1.731.055 32.089 22.636 Lisse 1.482.227 26.893 18.956 Nieuwkoop 1.634.337 32.807 23.292 Noordwijk 3.055.890 49.626 35.201 Oegstgeest 1.373.438 27.762 19.698 Teylingen 2.049.351 42.396 30.118 Voorschoten 1.414.194 29.890 21.124 Waddinxveen 1.554.099 30.666 22.142 Zoeterwoude 690.555 9.866 6.980 Zuidplas 2.465.029 48.822 34.602 Totaal Hollands Midden 52.001.867 926.582 656.541

Totaal VRHM 6.918.497 2.363.350 4.976.814 1.286.113 1.854.149 3.759.775 3.577.285 10.833.266 1.785.780 1.528.075 1.690.436 3.140.717 1.420.898 2.121.865 1.465.208 1.606.907 707.402 2.548.453 53.584.990

Bijdrage 2022 - factuur Index 2023: 3,28% Bijdrage 2023 - factuur

7. Ontwikkelingen en risico’s In de (Ontwerp)begroting 2023 worden de navolgende ontwikkelingen en risico’s onderkend: Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen De Eerste Kamer heeft het wijzigingsvoorstel van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) op 14 december 2021 aangenomen. Het wetsvoorstel treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De gewijzigde Wgr versterkt de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden. De Wet veiligheidsregio’s is een lex specialis ten opzichte van de Wgr. Dus niet alle wijzigingen zijn ook van toepassing op de gemeenschappelijke regeling VRHM. Evaluatie van de wet veiligheidsregio In 2019 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid opdracht gegeven om de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) te evalueren. Eind 2020 vond oplevering van het eindrapport plaats. Op 3 februari 2021 heeft het kabinet haar standpunt over de evaluatie Wet veiligheidsregio’s aan de Tweede Kamer aangeboden. In juni 2021 heeft het Veiligheidsberaad een position paper wetsevaluatie verzonden naar de leden van de Tweede Kamer, vooruitlopend op de parlementaire behandeling in Den Haag. Het Veiligheidsberaad heeft in haar position paper een aantal geprioriteerde en overkoepelende thema’s benoemd: • wijze van invulling gezamenlijke verantwoordelijkheid;

7 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

• organisatie aanpassen op schaal en type crisis; • positie van de GHOR in de crisisbeheersing; • positie van bevolkingszorg in de crisisbeheersing; • standaarden brandweerzorg/gezamenlijke inhoudelijke opgave brandweer; • informatievoorziening. Het evaluatierapport en de huidige crisis leggen een aantal vraagstukken bloot waarop een antwoord geformuleerd moet worden. De minister van JenV wil het rapport evaluatie Wvr in samenhang met de bevindingen uit de Coronacrisis en de (tussen)evaluatie Wet publieke Gezondheid (wpg) bespreken en bij de definitieve standpuntbepaling betrekken. In afwachting van de onderzoeksuitkomsten en de parlementaire behandeling in Den Haag is het ministerie van JenV gestart met het inrichten van het programma ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’. Het uitgangspunt van het programma is de kabinetsreactie op de wetsevaluatie. Het wettelijk kader moet zorgen voor een samenhangend stelsel waarbinnen overheden slagvaardig onderling en met (private) crisispartners, maatschappelijke organisaties en burgers samenwerken om een grote verscheidenheid aan typen van incidenten en crises te kunnen beheersen. Het stelsel moet ook zijn toegerust op grensoverschrijdende, moderne risico’s en crises, de dreigingen van morgen en ‘ongekende’ crises.

De verdere uitwerking van de hoofdlijnen van het kabinetsstandpunt, waaronder de vormgeving van het stelsel is onderdeel van een nieuwe, brede strategische Gezamenlijke Agenda 2022-2025 als opvolger van de Agenda risico- en crisisbeheersing 2018-2021. Tweede visitatieronde Sinds 2014 geven de veiligheidsregio’s invulling aan de visitaties in de veiligheidsregio’s, zoals bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s. In artikel 56 Wvr staat dat het bestuur van de veiligheidsregio verantwoordelijk is dat er eenmaal in de vijf jaar een visitatie dor een visitatiecommissie wordt verricht. In de periode 2014-2019 zijn alle visitatieregio’s gevisiteerd. De tweede visitatieronde stond aanvankelijk gepland voor 2020-2024 en zou in het voorjaar starten met drie pilotvisitaties. Als gevolg van de coronacrisis zijn de pilots niet doorgegaan. De consequentie van de afgelasting is dat de definitieve planning voor de tweede visitatieronde moet worden herzien (op zijn vroegst de periode 2022-2026), waardoor niet kan worden voldaan aan de wettelijke termijn. Het bestuur van de veiligheidsregio is belast met deze verantwoordelijkheid (art. 56 Wvr). Het Veiligheidsberaad heeft als collectief ingestemd met uitstel van de tweede visitatieronde en de minister van Veiligheid en Justitie hierover per brief geïnformeerd. Herverdeling gemeentefonds Herziening Financiële Verhouding.

Hoeveel geld individuele gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeenten. De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het actueel houden van het verdeelstelsel. Momenteel wordt onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds staat gepland voor 2023. Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud van het gemeentefonds herijkt. Convenant Besluit risico’s zware ongevallen+ Onder regie van het ministerie van I&W is in 2019 het programma Duurzame Veilige Industrie 2030 gestart. Eén van de onderwerpen die in het programma is opgepakt, is de formalisering van het Brzo (Besluit Risico’s Zware Ongevallen). Met de formalisering van het Brzo+ beoogt men een kwaliteitsimpuls te geven aan de samenwerking tussen de Brzo-inspectiediensten waarvan de veiligheidsregio er één is. De formele bestendiging van het Brzo+ vindt plaats via een bestuursconvenant. Het ondertekenen van het convenant heeft financiële consequenties voor de veiligheidsregio’s. Uiterlijk in Q1 2022 vindt oplevering van een compleet financieel kader voor de uitvoering van de taken in het convenant plaats.

8 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

Regionaal Beleidsplan VRHM 2024-2027 In 2022 start de voorbereiding van het nieuwe beleidsplan zodat deze in het najaar van 2023 vastgesteld kan worden door het Algemeen Bestuur VRHM. Het Regionaal Risicoprofiel is één van de pijlers van het Regionaal Beleidsplan. De opzet van dit nieuwe beleidsplan werkt door in onze planning- en controlcyclus: in de programmabegroting, in het jaarplan, in voor- en najaarsrapportages en in de jaarstukken. Programmabegroting 2024 Aangezien de Programmabegroting 2024 VRHM al in juni 2023 en het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 VRHM pas eind 2023 worden vastgesteld, moet worden nagedacht hoe het bestuurlijk beleidskader voor de Programmabegroting 2024 wordt bepaald, omdat het beleidskader in de programmabegrotingen wordt gevormd door het vigerende Regionaal Beleidsplan. Gemeenschappelijke Meldkamer Den Haag Sinds 2020 is de Landelijke meldkamer Samenwerking (LMS) verantwoordelijk voor het beheer van de meldkamers conform de Wijzigingswet meldkamers. Onder het beheer vallen o.a. de IV & ICT infrastructuur, de ICT-systemen en alle gebruikersapplicaties die door de Meldkamer Den Haag werden overgedragen aan de LMS. Buiten de scope van dit beheer vallen: operationele leiding en operationele processen van de meldkamerfuncties, meldkamerpersoneel en de voorziening van de calamiteitencoördinator (Caco).

Aansluiting op de LMS infrastructuur uitgesteld In maart 2021 meldde de LMS dat de stabiliteit van de ICT-infrastructuur onvoldoende bleek. De vijf meldkamers die zijn aangesloten bij de LMS hadden te kampen met ernstige verstoringen. Naar aanleiding van de verstoringen en op grond van onderzoeken hebben de LMS en de Dienst ICT van de politie een verbeterplan opgesteld om de stabiliteit van de IV/ICT te verbeteren en te borgen. Het Bestuurlijk Meldkamerberaad (BMB) heeft besloten pas weer nieuwe meldkamers aan te sluiten als de stabilisatiefase is beëindigd. De Meldkamer Den Haag is een van de nog aan te sluiten meldkamers. Voor de GMK Den Haag wordt de aansluiting volgens de huidige planning uitgesteld tot het eerste kwartaal van 2024. Implementatie Vernieuwing C2000 (IVC) In opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt het spraaknetwerk C2000 voor de mobiele communicatie tussen noodhulpdiensten vernieuwd. Medio maart 2022 zou de migratie van de Meldkamer Den Haag plaatsvinden, maar de laatste berichten zijn dat dit later zal zijn. Onderzoek governance In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) voert Andersson Elffers Felix (AEF) een onderzoek uit om de stand van zaken van de (multi-)governance van de meldkamers in beeld te brengen.

Meldkamerontwikkeling brandweertaak Voor de meldkamerfuncties brandweer en veiligheidsregio zijn initiatieven rond informatie gestuurd werken in kaart gebracht. De veiligheidsregio’s hebben een aantal gezamenlijke en gedeelde wensen. Dit zijn: het verbeteren van de informatie-uitwisseling met de meldkamerfuncties in de veiligheidsregio; het verbeteren van het gedeelde operationele beeld tussen meldkamers brandweer en eenheden, met meer mogelijkheden voor het verrijken van informatie vanuit de meldkamer; het gebruik van camerabeelden op de meldkamers; het verbeteren van de Business Intelligence in relatie tot de meldkamers. In Den Haag wordt ingezet op het versterken van de positie van de Caco met de komst van de 24/7 voorziening en de ontwikkelingen m.b.t. beeldregie. Dat laatste is nodig vanwege een aantal nieuwe tunnels in de beide regio’s.

9 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

Doorontwikkeling informatiemanagement (KCR2) Recente crises hebben laten zien dat informatiemanagement en coördinatie tussen de veiligheidsregio’s onderling en met het Rijk in de crisisaanpak voor verbetering vatbaar is. Dit heeft geleid tot de gezamenlijke ambitie van veiligheidsregio’s en het ministerie van Justitie en Veiligheid om een knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) te ontwikkelen: een schaalbaar en centraal koppelpunt dat informatiemanagement en informatie-uitwisseling moet verbeteren tussen veiligheidsregio’s, Rijk en crisispartners bij crises en rampen. Zowel in de koude, lauwe als warme fase van een crisis. Ontwikkelgedachte is om het platform voort te laten bouwen op de ontwikkelingen die al gaande zijn in de veiligheidsregio’s door regionale informatieknooppunten, o.a. Veiligheidsregio Informatiecentra (VIC’s) en multi-intelligence centers (MIC’s), met elkaar te verbinden. Op basis van een opgestelde houtskoolschets wordt samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid een inrichtingsplan en instellingsbesluit voor KCR2 opgesteld met daarin de uitwerking van de governance, financiën, organisatievorm en taakopvatting.

Digitale ontwrichting Op landelijk niveau vinden, naast de technische en operationele afstemming, verbeterslagen plaats om te komen tot een betere informatiepositie en handelingsperspectief voor de besturen van veiligheidsregio’s op het onderwerp digitale ontwrichting. Het gaat hierbij dan om o.a. de volgende opgaven: • Helderheid verschaffen over bestuurlijke bevoegdheden, zowel op het gebied van risicobeheersing als crisisbeheersing; • Het stimuleren van (bestuurlijke) structurele afstemming tussen relevante partners; • Het verbeteren van de informatiepositie van bestuurders van veiligheidsregio’s. De rol, taken en verantwoordelijkheden van de veiligheidsregio in relatie tot digitale ontwrichting kent meerdere aspecten. Om deze aspecten inzichtelijk te maken wordt gewerkt met het zogeheten cyberkwadrant, langs de assen ‘intern/extern’ en ‘voorkomen/bestrijden’. Dit kwadrant wordt landelijk gebruikt en geeft inzicht in de specifieke inspanningen van VRHM op het gebied van digitale ontwrichting: • Het kwadrant cyberveiligheid (intern/voorkomen) richt zich op de maatregelen die nodig zijn om de kwetsbaarheden in de eigen kritische (digitale) processen, informatie- en IT-systemen te verhelpen of te minimaliseren.

Onderdeel hiervan is ook het onderwerp informatiebeveiliging veiligheidsregio’s dat gaat over het waarborgen van de beschikbaarheid (continuïteit), integriteit (betrouwbaarheid) en vertrouwelijkheid (exclusiviteit) van informatie en systemen. • Het kwadrant cyberweerbaarheid (intern/bestrijden) richt zich op maatregelen die nodig zijn om een cyberaanval op de VRHM het hoofd te kunnen bieden. • Het kwadrant cyberwaakzaamheid (extern/voorkomen) richt zich op maatregelen in de samenwerking met digitaal risicovolle organisaties in onze regio en in ons netwerk, gericht op het voorkomen van en de gezamenlijke voorbereiding op een cyberincident. • Het kwadrant cybergevolgbestrijding (extern/bestrijden) tot slot richt zich op de maatregelen om de impact van digitale (maatschappelijke) ontwrichting als gevolg van een cyberincident in de regio te kunnen bestrijden. De inspanningen van de veiligheidsregio op het onderwerp digitale ontwrichting worden gecoördineerd en in samenhang uitgevoerd. De VRHM is verder goed aangesloten bij de landelijke gremia op dit onderwerp. In een (thema)vergadering van het Algemeen Bestuur zal nader worden ingegaan op het onderwerp digitale ontwrichting en zal ook nader worden ingezoomd op de behoeften van gemeenten en VRHM, en de mogelijke kennisuitwisseling op dit onderwerp.

10 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

Ontwikkelingen en risico’s GHOR Hollands Midden Ontwikkelingen Vanwege de pandemie hebben een aantal zaken binnen het GHOR-bureau stilgelegen, of hebben niet de aandacht gekregen die zij nodig hadden. Andere zaken hebben door nieuwe inzichten een andere invulling gekregen. Daarnaast zijn er nog veel onzekerheden rondom het Coronavirus en is er geen zicht op hoe die ontwikkelingen het GHOR-bureau zullen gaan raken. Ontwikkelingen die in 2022 niet of niet goed uitgevoerd konden worden zullen meegenomen worden naar 2023. Dat betekent dat we in onderstaande ontwikkelingen vooral spreken over ‘de komende periode’. Houtskoolschets acute zorg Door veranderingen in het acute zorglandschap door technologische en zorginhoudelijke ontwikkelingen moet dat zorglandschap meebewegen en mee-ontwikkelen. In juli 2020 heeft het Ministerie van VWS hiervoor de Houtskoolschets gepresenteerd als antwoord op die ontwikkelingen. Door de pandemie heeft het proces rondom de Houtskoolschets vertraging opgeleverd, maar GHOR HM verwacht dat er de komende jaren verdere stappen gezet zullen worden. GHOR HM is aangehaakt bij diverse overleggen om te monitoren wat de ontwikkelingen zullen betekenen voor de opgeschaalde zorg. Crisisorganisatie GHOR HM In stand houden.

Preparedness Om goed voorbereid te zijn op een ramp of een crisis is het belangrijk dat de verschillende aandachtsgebieden van de GHOR HM zich blijven door ontwikkelen en blijven meebewegen met de ontwikkelingen in de zorg en de samenleving, maar ook dat er sprake is van goede samenhang en afstemming tussen die verschillende aandachtsgebieden. En daar wil de GHOR HM zich de komende periode op gaan richten, meer afstemming en samenwerking tussen de verschillende aandachtsgebieden. We hebben hiervoor de volgende aandachtsgebieden gedefinieerd waarmee we die afstemming willen starten: • Relatiebeheer • Planvorming Witte Keten • Informatiemanagement • OTO 1) Relatiebeheer Care en Cure De afgelopen twee jaar heeft het relatiebeheer onder druk gelegen. Door de pandemie heeft de focus vooral gelegen op het bestrijden van de crisis in de Care en Cure sector en oplossen van knelpunten. Hierdoor zijn sommige relaties ook onder druk komen te staan. De komende periode zal dan ook ingezet worden op herstel en het verbeteren van de relaties met de ketenpartners en de geleerde lessen uit de crisis een plek te geven in deze samenwerking. GHOR Haaglanden Eén van de belangrijkste lessen die we de afgelopen twee jaar geleerd hebben is dat we nauwer moeten gaan samenwerken met GHOR Haaglanden.

Doordat veel sectoren zich niet aan veiligheidsregiogrenzen houden hebben beide GHOR-bureaus binnen ROAZ West veel met elkaar te maken. Het is voor de ketenpartners niet duidelijk en zeker ook niet wenselijk om, afhankelijk van welk GHOR-bureau zij benaderen, met andere afspraken rekening te moeten houden. Hiervoor zijn vorig jaar al de eerste stappen gezet, maar door de golfbewegingen van het virus heeft ook deze ontwikkeling vertraging opgelopen. In 2023 zullen de stappen die nu gezet worden in die samenwerken verder ontwikkeld en bestendigd worden.

11 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

NAZW Ook de samenwerking met het NAZW is een lange termijn kwestie. En ook hier zal in 2023 verder vormgegeven en doorontwikkeld worden wat in 2022 is gestart. Hierin trekken de beide GHOR-bureaus samen op en worden de ontwikkelingen rondom de versterking van de positie van het NAZW èn de afstemming en samenwerking tijdens een ramp of crisis meegenomen. 2) Planvorming Witte Keten In 2022 wordt een begin gemaakt met de implementatie van het Zorgrisicoprofiel, dat samenhangt met het Regionaal Risico Profiel. Een profiel dat weergeeft welke crisistypen het meest relevant zijn voor de acute en publieke geneeskundige zorg. Het geeft tevens per crisistype weer welke knelpunten in de zorgketen de continuïteit van zorg begrenzen en onder druk zetten. Die implementatie zal tot in 2023 duren, waarna het gemonitord en geborgd moet worden in de andere processen van de GHOR HM. Daarnaast hebben de instellingen te maken met wettelijke thema’s in het kader van veiligheid en voorbereid zijn op rampen en crises en zullen al deze zaken van invloed zijn op de planvorming van de instellingen individueel. Hierin zal ook informatiemanagement een belangrijkere positie innemen. 3) Informatiemanagement LCMS GZ Op 13 juli 2021 heeft het Bestuurlijk ROAZ het voorstel tot implementatie LCMS GZ van GHOR Hollands Midden en GHOR Haaglanden goedgekeurd.

De afgelopen maanden hebben beide GHOR-bureaus afspraken gemaakt over de manier waarop samengewerkt zal worden gedurende het implementatietraject en op het moment dat het systeem ‘live’ gaat. In 2023 zullen steeds meer acute ketenpartners per sector worden aangesloten en zal onderzocht worden in hoeverre LCMS GZ ook voor de care sector interessant is. In verband met de onvoorspelbaarheid van het virus is er een duidelijke afspraak met de ketenpartners gemaakt dat dit implementatietraject ook meebeweegt met de ontwikkelingen in het zorglandschap, waardoor de implementatie langer kan duren dan gepland, dat is een risico wat geaccepteerd wordt door zowel de Witte Keten, als door beide GHOR-bureaus. LCMS GZ zal de komende jaren een belangrijke rol spelen gaan spelen in het relatiebeheer, de planvorming en OTO van de ketenpartners. GHOR4ALL De applicatie GHOR4ALL is in 2020 helemaal vernieuwd. Wederom is de pandemie de oorzaak van de vertraagde uitrol van het nieuwe GHOR4ALL, maar heeft er ook voor gezorgd dat GHOR HM zich daar niet goed op heeft voor kunnen bereiden (net als de andere GHOR-bureaus in den lande overigens). Dat betekent dat er een heleboel velden in het systeem moeten worden aangepast en geschoond. In het relatiebeheer en de planvorming zal deze applicatie, naast LCMS GZ de komende jaren een belangrijke rol gaan spelen.

4) OTO Bovengenoemde ontwikkelingen en implementaties zullen het OTO-programma van de GHOR HM maar ook die van ketenpartners gaan beïnvloeden. Alle nieuwe ontwikkelingen en inzichten vanuit het Zorgrisicoprofiel en het nieuwe Regionaal Risico Profiel zullen moeten worden meegenomen en de nieuwe planvorming die de instellingen opstellen zal geoefend en geëvalueerd moeten worden. Risico’s •

Een langdurig incident of crisis zoals bijvoorbeeld de coronapandemie en/of gelijktijdige incidenten leggen een zware druk op de GHOR-crisisorganisatie, die m.u.v. OvDG’en en ODPG’en, bestaat uit bureaumedewerkers. Ook gelijktijdige uitstroom en/of langdurig zieken in de GHOR van twee of meer GHOR-medewerkers kan leiden tot verlies van specialistische

12 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

dossierkennis en discontinuïteit in relatiemanagement in het GHOR-netwerk. •

We hopen in 2022 te kunnen concluderen dat Corona in het griepplan van ROAZ West kan worden weggeschreven. Mocht dat niet het geval zijn, dan zal elke nieuwe golf in de pandemie een risico voor de voortgang van de voorgenomen ontwikkelingen zijn.

Doorontwikkeling Bevolkingszorg Naar aanleiding van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s vindt aanpassing van de landelijke ambitieagenda Bevolkingszorg plaats. Verdere kwaliteitsverbetering van bevolkingszorg en crisiscommunicatie is nodig gezien in toenemende mate sprake is van het risico op ‘moderne crises’. Die kenmerken zich door een complex, bovenregionaal karakter, met een veelheid aan actoren en kans op maatschappelijke ontwrichting. Deze kwaliteitsverbetering kan worden bereikt door uniformiteit in optreden zodat gemeenten en veiligheidsregio’s beter kunnen samenwerken bij bovenregionale crises. In 2022 volgen voorstellen aan het Veiligheidsberaad over landelijke kwaliteitsnormen voor bevolkingszorg en crisiscommunicatie en landelijke certificering van opleidingen, examens en nascholing. De veiligheidsregio’s monitoren en ondersteunen het vastgestelde kwaliteitsniveau voor de inliggende gemeenten op de uitvoering waar dat vanuit de gemeenten gewenst is. Ook worden uitgangspunten voor wetteksten in het kader van de wetswijziging geformuleerd (i.s.m. het ministerie van J&V). Aanscherping wet- en regelgeving brandveiligheidseisen van veestallen Uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid blijkt dat de stalbrandveiligheid voor landbouwdieren de afgelopen acht jaar is verslechterd.

Het aantal dieren dat gemiddeld per jaar omkomt als gevolg van stalbrand is toegenomen. Het terugdringen van het aantal dodelijke stalbranden vraagt om aanscherping van wet- en regelgeving rond brandveiligheidseisen van veestallen. De bouwregelgeving beperkt zich tot nieuw- en verbouw van stallen; voor het brandveiliger maken van bestaande stallen is er nauwelijks wet- en regelgeving. Het gebrek aan weten regelgeving beperkt de mogelijkheden van gemeenten en provincies om eisen te stellen aan en toezicht te houden op de brandveiligheid van stallen. Momenteel vindt geen systematisch onderzoek plaats naar factoren die de overlevingskans van dieren bij een stalbrand kunnen vergroten. Om gefundeerde conclusies te kunnen trekken over dodelijke stalbranden en daar beleid en/of wetgeving op te baseren, vindt gedurende vijf jaar onderzoek plaats naar alle dodelijke stalbranden. Oplevering van tussentijdse resultaten vindt plaats na twee jaar. Tweede loopbaanbeleid Sinds 2006 is Functioneel Leeftijd Ontslag (FLO) voor brandweermensen afgeschaft. Vanaf 1-1-2006 mag men de bezwarende brandweerfunctie niet langer dan 20 jaar vervullen. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer een tweede loopbaan te verwezenlijken die de werknemer na maximaal 20 jaar kan gaan vervullen binnen of buiten de veiligheidsregio.

Het brandweervak is in de loop van de jaren veranderd, waardoor nieuw onderzoek nodig is over onder andere bezwarendheid. In opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s is door de Universiteit Maastricht een vierjarig onderzoek gestart dat bouwstenen en inzichten moet opleveren die het duurzaam gezond en veilig verrichten van zwaar brandweerwerk bevorderen. De eerste resultaten hiervan worden begin 2023 verwacht. Volgens de huidige gemaakte afspraken moeten de eerste werknemers op wie het tweede loopbaanbeleid van toepassing is uitstromen met ingang van 2026. Regelmatig besluiten medewerkers reeds eerder dan de afgesproken twintig jaar de organisatie te verlaten. Hierdoor moeten extra inspanningen worden gedaan op het gebied van werving en selectie. Tevens leidt het tot hogere kosten op gebied van opleiding en training.

13 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

Vervroegde uitstroom en krapte op de arbeidsmarkt Als gevolg van vervroegd uittreden en toegenomen arbeidsmobiliteit van het beroepsbrandweerpersoneel (vóór het einde 20-jarig dienstverband), maar ook van brandweervrijwilligers, wordt de VRHM geconfronteerd met extra kosten voor opleidingen, trainingen en oefeningen. Ook de VRHM ondervindt problemen bij het invullen van openstaande vacatures door de krapte op de arbeidsmarkt. Sommige vacatures zijn zeer moeilijk in te vullen. Dit betekent extra kosten voor werving en het extern (inhuur) moeten invullen van deze vacatures. Afronding denktank taakdifferentiatie en vervolgopdracht In juni 2019 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van JenV gezamenlijk de denktank taakdifferentie ingericht en opdracht gegeven om te onderzoeken hoe brandweervrijwilligers nadrukkelijk en fundamenteel zijn te onderscheiden van beroepsmedewerkers om te voldoen aan Europese regelgeving en in kaart te brengen welke mogelijke consequenties dit heeft voor de brandweerorganisatie. De denktank taakdifferentiatie is gekomen tot een vorm van (taak)differentiatie, die is opgebouwd uit vier bouwstenen. De denkrichting met vier bouwstenen is uitgewerkt op basis van input uit de veiligheidsregio’s en de consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor alle 25 veiligheidsregio’s.

De denkrichting alsmede de consequenties ervan zijn op 22 februari 2021 besproken tijdens het overleg tussen het Veiligheidsberaad en de minister van JenV. De oorspronkelijke opdracht van de denktank taakdifferentiatie is daarmee afgerond. Voor uitvoering van de eerste bouwsteen (i.c. kazernering en consignatie) uit de denkrichting wordt een implementatieplan opgesteld in termen van activiteiten, tijdsplanning en financiën, met als doel te komen tot een onderscheid tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers en zo te voldoen aan de Europese wetgeving. Het implementatieplan wordt in het eerste kwartaal van 2022 voorgelegd aan het Veiligheidsberaad en de minister van JenV. Daarnaast heeft het Veiligheidsberaad de stuurgroep de aanvullende opdracht gegeven om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. En daar ook andere relevante ontwikkelingen (zoals slagkracht en paraatheid) bij de brandweer te betrekken. De uitgewerkte onderzoeksopdracht wordt vastgesteld tijdens het gezamenlijk overleg van Veiligheidsberaad en minister van JenV in maart 2022. Belevingsonderzoek brandweerpersoneel 2021 In 2017-2018 zijn in opdracht van het Veiligheidsberaad voor het eerst de onderzoeken ‘Brandweerstatistiek’ en ‘Beleving repressief brandweerpersoneel’ uitgevoerd.

Op 8 juni 2018 heeft het Veiligheidsberaad opdracht gegeven voor periodiek vervolgonderzoek: jaarlijks voor de brandweerstatistiek (‘Brandweerkerndata’) en vierjaarlijks voor het belevingsonderzoek. Medio 2021 heeft een nieuw het belevingsonderzoek plaatsgevonden. Eerste helft 2022 worden de resultaten opgeleverd. Informatiebeveiliging veiligheidsregio’s In 2018 (landelijk initiatief) en 2020 (eigen initiatief) heeft de VRHM een audit informatiebeveiliging laten uitvoeren op basis van de landelijk vastgestelde 32 Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) normen. Uit deze audits is gebleken dat de VRHM nog niet aan alle BIO-normen voldoet. Het bestuur is hierover ook geïnformeerd. De aandachtspunten uit de audit zijn opgepakt. Tegelijkertijd is door het Veiligheidsberaad het versnellingsprogramma Informatieveiligheid vastgesteld (2021). Het doel van dit programma is om in 2023 te voldoen aan de gehele landelijk BIO-norm (110 normen). Het versnellingsprogramma leidt tot een forse investering van de veiligheidsregio in informatieveiligheid/cyberveiligheid in 2022 e.v. (o.a. onderdeel jaarplan VRHM 2022 e.v.). De nieuwe Digitale Agenda Gemeenten 2024 (VNG) wordt hierin meegenomen. Het projectplan is in voorbereiding en de uitvoering wordt z.s.m. gestart. Deze investeringen komen bovenop de reeds

14 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

genomen ICT-maatregelen op basis van een eerdere risico-inventarisatie ten aanzien van verschillende verschijningsvormen van cyberdreigingen. Mede op basis hiervan is de emailbeveiliging verbeterd. Uit recent onderzoek van het televisieprogramma Zembla d.d. 6 oktober jl. is gebleken dat dertien van de 25 veiligheidsregio’s dit niet op orde hebben. De VRHM dus wel. Een belangrijk onderwerp is het vergroten van de awareness van de medewerkers van de VRHM (zie ook uitwerking binnen het kwadrant cyberveiligheid). Sinds 2018 worden medewerkers periodiek geïnformeerd en getraind op het gebied van cyberveiligheid (op basis van het Communicatieplan Informatieveiligheid). Het is de uitdaging om steeds weer nieuwe en prikkelende manieren te vinden om de medewerkers scherp te houden op dit onderwerp. Goed werkgeverschap na dienstongevallen Veiligheidsregio’s zijn door een aantal interne en externe ontwikkelingen zich bewust geraakt van het belang van modernisering van de afspraken over aansprakelijkheid en verzekering van medewerkers die getroffen worden door een ongeval tijdens het werk. Besloten is om een landelijk expertisebureau (stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s) op te richten.

De veiligheidsregio’s sluiten een deelnemersovereenkomst met deze stichting dat ondersteunt bij de afhandeling van ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. De hosting van het expertisebureau wordt gedurende de jaren 2022 en 2023 ondergebracht bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. De kosten worden verdeeld op basis van hoofdelijke omslag en bedragen naar verwachting 22.500 euro per veiligheidsregio per jaar. Om aanspraken die niet verzekerbaar zijn in gezamenlijkheid te financieren in een mix van verzekeren en zelf/samen dragen, is de oprichting van een separate stichting waarborgfonds voorzien. De raden van de inliggende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen t.a.v. deelname aan het expertisebureau (en in 2022 voor stichting waarborgfonds) kenbaar te maken. Deze verplichting volgt uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Na bestuurlijk akkoord volgt een gefaseerde invoering van de voorstellen in 2022 en 2023. Voor de jaren 2024 en verder wordt uiterlijk in 2023 gekeken naar de doorontwikkeling van het expertisebureau en, in relatie tot onder meer de oprichting van het waarborgfonds, opnieuw gekeken naar de verdeelsleutel voor de jaren 2024 en verder. Duurzaamheid Het thema duurzaamheid is onderdeel van het beleidsplan.

Ook komen de wettelijke klimaatdoelstellingen steeds dichterbij (49% CO2-reductie in 2030, 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990). De VRHM heeft op het onderwerp duurzaamheid het volgende uitgangspunt: niet alleen via duurzaamheid inzetten op het verminderen van onze CO2-uitstoot, maar óók een bijdrage leveren aan een eerlijke en sociale samenleving. De opgestelde ambities, ecologisch, energie neutraal, circulair, klimaat adaptief en eerlijk & inclusief, worden verwerkt in 5 hoofdthema’s: • Vastgoed • Mobiliteit • Inkoop • Duurzame hulpdienstverlening • Cultuur Wat betreft gebouwen, wagenpark en aanschaf van producten speelt duurzaamheid een steeds belangrijkere rol. De VRHM geeft hier bijvoorbeeld invulling aan bij de (ver)bouw van kazernes, waarbij isolatie, zonnepanelen en luchtwarmtepompen worden aangebracht en geen gas meer wordt gebruikt. Duurzame hulpdienstverlening gaat over het verduurzamen van onder meer onze inzetten en activiteiten op het gebied van Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). Daarnaast beogen we een cultuuromslag om duurzaamheid blijvend in de organisatie te verankeren.

15 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

8. Implementatie en communicatie Jaarlijks worden de griffiers van de gemeenten schriftelijk in kennis gesteld van de P&C-kalender voor de VRHM. De begroting (zienswijze) wordt minimaal acht weken voor vaststelling door het AB verzonden. Vaststelling van de begroting 2023 is voorzien op 23 juni 2022; verzending van de stukken aan de gemeenteraden voor zienswijzen op 24 maart 2022 (deadline indienen zienswijzen 20 mei 2022). Na de vaststelling van de uitgangspunten worden de raden opnieuw geïnformeerd.

9. Bijlagen Geen

10. (Historie) besluitvorming • • • • • • • • • • •

voor 01-aug-2022: Verzending Begroting VRHM 2023 aan gedeputeerde staten 23-jun-2022: Voorziene vaststelling door het Algemeen Bestuur van de Begroting VRHM 2023 02-jun-2022: Behandeling reactie Dagelijks Bestuur op zienswijzen gemeenteraden 20-mei-2022: Deadline zienswijze gemeenteraden op Ontwerpbegroting VRHM 2023 25-mrt-2022: Verzending Ontwerpbegroting VRHM 2023 aan gemeenteraden voor zienswijze 24-mrt-2022: Voorziene instemming door het Dagelijks Bestuur van de Ontwerpbegroting VRHM 2023 17-feb-2022: Voorziene vaststelling van het Algemeen Bestuur met de Begrotingsuitgangspunten VRHM 2023 10-feb-2022: Voorziene instemming van het Dagelijks Bestuur met de Begrotingsuitgangspunten VRHM 2023 24-jun-2021: Besluit van het Algemeen Bestuur tot vaststelling van de programmabegroting 2022 30-jun-2016: Bestuurlijke afspraken tussen de Veiligheidsregio Hollands Midden en RDOG Hollands Midden 31-mrt-2016: Besluit van het Algemeen Bestuur tot vaststelling van de Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019

16 Agendapunt 5. AB VRHM 17 februari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11227575/1