CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording TV VVD woonruimte en lobbybrief maart 2021 3 (002)

commissie Regiozaken 6 april 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Holland Rijnland2.192 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische Vragen d.d. 15 maart 2021 Fractie: VVD Vragensteller: S. Spaargaren Onderwerp: Brief Holland Rijnland aan minister Ollongren en staatssecretaris Broekers-Knol, dd 9 december 2020 (‘brandbrief Holland Rijnland’) Zaaknummer: NVT Uit eerdere vragen van de VVD verwijzend naar de ‘Brandbrief Alkmaar’ om een vergelijkbare brief te sturen namens de de Rijksoverheid regio/Oegstgeest kwam naar voren dat er al een soortgelijke brief was gestuurd vanuit Holland Rijnland. Dit bleek niet bekend bij de raadsleden. Daarom de volgende vragen: # 1

2

Pagin a nr.

Vraag

Antwoord

Waarom is deze brief nooit gedeeld met de raad van Oegstgeest? Waarom heeft de verantwoordelijke portefeuillehouder hierover de raad nooit geïnformeerd? Kan wethouder Glasbeek aangeven waar in het logistieke proces dit niet goed is gegaan? (vraag eerder gesteld, staat reeds wederom als toezegging genoteerd)

(zie antwoord bij vraag 2)

In november 2020 is in het regionaal portefeuillehoudersoverleg besproken om een lobbybrief aan het rijk te sturen, naar aanleiding van de zorg over de toenemende taakstelling voor huisvesting van statushouders in een gespannen woningmarkt. Dit is opgepakt samen met de andere regio’s in Zuid-Holland, waarbij de regio Haaglanden penvoerder was. In december 2020 heeft de gemeente Oegstgeest een afschrift van de brief ontvangen. Lobbybrieven die relevant zijn voor de raad worden ter informatie aan de raad doorgestuurd (zie ook het antwoord bij 3). Op dat moment is niet opgemerkt dat deze brief voor de

3

Welke lobbybrieven* zijn er in 2020 verstuurd door Holland Rijnland naar andere overheidsorganen waaronder Rijk en provincie, mede namens Oegstgeest? Graag een lijst hiervan. Hierbij aangevend welke brieven zijn doorgestuurd naar de raad (indien niet, met opgave van reden(-en)) of ondeling zijn toegelicht door de portefeuillehouder in de raad/commissie

4

In de brief van HR wordt gesproken over 'In de verdeling van de taakstelling van vergunninghouders over de gemeenten en regio’s rekening te houden met de druk op de woningmarkt...' Kan de wethouder aangeven of én hoe hij, in overleg met de andere gemeenten uit de regio, deze taakstelling besproken heeft?

raad van belang is. Gezien de actualiteit van een mogelijke aanvraag van het COA voor de huisvesting van statushouders, vinden we het wel van belang dat de raad van deze brief op de hoogte is en zal deze worden toegestuurd. Vanuit de Strategische Eenheid van Holland Rijnland zijn verschillende brieven gestuurd. Voor energie zijn er diverse lobbybrieven verstuurd het afgelopen jaar: voor warmte diverse naar het rijk en voor elektriciteit naar de provincie. Daarnaast heeft Holland Rijnland samen met vele andere partijen een lobbybrief aan het Rijk gestuurd over de ecologische meekoppelkansen A4. Voor de Bubble Barrier is in 2020 een verzoek gestuurd aan de provincie voor een bijdrage. Tot slot is er een zienswijze en brief gestuurd over de Aanvullingsregeling geluid in relatie tot Schiphol. De brieven zijn niet doorgestuurd naar de raad, en ook niet toegelicht door de portefeuillehouder in de raad/commissie. Zoals ook in de beantwoording op de toezegging aangegeven is, sturen we informatie door die van belang zijn voor de rol van de raad en handelt Holland Rijnland binnen gestelde kaders. De organisatie zal hier alert op zijn. Dat laat onverlet dat wij uw raad op de hoogte willen houden van wat er speelt binnen deze GR (Gemeenschappelijke Regeling). De brief richt zich op een verdeling tussen regio’s, en niet binnen de regio.

Er is niet gesproken over herverdeling van aantallen binnen de regio. De taakstelling is door het rijk opgelegd. In specifieke situaties is wel een uitruil tussen gemeenten mogelijk. Een gemeente kan dan weliswaar vrijwillig een hogere taakstelling op zich nemen, maar gemeenten zijn hier terughoudend in, mede gezien de kosten die doorwerken in uitkeringen ed. Door zes regio’s in Zuid Holland gezamenlijk is geconcludeerd dat de opgave te zwaar wordt in een regio waar grond schaars is en

woningcorporaties onvoldoende investeringscapaciteit hebben. 5

6

In de brief wordt gesproken over een aantal knelpunten in de huisvesting. Hierover de volgende vragen: In de brief wordt aangegeven dat: “Daar komt bij dat de som van al deze opgaven het maatschappelijk draagvlak zwaar onder druk zet.” Het maatschappelijk draagvlak richting wat staat hier zwaar onder druk? Bij de huisvesting in sociale huurwoningen hebben een aantal doelgroepen voorrang t.o.v. reguliere wachtenden, waaronder statushouders (asielzoekers met een tijdelijk vergunning) en gescheiden mannen/vrouwen. Hierover de volgende vragen: Welke doelgroepen hebben nog meer voorrang bij de toewijzing van sociale huurwoningen?

Het maatschappelijk draagvlak voor de sociale huisvesting van uitstroom uit de maatschappelijke opvang, en andere doelgroepen i.v.m. extramuralisering. Maar ook huisvesting van arbeidsmigranten en statushouders.

Gescheiden mannen en vrouwen hebben geen voorrang, tenzij er een zeer uitzonderlijke noodsituatie aan de orde is waardoor een beroep op urgentie kan worden gedaan. Woningzoekenden met een urgentieverklaring, waaronder stadsvernieuwingsurgenten, hebben voorrang. Woningzoekenden uit Oegstgeest kunnen op basis van lokaal maatwerk voorrang krijgen. Voorrang kan tevens afhangen van het type woning dat vrijkomt: zo kunnen starters, statushouders, bepaalde leeftijdscategoriëen, gehandicapten, en uitstromers uit bepaalde instellingen waar men langdurig verbleef (contingentregeling) voorrang krijgen. De volledige regeling is terug te vinden in onderstaande link. https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie /Samenwerkingsorgaan%20Holland%20Rijnland/626022/CVDR626022 _1.html

7

Hoeveel procent van de vrijkomende sociale huurwoningen worden toegewezen aan deze

In 2020 zijn er 84 verhuringen (mutaties) in Oegstgeest geweest, waarvan 61 reguliere verhuringen. 27% van de verhuringen is

doelgroepen die voorrang hebben?

8

9

In de Oegstgeester Courant stond recent een artikel over het aantal vrijgekomen sociale huurwoningen in Oegstgeest in 2020. Ter verificatie deze vragen aan de wethouder: hoeveel sociale huurwoningen kwamen er in 2020 vrij in Oegstgeest? Hoeveel procent is dat van de totale hoeveelheid sociale huurwoningen in Oegstgeest? Scheefwoners zijn o.a. bewoners van sociale huurwoningen die naar verhouding teveel verdienen om een sociale huurwoning te mogen hebben. Momenteel wordt 30% van de sociale huurwoningen in Oegstgeest bezet door scheefwoners. Hierover de volgende vragen: Hoeveel sociale huurwoningen in Oegstgeest komen overeen met 30%? Hoeveel scheefwoners zijn er in 2020 doorgestroomd en hebben een sociale huurwoning achtergelaten?

toegewezen aan groepen die een voorrangspositie hadden. Het onderwerp heeft daarom zeker ook in Oegstgeest de aandacht. In de discussie rond de woonvisie is stil gestaan bij de druk die van de contingent- en quotaregelingen uitgaat op met name sociale huurwoningen. In Oegstgeest zijn 1890 sociale huurwoningen in totaal, waarvan 1510 sociale corporatiewoningen. Zoals hierboven onder 7. vermeldt kwamen in 2020 84 corporatie woningen vrij. Dit is 5,6% van het totaal aantal corporatiewoningen Oegstgeest. We hebben geen zicht op de mutaties in de overige sociale woningen.

Uitgaande van 30% zou dit neerkomen op circa 450 corporatiewoningen. In de Woningmarktanalyse Oegstgeest is een percentage van 26% ‘goedkope scheefheid’ vermeld voor de gereguleerde huur (bezit corporaties + particuliere verhuurders). Indien we dit percentage gelijk is voor sociale corporatiewoningen en particuliere sociale huurwoningen komen we uit op circa 390 sociale huurwoningen. Met uw raming in uw technische vraag over dit onderwerp van 16 april 2020, van 420 woningen, kwam u precies op het midden van deze aantallen uit. We hebben geen aanwijzingen dat deze cijfers in 2020 wezenlijk veranderd zijn. U heeft in uw technische vragen van 16 april 2020 ook geïnformeerd naar de doorstroming in 2018 en 2019. Het antwoord hierop was: ‘Voor zover wij weten wordt bij vertrek van huurders niet het inkomen geregistreerd. Ons zijn hiervan geen cijfers bekend.’ Dit geldt ook voor de doorstroming in 2020.

10

Inkomens tot € 44.655 (2021) komen in aanmerking voor een sociale huurwoning. Hoeveel van deze scheefwoners in Oegstgeest hadden een inkomen hoger dan a) € 60.000, b) € 100.000?

De inkomensgrens om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning bedraagt € 40.024,-. Daarnaast mogen woningcorporaties 10% van de vrijgekomen woningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen Hoger dan €40.024 tot en met € 44.655. Bovendien mogen woningcorporaties 10% van hun woningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen van meer dan € 44.655,-. Van deze mogelijkheid wordt door de corporaties in Holland Rijnland, alsmede door MeerWonen, nauwelijks gebruik gemaakt, gezien het grote tekort aan sociale huurwoningen. Welk aandeel van de scheefwoners een inkomen boven de door u genoemde grenzen heeft is niet bekend. Wel kunnen we op basis van de woningmarktanalyse Oegstgeest de volgende indicatie geven: Van de scheefwoners heeft circa twee vijfde een ‘middeninkomen’ (tot ongeveer € 50.000,- prijspeil 2021) en drie vijfde een hoger inkomen. Als we deze indicatie vertalen naar de door u genoemde inkomensgrens van € 60.000,- dan is het aannemelijk dat meer dan de helft van de scheefwoners een middeninkomen heeft. Bovendien kent Oegstgeest een bovengemiddeld aandeel ZZP’ers. Dit zijn ondernemers met fluctuerende jaarinkomsten. Deze categorie huurders is doorgaans niet in staat om door te stromen naar duurdere huur of koop.

11

Is het juist dat er niet wordt gekeken naar vermogen? Kan het zo zijn dat er huurders van sociale huurwoningen bijvoorbeeld een vermogen hebben van € 500.000 en meer, bijvoorbeeld d.m.v. een erfenis, en dan toch in een sociale huurwoning mogen blijven wonen? In hoeverre mogen woningcorporaties daar naar vragen of inzicht

Dat is juist. Dit betreft landelijke regelgeving. Inzicht in vermogen is niet relevant omdat dit geen criterium is bij de toewijzing. Het ligt niet voor de hand dat, gezien de privacywetgeving, woningcorporaties gevoelige persoonlijke gegevens van woningzoekenden opvragen die ze niet nodig hebben.

in hebben? 12

Hoeveel jaar gemiddeld blijven scheefwoners een sociale huurwoning in Oegstgeest bezet houden?

13

Zijn er voorbeelden in Nederland bekend waarbij huurders van een sociale huurwoning een voorwaardelijk huurcontract krijgen die gekoppeld is aan het maximale inkomen? Toelichting: indien iemand gedurende zijn leven meer gaat verdienen dan het maximale bij een sociale huurwoning, deze huurder na een bepaalde tijd de sociale huurwoning moet verlaten voor iemand anders op de wachtlijst? Met studentenwoningen zijn voorbeelden bekend met voorwaardelijke huurcontracten? (je mag de studentenwoning gebruiken zolang je student bent) In hoeverre is dat ook toepasbaar op sociale huurwoningen?

14

Middeninkomens In de brief wordt niet gesproken over middeninkomens waar een veel grotere behoefte aan woningen is. Hierover de volgende vragen: 14) Waarom is er vanuit Holland Rijnland niet ook of met name nadrukkelijk gewezen op de veel grotere behoefte aan woningen door middeninkomens anders dan alleen als

Zoals vermeld bij vraag 9 zijn er geen gegevens over de doorstroming naar inkomen bekend, en dus ook niet over de woonduur van ‘scheefwoners’ vanaf het moment dat hun inkomen boven de grens van € 40.024,- uit komt. Dergelijke voorbeelden kennen wij niet. Voor zover ons bekend zijn tijdelijke huurcontracten van woningcorporaties beperkt tot specifieke situaties en doelgroepen, zoals tijdelijke woonlocaties, woonruimte voor jongeren en de door u genoemde huisvesting van studenten. Recente berichten in de media (NRC 31 maart 2021) geven overigens de indruk dat het effect op de doorstroming van tijdelijke contracten (behalve dan bij afstuderen) discutabel is, maar wel tot stress bij huurders leidt. Een tijdelijk huurcontract zoals u beschrijft zal overigens enkel van toepassing kunnen zijn voor nieuw huurders, wat vooralsnog niet veel effect zal hebben op het aandeel scheefhuurders. Dit zal, waar het scheefhuurders met een middeninkomen betreft, pas effect kunnen hebben op het moment dat er voldoende aanbod aan woningen voor middeninkomens is. Voor de zittende huurders met een inkomen boven de inkomensgrens voor sociale huur wordt een inkomensafhankelijke huurverhoging toegepast. In de brief wordt vooral de druk op de sociale huurvoorraad benoemd omdat de vermelde doelgroepen (vrijwel) uitsluitend in sociale huurwoningen terecht komen.

Dit laat onverlet dat, naast de behoefte aan sociale huur, ook de woningbehoefte van middeninkomens ook in de regio Holland Rijnland hoog is. Daarom hanteert de regio (regionale woonagenda) een vergelijkbare doelstelling voor de nieuwbouw als in de woonvisie van Oegstgeest is opgenomen: minimaal 20% van de nieuwbouw is voor

15

doorstroming van sociale huurders?

middeninkomens bestemd (middeldure huur/sociale koop). In de loop van dit jaar werkt de regio aan een actualisatie van de regionale woonagenda. Daartoe wordt de regionale woningbehoefte geanalyseerd. In deze analyse wordt de woningbehoefte van middeninkomens nadrukkelijk meegenomen.

Hoeveel behoefte bij benadering is er momenteel aan woningen voor middeninkomens in Oegstgeest die geen recht hebben op sociale huurwoningen? Opgave bij benadering. Graag onderverdeeld naar huur en goedkope koop.

In de woonvisie is onder meer de doelstelling opgenomen om 25% van de nieuwbouw voor middeninkomens te bestemmen. Daarmee verwachten we in de woningbehoefte te kunnen voorzien. In het hoofdstuk ‘onze opgaven’ in de woonvisie is een trendmatige woningbehoefte opgenomen met daarin de segmenten geliberaliseerde huur en de koopsegmenten tot € 300.000,-. Deze trend is exclusief de woningbehoefte van bijzondere doelgroepen. In de woningbehoefte van de middeninkomens ligt het accent op het voor hen betaalbare koopsegment (twee derde wenst koop tot € 300.000,-, één derde heeft behoefte aan middeldure huur). Omdat koop in deze segmenten. Omdat een substantiële toevoeging in dit koopsegment vooralsnog niet realistisch is, gezien de hoge grondprijzen in Oegstgeest, zetten we, zeker voor de korte termijn in op middeldure huur. Bijkomend voordeel van middeldure huur is dat deze gedurende 20 jaar beschikbaar blijft voor de doelgroep, terwijl voor ‘sociale koop’ dit voor maximaal 10 jaar geregeld kan worden, waarbij bovendien de handhaving complexer is.

(*lobbybrieven: brieven waaruit een bepaald standpunt of standpunten danwel een oproep tot een bepaalde wenselijke beleidsrichting of (geldelijke) steun wordt gedaan.)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9972083/1