Beantwoording TV CDA BSGR
Tekst van het document
Technische Vragen d.d. 9 mei 2021 Fractie: CDA Vragensteller: Tobias van der Hoeven Onderwerp: BSGR 2020 Zaaknummer: #
Paginanummer
1
Accountantsverslag, Waar is de (zeer hoge?) tolerantie par. 2.1. van 10% die door het bestuur klaarblijkelijk gehanteerd wordt op gebaseerd? Waarom hanteert de accountant 5%? Jaarrekening p. 29 Aangegeven wordt dat helaas een landelijk onderzoek naar de ongewenste effecten van NCNPbureaus wederom is uitgesteld. Wat zou BSGR eventueel zelf kunnen doen om deze praktijk minder lonend te maken? Waarom is hierop wel of niet ingezet?
2.
Vraag
Antwoord De rapporteringstolerantie wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld. Een afwijking van 12.300 euro op een begroting van ca. 13 miljoen acht de BSGR niet hoog. De accountant hanteert een lagere rapporteringstolerantie op grond van eigen (interne) richtlijnen. Het rapport van het WODC, werkwijze & verdienmodel NCNP-bedrijven WOZ &BPM, is inmiddels uitgebracht (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/02/12/bijlage-23088-van-beroep-in-bezwaar-def). De ministeries van BZ, Financiën en Justitie en Veiligheid laten op dit moment vervolgonderzoek doen naar de ontwikkelingen rondom de WOZ-bezwaren. Het doel van het vervolgtraject is om samen te komen tot passende oplossingen. Hierbij zullen ook andere partijen, zoals de Waarderingskamer (toezichthouder) en diverse stakeholders, betrokken worden (https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/05/03/vervolgonderzoeknaar-de-ontwikkelingen-rond-woz-bezwaren). Op landelijk niveau staan gemeenten en samenwerkingsverbanden niet stil in de verbetermogelijkheden van de uitvoering van de Wet WOZ en wordt er o.a. samen met VNG (Realisatie) gekeken naar onderdelen van de WOZ processen, waaronder de bezwaar- en beroepsprocedures. Daarnaast is de Waarderingskamer bezig met modernisering van het taxatiesverslag (landelijk) en een verantwoordingsdocument (format). Deze documenten moeten
bijdragen aan meer inzicht voor de inwoners (en bedrijven) in de waardebepaling van (een specifieke) onroerende zaak alsmede de wijze waarop de gemeente of uitvoeringsorganisatie de WOZ-waardering in bredere zin aanpakt. BSGR heeft afgelopen jaren de mogelijkheden om de drempel voor het maken van een bezwaar (want: fout=fout) voor de inwoner zelf zo laagdrempelig mogelijk te maken: - Het ‘informele traject’ voor woningen (‘bellen met de taxateur’) na ontvangst van de beschikking wordt al een aantal jaren vormgegeven en wordt (over het algemeen) door de inwoners gewaardeerd. - Daarnaast heeft BSGR voor belastingjaar 2021 ook gebruik gemaakt van ‘voormeldingen’ waarbij voorafgaande aan de aanslag de inwoner een bericht ontvangt dat de voorlopig vastgestelde waarde kan worden ingezien. Daarbij kan dan voorafgaand aan de beschikking door de belanghebbende worden aangegeven dat (en waarom) deze het niet eens is met deze voorlopig vastgestelde waarde. Deze vorm van communicatie wil BSGR graag voor aankomend belastingjaar verder uitbreiden. - Ook zal dit jaar worden ingezet op veelvuldig (telefonisch of digitaal) contact met de particuliere indiener van bezwaar. - Voor aankomend belastingjaar zal BSGR investeren in de verdere ontwikkeling van het maken van bezwaar via een QR-code.
GBTwente heeft daar afgelopen jaar op geïnvesteerd waarbij het percentage NCNP bezwaren met ongeveer 1/3 is teruggelopen; doel is om te kijken of eventueel door te voeren verbeterslagen vanuit deze organisatie direct meegenomen kunnen worden in de uitbreiding van onze dienstverlening op dit vlak. Laagdrempeligheid, transparantie en uitlegbaarheid vormen de pijlers waarop BSGR haar dienstverlening naar de inwoners op dit vlak zo breed mogelijk wil uitdragen.
3.
Jaarrekeing p. 30
Wat kost het behandelen aan NCNPbezwaren de organisatie van BSGR en dus de belastingbetaler (cumulatief) en tot welke verlaging van de OZB-aanslag leiden deze bezwaren (cumulatief) voor de belastingbetaler? Wat zijn redenen om een bezwaarschift in te trekken? Kan hier ook sprake zijn van een “schikking”? In hoeveel van de ingetrokken gevallen is hier dan sprake van? Hoe verhoudt het stabiele beeld van gegrond bezwaar in ca. 45% van de gevallen zich tot het landelijke beeld?
Een bezwaar of beroep dat gegrond wordt verklaard, kost de gemeenschap tussen € 450 en € 2.800. De aanslag wordt verlaagd met een bedrag van gemiddeld € 44.
Redenen voor intrekking van een bezwaar kan zijn dat: - na toezending van het taxatieverslag de inwoner/NCNP constateert dat de waarde aannemelijk is op basis van de onderbouwingen; - bij een informatief gesprek met de taxateur de uitleg zodanig is dat de inwoner de (wijze van) waardevaststelling meer begrijpt en de waarde derhalve aannemelijk vindt; - het NCNP bureau bij nadere bestudering van het dossier een verlaging niet haalbaar acht. Er kan geen sprake zijn van een ‘schikking’; iedere aanpassing van de WOZwaarde (vermindering of verhoging) wordt gedefinieerd als een gegrond bezwaar en is als zodanig ook zichtbaar in de LV-WOZ. De cijfers m.b.t. het landelijke beeld van gegronde bezwaren is nog niet bekend gemaakt door de Waarderingskamer; voor 2019 lag dit percentage op 38,8%, voor 2018 op 40,9%. Het percentage gegronde bezwaren kan per gemeente fluctueren.