Beantwoording Technische Vragen - PrO - Prognose Regionale Jeugdhulp
Tekst van het document
Technische Vragen d.d. 21-2-‘21 Fractie: Progressief Oegstgeest Vragensteller: S.L. Burger Onderwerp: Prognose Regionale Jeugdhulp ‘21 Zaaknummer: Z/21/141332 # RM
RM
Pagina nummer
Vraag
Antwoord
Juridische achtergrond
Nee, hierover is geen juridisch advies ingewonnen.
Is juridisch advies ingewonnen over de keuze om de benodigde financiële middelen niet beschikbaar te stellen met groei in wachtlijsten als gevolg? Zo ja, hoe luidde deze?
In juli 2020 heeft het PHO het standpunt ingenomen dat het stelsel financieel onhoudbaar is en er bijgestuurd moet worden om de continue opwaartse druk op de gemeentelijke begrotingen te verlagen. In lijn met dit standpunt, en omdat de financiële effecten van de ingezette en voorgenomen maatregelen nog niet in de prognose waren opgenomen is besloten om de begroting vooralsnog niet te verhogen. Afgesproken is om in april 2021 een nieuwe geactualiseerde prognose aan het portefeuillehoudersoverleg Jeugd voor te leggen.
De gemeente is gebonden aan het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) bij de invulling van de jeugdhulpplicht. Het IVRK geeft niet alleen de plicht aan de overheid om een kind te beschermen en de zorg te bieden dat het nodig heeft, maar een kind heeft volgens artikel 24 IVRK recht op de best mogelijke gezondheidszorg en -voorzieningen. Voldoet de gemeente met het genomen besluit wel aan zijn jeugdhulpplicht met inachtneming van bijbehorend internationaal recht?
Ja. Het besluit om de begroting vooralsnog niet op te hogen heeft geen directe invloed op de kwaliteit van de beschikbare voorzieningen. Het is wel zo dat deze beslissing invloed kan hebben op de wachttijd voor deze voorzieningen. Door middel van de “Nee, tenzij regeling” wordt een uitweg geboden voor het inzetten van hulp voor jeugdigen die niet kunnen wachten. Hiermee blijven we voldoen aan onze zorgplicht.
RM
De Jeugdwet laat in de memorie van toelichting ruimte aan gemeenten om te bepalen of jeugdigen/ouders op eigen kracht zorg kunnen krijgen. Is verkend of onderscheid kan worden gemaakt tussen jeugdigen met ouders die het zelf kunnen betalen en jeugdigen met ouders die dat niet kunnen? (Indien niet: waarom niet?)
Op dit moment is de afweging of ouders de hulp voor hun kind op eigen kracht kunnen verzorgen een afweging, waarbij de financiële draagkracht geen rol speelt. In dit stadium is niet verkend of er onderscheidt gemaakt kan worden tussen ouders met een financieel lagere of hogere draagkracht. De afweging of een inkomensgebonden eigen bijdrage kan worden ingevoerd wordt op landelijk niveau onderzocht. Dit is een van de aanbevelingen voortkomend vanuit het AEF rapport (bijlage 1).
RM
Ministerie van VWS
Nee. Er is geen verplichting om het ministerie van VWS op de hoogte te stellen van besluitvorming betreft de regionale begroting. Als regio nemen wij deel aan een praktijkscan vanuit het ministerie van VWS om de huidige praktijk te vergelijken met de plannen voor de actualisatie jeugdwet. In deze scan is aangegeven dat de regionale kosten knellen en de begroting vooralsnog niet is opgehoogd. Ook in de J42 en BJ42 zijn signalen afgegeven dat de stijgende kosten voor onze regio niet meer houdbaar zijn.
Is het ministerie op de hoogte gesteld van het gezamenlijk in de regio genomen besluit om een rem op de jeugdhulp te plaatsen? (Indien niet: waarom niet?)
RM
Wat was de reactie van het ministerie?
Niet van toepassing
RM
Treeknormen
Ja dat klopt.
Klopt het dat in Nederland tot 2015 het recht op gezondheidszorg voor kinderen in de jeugd-ggz was verankerd in de Zvw en de AWBZ? En daarmee ook tot 2015 de treeknormen van toepassing waren op de jeugd-ggz?
In 2017 is in HR het actieplan wachtlijsten opgesteld welke de treeknormen GGZ als uitgangspunten nemen. Uitvoering van sturing op de wachttijden vinden plaats in de kwartaal gesprekken met aanbieders. Afspraken hierover kunnen per zorg vorm verschillen. In de huidige resultaatovereenkomsten is momenteel het volgende opgenomen over wachttijden:
ARTIKEL 31 WACHTLIJSTEN EN WACHTTIJDEN 31.1 Opdrachtnemer doet er alles aan om wachtlijsten te voorkomen en geeft aan een ieder actief informatie over wachtlijsten, wachttijden en het voeren van wachtlijstbeheer. 31.2 In het geval van wachtlijsten informeert opdrachtnemer de verwijzer. 31.3 Een cliëntenstop in het kader van wachtlijsten is alleen mogelijk na schriftelijke toestemming van opdrachtgever en nadat overleg tussen opdrachtnemer en opdrachtgever heeft plaatsgevonden. 31.4 In geval van een onaanvaardbare wachttijd of een wachtlijst, zorgt opdrachtnemer samen met de jeugdige en/of ouder en in samenspraak met een andere opdrachtnemer voor passende hulp ter overbrugging. Op dit moment wordt ingezet op het tijdig inzicht verkrijgen in wachtlijsten in onze jeugdhulp regio via de eerder genoemde beschikbaarheidswijzer. Er zijn meerdere aanbieders die zichzelf wel aan de treeknorm houden en dit ook op hun website vermelden. RM
In 2017 kwam het NJi-rapport ‘Wacht maar’ uit naar aanleiding van een Tweede Kamermotie ingediend door CDA-kamerlid Mona Keijzer. Is het college bekend met rapport waarin antwoord moest worden gegeven op de vraag hoe wachtlijsten en -tijden bestreden moesten worden?
Ja.
RM
Deelt het college de conclusies van het betreffende rapport op de toepasbaarheid van de treeknormen bij de jeugd- en opvoedhulp?
Het rapport ‘Wacht maar’ van het NJI uit 2017 trekt de conclusie dat landelijk geldende normen kunnen helpen bij het lokaal vormgeven aan het aanbod aan jeugdhulp. Op regionaal en lokaal niveau lijkt het verstandiger om recht te doen aan de complexe en meervoudige oorzaken van wachtlijsten in de jeugdhulp. Om die reden wordt er momenteel via de kwartaal gesprekken gestuurd
op wachttijden, en investeren we in een beter zicht in onze wachttijden via de eerder genoemde beschikbaarheidswijzer.
RM
Overbruggingszorg en nee-tenzij regeling In de raadsmededeling wordt door het college gesproken over “wat doen we al, en wat gaan we nog meer doen”. Overbruggingszorg wordt hierbij niet genoemd. Zou het college kunnen aangeven in hoeverre overbruggingszorg wordt geboden aan kinderen die op een wachtlijst staan of komen te staan?
RM
Wie bepaalt het ‘Ja of Nee’ bij de nee-tenzij-regeling? Hoe wordt hier verantwoording over afgelegd? Wat is de definitie van ‘acuut’? Hoe wordt bepaald of er sprake is van een acute situatie? Bij de specialistische jeugdhulp geven professionals veelal aan dat er sprake is van een acute situatie die kan leiden tot een verslechtering indien te lang wordt gewacht met het bieden van hulp. Op welke wijze worden deze conclusies meegenomen in de besluitvorming?
De gemeentelijke toegang vervult een belangrijke rol bij het bieden van, en verwijzen naar overbruggingszorg. Zij maakt de inschatting of, en zo ja welke overbruggingszorg passend is, verwijst hier naar door of biedt deze zelf. Overbruggingszorg is een vraagstuk waar ook voor de prognose al volop aandacht voor was en inzet op gepleegd wordt. Om die reden is dit niet in dit memo opgenomen.
Het proces voor de inzet “Nee, tenzij regeling” loop als het volgt. De toeleider (in dit geval het JGT of de GI) maakt de afweging of het inzetten van de “Nee, tenzij regeling” passend is. Wanneer deze afweging gemaakt is, wordt een interne inhoudelijke toets gedaan (bij de JGT’s door de betrokken team-coach, bij de GI’s door de projectleider TCC) of deze afweging kloppend is. De definitie van acuut voor casuistiek die hiervoor gehanteerd wordt is: Dringende situaties waarin jeugdigen (acute) jeugdhulp nodig hebben, zoals bij een ernstige veiligheidsissues, dreigende uithuisplaatsing of dreigende crisis. Na de inhoudelijke afweging en aanvraag toetsen gemeenten of de aanvraag aan de kaders voldoet (wordt voldoende beschreven of netwerk oplossingen zijn overwogen etc.). Na akkoord van de betrokken gemeente wordt hulp vanuit de “Nee, tenzij regeling” ingezet.
RM
Wachtlijsten/-tijden Kan worden aangegeven bij welke zorg in de jeugdhulp nu al wachtlijsten zijn?
RM
Hoe lang zijn de wachttijden momenteel?
RM
Is een risicoanalyse gemaakt van het verwachte effect bij de wachtlijsten en -tijden?
RM
Behandeltijden en uitstroom De trage uitstroom is eerder al eens als knelpunt genoemd waardoor de druk op de jeugdhulp soms hoog kon zijn. Is hier nog steeds sprake van?
RM
Worden behandeltijden gemonitord?
Om goed inzicht te krijgen in de wachttijden voor verschillende vormen van jeugdhulp in onze regio is de beschikbaarheidswijzer geïntroduceerd. Via deze website zijn wachtlijsten per zorgaanbieder en per zorgtype beschikbaar. De wachtlijsten variëren per type zorg en per aanbieder. Voor actuele informatie hierover in beschikbaarheidswijzer zijn we afhankelijk van de zorgaanbieders die hiervoor input aanleveren. Momenteel wordt er op ingezet om het regelmatig aanleveren van informatie te stimuleren. In de beschikbaarheidswijzer kun je zien wanneer een zorgaanbieder voor het laatst de wachttijden heeft bijgewerkt. Dat verschilt per aanbieder. Zie de beschikbaarheidswijzer (antwoord vraag 11). Er is geen losstaande risico analyse gedaan betreft de effecten van de wachtlijsten en tijden. Echter de kennis over deze risico’s vanuit de praktijk is door de huidige accountmanagers wel meegenomen in het opstellen van de memo prognose 2021 welke in december aan de portefeuillehouders, samen met de prognose, is voorgelegd. Hier is nog steeds sprake van. Ten dele wordt dit veroorzaakt door dat er ook wachttijden zijn in het hele zorglandschap breed. Dit betekent dat er ook wachttijden zijn voor de hulp waarnaar afgeschaald/ doorgestroomd dient te worden.
De data waarop wordt gemonitord zijn afkomstig vanuit de facturatiedata die beschikbaar zijn bij TWO. De behandeltijd kan hierin gevonden worden en kan onderwerp van gesprek zijn in de kwartaalgesprekken wanneer er een indicatie is dat dit onderwerp bij een specifieke aanbieder van belang is. Er wordt niet centraal op behandeltijden gemonitord. Momenteel wordt het gemeente dashboard uitgebreid met een zorgpaden dashboard. Hiermee zal deze monitoring wel plaats gaan vinden.
RM
RM
Welke maatregelen kan het college nemen om behandeltijden in de jeugdhulp korter te maken (zonder in te leveren op kwaliteit/succes van behandeling) en uitstroom te verbeteren?
Bureaucratie en regeldruk In de Leidse regio is het uitgangspunt de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden. Hiertoe neemt de Leidse regio een aantal maatregelen, waaronder het werken met dezelfde zorgcontracten. Tijdens de informatiebijeenkomst is aangegeven dat elke gemeente met een eigen (backoffice) systeem gaat werken (dat ook de basis vormt voor de monitoring). Is het college bereid te bekijken of in de Leidse regio met hetzelfde systeem kan worden gewerkt, om op die manier bij te dragen aan een uniforme uitvraag en het zoveel mogelijk beperken van de administratieve lasten?
Het beïnvloeden van de behandeltijden kan door dichter bij de praktijk betrokken te zijn en naar aanleiding van de uitkomsten uit het dashboard te sturen op afwijkende behandeltijden en met die aanbieders het verdiepende gesprek aan te gaan. Ook het stimuleren van door- en uitstroom kan in gesprek met aanbieders gebeuren. Daarnaast is het van belang de randvoorwaarden zoals passende financiering voor het benodigde aanbod op orde zijn. De uitvoering van inkoop taken, zoals de financiële administratie rondom de inzet van zorg wordt voor de Holland Rijnland regio door TWO opgepakt wanneer het zorg in natura betreft. Voor de inzet van zorg via het persoonsgebonden wordt deze administratie door gemeenten zelf afgehandeld. Momenteel wordt hiervoor de overgang gemaakt naar de Suite sociaal domein. Dit maakt niet alleen dat de backoffice voor alle gemeenten in de Leidse regio op eenzelfde manier geregistreerd wordt, maar ook dat dit gelijk is aan het systeem wat hiervoor voor volwassenen zorg z.a. WMO wordt gebruikt.