Beantwoording Technische Vragen PrO Centrumregeling
Tekst van het document
Technische Vragen d.d. 2 februari 2022 Fractie: Progressief Oegstgeest Vragensteller: Groot Onderwerp: Centrumregeling Zaaknummer: Z-21-148659 #
Pagina nummer
Vraag
Antwoord
Bijlage 2
3
Teneinde niet onder de aanbestedingsplicht te vallen dient sprake te zijn van samenwerking tussen de centrum- en partnergemeenten. In Artikel 4 worden de bevoegdheden nader geregeld, waaruit blijkt dat partnergemeenten volmachten verlenen tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen of het verrichten van feitelijke handelingen door de centrumgemeente namens de partnergemeente. Deze verdeling van taken en bevoegdheden lijkt sterk op dit van een uitbestedingsrelatie. Op welke wijze kan worden aangetoond dat hier sprake is van samenwerking tussen centrum- en partnergemeenten? Waaruit zal die samenwerking dan voornamelijk bestaan?
In bijlage 5 (Memo aanbestedingsrecht) heeft onze expert uitgebreid beargumenteerd waarom in het geval van de Centrumregeling sprake is van daadwerkelijke samenwerking, waardoor wij niet onder de aanbestedingsplicht vallen. In de eerste twee pagina’s van de toelichting in bijlage 2 (concept Centrumregeling inclusief toelichting) staat een uitleg over de samenwerking. In concreto werken wij samen door onderling af te stemmen (bestuurlijk en ambtelijk) over de wijze van samenwerken, over de dienstverlening en over ontwikkelingen en de wijze waarop die opgepakt worden. Daarnaast raadpleegt Leiden de partnergemeenten bij de strategische bedrijfsvoeringsagenda en betrekt Leiden de inbreng van de partnergemeenten bij keuzes. Het doel van de samenwerking is een passende bedrijfsvoering voor alle deelnemers aan de centrumregeling. Ook in die passendheid zit de samenwerking.
5 en 6
Paragraaf 3: Monitoring en bijsturing van de taakuitvoering door de partnergemeenten tijdens de looptijd van de DVO wordt uitsluitend uitgevoerd door de colleges en ambtenaren
In tegenstelling tot andere gemeenschappelijke regelingen wordt bij een centrumregeling geen nieuw orgaan met eigen bestuursbevoegdheden in het leven geroepen, een orgaan dat eigenstandige bevoegdheden
van de deelnemende gemeenten. Het is bekend dat de democratische controle van gemeenschappelijke regelingen altijd al een punt van zorg is geweest. Deze regeling lijkt hierop geen verbetering te geven. Ook AKD vraagt hiervoor aandacht (bijlage 8) en geeft in overweging om een gemeenschappelijk adviescommissie waarin raadsleden zitting hebben in te stellen. Hier is niet voor gekozen. Is dit overwogen? Zo ja, op grond van welke argumenten, en van welke partijen, is dit in de onderhandelingen gesneuveld?
uitoefent, waarin meerderen partijen vertegenwoordigd zijn en de invloed relatief beperkt is (gelet op stemverhoudingen). Ook in de huidige samenwerking met Servicepunt71 met een eigen bestuursorgaan zijn alle afspraken collectief. Daardoor zijn we mede afhankelijk van de wensen en behoeften van onze buurgemeenten. Bij deze centrumregeling voert de gemeente Leiden activiteiten uit voor de gemeente Oegstgeest op basis van afspraken in de dienstverleningsovereenkomst. Aangezien dit eén-op-één afspraken zijn is het voor Oegstgeest beter mogelijk om rechtstreeks op deze afspraken te sturen. Het college van Oegstgeest is het orgaan dat bevoegd is de dienstverleningsovereenkomst aan te gaan. Het college legt dus verantwoording af over de uitgevoerde dienstverlening aan de raad die het college daarmee controleert. Er is weliswaar geen afzonderlijk bestuur waarin wij vertegenwoordigd zijn, maar u kunt ons controleren omdat u ons kunt aanspreken op de één-op-één overeenkomst. Wij zijn als college niet afhankelijk van besluitvorming van een bestuur waarin meerdere gemeenten zijn vertegenwoordigd. Er is gesproken over een rol voor de raad. Het standpunt van de onderhandelende partijen was dat het een regeling betreft op gebied van bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering is primair de verantwoordelijkheid van de colleges. De raad wordt betrokken via de P&C-cyclus.
Wij stellen een aparte verantwoordingsparagraaf op in de jaarrekening over de bedrijfsvoering. De gemeente Leiden legt ook verantwoording af aan de partnergemeenten. Hierover gaan de gemeenten waar nodig in gesprek. Dit is ook input voor de verantwoording van ons college aan uw raad.
5 en 6
Zonder een directe rol in de monitoring en bijsturing van de centrumregeling, op welke wijze(n) kan de raad nog democratische controle op de uitvoering van de centrumregeling uitoefenen?
Net als voorheen is het college verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. De raad kan het college op dezelfde manier ter verantwoording roepen. Zie ook het antwoord op de voorgaande vraag.
Bijlage 3
4
Bijlage 3
4
Bijlage 3
4
Artikel 2 lid m: efficiencyvoordelen die tijdens de transitiefase door deze samenwerking bereikt worden, worden ingezet ten behoeve van kwaliteitsverbeteringen in dienstverlening door de centrumgemeente. Efficiencyvoordelen kunnen ook bereikt worden door een betere samenwerking met de partnergemeenten, of door gedrag van de partnergemeente waardoor de dienstverlening tegen lagere kosten kan worden gerealiseerd. Ligt het niet voor de hand om de efficiencyvoordelen die hieruit voortkomen tussen de partneren centrumgemeente te delen? Een tweede vraag: de werkwijze die in dit artikel is voorzien voor de transitiefase. Gaat die ook gelden voor de periode daarna? De dienstverlening van SP071 zal “as is” aan de gemeente Leiden worden overgedragen. Deze dienstverlening is naar onze indruk “standaarddienstverlening.” In artikel 2 lid j wordt gesteld dat er na de transitiefase meer ruimte voor flexibiliteit is. Impliceert dit dat meer flexibiliteit alleen kan worden verkregen in de vorm van extramodulaire dienstverlening? Dit zou betekenen dat flexibiliteit alleen tegen meerkosten kan worden verkregen.
Is het mogelijk dat de partnergemeenten na de transitiefase gezamenlijk besluiten tot verbetering van de dienstverlening die voor alle gemeenten gaat gelden en die zich aan ook kwalificeert als standaarddienstverlening?
Wij hebben ervoor gekomen om efficiencyvoordelen te investeren in de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Dit doen wij in onderling overleg. Dit is onderdeel van de uitgangspunten die in bij de Wensen en bedenkingen in september 2021 aan uw zijn voorgelegd. In de fase na de transitie geldt dat hierover opnieuw afspraken worden gemaakt of efficiency wordt ingezet voor verbetering van kwaliteit of verlaging van de bijdrage van de partnergemeenten.
Binnen de nieuwe samenwerking worden drie typen bedrijfsvoeringsdienstverlening onderscheiden: standaard dienstverlening, advisering en ontwikkeling. De dienstverlening die overgaat en onderdeel uitmaakt van de DVO bestaat uit standaard dienstverlening en uit advisering. Tijdens de transitiefase is deze dienstverlening collectief, d.w.z. voor alle deelnemers gelijk. De afspraak is gemaakt dat er op deze twee onderdelen meer flexibiliteit wordt gecreëerd na de transitiefase. De flexibiliteit tijdens de transitiefase ziet vooral op de keus om wel of niet mee te doen met het derde type dienstverlening, de ontwikkelopgaven. Het is denkbaar dat de module van een gemeente (waarin standaard dienstverlening en advisering is opgenomen) na de transitiefase wordt aangepast als er meer behoefte is aan het zogeheten maatwerk. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de dienstverlening duurder wordt als de partnergemeenten verschillende wensen hebben die tot uitdrukking moet komen in het aanbod van dienstverlening. Het is uiteraard mogelijk om gezamenlijk verbeteringen door te voeren. Sterker nog, daar starten we in de transitiefase al mee met behulp van de verbeteragenda.