CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen LOKAAL Gebiedsvisie 2021 compleet

Besluitvormende raadsbijeenkomst 3 juni 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Stukken26.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Andere voorbeelden daarvan (niet uitputtend) zijn het relatief nabijgelegen Weidepaviljoen, recreatiegebouw, transformatorhuis, en natuurlijk het kasteel, dat ook een functie had in de opzet van de instelling. Sanatorium Rhijngeest ligt minder op zichtafstand, relatief verder weg. Daarvan zijn van de bouwperiode

1901 de hoofdgebouwen bewaard: zoals hoofdgebouw, directeurswoning en het voormalige klassepaviljoen (de villa), het zuidelijke gebouw. De ligging van de werkplaats is in de loop der tijd wel veranderd, doordat de omgeving veranderde met de sloop van de paviljoens. Het paviljoenstelsel is nog wel te ervaren doordat meerdere paviljoens nog resteren. In het Rijksbeschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten wordt het pand op de waarderingskaart aangeduid als ‘beeldbepalende bebouwing’. De weide wordt genoemd vanwege de ‘openheid’ van het terrein (RDMZ 2007, kaart 4).

Typologie De Centrale Werkplaats bestond hoofdzakelijk uit ruimtes voor diverse activiteiten geordend langs een centrale middengang. De activiteiten waren volgens de bestektekening (Bestek, 1919) bijvoorbeeld mandenmakerij, boekbinderij, schilderswerkplaats, tabakskerverij en timmerwerkplaats. Aan weerszijden van de entree lagen een kleermakerij en schoenmakerij. Op de middenas, tegenover de hoofdentree aan achtergevel lag een groot schaftlokaal. Aan het uiteinde van de centrale gang lagen aan beide zijden toiletgroepen. Daarnaast waren nog een kamer van de opzichter, diverse bergplaatsen en een brandstoffenkamer. Een bergplaats van het tuingereedschap was van buitenaf bereikbaar. De twee werkplaatsen aan de westzijde, mattenmakerij en matrassenmakerij, hadden beide een grote veranda. Twee werkplaatsen aan de oostzijde (schilderen, timmeren) hadden terrasdeuren naar buiten, zodat gemakkelijk goed kon worden geventileerd (Bestek, 1919). De verdieping, het centrale deel daarvan, toegankelijk via een trap bij de centrale hal, was als berging in gebruik. Deze beschikte over een dubbel luik met metalen hijsinstallatie aan de westzijde. De zolder van de zijvleugels was verder voorzien van een dubbel plafondvenster, om daglicht in de gang toe te laten.

Architectonische verschijningsvorm (exterieur en interieur) Vakwerk en drijfsteen Kenmerkend aan de verschijningsvorm is de toepassing van vakwerkbouw, relatief zeldzaam in de Nederlandse architectuur. Waarschijnlijk vonden de ontwerper of opdrachtgever deze expressie wel passen bij de functie, een ambachtelijk gebouw, landelijk gesitueerd. In afwijking van de andere paviljoens werd hier een werkkarakter tot uitdrukking gebracht. Die vakwerkbouw is functioneel toegepast, het vakwerk met houten stijl en regelwerk is daadwerkelijk constructief toegepast (geen gevelbekleding). Ook in het interieur is stijl- en regelwerk de hoofdconstructie, zodat een grote eenheid in het ontwerp ontstond. Het toegepaste materiaal wordt in de bestektekst nauwkeurig omschreven: ‘De opgaande buitenwanden volgens teekening samen te stellen uit stijl- en regelwerk in vakwerk met drijfsteenvulling, dik 0.095M.’ Het hout voor exterieur en interieur werd ook genoemd: eiken en grenen: ‘Het benodigde hout volgens onderstaande staat a van eikenhout en 1e kwaliteit

grenen blokhout, zonder spint en buiten het hart gezaagd’. De gevelsteen werd omschreven als ‘drijfsteen, dik 0.095M. in slappe basterdmortel’. Een drijfsteen is een poreuze steen, waarbij toeslagmateriaal te zien is, samen gehouden door een bindmiddel. Ze worden aan de lucht gehard, dus niet gebakken (Jellema, deel III, p. 64). Ze zijn groter dan bakstenen, maar kunnen nog wel met de hand geplaatst worden. Bij de werkplaats hebben de stenen een zeer lichte (materiaal)kleur, die contrasteert met het donker geschilderde houtwerk. Het vakwerk heeft in grote lijnen een moduul van een vierkant, waarbij enkele vierkanten voorkomen, of dubbele vierkanten die een rechthoek vormen. De basisvorm van een venster is eveneens een vierkant, met roeden evenredig in negen ruiten (3x3) verdeeld. Binnen dat moduul zijn de vensters en deuren geplaatst. In het interieur werd het vakwerk gecontinueerd, maar dan een iets minder dikke drijfsteen: 0.075 m, en vlak. En de drijfsteen werd in kalkmortel uitgevoerd. Voor het interieur-hout was vurenhout gekozen. De vloeren van het portaal en centrale hoofdgang zijn met granito verhard: lichte vakken en een donkere rand. De meeste binnendeuren zijn voorzien van een vierkant negenruits (3x3) bovenlicht. Halverwege elke gang was een bovenlicht, die de gang van natuurlijk licht voorzag.

Met een risalerend middendeel werd de entree geaccentueerd: hoofdentree aan voorgevel en luik naar zolder aan achtergevel. Aan beide zijde springen de eindstukken ook iets naar voren. Daartussen is een terugliggend geveldeel met terrasdeuren voor beschutte toegang tot werkplaatsen aan voorzijde. Aan de achterzijde zijn beschutte veranda’s als uitwijkmogelijkheid. Omdat het dak van de veranda grotendeels verglaasd was, was de werkruimte van ruim daglicht voorzien. De toppen van de gevels zijn voorzien van verticale beplanking, die (thans) afwisselend licht en donker zijn geschilderd. Alhoewel het gevelbeeld de suggestie wekt van een zadeldak, is in werkelijkheid een dubbel zadeldak toegepast, met steekkappen. Hierdoor kon de centrale gang die over de gehele lengte loopt, van een daklicht worden voorzien. Daardoor werd een donkere gang in het diepe gebouw voorkomen. De grote overstek, met zichtbare houten dakconstructie, beschermt de gevel en het houtwerk tegen weersinvloeden. Als dakbedekking werd in het bestek ‘1e soort bruin verglaasde verbeterde Hollandse pannen’ genoemd. Thans ligt een vlakke rode pannendekking (tuile-du-nord). Zowel aan voorzijde als achterzijde zijn een verbijzondering die het bovengenoemde standaardontwerp doorbreken. De hoofdentree, aan voorzijde, is voorzien van een luifel met smeedijzeren ophanging en decoratief gesneden houten balken.

Bovendien zijn de dubbele houten panelen van de deur voorzien van expressionistisch snijwerk. Aan de achtergevel valt het hoger geplaatste laadluik met hijsinstallatie compositorisch op. Hier heeft de ruit in de luiken een afgeschuinde hoek. Daarmee wordt het karakter van berging geaccentueerd. Ensemble Alhoewel het in een zelfstandige vormgeving is ontworpen en uitgevoerd, is het gebouw door bouwvolume, bouwperiode en oorspronkelijke functionele samenhang onderdeel van een

ensemble; als onderdeel van een voormalig paviljoenziekenhuis. Door de ligging aan het open gehouden terrein, het weidegebied, bij het kasteel, obelisk en ijskelder (Rijksmonument), waarbij het kasteel centrale as is, en tegenover het Weidepaviljoen, vormt het daar een ensemble. Het pand is gesitueerd in het Rijksbeschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden (RDMZ 2007). Het is op de waarderingskaart aangeduid als ‘beeldbepalende bebouwing’ (RDMZ 2007, kaart 4). De openheid van de weide is omschreven als bijzonder kenmerk.

V BEELDDOCUMENTATIE

1.Locatie, object bij stip-markering, rechts (bron: PDOK view 6 oktober 2020)

2.Locatie, in groter verband, object bij stipmarkering, linksonder (bron: PDOK view 6 oktober 2020)

3.Oostgevel, zicht vanaf weide

4.Entree in oostgevel

5.Topgevel in oostgevel

6.Detail paneeldeur voorzijde met snijwerk

7.Westgevel

8.Centrale deel westgevel

9.Zuidgevel

10.Overstek oostgevel

11.Noordgevel

12.Oostgevel detail vensters

13.Vakwerk detail

14.Vakwerk detail bij plint

15.Westgevel centrale deel met luik

16.Westgevel met vernieuwd deel

17.Interieur: Gang

18.Interieur: Interieur zuidoostelijke ruimte

19.Plint in gang en granito vloer

20.Detail neut van deurkozijn gang

21.Zolder

22.Bovenlicht op zolderverdieping

23.Detail van kapconstructie zolder

24.Voor- en achtergevel, bestektekening 1919 (detail). Maker: Gemeente Leiden (ELO: PV82272.1)

25.Plattegrond, bestektekening 1919 (detail). Maker: Gemeente Leiden (ELO: PV82272.1)

26.Situatie, gebouw Centrale werkplaats links onder, bestektekening 1919 (detail). Maker: Gemeente Leiden (ELO: PV82272.1)

27.Een van de werkplaatsen in de Centrale Werkplaats aan westzijde (in: Blok Vijselaar, 1998, p. 152)

28.Panoramafoto: links werkplaats, midden kasteel, rechts daarvan weidepaviljoen

VI BRONNEN - Archief Gemeente Oegstgeest, Bouwtekeningen complex Endegeest, op nummer - Beeldbank ELO; Bestektekeningen gemeentewerken Leiden nummers PV82272.1, A7-R-001 en A7-R-002; K4-3888 - Archief Gemeentewerken Leiden, Bouwarchief gemeente Leiden; dossier ELO 1010A-122 - Fotocollectie ELO (beeldbank) - Krantendatabase ELO/Delpher -Redactie, ‘De officiële opening van het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 30 december 1897 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 15 januari 1898 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest (slot)’, in: Leidsch Dagblad, 17 januari 1898 -Redactie, ‘Opening van het gesticht voor jeugdige idioten Voorgeest’, in: De courant, 24 januari 1912

-Redactie, ‘Uitbreiding van het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: De Telegraaf, 12 oktober 1913. Kortere versie in: Het Vaderland, 13 oktober 1913 -Gemeente Leiden, ‘Leiden, 29 september 1913’, Handelingen van de Raad, 25 september 1913, p. 15 vv Bronnen en literatuur: -H. van Bergeijk, Willem Marinus Dudok. Architect stedenbouwkundige 1884-1974, Naarden 1995 -G. Blok, J. Vijselaar, Terug naar Endegeest. Patiënten en hun behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest 1897-1997, Nijmegen 1998 -G.L. Driessen, Openbare werken der stad Leiden 1809-1931, Leiden 1941 -R. Jellema e.a., Bouwkunde. Deel III, Waltman 1943 -M. Lameris, Mooi gebouwd. Monumenten van Oegstgeest, Gemeente Oegstgeest/Tast 2006 -N. Mens, G. Andela, D. Broekhuizen (e.a.), De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis, Wormer 2003 -H. Oosthuis, M. Gijswijt-Hofstra, Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005), Deel 1, Houten 2008 -Rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ), Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten, gemeenten Oegstgeest en Leiden, Zeist 2007 -M. Rocher, S. Spijkerman, Zichtbaar energiek. 150 jaar Energiebedrijf EWR 1848-1998, Leiden 1998 -N. Rooymans-Donszelmann, Voorheen Voorgeest.

Het verhaal van 70 jaar zwakzinnigenzorg in Voorgeest, van 1912 tot 1982, Krommenie 1982 -E. Starkenburg, Voorbereiding Endegeest, Leiden ELO 2020

VII cultuurhistorische waarden, Cultuurhistorische waarde -Het pand is van cultuurhistorische waarde als element uit de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland; -Het heeft cultuurhistorische waarde als onderdeel van een instelling die een universiteitsfunctie had en oorspronkelijk een gemeentelijk gesticht was, wat uniek was in Nederland; Architectuurhistorische waarde -Het heeft typologische waarde als voorbeeld van een werkplaatsgebouw, onderdeel van de actieve therapie van een GGZ-instelling uit de bouwtijd (1919); -Als voorbeeld van een gebouw met vakwerkconstructie en bijzondere bouwmaterialen, relatief zeldzaam in nationaal opzicht;

Stedenbouwkundige waarden / ensemblewaarden -Als paviljoen aan een open gehouden terrein, een weide in het park, samen met het kasteel en het Weidepaviljoen, op zichtafstand gelegen langs de openbare weg, de Wassenaarseweg; -Vanwege de situering in het Rijksbeschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden (RDMZ 2007). Gaafheid / authenticiteit -Vanwege de overwegend grote mate van gaafheid van hoofdvolume, materialen en detaillering; Zeldzaamheid -Door het hoofdvolume, ligging en de vormgeving een belangrijk onderdeel van de steeds zeldzamer wordende nog resterende vooroorlogse paviljoens (gebouwd voor 1940) op het voormalige GGZ-terrein.

CULTUURHISTORISCHE NOTITIE Voormalige gymnastiekzaal, Goudvinklaan 2

I PASPOORTGEGEVENS Plaats

Oegstgeest

Straat/huisnummer

Goudvinklaan 2

Postcode

2342 EH

Kadastrale aanduiding

3311

Datering object

1919

Architect/ontwerper

Gemeentewerken Leiden

Opdrachtgever

Gemeente Leiden

Uitvoerder Objectnaam

Voormalige gymnastiekzaal

Oorspronkelijke functie

Gymnastiekgebouw Voorgeest

Voormalige functie

Bezinningscentrum GGZ-instelling

Huidige functie

Cultureel centrum, verhuur aan GGZ Rivierduinen

Typologie gebouw

Gymnastieklokaal in paviljoenstelsel

Bouwstijl

Traditionalisme

Pasfoto

Opsteller(s) omschrijving

Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus

Datum

30 oktober 2020

Opmerking terminologie

In dit rapport zal om historische redenen zo nu en dan het oorspronkelijke woord gesticht en krankzinnigengesticht gebruikt worden. De latere term is instelling voor geestelijke gezondheidszorg: GGZ.

II HERKENNINGSGEGEVENS: Situering

Vrijstaand gebouw, onderdeel van paviljoenstelsel, gesitueerd in een park op het voormalige terrein van de GGZ-instelling Endegeest: het deel Voorgeest.

Bouwdelen

Rechthoekig hoofdvolume en oorspronkelijke lagere oostelijke aanbouw.

Hoofdvorm bouwdelen

Hoofdvolume op T-vormige plattegrond met hoge turnzaal, onder afgewolfd zadeldak; in lagere oostelijke aanbouw onder doorstekende kap entree en bijruimtes. Gevel opgemetseld uit baksteen met gepleisterde lichtgeschilderde bovenvelden. Vensters symmetrisch geplaatst met regelmatige herhaalde vorm en roeden.

III SPECIFIEKE BIJZONDERE ONDERDELEN Exterieur

Gemetselde gevel, langs de bovenvelden halverwege de vensters voorzien van lichtgeschilderde en gepleisterde bovenvelden. Gevel heeft overwegend symmetrische en rustige gevelcompositie met herhaalde gevelopeningen in twee formaten en de toegangsdeur aan oostzijde. Het rode pannendak heeft bij de afgewolfde einden een piron. Het overstek van het dak is geprononceerd en heeft zorgvuldig vormgegeven houten klossen.

Interieur

Het interieur heeft nog het grote volume van de voormalige turnzaal (zoals blijkt uit een schouw door de vensters heen). De in het zicht blijvende houten dakconstructie en de lisenen met gemetselde koppen waar de kap op rust ogen nog oorspronkelijk. De zaalvensters zijn relatief hoog geplaatst, groot en aan alle vier de zijden aangebracht.

IV HISTORISCHE CONTEXT Cultuurhistorische waarden in de brede zin Cultuurhistorische context Inleiding Het gymnastiekgebouw is omstreeks 1919 gebouwd, oorspronkelijk als extra onderdeel van de afdeling voor jeugdige idioten Voorgeest. De kinderafdeling was een specifiek onderdeel van Endegeest. De bouw is enkele jaren na de bouw van de eerste paviljoens voor het kindergesticht Voorgeest, waarvan in 1912-1913 een meisjespaviljoen, jongenspaviljoen en schoolgebouw werden gerealiseerd. Het gymnastiekgebouw stond centraal gesitueerd in Voorgeest, tussen de beide kinderpaviljoens en tegenover de school. Het complex voor geestelijke gezondheidszorg aan de Endegeesterstaatweg in Oegstgeest is vanaf 1897 ontstaan. Het bestond uit drie hoofdafdelingen die alle drie waren opgebouwd uit meerdere paviljoens op een eigen terrein: 1. Het ‘krankzinnigengesticht Endegeest’ (vanaf 1897); 2. Het ‘sanatorium voor zenuwlijders Rhijngeest’ vanaf 1901; en 3, als laatste ‘de afdeling voor jeugdige idioten Voorgeest’, geopend in 1912. De onderdelen lagen naast elkaar. De voorziening bleek geen statisch complex. Na de start zouden de oorspronkelijke gebouwen

meerdere malen worden aangepast en nieuwe gebouwen toegevoegd. Tevens zijn gebouwen gesloopt. Thans (oktober 2020) is van de vier paviljoens van Voorgeest uit de bouwperiode 1912-1919 uitsluitend nog het gymnastiekgebouw resterend, de andere drie gebouwen zijn afgebroken. Paviljoenstelsel Kenmerkend voor de opzet van Endegeest en Voorgeest is de bouw in de vorm van meerdere paviljoens in een park, waarbij elk paviljoen bestemd was voor specifieke functies. Zowel reguliere ziekenhuizen als GGZ-instellingen werden rond 1900 in Nederland (en ook daarbuiten in de westerse wereld) geregeld opgezet met een paviljoenstelsel (Mens e.a. 2003). Het concept voor het paviljoenstelsel was onder meer afkomstig uit Duitsland, waar het rond de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw ontstond. In Nederland werd het voor het eerst toegepast voor de bouw van het gesticht Veldwijk te Ermelo, in 1884. Het idee achter het paviljoenstelsel had betrekking op de behandeling. Patiënten werden in groepen verdeeld, die bij elkaar pasten, en in kleine overzichtelijke afdelingen behandeld en ondergebracht. Ze leefden in kleine, min of meer huiselijke groepen, met eigen voorzieningen (Blok Vijselaar 1998). Bij deze patiëntenpaviljoens voor mannen en vrouwen, hoorden ook enkele collectieve paviljoens (ELO: PV288000-1).

Voorgeest is specifiek gebouwd als kindergesticht, om kinderen te kunnen scheiden van volwassenen en professioneel te verplegen en behandelen. Gymnastiek De bouw van het gymnastiekgebouw is een verdere professionalisering van het kindergesticht Voorgeest. De opvattingen over actieve therapie-bezigheden zoals die voor volwassenen werden ontwikkeld, golden ook voor kinderen. Voor kinderen in het bijzonder was de lichamelijke ontwikkeling nog in opbouw, en was gymnastiek een belangrijk onderdeel. Het gymnastiekgebouw versterkt de indruk dat de jeugdvoorziening gericht was op de verdere ontwikkeling van de kinderen, niet alleen de geestelijke maar ook de lichamelijke. Dat was ook een nationaal doel van dit onderwijs (De Boer Hoogland ca 1928, p. 31). Het gebouw is zeven jaar na de bouw van Voorgeest gerealiseerd, dat al eerder, in 1912 werd geopend (Blok Vijselaar 1998, p. 22). Voorgeest heeft een voorgeschiedenis van enkele jaren. Al in 1907 werd besloten een afdeling voor jeugdige idioten te stichten. De verdere besluitvorming en bouw verliepen niet voorspoedig, want het duurde nog tot 1912, januari om precies te zijn, voordat de afdeling voor kinderen kon worden geopend. In dat jaar opende een jongenspaviljoen en 100 meter ernaast een meisjespaviljoen, precies spiegelbeeldig. En in het midden een school zodat een middenas ontstond.

De school had een lokaal voor meisjes, een lokaal voor jongens, en in het midden een handenarbeidlokaal. Voorgeest bood aanvankelijk ruimte aan 90 kinderen, later aan 126. Daarmee was dit de eerste afdeling voor de verpleging van zwakzinnige kinderen in Zuid-Holland (Rooymans-Donszelmann 1982, p. 12). Met idioten werd in die tijd ook bedoeld ‘geesteszwakke en geesteszieke kinderen’. Vanaf 1930 ging de medische stand de kinderen anders noemen, en hanteerde de instelling de term ‘Zwakzinnige kinderen’. Zogeheten

‘diepgestoorde’ kinderen kwamen niet voor onderwijs in aanmerking. (Rooymans-Donszelmann 1982, p. 12-13). Blijkbaar was de financiering voor de gymzaal niet in een keer rond, want de realisatie van dat paviljoen liet nog enkele jaren op zich wachten. De gymnastiek vond onder meer plaats op de maat van muziek. De onderwijzer speelde viool tijdens de lessen, als aanduiding voor de lichamelijke oefening door kinderen (Rooymans-Donszelmann 1982, p. 14). Park Endegeest, Rhijngeest en Voorgeest Een ander kenmerk (naast het paviljoenstelsel) van Endegeest was de keuze voor een zogeheten buitengesticht, dat wil zeggen dat de instelling gerealiseerd is buiten de stad, buiten de drukke stedelijke omgeving, in een rustige, landelijke omgeving. Daarvoor waren zogeheten ‘stadsgestichten’ gebruikelijk, gebouwd in een stedelijke omgeving. In dit geval werd gekozen voor een park, min of meer aangelegd in een landschapsstijl, met gebogen paden en paviljoens gesitueerd tussen bomen en enkele open grasvelden. Endegeest is gerealiseerd op een voormalig buiten, Endegeest, dat bestond uit een kasteel met een groot omliggend park. De oorsprong van buitenplaats Endegeest gaat terug tot omstreeks 1650, toen het kasteel werd herbouwd, en een buitenplaats werd gerealiseerd (RDMZ 2006).

Tegelijk met de oprichting van het gesticht (krankzinnigengesticht, psychiatrisch ziekenhuis) Endegeest dat in 1897 werd geopend, werd ook de naastgelegen buiten Rhijngeest aangekocht, en onderdeel van het GGZ-complex. Rhijngeest werd in 1895-1899 door de gemeente Leiden aangekocht, het landgoed inclusief percelen weilanden. Hier werd een sanatorium gesticht: sanatorium Rhijngeest (de latere Jelgersmakliniek, thans gemeentehuis). In 1901 opende het nieuwe sanatorium-deel met meerdere paviljoens (Lameris 2006, p. 142155). Met de realisatie van Voorgeest, geopend in 1912, werd de bouw van paviljoens voortgezet. Voorgeest was een nieuwe afdeling bij Endegeest en Rhijngeest. Gesticht Voorgeest was een specifieke jeugdinstelling, bestemd voor kinderen met een GGZ-indicatie: in die tijd ‘jeugdige idioten’ genoemd. Op een compact terrein lagen bij elkaar gegroepeerd, een jongens- en meisjespaviljoen en een school, en de enkele jaren later gebouwde gymzaal (1919) tegenover de school. Gemeente Leiden en Universiteit en bevolking Opdrachtgever voor het gesticht was de gemeente Leiden. Dat was op zich bijzonder omdat de opvang van patiënten in de geestelijke gezondheidszorg wettelijk een provinciale taak betrof. Endegeest was echter niet uniek in dit opzicht. Ook het in 1909 opgerichte Maasoord, van de Gemeente Rotterdam, was een gemeentelijk initiatief.

Specifiek voor Endegeest was de nauwe band met de universiteit. De Rijksuniversiteit Leiden was nauw betrokken bij de oprichting en verdere ontwikkeling van het gesticht. Endegeest had een universitaire kliniek, waaraan universitair onderzoek en onderwijsfuncties verbonden waren. Zo werd universitair onderwijs gegeven in ruimtes van de GGZ-instelling. In een studie over de geschiedenis van het Endegeest-complex wordt het omschreven als ‘een voor

Nederland unieke combinatie van een krankzinnigengesticht, een universitaire kliniek en een zwakzinnigeninrichting, alle onder een beheer’ (Blok Vijselaar 1998, p. 13). Gesticht Endegeest was onder de bevolking uit de omgeving vele jaren zeer bekend als GGZinstelling. Bouwgeschiedenis Oorspronkelijke bouw Het gymnastiekgebouw is ontworpen door een architect van de Dienst gemeentewerken Leiden. Deze dienst ontwierp in de eerste decennia van de twintigste eeuw ook andere paviljoens, waaronder de oudere gebouwen van Voorgeest. Op het blad met de bestektekening staat het dienstjaar 1919 vermeld, en besteknummer 18, het werd opgemaakt in 1 blad (ELO: A9-C-1A). In deze periode was G.L. Driessen directeur van gemeentewerken, van 1901-1927 (Driessen 1941). Latere aanpassingen Na de ingebruikname is het gebouw op onderdelen aangepast. Op kleine aanpassingen na is het hoofdvolume nog intact. Voor 1994 Een volumeverandering betreft twee (reversibele) latere uitbreidingen, eenlaags gemetseld, aan weerszijden van het entreeblok. Bij de vormgeving daarvan met een brede daklijst en plat dak, gekozen gevelsteen en venstervorm is weinig aansluiting gecreëerd met de oorspronkelijke bouw. OP dat moment functioneerde het gebouw als bezinningscentrum. Ontwerp voor 1994 (Archief Gemeente Oegstgeest).

In de noordgevel van het hoofdvolume is later een extra deur aangebracht, waarschijnlijk uit brandveiligheidsoverwegingen. In het interieur is tegen de zuidelijke ramen kleurig-doorschijnend materiaal aangebracht. Dat is niet oorspronkelijk. Ook de binnendeuren (die zichtbaar zijn door de vensters heen) zijn grotendeels vernieuwd. Stedenbouwkundige context Het gymnastiekgebouw vormde zoals gesteld in 1919 een essentieel onderdeel van het kindergesticht Voorgeest. Het was een van de vier, langs een middenas opgezette paviljoens van het gesticht voor jeugdige idioten. In groter verband werd gebouwd in het centrum van het voormalige GGZ-terrein. Het lag tussen het toenmalige Endegeest en Rhijngeest, als onderdeel van Voorgeest. Het is thans (oktober 2020) een van de paviljoens in het park.

De landgoederen Endegeest en Rhijngeest, dat wil zeggen de buitens met park, bos en omliggende weilanden, werden voor een groot deel in 1895-1899 in fases aangekocht, door de gemeente Leiden. Daarna werden in de loop der jaren steeds nieuwe gebouwen op het terrein gerealiseerd, aangepast, en enkele gebouwen zijn inmiddels ook weer verdwenen. Zowel Endegeest, Voorgeest als Rhijngeest waren opgezet volgens het paviljoenstelsel, en lagen naast elkaar. De hoofdontsluiting vond plaats via de Endegeesterstraatweg en Rhijngeesterstraatweg, op dat moment de Straatweg geheten tussen Amsterdam en Den Haag. Het complex werd door de min of meer noord-zuid lopende straatweg in tweeën gedeeld. Zuidoostelijk van de weg lagen de hoofdonderdelen van Endegeest en Voorgeest. Noordwestelijk van de weg lag voornamelijk sanatorium Rhijngeeest. In 1910 lag de hoofdtoegang tot Endegeest centraal op de hoofdas van het hoofdpaviljoen. De entree tot Rhijngeest lag noordelijker, in het verlengde van een as van een zijweg dwars op de straatweg. Aanpassing gebied Thans (oktober 2020) is een groot deel van de paviljoens van Endegeest en Voorgeest afgebroken. Het gymnastiekgebouw is het enige gebouw van de oorspronkelijk vier gebouwen van Voorgeest dat nog resteert. Het schoolgebouw en paviljoen voor meisjes en jongens zijn inmiddels afgebroken.

Van de eerste opzet van Endegeest uit 1897 resteren slechts nog twee paviljoens (naast het kasteel): paviljoen E voor mannen en het lijkenhuisje. Meerdere later gebouwde paviljoens, na 1897 gebouwd, zijn eveneens bewaard. Andere voorbeelden daarvan (niet uitputtend) zijn het relatief nabijgelegen weidepaviljoen, centrale werkplaats, recreatiegebouw, en natuurlijk het kasteel, dat ook een functie had in de opzet van de instelling. Sanatorium Rhijngeest ligt minder op zichtafstand, relatief verder weg. De rustige ligging van het gymnastiekgebouw is in de loop der tijd wel veranderd, doordat de omgeving veranderde met de sloop van de paviljoens. Het paviljoenstelsel is nog wel te ervaren doordat meerdere paviljoens nog resteren. Het pand ligt teruggeschoven van het hoofdpad in het park, de Kasteellaan. Van de parkaanleg is het gebogen hoofdpad over het park, langs het kasteel en transformatorhuis nog bestaand. In het Rijksbeschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten wordt het pand op de waarderingskaart aangeduid als ‘beeldbepalende bebouwing’ (RDMZ 2007, kaart 4). Typologie Het belangrijkste onderdeel van het gebouw was de grote, hoge gymzaal, die in de plattegrond het gehele rechthoekige hoofdvolume inneemt. De hoogte was gunstig voor de ventilatie. Naast de entree was een berging (leermiddelenkast), zodat ook gymnastiekmaterialen konden worden ingezet tijdens de lessen.

In het gebouw waren geen kleedruimte en geen douches. Verkleden voor gymnastiek op scholen en het lichaam wassen na afloop was in die tijd niet gebruikelijk, ook niet in het reguliere onderwijs. In de aanbouw zijn nevenfuncties gegroepeerd zoals de centrale entree (portaal), die toegang gaf tot de zaal. Vanuit de zaal is sanitair toegankelijk, en de berging (ELO A9-C-1A).

Architectonische verschijningsvorm (exterieur en interieur) Het gebouw is opgemetseld uit baksteen met een gepleisterde bovenrand. De gevelopeningen zijn verlevendigd met een gemetselde strek. Aan alle vier de zijden van de zaal waren vensters symmetrisch in de gevel aangebracht, zodat alle delen van de zaal van daglicht voorzien konden worden. Oorspronkelijk zijn de vensters in twee delen: met een onderdeel en een bovendeel zodat kon worden geventileerd. De nevenruimtes hebben kleinere staande vensters. De vensters van de gymzaal zijn allemaal identiek van maat. De vensterbanken zijn uitgevoerd in dwarsgemetselde stenen. De vensters naast de entree zijn klein en staand. De entree werd uitgevoerd als een dubbele houten paneeldeur (thans aangepast). De eenlaagse uitbouw aan beide zijden naast de entree is niet oorspronkelijk. De gevelcompositie van beide kopgevels is spiegelbeeldig symmetrisch. Centraal zijn twee vensters aangebracht, in een vorm die ook aan de langsgevels is toegepast. Het dak met de twee wolfseinden op de koppen is belegd met vlakke rode pannen (Tuile-dunord), die als nadrukkelijk dakvlak een nadrukkelijke rol in de compositie vervullen. De gootklossen zijn geprononceerd vormgegeven met gesneden versiering. De beide keramische pirons bij de afgewolfde delen en de nokvorstpannen versterken de contour van het gebouw.

De indeling van de plattegrond is thans nog grotendeels ongewijzigd. Met een hoofdzaal in lengterichting, centrale hoge entree dwars op de middenas, en aan beide zijden nevenfuncties. Het portaal heeft een hoogte die de hoge turnzaal inleidt. In het interieur is het dak voorzien van een in het zicht gehouden houten dakconstructie. De hoofdbalken van de dakconstructie worden ondersteund door muurdammen met getrapte gemetselde koppen. De grote hoge vensters zijn zeer kenmerkend voor de ruimte, met de daglichttoetreding aan alle zijden. De binnendeuren en kozijnen ogen vernieuwd. Ensemble Alhoewel het in een zelfstandige vormgeving is ontworpen en uitgevoerd, is het gebouw door bouwvolume, bouwperiode en oorspronkelijke functionele samenhang onderdeel van een ensemble; als onderdeel van een voormalig paviljoenziekenhuis. Vooral met het naastgelegen transformatorhuis en in groter verband ook met het enkele jaren eerder gebouwde Weidepaviljoen (1915-1917), en de andere nog bestaande paviljoens op het terrein. Het pand is gesitueerd in het Rijksbeschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden (RDMZ 2007).

V BEELDDOCUMENTATIE

1.Locatie, object bij stip-markering (bron: PDOK view 5 oktober 2020)

2.Paviljoen in park

3.Noordgevel (kop) en westgevel

4.Oostgevel

5.Zuidgevel twee vensters

6.Oostgevel met twee latere aanbouwen

7.Vensterbank

8. Noordgevel

9.Interieur turnzaal over lengteas

10.Interieur turnzaal in dwarsrichting, rechts centrale entree

11.Zicht op turnzaal met rechts de grote raamwand

12.Situatie Endegeest en Voorgeest in 1913, locatie schoolgebouw omcirkeld. Gymnastiekgebouw werd tegenover school gerealiseerd. (bron: Blok Vijslaar 1998, p. 22)

13.Situatie gymnastiekgebouw (gebouw donker gemarkeerd), tegenover schoolgebouw, bestektekening 1919. Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (detail) (ELO: A9-C-1A)

14.Plattegrond gymnastiekgebouw, bestektekening 1919 (detail van een groter blad). Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (detail) (ELO: A9-C-1A)

15.Doorsneden gymnastiekgebouw, bestektekening 1919 (detail van een groter blad). Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (detail) (ELO: A9-C-1A)

16.Opstand entreegevel gymnastiekgebouw, bestektekening 1919 (detail van een groter blad). Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (detail) (ELO: A9-C-1A)

3

2

1

17.Locatie in groter verband, op hoofdlijnen. Legenda: 1=Endegeest; 2=Voorgeest, gymnastiekzaal nog niet gebouwd; 3=Rhijngeest; (bron: situatie 1914, 1927: ELO A8-G-14, maker gemeente Leiden, tekenkamer. Bewerking auteur.)

18.Bestektekening schoolgebouw Voorgeest, [ca 1912-1913]. (ELO: A9-D-1. maker, tekenkamer Gemeente Leiden)

VI BRONNEN - Beeldbank ELO; Bestektekeningen gemeentewerken Leiden A9-C-1A - Bouwtekeningen Bouwarchief gemeente Leiden; dossier 1010A - Bouwtekeningen Bouwarchief gemeente Oegstgeest; dossiers Endegeest op nummer - Fotocollectie ELO (beeldbank) - Krantendatabase ELO/Delpher -Redactie, ‘De officiële opening van het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 30 december 1897 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 15 januari 1898 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest (slot)’, in: Leidsch Dagblad, 17 januari 1898 -Redactie, ‘Opening van het gesticht voor jeugdige idioten Voorgeest’, in: De courant, 24 januari 1912

Bronnen en literatuur: -G. Blok, J. Vijselaar, Terug naar Endegeest. Patiënten en hun behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest 1897-1997, Nijmegen 1998 -P. de Boer, R. Hoogland, Het zwakzinnigenonderwijs en de nazorg. Rapport van het bureau voor kinderbescherming, Amsterdam z.d. [1928] -G.L. Driessen, Openbare werken der stad Leiden 1809-1931, Leiden 1941 -M. Lameris, Mooi gebouwd. Monumenten van Oegstgeest, Gemeente Oegstgeest/Tast 2006 -N. Mens, G. Andela, D. Broekhuizen (e.a.), De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis, Wormer 2003 -H. Oosthuis, M. Gijswijt-Hofstra, Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005), Deel 1, Houten 2008 -Rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ), Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten, gemeenten Oegstgeest en Leiden, Zeist 2007 -M. Rocher, S. Spijkerman, Zichtbaar energiek. 150 jaar Energiebedrijf EWR 1848-1998, Leiden 1998 -N. Rooymans-Donszelmann, Voorheen Voorgeest. Het verhaal van 70 jaar zwakzinnigenzorg in Voorgeest, van 1912 tot 1982, Krommenie 1982 -E. Starkenburg, Voorbereiding Endegeest, Leiden ELO 2020

VII cultuurhistorische waarden, Cultuurhistorische waarde -Het pand is van cultuurhistorische waarde als element uit de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland; -Het heeft cultuurhistorische waarde als onderdeel van een instelling die een universiteitsfunctie had en oorspronkelijk een gemeentelijk gesticht was, wat uniek was in Nederland; Architectuurhistorische waarde -Het heeft typologische waarde als voorbeeld van een gymnastiekgebouw als onderdeel van een kinderafdeling van een GGZ instelling uit de bouwtijd (1919); Stedenbouwkundige waarden / ensemblewaarden -Als paviljoen in het park op zichtafstand gelegen langs de openbare weg, de Endegeesterstraatweg; -Door het hoofdvolume, ligging en de vormgeving ensemblewaarde als een onderdeel van de steeds zeldzamer wordende nog resterende vooroorlogse paviljoens op het terrein van Endegeest;

-Vanwege de situering in het beschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden (RDMZ 2007); Gaafheid / authenticiteit -Vanwege de overwegend grote mate van gaafheid van hoofdvolume, materialen en detaillering; Zeldzaamheid -Het pand is van waarde als enige nog bestaande onderdeel van de vier vroegste onderdelen van het kindergesticht Voorgeest uit de bouwperiode 1912-1919.

CULTUURHISTORISCHE NOTITIE Ontvangstgebouw, Endegeesterstraatweg 5

I PASPOORTGEGEVENS Plaats

Oegstgeest

Straat/huisnummer

Endegeesterstraatweg 5

Postcode

2342 AJ

Kadastrale aanduiding

3315

Datering object

1930-1935

Architect/ontwerper

J. Neisingh, bouwkundig hoofdambtenaar gemeentewerken Leiden

Opdrachtgever

Gemeente Leiden

Uitvoerder Objectnaam

Recreatiegebouw

Oorspronkelijke functie

Recreatiegebouw met rijwielbergplaats, wachtkamer, portiersverblijf, toneel- en filmzaal.

Voormalige functie Huidige functie

Multifunctioneel gebouw, winkels

Typologie gebouw

Multifunctioneel gebouw met ontvangst en recreatie

Bouwstijl

Nieuwe Haagse School

Pasfoto

Opsteller(s) omschrijving

Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus

Datum

2 november 2020

Opmerking terminologie

In dit rapport zal om historische redenen zo nu en dan het oorspronkelijke woord gesticht en krankzinnigengesticht gebruikt worden. De latere term is instelling voor geestelijke gezondheidszorg: GGZ.

II HERKENNINGSGEGEVENS: Situering

Gebouw langs historische weg, Endegeesterstraatweg langs de rand van een park. Onderdeel van paviljoenstelsel, gesitueerd op het voormalige terrein van de GGZ-instelling Endegeest.

Bouwdelen

Hoofdvolume onder meerdelig dak, voor diverse functies, met entrees aan meerdere zijden.

Hoofdvorm bouwdelen

Gebouw in samengesteld volume van een tot drie lagen. Het uitgebouwde volume, aan de noordelijke kopgevel, is later gerealiseerd.

III SPECIFIEKE BIJZONDERE ONDERDELEN Exterieur

Afwisselende stapeling van volumes en vormen. Vooruitgeschoven luifel van voormalige portiersruimte. Cilindervormige toren bij voormalige entree kerkzaal. Reeksen vensters van hoofdzaal met veranda aan lengtegevels. Andere functies hebben gegroepeerde venstersreeksen: bandvensters, naast elkaar, verspringend. Vensters en deuren zijn oorspronkelijk grotendeels uitgevoerd in staal. Geprononceerde schoorstenen als compositorische elementen. Helder gekleurde gevelsteen in enkele kleuren voor verschillende vlakken.

Interieur

In het interieur heeft de grote recreatiezaal een schaalgewelf met boogvormige draagconstructie. De recreatiezaal is toegankelijk via een trappenhuis met bijzondere vensters. De kleinere kerkzaal heeft een reeks hoge en vertikale vensters. De grote en kleine zaal hadden een dubbelfunctie, ze dienden (naast recreatie en religie) tevens voor het universitaire onderwijs (collegezaal).

IV HISTORISCHE CONTEXT Cultuurhistorische waarden in de brede zin Cultuurhistorische context Inleiding Het recreatiegebouw is in 1933-1935 gebouwd als nieuw entreegebouw tot het terrein van de GGZ-instelling Endegeest en Voorgeest. Het nieuwe paviljoen werd gerealiseerd op het terrein van Endegeest, langs de Endegeesterstraatweg. Het nieuwe portiersgebouw (1935) met recreatievoorziening verving het bestaande entreegebouw van Endegeest, dat in 1897 als gebouw A hoofdgebouw was geopend. (Blok Vijselaar, 1998, p. 85 vv). Vanaf 1897 ontstond in fases het complex voor geestelijke gezondheidszorg aan de Endegeesterstaatweg in Oegstgeest. Het bestond uit drie afdelingen die alle drie waren opgebouwd uit meerdere paviljoens op een eigen terrein: 1. Het ‘krankzinnigengesticht Endegeest’ (vanaf 1897); 2. Het ‘sanatorium voor zenuwlijders Rhijngeest’ vanaf 1901; en 3, als laatste ‘de afdeling voor jeugdige idioten Voorgeest’, geopend in 1912. De onderdelen lagen naast elkaar.

De voorziening bleek geen statisch complex. Na de start zouden de oorspronkelijke gebouwen meerdere malen worden aangepast en nieuwe gebouwen toegevoegd. Tevens zijn gebouwen gesloopt. Thans (oktober 2020) is de instelling niet meer werkzaam in het gebouw, en heeft het gebouw een nieuwe functie (verhuur bedrijfsruimte). Het recreatiegebouw is een van de weinige nog resterende gebouwen, gerealiseerd voor 1940 op het terrein, dat expliciet de band met het universitaire onderwijs tot uitdrukking brengt, omdat er ook een collegezaal in was. Dat is mede cultuurhistorisch relevant omdat de GGZinstelling een uniciteitswaarde had in Nederland als onderdeel van de Universiteit Leiden. Door de typologie is het een van de duidelijkste voorbeelden van een voorziening gebouwd voor 1940 voor universitair onderwijs op de voormalige GGZ-instelling Endegeest. Paviljoenstelsel Kenmerkend voor de opzet van Endegeest is de bouw in de vorm van meerdere paviljoens in een park, waarbij elk paviljoen bestemd was voor specifieke functies. Zowel reguliere ziekenhuizen als GGZ-instellingen werden rond 1900 in Nederland (en ook daarbuiten in de westerse wereld) geregeld opgezet met een paviljoenstelsel. (Mens 2003, p. 93 vv) Het concept voor het paviljoenstelsel was onder meer afkomstig uit Duitsland, waar het rond de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw ontstond.

In Nederland werd het voor het eerst toegepast voor de bouw van het gesticht Veldwijk te Ermelo, in 1884. Het idee achter het paviljoenstelsel had betrekking op de behandeling. Patiënten werden in groepen verdeeld, die bij elkaar pasten, en in kleine overzichtelijke afdelingen behandeld en ondergebracht. Ze leefden in kleine, min of meer huiselijke groepen, met eigen voorzieningen. (Blok Vijselaar 1998, p. 23-24). Bij deze patiëntenpaviljoens voor mannen en vrouwen, hoorden ook enkele collectieve paviljoens. (ELO: PV288000-1). Het recreatiegebouw uit 1935 was een nieuwe schakel in de serie paviljoens. Het verving het gebouw A dat onderdeel was het paviljoenstelsel uit 1897. In gebouw A was ook een kerkzaal ingericht, die tevens als collegezaal diende. (Blok Vijselaar 1998, p. 24, 85-86) Park Endegeest, Rhijngeest en Voorgeest Een ander kenmerk (naast het paviljoenstelsel) van Endegeest was de keuze voor een zogeheten buitengesticht, dat wil zeggen dat de instelling gerealiseerd is buiten de stad, buiten de drukke stedelijke omgeving, in een rustige, landelijke omgeving. Daarvoor waren zogeheten ‘stadsgestichten’ gebruikelijk, gebouwd in een stedelijke omgeving. In dit geval werd gekozen voor een park, min of meer aangelegd in een landschapsstijl, met gebogen paden en paviljoens gesitueerd tussen bomen en enkele open grasvelden.

Endegeest is gerealiseerd op een voormalig buiten, Endegeest, dat bestond uit een kasteel met een groot omliggend park. De oorsprong van buitenplaats Endegeest gaat terug tot omstreeks 1650, toen het kasteel werd herbouwd, en een buitenplaats werd gerealiseerd (RDMZ 2006). Tegelijk met de oprichting van het gesticht (krankzinnigengesticht, psychiatrisch ziekenhuis) Endegeest dat in 1897 werd geopend, werd ook de naastgelegen buiten Rhijngeest aangekocht, en onderdeel van het GGZ-complex. Rhijngeest werd in 1895-1899 door de

gemeente Leiden aangekocht, het landgoed inclusief percelen weilanden. Hier werd naast de villa een sanatorium gesticht: sanatorium Rhijngeest (de latere Jelgersmakliniek, sinds 1999 in gebruik als gemeentehuis). In 1901 opende het nieuwe sanatorium-deel met meerdere paviljoens (Lameris 2006, p. 142-155). Met de realisatie van nog een andere afdeling Voorgeest, geopend in 1912, werd de bouw van paviljoens voortgezet. Voorgeest was een nieuwe afdeling van Endegeest. Afdeling Voorgeest was een specifieke jeugdinstelling, bestemd voor kinderen met een GGZ-indicatie: in die tijd ‘jeugdige idioten’ genoemd. Op een compact terrein lagen bij elkaar gegroepeerd, een jongens- en meisjespaviljoen en een school, en een enkele jaren later gebouwde gymzaal (1919) tegenover de school. Gemeente Leiden en Universiteit en bevolking Opdrachtgever voor het gesticht was de gemeente Leiden. Dat was op zich bijzonder omdat de opvang van patiënten in de geestelijke gezondheidszorg wettelijk een provinciale taak betrof. Endegeest was echter niet uniek in dit opzicht. Ook het in 1909 opgerichte Maasoord, van de Gemeente Rotterdam, was een gemeentelijk initiatief. Specifiek voor Endegeest was de nauwe band met de universiteit. De Rijksuniversiteit Leiden was nauw betrokken bij de oprichting en verdere ontwikkeling van het gesticht.

Endegeest had een universitaire kliniek, waaraan universitair onderzoek en onderwijsfuncties verbonden waren. Zo werd universitair onderwijs gegeven in ruimtes van de GGZ-instelling. In een studie over de geschiedenis van het Endegeest-complex wordt het omschreven als ‘een voor Nederland unieke combinatie van een krankzinnigengesticht, een universitaire kliniek en een zwakzinnigeninrichting, alle onder een beheer’ (Blok Vijselaar 1998, p. 13). Opdrachtgever in de eerste decennia van Endegeest, Voorgeest en Rhijngeest is de Gemeente Leiden, die daartoe een commissie had ingesteld: de ‘Commissie van beheer over het Krankzinnigengesticht Endegeest, de afdeling voor jeugdige idioten Voorgeest en het sanatorium voor Zenuwlijders Rhijngeest’. Gesticht Endegeest was onder de bevolking uit de omgeving vele jaren zeer bekend als GGZ-instelling. Later is de naam diverse malen veranderd. Het werd onder meer Psychiatrisch Ziekenhuis Endegeest. Nog weer later is de instelling onderdeel geworden van GGZ-Rivierduinen. Bouwgeschiedenis Oorspronkelijke bouw Het nieuwe recreatiegebouw met portiersfunctie is in 1933-1935 gebouwd naar ontwerp van architect J. Neisingh, op dat moment architect van Gemeentewerken Leiden (ook wel geschreven als Neising en Neysingh). De handtekening op het schetsplan is leesbaar als Neisingh.

Het gebouw verving het bestaande entreegebouw van Endegeest, dat in 1897 was gebouwd. Het lag daar noordoostelijk van, eveneens langs de Endegeesterstraatweg. Een vroeg ontwerp voor het gebouw is gedateerd 1930-1931 (schetsplan). Op dat moment is het al gesitueerd op de uiteindelijke locatie, en het heeft in grote lijnen de belangrijkste functies.

Neisingh tekent een ontvangstgebouw met een portiersfunctie. Bovendien heeft het op de hoofdverdieping een grote recreatie- en toneelzaal voor bijeenkomsten, en een kleinere kerkzaal, tevens te gebruiken als collegezaal. De kelder is bestemd als fietsenberging (ELO A7XIII-419, en ELO bestekken Gemeentewerken, 1010A 356a en 365b). Met de realisatie in 1933-1935 kreeg het Endegeest-terrein een nieuwe toegang. Het gerealiseerde gebouw was in afmetingen wel iets teruggebracht ten opzichte van het eerste schetsplan (1930-1931) om kosten te verlagen, stelde Neisingh. Ook was het aanvankelijk getekende grote schaaldak van de hoofdzaal in het schetsplan uit 1931 gewijzigd in een zadeldak met pannen, eveneens om kosten te besparen. Het gebogen gewelf, gedragen door gordels van gewapend beton, werd gehandhaafd, maar de afdekking werd aangepast, door er een zadeldak overheen te plaatsen. In de toelichting op het aangepaste ontwerp (18 januari 1932) schreef Neisingh dat hij ook had onderzocht of het goedkoper was om de fietsenkelder in een losstaand paviljoen onder te brengen, elders op het terrein, in plaats van in de kelder van dit nieuwe gebouw. Maar hij gaf aan dat berekeningen niet op een voordeel hadden gewezen (ELO 1010A 356a en b, toelichting 18 januari 1932). Door de dienst werd ook een grote perspectieftekening gemaakt.

Hierop is te zien dat het terrein zal worden afgeschermd door een hek, met een doorgang bij het portiersgedeelte. Veel bomen omringen het gebouw. Vanaf de openbare weg zijn tussen de getekende bomen door delen zichtbaar van het gebouw met de gevarieerde volumes (ELO A7-S-002A). Het uiteindelijke bestekontwerp werd opgesteld in het dienstjaar 1933 als besteknummer 25. Naast het hoofdbestek werden ook deelbestekken opgesteld. De firma P.W. Deerns maakte het bestek voor de centrale verwarming, een bekend bedrijf uit de bouwtijd. Voor het opstellen van de stalen vensters en deuren was onder meer de firma Gebroeders Gorter betrokken, in Wormerveer (ELO 1010A 356a en b). De opvallende gevelsteen, met de diverse schakeringen rood en oranje, werd geleverd door een lokaal, in Oegstgeest gevestigd, bedrijf: de ‘N.V. Eerste Hollandsche Schoorsteensteenfabriek v.h. de Ridder en Co’. De klei voor de baksteen werd lokaal, in de omgeving van Oegstgeest, Katwijk en Valkenburg gewonnen (Redactie, 18 juni 1937). De fabriek werd in 1930 speciaal voor de productie van deze heldere rode steen aangepast: ‘Door een speciale machinale en absoluut gelijkmatige menging van de kleisoorten verkrijgt men een zeer gelijkmatig product en vooral de mooie, warme roode kleur is iets wat maar bij weinig andere fabrieken wordt gevonden.’ (Redactie, 30 april 1936).

Overigens werd ook de kleur van de voeg in relatie tot de gevelsteen door de architect bepaald. Steen en voeg gezamenlijk leverden een eindbeeld op. Latere aanpassingen Na de ingebruikname is het gebouw op onderdelen gewijzigd. Enkele opvallende worden hieronder genoemd (niet uitputtend). 1970-1973: koffiekamer

Een belangrijke aanpassing is de uitbreiding van het gebouw aan de noordzijde. Hier werd een in 1973 koffiekamer gerealiseerd, aansluitend aan de toneelzaal. En daaronder een ‘kelderzaaltje’, Die uitbreiding is ontworpen door gemeentearchitect F.A. Temme, op dat moment werkzaam bij Gemeentewerken Leiden. Temme gaf het een neutrale vormgeving, in een ondergeschikt rechthoekig volume, in een afwijkende bruine baksteen, zodat het niet sterk contrasterend maar wel als een uitbreiding zichtbaar was. Door de bouw van dit volume werd de entree van de toneelzaal op de hoofdverdieping aangepast. De bestaande entree aan de noordgevel verviel en er kwam een entree aan de straatzijde aan de westgevel. Later is die entree weer aangepast. De uitbreiding is cultuurhistorisch van indifferente waarde (ELO A7-S-012A). Later zijn bij een aanpassing tegels aan het exterieur aangebracht: bij portiersloge en nieuwe entree hoofdzaal. Op historische foto’s van net na de oplevering zijn die niet zichtbaar. Deze geglazuurde tegels aan het exterieur in zwart en wit zijn niet oorspronkelijk, en verstoren het oorspronkelijke beeld. Een vlaggenmast aan de straatgevel, zichtbaar op foto’s van na de opening, is niet meer aanwezig. Daardoor wordt het gevelbeeld verarmd. In het interieur zijn moderniseringen doorgevoerd, waarbij in stijl geen aansluiting is gecreëerd.

Daarbij zijn plafonds verlaagd, en wanden en vloeren gemoderniseerd. Een hekwerk met gemetselde postamenten aan de openbare weg, de toegang tot het omheinde terrein, is thans afgebroken, waardoor de portiersfunctie minder goed afleesbaar is. Op de openbare weg, het trottoir tussen gebouw en weg, is een rij gemetselde buitenlantaarns geplaatst. Wanneer is onduidelijk. Ze worden niet aangegeven op het ontwerp uit 1933. De huidige gemetselde lantaarns, refereren in positie, vorm en materiaal aan de gemetselde hekwerkstijlen. Stedenbouwkundige context Het nieuwe entreegebouw uit 1933-1935, ook wel ontspanningsgebouw en recreatiegebouw genoemd, is gesitueerd langs de Endegeesterstraatweg, die als een hoofdas beide gebieden van het complex doorsnijdt. Aan de oostzijde van de weg ligt het gesticht Endegeest (volwassenen) waaronder Voorgeest (kinderen). Aan de westzijde sanatorium Rhijngeest. Het gebouw ligt bij de Kasteellaan, die als een boog het Endegeestterrein ontsluit. De portiersloge is op de hoek van Endegeesterstraatweg met de Kasteellaan gesitueerd. Met de westelijke lengtegevel ligt het gebouw op de doorgaande straatweg georiënteerd. Met het hoofdvolume in noord-zuid richting. Het nieuwe ontvangstgebouw is op grotere schaal een van de paviljoens in het park. Terwijl andere paviljoens wel verder van de weg af liggen, de rust zoekend van het park in aansluiting

op de verpleegfunctie, ligt dit gebouw dichter langs de weg, in aansluiting op de ontvangstfunctie. Het gebouw ligt op een knik in de weg, waardoor het op een zichtlijn ligt, voor het verkeer, komend uit het zuiden. Het markeert door positie en grote volume in stedenbouwkundig opzicht het Endegeestterrein. De landgoederen Endegeest en Rhijngeest, dat wil zeggen de buitens met park, bos en omliggende weilanden, werden voor een groot deel in 1895-1899 in fases aangekocht, door de gemeente Leiden. Daarna werden in de loop der jaren steeds nieuwe gebouwen op het terrein gerealiseerd, aangepast, en enkele gebouwen zijn inmiddels ook weer verdwenen. Zowel Endegeest, Voorgeest als Rhijngeest waren opgezet volgens het paviljoenstelsel, en lagen naast elkaar. De hoofdontsluiting vond plaats via de Endegeesterstraatweg en Rhijngeesterstraatweg, op dat moment de Straatweg geheten tussen Amsterdam en Den Haag. In 1910 lag de hoofdtoegang tot Endegeest centraal op de hoofdas van het in 1897 gebouwde hoofdpaviljoen. De entree tot Rhijngeest lag noordelijker, in het verlengde van een as van een zijweg dwars op de straatweg. In het Rijksbeschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten wordt het pand op de waarderingskaart aangeduid als ‘beeldbepalende bebouwing’ (RDMZ 2007, kaart 4).

Aanpassing gebied Thans (oktober 2020) is een groot deel van de paviljoens van Endegeest en Voorgeest afgebroken. Van de eerste opzet van Endegeest uit 1897 resteren slechts nog twee paviljoens (naast het kasteel): paviljoen E voor mannen en het lijkenhuisje. Meerdere later gebouwde paviljoens, na 1897 gebouwd, zijn eveneens bewaard. Van Voorgeest resteert nog slechts het gymnastiekgebouw (schoolgebouw en paviljoen voor meisjes en jongens zijn inmiddels afgebroken). Andere voorbeelden daarvan (niet uitputtend) zijn het Weidepaviljoen, Centrale werkplaats, transformatorhuis, theehuis, en natuurlijk het kasteel, dat ook een functie had in de opzet van de instelling. Sanatorium Rhijngeest ligt minder op zichtafstand, relatief verder weg. Daarvan zijn van de bouwperiode 1901 de hoofdgebouwen bewaard: zoals hoofdgebouw, directeurswoning en het voormalige klassepaviljoen (de villa), het zuidelijke gebouw. De setting van het ontvangstgebouw is in de loop der tijd wel veranderd, doordat de omgeving veranderde met de sloop van de paviljoens. Het paviljoenstelsel is nog wel te ervaren doordat meerdere paviljoens nog resteren. Door de ligging aan de doorgaande weg is het een stedenbouwkundige landmark. Typologie Het gebouw is door de combinatie van functies opgezet als een multifunctioneel gebouw. De belangrijkste functies liggen op maaiveldniveau en op de hoofdverdieping.

Het maaiveldniveau was bestemd voor de ontvangst, hier lag een compacte portiersruimte met luifel en wachtkamer voor bezoekers. Vrijwel de gehele vloer werd ingenomen door een grote fietsenkelder waar personeel en bezoekers de fiets konden stallen. Verder waren er nog aanvullende functies zoals een kantoor voor rijwielbewaking en de ruimte voor centrale verwarming.

De hoofdverdieping hierboven was voor een groot deel een grote zaal met toneel (aan zuidzijde) en hal/foyer (aan noordzijde). De grote zaal was toegankelijk via een eigen entree aan de noordgevel, die door een verhoging in het terrein van buitenaf toegankelijk is (later aangepast door de verbouwing in de jaren zeventig). De toneelzaal overdekt door een gewelf was bestemd voor patiënten en personeel om te ontspannen. Voor patiënten betrof het een vorm van therapie, onderdeel van de dagbesteding, het behandeltraject en genezingsproces. Aan de noordzijde van de toneelzaal was een balkon met extra zitplaatsen. Aan beide zijden van die toneelzaal waren een terras zodat ook buiten kon worden ontspannen. Naast het toneel was nog een kleinere zaal, tevens kerkruimte, die over een eigen toegang van buitenaf beschikte (bij het deel met de gebogen muren). Bijzonder aan het ontvangstgebouw was de dubbelfunctie voor het universitair onderwijs. Het gebouw was ook bestemd om colleges te geven aan studenten (psychiatrie) van de universiteit Leiden, waarvoor zowel de grote zaal als kleine zaal geschikt waren, al naar gelang de groepsgrootte. Dit recreatiegebouw is een zeer duidelijk, en het enige representatieve nog bestaande paviljoen van voor 1940, waar het universitaire onderwijs op Endegeest tot uitdrukking komt.

Architectonische verschijningsvorm (exterieur en interieur) Het nieuwe gebouw markeert niet alleen in stedenbouwkundige zin een nieuwe fase, ook in architectonische zin drukt het door de stijl een nieuwe tijd uit. De Nieuwe Haagse Stijl is kenmerkend voor de bouwperiode medio jaren dertig van de twintigste eeuw. De typerende elementen zijn bijvoorbeeld de gevelcompositie met gemetselde volumes in verschillende vormen: gebogen, vierkant of juist langgerekt. Lijnen accentueren vormen zoals de luifel van portiersloge, de gootlijst, schoorsteenplaat of dakplaat boven de kerkzaal. De gevelvelden worden aan de bovenrand afgedekt door een donkere geglazuurde deksteen. De baksteen zelf was zorgvuldig gekozen, in drie tinten toegepast, van een zeer heldere oranje kleur. Vensters zijn in de baksteenvelden compositorische elementen door formaat en door schikking, in reeksen of banden. Het merendeel van de vensters was onderverdeeld in roeden. De kerkzaal kreeg een viertal zeer hoge verticale vensters. In de halfronde eindnis is een zeer hoog venster. De gevel van toneelzaal had juist een horizontale band met vensters, die de lengterichting versterkte, in aansluiting op een veranda. Het dakvlak van het zadeldak, dat het gewelf van de zaal overdekte, is voorzien van pannen.

Door de opvallende gevelsteen en het zorgvuldige ontwerp en de situering naast de hoofdweg werd de ontvangstfunctie benadrukt. Het gebouw viel door deze kenmerken op voor voorbijgangers. In het interieur is de indeling (ruimtelijke hoofdstructuur) op hoofdlijnen nog aanwezig. Op de begane grond is de ruimte voor de voormalige fietsenkelder en portiersruimte nog afleesbaar. Op de hoofdverdieping zijn de voorhal, de grote toneelzaal onder een groot gebogen gewelf met aan beide zijde balkons, en de kleinere kerkzaal met nis met gebogen achterwand en de

zelfstandige entree nog aanwezig. De hoofdtrap heeft natuurstenen (granieten) treden en bruingeel gekleurde tegels. De trapmuur heeft een granieten dekplaat. De tegelvloer in de hal op de verdieping is zacht-bruin gemêleerd met een donkere bies. Kenmerkend voor het interieur zijn de stalen vensters en deuren, zorgvuldig in de wand gepositioneerd en met de vaak bijzondere roedeverdeling. Die compositie van gevelopeningen heeft een groot effect op de ruimtebeleving in het interieur. Maar de detaillering is op onderdelen wel gemoderniseerd. De decoratie op het gewelf van de toneelzaal is niet oorspronkelijk maar later aangebracht: volgens mondelinge mededeling van de eigenaar is deze ruim na de bouw door patiënten van de voormalige GGZ-instelling aangebracht. Ensemble Alhoewel het in een zelfstandige vormgeving is ontworpen en uitgevoerd, is het gebouw door bouwvolume, bouwperiode en oorspronkelijke functionele samenhang onderdeel van een ensemble waarvan nog delen resteren uit de periode 1897-1940; als onderdeel van een voormalig paviljoenziekenhuis. Het pand is gesitueerd in het Rijksbeschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden (RDMZ 2007).

V BEELDDOCUMENTATIE

3

4 2

1

1.Locatie, object bij stip-markering (bron: PDOK view 6 oktober 2020)

2.Locatie in groter verband, op hoofdlijnen. Legenda: 1=Endegeest; 2=Voorgeest; 3=Rhijngeest; 4=locatie recreatiegebouw (bron: situatie 1914, 1927: ELO A8-G-14, maker gemeente Leiden, tekenkamer. bewerking auteur.)

3.Zuidgevel, met portiersloge

4.Westgevel

5.Terras aan westgevel

6.Aangepaste entree in westgevel met latere aanbouw

7.Entree kerkzaal

8.Kerkzaalvensters aan oostgevel

9.Portiersruimte, zuidwesthoek

10. Westgevel met detail vensters

11.Zuidoosthoek

12.Oostgevel, achtergevel

13.Later (ca 1973) aangebouwd volume (noord)

14.Nieuwe entree

15.Hoofdtrap naar toneelzaal, verdieping

16.Interieur hoofdtrappenhuis

17.Detail handreling hoofdtrap

18.Detail traptreden

19.Stalen venster in trappenhuis

20.Stalen deuren

21.Grote toneelzaal, zicht vanaf balkon naar toneel

22.Decoratie gewelf later aangebracht (detail)

23.Grote zaal richting toneel

24.Gebogen plafond in toneelzaal

25.Grote zaal richting entree onder balkon

26.Een van de vensters en deur in toneelzaal

27.Voormalige kerkzaal (foto collectie eigenaar)

28.Huidige afwerking fietsenkelder

29.Plattegrond hoofdverdieping, bestektekening 1933 (detail). Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (ELO: 288091)

30.Situatie, bestektekening 1933 (detail). Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (ELO: 28809-1)

31.Plattegrond eerste verdieping, bestektekening 1933 (detail). Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (ELO: 288091)

32.Plattegrond kelder, bestektekening 1933 (detail). Maker: Gemeente Leiden, tekenkamer (ELO: 28809-1)

33.Perspectieftekening, 1933 (ELO 28809: Maker gemeente Leiden, tekenkamer).

34.Het gebouw op een foto net na de oplevering, ca 1933, (Maker foto: Hendrik Jonker, PV28809A-3)

35.Gewijzigd schetsontwerp aanbouwen koffiekamer, Gemeentewerken Leiden, 1970 (Gemeente Oegstgeest, bouwtekeningen gebouw 721)

36.Gebouw aan openbare weg, half schuil gaand achter bomen

37.Buitenlantaarns, later geplaatst

VI BRONNEN - Archief Gemeente Oegstgeest, Bouwtekeningen complex Endegeest, op nummer - Beeldbank ELO; Bestektekeningen gemeentewerken Leiden nummers PV28809.2, A7-XIII419 - Archief Gemeentewerken Leiden, Bouwarchief gemeente Leiden; dossier ELO 1010A-356a en b - Fotocollectie ELO (beeldbank) - Krantendatabase ELO/Delpher -Redactie, ‘De officiële opening van het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 30 december 1897 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 15 januari 1898 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest (slot)’, in: Leidsch Dagblad, 17 januari 1898 -Redactie, ‘Opening van het gesticht voor jeugdige idioten Voorgeest’, in: De courant, 24 januari 1912 -Redactie, ‘Uitbreiding van het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: De Telegraaf, 12 oktober 1913. Kortere versie in: Het Vaderland, 13 oktober 1913. -Redactie, ‘Recreatiegebouw bij Endegeest?’, in: De Telegraaf, 2 maart 1932 -Redactie, ‘N.V. Eerste Hollandsche Schoorsteen-steenfabriek v.h. de Ridder en Co’, in: De Standard, 30 april 1936 -Redactie, ‘N.V. Eerste Hollandsche Schoorsteen-steenfabriek v.h. de Ridder en Co’, in: De Standard, 18 juni 1937 Bronnen en literatuur: -G. Blok, J. Vijselaar, Terug naar Endegeest. Patiënten en hun behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest 1897-1997, Nijmegen 1998 -G.L.

Driessen, Openbare werken der stad Leiden 1809-1931, Leiden 1941 -M. Lameris, Mooi gebouwd. Monumenten van Oegstgeest, Gemeente Oegstgeest/Tast 2006 -N. Mens, G. Andela, D. Broekhuizen (e.a.), De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis, Wormer 2003 -H. Oosthuis, M. Gijswijt-Hofstra, Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005), Deel 1, Houten 2008 -Rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ), Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten, gemeenten Oegstgeest en Leiden, Zeist 2007 -M. Rocher, S. Spijkerman, Zichtbaar energiek. 150 jaar Energiebedrijf EWR 1848-1998, Leiden 1998 -N. Rooymans-Donszelmann, Voorheen Voorgeest. Het verhaal van 70 jaar zwakzinnigenzorg in Voorgeest, van 1912 tot 1982, Krommenie 1982 -E. Starkenburg, Voorbereiding Endegeest, Leiden ELO 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10260216/1