Beantwoording technische vragen CDA - Parkeernota-Juridische implicaties Amendement Parkeernormen-2 april 2021 - RS
Tekst van het document
Technische Vragen Fractie: CDA (Watze Mandema) Onderwerp: Parkeernota, in het bijzonder Amendement fractie HvO, VVD en LOKAAL inzake Parkeernormen Datum indiening: d.d. 2 april 2021 Zaaknummer: Z/20/736623/277929 Gezamenlijke Oordeelsvorming Burger en Ruimte 20-04-2021
https://oegstgeest.raadsinformatie.nl/vergadering/847472/Gezamenlijke%20Oordeelsvorming%20Burger%20en%20Ruimte%2020-04-2021 #
Paginanummer
Vraag
Antwoord
1
-
Indien de raad dit amendement zou aannemen, zou dit dan eerdere besluiten van de raad die direct of indirect raken aan parkeernormen, zoals gebiedsvisies, nota’s van uitgangspunten en bestemmingsplannen kunnen raken, in die zin dat in het geval van eventuele discrepanties tussen de (geamendeerde) Parkeernota en eerdere besluiten van de raad, het risico toeneemt dat de inhoud van de eerdere besluiten van de raad in rechte met succes aangevochten kan worden?
In het paraplu-bestemmingsplan dat wordt opgesteld om de parkeernota rechtsgeldig te maken, wordt overgangsrecht geregeld. Dit overgangsrecht zal worden uitgebreid met vastgestelde gebiedsvisies, vastgestelde nota’s van uitgangspunten en overeenkomsten tussen de gemeente en derden.
Anders geformuleerd: kan gegarandeerd worden dat indien de raad dit amendement zou aannemen, bestaande raadsbesluiten onverkort staan en ook binnen het kader van deze eerdere raadsbesluiten uitgevoerd kunnen worden na vaststelling van de geamendeerde Parkeernota (bijv. in het geval er al een gebiedsvisie of nota van uitgangspunten is vastgesteld, maar nog geen bestemmingsplan)? Indien nee, waarom niet? Indien dit niet onverkort gegarandeerd kan worden met de nu voorliggende tekst, hoe zou een alternatief besluit kunnen luiden om deze garantie wel te
bieden? Graag een steekhoudend juridisch advies in deze.
In het amendement wordt overwogen dat van de (geamendeerde) Parkeernota afgeweken kan worden, mits goed gemotiveerd. Vermoedelijk schiet deze overweging wortel in art. 4:84 Awb.
De vraag is wat deze veronderstelde ruimte voor maatwerk in de praktijk zal betekenen. Kunnen voorbeelden gegeven worden van mogelijke bijzondere omstandigheden die zouden kunnen maken dat het college en/of de raad in de praktijk – vanuit juridisch perspectief – met succes maatwerk kan leveren door in specifieke gevallen andere parkeernormen te hanteren? Zit hier nog een verschil tussen besluiten die onder de bevoegdheid van het college en van de raad vallen? Dit verschil dan graag inzichtelijk. Graag een steekhoudend juridisch advies in deze.
Een voorbeeld van een bijzondere omstandigheid die maatwerk mogelijk maakt, is als een groot bouwplan ruimtelijk of financieel niet mogelijk is en mogelijk kan worden gemaakt door een lagere parkeernorm toe te passen, mits alle (mogelijke) negatieve gevolgen zorgvuldig worden ingeschat en afgewogen.