CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische Vragen - CDA - Kaderbrief

Besluitvormende raadsbijeenkomst 8 juli 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Kaderbrief 2022-20251.367 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische Vragen d.d. 13 juni 2021 Fractie: CDA Vragensteller: Tobias van der Hoeven Onderwerp: Kaderbrief Zaaknummer: #

P,

Vraag

1

-

Aangegeven wordt dat de “bezuinigingen op het onderhoud van de openbare ruimte in toenemende mate hun tol eisen.” En dat “De huidige situatie is over bijna de gehele situatie zorgwekkend te noemen”. Naar aanleiding daarvan de volgende vragen: • • •

•

Antwoord

Op welke bezuinigingen wordt precies gedoeld? Wanneer heeft de raad besloten te bezuinigingen op het onderhoud van de openbare ruimte? Hoeveel geld is er (cumulatief) de laatste vijf jaren wél begroot geweest voor investeringen in en/of onderhoud aan de openbare ruimte, maar niet uitgegeven? Waarom zou het realistisch zijn dat de organisatie per begrotingsjaar 2022 direct zoveel meer geld kan uitgeven aan de openbare ruimte, temeer als uit het antwoord op de vorige vraag zou bleken dat gevoteerde middelen in het verleden al niet besteed konden worden? Is een ingroeimodel niet realistischer, waarbij met de juiste focus urgente zaken eerst worden aangepakt? Is het begrotingstechnisch denkbaar dat de raad besluit bij de begroting een deel van de benodigde middelen voor de openbare ruimte ter beschikking stelt, en pas een tweede en later derde tranche ter beschikking stelt als blijkt dat de eerdere middelen door de organisatie structureel besteed kunnen worden doordat hier via

1. Het betreft vooral gevolgen van intern handelen. In het verleden was vanuit de organisatie op het moment van de perspectiefnota en begroting geen voldoende onderbouwing beschikbaar voor de aangevraagde middelen. Daardoor waren er (soms) ook te weinig middelen voor civiele kunstwerken, openbare verlichting en groen. Er was ook geen personeel om het werk weg te zetten. 2. De investeringskredieten en uitgaven zijn over de periode 2015 t/m 2020 door de raad cumulatief gevoteerd op € 12.395.000. De financiële gegevens zijn gebaseerd op de stand per 31 december 2020. De cumulatieve uitgaven bedragen € 4.284.000. 3. De beheerplannen gaan uit van een monodisciplinaire onderhoudsbehoefte. De multidisciplinaire planning moet afgestemd worden met derden en daaruit komt een

•

de P&C-cylus specifiek over wordt gerapporteerd? Hoe zou een dergelijke constructie eruit kunnen zien? Waarin is precies het “zorgwekkende” karakter van de huidige situatie gelegen? Vragensteller acht dit evident als het gaat over het (niet) voldoen aan wettelijke plichten of het ontstaan van een irrationele beheerssituatie, waarbij kosten uiteindelijk hoger uitvallen omdat niet tijdig tot onderhoud wordt aangegaan – overigens heeft de raad het college voor zover vragensteller bijstaat nooit opdracht gegeven tot irrationeel beheer over te gaan en/of niet te voldoen aan wettelijke plichten, maar als het bijvoorbeeld om groen gaat: is het zorgwekkend als een plantsoen of een reeks bossages aan vervanging toe is, maar niet direct vervangen wordt? Kan (bij de besluitvorming over betreffende plannen) inzichtelijk worden gemaakt welk budget nodig is voor zaken die evident nodig zijn, en ten aanzien van welke zaken op zich verantwoorde keuzes gemaakt kunnen worden in termen van temporisering, ambitieniveau et cetera?

realistisch MeerJarenOnderhoudsProgramma (MJOP). Bij het MJOP wordt realistisch gekeken naar doorlooptijd en vereiste bemensing. De meerjarig benodigde middelen volgen hieruit. Het MJOP zal bestaan uit projecten waarvan na screening is geconcludeerd dat deze binnen het beschouwde tijdvak kunnen worden uitgevoerd. Via de P&C cyclus zal vervolgens worden gerapporteerd over niet voorziene afwijkingen (versnellingen c.q. vertragingen, financiële afwijkingen). Het MJOP baseert zich als gesteld op de beheerplannen die op zich al uitgaan van datgene wat evident vereist is om de gestelde onderhoudsniveaus te realiseren. 4. In het meerjarenonderhoudsprogramma, is een fasering in het onderhoud aangebracht. De aanvraag van de benodigde middelen worden daarop aangepast. Sinds 2021 is de organisatie (tijdelijk) uitgebreid met inhuurkrachten om te zorgen dat de werkvoorraad van 2021 daadwerkelijk voorbereid danwel gerealiseerd gaat worden. Voor de meerjaren afspraken en afstemming ook met derden is echter vereist dat financieel ook de verplichtingen kunnen worden aangegaan. 5. In het meerjarenonderhoudsprogramma is een fasering van de werken aangebracht en is doorgerekend welke menskracht nodig is

om deze opgave te realiseren. In de fasering is rekening gehouden met de mate van urgentie van de werkzaamheden en het realiseren vastgesteld beleid. Voor sommige onderdelen kan gelden dat deze niet direct worden uitgevoerd. Versleten bruggen en wegen en bomen die om kunnen vallen of takken die uit kunnen vallen hebben direct een relatie met veiligheid en zorgplicht van de gemeente. Onderhoudsactiviteiten die zijn opgegeven zijn er op gericht om voor de laagste kosten het onderhoud te doen en kapitaalsvernietiging te voorkomen (groot onderhoud en vervanging zijn duurder dan regulier onderhoud). Met waardering voor de opzet van de kaderbrief, maar vragensteller mist de financiele indicatoren en de ontwikkeling daarin op basis van het hier geschetste beeld, zoals de solvabiliteit en de ontwikkeling van de schuldpositie. Als dit eenvoudig uit de tabellen af te leiden is, graag alsnog in antwoord op deze vraag omdat dit helpt de algehele financiele positie van de gemeente op hoofdlijnen te lezen – en bijvoorkeur deze gegevens ook in de toekomst opnemen in dit document.

Wij begrijpen de wens om zicht te hebben op de algehele financiële positie van de gemeente. Deze indicatoren spelen daarbij een belangrijke rol. De betekenis van de indicatoren is op dit moment nog beperkt. Dit heeft een aantal oorzaken. 1. De uitkomsten van de nog vast te stellen jaarrekening 2020 hebben een grote invloed heeft op de indicatoren. Daarnaast wordt in verband met voldoende actualiteit de liquiditeitspositie en vermogenspositie in augustus 2021 t.b.v. de begroting 2022 berekend. 3. De investeringen uit de beheerplannen worden nu in de meerjarenonderhoudsplannen doorgerekend. Grosso modo kan gesteld worden dat na jaren van daling de schuldpositie door de bouw van 3 scholen en grootschalige renovaties in de openbare ruimte weer zal stijgen.

In de Kaderbrief wordt een aantal risico’s en onderzoeksvragen richting begroting genoemd. Die zien specifiek op deze Kaderbrief en de opmaat naar de begroting. Worden grote wijzigingen op reeds in de eerdere P&Cproducten opgenomens risico’s verwacht richting de begroting en/of ten aanzien van het benodigde weerstandsvermogen? Vragensteller zou het waarderen wanneer deze vraag in de toekomst op hoofdlijnen beantwoord wordt in dit document.

Het grootst bekende risico is de verwachte structurele herverdeling van de algemene uitkering gemeentefonds. Het risico is echter nog niet kwantificeerbaar omdat er meerdere lobby’s lopen voor meer rijksmiddelen in het algemeen en/of specifiek voor jeugdzorg. Ook hier geldt dat de Kaderbrief de start is van het proces voor het opstellen van de begroting 2022. Wij zullen de raad in de begroting 2022 over de meest actuele stand van zaken rapporteren.

Heeft het college weleens overwogen om een “strategische reserve” in te richten waarin middelen kunnen worden gestort, bijvoorbeeld in het geval van overschotten bij de jaarrekening, die kunnen worden aangewend om de ruimtelijke kwaliteit van het dorp gericht te versterken nu de ruimte letterlijk steeds schaarser wordt? Meer technisch gesteld: wat zouden de voor- en nadelen van een dergelijke reserve zijn?

Met strategische reserve doelt u op het vormen van een bestemmingsreserve. De omvang van de bestemmingsreserve komt ten laste van de algemene reserve. Voordelen: 1 Er zijn middelen apart gezet voor bestedingen waarvan men voorziet dat deze in de toekomst zullen gaan plaats vinden. De dekking van deze bestedingen is op voorhand al geregeld. 2 Elke mutatie van een bestemmingsreserve moet vooraf door de raad zijn geautoriseerd. Er kunnen geen bestedingen plaats vinden t.l.v. de bestemmingsreserve, die niet vooraf zijn afgestemd met de raad. Op deze wijze kan er ook een strakke budgetbeheersing plaats vinden door de raad. Nadelen 1 Bij het instellen van een bestemmingsreserve dient het doel duidelijk omschreven te zijn. Hiermee beperkt de raad mogelijk zichzelf wanneer een voorgestelde aanwending van de gelden niet gelijk is aan de doelstelling van de reserve. De raad

oormerkt een gedeelte van de algemene reserve, terwijl normaal gesproken de middelen in de algemene reserve voor een groot deel vrij aanwendbaar is. 2 Bij het instellen van een bestemmingsreserve daalt onze ratio weerstandsvermogen. Deze ratio wordt berekend over de vrije middelen die kunnen worden aangewend om incidentele tegenvallers op te vangen. (Jaarrekening 2020 ratio weerstandsvermogen= 3,5). 3 Bij het instellen van een bestemmingsreserve lopen we het risico dat een dergelijke strategische reserve gaat “verstoffen” en niet actief wordt gebruikt. Dit beperkt ons in onze financiële flexibiliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10347804/1