Bantwoording Technische Vragen CDA - GDT
Tekst van het document
Technische Vragen d.d. 14 november 2021 Fractie: CDA Vragensteller: Tobias van der Hoeven Onderwerp: GDT: mogelijke keuze scenario 2b door de raad Zaaknummer: #
P,
Vraag
Antwoord
1.
Onderliggende principe verordening
Op basis van de commissievergadering zou de suggestie kunnen zijn blijven hangen dat de VERORDENING VOORZIENINGEN
Ad a) Ja Ad b) Een betere definitie is: De verordening geeft uitvoering aan de wettelijke zorgplicht van de gemeente voor de huisvesting van scholen in het primair- en voortgezet onderwijs die worden bekostigd door de rijksoverheid. De verordening regelt limitatief welke voorzieningen in aanmerking komen voor bekostiging door de gemeente en welke procedures (van aanvraag tot besluitvorming) hiervoor moeten worden gevolgd.
HUISVESTING ONDERWIJS GEMEENTE OEGSTGEEST 2021
geschoeid is op de leest first come, first serve (wie het eerste komt, maalt het eerste). a) Kan vanuit technisch (juridisch) perspectief worden bevestigd dat deze uitleg zou getuigen van een onjuiste rechtsopvatting? Een eenvoudig ‘ja’ volstaat. Indien toch ‘nee’, waarom niet? b) Bent u het – vanuit technisch (juridisch) perspectief – met vragensteller eens dat een betere duiding van de verordening zou zijn dat de verordening regelt op welke door de gemeente te bekostigen voorzieningen elke school in beginsel op elk moment recht heeft, en dus ook waarop niet? 2.
Art. 33/34 Verordening
Op basis van de commissievergadering zou de suggestie kunnen zijn blijven hangen dat een school recht zou hebben op de gemeentelijke bekostiging van een eigen gymzaal, terwijl dit niet voortlvloeit uit artikel 33 van de Verordening, omdat die school op basis van de Verordening wel in aanmerking komt voor
gemeentelijke bekostiging van andere voorzieningen (in dit geval nieuwbouw/renovatie van de gehele school). a) Kan vanuit technisch (juridisch) perspectief worden bevestigd dat deze uitleg zou getuigen van een onjuiste rechtsopvatting? Een eenvoudig ‘ja’ volstaat. Indien toch ‘nee’, waarom niet?
a) Ja,
In het verlengde hiervan is in de commissie aangegeven, althans zo zou dit kunnen zijn verstaan, dat geen sprake zou zijn van precedentwerking als de gemeenteraad ervoor zou kiezen de GDT toch een eigen gymzaal te gunnen, omdat de komende periode geen andere scholen voor nieuwbouw in aanmerking komen, en de vraag van een eigen gymzaal daar dus (op korte termijn) niet speelt. b) Kan vanuit technisch perspectief worden bevestigd dat het in beginsel hebben van recht op een eigen gymzaal en het hebben van recht op renovatie/nieuwbouw van een gehele school op basis van de verordening niet met met elkaar verbonden is? Met andere woorden: dat op basis van de verordening het toekennen van de voorziening ‘gymzaal’ losstaat van een voorziening ‘nieuwbouw/renovatie’ school? Een eenvoudig ‘ja’ volstaat. Indien toch ‘nee’, waarom niet? Artikel 34 Verordening geeft het College de mogelijkheid te beslissen over gevallen waarin de verordening niet voorziet. Het College heeft van dit artikel in dit geval geen gebruik gemaakt en is tot het voorstel scenario 2a gekomen.
b) De vraagstelling is verwarrend. Een basisschool heeft op basis van de verordening geen recht op een eigen gymzaal maar recht op een aantal klokuren bewegingsonderwijs. Een gymzaal is daarom ook niet als voorziening in de huisvesting opgenomen in art 2 Verordening en kan dus ook niet worden aangevraagd.
3.
Abbb’s
c) Kan aldus worden bevestigd dat de verordening voorziet in de hier voorliggende vraag van wel of geen gymzaal en maatwerk dus niet aan de orde is?
c) Nee, de verordening voorziet in de mogelijkheid om een basisschool een gymzaal toe te kennen. Het college kan besluiten de, mogelijk te realiseren, gymzaal in eigendom over te dragen aan de school. Hiertoe heeft het college echter geen voornemens.
Op basis van de commissievergadering zou de suggestie kunnen zijn blijven hangen dat het wel publiekelijk bekostigen van een gymzaal voor de ene school, maar niet voor de andere school, terwijl beiden er op basis van de verordening niet voor in aanmerking komen, op geen enkele manier een precedent zou scheppen.
Een gymzaal is geen voorziening die een basisschool op basis van de verordening kan aanvragen. Een gemeente kan wel besluiten een gymzaal te realiseren om te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte voor het bewegingsonderwijs. Hierbij is de argumentatie op basis waarvan dit besluit wordt genomen van belang voor de mogelijkheid van precedentwerking. Omdat de omstandigheden per school verschillen, zal echter niet snel sprake zijn van een precedentwerking. Een succesvol beroep op het rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel of het verbod op willekeur achten we dan ook niet kansrijk. Het verbod van detournement de pouvoir is ons inziens in deze niet relevant.
Graag – vanuit technisch (juridisch) perspectief – een schriftelijke uiteenzetting van dergelijk verondersteld gedrag van de Gemeenteraad en in het verlengde daarvan het College in het licht van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, te weten: • • • • • 4.
Impact scenario 2b op doelmatige aanwending sporthal
Rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel Gelijkheidsbeginsel Verbod van détournement de pouvoir Materiële zorgvuldigheid Evenredigheidsbeginsel (willekeurverbod)
Wat is de structurele impact van het vervallen van de klokuren bewegingsonderwijs GDT binnen de benutte capaciteit van de sporthal? Wat betekent dit structureel voor de exploitatie van de sporthal?
De GDT maakt dit schooljaar voor 11:45 uur gebruik van de sporthal. Zij heeft recht op 16:30 uur. Dit is ook de behoefte voor de lange termijn.
5.
Impact scenario 2b op stedenbouwkundig beeld en buitenruimte
a) Kan gevisualiseerd worden wat de verwachte impact van scenario 2b is voor specifiek de direct omwonenden aan de Juffermansstraat in termen van hoge muren aan rooilijnen et cetera? b) Kan beschreven wordt wat de verwachte impact van scenario 2b is voor oppervlakte schoolplein en de buurtfunctie die dit in de praktijk heeft? c) Is er reeds een advies van de monumenten- en/of welstandscommissie beschikbaar inzake scenario 2b, zo ja, kan dit verstrekt worden?
Een eigen gymzaal heeft voor de exploitatie van de sporthal geen gevolg. De gemeente stelt de gymaccommodaties voor het geven van bewegingsonderwijs om niet beschikbaar aan de scholen (zie bijlage 3 raadsvoorstel). a) Zie bijlage 1A en1B en onderstaande link: https://wetransfer.com/downloads/a4d1 1fb1b7210b08edd487461479bb3f20211 124102436/327db12618e71fcaced9125c 6b12092320211124102534/643eb1 b) Het schoolplein wordt bij scenario 2A 2.954 m2 en bij scenario 2B 2.590 m2. Op basis van de verordening moet het schoolterrein minimaal 600 m2 zijn. Het plein is buiten schooltijden algemeen toegankelijk. De verwachting is dat de school toe blijft staan dat kinderen uit de buurt er gebruik van maken. Het schoolplein maakt geen onderdeel uit van de gemeentelijke speelvoorzieningen. De school ontvangt hiervoor ook geen vergoeding van de gemeente. Het openstellen is dus eigen beleid van de school. c) ja, zie bijlage 2. De
monumentencommissie (mc) heeft gereageerd op het voorliggende raadsvoorstel. De mc geeft de voorkeur aan moderne nieuwbouw op een locatie elders in de buurt en het herbestemmen
van het bestaande monument. Zij heeft zich vervolgens uitgesproken voor de opties behoud voorgevel en nieuwbouw er achter al dan niet met gymzaal en BSO. 6.
Impact scenario 2b op financiele positie middellangetermijn ihb 130% nettoschuldquote irt andere noodzakelijke investeringen.
Op grond van de recent vastgestelde begroting is het doel van het College om de schuldquote niet meer dan 130% te laten bedragen. In de recent vastgestelde begroting is voor de GDT gerekend met een investeringskrediet van 8.9 mio, conform het door het College voorgestelde scenario 2a. Uit de recent vastgestelde begroting vloeit voort dat met inachtneming van onder meer dit krediet, de nettoschuldquote in 2025 69,3mio bedraagt oftewel een nettoschuldquote van plm. 120% (75 mio). a) Nee, dit kan niet worden bevestigd a. Kan bevestigd worden dat met het aannemen van omdat de raad zich nog niet heeft scenario 2b de verwachte schuld verder stijgt naar plm. uitgesproken over de investeringen in 71.5 mio? En dus naar een nettoschuldquote van plm. het MJOP. De investering voor de 124%? Indien vragensteller de plank misslaat graag het gymzaal en ruimte BSO is €2,1 miljoen. juiste percentage. Dit leidt tot een stijging van de netto b. Kan bevestigd worden dat met het aannemen van schuldquote van 3,7 % scenario 2b en een structurele daling van de inkomsten b) Negatieve gevolgen van herverdeling van de gemeente met 1mio als gevolg van herverdeling gemeentefonds leiden er niet gemeentefonds de nettoschuldquote stijgt naar 126% en automatisch toe dat de schuldquote in bij 2 mio minder naar plm. 128%? Indien vragensteller de 2025 verder stijgt.
Wanneer de plank misslaat graag het juiste percentage. herverdeling van het gemeentefonds c. Is in de investeringsramingen zoals opgenomen in de bekend is, ondernemen we stappen om begroting 2022 e.v. reeds ten volle rekening gehouden de eventuele negatief gevolgen voor met (bouw)kostenstijgingen tot en met het jaar van de gemeente minimaliseren. Bij een uitvoering? Is het aannemelijk dat met name de structurele daling van € 1 mio bouwkredieten nog bijgeplust zullen moeten als het inkomsten uit het gemeentefonds stijgt gevolg van de voortdurende bouwkostenstijgingen? Met de netto schuldquote met 2 %. welke stijging per jaar moet rekening gehouden worden? c) Er is rekening gehouden met een Wat zou dit betekenen voor de schuldquote in 2025 zoals prijsindexatie per jaar tot en met gehanteerd onder vraag a. en b.? oplevering van het werk op basis van
7.
Onderbouwing voorbereidingskrediet
d. Laten we veronderstellen dat het allemaal meevalt: bouwkosten stijgen niet en de herverdeling van het gemeentefonds leidt slechts tot een verlies van 500k aan inkomsten structureel: hoeveel absolute investeringsruimte in miljoenen euro’s is er dan bovenop de in de begroting reeds verwerkte kredieten na het aannemen van scenario 2b nog tot 2025 voor dit en het volgende College, met inachtneming van het doel van maximaal 130% schuldquote? e. Biedt het antwoord op vraag d) voldoende investeringsruimte om alle technisch en/of juridisch gezien noodzakelijke investeringen uit het MJOP tot en met 2025 te realiseren? Een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’ volstaat. f. Als e) = “Nee”, bevat het MJOP investeringsposten die vanuit technisch perspectief objectief gezien noodzakelijker zijn dan het realiseren van een “wenselijke” gymzaal bij de GDT? Met objectief wordt hier bedoeld: op basis van a) wet- en regelgeving, b) reeds aangegane verplichtingen, c) de technische conditie van een object en d) eerder door de raad ingezet beleid.
de BDB index. Dit is een verwachting. De praktijk kan uiteraard anders uitvallen. d) Hier komen we op terug bij vaststellen MJOP. e) Dit is een politieke afweging en is mede afhankelijk welke investeringsposten uit het MJOP als noodzakelijk en urgent worden gezien en welke keuzes hierin worden gemaakt. f) Zie beantwoording e.
a) Waar is de hoogte van het voorbereidingskrediet groot 500k op gebaseerd (raming op hoofdlijnen)? b) Zijn hier ook de kosten voor de tijdelijke huisvesting Hazenboslaan bij ingebrepen? c) Indien ‘nee’ op b): zijn deze kosten inbegrepen bij het krediet van 8.9mio? d) Indien ‘nee’ op c): zijn deze kosten elders reeds gedekt? e) Indien ‘nee’ op d) is de tijdelijke huisvesting gratis en/of niet voor rekening van de gemeente?
a) Gebruikelijk is een percentage van 8% van de bouwkosten (zie bijlage 4b3 raadsvoorstel). b) Nee c) Ja, zie bijlage 4a raadsvoorstel d) N.v.t. e) N.v.t.
f)
8.
Scenario 2c
Indien ‘nee’ op e) met welke kosten voor de tijdelijke huisvesting moet rekening worden gehouden, en drukken die op de schuldpositie?
a) Zou het vanuit technisch perspectief mogelijk zijn dat de raad kiest voor het door de fractie van HVO geopperde ‘2c’: wel BSO, geen gymzaal, waarbij voor de BSO geldt dat tegen de extra lasten ook extra inkomsten staan obv martkconformiteit, en dat het college met een uitwerking hiervan terugkomt op het moment dat daadwerkelijk an de gemeenteraad om het autoriseren van een krediet wordt verzocht? Zo nee, waarom niet? b) Is de veronderstelling juist dat dit eventuele scenario 2c naar verwachting vanuit stedenbouwkundig perspectief fors minder impact op de omgeving heeft, dan variant 2b?
a) ja b) nee, de monumentencommissie maakt in zijn advies geen onderscheid tussen de beide varianten. Wij verwachten daarom dat er geen fors verschil in impact zal zijn.