CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Begrotingsuitgangspunten VRHM 2022

commissie Regiozaken 18 maart 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Veiligheidsregio Hollands Midden - VRHM7.687 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

5.

1. Samenvatting voorstel De Begrotingsuitgangspunten VRHM 2022 vormen de basis voor de nog op te stellen Begroting VRHM 2022 (incl. meerjarenraming 2023-2025). Deze uitgangspunten worden vastgesteld in het Algemeen Bestuur van 18 februari 2021. De (Ontwerp-)Programmabegroting VRHM 2022 wordt geagendeerd in het Dagelijks Bestuur van 25 maart 2021 en in het Algemeen Bestuur van 24 juni 2021. Het beleidskader voor 2022 wordt gevormd door het Regionaal Beleidsplan VRHM 2020-2023 ‘Veiligheid in samenhang’. In het nieuwe beleidsplan zijn alle taken (meldkamer, brandweerzorg, GHOR, risico- en crisisbeheersing en bevolkingszorg) van de veiligheidsregio opgenomen en vormt daarmee de beleidsagenda voor de veiligheidsregio en haar partners. Het beleidsplan geeft richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio als geheel en van de afzonderlijke taken. Dit alles in samenhang en samenwerking met gemeenten en partners. In het beleidsplan staan gezamenlijke doelen en afzonderlijke doelen per taak geformuleerd (‘wat’). De concrete uitwerking per doel (‘hoe’) vindt plaats via het jaarplan, dat jaarlijks aan het bestuur wordt voorgelegd. Hiermee wordt de planning en control-cyclus en het resultaatgericht werken versterkt. Het financiële kader (m.n.

indexering) voor 2022 wordt gevormd door de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden (FKGR) voor begrotingen 2022, opgesteld door het financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden onder voorzitterschap van wethouder Michiel Bunnik (Gouda). De toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt 1,4% voor beloning werknemers en 1,1% voor netto materieel. Voor de VRHM betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 1,30% t.o.v. 2021.

2. Algemeen Onderwerp: Voorstel t.b.v. vergadering: Agendapunt: Portefeuille: Vervolgtraject besluitvorming:

Begrotingsuitgangspunten VRHM 2022 Algemeen Bestuur

Opgesteld door: Datum

Ernst Breider Concerncontroller 18 februari 2021

5.

Bijlage(n):

-

C. Visser (DB) H. Zuidijk (VD) OntwerpProgrammabegroting 2022

Status:

Besluitvormend

Datum:

25 maart 2021 (DB)

3. Besluit Het Algemeen Bestuur besluit als volgt de Begrotingsuitgangspunten VRHM 2022 vast te stellen: 1. De gemeentelijke bijdragen 2022 e.v. in de begroting van de Veiligheidsregio Hollands Midden voor de periode 2022-2025 initieel vast te stellen op € 51.883.220. Daarbij is rekening gehouden met de indexering voor 2022 van 1,30% positief t.o.v. 2021 conform het voorstel Financiële kaderstelling gemeenschappelijker regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022 gemeenschappelijke regelingen. 2. In de (Ontwerp)begroting VRHM 2022 vermelden van de risico’s als genoemd in paragraaf 7 van dit voorstel.

3. De gemeenteraden te informeren over de vastgestelde Begrotingsuitgangspunten VRHM 2022.

4. Toelichting op het besluit In deze beslisnotitie zijn de begrotingsuitgangspunten voor de Begroting van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden voor het begrotingsjaar 2022 en de meerjarenraming 20232025 opgenomen. A. Beleidskader VRHM 2022 De veiligheidsregio staat voor de (fysieke) veiligheid van burgers, bedrijven en instellingen. Naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en veranderende risico’s in de samenleving is in het Regionaal Beleidsplan de koers bepaald voor de veiligheidsregio voor de periode 2020-2023. Gelet op de netwerkfunctie van de veiligheidsregio vormt het beleidsplan niet alleen de beleidsagenda van de veiligheidsregio, maar ook van de gemeenten en de overige partners. Samenhang en samenwerking zijn de uitgangspunten om de beleidsagenda en de daarin geformuleerde doelen te realiseren en om zo te werken aan de veiligheid en continuïteit van de samenleving in de regio. Naast de beleidsdoelen op de vijf taken van de veiligheidsregio (meldkamer, brandweerzorg, GHOR, risico- en crisisbeheersing en bevolkingszorg), zijn in het beleidsplan ook gezamenlijke doelen benoemd die gelden voor de gezamenlijke taakuitvoering over alle taken. Hieraan zal vanuit alle organisatieonderdelen van de veiligheidsregio een bijdrage worden geleverd.

De in het beleidsplan geformuleerde beleidsdoelen geven richting aan de ontwikkeling en positionering van de veiligheidsregio. Daarnaast is in het beleidsplan ook aandacht voor het vele dagelijkse werk. Als veiligheidsregio, hulpdienst en crisisorganisatie staat de organisatie altijd paraat om de burger in nood te helpen. Het beleidsplan geeft een compact overzicht van wie de veiligheidsregio is en wat zij doet. De doelen in het beleidsplan worden elk jaar nader uitgewerkt en geconcretiseerd in het jaarplan. In het jaarplan geeft de veiligheidsregio aan welke activiteiten zij gaan doen om deze doelen te realiseren. Hierover blijft de veiligheidsregio in gesprek met het bestuur, de medewerkers, de gemeenten, burgers, bedrijven, instellingen en overige partners. Samen sterk voor veiligheid! Voor de periode 2020 - 2023 zijn de doelen: Gezamenlijke doelen voor de veiligheidsregio - De VRHM kent en duidt de risico’s uit het regionaal risicoprofiel en vertaalt deze naar maatregelen voor de hele veiligheidsketen. - De VRHM maakt burgers meer zelfredzaam en richt zich op risicogroepen. - De VRHM heeft competente adviseurs binnen het nieuwe omgevingsrecht. - De VRHM maakt meer en slimmer gebruik van informatie. - De VRHM vergroot het inzicht in haar presteren. - De VRHM kent haar partners (partnerprofiel). - De VRHM werkt met en voor gemeenten aan (fysieke) veiligheid.

Doelen voor de meldkamer - De VRHM heeft een sterke meldkamer samen met de Veiligheidsregio Haaglanden en de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). - De meldkamer is van en voor de veiligheidsregio/brandweer. Doelen voor brandweerzorg - De VRHM werkt met paraatheid op maat.

2 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

-

De VRHM vergroot haar inbreng in de veiligheidsketen. De VRHM staat in de (lokale) gemeenschap.

Doelen voor GHOR - De VRHM vernieuwt de informatiedeling tussen de zorgketen en de crisisorganisatie. Doelen voor risico- en crisisbeheersing - De VRHM versterkt het risicomanagement. - De VRHM moderniseert de crisisorganisatie. Doelen voor bevolkingszorg - De VRHM werkt aan en voor een meer slagvaardige gemeentelijke crisisorganisatie. - De VRHM is het (kennis)knooppunt tussen gemeenten en veiligheidsregio. Doelen voor bedrijfsvoering - De VRHM werkt aan duurzaamheid van materieel, materiaal en mensen. - De VRHM werkt aan een presterende organisatie. - De VRHM werkt aan een wendbare organisatie. B. Financieel kader VRHM 2022 Voor het begrotingsjaar 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 zijn de bestuurlijke uitgangspunten (AB 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019) bepalend (zie paragraaf B1 onderstaand). Daarnaast zijn de afspraken in de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor de begrotingen 2022 uitgangspunt van indexering en algemene taakstelling (zie paragraaf B3 onderstaand). Kostenniveau Brandweer Hollands Midden 2009-2018 Bij het besluit tot regionalisering en start van Brandweer Hollands Midden in 2011 is 2009 als referentiejaar voor het gewenste referentiebudget (kostenniveau) gehanteerd. Dit referentiebudget werd jaarlijks geïndexeerd.

Dit is de Cebeon-norm gaan heten. Het gebruik van deze systematiek leverde een objectieve verdeelsleutel op tussen gemeenten en een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken. Brandweer Hollands Midden zat in 2009 16,6% boven de Cebeon-norm, voor een bedrag van € 6,2 mln. De nieuwe brandweerorganisatie kreeg de bezuinigingsopgave mee om de brandweerzorg te realiseren voor maximaal deze Cebeon-norm. Het (bezuinigings-)beleid in deze wordt in het spraakgebruik aangehaald als de ‘routekaart-Cebeon’. De bestuurlijke afspraken over de Cebeonnorm en de routekaart-Cebeon voor Brandweer Hollands Midden zijn gemaakt tot en met 2018. Naast de grote (financiële) inspanning voor het realiseren van de bezuinigingsopgave binnen de routekaart-Cebeon, is de VRHM/brandweer in staat geweest uitvoering te geven aan de inrichting en ontwikkelopgave van een nieuwe organisatie, aan een bijdrage aan de (strategische) agenda van het Veiligheidsberaad en aan de uitvoeringsagenda van Brandweer Nederland. Binnen de Cebeon-norm is VRHM/brandweer in staat gebleken een kwalitatieve verbetering te bewerkstelligen zowel in brandweerzorg als in de crisisbeheersingsorganisatie. B.1 Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (AB 31 maart 2016): a.

het Bestuur houdt vast aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak;

3 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

b. aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt één maal in de vierjaar (gelijk de beleidsplan periode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplan periode; c. indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplan periode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplan periode direct aangepast; d. het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplan periode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen; e. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode hoger is dan de voorgaande periode wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl. innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen; f. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode lager is dan de voorgaande periode worden bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (o.a. voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken eventuele bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben.

B.2 Toepassing financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen (in de praktijk) In de uitwerking van de begrotingen wordt bovenstaand in de praktijk als volgt toegepast: ▪ Het kostenniveau is het geïndexeerde referentiebudget 2009. ▪ Autonome- en exogene ontwikkelingen, c.q. nieuw beleid, worden per jaar en niet per beleidsplanperiode alleen toegekend na onderbouwing en bestuurlijke goedkeuring. ▪ Basis van facturatie is het factuurbedrag T-1. ▪ Dit is ook de basis van indexering voor het jaar T. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor het programma Brandweer en Crisisbeheersing (taken brandweerzorg en risico- en crisisbeheersing, vanaf 2020 incl. Veiligheidsbureau) vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire T-2. ▪ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor de programma’s Meldkamer Brandweer Hollands Midden (taak meldkamer) en Oranje Kolom (taak bevolkingszorg) vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken). ▪ Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud van het gemeentefonds herijkt. B.3 Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen 2022 De kaderstelling voor 2022 is bij brief d.d. 4 november 2020 aangeboden aan de Dagelijks Besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1.

De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar: Voor arbeid: • de Prijs overheidsconsumptie werknemers beloning werknemers 2022: 1,3%; • correctie T-2: +2,1%, correctie T-2: -2,0%, netto correctie: +0.1%; • de toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt daarmee 1,4% voor beloning werknemers. Voor materieel: • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2022: 1,5%; • correctie T-2: -0,1%, correctie T-2: -0,3%, netto correctie: -0.4%; • de toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt daarmee 1,1% voor netto materieel. 2. In deze nieuwe systematiek van de FKGR wordt de indexering voor 2022 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2020 en 2021. De indexering voor 2022 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2020 (de grondslag voor de septembercirculaire 2020). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2022 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald. In

4 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2020 met betrekking tot 2020 en 2021 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2022. 3. Daarnaast doet de FKGR een algemene oproep aan de gemeenschappelijke regelingen om te bezien hoe de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage zouden kunnen leveren om de ontstane tekorten bij gemeenten te reduceren. Daarbij opteert de bestuurlijke werkgroep expliciet niet voor een generieke taakstelling, aangezien de bestuurlijke werkgroep zich bewust is van het feit dat de gemeenschappelijke regelingen hiervoor te zeer van elkaar kunnen verschillen. Ook geeft de bestuurlijke werkgroep geen inhoudelijke richtingen aan, aangezien dit is voorbehouden aan het dagelijks en algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Conform de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor 2022 betekent dit voor de VHRM een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 1,3% t.o.v. 2021.

beloning werknemers netto materieel Index VRHM 2022

FKGR 1,4% 1,1%

aandeel in lasten 66,1% 33,9%

Index VRHM 2022 0,93% 0,37% 1,30%

Bovenstaande verhouding is gebaseerd op de economische kostencategorieën in de Programmabegroting VRHM 2021: PB 2021 Arbeid Salarissen en sociale lasten

Ec. Cat.

34.714.002

1.1

Materieel Duurzame goederen Ingeleend personeel 2.074.930 Overige goederen en diensten 15.825.662 Inkomensoverdrachten -80.000

3.2 3.5.1 3.8 4.3.x

Totaal

52.534.594

Verhouding Arbeid Materieel

bedragen procenten 34.714.002 66,1% 17.820.592 33,9%

Voor de GHOR (onderdeel van de begroting RDOG Hollands Midden) betekent dit een gewogen indexering van 1,34% t.o.v. 2021, gebaseerd op een verhouding die de RDOG Hollands Midden hanteert van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het AB RDOG van 9 december 2020 is deze indexering vastgesteld. In de vergadering van het AB RDOG van 7 april 2021 worden de uitgangspunten voor de begroting 2022 RDOG vastgesteld. B.4 Reactie van het Dagelijks Bestuur VRHM op de algemene oproep FKGR tot bijdrage GR-en aan reductie tekorten gemeenten (brief 8 december 2020, cc colleges B&W) Het bestuur van de VRHM is zich bewust van de financiële problemen van gemeenten en dat de financiële positie van gemeenten zorgelijk is als gevolg van aanhoudende tekorten in het sociaal domein en de opschalingskorting. Daar komen de kosten voor de coronacrisis nog bovenop.

5 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

Wij willen u in herinnering brengen dat de algemene financieringsafspraak tussen de VRHM en de gemeenten is, dat de kosten van de veiligheidsregio gedekt worden via het clusteronderdeel voor brandweerzorg en rampenbestrijding in het gemeentefonds (Cebeon-norm), minus een deel ter dekking van de gemeentelijke kosten voor rampenbestrijding. Om aan deze Cebeon-norm te kunnen voldoen heeft de VRHM in 2018 een bezuinigingsopdracht afgerond van € 6,2 miljoen (16,6%). Na realisatie van voornoemde bezuinigingsopdracht is in 2019 door de werkgroep FKGR onderzoek gedaan naar de financiële situatie van de VRHM. Hierbij is aangetoond dat de financiële situatie precair is om een structureel en reëel sluitende begroting en meerjarenbeeld te realiseren. Daarnaast laat inmiddels een door het bureau Cebeon gemaakte berekening, op basis van de meest recente inzichten in het gemeentefonds (Gemeentefonds Septembercirculaire 2020), het volgende beeld zien ten aanzien van de objectieve budgetten die gemeenten in Hollands Midden krijgen via het gemeentefonds, voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (minus het deel ter dekking van de gemeentelijke kosten voor rampenbestrijding): 2020: € 52,3 mln. 2021: € 53,5 mln. (+ € 1,2 mln.) 2022: € 54,5 mln. (+ € 1,0 mln., cum. € + € 2,2 mln.) 2023: € 55,2 mln. (+ € 0,7 mln., cum.

€ + € 2,9 mln.) In de Programmabegroting VRHM 2021 zijn de gemeentelijke bijdragen vastgesteld op € 51,3 mln., € 2,2 mln. lager dan de actuele Cebeon-norm. Deze vastgestelde gemeentelijke bijdragen vormen het financieel plafond gedurende de beleidsplanperiode 2020-2023, zoals vastgesteld bij de bestuurlijke besluitvorming over het nieuwe regionaal beleidsplan in 2020. Binnen dit vastgestelde financieel plafond kent de VRHM een aantal grote uitdagingen als gevolg van autonome en exogene ontwikkelingen. Momenteel bekende ontwikkelingen, gemeld in de risicoparagrafen en bestuursrapportages, zijn: extra kosten meldkamer Brandweer Hollands Midden als gevolg van start Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) en verrekening actuele bezetting en salariskosten van de brandweer-centralisten voor Hollands Midden i.p.v. de (lagere) lumpsum, extra kosten aansluiting bij (eigen) werkgeversorganisatie Veiligheidsregio’s, extra kosten als gevolg van vervroegde uitstroom beroepsbrandweerpersoneel (vóór het einde 20-jarig dienstverband) en daling van baten als gevolg van financiering Externe Veiligheid als onderdeel van het gemeentefonds. De VRHM staat voor de grote uitdaging om deze ontwikkelingen binnen het vastgesteld financieel plafond op te vangen.

Resumerend is de financiële positie van de VRHM niet dusdanig dat een structurele bijdrage kan worden geleverd aan de ombuigingsopgave van gemeenten, zonder dat dit ten koste gaat van het kwaliteitsniveau van de brandweerzorg en de crisisorganisatie. Juist dit jaar heeft de situatie rondom COVID-19 laten zien dat een vakbekwame crisisorganisatie van evident belang is om bestuurlijk en operationeel snel en slagvaardig te kunnen handelen.

5. Kader Het kader is wet- en regelgeving alsmede door het bestuur ingezet beleid waarbij een structureel in evenwicht zijnde begroting (inclusief meerjarenramingen) dient te worden aangeboden, die rekening houdt met actuele ontwikkelingen en risico’s.

6 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

6. Financiële consequenties Brandweer en Meldkamer Bevolkings Zorg BrW HM Crisisbeheersing 627.532 885.642 49.704.220 8.158 11.513 646.155 635.690 897.155 50.350.375

Totaal VRHM 51.217.394 665.826 51.883.220

Brandweer en Meldkamer Bevolkings Zorg BrW HM Crisisbeheersing Gemeente 87.995 124.387 6.486.395 Alphen aan den Rijn 27.254 38.541 2.222.500 Bodegraven-Reeuwijk 57.970 81.628 4.679.161 Gouda 17.222 24.096 1.203.949 Hillegom 21.308 30.074 1.743.882 Kaag en Braasem 52.137 73.721 3.514.512 Katwijk 44.600 63.010 3.356.066 Krimpenerwaard 99.908 141.389 10.247.922 Leiden 21.917 31.070 1.676.079 Leiderdorp 18.354 26.039 1.435.154 Lisse 22.552 31.765 1.582.434 Nieuwkoop 34.083 48.050 2.958.840 Noordwijk 19.073 26.880 1.329.820 Oegstgeest 29.161 41.050 1.984.267 Teylingen 20.453 28.940 1.369.281 Voorschoten 21.439 29.692 1.504.744 Waddinxveen 6.759 9.553 668.625 Zoeterwoude 33.503 47.272 2.386.743 Zuidplas 635.690 897.155 50.350.375 Totaal Hollands Midden

Totaal VRHM 6.698.778 2.288.294 4.818.759 1.245.268 1.795.264 3.640.370 3.463.676 10.489.220 1.729.066 1.479.546 1.636.751 3.040.973 1.375.773 2.054.478 1.418.675 1.555.875 684.936 2.467.518 51.883.220

Bijdrage 2021 - factuur Index 2022: 1,3% Bijdrage 2022 - factuur

7. Ontwikkelingen en risico’s In de (Ontwerp)begroting 2022 worden de navolgende ontwikkelingen en risico’s onderkend: Evaluatie van de wet veiligheidsregio’s Tien jaar na de invoering van de Wet veiligheidsregio’s heeft de evaluatiecommissie Wet Veiligheidsregio’s in opdracht van de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) onderzocht of de wet aansluit bij de huidige situatie. Ook is onderzocht of de wet voldoende is voorbereid op toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing in het algemeen. Op 4 december 2020 heeft de evaluatiecommissie haar eindrapport aan de minister van JenV aangeboden. Het rapport biedt handvatten voor de verdere ontwikkeling van de crisisbeheersing en brandweerzorg. Zowel als gezamenlijke opgave van de veiligheidsregio’s onderling als in de samenwerking met de Rijksoverheid: Algemeen/Wet (o.a.) • De Wet veiligheidsregio’s wijzigen in de Wet crisisbeheersing en brandweerzorg. • Crisisbeheersing en brandweerzorg blijven organiseren via een wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling.

7 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

Crisisbeheersing (o.a.) • De regie over crisisbeheersing decentraal beleggen bij de burgemeesters en voorzitters veiligheidsregio en centraal bij de minister van JenV. De burgemeester, voorzitter veiligheidsregio en de minister van JenV krijgen wettelijke bevoegdheden om te interveniëren wanneer samenwerking ontbreekt of niet het gewenste resultaat geeft. • Crisisbeheersing (risicoanalyse, preparatie, respons en herstel) flexibel vormgeven afhankelijk van de aard en omvang van specifieke risico’s en crises. • Crisisbeheersing inrichten als cyclisch proces dat risicoanalyse, preparatie, respons en herstel omvat en waarvoor alle bij de crisisbeheersing betrokken partners gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. • Crisisbeheersing vormgeven via netwerksamenwerking. • Organisaties in de zorg zelf primair verantwoordelijk te maken voor de coördinatie van opgeschaalde geneeskundige hulpverlening. De algemeen besturen van de veiligheidsregio’s verantwoordelijk te maken voor de regie op dit proces. • De verantwoordelijkheid voor de regie op bevolkingszorg te beleggen bij de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s. • Crisiscommunicatie te beschouwen als eigenstandig proces onder verantwoordelijkheid van gemeenten. De algemeen besturen van de veiligheidsregio’s verantwoordelijk te maken voor de regie op dit proces. • Het gezamenlijk opstellen van kwaliteitsnormen.

Het toezicht op het stelsel moet daarop aansluiten. Brandweerzorg (o.a.) • De besturen van de veiligheidsregio’s moeten gezamenlijk verantwoordelijk worden voor het periodiek formuleren van landelijke opgaven voor de brandweer. En voor het vaststellen en handhaven van normen en standaarden voor brandweerzorg. • De algemeen besturen van de veiligheidsregio’s collectief verantwoordelijk te maken voor risicoanalyse, risicobeheersing, preparatie, respons en herstel van regio-overstijgende (risico’s) op branden en ongevallen. • De brandweer wettelijk te positioneren als orgaan dat verantwoordelijk is voor het adviseren, stimuleren en regisseren van brandveiligheid. Randvoorwaarden (o.a.) • Wettelijke basis creëren voor gemeenschappelijke informatievoorziening in alle fasen van crisisbeheersing en brandweerzorg onder regie van burgemeesters, voorzitters veiligheidsregio en minister van JenV. • Financiering door combinatie van landelijke Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) en gemeentelijke (gemeentefonds) financiering. En in de financiering wettelijk onderscheid te maken naar de taken voor crisisbeheersing en taken voor brandweerzorg.

Het Veiligheidsberaad, de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en de Raad van Directeuren Publieke Gezondheid (DPG’en), georganiseerd in GGD GHOR Nederland, hebben hun kabinetsreactie op het evaluatierapport meegegeven aan de minister van JenV. Hoewel de evaluatie na de val van het kabinet als controversieel is verklaard, is het de inzet van de minister om voor het voorjaars- en verkiezingsreces 2021 namens het kabinet een eerste reactie op hoofdlijnen op dit rapport aan de Tweede Kamer te sturen.

8 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen Het wetsvoorstel moet ertoe leiden dat democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen wordt versterkt d.m.v. het verruimen van de mogelijkheden voor vertegenwoordigende organen van de decentrale overheden om invloed uit te oefenen op de bestuursvoering van de samenwerkingsverbanden die hun grondslag vinden in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast leidt het wetsvoorstel ertoe dat de ruimte voor differentiatie binnen gemeenschappelijke regelingen zal worden vergroot. Veranderingen in de P&C-cyclus De datum voor het zenden van de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten door het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam wordt verplaatst van 15 april naar 30 april in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden makkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente.

Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later. Dit gebeurt door drie wijzigingen: - de kadernota moet voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april; - de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus; en - de ontwerpbegroting moet uiterlijk 10 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken. Het wetsvoorstel treedt in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bestaande gemeenschappelijke regelingen zullen moeten worden aangepast als deze wijziging in werking is getreden. Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. De voorbereidingen voor de implementatie van de Omgevingswet zijn, ook in Hollands Midden, in volle gang. Medewerkers worden opgeleid, documenten met richtlijnen voor de medewerkers worden geschreven en met de verschillende partners worden werkafspraken gemaakt.

De verwachting is dat ook na 1 januari 2022 de behoefte zal bestaan om mensen te trainen en op te leiden, om zo de dienstverlening samen met de gemeenten en de partners te verbeteren. Tweede visitatieronde Sinds 2014 geven de veiligheidsregio’s invulling aan de visitaties in de veiligheidsregio’s, zoals bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s. In artikel 56 Wvr staat dat het bestuur van de veiligheidsregio verantwoordelijk is dat er eenmaal in de vijf jaar een visitatie dor een visitatiecommissie wordt verricht. In de periode 2014-2019 zijn alle visitatieregio’s gevisiteerd. De tweede visitatieronde stond aanvankelijk gepland voor 2020-2024 en zou in het voorjaar starten met drie pilotvisitaties. Als gevolg van de coronacrisis zijn de pilots niet doorgegaan. De consequentie van de afgelasting is dat de

9 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

definitieve planning voor de tweede visitatieronde moet worden herzien (op zijn vroegst de periode 2021-2025), waardoor niet kan worden voldaan aan de wettelijke termijn. Het bestuur van de veiligheidsregio is belast met deze verantwoordelijkheid (art. 56 Wvr). Het Veiligheidsberaad heeft als collectief ingestemd met uitstel van de tweede visitatieronde en de minister van JenV hierover per brief geïnformeerd. Taakdifferentiatie brandweer - taakdifferentiatie tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers Het Veiligheidsberaad laat onderzoek uitvoeren naar een passende rechtspositie voor brandweervrijwilligers. Bij de uitwerking van de Wnra is geconstateerd dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers in strijd is met Europese wet- en regelgeving en het gelijkheidsbeginsel in het algemeen. De reden hiervan is dat werkzaamheden en aanstellingseisen van beroepskrachten en vrijwilligers gelijk zijn, zodat brandweervrijwilligers op grond van het gelijkheidsbeginsel door hun werkgevers – de veiligheidsregio’s – feitelijk als deeltijdwerkers beschouwd zouden moeten worden. Er bestaat dus een reëel risico dat brandweervrijwilligers als deeltijdmedewerkers moeten worden aangemerkt. Dat betekent dat zij een arbeidscontract moeten hebben, pensioen opbouwen, et cetera.

Op 14 juni 2019 hebben het Veiligheidsberaad en minister van JenV besloten tot oprichting van een denktank om de mogelijkheden te onderzoeken om een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. De denktank heeft op 9 december 2019 een denkrichting gepresenteerd die onderscheid maakt in termen van: - Verplichte beschikbaarheid: de beroepsmedewerker heeft een verplichte beschikbaarheid (o.b.v. rooster of piket), terwijl de vrijwilliger nooit een verplichting heeft om een taak uit te voeren of beschikbaar te zijn. - Aantal repressieve taken: de beroepsmedewerker voert meer repressieve brandweertaken uit, aangezien de beroepsmedewerker naast de basistaken nog ten minste drie specialistische taken uitvoert (vrijwilliger maximaal één specialistische taak). - Type taken: voor de beroepsmedewerker geldt dat deze naast de repressieve taken tevens koude taken en nieuwe taken in het kader van de ‘bredere maatschappelijke inzet’ uitvoert, in tegenstelling tot de vrijwilliger. - Vakbekwaam worden en blijven: de beroepsmedewerker volgt een opleiding met een langere opleidingsduur dan de vrijwilliger en het vakbekwaam blijven vraagt voor de beroepsmedewerker meer inspanning. Het Veiligheidsberaad en de minister van JenV hebben besloten om het voorgestelde model taakdifferentiatie in alle 25 veiligheidsregio’s te onderzoeken op de consequenties.

Er is een uniforme uitvraag gedaan in de regio’s om op basis van de regionale beelden tot een landelijk beeld te komen. Vanwege de Covid-19 crisis is het traject tijdelijk opgeschort. Inmiddels zijn de werkzaamheden weer opgepakt en worden de resultaten van de uitvraag in het Veiligheidsberaad van februari 2021 besproken. De taakdifferentiatie van brandweervrijwilligers raakt ook het programma Vrijwilligheid. Er is sinds 2019 een koppeling gelegd tussen dat programma en het traject taakdifferentiatie om wederzijds gebruik te maken van elkaars kennis en informatie. Op 8 oktober 2018 heeft het Veiligheidsberaad ingestemd met het programmaplan Vrijwilligheid. Het programmaplan bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat uit van het huidige stelsel en is gericht op het verbeteren van de inzet van brandweervrijwilligers in het hier en nu. In het tweede deel is gekeken worden naar het huidige stelsel en naar toekomstige mogelijkheden. Onderzoek vanuit het programma heeft bijgedragen aan een

10 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

beter inzicht in de rechtspositie van brandweervrijwilligers in andere Europese landen. Ook is inzicht opgedaan waarom burgers in de toekomst wel of niet actief willen worden als brandweervrijwilliger. En is onderzoek gedaan naar wat de brandweer kan leren van andere organisaties die met vrijwilliger werken. Belevingsonderzoek brandweerpersoneel 2021 In 2017-2018 zijn in opdracht van het Veiligheidsberaad voor het eerst de onderzoeken ‘Brandweerstatistiek’ en ‘Beleving repressief brandweerpersoneel’ uitgevoerd. Op 8 juni 2018 heeft het Veiligheidsberaad opdracht gegeven voor periodiek vervolgonderzoek: jaarlijks voor de brandweerstatistiek (‘Brandweerkerndata’) en vierjaarlijks voor het belevingsonderzoek. Medio 2021 vindt uitvoering van het belevingsonderzoek plaats. Eerste helft 2022 worden de resultaten opgeleverd. Informatiebeveiliging veiligheidsregio’s Op 18 maart 2016 is door de voorzitters veiligheidsregio een bestuurlijk convenant Informatieveiligheid ondertekend op basis van het programma Informatievoorziening Veiligheidsregio’s 2015-2020. In het bestuurlijk convenant is onder meer opgenomen dat alle veiligheidsregio’s moeten voldoen aan een basisniveau informatieveiligheid volgens de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

Uit het opgestelde eindrapport informatiebeveiliging veiligheidsregio’s dat 14 december 2020 in het Veiligheidsberaad is besproken, blijkt dat de professionaliteit van informatiebeveiligingsmaatregelen is toegenomen maar dat het bestuurlijk vastgestelde normniveaus bij geen enkele veiligheidsregio is gehaald. Informatiebeveiliging blijft daarmee een belangrijk aandachtspunt. Binnen het nieuwe programma Informatievoorziening Veiligheidsregio’s 2020-2025 dat opgebouwd is rond vier thema’s krijgt dit een vervolg (informatiegestuurd werken, continuïteit van de eigen organisatie, samenwerken in ketens en netwerken, robuuste basisvoorziening). De veiligheidsregio’s moeten aan de BIO voldoen voordat zij onderdeel kunnen worden van de Nederlandse vitale infrastructuur, en daarmee aangesloten kunnen worden op het vertrouwelijke informatie-uitwisselingssysteem van het Nationaal Cyber Security Centrum. Evaluatie van het landelijk kader Uitruk op maat bij brand In 2014 is door het Veiligheidsberaad het ‘Landelijk kader uitruk op maat bij brand’ (UoM) vastgesteld. De aanleiding was de behoefte van veiligheidsregio’s om te kunnen differentiëren met de inzet van mensen en middelen naar incidenttype en risico. Het kader is medio 2020 in opdracht van de veiligheidsregio’s geëvalueerd door het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV).

De voornaamste conclusie is dat het kader in de afgelopen jaren is toegepast om problemen met de paraatheid, bij met name de vrijwillige brandweerkorpsen, het hoofd te kunnen bieden. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het landelijk kader is gebruikt voor iets waar het in zijn ontwerp niet voor was bedoeld. Het Veiligheidsberaad heeft op 14 december 2020 de conclusies van de evaluatie onderschreven. Het Veiligheidsberaad heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) verzocht om in de eerste helft van 2021 te komen met een voorstel waarop het landelijk kader kan worden bijgesteld en in samenhang wordt gebracht met lopende ontwikkelingen zoals een uniforme systematiek bij dekkingsplannen, de visie op grootschalig brandweeroptreden en het traject van taakdifferentiatie brandweer.

11 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

Evaluatie doorontwikkeling Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) Brandweer Nederland heeft een nieuwe Visie op IBGS gepresenteerd. Met deze visie wil de brandweer de aanpak van incidenten met gevaarlijke stoffen effectief en efficiënt organiseren. Voor een goede borging van de Visie op IBGS is een wetswijziging nodig. Het ministerie wil alvorens zij overgaat tot deze wetswijziging een goede onderbouwing voor de beoogde wijzigingen via een evaluatierapport. Om inzichtelijk te maken wat de implicaties zijn voor de bestrijding van incidenten met gevaarlijke stoffen en hoe de verschillende onderdelen zich met elkaar (gaan) verhouden op regionaal, interregionaal en landelijk niveau volgt een rapportage. Hoger personeelsverloop a.g.v. 2e loopbaanbeleid Het uitgangspunt van het 2e loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie. Daarna gaat een medewerker een andere functie vervullen, binnen of buiten de organisatie. Steeds meer medewerkers willen vóór deze twintig jaar duidelijkheid over hun toekomst en solliciteren buiten de organisatie. Dit leidt tot een hoger personeelsverloop met consequenties voor de kosten van opleidingen van nieuwe medewerkers. Ook de verletkosten zijn in het kader van het 2e loopbaanbeleid een financieel risico.

Financiering externe veiligheid onderdeel van gemeentefonds Van 2021 tot 2024 ontvangen gemeenten vanuit het Rijk een gedeelte van de financiën voor externe veiligheid direct in het gemeentefonds. De omgevingsdienst en veiligheidsregio hebben de taak om de gemeente te adviseren over de lokale externe veiligheid. Dit kunnen ze alleen blijven doen als deze taak wordt bekostigd met de uitkering uit het gemeentefonds. Gemeenten dienen daarover afspraken te maken met de eigen omgevingsdienst en veiligheidsregio. Het jaar 2020 was het laatste jaar waarin rijksmiddelen via het programma Impuls Omgevingsveiligheid beschikbaar werden gesteld aan de decentrale overheden. Ontwikkelingen GMK Den Haag Project Overdracht werkgeverschap centralisten brandweermeldkamer Hollands Midden van politie naar Veiligheidsregio Haaglanden De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) en de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) willen komen tot een gezamenlijke (en verbeterde) meldkamer voor de brandweer, onder éénhoofdige aansturing waarin ook het werkgeverschap is opgenomen. Voor de politie geldt dat de werkgeversrol voor niet-politiecentralisten (centralisten van de brandweermeldkamer Hollands Midden zijn in dienst bij de politie) het werk van leidinggevenden compliceert en voortdurend leidt tot onduidelijkheid over de positie van de medewerkers.

Het huidige construct is mogelijk (gebleken), maar niet ideaal, vandaar dit project. Centralisten van de brandweermeldkamer Hollands Midden komen dan in dienst van de VRH (de centralisten van de brandweermeldkamer Haaglanden zijn in dienst bij de VRH), die als werkgever zal fungeren voor de brandweercentralisten van beide veiligheidsregio’s. Centralisten die in dienst blijven van de politie zullen politiewerk moeten gaan verrichten. Uitgangspunt voor de VRHM en de VRH is dat het werkgeverschap door de VRH wordt georganiseerd en dat de aansturing van de meldkamer Brandweer (MKB) een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is voor beide veiligheidsregio’s. Als dit uitgangspunt wordt gevolgd, zal geen sprake zijn van een beheerovereenkomst of een SLA zoals thans tussen VRHM en politie is opgesteld, maar van een convenant waarin deze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid (en bijvoorbeeld ook de verdeelsleutel voor de personeelskosten) geregeld wordt.

12 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

De overgang beperkt zich niet slechts tot het één op één overgaan van de brandweercentralisten naar de VRH, maar maakt onderdeel uit van een verbeterde organisatie inrichting van de MKB (Project Realisatie Toekomstbestendige meldkamerfunctie brandweer / veiligheidsregio). Daarin wordt dan ook aandacht besteed aan verbetering van de efficiency, oplossingen voor de organisatie van de CaCo (Calamiteiten Coördinator), aansluiting op de primaire processen van de brandweer van de VRHM en de VRH, ontwikkelingen rondom het Operationeel Centrum Brandweer (OCB), etc. Het onderzoek naar de overgang van brandweercentralisten van de politie naar de Veiligheidsregio Haaglanden (het gaat hier om de voormalige brandweercentralisten van Hollands Midden die in 2011 zijn ondergebracht bij de politie) is afgerond, maar hieruit zijn enkele arbeidsvoorwaardelijk verschilpunten naar voren gekomen die in overleg met de landelijke politie nog opgelost moeten worden. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet bekend. Hierin dienen nog keuzen gemaakt te worden, waarbij formeel de politie de latende partij is en de veiligheidsregio Haaglanden in principe de ontvangende partij. Echter, de VRHM is verantwoordelijk voor haar bijdragen (zowel bestuurlijk, operationeel als financieel) aan de meldkamer brandweer / veiligheidsregio. Deze meldkamer wordt samen met de veiligheidsregio Haaglanden ingevuld.

Vanuit de politie is gesteld dat met het inwerking treden van het Overdrachtsdossier per 1 januari 2020 en de Wijzigingswet per 1 juli 2020, de SLA met een lumpsum voor alle kosten tussen VRHM en politie verdwijnt (de beheergelden gaan over naar de LMS). De bezetting van de brandweercentralisten voor Hollands Midden is al jaren (ook al ten tijde van de meldkamer aan de Rooseveltstraat) substantieel hoger dan de begrote formatie. De begroting is hierop nooit aangepast, Multidisciplinaire Intake (MDI) zou de oplossing (efficiency) hiervoor zijn geweest. Er moet een nieuwe (structurele) afspraak komen tussen VRHM en politie (of later VRH) over de financiering van het personeel. E.e.a. betekent momenteel een substantiële, niet begrote, verhoging van ongeveer € 300.000. Gedurende de huidige beleidsplanperiode kan deze verhoging binnen het financieel kader, als gevolg van verwachte incidentele onderuitputting van kapitaallasten gedurende deze periode, worden opgevangen. De Calamiteitencoördinator (CaCo) van de Gemeenschappelijke Meldkamer Den Haag De CaCo kent zijn oorsprong in de Wet veiligheidsregio als functie op de meldkamer tijdens een GRIP opschaling. Tijdens de opschaling is de CaCo verantwoordelijk (éénhoofdige leiding gemeenschappelijke meldkamerprocessen) voor de multidisciplinaire leiding en coördinatie en voor het informatiemanagement op de meldkamer.

Taken en bevoegdheden in deze situatie zijn terug te vinden in het Besluit personeel veiligheidsregio en de Regeling personeel veiligheidsregio. Het invullen van die functie is wettelijk belegd bij de veiligheidsregio’s en de CaCo maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de crisisbeheersing organisatie. Vanuit die optiek zijn de veiligheidsregio’s dan ook financieel verantwoordelijk. De CaCo-rol is vanaf april 2021 24/7 ingevuld op de meldkamer. De CaCo-rol wordt ingevuld binnen de meldkamer brandweer / veiligheidsregio. Hierbij wordt ook gekeken naar de positionering van de meldkamer brandweer/veiligheidsregio i.r.t. de beide brandweerkorpsen. Voor de komende drie jaar levert de politie een substantiële financiële bijdrage aan de invulling van de CaCo-rol. Dit biedt de mogelijkheid om voor de periode erna een structurele oplossing in beeld te brengen (na deze drie jaar de invulling van de CaCo-rol te laten plaatsvinden binnen het reguliere budget c.q. formatie van de meldkamer).

13 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

Ontwikkelingen en risico’s GHOR Hollands Midden Ontwikkelingen Evaluatie Wet veiligheidsregio’s In het definitieve evaluatierapport Wvr van 4 december 2020 constateert de evaluatiecommissie dat de Wet veiligheidsregio’s niet duidelijk is over de taken voor de geneeskundige hulpverlening bij crisisbeheersing. Door overlap van taken tussen veiligheidsregio, GGD, Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) en het overleg niet-acute zorg staat de meerwaarde van de GHOR-taken en organisatie ter discussie. De evaluatiecommissie ziet dat de zorgsector goed in staat is zichzelf te organiseren; de commissie adviseert om uit te gaan van de eigen verantwoordelijkheid van de zorgsector voor crisisbeheersing. Daarbij adviseert de commissie dat de veiligheidsregio een regisserende taak krijgt voor geneeskundige hulpverlening. Met regie wordt bedoeld het bevorderen van consistentie tussen de crisisvoorbereiding en -beheersing van partners en het samenbrengen van informatie daarover. Een separate GHOR-organisatie is niet nodig volgens de evaluatiecommissie. De DPG’en georganiseerd in GGD GHOR Nederland hebben inhoudelijk gereageerd en zijn kritisch over de uitkomsten van het rapport voor wat betreft het onderdeel geneeskundige hulpverlening.

Versterking positie van het ROAZ De ziekenhuizen met een traumacentrumfunctie zijn door de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) verantwoordelijk voor het organiseren van een Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). In regio West is het LUMC hiervoor verantwoordelijk. GHOR neemt actief deel aan het ROAZ regio West. Focus in de wettelijke ROAZ-opdracht ligt op het optimaliseren van toegankelijkheid, veiligheid en kwaliteit van de acute zorgketen in de regio, zodat een patiënt of groep patiënten met een acute zorgvraag zo snel mogelijk op de juiste plaats de juiste zorg ontvangt. Ook afstemming over voorbereiding op geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises is een taak van het ROAZ. De minister van VWS is voornemens de versterking van de positie van het ROAZ wettelijk te regelen via een algemene maatregel van bestuur (AMvB), die gekoppeld wordt aan de inwerkingtreding van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de bijbehorende wettelijke basis in de Aanpassingswet. In het concept AMvB wordt geregeld dat het ROAZ-afspraken maakt om te komen tot een sluitende keten van acute zorg; zorgaanbieders moeten deze afspraken naleven en aanbieders van vervolgzorg (caresector) moeten in het ROAZ worden betrokken (met het oog op de uitstroom uit de acute zorg). Houtskoolschets acute zorg De samenleving en de zorg veranderen in snel tempo.

Ook het acute zorglandschap verandert door technologische en zorginhoudelijke ontwikkelingen. De houtskoolschets acute zorg van VWS (september 2020) is bedoeld om bouwstenen aan te dragen voor de toekomstige inrichting en bekostiging van de acute zorg. De geschetste inrichting vraagt om strakke afspraken op het gebied van kwaliteit, doelmatigheid, betaalbaarheid en bereikbaarheid. Het vraagt ook om afspraken over samenwerking in de acute zorgketen, veranderingen in het acute zorgaanbod en capaciteitsproblematiek. Voor het maken van afspraken over de inrichting van het acute zorglandschap kiest VWS voor een regionale benadering in de bestaande ROAZ-regio’s. De regievoering op de opgeschaalde zorg blijft volgens VWS een publieke GHOR-taak.

14 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

Risico’s •

•

•

De toenemende zorgdruk en -zwaarte in de zorgketen, waar tijdens een crises nog extra inzet van wordt gevraagd, kunnen dilemma’s geven voor regionale zorgcontinuïteit en ketensamenwerking. Aan ons de taak om met onze partners aandacht te blijven houden voor opgeschaalde zorg en regionale continuïteit van zorg. In de eerste golf van de coronacrisis werd de overlap in taken tussen DPG/GHOR, GGD, ROAZ en veiligheidsregio zichtbaar. De DPG en GHOR moeten meerwaarde en positionering van een afzonderlijke GHOR-organisatie aan de wetgever duidelijk maken. Indien het advies van de evaluatiecommissie Wvr tot splitsing van het GHOR-team in wetgeving wordt overgenomen, is verlies van specialistische netwerkkennis een risico. Deze kennis is nodig voor aansluiting op de crisisbeheersing van het zorgnetwerk met die van de veiligheidsregio. Een langdurig incident of crisis zoals bijvoorbeeld de corona pandemie en/of gelijktijdige incidenten leggen een zware druk op de GHOR-crisisorganisatie, die m.u.v. OvDG’en en ODPG’en, bestaat uit bureaumedewerkers. Ook gelijktijdige uitstroom en/of langdurig zieken in de GHOR van twee of meer GHOR-medewerkers kan leiden tot verlies van specialistische dossierkennis en discontinuïteit in relatiemanagement in het GHOR-netwerk. Externe inhuur ter ondersteuning van de GHOR zal leiden tot niet begrote kosten in de begroting GHOR.

Oprichting werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio’s (WVSV) Op 14 september 2020 heeft het Veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot het oprichten van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). De WVSV onderhandelt namens de besturen van de veiligheidsregio’s met de werknemersorganisaties en maakt bindende afspraken over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Alle 25 veiligheidsregio’s nemen deel, zodat er landelijk collectieve afspraken gemaakt kunnen worden. De toekomstige arbeidsvoorwaardenregeling van de WVSV wordt zoveel mogelijk vergelijkbaar met de Cao Gemeenten met toevoeging van c.q. aparte aandacht voor specifieke brandweeronderwerpen (vergelijkbaar met de huidige brandweerbepalingen in de CAR-UWO). De formele oprichting van de WVSV en start werkzaamheden, is uiterlijk 1 januari 2022. Tot die tijd blijft de CAR-UWO van kracht, met ondersteuning van de VNG. Rechtmatigheidsverklaring door het Dagelijks bestuur (vanaf boekjaar 2021?) Vanaf boekjaar 2021 zou het Dagelijks Bestuur zelf verantwoordelijk worden voor het afgeven van een rechtmatigheidsverklaring (wetwijziging). De controleverklaring (oordeel) over de rechtmatige totstandkoming van de jaarrekening verschuift dan van de accountant naar de Veiligheidsregio zelf, waarbij het Dagelijks Bestuur zich verantwoord aan het Algemeen Bestuur.

Dit komt naast de verklaring vanuit de accountant omtrent de getrouwheid van de jaarrekening en maakt onderdeel uit van deze verklaring. Het is nog onzeker of dit vanaf 2021 ook daadwerkelijk wordt ingevoerd. De minister van BZK heeft in een brief aan de Tweede Kamer opnieuw om uitstel van behandeling van het wetsvoorstel ‘Versterking decentrale rekenkamers’ gevraagd. De minister werkt nog aan een wijziging inzake rekenkameronderzoek bij waterschappen en zij wil ook de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording hierbij betrekken. Cao en pensioenpremies voor 2022 Zijn ten tijde van het opstellen van de (Ontwerp)begroting 2022 niet bekend, dus ook niet de financiële consequenties in deze.

15 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

Verduurzaming Ook de VRHM is vanuit wet- en regelgeving verplicht om energiebesparende maatregelen te treffen. Dit kan leiden tot investeringen die zich pas op langere termijn terugverdienen. COVID-19 Onbekend is nog wat de effecten van COVID-19 van invloed zullen zijn in 2021, en daarmee ook voor de volgende jaren, op de organisatie, beleidsdoelstellingen en financiën van de VRHM. Veiligheidsregio’s kunnen de meerkosten van COVID-19, onder saldering van minder uitgaven, declareren bij VWS. De regeling van de vergoeding van de meerkosten is van toepassing op 2020 en 2021. Indien t.z.t. nog relevant, voor 2022 zijn vooralsnog geen afspraken gemaakt. Samenwerkingsstructuur Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio Per 1 januari 2020 zijn de twee managementraden, Raad van Brandweercommandanten (RBC) en Raad Directeuren Veiligheidsregio (RDVR), opgeheven en samengegaan als één nieuwe managementraad; de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV). De RCDV is een overleg dat bestaat uit de strategische vertegenwoordiging van veiligheidsregio’s (commandanten/directeuren). De RCDV benoemt de strategische thema’s waarop landelijk moet worden samengewerkt. Dat zijn thema’s rond de visie/strategie van veiligheidsregio’s, wanneer iets grote financiële impact heeft voor veiligheidsregio’s en/of wanneer een thema bestuurlijk relevant is.

Denk aan thema’s zoals; Corona, Klimaat, Werkgeverschap, Taakdifferentiatie en Energietransitie. De RCDV kan voor specifieke onderwerpen opdrachtnemer van het Veiligheidsberaad zijn. De RCDV heeft ook een rol in de advisering van het Veiligheidsberaad. De RCDV stelt een meerjarenagenda op dat als kader dient voor de RCDV en de daaraan verbonden Vakraden. De 25 regionale beleidsplannen, de agenda van het Veiligheidsberaad en landelijke ontwikkelingen vormen het kader voor de agenda. De meerjarenagenda wordt afgestemd met het IFV met het oog op gezamenlijke programmering. Indien er samenwerkingsafspraken gemaakt worden met het IFV, worden deze van tevoren gecontracteerd. De UitvoeringsAgenda Brandweer (UAB) loopt in 2021 af. Nog niet afgeronde onderwerpen krijgen een plaats binnen een vakraad of worden na overleg in beheer genomen door het IFV.

8. Implementatie en communicatie Jaarlijks worden de griffiers van de gemeenten schriftelijk in kennis gesteld van de P&C-kalender voor de VRHM. De begroting (zienswijze) wordt minimaal acht weken voor vaststelling door het AB verzonden. Vaststelling van de begroting 2021 is voorzien op 25 juni 2020; verzending van de stukken aan de gemeenteraden voor zienswijzen op 27 maart 2020 (deadline indienen zienswijzen 22 mei 2020). Na de vaststelling van de uitgangspunten worden de raden opnieuw geïnformeerd. In de evaluatie van het begrotingsproces 2020 met het Ambtelijk Governance Team (AGT) VRHM is afgesproken om gezamenlijk de wensen en eisen vanuit gemeenten betreffende een beleidsgestuurde programmabegroting uit te werken. De VRHM wil het resultaat daarvan implementeren in de begroting van 2021.

9. Bijlagen Geen

10. (Historie) besluitvorming • •

voor 01-aug-2021: Verzending Begroting VRHM 2022 aan gedeputeerde staten 24-jun-2021: Vaststelling door het Algemeen Bestuur van de Begroting VRHM 2022

16 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

• • • • • • • • •

03-jun-2021: Behandeling reactie Dagelijks Bestuur op zienswijzen gemeenteraden 21-mei-2021: Deadline zienswijze gemeenteraden op Ontwerpbegroting VRHM 2022 26-mrt-2021: Verzending Ontwerpbegroting VRHM 2021 aan gemeenteraden voor zienswijze 25-mrt-2021: Instemming door het Dagelijks Bestuur van de Ontwerpbegroting VRHM 2022 18-feb-2021: Voorziene vaststelling van het Algemeen Bestuur met de Begrotingsuitgangspunten VRHM 2022 04-feb-2021: Voorziene instemming van het Dagelijks Bestuur met de Begrotingsuitgangspunten VRHM 2022 25-jun-2020: Besluit van het Algemeen Bestuur tot vaststelling van de programmabegroting 2021 30-jun-2016: Bestuurlijke afspraken tussen de Veiligheidsregio Hollands Midden en RDOG Hollands Midden 31-mrt-2016: Besluit van het Algemeen Bestuur tot vaststelling van de Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019

17 Agendapunt 5. AB VRHM 18 februari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9857426/1