1. Beantw. CDA Technische vragen MJOP totaal
Tekst van het document
Technische Vragen d.d. X januari 2022 Fractie: CDA Vragensteller: CDA-fractie Onderwerp: MJOP Zaaknummer: #
P,
Vraag
Antwoord
1.
Kwaliteitsniveaus
a) “Het basiskwaliteitsniveau laat zich vertalen tot sober en doelmatig oftewel CROW-niveau B en voor spelen op CROW-niveau A.” Kan worden aangegeven wat in Nederlandse gemeenten gebruikelijk is qua kwaliteitsniveaus? Zijn er ook gemeenten die (op onderdelen) niveau C nastreven? Zo ja, op welke onderdelen? b) Hoe zou kwaliteitsniveau C zich laten vertalen op de verschillende onderdelen? c) Is het mogelijk op onderdelen te kiezen voor kwaliteitsniveau C, en nog steeds te voldoen aan de wettelijke zorgplicht? Zo ja, op welke onderdelen? d) Welke projecten zouden niet als onderdeel van Fase A of zouden soberder kunnen worden uitgevoerd als op onderdelen waar dit kan zonder te verzuimen aan de wettelijke zorgplicht te voldoen, voor een lager kwaliteitsniveau gekozen zou worden door de raad? Wat zou de financiele impact hiervan bij benadering zijn? e) Is het daadwerkelijk zo dat kwaliteitsniveau C in alle gevallen onder aan de streep op langere termijn leidt tot substantiële hogere totaalkosten, of kan hier genuanceerder naar gekeken worden? Indien genuanceerder, graag de gepaste nuance.
Ad a en b) Er is geen gemeente bekend die C ‘nastreeft’. Kwaliteitsniveau C zegt iets over het regulier onderhoud. Een aantal gemeenten heeft in het verleden gekozen voor kwaliteitsniveau C. Deze gemeenten sloten vaak speelvoorzieningen, begraafplaatsen en centrumgebieden uit van niveau C. Ad b) Kwaliteitsniveau C is op korte termijn (3-5 jaar) iets goedkoper (afhankelijk van de discipline 5-10%). In de lifecyclecost van een discipline is dit duurder. De (economische) levensduur wordt met 20 – 25% verkort. Volgens de CROW-systematiek is bij het onderhouden op kwaliteitsniveau C het ingrijpmoment kwaliteitsniveau D – dit betekent nog meer verval en vraagt altijd groot onderhoud of vervanging om het object weer op orde te krijgen. Kwaliteitsniveau B is het economische meest voordelige onderhoudsniveau. Ad c) Gegeven het antwoord onder A is hier geen advies over te geven. Ervaring heeft geleerd dat bewoners bij niveau C meer gaan melden. Dit
vraagt meer service-onderhoud (dit is duurder onderhoud) waardoor deze kosten stijgen ten opzichte van het reguliere onderhoud. Ad b en c) Ter ondersteuning van de beantwoording van de vragen b en c zijn foto’s van niveau c uit de CROW-beeldmeetlatten toegevoegd. Ad d) De projecten in fase A gaan over de technische staat van de disciplines. Kwaliteitsniveau C zegt iets over de visuele onderhoudsstaat van zaken (scheefstand, kapot zijn etc.). Het geeft vaak wel een indicatie over de technische staat. De projecten in fase A komen voort uit de wettelijk verplichte inspecties. Deze inspecties geven inzicht in de technische, bouwkundige staat van de disciplines etc. Deze gegevens worden verwerkt in de beheerplannen. Ad e) Onderhoudsniveau C is te allen tijde in de lifecyclecost duurder. Op C niveau beheren (vrijwel geen onderhoud) vraagt ook een inrichtings-niveau C (C-robuust). Bij het bouwen/ontwikkelen van nieuwe gebieden wordt tot op heden altijd gewerkt vanuit A-niveau aanleg (luxere en meer materialen in het gebied). Bij de inrichting moet de keuze voor C al gemaakt worden. Op dat moment kan nog worden gekozen voor minder voorzieningen (straatmeubilair, bomen) een nog soberder keuze van materialen (tegels ipv klinkers etc) en het weglaten van elementen die (veel) onderhoud vragen.
2
RV zelf Veiligheid
“De gemeente is verantwoordelijk om gebruikers van de openbare ruimte de voorzieningen veilig te kunnen laten gebruiken. In het MJOP zijn de projecten opgenomen die noodzakelijk zijn om aan deze eisen te voldoen.” a) Moet dit gelezen worden als: zolang niet alle projecten uit het MJOP gerealiseerd worden, is niet aan de veiligheidseisen voldaan? b) Zo nee: welke van de opgenomen projecten moeten strikt noodzakelijk op welk moment uitgevoerd worden om aan de zogenaamde “veiligheidseisen” te voldoen? c) Wat wordt bedoeld met “veiligheidseisen”?
Ad a) Dat klopt – alle aangedragen onderdelen – voldoen niet meer aan de kwaliteitseisen basis / B. Ad b) Als we de openbare ruimte willen blijven gebruiken moeten alle projecten uit het MJOP worden uitgevoerd om aan de veiligheidseisen van de wettelijke zorgplicht te voldoen. De fasering in A, B of C geeft aan dat er een onderscheid is gemaakt tussen zeer slecht, slecht, noodzakelijk. De fasering is noodzakelijk omdat niet de hele openbare ruimte tegelijk kan worden aangepakt ivm bereikbaarheid. Het alternatief voor niet uitvoeren is afsluiten of weghalen. Ad c) De veiligheidseisen zijn de wettelijke eisen die aan een discipline/object gesteld worden om deze, vanwege de openbaarheid van het gebied, veilig te kunnen gebruiken. De toetsing van de kwaliteit voor het veilig gebruik van die discipline vindt plaats in wettelijke verplichte (door externen verrichte) inspecties.
3.
RV zelf / Bijlage Oplegnotiti e Scenario berekening MeerJaren Onderhoud sProgramm a (MJOP) Voorbereidi ngskosten
In de Bijlage Oplegnotitie Scenario berekening MeerJarenOnderhouds Programma (MJOP) wordt de besluitvorming rondom investeringen volgend uit het MJOP in de P&C-cyclus 2021 adequaat opgesomd (vooralsnog geen kredieten beschikbaar gesteld obv MJOP). a) Is de conclusie juist dat in nog geen voorbereidingskosten zijn of worden gemaakt en/of geen verplichtingen zijn aangegaan ten aanzien van projecten, anders dan de projecten die reeds opgenomen waren in de begroting 2021? b) Indien nee op a) welke kosten zijn gemaakt en/of welke verplichtingen zijn aangegaan in het kader van welke andere projecten en op basis van welk raadsbesluit ten aanzien van specifiek deze projecten?
Ad a) Ja, dat klopt. Ad b) Er zijn twee projecten die onderdeel uit maken van het MJOP en daarmee ook onderdeel uit maken van de berekening van scenario’s. Van deze projecten heeft de raad in het verleden een krediet gevoteerd. Het gaat om Oudenhof fase 1 (riolering) (verhoging geautoriseerd met de najaarsnota 2021) en om Vervanging Kwaakbrug (geautoriseerd met de programmabegroting 2021). Dit puur ter informatie.
4.a
Bijlage Oplegnotiti e Scenario berekening MeerJaren Onderhoud sProgramm a (MJOP)
Er worden 11 subscenario’s aangeboden. Dit veronderstelt reële en daadwerkelijke boordelingsruimte bij de raad – anders hoeven immers geen scenario’s te worden voorgelegd. a) Hoe verhoudt dit zich tot de elders in de stukken voorgewende “noodzaak”, “veiligheidseisen”, “wettelijke zorgplicht” et cetera? (Graag een precieze reactie om raadsleden in staat te stellen hun werk goed te doen.) b) De term “noodzakelijk” wordt frequent gebezigd in de stukken, maar onduidelijk blijft wat nu precies onder “noodzakelijk” wordt verstaan. Welke definitie van “noodzakelijk” is gehanteerd? En is die daadwerkelijk op alle geïdentificeerde projecten van toepassing? In de berekeningen wordt uitgegaan van projecten Fase A en tot 2030. c) Hoe verhoudt deze keuze in de wijze waarop informatie aan de raad gepresenteerd wordt zich tot noodzaak investeringen Fase B en C die volgen uit het MJOP?
Ad a) Al het in het MJOP opgenomen onderhoud, zoals ook in vraag 1 beantwoord, is noodzakelijk en volgt uit inspecties en onderzoeken. Die onderdelen voldoen niet meer aan de wettelijke zorgplicht en onze eigen beleidskeuzes. De financiële omvang van het urgente en noodzakelijke onderhoud heeft geleid tot vragen over de impact van dit plan op de gemeentelijke financiën en het verzoek om hier een onderverdeling te maken in scenario’s. Ad b) De term noodzakelijk is gebruikt voor alle objecten/disciplines die niet meer voldoen aan de wettelijke eisen die gesteld zijn aan het betreffende object/discipline. Daarmee wordt niet meer voldaan aan de wettelijke zorgplicht. Uit de verrichte onderzoeken en inspecties blijkt waar in de gemeente de noodzaak bestaat onderhoud te verrichten. Op basis van deze informatie is in het MJOP de term noodzakelijk gebruikt. Bij de herinrichting van wijken is een aantal onderdelen nog niet (maar wel binnen een paar jaar) aan onderhoud toe. Bijv. Oudenhof - daar is de riolering toe aan vervanging en moeten kabel- en leidingbedrijven hun leidingen vervangen. Op dat moment is het economisch wijs om alle onderdelen op te nemen en de wijk voor de komende 40 jaar klaar te maken. Anders moet de wijk gedurende de 10 jaar die volgen op de vervanging van de riolering steeds opnieuw op de schop.
Ad c) Zoals eerder aangegeven is de fasering een verdeling van heel erg slecht en heel urgent A en
B slecht gemaakt. Fase C is afhankelijk van uitvoering van fase A en B. De financiële impact van fase A was zo groot dat eerst daar een doorrekening van is gemaakt. Fase B moet ook uitgevoerd worden. Deze kan nog even (een paar jaar) vooruit geschoven worden, maar niet te lang. Deze objecten, disciplines vervallen, zonder aanpak, in de komende jaren naar heel erg slecht en urgent. 4.b
Bijlage Oplegnotiti e Scenario berekening MeerJaren Onderhoud sProgramm a (MJOP)
In de exploitatie wordt uitgegaan van een surplus algemene uitkering 2022 en verder. a) Waar is deze aanname op gebaseerd? b) Zijn de mogelijke effecten herverdeling gemeentefonds hierin verdisconteerd? Zo nee, van welke effecten (bandbreedte) moet nu worden uitgegaan? Hogere lasten klein onderhoud. c) Graag een toelichting bij noodzaak (omdat dit ten koste gaat van exploitatieruimte investeringen)
Ad a) Het surplus Algemene uitkering komt uit de septembercirculaire 2021 en is verwerkt als structurele component in de decemberwijziging. Ad b) Nee, conform de begroting 2022-2026 zijn hierin geen effecten van de herverdeling verdisconteerd, omdat het nog steeds niet duidelijk is op welke wijze het nieuwe kabinet met de grote financiële zorgen van gemeenten zal omgaan. Ad c) We hebben een extern bureau ingehuurd om de kostenberekeningen voor ons uit te voeren voor klein onderhoud (exploitatie), groot onderhoud (voorzieningen) en vervangingen (investeringen). Met klein en groot onderhoud zorgt de gemeente dat het object in goede, oorspronkelijke staat blijft en behoud het object zijn levensduur. Indien een object niet wordt onderhouden, dan moet het object uiteindelijk vervangen worden, wat uiteindelijk gepaard gaat met hogere kosten dan wanneer het object jaarlijks goed onderhouden zou zijn.
Op basis van de kostenberekeningen van het externe bureau, zijn de ramingen voor de kosten voor klein onderhoud verhoogd. 4.c
Bijlage Oplegnotitie Scenario berekening MeerJarenO nderhoudsPr ogramma (MJOP)
Netto schuld gecorrigeerd 2021 groot 42.2 mio. In begroting 2022 is vermeld 38.5 mio per 31 december 2021. a) Graag toelichting bij het verschil. In het cashflowplan in de begroting 2022 staat voor 2023 20.5 mio opgenomen, waaronder 15 mio nieuwbouw Leo Kanner en 5 mio stelpost MJOP. In de Bijlage 2 ‘uitkomsten per scenario’ groeit de netto schuld van einde 2022 naar einde 2023 ‘maar’ met 12.3 mio. b) Hoe is dit te verklaren? c) Is bij het doorrekenen van de scenario’s qua jaarschijf realisatie investering MJOP telkens uitgegaan van de snelst mogelijke opleverdatum? Zo nee, welk principe is dan gehanteerd voor wat betreft de timing?
Ad a) Bij de scenario berekeningen is uitgegaan van de meest actuele gegevens. Dit betekent dat wij ook de mutaties van de najaarsnota 2021 hebben meegenomen, alsook de effecten van individuele besluitvorming door de raad in de tussenliggende periode. In de begroting 2022 heeft de netto schuld gecorrigeerd een omvang van € 37,964 miljoen per 31 december 2021. De netto schuld is gestegen met € 4.224.000: Evaluatie investeringen jaarschijf 2021 Mutaties reserves NJN 2021 Mutaties voorzieningen NJN 2021
€ 3.051 -€ 3.318 -/- € 2.125 € 4.244
Onderdeel van de investeringen jaarschijf 2021 is de aanschaf van de grond Leo Kanner in 2021 ad € 3.000K. Mutaties kunnen een resultaateffect en/of een liquiditeitseffect hebben. Op het moment dat er een investering wordt gedaan, heeft het een direct liquiditeitseffect, pas later een resultaateffect. Mutaties in reserves en voorzieningen hebben een direct resultaateffect, wat leidt tot een liquiditeitseffect.
Ad b) Bij de beantwoording van de vraag, gaan we er van uit dat de vraag is gesteld op basis van scenario 0a of 0b, gezien de omvang van € 12,3 mln. In de scenario0a/0b zijn geen investeringen opgenomen van het MJOP. De cashflow 2022 en 2023 van € 10.000 in totaal (die is vermeld in de begroting 2022), is niet opgenomen in scenario 0a/0b. Vanaf scenario 1 komen er MJOP investeringen bij. Zodoende dat de stijging van de netto schuld lager is. De afschrijvingslasten van investeringen zijn in scenario 0a en 0b nog relatief laag, wat voordelig is voor het resultaat, daarmee voor je liquiditeit en daarmee ook voor je schuldpositie (meer dekking vanuit het resultaat). Ad c) In de planning van het MJOP is bij de werken uitgegaan van een realistisch tijdpad en is rekening gehouden met participatie, extra onderzoeken en afstemming met derden (kabels- en leidingbedrijven, provincie, RWS). 4.d
Bijlage Oplegnotiti e Scenario berekening MeerJaren Onderhoud sProgramm a (MJOP)
Een fors deel van de investeringen betreft investeringen in riolering. a) Is de aanname juist dat deze geen negatieve impact hebben op de exploitatie, vanwege het “gesloten systeem”? Is dit ook als zodanig meegenomen in de financiële doorvertaling? b) Is er zicht op de ontwikkeling van de rioolheffing als gevolg van de realisatie van het MJOP? Zo ja, graag inzicht. Zo nee, waarom niet?
Ad a) De BSG int rioolheffing bij de burgers. De inkomsten uit heffingen moeten besteed worden ter bestrijding van de lasten die met deze heffing samengaan. Deze belasting heeft ten doel om de kosten voor het onderhoud van de bestaande riolering te dekken. Hierbij is sprake van een “gesloten systeem”. De tarieven moeten kostendekkend zijn. In het MJOP worden investeringen gedaan om nieuw riolering aan te leggen, danwel riolering te
vervangen. De aanname dat deze investeringen geen negatieve impact hebben op de exploitatie (zichtbaar in de vorm van afschrijvingslasten) is onjuist. Ad b) Nee, zie antwoord onder a. Uiteindelijk zullen de vervangingen van riolering een positief effect hebben op de onderhoudskosten (verlaging van de kosten). Echter is dit afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt t.a.v. MJOP. 5.
Bijlage Oplegnotiti e Scenario berekening MeerJaren Onderhoud sProgramm a (MJOP) / Financiele consequenti es MJOP versus investeringe n scenarios GDT
In de Oplegnotitie Scenario berekening MeerJarenOnderhouds Programma (MJOP) d.d. 26 januari 2021 wordt vermeld (onderstreping toegevoegd): “eerst berekend wat de netto schuldquote is met het huidige investeringsvolume (exclusief investering gymzaal en BSO ruimte GDT ad € 2.119.000)”, terwijl de GDT op basis van de regels van de raad geen recht heeft op een eigen gymzaal, de raad nog geen ander besluit heeft genomen en het college de variant zonder eigen gymzaal heeft voorgesteld. a) Waarom is deze opmerking ambtelijk relevant geweest? b) Waarom is vervolgens terloops in alle scenario’s uitgegaan van een gymzaal voor de GDT zonder enige vorm van toelichting en zonder enige relatie met het MJOP? c) Is de lezing juist dat in financiële zin equivalent aan keuze GDT met onnodige gymzaal grosso modo is: uitvoering van bijv. A005 Oudenhof 2 (riolering/wegen/groen) of een combinatie van A007 Hendrik Heukelsbrug, A008 Busverbinding Poelgeest, A011 Sportveld 6, A013 Achterstand vervanging beschoeiing en B007 Vervanging speelvoorzieningen?
Ad a) Elke investering die de gemeente doet, heeft effect op de schuldquote. Er is geen besluit over genomen, maar er wordt wel over de investering gesproken. Om die reden hebben wij een apart scenario gemaakt (scenario 0b) waarin deze investering is verwerkt. Op die manier krijgt de raad inzicht welk effect de investering heeft op de schuldquote als wordt besloten om deze investering uit te voeren. Ad b) Elke investering, onafhankelijk of het betrekking heeft op het MJOP, heeft effect op de schuldquote. Op het moment dat we de investering niet hadden meegenomen, was er ook in zijn geheel geen inzicht welk effect deze investering zou hebben. Dit inzicht is er nu wel. Hiermee kan ook worden bepaald welk effect het heeft als er wordt besloten om de investering niet uit te voeren. Ad c) Als de investering in de gymzaal/ BSO niet door gaat, kan in plaats daarvan besloten worden om een andere investering uit te voeren. Hierbij moet niet alleen worden gekeken naar de financiële omvang van de investering, maar ook
naar de door B&O aangegeven prioritering en fasering van een project (dit i.v.m. uitvoerbaarheid/ haalbaarheid). Bij de aangeven opties wordt hieraan voorbij gegaan.
6.
7.
8.
Relatie met andere bij de raad nog niet bekende investeringe n
Welke andersoortige substantiële investeringen (>500k) dan voorzien in het IHP en het MJOP en de Begroting 2022 zijn redelijkerwijs nog te voorzien tussen nu en 2030? Wat is de geschatte totale omvang van deze restcategorie?
Op dit moment zijn er nog geen andere investeringen > € 500K voorzien. Wel komt er nog een voorstel voor een investering ten aanzien van de herinrichting winkelstraat Lange Voort ad € 395.000.
Relatie met risicobeheer sing en weerstands vermogen
In hoeverre kan een (uiteraard verantwoorde) hertaxatie van de risicoparagraaf in de P&C-producten (i.e. het verlagen van het benodigde weerstandsvermogen) bijdragen aan het creëren van meer gezonde investeringsruimte?
Je creëert hier geen “gezonde” investeringsruimte mee.
Relatie tot solvabiliteit
Wat is de verwachte impact van de investeringen op de solvabiliteit van de gemeente? Blijft deze =>20% met dit MJOP en de overige te voorziene investeringen? Indien zeker, welk type maatregel is denkbaar om de solvabiliteit van de gemeente te verbeteren? (Geen
In de bijlage is zichtbaar wat voor effect elk scenario heeft op de solvabiliteit. Hierbij is te zien dat de solvabiliteit niet boven de 20% blijft. De solvabiliteit kan worden verbeterd door het genereren van meer opbrengsten (bijv. OZB
Wij willen benadrukken dat het voor ons niet mogelijk is om voor een toekomstige periode van 10 jaar uitsluitsel te geven dat er geen andere investeringen meer zullen worden voorgesteld.
Een lager vermogen heeft een negatief effect op je solvabiliteit en uiteindelijk op je schuldquote. Meer investeringen hebben hogere afschrijvingslasten tot gevolg, wat een negatief effect heeft op de exploitatieruimte. We adviseren om de investeringsruimte op een andere manier te realiseren.
detailbeantwoording verwacht, het gaat vragensteller om de principes en hoofdlijn.)
belastingopbrengsten) of het verlagen van de kosten (bezuinigingen).
9.
Relatie tot structurele exploitatier uimte
Wat is de verwachte impact van de investeringen op de structurele exploitatieruimte van de gemeente? Blijft deze 0 of positief? Indien niet zeker, welk type maatregel is denkbaar om de structurele exploitatieruimte van de gemeente te verbeteren? (Geen detailbeantwoording verwacht, het gaat vragensteller om de principes en hoofdlijn.)
In de bijlage is zichtbaar wat voor effect elk scenario heeft op de structurele exploitatieruimte. De structurele exploitatieruimte kan worden verbeterd door het genereren van meer opbrengsten of het verlagen van de kosten.
10.
Bijlage Aprojecten
Project A002 Geversstraat (Prio-score 58) is fors hoger geprioriteerd dan bijvoorbeeld A006 Leebrug (Prio-score 39) en A007 Heukelsbrug (Prio-score 39) en A010 Eysingabrug (Prio-score 36). In het eerste geval lijkt de doorslaggevende reden geluidsreductie en toezeggingen aan aanwonenden. In de andere gevallen gaat het om het wel of niet toegankelijk zijn van oeververbindingen en daarmee soms hele wijken. a) Hoe is het mogelijk dat A002 zoveel hoger is geprioriteerd dan de andere genoemde projecten? b) Moet de prioritering inderdaad zo begrepen worden dat de technische staat van de genoemde bruggen nog zodanig goed is, of de toegankelijkheid van de bruggen van zodanig gering belang wordt geacht, dat de situatie rondom de Geversstraat met recht zoveel hoger geprioriteerd is? c) Op basis van welke systematiek is geprioriteerd als dit de uitkomst is.
Ad a) De technische staat van zowel de Geversstraat als de 5 bruggen is vrijwel even slecht te noemen. De reden voor een hogere score is dat bij de Geversstraat en Sluisbrug ook de fase waarin de projecten zich bevinden in de waardering is meegenomen. Voor beide projecten was al een projectbudget beschikbaar. Voor de Geversstraat ligt al een definitief ontwerp en heeft participatie reeds plaatsgevonden. De realisatie van de Sluisbrug is al lang in voorbereiding, met name door de afhankelijkheid van de kabel- en leidingbedrijven en de uitgebreide ontwerpsessies die hebben plaatsgevonden. Tevens scoorde de Geverstraat en de Sluisbrug iets hoger op de onderdelen leefbaarheid (direct aan- en omwonenden)en verkeersveiligheid. Ad b) De bruggen zijn van zeer groot belang en hebben een doorgaande functie in en rond Oegstgeest. Ad c) In de waardering zijn de onderdelen: technische staat, ruimtelijk belang, fase waarin
projecten zich bevinden (vanwege de aanwezigheid van beschikbare project gelden (tot begroting voor 2022), verkeersveiligheid, leefbaarheid, bereikbaarheid, toezeggingen naar de stakeholders / lopende participatie, duurzaamheid meegenomen. Juist omdat het hier in de weging van de projecten het gevaar bestond dat hiermee de gedachte kon ontstaan dat de bruggen minder noodzakelijk zouden zijn dan de Geverstraat, het hierbij gaat om appels en peren vergelijken, is gekozen om naast deze waardering de noodzaak van de projecten onder te brengen in fase A – (zeer) slechte staat – fase B slechte staat en fase C -noodzakelijk onderhoud, maar afhankelijk van realisatie van fase A en B projecten. 11.
Bruggen
a) Graag concreet inzichtelijk maken wat ten aanzien van de bruggen bedoeld wordt met “de zwaarste verkeersklasse “ welk type voertuigen betreft het hier? Welke verkeersklasses zijn nog meer te onderscheiden en welk type voertuigen betreft dat? b) Is er op macroniveau (het dorp als geheel, in de regio) een volwassen analyse gemaakt op basis waarvan deze beleidskeuze ten aanzien van de zwaarte van de uitvoering van bruggen te staven valt, waarom het dus nodig is dat veel bruggen geschikt zijn voor de zwaarste verkeersklasse, ook met het oog op de A44 en de tweede ontsluiting Poelgeest? Indien beschikbaar graag inzicht in de verschillende scenario’s.
Ad a) In de huidige norm is de Eurocode NEN-EN 1991-2/NEN 8700 zijn, conform wet- en regelgeving, de voorschriften opgenomen waaraan een brug dient te voldoen inclusief de daarbij behorende verkeersklasse. Met zwaar verkeer wordt in dit geval bedoeld voertuiggewicht tot een wettelijke verplichting van max. 50 ton (excl. bijzonder transport). Momenteel voldoen een aantal bruggen hier niet aan en zijn tijdelijk beperkende maatregelen (aslast-beperking en totaallast beperking) genomen. In het MJOP zijn de benodigde maatregelen (versterken of vervangen) opgenomen om de bruggen robuust en toekomstgericht te laten functioneren conform de huidige Eurocode.
Uitgangspunt is dat de constructieve veiligheid wordt geborgd. Hiervoor is een handreiking voorzien, zie: https://www.ilent.nl/documenten/publicaties/20 11/01/15/handreiking-constructieve-veiligheidbestaande-bruggen-en-viaducten Ad b) Er is in de uitwerking van het MJOP een afgewogen analyse gemaakt. De omgeving, andere stakeholders etc. zijn uiteraard in deze weging en analyse meegenomen. 12
Projecten ihkv busverbindi ng Poelgeest
Twee A-projecten (A007/008) zijn met name noodzakelijk ivm een mogelijk te realiseren busverbinding Poelgeest. a) Hoe zeker is het dat deze busverbinding er komt, als deze investeringen gedaan worden? Waaraan wordt deze zekerheid ontleend? b) Indien zeker dat deze busverbinding er komt: per welke datum?
Ad a) Alle betrokken partijen (Arriva, provincie en gemeenten) staan positief tegenover de komst van de busverbinding. De busverbinding is mogelijk als de nieuwe Poelgeestbrug is gerealiseerd, de huidige Hendrik Heukelsbrug (huidige ontsluitingsbrug wijk Poelgeest) het benodigde groot onderhoud is gerealiseerd en de benodigde verkeerskundige aanpassingen voor de bus zijn vormgegeven. De nieuwe Poelgeestbrug is naar verwachting in 2023 gereed. Het groot onderhoud aan de H. Heukelsbrug en de benodigde verkeerskundige aanpassingen zijn opgenomen in een RAW-bestek. Afhankelijk van een positief raadsbesluit zullen deze werkzaamheden in 2022-2023 worden uitgevoerd. Ad b) Naar verwachting kan eind 2023, begin 2024 (afhankelijk van dienstregeling) deze busverbinding functioneel zijn.