Tkn Onderzoeksprogramma Rekenkamer 2025-2026
Tekst van het document
Onderzoeksprogramma 2025/2026 Samenwerkende rekenkamers Elburg-Hattem-Nunspeet-Oldebroek-Putten Datum
26 februari 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2 2.1 2.2 2.3
De rekenkamer Missie en taak van de rekenkamer Werkwijze en selectiecriteria Hoor en Wederhoor
3 3 3 4
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3
Onderzoeken Lopend onderzoek Op te starten onderzoeken in 2025-2026 Inleiding op de gekozen onderzoeken periode 2025-2026 Onderzoek 1 – Regionale Energiestrategie (RES) Onderzoek 2 - Ondermijning
5 5 5 5 6 7
2/7
1
Inleiding Voor u ligt het onderzoeksprogramma 2025-2026 van de samenwerkende rekenkamers Elburg, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten (hierna rekenkamer). Het voornemen is om in deze periode twee onderzoeken uit te voeren. De rekenkamer kiest in deze periode bewust voor twee onderzoeken (in plaats van drie). Deze keuze is gemaakt omdat: ▪ de rekenkamer de reële verwachting heeft dat in deze periode twee onderzoeken ook daadwerkelijk kunnen worden afgerond. ▪ de rekenkamer hiermee de nieuw gekozen gemeenteraden (in 2026) de ruimte geeft om input mee te geven voor het nieuwe onderzoeksprogramma.
2
De rekenkamer De rekenkamer bestaat uit: ▪ Peter Niemeijer (voorzitter). ▪ Michel Bergshoef. ▪ Annemieke van Dijken. De rekenkamer wordt in haar onafhankelijk functioneren ambtelijk ondersteund door de (vijf) griffiers van de deelnemende gemeenten.
2.1
Missie en taak van de rekenkamer ▪
▪
▪
De rekenkamer ziet het als haar missie om de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden te versterken door het uitvoeren van onderzoek. Dit mondt uit in een rapport van de rekenkamer met bevindingen en adviezen. De rekenkamer heeft als wettelijke taak om onderzoek te doen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid (art 182 Gemeentewet). De rekenkamer wil laten zien wat er terecht is gekomen van gemeentelijke beleidsvoornemens en wil handvatten bieden aan het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie om te komen tot efficiëntere en effectievere werkwijzen.
De rekenkamer wil op deze wijze een bijdrage leveren aan: ▪ de kwaliteit van het lokale bestuur. ▪ de transparantie van het gemeentelijk handelen. ▪ de versterking van de publieke verantwoording daarover.
2.2
Werkwijze en selectiecriteria De rekenkamer heeft een onafhankelijke positie binnen de gemeente. Dit betekent dat de rekenkamer zelf bepaalt welke onderwerpen worden onderzocht en hoe het onderzoek wordt ingericht. De rekenkamer houdt in haar onderzoeksprogramma rekening met actuele thema`s en behoeften vanuit de raad en de samenleving. Ten behoeve van de inrichting en uitvoering van haar onderzoeken hanteert de rekenkamer een onderzoeksprotocol. In dit protocol wordt ingegaan op de missie en taak van de rekenkamer als ook de criteria ten behoeve van onderwerpselectie.
3/7
In het onderzoeksprotocol wordt in detail de werkwijze van de rekenkamer uiteengezet. De rekenkamer treedt op diverse momenten in het proces in contact met de gemeenteraad: ▪
▪ ▪
▪
▪
2.3
De rekenkamer biedt het onderzoeksprogramma aan ter kennisneming aan de gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders. Het programma is openbaar. De rekenkamer maakt een onderzoeksopzet per onderzoeksonderwerp en biedt deze (gedetailleerde) opzet aan ter kennisneming aan de gemeenteraden. Het definitieve rapport, inclusief de bestuurlijke reactie, wordt aangeboden aan de gemeenteraden. Vanaf dat moment is het rapport openbaar. Het publiceren van het rapport gaat vergezeld van een persbericht van de rekenkamer. Het presidium wordt verzocht het onderzoeksrapport te agenderen voor behandeling in de raadscommissie en besluitvorming in de gemeenteraad. Ten minste één lid van de rekenkamer, eventueel samen met de externe onderzoekers, is bij de commissievergadering aanwezig om een toelichting te geven op het rapport en om vragen te beantwoorden. De rekenkamer onderzoekt na verloop van tijd in hoeverre de overgenomen aanbevelingen zijn uitgevoerd.
Hoor en Wederhoor Hoor en wederhoor is een fundamenteel principe in rekenkameronderzoek dat bijdraagt aan de objectiviteit en betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten. Het proces omvat twee fasen: het ambtelijk en het bestuurlijk wederhoor. Tijdens het ambtelijk wederhoor wordt een conceptnota van bevindingen voorgelegd aan de ambtelijke organisatie. Dit stelt ambtenaren in staat om feitelijke onjuistheden te corrigeren en aanvullende informatie te verstrekken. Het doel is om ervoor te zorgen dat de uiteindelijke rapportage een accurate weergave is van de werkelijkheid en om eventuele onduidelijkheden vroegtijdig te signaleren. Na verwerking van de ambtelijke reacties en het opstellen van de conclusies en aanbevelingen volgt het bestuurlijk wederhoor. In deze fase krijgt het college van burgemeester en wethouders de gelegenheid om te reageren op de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer. Deze reactie van het college wordt integraal opgenomen in het definitieve rapport, waardoor een volledig beeld ontstaat van zowel de bevindingen van de rekenkamer als het standpunt van het bestuur. De rekenkamer kan naar aanleiding van het bestuurlijk wederhoor nog een eigen nawoord opstellen.
4/7
3
Onderzoeken
3.1
Lopend onderzoek De rekenkamer is gestart met een onderzoek naar armoede- en schuldenbeleid. De planning is om dit onderzoek medio 2025 af te ronden en aan te bieden aan de gemeenteraden.
3.2
Op te starten onderzoeken in 2025-2026 De rekenkamer heeft besloten zogenaamd ‘dakpansgewijs’ onderzoek uit te voeren. Dat wil zeggen dat als een lopend onderzoek zich in de afrondende fase bevindt, een begin wordt gemaakt met een volgend onderzoek. De globale planning voor de periode 2025-2026 is: ▪ afronding van het lopende onderzoek (armoedebeleid) medio 2025. ▪ opstarten van het nieuwe onderzoek (in 2025) met verwachte afronding medio 2026. ▪ opstarten van het laatste onderzoek van deze onderzoeksperiode (in 2026), met afronding eind 2026/medio 2027. ▪ na de gemeenteraadsverkiezingen (in 2026) gaat de rekenkamer in gesprek met de nieuwe raden over het nieuwe onderzoeksprogramma.
3.2.1
Inleiding op de gekozen onderzoeken periode 2025-2026 De rekenkamer hanteert een groslijst die op basis van ontwikkelingen of actualiteiten regelmatig wordt aangevuld met (nieuwe) onderwerpen. Deze groslijst is verrijkt op basis van de gesprekken die de rekenkamer heeft gevoerd met de raden (eind 2024/begin 2025). In deze gesprekken werden onder andere de onderstaande onderwerpen benoemd (die zijn toegevoegd aan de groslijst 1): ▪ Inwonersparticipatie. ▪ Ruimtelijke procedures. ▪ Efficiëntie samenwerkingsverbanden. ▪ Omgevingsvisie/-wet. Naar aanleiding van de gesprekken met de vijf gemeenteraden heeft de rekenkamer voor de periode 2025-2026 gekozen voor twee onderzoeken. Hiervoor was vanuit de raden ook het meeste draagvlak voor. De gekozen onderzoeken zijn: 1. Onderzoek naar de Regionale Energiestrategie (te starten in 2025). 2. Onderzoek naar ondermijning (te starten in 2026).
1
Deze groslijst maakt geen onderdeel uit van dit onderzoeksprogramma, maar wordt separaat door de rekenkamer beheerd.
5/7
3.2.2
Onderzoek 1 – Regionale Energiestrategie (RES) Tijdens de VN-klimaattop in Parijs in 2015 hebben bijna 200 landen afgesproken de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken. Naar aanleiding hiervan presenteerde het kabinet de Nederlandse uitwerking hiervan in 2019. Eén van de afspraken is dat er 30 energieregio’s worden ontwikkeld. Deze regio’s, een samenwerking tussen gemeenten, provincies en waterschappen, hebben in 2021 de eerste Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld (met diverse doelstellingen). In het onderzoek kijken we naar de RES van de regio Noord-Veluwe. Deze regio bestaat uit alle vijf de gemeenten van de samenwerkende rekenkamer, aangevuld met de gemeenten, Ermelo en Harderwijk, het waterschap Vallei en Veluwe en de provincie Gelderland. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in de rol die de gemeenteraden hebben gespeeld bij de totstandkoming van de RES en in de ontwikkelingen die daarna volgden en mogelijk nog gaan volgen. Het onderzoek leidt tot aanbevelingen voor een mogelijke verbetering van de rol van de raden bij de herijking ervan. Om van te leren voor toekomstige projecten. De samenwerkende rekenkamer heeft behoefte aan een onderzoek naar de rol van de gemeenteraden bij de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieën. Hoe kan worden omgegaan met vergelijkbare projecten in de toekomst.
Gezien de actualiteit en het maatschappelijk belang van de RES en het belang van de rol van de gemeenteraad daarin, heeft de rekenkamer besloten dit onderzoek uit te voeren.
6/7
3.2.3
Onderzoek 2 - Ondermijning Het thema ondermijning staat bij gemeenten sterk in de belangstelling. Ondermijning is vermenging van de “onderwereld” met de “bovenwereld” en heeft als kenmerk dat er strafbare feiten worden gepleegd waarvan sommigen voordeel ondervinden en anderen nadeel. De aanpak van ondermijning is in handen van meerdere instanties, waaronder de gemeente, politie en justitie, de belastingdienst, etc. De gemeente, en specifiek de burgemeester, heeft vaak een regierol waar het gaat om het wegnemen van de voedingsbodem voor ondermijnende criminaliteit en het bestrijden en voorkomen van de negatieve effecten ervan. Kenmerkend voor ondermijning is dat het onzichtbare, en daardoor lastig kwantificeerbare, activiteiten betreft. Dit maakt het lastig om de doelmatigheid van een aanpak vast te stellen. Daarom spreekt men bij onderzoek naar ondermijning vaak niet van doelmatige, maar van een adequate aanpak in de zin van: doet men relevante dingen op een goede manier. Omdat men op zoek is naar onzichtbare activiteiten, worden vaak opsporingsmiddelen ingezet die raken aan de privacy van burgers. Dat roept tevens de vraag op of de ingezette middelen proportioneel en rechtmatig zijn, in relatie tot het probleem dat men wil aanpakken. Met dit onderzoek wil de Rekenkamer in kaart brengen in hoeverre de gemeenten een adequate en rechtmatige aanpak van ondermijning hanteren.
Daarbij is het relevant om te inventariseren over welke (rechts)middelen gemeenten kunnen beschikken, welke de gemeenten daadwerkelijk inzetten, en welke (bewust of onbewust) niet. Waarbij ook gekeken wordt naar de effectiviteit van de gemeentelijke aanpak. Ook de wijze waarop en de mate waarin de gemeenteraden hun kaderstellende en controlerende rol invullen, zal aan bod komen. Daarnaast is relevant om te benoemen dat de aanpak van ondermijning zich zowel kan richten op de buitenwereld (de maatschappij) als op de eigen organisatie en het bestuur van de gemeente. Denk bij dat laatste aan preventieve maatregelen, bewustwording en intern integriteitsbeleid. Dit vraagt om het aanbrengen van focus in de onderzoeksopzet.
7/7