St. t.k.n. nr. 3. Bijlage 2 Uitvoeringskader
Tekst van het document
1
UIZUITVOERINGSKADER AANPAK ONRECHTMATIG GRONDGEBRUIK Doelstelling De doelstelling van dit uitvoeringskader is uitvoering te geven aan de taak van het college van de gemeente Nunspeet om maatregelen te nemen om verjaring en verlies van eigendom te voorkomen. Om geconstateerd onrechtmatig grondgebruik op een correcte en eenduidige manier aan te pakken, is in aanvulling op de ‘Beleidsregel verkoop onrendabel groen’ een uitvoeringskader met een stappenplan nodig. De inzet van medewerkers kan bij handhaven op onrechtmatig gebruik effectiever plaatsvinden door het stappenplan te volgen en doelgericht op te treden
Stappenplan 1. Inventarisatie Om niet alleen in incidentele situaties maar tegen alle gevallen van onrechtmatig grondgebruik op te treden, zullen eerst binnen de gemeente op een gestructureerde wijze zoveel mogelijk gevallen van onrechtmatig grondgebruik moeten worden geïnventariseerd. Dit kan zo nodig wijkgericht worden aangepakt om niet te veel dossiers tegelijk in behandeling te krijgen. Inventarisatie van onrechtmatig grondgebruik vindt plaats door bestudering van recente luchtfoto’s met kadastrale ondergrond en daarnaast op aangeven van de afdeling Openbare Ruimte van in het veld geconstateerde ingebruikname. Als oneigenlijk gebruik van gemeentegrond wordt vastgesteld, vindt vervolgens toetsing plaats of deze grond verhuurd is, contractueel door de gemeente in gebruik is gegeven en of de grond al is opgenomen op de verkoopkaart snippergroen. Deze informatie wordt vastgelegd in een (digitaal) dossier dat bij voorkeur zichtbaar is voor de gehele gemeentelijke organisatie. In dit dossier wordt verder vastgelegd: Wie de onrechtmatige grondgebruiker is. Waar de in gebruik genomen grond ligt (locatie, kadastrale aanduiding en oppervlakte bij voorkeur met tekening). Waarom/waarvoor de grond in gebruik genomen is. Wanneer de grond in gebruik genomen is. Dit is van belang in verband met bepaling of er sprake kan zijn van verjaring. Hierover later meer.
2. Toetsing aan ‘Beleidsregel verkoop onrendabel groen’ In alle gevallen van onrechtmatig grondgebruik wordt daarna bekeken of legalisatie (door uitgifte in de vorm van verkoop) mogelijk is. Toetsing of de grond kan worden verkocht, vindt voornamelijk plaats aan de hand van de in februari 2017 vastgestelde ‘Beleidsregel verkoop onrendabel groen’. In dit beleid zijn randvoorwaarden gesteld, onder andere dat er alleen aan de aangrenzend eigenaar kan worden verkocht en er geen sprake mag zijn van beeldbepalend-, functioneel- en verkeersgroen. Indien het oneigenlijke gebruik niet toeziet op onrendabel groen, zal per geval moeten worden getoetst of verkoop mogelijk is. Daarbij kan dan gebruik worden gemaakt van de ‘Beleidsregel verkoop onrendabel groen’ al is dit niet het doorslaggevende beleidskader. Als legalisatie van het onrechtmatig gebruik van de grond door verkoop na toetsing wél mogelijk is, wordt de grond aan de gebruiker te koop aangeboden (zie hierna onder 3.). Indien legalisatie niet mogelijk is, zal de gebruiker gevraagd worden de grond te ontruimen en zal indien nodig een procedure tot terugvordering en ontruiming van de grond gestart worden.
2
UIZUITVOERINGSKADER AANPAK ONRECHTMATIG GRONDGEBRUIK 3. Procedure en informeren van de gebruikers Na de inventarisatie (zie 1.) en de toetsing (zie 2.) benadert de gemeente de gebruikers op individuele basis. De voorkeur heeft een gesprek bij de gebruiker op locatie, waarbij uitleg gegeven kan worden over de gedane constatering en de consequenties die hieraan verbonden zijn. Daarbij zijn de opties voor gebruiker: a. verkoop (indien dat mogelijk is op grond van de toetsing zoals onder 2. beschreven); óf b. ontruimde oplevering van de grond (indien verkoop niet mogelijk is). De reactie van de gebruikers geeft inzicht in de te nemen vervolgstappen omdat de gebruikers zullen reageren op de constatering en hun standpunt hierdoor duidelijk moeten maken. Duidelijke communicatie en ‘keukentafel’ gesprekken zijn van belang om de gebruikers mee te nemen in het proces naar verkoop of ontruiming. Als dit niet leidt tot het gewenste resultaat kan het college besluiten dat er juridische procedures worden ingezet. De gemeente gaat uit van het eigendomsrecht zoals dat in het kadaster is vastgelegd. Mocht een gebruiker van mening zijn dat deze informatie niet juist is, dan wordt hij/zij vanzelfsprekend in de gelegenheid gesteld dat aan te tonen bijvoorbeeld door het overleggen van bewijsstukken.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor het aantonen van zijn stellingen en de gemeente zal eventuele kosten van deze bewijslevering niet vergoeden.
4. Juridische uitwerking Als legalisatie door verkoop niet mogelijk is en er ook geen overeenstemming wordt bereikt met de gebruiker over het ontruimen van de gemeentegrond, kan zowel het publiekrecht als het privaatrecht een rol spelen. Privaatrechtelijke handhaving Als er geen overeenstemming kan worden bereikt of de gebruiker een beroep doet op verjaring van de grond (en hij dus claimt eigenaar te zijn geworden), wordt gebruik gemaakt van het privaatrecht. De gemeente handelt dan als private partij, als eigenaar van de rond. Bij het handhaven in privaatrechtelijke zin dienen wel door de gemeente de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te worden genomen. Het handhaven heeft als doel het voorkomen van het verlies van eigendom door verjaring. De gemeente is als eigenaar van de grond bevoegd de grond van een ieder die haar zonder recht houdt op te eisen (artikel 5:2 BW). Dit is mogelijk zolang de eigendom niet is verjaard. Publiekrechtelijke handhaving Bij publiekrechtelijke handhaving staat niet het eigendom van de grond centraal maar de (openbare) functie daarvan. Indien het gebruik van grond door een bewoner of bedrijf inbreuk maakt op de openbare buitenruimte en daarmee op de leefomgeving van de overige bewoners van de gemeente, dient de gemeente hiertegen handhavend op te treden.
Ook als er sprake is van strijdig gebruik ten opzichte van de bepalingen uit het vigerend bestemmingsplan dient de gemeente daartegen handhavend op te treden. De gemeente heeft namelijk de beginselplicht tot handhaven.
3
UIZUITVOERINGSKADER AANPAK ONRECHTMATIG GRONDGEBRUIK 4.1.1 Beroep op verjaring Wanneer de gebruiker van mening is eigenaar van de grond te zijn in plaats van de gemeente (bijvoorbeeld doordat de gebruiker de grond al jarenlang in bezit heeft, ook als de grond op naam staat van de gemeente bij het kadaster), kan de gebruiker beroep doen op verjaring. Er zijn 2 wijzen van verjaring mogelijk: verkrijgende verjaring of bevrijdende verjaring. 4.1.2 a Criteria verkrijgende verjaring Van verkrijgende verjaring is sprake als er een onafgebroken bezit van tien jaar te goeder trouw kan worden aangetoond door de gebruiker (artikel 3:99 BW). Van goede trouw is alleen sprake als men geen kennis heeft of had kunnen hebben van feiten of het recht. Dit zal niet snel het geval zijn. In het openbare kadaster kan iedereen nl. zien wie eigenaar is van een perceel. Het is daarom ook niet eenvoudig om verkrijgende verjaring aan te tonen. 4.1.2.b Criteria bevrijdende verjaring Van bevrijdende verjaring is sprake als door de gebruiker kan worden aangetoond dat grond gedurende een onafgebroken periode van twintig jaar door hem en of zijn rechtsvoorganger in bezit is genomen (artikel 3:105 en 106 BW). In dit geval hoeft er echter geen sprake te zijn van te goeder trouw. Deze gebruiker weet dus mogelijk dat de gemeente volgens het kadaster eigenaar van de grond is.
Voordat er succesvol beroep op eigendom op grond van (verkrijgende of bevrijdende) verjaring gedaan kan worden, moet eerst geanalyseerd worden of er sprake is van een onafgebroken periode van tien respectievelijk twintig jaar waarin de gemeentegrond in bezit is genomen. Het bezit van grond is vrij lastig aan te tonen omdat bijvoorbeeld: - de grond duurzaam onbereikbaar moet zijn voor de eigenaar - de grond afgescheiden moet zijn door een ondoordringbare haag of hekwerk - objectief moet kunnen worden vastgesteld of er sprake is van een inbezitneming van de grond gedurende een onafgebroken periode van tien respectievelijk twintig jaar. Kortom: voor derden moet aan de hand van uiterlijke kenmerken duidelijk zijn dat er sprake is van exclusief houderschap, dus privé-eigendom van betreffende grond. De partij die stelt dat er (geen) sprake is van verjaring, dient hiervoor bewijs aan te leveren. 4.1.3 Werkwijze bij beroep op verjaring Een beroep op verjaring dient door de gebruiker (maar mogelijk al wel eigenaar door verjaring) aan het college van burgemeester en wethouders te worden gericht. De gebruiker moet bewijzen dat hij de gemeentegrond al tien respectievelijk twintig jaar in bezit heeft.
Aan de hand van het bewijsmateriaal besluit het college na controle en mogelijk inwinnen van (juridisch) advies of zij al dan niet instemt met het beroep op verjaring en welke van de volgende drie opties passend wordt bevonden. a. Verjaring is door de gebruiker aangetoond: overschrijving via akte van verjaring Indien de gemeente instemt met het beroep op verjaring, zal de gebruiker voor zijn rekening zorgdragen voor de afwikkeling bij notaris en kadaster om de grond ook op zijn naam te zetten. De gemeente werkt mee onder voorwaarde dat de gebruiker binnen twee maanden bij de notaris op zijn kosten een akte van verjaring laat opmaken en dat deze wordt ingeschreven bij het kadaster. Voor officiële vastlegging zal de notaris altijd -ondanks overeenstemming tussen de gemeente en de gebruiker- toetsen of er inderdaad sprake is van verjaring.
4
UIZUITVOERINGSKADER AANPAK ONRECHTMATIG GRONDGEBRUIK b. Geen verjaring: afhandeling van de situatie volgens legalisatie Indien de gemeente oordeelt dat niet aan de criteria voor verjaring is voldaan wordt, zal de grond na toetsing (zie hiervoor 2.) en dat mogelijk blijkt te zijn, te koop worden aangeboden. Is verkoop niet mogelijk dan wordt de grond terug gevorderd en ontruimd waaraan de gebruiker dan vrijwillig moet meewerken. Indien de gebruiker niet vrijwillig aan terugvordering en ontruiming wil meewerken dan treedt automatisch optie c. in werking. c. Geen verjaring: naar de rechter De gemeente probeert zoveel mogelijk om via gesprekken met onrechtmatige gebruikers de situatie op te lossen. Indien een gebruiker na afwijzing door het college van zijn beroep op verjaring niet bereid is de grond te kopen (zie hiervoor onder optie b.) of niet wil meewerken aan ontruiming en teruggave aan de gemeente, dan zal de gemeente bij de rechter ontruiming van de grond vorderen. Dit wordt dan eerst voor instemming aan het college voorgelegd.