CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 2. Bijlage Regionaal Programma Werklocaties KvdV 2024-2028

Commissie Ruimte en Wonen 9 september 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Regionaal programma werklocaties.12.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Werknemers voelen zich daarnaast ook prettiger in een aantrekkelijke, groene omgeving en daarmee kan vergroening bijdragen aan een aantrekkelijk werk- en verblijfklimaat. Om de kwaliteitssprong te kunnen maken op de bestaande bedrijventerreinen is een goede publiek-private samenwerking van cruciaal belang. Voor de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen maakt de regio de volgende afspraken: 30 Kop van de Veluwe realiseert toekomstbestendige bedrijventerreinen met een kwaliteitsniveau dat aansluit bij landelijke en Europese ambities voor duurzaamheid en vereist dat alle nieuwe bedrijventerreinen voldoen aan een substantieel hoger kwaliteitsniveau. We nemen daarom de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving in acht. Om de bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken, realiseren we op nieuwe bedrijventerreinen meer groen/blauw-structuren. Op traditionele bedrijventerreinen ligt de bruto/netto verhouding gemiddeld op circa 80%. Dit betekent dat van het totale bruto terrein 80% door netto kavels wordt gebruikt en 20% als openbare ruimte. Voor nieuwe bedrijventerreinen hanteren we als richtlijn een bruto/netto verhouding van 70%. Het staat gemeenten vrij op basis van maatwerk maximaal 5% van deze normen af te wijken, bijvoorbeeld als er in de omgeving al relatief veel groen is. De extra meters in de openbare ruimte worden benut voor groen/blauw.

Een andere invulling van de openbare ruimte telt niet mee. We benutten de groen/blauw structuur om actief te sturen op een toekomstbestendig (duurzaam en klimaatbestendig) bedrijventerrein. We richten de groen/blauw structuur zodanig in dat we hittestress reduceren, op piekmomenten regenwater kunnen opvangen, daadwerkelijk de biodiversiteit verhogen en de werkomgeving visueel veel aantrekkelijker maken. Dit laatste vinden we ook belangrijk voor onze ondernemers om zich te onderscheiden in de strijd om talent aan zich te binden. In alle andere regio’s waar nu programmeringsafspraken worden gemaakt brengt de provincie Gelderland dit in.

21

RPW Kop van de Veluwe

31 We verwachten dat water in de toekomst steeds schaarser wordt. Om deze reden werken we voor nieuwe bedrijventerreinen in omgevingsplannen planregels uit. We nemen waar nodig voorwaarden op in uitgifteprotocollen voor gronduitgifte voor het zoveel mogelijk werken met open verharding in plaats van gesloten verharding voor het infiltreren van afstromend regenwater, het vasthouden en waar mogelijk delen/herbenutten van regenwater, proceswater en/of grijs water. Denk hierbij ook aan voldoende waterberging voor het tegengaan van hittestress. Ook zetten we in op drinkwaterbesparing. Om dit te faciliteren nemen we goede voorbeelden van projecten op in de toolkit om ondernemers te inspireren. 32 In bijvoorbeeld onze beeldkwaliteitsplannen stellen we op nieuwe bedrijventerreinen hogere eisen aan landschappelijke inpassing dan in het verleden. Landschappelijke inpassing is weliswaar maatwerk, maar gemeenten stellen gezamenlijk minimale eisen aan de landschappelijke inpassing van nieuwe bedrijventerreinen. De regio spreekt af deze minimumeisen gezamenlijk te formuleren om een gelijk speelveld te realiseren. Het is gemeenten toegestaan hogere eisen te stellen dan gezamenlijk afgesproken.

In dit kader is met de provincie Gelderland afgesproken dat zij de buurregio’s vraagt minimale eisen op te nemen en er voor zorg te dragen dat de minimumeisen niet of in ieder geval niet substantieel van elkaar afwijken. Gemeenten gebruiken bij het uitwerken van deze eisen ter inspiratie bestaande handreikingen van bijvoorbeeld Werklandschappen van de Toekomst, de Handreiking GRIP op grootschalige bedrijfsvestigingen – Inrichtingsconcepten van BURA en de handreiking die momenteel opgesteld wordt in het kader van het programma Mooi Nederland van het ministerie van BZK dat in de loop van 2024 uitkomt. 33 Ook op bestaande bedrijventerreinen stellen we bij herontwikkeling hogere eisen aan landschappelijke inpassing. Dit is relevant omdat op deze bestaande bedrijventerreinen in de toekomst hogere gebouwen gaan verschijnen als gevolg van de opgave bestaande bedrijventerreinen beter te benutten. Ook hier gebruiken de gemeenten de in afspraak 32 genoemde bronnen ter inspiratie. 34 Omdat we ruimtegebrek hebben op bedrijventerreinen, kiezen we er in principe voor om geen woonfuncties toe te staan op bedrijventerreinen. In gemengde gebieden stimuleren we juist de menging van woon- en lichte werkfuncties. Waar dit passend is zetten we in woongebieden mogelijk in op het toevoegen van lichte werkfuncties (zie afspraak 3 en 4).

We vinden het realiseren van voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten belangrijk. Elke gemeente maakt hier werk van en maakt haar eigen afwegingen. 35 Ondernemers worden door de gemeenten geïnformeerd over alle gemaakte afspraken in dit RPW, inclusief uitleg van de beweegredenen. Voor ondernemers op bestaande bedrijventerreinen wordt daarom door de gemeenten een communicatieplan opgezet om ondernemers te informeren over de wenselijkheid geld te investeren in toekomstbestendige bedrijventerreinen, ze van de urgentie om hieraan mee te denken te overtuigen en ze te inspireren. Omdat dit speelt in alle regio’s, draagt de provincie zorg voor een belangrijk deel van het algemene informatiepakket, de toolkit. De toolkit bevat voorbeelden van projecten per thema en laat waar mogelijk ook combinaties van thema’s zien. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de communicatie met de ondernemers en het in context plaatsen van het algemene informatiepakket op grond van haar lokale situatie.

22

RPW Kop van de Veluwe

2.5 Vrijkomende Agrarische Bebouwingen en solitaire vestigingen in het buitengebied

Onze zesde en laatste hoofdopgave luidt: ’De mogelijkheid benutten om vrijkomende agrarische bebouwingen waar mogelijk in te vullen met nieuwe passende werkfuncties in het buitengebied’. In deze paragraaf gaan we eerst in op de afspraken omtrent vrijkomende agrarische bebouwingen daarna gaan we in op de afspraken omtrent solitaire vestigingen in het buitengebied.

2.5.1 Vrijkomende Agrarische Bebouwingen Op Vrijkomende Agrarische Bebouwingen (hierna VAB’s) komen locaties vrij omdat agrariërs hun bedrijfsvoering stoppen waarvoor een toekomstbestendige functieverandering nodig is. Dit kan wonen zijn, maar ook werken. Nieuwe invulling van VAB’s speelt niet in alle gemeenten in de regio even sterk. Gemeenten stellen - voor zover relevant - hiervoor eigen VAB-beleid voor agrarisch naar werken op. Onderstaande afspraken zijn daarom te interpreteren als suggesties voor het op te stellen beleid, niet als ‘harde afspraken’. We stellen vast dat de invulling van VAB’s maatwerk vereist, maar ook dat we het belangrijk vinden om gezamenlijk in te zetten op het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. Het momentum is nu. We nemen dit artikel op in het RPW, omdat alle gemeenten lichte werkfuncties willen toestaan op VAB’s. Gegeven de ruimtenood, de wens om toekomstbestendige functiewijzigingen door te voeren op VAB’s en de wens om de ruimtelijke kwaliteit van VAB-locaties te verhogen, doen we volgende suggesties: 36 Elke gemeente stelt – voor zover relevant – een eigen VAB-beleid op, bij voorkeur gedifferentieerd naar verschillende deelgebieden, op basis van profielen van elk deelgebied en gebaseerd op een gebiedsvisie op dat deelgebied. In dit beleid wordt vastgelegd wat kan en wat niet kan per deelgebied.

Een goed voorbeeld is het PVPO (Programma Vitaal Platteland Oldebroek). 37 In elk gemeentelijk VAB-beleid – voor zover relevant – streven we in ieder geval naar de volgende basiselementen: a Bij herontwikkeling van VAB’s wordt ingezet op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, passend in het landschap. b Wanneer bedrijfsactiviteiten worden toegestaan op VAB’s, moet dit kwantitatief beperkt worden zodat de schaal van deze activiteiten klein blijft en zich beperkt tot functies met een beperkte milieuruimte passend in de omgeving. c Als bedrijven zich op deze locaties ontwikkelen en meer ruimte nodig hebben (en daardoor het bestaande erf niet voldoende is), moeten ze verhuizen naar een reguliere bedrijventerreinenlocatie. Bij een lage milieuruimte die niet op een bedrijventerrein mag landen moeten ze verhuizen naar (gemengde) gebieden die daarvoor geschikt zijn. Bij vergunningverlening moet dit schriftelijk actief naar initiatiefnemers gecommuniceerd te worden. d Bij een nieuwe functie moet afgewogen worden in welke mate deze functie passend is, waarbij rekening wordt gehouden met ligging, schaal en verkeersintensiteit. Dit geldt zowel op korte termijn als op lange termijn.

23

RPW Kop van de Veluwe

2.5.2 Solitaire vestigingen in het buitengebied In het vorige RPW was de afspraak opgenomen werk te maken van het verplaatsen van solitaire vestigingen in het buitengebied naar daarvoor geschikte locaties. In de afgelopen periode is hier in de praktijk nauwelijks aandacht voor geweest. We hebben daarom de volgende afspraken gemaakt: 38 Elke gemeente zet zich in alle eventueel voorkomende solitaire vestigingen met bedrijfsactiviteiten anders dan agrarische activiteiten te beoordelen. In voorkomende gevallen komen gemeenten in actie. 39 Als een gemeente een wens tot verplaatsing – al dan niet op initiatief van de gemeente niet binnen de eigen gemeentegrenzen kan realiseren, kan iedere gemeente een solitaire bedrijfsvestiging in de programmeringstabel opvoeren als verplaatsingswens. Deze wensen hebben de status van additionele vraag. De gemeente onderbouwt waarom deze verplaatsing belangrijk is. Voor elke verplaatsingswens wordt in het bestuurlijk overleg gezamenlijk geïnventariseerd of de verplaatsing in te passen is op beschikbare en/of nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen in de gewenste periode. Wanneer nodig worden er afspraken gemaakt tussen de betrokken gemeenten over hoe lang een reservering gelegd kan worden zonder kosten.

Wanneer nodig, worden afspraken gemaakt over wie verantwoordelijk is voor welke kosten, vanaf welk moment, voor het geval het bedrijf en/of de uitplaatsende gemeente de verplaatsing niet doorzet. De wens tot verplaatsing houdt niet per definitie in dat de gemeente verantwoordelijk is voor het verplaatsen. Het bedrijf in kwestie blijft in eerste instantie verantwoordelijk, ook voor de kosten, tenzij de gemeente anders besluit. De gemeente stelt kaders (bijvoorbeeld besluit om te handhaven) en faciliteert.

24

25

RPW Kop van de Veluwe

Bijlage 1 Confrontatie vraag en aanbod in de Kop van de Veluwe In het najaar van 2023 is de nieuwe prognose werklocaties Gelderland vastgesteld. In deze paragraaf vertalen we de bevindingen vanuit de raming naar het niveau van de regio Kop van de Veluwe. De vraagraming bestaat uit een drietal onderdelen: • Uitbreidingsvraag: Vraag naar extra werklocaties ten opzichte van de huidige voorraad, door natuurlijk verloop en dynamiek van bedrijven in de regiogemeenten. Ook wel autonome vraag genoemd. • Vervangingsvraag: Vraag naar werklocaties door onttrekking van een deel van de huidige voorraad werklocaties (bijvoorbeeld door transformatie van een bedrijventerrein naar een woonfunctie). • Additionele vraag: Vraag naar werklocaties die niet direct te ‘voorspellen’ is via ramingsmethodiek. Het gaat veelal om grote, nieuwe (economische) ontwikkelingen, incidenteel en grootschalig van aard. In het bijzonder gaat het ook om de ruimte op bedrijventerreinen die nodig is als gevolg van de energietransitie. In de prognose wordt onderscheid gemaakt tussen twee scenario’s: EIB hoog en EIB laag 4. Onderstaande tabel laat een indicatieve doorrekening zien van de vraag per individuele gemeente in het hoge scenario. Daar zetten we het harde planaanbod per regiogemeente tegenover. De behoefte is het gedeelte van de ruimtevraag dat niet is ingevuld door harde plannen.

De geraamde vraag in het hoge scenario is naar verwachting in lijn met de hoeveelheid druk op de ruimte op de bedrijventerreinenmarkt die door de verschillende gemeenten wordt ervaren. De meeste gemeenten houden namelijk een leadslijst bij met aanvragen van ondernemers voor een geschikte kavel en het wordt steeds uitdagender om een geschikte match te vinden. Op voorhand enkele relevante punten: • Het gaat hier uitdrukkelijk om een indicatie, omdat een doorrekening van het prognosemodel op het niveau van de regio naar individuele gemeenten altijd leidt tot een ruim betrouwbaarheidsinterval. Veelal is het reëel om bij het zoeken naar de beste locaties deze behoefte te faciliteren in ieder geval ook de mogelijkheden in/met buurgemeenten te inventariseren. • De omvang van het harde planaanbod komt voort uit de gegevens die door de gemeenten zijn aangeleverd. Verderop in deze notitie is een totaaloverzicht opgenomen. • De vraagraming gaat over de periode vanaf 2024. Bij de notaris gepasseerde uitgiften in dit kalenderjaar hebben dus nog invloed op de totale behoefte.

Tabel 1: Vraag (uitbreidings- en vervangingsvraag) en aanbod situatie per gemeente in netto hectare in de periode 2024 t/m 2040 (EIB hoog) Gemeente

Hard planaanbod

Indicatieve vraag* Totaal

Indicatieve resterende behoefte

Uitbreidingsvraag

Vervangingsvraag

Elburg

15

2

17

4,1

13

Hattem

6

9

16

7,6

8

4 Zie Prognose Werklocaties Gelderland (2023) – Bijlage 1 voor een toelichting op de methodiek van de raming en de verschillende scenario’s.

26

RPW Kop van de Veluwe

Heerde

13

0

13

2,7

10

Nunspeet

31

8

39

7,1

32

Oldebroek

16

0

16

14,1

2

Regio Kop van de Veluwe

81

20

101

35,6

65

Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023), IBIS Gelderland (2024), input gemeenten KvdV (2024), bewerking Stec Groep (2024). *Optelling kan afwijken door afrondingsverschillen.

Verdieping vraag naar type werkmilieus Tabel 1 geeft inzicht in de totale ruimtevraag in de regio, indicatief uitgesplitst naar gemeente. Kwalitatief gezien zien we dat zo’n 40% van de uitbreidingsvraag uit gaat naar één van de grootschalige werkmilieus (zie ook onderstaande tabel). Het gaat in de periode 2024 t/m 2040 om circa 14 hectare vraag naar een XXL-logistiek werkmilieu en circa 17 hectare naar een grootschalig HMC werkmilieu. Op dit moment is geen hard planaanbod in de regio uitgeefbaar waarop ruimtevraag vanuit deze werkmilieus gefaciliteerd kan worden. De totale regionale uitbreidingsvraag zonder deze grootschalige werkmilieus bedraagt 50 hectare. De indicatieve behoefte zonder de grootschalige werkmilieus komt daarmee uit op 34 hectare 5.

Tabel 2: Uitbreidingsvraag naar type werkmilieu in netto hectare in de periode 2024 t/m 2040 (EIB hoog) Werkmilieu

Omvang in netto hectare

Gemengd/interactie

11

Regulier

40

Grootschalig

XXL-logistiek

14

Grootschalig HMC

17

Totaal grootschalige werkmilieus

31

Totaal

81

Totaal excl. grootschalige werkmilieus

50

Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023), bewerking Stec Groep (2024).

Door additionele vraag mogelijk aanvullende ruimtevraag in de regio Mogelijk is er ook een behoefte vanuit een bovenregionaal georiënteerde additionele vraag die niet in de prognose voor de provincie Gelderland is opgenomen. Het is veelal vraag die uit ambities en acquisitie voortkomt, of die wordt veroorzaakt door het aanbieden van aanbod met nieuwe, unieke vestigingskwaliteiten. Additionele vraag bestaat uit nieuwe (economische) ontwikkelingen, veelal grootschalig van omvang, incidenteel van aard en duidelijk afwijkend van de bestaande economische activiteiten op de bedrijventerreinen en/of reguliere regionale bedrijfsmigratiestromen. Additionele vraag kan vooraf niet geraamd worden, maar het is wenselijk om vooraf afspraken te maken over waar ambities liggen en welk aanbod daarvoor

5

Uitbreidingsvraag (50 ha) + vervangingsvraag (20 ha) – hard planaanbod (36 ha) = indicatieve resterende behoefte (34 ha).

27

RPW Kop van de Veluwe

wordt gereserveerd. Kortom, het is goed te beseffen dat de bovenregionale en (inter-)nationale additionele vraag waarschijnlijk leidt tot een grotere ruimtevraag dan in de autonome prognose is geraamd. Dit maakt de urgentie om goede afspraken over te maken over uitbreiding, selectiviteit en beter benutten nog groter.

Verdieping hard planaanbod in de regio Onderstaande tabel geeft het harde planaanbod in de regio per bedrijventerrein weer. In totaal is er nog zo’n 36 hectare hard planaanbod. Van deze 36 hectare is bijna 40% in optie.

Tabel 3: Hard planaanbod in de regio in netto hectare (peilmoment Q1 2024) Gemeente

Bedrijventerrein

Planstatus

Elburg

De Koekoek

Elburg

Omvang Totaal

Direct uitgeefbaar

Niet direct uitgeefbaar

Hard

0,2

0,0

0,0

0,2

Broeklanden

Hard

0,0

0,0

3,9

3,9

Hattem

Bedrijvenpark H2O (Hattems deel)

Hard

1,4

0,0

6,3

7,6

Heerde

Eeuwlandseweg Zuid/Noord

Hard

0,3

1,4

1,0

2,7

Nunspeet

Bedrijventerrein De Kolk

Hard

4,1

0,0

0,0

4,1

Nunspeet

Bedrijventerrein Elspeet

Hard

0,0

3,0

0,0

3,0

Oldebroek

Bedrijvenpark H2O (Oldebroeks deel)

Hard

11,7

0,0

2,6

14,1

17,7

4,3

13,5

35,6

Totaal Regio Kop van de Veluwe

In optie

Bron: IBIS Gelderland (2024), input gemeenten KvdV (2024), bewerking Stec Groep (2024).

Verdieping zachte plannen en theoretische zoekgebieden Er zijn op dit moment geen zachte plannen in de regio. Wel bestaan er in een aantal gemeenten eerste ideeën voor locaties voor nieuwe bedrijventerreinen met een totale potentiële oppervlakte van maximaal circa 89 tot 128 hectare. Daarnaast zijn potentiële zoeklocaties in beeld voor circa 7,5 hectare geschikt voor gemengde woon/werkfuncties met kwaliteit. Over de kwalitatieve invulling is nog niets bekend, maar kwantitatief vatten we cumulatief voor de gehele regio de eerste conclusies beknopt samen. Onderstaande tabel vat de vraagaanbod situatie in de regio samen. Er is totaal zo’n honderd hectare netto vraag (autonome uitbreidingsvraag en vervangingsvraag), hier staat zo’n 36 hectare netto hard aanbod tegenover. Zacht planaanbod is er in de regio op dit moment niet. De netto omvang van de boterzachte zoekgebieden is (afhankelijk van de gekozen bruto-netto verhouding en dus de ambitie om een kwaliteitsslag te maken op nieuwe bedrijventerreinen) circa 53 tot 102 hectare. Enkel als het lukt om al deze zoekgebieden 6 te ontwikkelen tot een 6

Let op: we gaan er indicatief van uit dat deze zoekgebieden ook de beste/juiste plekken zijn om de vraag te faciliteren. Dat is echter niet noodzakelijkerwijs het geval, bijvoorbeeld door de concentratie in één of enkele

28

RPW Kop van de Veluwe

hard plan is er, bij een bruto/netto verhouding van 60%, min of meer balans in de vraag en het aanbod in de periode t/m 2040. Wanneer alle zoekgebieden met een bruto/netto-verhouding van 80% ontwikkeld worden ontstaat een situatie van overaanbod.

Tabel 3: Samenvatting vraag en aanbod situatie Kop van de Veluwe in netto hectare, 2024 t/m 2040 EIB hoog A. Uitbreidingsvraag

81 hectare

…waarvan XXL-logistiek en grootschalige HMC

31 hectare

B. Vervangingsvraag

20 hectare

C. Totale vraag (A. uitbreidingsvraag + B. vervangingsvraag) D. Hard planaanbod

101 hectare 36 hectare

E.

Resterende behoefte (C. Totale vraag – D. Hard planaanbod)

65 hectare

F.

Zacht planaanbod

0 hectare

G. Zoekgebieden

Resterende behoefte na realisatie zoekgebieden (E. resterende behoefte – F. zacht planaanbod en G. zoekgebieden)

Bij bruto/netto verhouding van 80%: (89 tot 128 * 80% = )

71 tot 102 hectare

Bij bruto/netto verhouding van 60%: (89 tot 128 * 60% = )

53 tot 77 hectare

-37 tot 12 hectare

Verdieping grootschalige werkmilieus Wanneer de regio de grootschalige vraag naar de werkmilieus XXL-logistiek en grootschalige HMC niet meer faciliteert in de Kop van de Veluwe – dan verplaatst deze vraag zich naar de omliggende regio’s en is de regio Kop van de Veluwe verplicht om dit met de omliggende regio’s af te stemmen. Voor het overzicht laten we in onderstaande tabel de drie verschillende uitgangssituaties omtrent de grootschalige werkmilieus zien. Eerst laten we de ‘basis’ uitgangssituatie zien. Dit is de huidige situatie zoals geraamd in de provinciale behoefteprognose (zoals ook opgenomen in tabel 3). In de uitgangssituatie ‘grootschalige werkmilieus niet faciliteren’ laten we zien wat de vraag-aanbod situatie is wanneer de regio de vraag naar grootschalige werkmilieus (XXL-logistiek en grootschalige HMC) niet meer faciliteert. In dat geval overstijgt de ontwikkeling van alle zoeklocaties de vraag. Er zou dan een theoretisch overschot ontstaan van zo’n 20 tot 70 hectare. Tot slot hebben we indicatief als derde uitgangssituatie ‘grootschalige werkmilieus niet faciliteren + additionele vraag omliggende regio(‘s)’ opgenomen. Zoals gesteld is de regio Kop van de Veluwe verplicht met omliggende regio’s af te stemmen wanneer specifieke werkmilieus (in dit geval grootschalige werkmilieus) niet in de regio gefaciliteerd zullen worden.

Mogelijk kunnen er afspraken gemaakt worden wanneer een gemeente(n). Indien besloten wordt dat de zoekgebieden niet allemaal de beste/juiste plekken zijn, dan is de feitelijke zoekopgave groter dan wat hier staat beschreven.

29

RPW Kop van de Veluwe

omliggende regio deze specifieke vraag wel kan en wil faciliteren dat dan de regio Kop van de Veluwe aanvullende hectares realiseert in andere werkmilieus (bijvoorbeeld in het reguliere segment). Zo vindt er min of meer een uitwisseling plaats in het type ruimtevraag dat gefaciliteerd wordt per regio. Aangezien dit theoretische gedachtelijnen zijn kunnen we daar op dit moment nog geen hectares aan aanvullende additionele ruimtevraag aan koppelen.

Tabel 4: Verschillende uitgangssituaties in EIB hoog al dan niet faciliteren grootschalige werkmilieus Uitgangssituatie

Grootschalige werkmilieus niet faciliteren

Basis

Grootschalige werkmilieus niet faciliteren + additionele vraag omliggende regio(’s)

A. Uitbreidingsvraag

81 ha

50 ha

50 + X ha

B. Vervangingsvraag

20 ha

20 ha

20 ha

C. Totale vraag (A. uitbreidingsvraag + B. vervangingsvraag)

101 ha

70 ha

70 + X ha

D. Hard planaanbod

36 ha

36 ha

36 ha

Resterende behoefte (C. Totale vraag – D. Hard planaanbod)

65 ha

34 ha

34 + X ha

Zacht planaanbod

0 ha

0 ha

0 ha

53 tot 102 ha

53 tot 102 ha

53 tot 102 ha

-37 tot 12 ha

-68 tot -19 ha

-68 tot -19 ha + X ha

E.

F.

G. Zoekgebieden Resterende behoefte na realisatie zoekgebieden (E. resterende behoefte – F. zacht planaanbod en G. zoekgebieden)

RPW Kop van de Veluwe

Woondeal in relatie tot ruimtevraag naar bedrijventerreinen In de regio Kop van de Veluwe zijn verschillende woondeals (Elburg, Hattem, Nunspeet en Oldebroek in de Woondeal Noord-Veluwe en Heerde in de Woondeal Stedendriehoek) gesloten. Hierin zijn opgaven opgenomen over het te realiseren aantal woningen in de periode tot en met 2030. In totaal bestaat de opgave in de regio Kop van de Veluwe uit zo’n 5.200 woningen. Uitgangspunt is de wens om per toe te voegen woning één baan te realiseren om de bestaande woon-werkverhouding minimaal te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Rekening houdend met het huidige aandeel banen op bedrijventerreinen (zo’n 32%) zou dit een toename van bijna 1.700 banen op bedrijventerreinen in de regio betekenen. Uitgaande van de huidige gemiddelde netto ruimte per baan (zo’n 260 m2) zou dit indicatief resulteren in een ruimtebeslag van 43 hectare netto tot en met 2030. Er is meer verdieping op dit thema nodig. Dit is een zeer theoretische benadering die ons inziens een te hoge uitkomst geeft.

30

31

RPW Kop van de Veluwe

Bijlage 2 Onderstaand een overzicht van het type criteria waaraan u kunt denken. Deze criteria dienen in detail uitgewerkt te worden en scherp geformuleerd te worden.

Mate regionale gebondenheid

Mate van maatschappelijke en economische meerwaarde

Wijze van benutten schaarse ruimte en landschappelijke inpassing

• Herkomst bedrijf, aantal werknemers in de regio

• Is sprake van een strategisch of tactisch vestigingsbesluit?

• Relatie met lokale/regionale toeleveranciers, -afnemers / innovatiepartners, kennisinstellingen

• Versterking clustervorming zowel in ruimtelijke als economische zin

• Hoe past de vestiging binnen de behoefteraming en hoe is de Ladder toegepast?

• Gebruik regionale infrastructuur als haven, spoor, buis, binnenvaart. • Eindgebruiker vs. intermediaire partij zoals ontwikkelaar.

• …..

• Bijdrage aan het ‘ecosysteem’ in de regio • Mate van inzet op innovatie en versterking van het ‘ecosysteem in de regio • Bijdrage aan werkgelegenheid in de regio • Bijdrage aan een gezonde balans tussen inzet van (boven)regionaal personeel en inzet arbeidsmigranten • Bereidheid om samen te werken met onderwijsinstellingen • Bijdrage aan klimaatopgave, energietransitie, modal shift, en (sociale) innovatieprojecten • Bijdrage aan huisvesting arbeidsmigranten

• ….. Bron: Handreiking afweegkader regionale meerwaarde (Stec Groep, 2022).

• Wat kan/moet voor landschappelijke inpassing gedaan worden op de locatie zelf en/of ter compensatie elders? • In welke mate is sprake van multifunctioneel ruimtegebruik? • Hoe zijn de gevolgen voor de nationale weginfrastructuur, energie infrastructuur en – levering, natuur en stikstofdoelen, verstedelijking, bodem en waterbeheer, de relevante nationale belangen (NOVI).

• …..

RPW Kop van de Veluwe

Colofon Datum: 17 april 2024 Projectnummer: 23.326 Opdrachtgever: Kop van de Veluwe Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Wim Eringfeld, Anneloes Bouma & Beer Janssens Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14441510/1