CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 2. Bijlage Notitie overlastnewerk

Commissie Maatschappij en Middelen 9 september 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Notitie overlastnetwerk jeugd;3.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overlastnetwerk jeugd gemeente Nunspeet Conceptnotitie (02 juni 2021)

1. Inleiding. De meeste jongeren ontwikkelen zich goed en groeien gezond op tot zelfstandige volwassenen. Ook in Nunspeet. Dat blijkt uit cijfers van de jeugdmonitor 2020 van de GGD. Maar ook in Nunspeet zijn er jongeren bij wie deze ontwikkeling om uiteenlopende redenen minder of niet goed verloopt. Deze jongeren komen vaak in beeld op straat (hangplekken), vertonen risicovol gedrag (leefstijl) en veroorzaken daarbij soms overlast. Regelmatig is daarbij sprake van middelengebruik, vandalisme en soms ook criminaliteit. Deze overlast wordt aangepakt en dat doet de gemeente Nunspeet in samenwerking met politie en anderen organisaties. Tevens biedt de aanpak van overlast ook de kans op herhaling of erger te voorkomen. Preventie en handhaving trekken hier samen in op. Overlast wordt opgevat als een subjectief fenomeen. Waar de ene persoon overlast ervaart, is dit voor de andere geen probleem of men ervaart dit niet als overlast. De subjectieve overlast en verloedering gaan dus veelal samen met de gevoelens die de burger heeft. Uitgangspunt is dat de burger die subjectieve, maar ook objectieve overlast ondervindt moet worden gehoord, maar dat er ook wat aan gedaan wordt.

2. Aanleiding. De afgelopen jaren is de overlast binnen de Gemeente Nunspeet toegenomen. Naast het rondhangen van jongeren die zich hinderlijk gedragen en overlast geven is het gebruik van alcohol en drugs toegenomen. Uit de cijfers van de politie blijkt dat sinds 2017 de overlast in 2018 met ongeveer 25 % en in 2019 met ongeveer 15 % is toegenomen. Betreffende het drugsgebruik zijn nieuw ontwikkelde drugs op de markt gekomen, die ook door onze jongeren worden gebruikt. We willen beleid en de uitvoering hiervan opnieuw tegen het licht houden en daar waar mogelijk verbeteringen aanbrengen. Uitgangspunt is integratie en gezamenlijke aanpak, dat zich richt op preventie, informatie en daar waar noodzakelijk curatief handelen.

3. Doel. Middels een gestructureerde integrale aanpak overlast door jongeren in Nunspeet voorkomen en te verminderen. Om de overlast aan te pakken en te verminderen wordt gebruik gemaakt van preventie, maar ook handelend optreden (repressie). Als subdoel de verbinding leggen tussen het veiligheidsdomein en het sociaal domein. Hierdoor is het mogelijk om criminaliteit en overlast vroegtijdig te signaleren en integraal aan te pakken. Hierbij gaat het veelal om meervoudige problematiek van bepaalde kwetsbare groepen, zoals ook is beschreven in de Visie Sociaal Domein Gemeente Nunspeet.

4. Visie. In de Visie Sociaal Domein Gemeente Nunspeet staat beschreven dat de visie uitgaat van drie kernwaarden: meedoen, ontwikkelen en ondersteunen. Deze visie is ook van toepassing op het item overlast van jongeren en jongerengroepen in de gemeente Nunspeet. Juist het onderdeel ondersteunen is op deze groep van toepassing. Op het moment dat er jongeren overlast veroorzaken in de buurt of op straat kan de gemeente i.s.m. organisaties integraal en planmatig hierop inspelen met aandacht voor belangen van alle betrokkenen. In de gemeente Nunspeet is er een actief overlastnetwerk, waarbij verschillende organisaties deelnemen aan een integrale aanpak, waarbij een dwarsverband of verankering moet worden gemaakt met het jeugd- en gezondheidsbeleid. In deze visie gaan wij ervan uit dat niet alleen de jongere of groep, maar ook ouders en/of verzorgers betrokken worden en ook een rol hebben in de aanpak van overlast en middelengebruik.

-2-

Er is ook een duidelijke connectie gemaakt met het Integraal Veiligheidsplan Veluwe Noord 20202023. Het Veiligheidsplan geeft o.a. het volgende aan: - Het tegengaan van overlast door jeugd(groepen) op straat, terwijl zij wel ruimte blijven houden om elkaar te ontmoeten. - Het voorkomen en stoppen van problematische jeugdgroepen. - Drank- en drugsgebruik door jongeren wordt besproken in het overlastnetwerk. In het landelijk preventieakkoord zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van drankgebruik. Sommige gemeenten sluiten ook lokaal een preventieakkoord met betrokken partners. Naast het alcoholgebruik kan het drugsgebruik ook mee worden genomen. Daarnaast beschikt iedere gemeente over een preventie- en handhavingsplan alcohol.

5. Overlast in het algemeen. Zoals in de inleiding al is aangegeven is overlast veelal een subjectief fenomeen. Desondanks zijn er omstandigheden die voor de meeste burgers sowieso als overlast worden ervaren. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de aanwezigheid van potentieel overlast gevend gedrag enerzijds en ervaren overlast aan de andere kant of tussen objectief meetbare tekenen van overlast (zoals graffiti) en de ervaren overlast. Echter de aanwezigheid van potentieel overlast gevend gedrag is wat anders dan feitelijke overlast. Gedragingen die het meest aanleiding geven tot het benoemen van overlast zijn: het lastigvallen van mensen op straat, het vernielen en beschadigen van andermans eigenomen, drugsoverlast, bedreigingen en berovingen. Als dit soort gedrag zich voordoet in een wijk of buurt is de kans (zeer) groot dat mensen dit als overlast ervaren en zich in het ergste geval niet meer veilig voelen. Natuurlijk is de gradatie van overlast gevend gedrag bepalend of de burgers in zijn algemeenheid dit ervaren als overlast en een onveilige leefomgeving.

6. Overlast door jongeren. Het Nederlands Jeugd Instituut geeft aan dat in Nederland in 2019 ongeveer 75.000 meldingen zijn binnengekomen van overlast door jongeren. Dit is significant lager dan het aantal meldingen dat in 2020 werd gemeld. Toen was het aantal meldingen ongeveer 90.000. Politie geeft aan dat ook in Nunspeet er een toename is van overlastmeldingen door jeugd. Uit de veiligheidsmonitor (gebruikt door het NJI) blijkt dat overlast van rondhangende jongeren en overlast door buurtbewoners tot de grootste overlastproblemen behoren binnen de sociale sfeer. In dit kader richten wij ons alleen op de jongeren en niet op de overlast tussen buurtbewoners.

7. Groepsgedrag. Het NJI geeft ook aan dat recentelijke gegevens van het aantal problematische jeugdgroepen ontbreekt. Rondom 2015 waren er in Nederland ongeveer 700 problematische jeugdgroepen. Het gaat hierbij om jeugdgroepen die op wijkniveau voor hinder, overlast of criminaliteit zorgen. Van deze groepen is ongeveer 25 % echt overlast gevend en 5% van deze groepen zit in het criminele circuit. Ook Nunspeet heeft afgelopen jaren te maken gekregen met overlast gevende groepen. In najaar 2020 heeft de politie een groepsscan gemaakt om dit goed in beeld te brengen. Van deze groep zijn 5 jongeren en hun ouders uitgenodigd op het gemeentehuis. Met hen is gesproken om de overlast te stoppen en zijn zorgen rondom (mogelijk) middelengebruik gedeeld.

8. Aanpak Al jaren functioneert er in de gemeente Nunspeet een overlastnetwerk jeugd. Meldingen van inwoners m.b.t. overlast door jeugd, komen (m.n.) binnen bij gemeente en politie. Die meldingen worden integraal besproken in het overleg van het overlastnetwerk waar de volgende mensen en organisaties aan deelnemen.

-3-

Deze zijn: - Politie - Medewerker openbare orde en veiligheid (team POC) - Medewerker openbare ruimte - Medewerker handhaving (BOA vanuit team VTH) - Procesregisseur sociaal domein (team Samenleving) - Straathoekwerk Nunspeet - Buurtbemiddeling - Coördinator jeugd van zorg- en veiligheidshuis (link met openbaar ministerie) - Medewerker bureau HALT - Medewerker preventie vanuit verslavingszorg - Jeugd- en jongerenwerk (SWN / SPCJ-radix) In 2019 is er een project gestart om de normalisering van middelengebruik onder jongeren tegen te gaan. Belangrijk daarbij is, dat na feitelijke waarneming op straat, er eerder en meer met de ouders van deze jongeren gesproken wordt over dit incident. En dat daarbij aandacht is voor de risico’s van middelengebruik en de ondersteuningsmogelijkheden voor ouders en jongeren onder de aandacht te brengen ( www.oudersmetinvloed.nl ) De aanpak van dit project wordt o.a. geborgd in de werkwijze van het overlastnetwerk jeugd in Nunspeet. Het overlastnetwerk jeugd komt maandelijks bij elkaar (frequentie in voorjaar ligt hoger dan in het najaar). In dit overleg worden de meldingen die vanuit verschillende kanalen het netwerk bereiken besproken en er wordt bekeken op welke wijze de overlast zal worden aangepakt. Acties worden toebedeeld aan deelnemende organisaties/ personen en vastgelegd in een verslag.

De aanpak richt zich dus op zowel de fysieke plek als de betreffende jongeren, hun ouders en belanghebbenden (ondernemers/ omwonenden/ scholen/ sportverenigingen/ kerken). Ook kunnen externe zorgorganisatie betrokken worden bij de aanpak en uitvoering betreffende overlastzaken. Te denken valt aan Philadelphia. Daarnaast kunnen ouders ook een rol spelen van het in kaart brengen van de situatie.

-4-

Overlastnetwerk jeugd

Meldingen ter informatie:  Meldingen komen via een Melddesk van omwonenden bij BOA, politie, straathoekwerk en buurtbemiddeling

Aanpak op de plek waar de hangjongeren aanwezig zijn  Persoonlijke en/of groepsaanpak (aandacht voor fysieke inrichting van de plek)

Groepsaanpak:  In kaart brengen van de situatie  Gezamenlijke aanpak bespreken  Externe (zorg) organisaties betrekken  Actie ondernemen

Individuele aanpak. Vanuit de groepsaanpak insteken en individueel verfijnen

Ambtelijk gesprek n.a.v. overlast

Preventieve aanpak n.a.v. middelengebruik voor groepen en individueel.

Individuele casuïstiek vanuit OOV in samenwerking met Zorg

-5-

9. Werkwijze: In 2016 is er een Werkproces integrale aanpak problematische jeugdgroepen en groepsgedrag opgesteld in samenwerking met gemeenten, politie en het Openbaar ministerie. Dit document gaat uit van het werkproces, dat reeds door de politie wordt gebruikt. Hierbij wordt uitgegaan van het 7 stappenplan waarin structureel en nauwgezet wordt samengewerkt door de ketenpartners. Dit stappenplan staat ook verwoord in het Integraal Veiligheidsplan Noord Veluwe.

*Onder 3 staat het maken van een integraal beeld en concept PvA. Dit is de formulering die landelijk wordt gehanteerd. De werkgroep kiest meer voor doorgeleiding i.p.v. concept PvA. Het 7 stappenmodel gaat uit van 3 fasen. In de eerste fase heeft als doel om de jeugdgroep in beeld te brengen. Hierbij kan al contact worden gelegd met ouders. Het zo vroeg mogelijk betrekken van ouders werkt preventief. Tevens zijn ouders vak goed op de hoogte met wie hun kind omgaat. Dit kan betekenen dat het onderzoek bij de eerste fase ophoudt of dat er nog extra informatie moet worden verkregen en de stappen voor een deel nogmaals worden doorlopen. Op het moment dat het beeld voldoet aan alle criteria van fase 1 zijn doorlopen zal er worden bepaald hoe de aanpak is. Dit gebeurt in fase 2. Op dat moment wordt dit besproken met de ketenpartners. Dan wordt bepaald of er naar fase 3 kan worden gegaan. Deze laatst fase richt zich op ondersteuning, begeleiding, maar ook een curatieve aanpak. In dit model zijn monitoring en evaluatie bewust opgenomen. Zijn de goede stappen genomen en wat is het effect?

10. Verwachtingen en interventies: Om het overlastnetwerk op een goede manier in te kleden is het logisch dat er verwachtingen worden gewekt en deze verwachtingen, maar ook interventies worden in de onderstaande paragrafen beschreven. 10.1. Verwachtingen grensoverschrijdend gedrag. De bedoeling is dat als jongeren en jongerengroepen die grensoverschrijdend gedrag vertonen op het gebied van overlast, maar ook het gebied van gebruik van alcohol en drugs in de publieke ruimte, aan te pakken. De verwachting wordt gewekt dat door een goede aanpak de overlast op die locatie zal afnemen of helemaal niet meer bestaat.

-6-

Zoals eerder al werd aangegeven is grensoverschrijdend gedrag van alle tijden. Jongeren zitten in een ontwikkeling en die zoeken de grenzen op. Op het moment dat er sprake is van overlast in de buurt en/of op straat, wordt een grens overschreden. Overlast, drank- en drugs gebruik en misbruik moet op een gefundeerde manier aangepakt worden. Het 7 stappenschema is zeker een goed handvat om de groep en jongeren in beeld te krijgen en wordt al jaren door de politie als basisinstrument gebruikt. 10.2. Verwachtingen preventieve aanpak Daarnaast kan ook in het preventieve kader nog heel wat gedaan worden. Op het gebied van de preventie zijn er veel aanbieders op de markt die zich bezighouden met informatieverstrekking betreffende overlast, gebruik van alcohol en drugs. Soms is er sprake van een opstapeling van identieke informatie vanuit diverse disciplines. Om opstapeling en dubbeling het verstrekken van informatie te voorkomen is er afstemming nodig tussen de ketenpartners en informatiegevers. Uitgangspunt is dat een gedifferentieerd en aanvullend aanbod van verschillende partijen te bundelen, zodat er een effectief en doorlopend programma wordt aangeboden aan de jongeren. In de praktijk kan dit lopen via de schoolorganisaties, sportorganisaties en kerken. In specifieke gevallen samen met schoolorganisaties, zodat het preventieprogramma ook wordt geborgd.

Collectieve/universele preventie is goed om samen te doen met politie, Boa’s en straathoekwerk, zodat daar al de link wordt gelegd tussen de jongeren en de mensen die ze op straat tegenkomen. Naast universele preventie is ook gerichte preventie bij jongeren, die op straat drugs of alcohol gebruiken een goede oplossing. Medewerkers van Tactus kunnen dan in gesprek gaan met jongeren en ouders. Het bovenstaande richt zich op de collectieve preventie, maar daarnaast moeten wij ons ook richten op de gerichte preventie. Voor de uitvoering van de gerichte preventie is of wordt een taak van het jeugdwerk en straathoekwerk. 10.3. Verwachtingen ondersteuning jongeren en ouders. Aan de ene kant richten wij ons op de jongeren, maar jongeren beneden de 18 jaar hebben ook een thuisbasis. Vandaar dat het heel belangrijk is dat ook de ouders op de hoogte worden gesteld van de situatie waar hun kinderen zich in bevinden. Zoals in de inleiding als is aangegeven gaat het met de meeste jongeren in de gemeente Nunspeet goed en hebben een warm thuis. Voor de enkeling die geen warm thuis heeft moet er natuurlijk een oplossing komen. Inmiddels is straathoekwerk er al in geslaagd om een aantal jongeren een alternatieve thuisbasis te geven. Aan de andere kant hebben wij ook te maken met de opvoeders. De ouders.

Om de bewustwording bij de ouders te bevorderen is het van belang dat naast de informatie die de jongeren krijgen ook de ouders te informeren. Dit kan door ouderavonden in samenspraak met de scholen en de kerken te organiseren. Ouders ook te informeren op het gebied van alcohol en drugs. Dat naast wiet en hasj er nog veel meer middelen in omloop zijn die niet onder de categorie softdrugs vallen, maar zeer verslavend zijn en gevolgen hebben voor de fysieke, geestelijke en emotionele situatie van de jongere. Niet alleen drugs, maar ook het (overmatig) drinken van alcohol heeft zijn impact. Wetenschappelijk is bewezen dat alcohol en zeker overmatig alcoholgebruik iets doet met het jonge puberbrein. Ook daarin hebben de ouders een grote rol. Als ouders het normaal vinden om regelmatig en veelvuldig alcohol te nuttigen is dit een voorbeeld die kinderen en pubers eenvoudig overnemen. Ook hier geldt ouders te betrekken en gebruik te maken van de mogelijkheden die er in Nunspeet aanwezig zijn. De verwachting is dat middels een goede preventie (collectieve en gerichte preventie), maar ook het betrekken van ouders en jongeren een grote stap wordt gezet richting vermindering van overlast en gebruik van alcohol en drugs. 10.4. Verschillende interventies: Zoals hierboven is beschreven richten de interventies zich op:  Individuele jongeren

-7-

      

Jongerengroepen (groepsaanpak) Jongeren die op school zitten, bij een sportvereniging en/of kerken zijn aangesloten Informatieverstrekking, maar ook in gesprek gaan zonder een dwangmiddel te gebruiken Bij herhaling van een situatie dwangmiddelen toepassen. Gesprek op de gemeente met de jongere of groep jongeren, onder voorzitterschap van de gemeente niet zijnde Straathoekwerk of OOV. Doorgeleiding naar HALT en Openbaar Ministerie. Uitgangspunt is om eerst preventief te werken heeft dit geen direct effect op een jongere of een groep jongeren dan de curatieve en repressieve handelingen te doen.

11. Afstemming, aanpak en monitoring Bij aanpak van overlast door jongeren, is het contact met hen én de samenwerking tussen betrokken organisaties rondom de betreffende jongeren en de overlastmelders, bepalend voor het resultaat. Daarnaast is het in noodzakelijk dat ouders en betrokken worden, zodat we dat niet te vrijblijvend maken. We zijn het ook verplicht als we praten over jongeren om ouders te laten weten dat zij besproken worden. In de 3e fase (daadwerkelijke aanpak) is het van groot belang dat er regie en samenhang is. Er moet rekening worden gehouden met ieders taak, rol, bevoegdheid en verantwoordelijkheid. De regierol van de gemeente is hierbij van groot belang, waarbij de verbinding tussen zorg (sociaal domein) en veiligheid (OOV) wordt gelegd door de procesregisseur sociaal domein en de beleidsadviseur OOV. De procesregisseur sociaal domein is voorzitter en initiatiefnemer van het overleg en bewaakt het proces (monitoring afspraken in Plan van Aanpak). De beleidsadviseur openbare orde + veiligheid heeft namens burgemeester een belangrijke stem in de weging van de ernst van de overlast (fase 2) en het formuleren van het plan van aanpak (fase 3). De monitoring zit al verweven in de 7 stappenaanpak, maar het proces moet ook regelmatig gemonitord worden.

12. Taak, rol, verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de betrokken partijen. In het onderdeel aanpak zijn de deelnemers en/of organisaties benoemd die deel uit maken van het overlastnetwerk of bij het overlastnetwerk betrokken zijn of moeten worden. Om de werkwijze die in de 7 stappenaanpak staat beschreven gaat het om signaleren en informeren (fase 1), integraal wegen (fase 2) en aanpak en monitoren (fase 3). Hierbij ligt de focus op de taken en de inbreng die een ieder heeft. Deze staan hieronder beschreven. 1. Politie In alle 3 fases betrokken; inbrengen van signalen en overlastmeldingen, meedenken in beoordeling/weging van de situatie, bijdragen in aanpak en monitoring van overlast op groeps- en individueel niveau. In contact met jongeren is het aanspreken en signaleren van belang, maar voor de politie ligt de nadruk op handhaving / repressie. 2. Medewerker openbare orde en veiligheid (afdeling veiligheid) In alle 3 fases betrokken; focus ligt vanuit OOV, als adviseur van de verantwoordelijke burgemeester, waarbij wordt ingestoken op het behoud en herstel van openbare orde in samenwerking met politie. Met name in fase 2 en 3 zal de inbreng vanuit OOV zwaar wegen wat betreft het plan van aanpak. Eventuele knelpunten kunnen door OOV worden voorgelegd aan burgemeester die dit meeneemt in afstemming met politie en het driehoeksoverleg tussen burgemeester, politie en OM. 3.

Medewerker openbare ruimte Met name in fase 1 en 2 zal de inbreng van deze medewerker van belang zijn voor vormen van een volledig beeld en mogelijkheden tot aanpak. In fase 3, aanpak gericht op groep en/of individuen, zal deze collega niet aanwezig zijn (AVG).

-8-

4. Medewerker handhaving (BOA vanuit team VTH) Vanuit het gemeentelijk systeem t.a.v. meldingen / klachten hebben Boa’s de beschikking over informatie betreffende overlastlocaties en incidenten. In alle 3 fases is hun deelname en bijdrage van belang om te komen tot juiste plan van aanpak en uitvoering / monitoring. Hierbij is afstemming tussen Boa’s en politie met name van belang. In contact met jongeren ligt nadruk op (her)stellen van grenzen (orde) en zo nodig daartoe handhaven.

5. Procesregisseur sociaal domein (afdeling samenleving) De procesregisseur is voorzitter van het overlastnetwerk (technisch, niet inhoudelijk), maakt planning en agenda in samenwerking met deelnemers voor dit overleg. Ziet toe op verslaglegging en monitoring van afspraken. Bij aandachts- en/of knelpunten wordt in overleg met collega’s van Openbare Orde en Veiligheid (OOV) binnen gemeente Nunspeet dit geagendeerd bij leidinggevende of beleidsoverleg. 6. Straathoekwerk Nunspeet. Straathoekwerk legt contact met jongeren op straat en hangplekken. In alle 3 fases zijn collega’s van straathoekwerk betrokken om vanuit het contact met jongeren overlast (ook in hun belang) te voorkomen of te beperken. In een repressieve aanpak (BOA / politie) blijft straathoekwerk betrokken bij de jongeren die het betreft om hen te ondersteunen andere / betere keuzes te maken. 7. Buurtbemiddeling Buurtbemiddeling heeft contact met en behartigt de belangen van betrokkenen die overlast ervaren. In fase 1 en 2 brengt Buurtbemiddeling informatie en signalen in voor volledige beeldvorming en denkt mee over plan van aanpak. Daar waar het burenoverlast betreft blijft Buurtbemiddeling betrokken bij het proces. 8. Coördinator jeugd van zorg- en veiligheidshuis (link met openbaar ministerie) Deze coördinator levert een bijdrage in fase 3, wanneer sprake is van groeps- en m.n.

ook de persoonsgerichte repressieve aanpak. Het gaat daarbij om jeugd die strafrechtelijk in beeld komt of dreigt te komen. De coördinator heeft daarmee ook toegang tot afstemming met Openbaar Ministerie en jeugdreclassering. Daarnaast heeft coördinator jeugd Z&V Huis de connectie met jeugdigen die in omliggende gemeenten in beeld komen met soortgelijk gedrag. 9. Medewerker bureau HALT De focus van bijdrage vanuit HALT ligt op fase 2 en 3 met zowel oog voor de curatieve als de repressieve aanpak bij strafbaar gedrag door jongeren. HALT denkt mee in zowel de groepsgerichte als de individuele aanpak. Zodra er een preventief HALT traject wordt gestart is er ook contact met ouders van betreffende jongere(n) . 10. Medewerker preventie vanuit verslavingszorg De preventiemedewerker verslavingszorg is in alle 3 fases betrokken, omdat overlast door jeugd vaak gebeurt i.c.m. met middelengebruik. Op basis van een plan van aanpak (individuele én groepsaanpak) worden er afspraken gemaakt om in gesprek te gaan met jongere(n), maar ook met ouders van jongeren over middelengebruik. Dit kan gaan om incidentele preventieve adviesgesprekken, maar ook om toeleiding naar een traject (begeleiding / behandeling / oudergroep). Belangrijk hierbij is dat op basis van feitelijke waarneming of sterk vermoeden de preventiemedewerker z.s.m.

na deze waarneming in contact wordt gebracht met jongere en/of ouders. 11. Jeugd- en jongerenwerk (SWN / SPCJ-radix / het Venster) CJG en Jeugdzorg

-9-

Vanuit het jeugd- en jongerenwerk schuift 1 collega aan bij fase 1 en 2 om informatie in te brengen, mee te denken en het beeld rondom overlast gevende jeugd compleet te maken voor een goede weging. Bij fase 3 is JJW niet aanwezig (AVG).

13. Conclusie en aanbevelingen. 13.1. 

 

De in deze notitie genoemde zeven stappenmodel is het spoorboekje (procedure) en daarbij wordt duidelijk aangegeven wat ieders taak, rol, verantwoordelijkheid en bevoegdheid is. Het signaleren en het contact met de jongeren(groepen) is van evident belang. Daarnaast moet er een constante weging en terugkoppeling plaats vinden. Ouders / opvoeders moeten geïnformeerd en op de hoogte worden gebracht betreffende de situatie, waarin zijn of haar zoon of dochter zich bevindt. Waarbij de rol van ouders in een groot aantal gevallen cruciaal is.

13.2.

    

Conclusie

Aanbevelingen

Het is een dynamisch beleidsveld en zal dus ook gemonitord moeten worden, waarbij het beleid aangepast kan worden aan de laatste ontwikkelingen. Medio 2022 zal deze werkwijze worden geëvalueerd. Jaarlijks zal er een verantwoording worden opgesteld. Er kunnen situaties voordoen die niet volgens opgestelde stappenplan kunnen lopen en moet er altijd oog zijn voor maatwerk. Uiteindelijk zal ook het protocol aangepast en herijkt moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10467062/1