CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 1. Rapport jongerenonderzoek naar vrije tijd en inclusie

Commissie Maatschappij en Middelen 2 december 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Resultaten jongerenonderzoek naar vrije tijd en inclusie;22.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.4

Meedoen

Al eerder is aangegeven dat ‘meedoen’ een achterliggend thema is in dit onderzoek. Aan de jongeren is gevraagd of zijzelf ervaringen hebben met het niet mee kunnen doen aan activiteiten dan wel jongeren kennen die niet mee kunnen doen aan activiteiten en welke gevolgen het niet mee kunnen doen voor die jongeren kunnen hebben. 4.4.1 Meedoen aan activiteiten? 11-15 jaar Op de vraag of alle jongeren mee kunnen doen aan activiteiten, reageren een paar jongeren op basis van hun eigen ervaringen. Zij geven aan dat zij te maken hebben gehad met discriminatie vanwege hun huidskleur of seksuele oriëntatie. Het onveilige gevoel dat dit tot gevolg had, betekent voor sommige jongeren meer thuisblijven en niet meedoen aan activiteiten. Een van de jongeren omschrijft haar ervaringen als volgt: Nou, ik merk dus wel dat er in mijn omgeving jongeren niet geaccepteerd worden door de maatschappij. Ook op scholen zelf. Ik heb het zelf ook meegemaakt, omdat ik niet westers bent. Dat ik daardoor niet geaccepteerd wordt hier. In deze maatschappij. In mijn wijk valt het mee. In groep 7 kon ik niet naar buiten. Ik had het idee dat ik niet meer veilig was. Dat gaat nu wel beter.

De andere onderzoeksdeelnemers geven aan geen problemen te hebben met jongeren met een nietwesterse achtergrond of bijvoorbeeld met LHBTIQ+’ers. Zij denken dat alle jongeren, ongeacht hun achtergrond, mee kunnen doen aan activiteiten. Zij zeggen tevens geen problemen te hebben om met deze jongeren om te gaan. Voor mij maakt het niet zoveel uit, bij mij is het meer van ik moet gewoon goed met iemand om kunnen gaan, dan maakt het niet uit of ze een ander geloof hebben ofzo. Zolang je er gewoon goed mee kan opschieten, dan kijk ik niet naar afkomst of geloof of zoiets.

79 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

Toch zien we bij enkele jongeren wel enige terughoudendheid. Zij geven aan wel met jongeren om te willen en kunnen gaan met een in hun beleving andere achtergrond, maar zij willen hier verder niet mee geconfronteerd worden. Zolang ze maar gewoon me niet lastigvallen, dan vind ik het prima dat ze meedoen. Ik hoef niet per se een heel verhaal te horen over wat ze zijn of wie ze zijn, maar als ze goed mee kunnen spelen mogen ze best meedoen.

Er worden natuurlijk wel vaak grapjes gemaakt, daarover, dat is niet heel beledigend bedoeld. Ik doe het zelf niet, ik vind het zelf een beetje zinloos. Je hoort natuurlijk wel heel vaak dat mensen zulke grapjes maken. Ik zie dat wel in mijn omgeving gebeuren.

Als het over kinderen met beperkingen gaat denken de jongeren dat het wel wat lastiger is voor hen om mee te doen. Twee onderzoeksdeelnemers hebben zelf een autismespectrumstoornis. Zij vinden het door die beperking moeilijk om zelf aansluiting te vinden. Een van de respondenten heeft ook een broertje met een autismespectrumstoornis en merkt dat het voor hem moeilijker is om mee te doen omdat activiteiten vaak te druk voor hem zijn.

16-22 jaar Uit de reacties van de onderzoeksdeelnemers komt in eerste instantie naar voren dat zij niet het gevoel hebben dat onderzoeksdeelnemers niet geaccepteerd worden. Dat wil zeggen: zij kennen zelf geen jongeren die niet geaccepteerd worden. Wel erkennen onderzoeksdeelnemers, na enig doorvragen, dat sommige jongeren misschien niet geaccepteerd worden vanwege hun huidskleur of omdat ze tot de LHBTIQ+-gemeenschap behoren. Een van de onderzoeksdeelnemers vertelt dat toen een jongere uit de kast kwam, dit als een lopend vuurtje door het dorp ging en hij het daardoor wel moeilijker had in zijn omgeving. Een onderzoeksdeelnemer is hier duidelijk over: Omdat in Elspeet is alles ietsjes meer van twintig jaar geleden dat alles nog blank is en blablabla. Dan hebben ze het altijd over die ‘zwarten’ en zo. Dat zullen mensen niet altijd allemaal accepteren denk ik. In Elspeet woont voornamelijk wit.

Enkele onderzoeksdeelnemers die zelf een niet-westerse achtergrond hebben of tot de LHBTIQ+gemeenschap behoren, zeggen dat zijzelf nog geen vervelende ervaringen hebben. Wel vertelt een van de onderzoeksdeelnemers die tot de LHBTIQ+-gemeenschap behoort, terughoudend te zijn als het gaat over deelname aan activiteiten die door een kerk worden georganiseerd.

80 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

Maar ik ga toch iets minder snel naar dingen van de kerk, want ik ben toch altijd bang, naar van die stereotypische vijftigjarige vrouwen die racistisch zijn in alles. Die kan je dan tegenkomen, dat wil ik echt absoluut niet.

23-27 jaar De onderzoeksdeelnemers denken dat jongeren met diverse achtergronden over het algemeen goed mee kunnen doen aan de activiteiten die in de gemeente Nunspeet georganiseerd worden. Ik heb niet het idee dat een specifieke groep hier erg buiten de boot valt.

Verderop in het gesprek wordt echter wel duidelijk dat sommige jongeren misschien ook niet zo goed geaccepteerd worden in de Nunspeetse samenleving. Bijvoorbeeld jongeren met een niet-westerse achtergrond worden niet altijd als gelijkwaardig behandeld. Een onderzoeksdeelnemer met een nietwesterse achtergrond benoemt een eigen ervaring: Af en toe krijg ik een blik. Ik negeer dat meestal. Ik denk dat er best veel buitenlanders zijn hier in Nunspeet. Het zou best kunnen dat zij dat merken. Ik heb eigenlijk best wel veel [lak] aan zulke dingen. Het gaat het ene oor in en het andere oor uit. Ik heb daar zelf geen last van, maar er zijn vast mensen die daar onzeker van kunnen worden.

LHBTIQ+’ers worden volgens de onderzoeksdeelnemers eveneens niet door iedereen geaccepteerd. Dit heeft volgens de onderzoeksdeelnemers vooral met de christelijke signatuur van Nunspeet te maken. De jongeren die deelnamen aan dit onderzoek leken niet zoveel moeite te hebben met de mensen uit de LHBTIQ+-gemeenschap.

81 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

4.4.2 Aanbevelingen ter verbetering van deelname 11-15 jaar Deelname aan activiteiten door alle jongeren, ongeacht wie ze zijn, kan volgens enkele onderzoeksdeelnemers bereikt worden doordat de gemeente Nunspeet duidelijk promoot dat iedereen gelijk is. Dit kan door middel van voorlichting geven op school, zoals paarse vrijdag vieren waarbij de LGBTIQ+-gemeenschap in het zonnetje wordt gezet of posters verspreiden. Een onderzoeksdeelnemer die naar een school buiten Nunspeet gaat, zegt hierover: Ik ben het wel met [naam andere onderzoeksdeelnemer] eens, jezelf zijn en elkaar accepteren en dat mag ook gezien worden. Ja, want op onze school hebben we op paarse vrijdag de kantine versierd met ballonnen en paarse slingers [en] dan krijgen ook degene die homo zijn een armband of een bloem; wat fijn dat je het durft te vertellen. Misschien kan het hier in Nunspeet ook wel groot gevierd worden. Ik vind het wel knap dat ze het durven toe te geven en vertellen, daar wordt ook goed mee om gegaan.

16-22 jaar Om deelname van jongeren te vergemakkelijken die nu een beetje buiten de boot vallen, zou de gemeente Nunspeet volgens de onderzoeksdeelnemers meer kunnen laten zien dat zij achter LHBTIQ+jongeren staan, bijvoorbeeld tijdens de Pride-week. Zorgvuldigheid is wel belangrijk, want niet in elke woonplaats zullen steunbetuigingen vanuit de gemeente Nunspeet aan bijvoorbeeld LHBTIQ+’ers even goed vallen. Tevens is het van belang dat de juiste mensen geïnformeerd worden, dat wil zeggen: de mensen die tot de doelgroep behoren. En organiseer voor mensen die zich soms niet geaccepteerd voelen, een ontmoetingsplek waar ze samen kunnen komen.

23-27 jaar Om ervoor te zorgen dat jongeren met diverse achtergronden mee kunnen doen aan activiteiten, sommen de onderzoeksdeelnemers een paar ideeën op: • •

Een horecagelegenheid voor mensen met een verstandelijke beperking Meer activiteiten voor jongeren met lichamelijke beperkingen

82 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

4.5

Ondersteuning

Uit het survey-onderzoek kwam naar voren dat een deel van de jongeren wel eens met problemen zit die van invloed kunnen zijn op hun dagelijkse leven. Aan de deelnemers aan de focusgroepen is gevraagd hoe jongeren omgaan met problemen waar ze zelf niet uitkomen.

11-15 jaar Als jongeren met problemen zitten, stappen ze meestal als eerste naar ouders of vrienden. Het is wel een beetje afhankelijk van om wat voor soort probleem het gaat. Uit de gesprekken met de onderzoeksdeelnemers komt naar voren dat ze vaak eerst zelf proberen om een oplossing te vinden. Pas al zij er zelf niet in slagen om het probleem op te lossen, gaan ze naar ouders of hun vrienden. [Problemen bespreek ik met mijn] ouders of vrienden of vriendinnen. Ligt er ook een beetje aan wat het is. Als het privé is, ga je sneller naar je ouders. Als het echt iets anders is, dan kan je vriendinnetje of je vriendje daarmee helpen. Bij mij ligt het er echt aan wat het is.

Uit de gesprekken komt naar voren dat de onderzoeksdeelnemers sommige specifieke problemen liever bespreken met iemand die iets verder af van hen staat, maar waar zij wel vertrouwen in hebben, mede door diens vertrouwensfunctie. Een van de jongeren zegt bijvoorbeeld dat hij met problemen over het geloof naar een ouderling zou stappen. Andere jongeren bespreken bepaalde problemen bij voorkeur met hun mentor of een therapeut. De onderzoeksdeelnemers denken dat jongeren weten waar ze hulp zouden kunnen vinden als zij die nodig hebben. Een deel van de onderzoeksdeelnemers geeft echter zelf aan dat zij eigenlijk niet zo goed weten naar welke organisatie zij toe zouden kunnen stappen met hun probleem. Met organisaties zijn zij vaak niet bekend. Enkele onderzoeksdeelnemers denken ook dat jongeren een drempel ervaren om hulp te zoeken doordat zij bang zijn voor de reacties uit hun omgeving. Daarnaast onderkennen jongeren niet altijd op tijd hun eigen problemen. Ik denk dat sommigen ook geen hulp durven zoeken, bang voor de reacties van anderen. Op school zie ik ook wel eens mensen alleen zitten. Dan weet je dat er iets is, maar dan zeggen ze het niet. Ze zijn alleen dan. Hebben ze geen vrienden, dan durven ze het ook niet te zeggen omdat ze niet geaccepteerd worden.

Deze onderzoeksdeelnemers denken dat sociale media de beste manier zijn om jongeren te informeren over waar zij naartoe kunnen stappen als zij problemen hebben waar ze zelf niet goed uit kunnen komen. Posters ophangen zou ook een optie zijn. Een van de jongeren denkt dat het een goed idee is om ook op scholen voorlichting te geven over beschikbare hulpverlenende organisaties.

83 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

16-22 jaar Uit de gesprekken met de onderzoeksdeelnemers uit deze leeftijdscategorie blijkt dat sommigen van hen op dit moment of in het verleden professionele hulp (hebben) ontvangen. Daarbij kan gedacht worden aan psychologische hulp of aan trainingen om bepaalde angsten te overwinnen of om meer zelfvertrouwen te krijgen. De weg naar professionele hulp verschilt per jongere. Sommige onderzoeksdeelnemers hebben zelf hulp gezocht door een professional rechtstreeks te benaderen of door zichzelf aan te melden bij een training of praatgroep. Anderen zochten naar hulp samen met hun ouders of met school. Zo heeft een jongere met zijn ouders besproken dat hij psychologische hulp nodig had en zijn zij samen op zoek naar geschikte hulp gegaan. Overigens is de toegang tot hulp soms lastig vanwege de lange wachttijd, zo is de ervaring van enkele onderzoeksdeelnemers. Ik ga naar een psycholoog. De weg erheen was makkelijk. Ik heb het niet met de huisarts over gehad, ik heb gewoon een mailtje gestuurd. En toen kon ik daar terecht.

Andere onderzoeksdeelnemers vonden het juist moeilijker hulp te zoeken. Dat heeft bijvoorbeeld met het erkennen van het probleem te maken of dat zij het lastig vinden om met anderen over hun problemen te praten. Uit de gesprekken komt naar voren dat jongeren vaak eerst hun problemen bespreken met mensen die dichtbij hen staan, zoals ouders en vrienden. Een paar onderzoeksdeelnemers denken dat het goed is dat jongeren met vergelijkbare problemen met elkaar in contact komen. Zij denken dat het dan gemakkelijker is om over hun problemen te praten, omdat deze jongeren elkaar veel beter begrijpen. Een voorbeeld hiervan is een praatgroepje voor mensen die prestatiedruk en daardoor onzekerheid ervaren. Een andere jongeren zegt:

Ik heb heel veel LGBTIQ+-vrienden. Vaak worden we niet geaccepteerd. Daarom hebben veel mensen ook veel trauma ook. Daardoor kan je wel veel opener praten, want als je zegt: dit is hoe ik me voel en ik weet ook dat jij je zo hebt gevoeld. Die [vrienden] weten dan beter hoe ze je kunnen helpen.

84 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

23-27 jaar De onderzoeksdeelnemers bespreken problemen bij voorkeur met bekenden. Als het ‘heftige’ problemen gaat stappen ze naar een huisarts of een gespecialiseerde zorgverlener, zoals een psycholoog. Ik denk als je hulp zoekt, dat je dan op Google het opzoekt, dat je best wel wat websites tegenkomt die jongeren op het juiste pad helpen. Ik denk niet dat een jongere dat soort sites heel snel zoekt. De meeste jongeren die ik ken, die stappen meestal op ons (=vrienden) af als er iets is waar ze niet met hun ouders over willen praten.

De onderzoeksdeelnemers geven aan dat zij niet naar een van de welzijnsorganisaties zouden stappen met hun problemen. Dit lijkt deels te maken te hebben met de onbekendheid van de organisaties onder deze onderzoeksdeelnemers. Zij raden de gemeente en de welzijnsorganisaties dan ook aan om meer aan promotie te doen rondom deze organisaties, door jongeren op hun achttiende verjaardag of eventueel jaarlijks een brief te sturen waarin alle organisaties staan en wat hun aanbod is. Naast de onbekendheid van de organisaties, speelt vertrouwen eveneens een rol. Enkele onderzoeksdeelnemers zeggen dat het voor jongeren ook belangrijk is dat zij vertrouwen moeten hebben in degene met wie zij hun problemen bespreken. Volgens deze onderzoeksdeelnemers zal de combinatie van lage bekendheid en (dus) geen vertrouwensband ertoe leiden dat jongeren niet zo snel naar deze welzijnsorganisaties zullen toestappen. Enkele onderzoeksdeelnemers zien welzijnsorganisaties als organisaties die zich vooral bezighouden met jongeren met een verslaving of jongeren uit probleemgezinnen. Dat wordt eveneens als reden aangevoerd dat deze jongeren niet zo snel bij welzijnsorganisaties aankloppen als zij een probleem hebben.

85 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

4.6

Vrijwilligerswerk

Vanuit de welzijnsorganisaties is de vraag naar voren gekomen of jongeren vrijwilligerswerk verrichten, waarom zij wel of geen vrijwilligerswerk verrichten en hoe jongeren gestimuleerd kunnen worden om vrijwilligerswerk te gaan doen. 11-15 jaar Iets meer dan de helft van de jongeren die aan de focusgroepen meededen heeft weleens aan vrijwilligerswerk gedaan, zoals activiteiten voor de kerk organiseren, bij het Rode Kruis werken, geld ophalen voor een goed doel of actief zijn in de jongerenpolitiek. De andere onderzoeksdeelnemers hebben nog geen vrijwilligerswerk gedaan. De onderzoeksdeelnemers die nog geen vrijwilligerswerk hebben gedaan, staan daar wel voor open. Voorwaarde is wel dat het vrijwilligerswerk leuk moet zijn. Een van die onderzoeksdeelnemers zou wel wat willen doen, maar wil daarvoor graag een vergoeding ontvangen. Een andere jongere zou ook wel vrijwilligerswerk willen doen, maar moet vanwege zijn onzekerheid hiervoor over een drempel stappen. Ik ben er nooit voor gevraagd. Ik heb er nooit over nagedacht eigenlijk. [Ik] heb er niet per se een reden voor. Als ik ervoor gevraagd zou worden, zou ik het wel overwegen, afhankelijk van wat het zou zijn. Dan zou ik er wel over nadenken.

De meeste onderzoeksdeelnemers zeggen dat geld wel een rol speelt. Meerdere onderzoeksdeelnemers zeggen dat als zij betaald zouden worden, zij waarschijnlijk sneller bereid zouden zijn om vrijwilligerswerk te doen. Op de vraag of jongeren tegen een vergoeding sneller vrijwilligerswerk zouden doen, antwoordt een van de jongeren: Dat zou wel kunnen ja, omdat sommige jongeren vinden het wel fijn om wat geld te hebben. Als ze er niks mee verdienen doen ze het misschien niet, omdat ze er niks voor krijgen.

Toch zeggen meerdere onderzoeksdeelnemers dat het (ideële) doel van vrijwilligerswerk ook van belang is. Een van de jongeren verwoordt het zelf zo: Ligt eraan waarom je het doet. Als je iets goed doet, moet het wel echt voor iets zijn wat je belangrijk vindt. Het hangt er vanaf wat het doel is van het werk wat je doet.

De groep heeft enkele ideeën over hoe vrijwilligerswerk voor jongeren aantrekkelijker gemaakt zou kunnen worden. We zetten de ideeën hier op een rijtje: • Op school voorlichting geven over vrijwilligerswerk • Vrijwilligerswerk via sociale media promoten • Rechtstreeks op jongeren afstappen en hen vragen of zij bereid zijn om vrijwilligerswerk te doen • Jongeren benaderen via familie of vrienden. 86 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

16-22 jaar Een deel van de onderzoeksdeelnemers geeft aan in het verleden weleens vrijwilligerswerk te hebben gedaan, maar nu niet meer. Het ging daarbij om kortstondige projecten, zoals ouderen in een verzorgingshuis ondersteunen of tijdens het begin van de coronapandemie eten rondbrengen naar ouderen. Andere onderzoeksdeelnemers hebben tijdens hun maatschappelijke stage vrijwilligerswerk gedaan, maar daarna niet meer. Deze groep vindt het belangrijk dat vrijwilligerswerk op de eerste plaats leuk is en daarnaast dat het vrijwilligerswerk ongedwongen is. Belangrijkste is dat je er lol in hebt en het leuk vindt om te doen. Als het alleen maar van je wordt verwacht, dan heb je je tijd verspild als je het niet leuk vindt. Ik vind het belangrijkste dat het niet een moeten is, maar een mogen.

De redenen waarom onderzoeksdeelnemers geen vrijwilligerswerk doen zijn divers. Enkele onderzoeksdeelnemers zeggen dat ze wel vrijwilligerswerk zouden willen doen, maar daar geen tijd voor hebben. Jongeren hebben naast hun school vaak nog een bijbaantje, waardoor ze geen vrijwilligerswerk kunnen doen. Voor andere jongeren moet er een extrinsieke motivatie zijn; er moet een aanleiding zijn. De jongeren vinden een financiële vergoeding niet primair van belang. Het zou wel kunnen helpen, denken sommigen, om jongeren over de streep te trekken. Het is echter vooral de motivatie die een rol speelt; het moet wel wat opleveren. Een van de jongeren zei het volgende: Het is niet voor niks vrijwilligerswerk, maar je moet er wel heel veel energie uit kunnen halen.

Waardering kan eveneens een motiverende rol spelen, zoals een jaarlijks uitje met alle vrijwilligers. Ik had toen eens een keer een avondje gewoon eten gekregen. Etensavondje. Waar je met alle vrijwilligers van de organisatie ga je dan gewoon met zijn allen wat eten. Ergens bij een restaurant. Dat vond ik echt superleuk.

87 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

23-27 jaar De meerderheid van de onderzoeksdeelnemers werkt als vrijwilliger of heeft in het verleden als vrijwilliger gewerkt. Hierbij kan gedacht worden aan: • • • •

Collectes organiseren voor een charitatieve instelling Coachen van een sportteam Organiseren van een sporttoernooi Bestuurswerk bij een vereniging.

Een paar onderzoeksdeelnemers hebben nog geen vrijwilligerswerk gedaan. Een van de onderzoeksdeelnemers heeft geen interesse in vrijwilligerswerk. Een andere onderzoeksdeelnemer wil misschien wel vrijwilligerswerk doen, mits het past binnen zijn interesses en het niet te veel tijd kost. Een deel van de onderzoeksdeelnemers denkt dat financiën een rol spelen. Enerzijds denken ze een vergoeding voor vrijwilligerswerk jongeren over de streep trekt. De onderzoeksdeelnemers vragen zich dan wel af wat de motieven van de jongeren zijn om vrijwilligerswerk te verrichten. Maar financiën spelen ook nog op een andere manier een rol, namelijk of vrijwilligers kosten moeten maken om hun werk uit te voeren. Kosten moeten maken wordt niet gewaardeerd. Afgezien van de financiën speelt de factor tijd eveneens een rol. Onderzoeksdeelnemers geven aan dat tijd vaak ontbreekt door studie of werk en het onderhouden van sociale contacten. De onderzoeksdeelnemers hebben de volgende suggesties om vrijwilligerswerk aantrekkelijker te maken: • • • • • • •

Het aantrekkelijker maken van de website vrijwilligerswerknunspeet.nl, door bijvoorbeeld meer filmpjes erop te zetten Maak duidelijk dat vrijwilligerswerk een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van een jongere Geef een blijk van waardering Geen zware sollicitatiegesprekken Maak vrijwilligerswerk laagdrempeliger door niet meteen veel te verwachten van jongeren; het moet vrijblijvend blijven Bied de mogelijkheid aan om eenmalig vrijwilligerswerk te doen, zo kan iemand op rustigere momenten zoals ten tijde van vakantie wel een keer een bijdrage leveren Zorg dat het werk aantrekkelijk is en dat een vrijwilliger zich niet gebruikt voelt door een organisatie.

88 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

4.7

Meepraten

Tot slot van het onderzoek is aan de onderzoeksdeelnemers gevraagd hoe jongeren het beste betrokken kunnen worden bij het ontwikkelen van jongerenbeleid en -activiteiten. 11-15 jaar Een deel van de onderzoeksdeelnemers zou wel mee willen praten over jongerenzaken in de gemeente Nunspeet en vindt dit ook wel belangrijk. Uit de reacties van de onderzoeksdeelnemers komt wel naar voren dat zij denken dat het moeilijk is om jongeren te bewegen om mee te praten over jongerenzaken. Achterliggende oorzaak is mogelijk dat jongeren zich niet voldoende serieus genomen voelen of omdat jongeren het te druk hebben met school en met hun sociale leven. De onderzoeksdeelnemers hadden niet echt ideeën hoe jongeren het beste betrokken kunnen worden en hoe zij voor een langere tijd mee willen praten en denken.

16-22 jaar Een paar onderzoeksdeelnemers noemen onderwerpen waarover zij zouden mee willen praten. Bijvoorbeeld over het bouwen van gebouwen die gericht zijn op jongerenactiviteiten of ontmoetingsplekken. De gespreksonderwerpen moeten wel aansluiten bij de interesses van jongeren. Als ze iets nieuws bouwen. Bijvoorbeeld een zwembad wordt er gebouwd. Ik denk dat het dan wel goed is dat jongeren mee kunnen denken.

De onderzoeksdeelnemers opperen verschillende manieren om over onderwerpen mee te praten: • • •

Via sociale media, zoals Instagram In groepsverband, waarbij nadrukkelijk naar de groepssamenstelling gekeken moet worden als het gespreksonderwerp hierom vraagt Via online meetings. Hierdoor kun je jongeren uit de verschillende woonplaatsen gemakkelijker bij elkaar zetten.

Het aantal keren dat de onderzoeksdeelnemers mee willen praten varieert van een keer per maand tot een keer per kwartaal, maar niet wekelijks. De onderzoeksdeelnemers vinden het wel belangrijk dat zij betrokken blijven, vandaar dat een zekere regelmaat in het overleg wel gewenst is. Bovendien geven de onderzoeksdeelnemers aan dat zij graag willen weten wat er met de resultaten van het overleg gebeurt. Ik denk dat een keer in de drie maanden op zich wel te doen is. Vaker dan een keer in het jaar, maar niet elke week overleggen, dat heeft geen zin.

89 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

23-27 jaar Alle onderzoeksdeelnemers uit deze leeftijdscategorie zijn bereid om mee te praten over onderwerpen die spelen in de gemeente Nunspeet. Voorwaarde is wel dat het over een onderwerp gaat dat binnen hun interessegebied ligt. Tijdens de focusgroepen kwam een onderwerp sterk naar voren, namelijk de woningmarkt. De onderzoeksdeelnemers vertellen dat de woningmarkt vrijwel ontoegankelijk is voor jongeren. Woningen zijn volgens de onderzoeksdeelnemers te duur om te kopen. Ook het huren van woningen is vaak te duur. (…) De woningmarkt is echt bizar. Dan heb je starterswoningen, dan zit je op bijna drie ton. Dat is niet haalbaar om in je eentje of met een vriend direct na je studentenleven daarin te gaan. De woningen die worden gebouwd zijn vooral voor de ouderen. Dat je niet alleen huuropties hebt, maar ook goedkoop appartementen kan kopen.

Alle onderzoeksdeelnemers denken dat de gespannen woningmarkt voor stress zorgt bij jongeren. Ik heb al best wel lang een vriend. Ik zou ook wel weer een keer het huis uit willen. Maar je merkt dan, we zijn allebei nog student. Ik zou best iets kunnen huren van bijvoorbeeld 800 dat kan ik ook wel betalen met werk ernaast. Je hebt of sociale huur, moet je heel lang ingeschreven staan of op loting. Maar voor elk normaal huis loten ongeveer 300 mensen. Anders zit je al snel op een huis wat gewoon duizend euro kost. Zonder gas/water/licht. Dat is op een gegeven moment ook niet meer realistisch. Ik zie dat ook wel in mijn vriendengroep dat er mensen zijn die al een aantal jaar werken het ook wel zat zijn thuis. Die zijn inderdaad ook alleen. Voor wie huren te duur is, maar ook niet alleen kunnen kopen, die blijven toch maar thuis zitten.

Een paar onderzoeksdeelnemers geven aan dat zij mee willen praten over onderwerpen door middel van onlinebijeenkomsten. Een andere formule die zij voorstellen is dat eerst via een enquête onderwerpen worden verzameld en dat op basis van interesses onderzoeksdeelnemers worden uitgenodigd. Als jongeren op langere termijn betrokken moeten blijven bij overleg, zorg er dan voor dat het aantrekkelijk blijft om mee te doen. Een onderzoeksdeelnemer oppert de suggestie dat rondom een bijeenkomst ook iets leuks georganiseerd wordt, zodat het aantrekkelijk blijft om mee te doen. Zorg ervoor dat bijeenkomsten niet te vaak worden georganiseerd. Een paar keer per jaar is voldoende, volgens de onderzoeksdeelnemers.

90 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

Het hangt van de termijn ook. Als je er voor een jaar aan vast zit en je moet elke maand met elkaar gaan zitten, dan denk je: elke maand, twaalf keer, dan is het best veel. Als je zegt elk kwartaal, een keer in het half jaar, laagdrempelig een borreltje, dan kan je er rustig met elkaar over in gesprek. Dat voelt weer heel anders dan als je aan een grote vergadertafel zit met koffie en cake.

Wat jongeren tevens belangrijk vinden, is dat ze gehoord worden. Met andere woorden: dat jongeren ook zien dat er iets met hun ideeën en meningen wordt gedaan.

91 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

BIJLAGE I

GEBRUIKTE SCHATTINGS- EN ANALYSEMETHODEN

1. Frequentieanalyse De resultaten van de gesloten vragen worden weergegeven aan de hand van percentages waarmee de diverse antwoordmogelijkheden zijn aangekruist. Een frequentieanalyse levert een eerste blik op van de verzamelde data. 2. Gemiddelde beoordeling variabelen Het gemiddelde is het aantal waarden bij elkaar opgeteld, gedeeld door het aantal keren dat een waarde voorkomt. Door een gemiddelde te berekenen kan bepaald worden waar het zwaartepunt van een reeks waarden ligt. 3. Spreiding Spreiding is een begrip uit de statistiek, waarmee in algemene zin wordt aangeduid hoe ver waarden uit elkaar liggen. 4. Kruisanalyses Met behulp van kruisanalyses kan een uitspraak gedaan worden over de beoordeling door verschillende doelgroepen en of er verschillen zijn in de beoordelingen tussen die groepen. 5. Beoordeling betrouwbaarheidsinterval Voor het betrouwbaarheidsinterval geldt dat, wanneer het nemen van de steekproef en het vervolgens berekenen van een schatting een groot aantal keren herhaald zou worden, in gemiddeld X van de 100 gevallen het betrouwbaarheidsinterval de te schatten waarde zal bevatten. Let wel: op basis van steekproeven kunnen uitspraken nooit met absolute zekerheid worden gedaan. 6. Spearman’s Rho. Met behulp van de toets Spearman’s Rho kan worden aangetoond of twee waarden met elkaar samenhangen. 7.N.

“N” is het aantal respondenten dat een bepaalde vraag heeft beantwoord. 8. T-Toets De T-toets wordt gebruikt wanneer getoetst moet worden of twee steekproeven een significant verschillend gemiddelde hebben. 9. Regressieanalyse Regressieanalyse is een statistische techniek voor het analyseren van gegevens waarin (mogelijk) sprake is van een specifieke samenhang, aangeduid als regressie.

92 © 2021 | Reiger Research

Gemeente Nunspeet | Jongerenonderzoek 2021

BIJLAGE II TIJDSBESTEDING AAN ACTIVITEITEN DOOR JONGEREN

93 © 2021 | Reiger Research

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10811964/1