St. t.k.n. nr. 1. Bijlage Samenv. Nota Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle
Tekst van het document
Warme Harten in een
Klimaatadaptieve Delta SAMENVATTING Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle - versie 1.4 29 september 2022
-2-
-3-
Vooraf
Regio Zwolle maakt een gezamenlijke verstedelijkingsstrategie. Nederland kent een grote woningbouwopgave richting 2040. Daarbij maakt Regio Zwolle onderdeel uit van het Stedelijk Netwerk Nederland dat het kloppend hart vormt van ons land en economie en een aanzienlijk deel van deze opgave moet realiseren. Regio Zwolle staat daardoor voor een forse groeiopgave om wonen en werken in de toekomst te kunnen accommoderen. In de periode tot 2040 moeten er in deze regio minimaal 50.000 woningen worden gerealiseerd. Het klimaat-adaptief accommoderen van deze stedelijke en economische groei van de regio, mét behoud en ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving en bereikbaarheid, is een belangrijke integrale opgave voor de regio en vraagt om keuzes in een lange termijn strategie. Om uitwerking te geven aan bovengenoemde opgaven spraken Rijk en Regio in het BO MIRT 2019 af om gezamenlijk een verstedelijkingsstrategie op te stellen voor Regio Zwolle, in onderlinge wisselwerking met een gebiedsgericht MIRT Onderzoek bereikbaarheid voor Zwolle en omgeving. Daarnaast is afgesproken een QuickScan watersysteem en klimaatadapatatie voor de regio op te stellen, die als basis dient voor de verstedelijkingsstrategie. Vervolgens is in juni 2021 de klimaatbestendige groeiregio Zwolle tevens benoemd als NOVI-gebied.
Rijk en Regio hebben hiermee de ambitie uitgesproken om gezamenlijke complexe en gestapelde opgaven in de Regio Zwolle
klimaatbestendig op te pakken waarbij het watersysteem en -huishouding leidend zijn. Naast wonen, werken en mobiliteit is de klimaatrobuustheid van de regio een belangrijke pijler voor de verstedelijkingsstrategie en versterken de ambities voor het NOVI-gebied en de verstedelijkingsstrategie elkaar. De uitdaging om gezamenlijk een verstedelijkingsstrategie op te stellen is opgepakt door de provincie Overijssel, gemeente Zwolle, Regio Zwolle, de ministeries van BZK, IenW, EZK en LNV, RWS Oost-Nederland en het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Hierbij heeft een nauwe samenwerking plaatsgevonden met de 22 gemeenten binnen Regio Zwolle, de provincies Drenthe, Flevoland en Gelderland en de waterschappen, Vallei en Veluwe, Zuiderzeeland en Vechtstromen. In het kader van het programma NOVEX zijn in juli 2022 de verstedelijkingsstrategie en het NOVI-gebied samen gevoegd tot het NOVEX-gebied Regio Zwolle. Flevoland heeft binnen de verstedelijkingsstrategie een bijzondere positie. De provincie Flevoland maakt eveneens afspraken met het Rijk in het kader van de Strategische Agenda Flevoland (100.000 woningen) en de NOVEX-gebieden MRA en Lelylijn. Er is voor Flevoland derhalve sprake van een extra opgave. Voor Flevoland is de strategische agenda Flevoland leidend.
Het resultaat ligt voor u in de vorm van dit gezamenlijk gedragen document, waarin richting wordt gegeven aan de verstedelijking in de regio en handvatten worden geboden om concreet met elkaar aan de slag te gaan. Dit document is voor ons de basis voor de verdere uitwerking in een ontwikkelpad/programmering en het maken van concrete vervolgafspraken over de uitvoering en daartoe in te zetten middelen, als ook voor het uitwerken en vertalen in eigen gemeentelijke-, provinciale-, waterschaps-, en rijksbeleidsinstrumenten. In onderlinge afstemming met deze verstedelijkingsstrategie wordt een MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Zwolle en omgeving uitgevoerd. In dit MIRTonderzoek worden de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen onderzocht om de bereikbaarheid van Zwolle op peil te houden en de verstedelijkingsstrategie te faciliteren. Hierbij wordt ingezet op een regionale mobiliteitstransitie.
Deze verstedelijkingsstrategie is geen integrale omgevingsvisie voor Regio Zwolle, maar richt zich primair op de verstedelijkingsopgave waarbij we hebben gekeken naar waar en hoe de woningbouwopgave van de regio gelet op klimaatadaptatie en met behoud van bereikbaarheid en leefkwaliteit kan worden geaccommodeerd. Deze verstedelijkingsstrategie is ook geen vastomlijnd plan, maar een adaptief document dat de basis vormt voor verder onderzoek, uitwerking en programmering. Daarbij is niet vooruitgelopen op strategische discussies, die elders (nog moeten) plaatsvinden, zoals energietransitie, landbouwtransitie, of een overkoepelende ruimtelijk-economische visie voor de regio. Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie niet uitgewerkt, maar wel geagendeerd.
-4-
-5-
Regionale opgaven De regio groeit en bloeit De regio Zwolle groeit, zoals in zoveel regio’s in Nederland is de druk op de woningmarkt in de regio Zwolle groot. Ook hier zijn de huizenprijzen hoog en er is een forse woningbehoefte: we gaan uit van een basisopgave van minimaal 50.000 nieuw te bouwen woningen tot 2040. Dit komt deels door autonome groei, maar ook door de positie van de regio in het Stedelijk Netwerk Nederland: de regio Zwolle is populair als alternatief voor de krapte op de woningmarkt in de Randstad en een aantrekkelijke plek op de schakel tussen Randstad en het noorden. Daarnaast komt de woningbouwopgave grotendeels voort uit huishoudensverdunning. Dit treedt overal op: in de stad, in streekcentra en in de dorpen. Het zijn met name ouderen en jongeren die behoefte hebben aan een één- of tweepersoonswoning waarvoor gebouwd moet worden.
De regio Zwolle bloeit, het aantal arbeidsplaatsen groeide de afgelopen decennia flink en zelfs harder dan het Nederlands gemiddelde. De economie in de Regio Zwolle kent een vrij brede en daarmee relatief sterke economische structuur waarin veel sectoren zijn te onderscheiden. Het accent lig op de sectoren kunststoffen, gezondheid en agrofood. De kracht is het resultaat van een optelsom van veel relatief kleine bedrijven en is zeer verspreid over de regio. De opgave voor het bedrijfsleven bestaat uit het meegroeien in grote transities zoals digitalisering, circulariteit en energietransitie. Ontgroening en vergrijzing zorgt voor krapte op de arbeidsmarkt. Zowel bedrijf als burger is gebaat bij een werknemer of baan in de buurt. Zwolle, en in mindere mate in Hoogeveen en Meppel, kennen grote ruimtelijke concentraties voor economische activiteiten, denk daarnaast aan Port of Zwolle. Deze plekken zijn heel belangrijk voor de stedelijke economie (de regio kan, vanwege de grote afstanden, weinig leunen op kwaliteiten en voorzieningen van steden buiten de regio) en voor interactie in triple-helixverbanden.
Poort naar Noord en de Delta De regio Zwolle heeft een centrale en cruciale positie in het OV-netwerk van Nederland. Na Utrecht is station Zwolle het grootste spoorknooppunt qua aantal in- en uitgaande spoorlijnen en is het de enige (spoor)schakel tussen de noordelijke provincies en de rest van Nederland. In het wegennetwerk is een vergelijkbare situatie te zien, waar de A28 een belangrijke corridor is tussen de Randstad en het noorden, maar ook op een hoger schaalniveau tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen, naar Duitsland en verder Europa in. Zwolle is naast een landelijke ook een regionale schakel: als spin in een web verbonden per spoor met de meeste grotere Analyse Analyse plaatsen en vele kleinere plaatsen in de regio – het OV-netwerk is behoorlijk uitgebreid. Dit zijn kansrijke, multimodaal bereikbare plekken voor verdere ontwikkelingen. Buiten die OV-netwerk is een groot deel van de regio afhankelijk van automobiliteit door de lage dichtheid en daardoor afwezigheid van (frequent en kwalitatief) openbaar vervoer.
Zoals Zwolle in het mobiliteitssysteem ligt, ligt het ook in het watersysteem: op een strategische positie, maar met de lusten komen ook de lasten: “er stroomt veel door de regio heen” en dat brengt bijbehorende opgaven met zich mee. Wateraanvoer vanaf de rivieren, beken en weteringen staat via de singels van Zwolle in rechtstreekse verbinding met het IJsselmeer. Dit deltasysteem hebben we veelvuldig aangepast aan onze behoeftes, maar we zien dat het huidige systeem tegen zijn grenzen aan loopt en kwetsbaar is voor klimaatverandering. We willen de balans herstellen tussen water- en bodemsysteem en inrichting, met als belofte een aantrekkelijkere en robuustere leefomgeving.
Geconcentreerde Geconcentreerde werkgelegenheid werkgelegenheid
Brandpunt Brandpunt van stedelijkheid van stedelijkhei
Analyse
Geconcentreerde Brandpunt werkgelegenheid van stedelijkheid Stedelijkheid in de regio
Zwolle als centrum van werkgelegenheid
Knooppunt vanBrandpunt van stedelijkheid vervoersbewegingen Knooppunt van vervoersbewegingen Zwolle als knooppunt van mobiliteit
Zwolle als knooppunt in het watersysteem
Knelpunten Knelpunten in het watersysteem in het watersysteem
-6-
-7-
Van opgaven naar doelen De regionale uitdagingen De op de vorige pagina’s beschreven opgaven zijn dusdanig dat ze vragen om oplossingen op een regionaal schaalniveau, waarbij verschillende overheden (rijk, provincies, gemeentes, waterschappen) samenwerken. Dit vraagt zowel een goed functionerende, sterke centrale stad Zwolle, als vitale kernen daaromheen met ieder hun eigen positie in de reigo. Goed ontsloten en met behoud van eigen karakter. Daarbij staan de volgende doelen voor de Regio Zwolle centraal: Het accommoderen van de ontwikkelopgave (woningen en bedrijvigheid), met behoud van de huidige ruimtelijke kwaliteit op basis van een groene klimaatadaptieve (verstedelijkings)strategie. De grote verstedelijkingsdruk biedt een kans maar ook een uitdaging voor ruimtelijke kwaliteit. Het accommoderen van de ontwikkelopgave buiten bestaand bebouwd gebied zet druk op water en groen. Dat is iets wat we zo veel mogelijk willen voorkomen: want de bestaande omgeving kent ook een stevige klimaatadaptatieopgave. Een klimaatadaptieve verstedelijking vraagt op alle schaalniveaus, van straat en sloot tot de hele regio; dat we de opgave niet vergroten; en dat we conform nationaal beleid water en bodem leidend laten zijn. Dat geldt niet alleen voor de nieuwe ontwikkelingen, maar ook voor de bestaande.
We hebben als regio de ambitie om met de ontwikkelopgave de klimaatopgave vooruit te helpen.
Het versterken van de concurrentiekracht van de Regio Zwolle door een sterk en duidelijk economisch profiel in combinatie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De uitdaging voor meer concurrentiekracht ligt in het doen van de juiste ingrepen op verschillende plekken. Omdat de regio nauwelijks kan leunen op voorzieningen in steden buiten de regio, moet de kracht van concentratie en stedelijke economie vooral in de stad Zwolle gevonden worden, om zo massa te maken voor een stedelijke economie, die de regio als geheel nodig heeft, concurrentiekracht heeft en tegen een conjunctureel stootje kan. Naast die concentratie moeten we het economisch profiel versterken in combinatie met aantrekkelijk vestigingsklimaat: de uitdaging is daar door te bouwen op de diversiteit van cultuur, natuur en bedrijfsleven in de verschillende streken die de regio rijk is. We moeten strategisch investeren op alle schaalniveaus stad, streekcentra en clusters van bedrijvigheid. Ook hier gelden de uitdagingen van bovenstaand doel. Bereikbaar houden van huidige en toekomstige economische toplocaties op regionaal en nationaal niveau in combinatie met een goed functionerend daily urban system. De uitdaging voor bereikbaarheid ligt in het werken aan een betere balans in de regio.
De relatief grote pendel naar Zwolle is deels onvermijdelijk vanwege de regionale centrumfunctie, maar de mobiliteitssystemen kunnen niet veel meer aan.
De mobiliteitsanalyses (en ook de IMA) geven aan dat grote delen van het hoofdwegennet in het hoge economische ontwikkelingsscenario zonder maatregelen zoals Betalen naar Gebruik richting 2040 afwikkelingsproblemen gaan optreden. De extra geplande woningbouw heeft hier geen significante invloed op (uitgezonderd de N50 in relatie tot de verstedelijking in Dronten / Kampen).
de verstedelijkingskeuzes (waar wonen en werken faciliteren) sterk in sturen. De mobiliteitstransitie creëert ruimte voor de auto in die delen van de regio die wel van de auto afhankelijk zijn.
De uitdaging ligt in een mobiliteitstransitie, waarbij oplossingsruimte ligt in het voorkomen van mobiliteit (als mensen nabij terecht kunnen hoeven ze niet ver te reizen) en het verduurzamen van mobiliteit (het kunnen kiezen voor de fiets of het (H)OV in plaats van de auto). Hier kunnen
De uitdaging ligt hierin dat deze ambities niet alleen gelden voor de nieuwe ontwikkelopgave, maar juist ook voor de bestaande steden en dorpen in de regio. Overal moeten we hiermee aan de slag. Kunnen we daar de verstedelijkingsopgave voor inzetten?
Benutten en versterken van huidige en toekomstige ambities op het gebied van leefbaarheid, natuurinclusiviteit, landschap en energietransitie.
Deze verstedelijkingsstrategie is ons gezamenlijke antwoord op hoe we deze doelen willen bereiken. Om te bepalen wat deze strategie moet zijn is onderzocht welke verschillende ruimtelijke ontwikkelrichtingen er zijn en welke effecten die hebben. Zo hebben we inzicht gekregen in welke strategische keuzes wel en niet bijdragen aan de doelen. Op basis van dit gezamenlijke onderzoek concluderen we dat de wenselijke ontwikkelrichting voor ons samen te vatten is als het werken aan “Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta” – het overkoepelende motto en integrale koers voor verstedelijking in de Regio Zwolle.
-8-
-9-
Warmehartenstrategie als verstedelijkingskoers volgens 7 ontwikkelprincipes Het motto voor verstedelijking is het werken aan “Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta”. Deze strategie betekent bewust kiezen voor het zo veel mogelijk verstedelijkingsdruk oplossen binnen bestaand bebouwd gebied om bestaande steden en dorpen te versterken in de kern, in het hart. Warme Harten… Dit idee van ‘warme harten’ is gebaseerd op de gedachte dat, als je bouwt waar de mensen al zijn, dit een hefboom kan zijn voor grote opgaven van de bestaande gebouwde omgeving. Met deze strategie kunnen we alle kernen op maat een impuls geven en opgaven die in de bestaande steden en dorpen spelen aanpakken, zodat zowel nieuwe als bestaande inwoners van de investeringen profiteren. Als we niet bouwen in de harten, maar de ontwikkelopgave van steden en dorpen faciliteren in ‘nieuwe vleugels’, vergroten we de voetafdruk op het buitengebied, en verdunnen onze steden en dorpen waardoor bewoners meer op afstand
van elkaar en bestaande voorzieningen komen te wonen. De belofte is dat we door de warmehartenstrategie niet in een vicieuze cirkel van “groter en meer”, maar een virtuoze cirkel van “anders en beter” belanden: een verdichting die vergroening, verduurzaming en vitaliteit brengt. Daarbij betekent ‘zo veel als mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied’ dat er maatwerkoplossingen mogelijk zijn wanneer de grenzen van het bestaand gebied bereid zijn. Bij maatwerkoplossingen zijn de ontwikkelprincipes wel van toepassing. In de uitvoeringsstrategie worden binnen Regio Zwolle afspraken gemaakt hoe hiermee om te gaan.
7 Ontwikkelprincipes
We hebben zeven integrale ontwikkelprincipes als uitwerking van het motto om ruimtelijke keuzes te kunnen sturen. Deze principes vormen samen de koers. Ze zijn het kompas van de verstedelijkingsstrategie en ze bepalen onze inzet op de hoofdopgaven voor wonen, werken, mobiliteit en klimaat (hoofdstuk 3) en de keuze voor de verschillende integrale ontwikkelprogramma’s die we als regio gezamenlijk oppakken (hoofdstuk 4).
…in een Klimaatadaptieve Delta Een ‘klimaatadaptieve delta’ is gebaseerd op de gedachte dat we een omslag willen maken naar natuurlijke oplossingen waar bodem en water leidend zijn. Daarbij staat niet symptoombestrijding, maar investeren in veerkrachtige en toekomstbestendige systeemoplossingen centraal.
it schema verbeeldt de opbouw van de verstedelijkingsstrategie en is tegelijkertijd een leeswijzer voor dit D stuk. Aan de linkerzijde staat de koers: de aanleiding en de strategische keuzes die we daarin maken. Het hart daarvan is de warmehartenstrategie. De 7 ontwikkelprincipes bepalen onze kijk (“wat vinden we ervan”) op de hoofdopgaven en hebben richting gegeven aan de ontwikkelprogramma’s. Aan de rechterzijde staat de inzet: die beschrijven we deels in hoofdstuk 3 onder “waar zetten we op in” en verder in hoofdstuk 4 & 5 met de ontwikkelprogramma’s en aanzet voor uitvoeringsafspraken.
- 10 -
1
2
- 11 -
Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta is zuinig omgaan met de ruimte De regio kent een groot grondgebied met compacte (Hanze)steden en veel ruimte voor het landschap. Dat is haar kracht en daar moeten we zuinig mee omgaan. Deze ruimte maakt de kwaliteit van de regio en willen we niet onnodig onder druk zetten. Gebieden met hoge natuur- of landschappelijke waarde blijven vrij van uitbreiding van verstedelijking, infrastructuur en grootschalige economie (bijv. logistiek). Verstedelijking draagt bij aan de biodiversiteitsdoelstellingen, ook binnenstedelijk. Daarom kijken we eerst naar een verantwoorde en gezonde wijze van ontwikkeling binnen het bestaande bebouwde gebied en kijken naar mogelijkheden van versterking van het waardevolle landschap. Door te investeren in de kwaliteit van de steden en dorpen houden we ze vitaal en klimaatbestendig.
In Warme Harten helpt nieuw bestaand met transitieopgaven De ambities op het gebied van woningbouw zijn groot. Er zijn veel woningen nodig, maar de nieuwbouw blijft altijd maar een klein gedeelte van de totale voorraad. In al bestaande huizen wonen ook mensen die te maken (kunnen) krijgen met opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, vergroenings- en biodiversiteitsopgaven en met mobiliteitsarmoede. We willen dat wat we nieuw toevoegen in de regio het bestaande versterkt: bestaande wijken en kernen met hun opgaven kunnen geholpen worden door middel van nieuwbouw. Dit noemen we ook wel ‘buiten het bouwhek’ denken, waarmee we bedoelen dat hetgeen dat gebouwd wordt niet alleen zelf van goede kwaliteit moet zijn, maar ook als hefboom voor noodzakelijke transities in de omgeving moet dienen.
3
In een Klimaatadaptieve Delta pakken we opgaven aan bij de bron Decennialang zijn we uitgegaan van de technische maakbaarheid van deze natuurlijke systemen. Meer en meer komen we tot inzicht dat dit niet altijd het geval is. We willen inzetten op maatregelen die duurzaam de wateropgave verlichten, passend bij het natuurlijke bodem- en watersysteem. Nieuwe verstedelijking mag niet leiden tot een grotere klimaaten wateropgave, maar moet juist leiden tot een verkleining daarvan. Niet alleen in het ontwikkelgebied zelf, maar ook voor de omgeving. Daarbij hebben natuurlijke oplossingen de voorkeur boven technische omdat ze zich ook beter laten combineren met andere opgaven zoals onze gezondheid, de biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De hanteren deze aanpak ook voor het mobiliteitssysteem: we pakken mobiliteitsopgaven aan bij de bron door met slimme verstedelijkingskeuzes een betere balans tussen wonen en werken op fietsafstand te maken.
Warme Harten bieden een passend woningaanbod voor iedereen Iedere ontwikkeling maakt het woningaanbod diverser. Nu bestaat dat uit veel op elkaar lijkende, grote eengezinswoningen. Dit past niet zo goed met de demografische trends. Dit betekent met name dat we goed kijken naar welke woningen er al zijn, wie erin wonen en hoe we de (toekomstige) vraag goed kunnen bedienen. Algemeen geldt dat nieuwe ontwikkelingen aanvullend moeten zijn op het bestaande qua typologie, rekening houdend met demografische trends, zodat het totale aanbod diverser en veerkrachtiger wordt.
4
5
In Warme Harten geven we voorrang aan voetganger, fietser en OV Iedere ontwikkeling draagt bij aan de mobiliteitstransitie door in te zetten op een andere manier van verplaatsen: meer lopen, fietsen en OV-gebruik. We kiezen voor ruimte-efficiënte vervoerswijzen. Dat betekent inzet op een regionale mobiliteitstransitie in combinatie met verdichten in de kernen, rond OV-knopen en het mengen van wonen en werken waardoor inwoners minder (ver) hoeven te reizen: multimodale plekken maken waar een alternatief voor de auto voor handen is. Met dit principe maken we mobiliteit voor iedereen toegankelijker duurzamer en gezonder.
6
Elk Warm Hart speelt een rol in het vergroten van regionaal economisch elan Iedere ontwikkeling kan bijdragen aan het versterken van economische samenhang van de regio als geheel. We zetten in op een stedelijke economie in Zwolle, de enige kern in de regio waar een schaalsprong in stedelijkheid mogelijk zou zijn (met bijbehorende lokale agglomeratiekracht, stedelijke economie en functiemix) en op specialisatie in subregio’s voortbouwend op de lokale cultuur en historie. We beschermen en ontwikkelen diverse milieus zodat alle typen bedrijvigheid op de juiste plek komen en stimuleren uitwisseling van kennis en kunde. Bijvoorbeeld in binnensteden en stationsgebieden kunnen ‘interactiemilieus’ tot stand komen door concentratie en clustering van mensen en bedrijvigheid.
De 7 ontwikkelprincipes samen vormen de Warmehartenstrategie
In een Klimaatadaptieve Delta bouwen we gebiedsspecifiek Omdat identiteit in grote mate bepalend is voor leefbaarheid en sociale samenhang, omarmen we in dit principe de gebiedsspecifieke unieke eigenschappen van onze diverse regio. De ondergrond en het watersysteem zijn bepalend voor waar en hoe we bouwen om ook op lange termijn bij klimaatverandering een florerende regio te kunnen zijn. Iedere ontwikkeling heeft oog voor de door de landschappelijke ondergrond, natuur, cultuurhistorie en bouwcultuur gevormde karakteristieken en identiteit van de plek en behoudt of versterkt deze. Daar zetten we vol op in en bouwen zo aan een afwisselende regio. De gebiedsbiografie Regio Zwolle concretiseert de cultuurhistorische subregio’s en helpt de eigenschappen in te zetten bij gebiedsspecifiek bouwen (wordt i.s.m Rijk (BZK/OCW) en regio opgesteld).
In hoofdstuk 3 worden deze iconen gebruikt om aan te geven waar welk van de zeven ontwikkelingsprincipes toegepast worden. 1
2
3
4
5
6
7
7
- 12 -
Warme Harten in een
Klimaatadaptieve Delta Wat levert het op om te werken volgens de warmehartenstrategie? Wat hebben we dan bereikt in 2040? Een terugblik…
bedrijfsleven, waardoor men van elkaar profiteert en elkaar aanvult in plaats van concurreert.
In de verschillende kernen in de regio zie je het resultaat van het werken volgens de warmehartenstrategie. De al goede leefkwaliteit van de regio is versterkt doordat wonen, economie en vergroening hand in hand gaan. Niet alleen de nieuwe inwoners in de regio profiteren daarvan, ook de uitdagingen waar de woon- en leefomgeving van de bestaande inwoners twintig jaar geleden voor stonden hebben geprofiteerd van de impuls die de regio heeft gekregen.
Overal in de regio hebben de centra en dorpsharten een impuls gekregen. Het zijn prettige publieke plekken gebleven waar veel mensen een passende woning hebben gevonden. Vooral de stationsomgevingen hebben een transformatie ondergaan. Dit zijn dynamische en bruisende plekken geworden, met de verschillende gebiedsspecifieke natuurlijke en culturele kenmerken als visitekaartje. Er wonen meer mensen dicht op het station, die profiteren van de impuls in het OV-netwerk. Hun leven kan nabij worden georganiseerd. De (deel-) auto speelt voor hen een steeds kleinere rol.
De regio is een stuk diverser geworden qua woon- en werkmilieus. Iedere kern is herkenbaar, benut en beschermt de eigenschappen van het omliggende landschap en is daar goed mee verbonden. Door de vergroening en toegenomen ruimte voor water zijn de uitdagingen voor klimaatadaptatie omarmd en is ook de biodiversiteit vergroot. ‘Rood’ en ‘groen’ zijn meer verweven dan ooit. De stad Zwolle heeft zich nog verder ontwikkeld als warm hart voor de regio, door een stuk stedelijker te worden. Dit heeft bijvoorbeeld een nieuw hoogstedelijk milieu toegevoegd aan de regio en daarmee de hele regionale economie versterkt. Er is uitwisseling en afstemming in het regionale
In de stationsgebieden is het aantal in- en uitstappers in balans: werknemers en studenten zorgen voor ‘tegengestelde pendel’. De automobiliteit in de regio is teruggelopen doordat mensen hun leven meer nabij en met duurzame mobiliteit kunnen invullen. De regio is in balans, tussen stad en land, tussen rood en groen, tussen wonen en werken. En de regio heeft zich klimaatbestendig ontwikkeld. Al deze warme harten, van groot tot klein, worden verbonden door een robuust en duurzaam water- en mobiliteitsnetwerk (in de volle breedte) dat zich steeds meer voegt naar het natuurlijke systeem.
- 113 -
- 14 -
- 15 -
Integraal samenwerken aan gebieden & systemen De ontwikkelprogramma’s Voor iedere hoofdopgave is in het voorafgaande hoofdstuk geschetst hoe ze bijdragen aan de drie anderen. Dit laat zien hoe de warmehartenstrategie leidt tot integrale oplossingen. De Warmehartenstrategie is van toepassing op alle bebouwde gebieden/kernen in de regio. De gehele woningbouwopgave landt voor een groot deel in een paar specifieke gebieden. Voor deze gebieden hebben we vijf integrale ontwikkelprogamma’s gedefinieerd, waar we gezamenlijk veel maatschappelijke meerwaarde willen bereiken. Om deze impact te verzilveren is het belangrijk hier afspraken over te maken tussen de gezamenlijke overheden. Deze vormen belangrijke concrete ruimtelijke ontwikkelingen richting 2040. Tegelijkertijd zijn ze niet nieuw: er zijn voor deze gebieden ook al plannen in wording en uitvoering. Zoals eerder aangegeven heeft Flevoland, gezien de gemaakte afspraken met het Rijk, een aanvullende opgave als het gaat om de nationale woonopgave.
Integraal werken aan Warme Harten: vijf ontwikkelprogramma’s voor gebieden De programma’s zijn erop gericht om de krachten te bundelen en dezelfde aanpak te hanteren. Daarom is het voorstel om hier ook gezamenlijk aan te werken om zo niet overal het wiel opnieuw uit te vinden, maar dezelfde methode te hanteren en die vervolgens op basis van gebiedseigen kenmerken verder uit te werken: Stedelijk Zwolle Karakteristieke stationsomgevingen Gezonde buurten Vitale kernen Krachtige binnensteden In elke subregio ligt wel een gebied waar een van de ontwikkelprogramma’s van toepassing is. Overal werken we aan Warme Harten door te verdichten in de bestaande stedelijke gebieden en dorpen 1 : voor specifieke gebieden wordt invulling gegeven aan de opgaven én de rijkdom en verscheidenheid van het landschap behouden 7 . Zo draagt iedereen bij aan de uitwerking van de verstedelijkingsstrategie.
Systeemverandering voor een Klimaatadaptieve Delta: twee ontwikkelprogramma’s op systeemniveau Een Klimaatadaptieve Delta vraagt ook om veranderingen op systeemniveau 2 , waarbij we het water- en mobiliteitssysteem niet verder onder druk willen zetten. Dat vraagt om aanpak bij de bron. Voor water betekent dat zo veel mogelijk werken met natuurlijke oplossingen. Voor mobiliteit betekent het door gedragsverandering de mobiliteitsbehoefte zo duurzaam mogelijk te faciliteren. Regionale sponsstrategie Regionale mobiliteitsstrategie
eze kaart geeft een indicatie van waar de D vijf ontwikkelprogramma’s voor gebieden van toepassing kunnen zijn en is niet bedoeld om nu al een definitieve selectie voor te stellen. De kaart laat zien dat er in alle subregio’s gewerkt kan worden aan (een van) de programma’s. In de uitwerking spreken we af wie waar meedoet.
In de uitwerking van de programma’s brengen we onderlinge afhankelijkheid in beeld en spreken we af waar samenwerking een concrete meerwaarde biedt. Voor de programma’s ‘Stedelijk Zwolle’ en ‘Karakteristieke Stationsomgevingen’ wordt waar mogelijk een eerste verkenning naar de noodzakelijke investeringen gedaan.
- 16 -
- 17 -
Overzicht ontwikkelprogramma’s
Hierover worden afspraken gemaakt in het kader van de Mobiliteitsstrategie als onderdeel van het Gebiedsgericht MIRT Onderzoek Zwolle en omgeving.
Regionale Sponsstrategie In een volgende stap zal deze sponsstrategie verder uitgewerkt worden. Dit is een gezamenlijke opgave waar alle in deze verstedelijkingsstrategie betrokken partijen voor staan: waterschappen, provincies, rijk en de betreffende gemeenten. Dit zal in samenhang met het NOVI-gebied en de gebiedsuitwerkingen van het NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) dienen plaats te vinden. De gebiedsontwikkelingsprogramma’s
Stedelijk Zwolle Kwalitatieve schaalsprong waarin de vier hoofdopgaven van klimaatbestendig, mobiliteitstransitie, stedelijke economie en woonmilieu worden gecombineerd. Totaal: 15 - 25 duizend woningen tot 20 duizend banen Vraagt samenwerking tussen Zwolle, provincie, waterschap en Rijk
Flevoland IJssel-Vechtdelta Kop van Overijssel
De systeemopgaven
Regionale Mobiliteitsstrategie
Ontwikkelprogramma’s per subregio
Karakteristieke Stationsomgevingen Omvat de stationsgebieden van de middelgrote kernen in de regio, waar een stevige ontwikkeling mogelijk is, met focus op verdichting en functiemenging en verblijfskwaliteit voor voetganger en fietser. Onderdeel daarvan zijn: 9 - 12 duizend woningen tot 7 duizend banen Vraagt samenwerking tussen de gemeenten (Dronten, Kampen, Steenwijk, Meppel, Hoogeveen, Hardenberg en Raalte), de vier provincies en waterschappen, betrokken vervoerders en Rijk
Gezonde Buurten Verduurzaming, vergroening en update van woonbuurten (focus op jaren ’50-80) met behulp van verdichting. Onderdeel hiervan zijn: 9 - 12 duizend woningen tot 7 duizend banen Vraagt samenwerking tussen betreffende gemeenten, hun provincies, waterschappen en Rijk
Zuidwest Drenthe Vechtdal Salland Kop van de Veluwe Zwolle
Vitale Kernen
Krachtige Binnensteden
Omvat alle kernen in de regio. Door nieuwbouw te plegen met aandacht voor lokale identiteit, vitaliteit en klimaatopgaven.
Dit programma kent een sterke overlap met de Karakteristieke Stationsomgevingen en Vitale Kernen.
Onderdeel daarvan zijn: 10 - 12 duizend woningen tot 3.200 banen
Indien de afspraken daarover minder vergaand zijn zou dit programma als alternatief kunnen dienen. Gezien de overlap geven we hier nu geen aantallen bij, om verwarring te voorkomen.
Vraagt samenwerking tussen de betreffende gemeenten, de vier provincies, waterschappen en Rijk
Indicatief overzicht plancapaciteit Ont wik k e lpr ogr amma's Stedelijk Zwolle Karakteristieke Stationsomgevingen* Vitale Kernen Gezonde Buurten Krachtige Binnensteden
Wo n in gbo u w min. 15.000 9.000 10.000 7.000
max. 25.000 12.000 12.000 12.000
Wer kgelegen h eid max. 20.000 7.000 3.200 4.500
*) Plannen binnen 800m van een station in Dronten, Kampen, Steenwijk, Meppel, Hoogeveen, Hardenberg en Raalte lte
- 18 -
Samen verder werken
Met de verstedelijkingsstrategie grensoverschrijdend samenwerken aan een klimaatadaptieve invulling van de regionale groeiopgaven van wonen en werken. Deze verstedelijkingsstrategie geeft de ambitie en richting van de regio Zwolle voor zijn verstedelijkingsopgaven tot 2040. De verstedelijkingsstrategie biedt de basis voor nadere uitwerking en programmering. De succesvolle realisatie van de strategie is afhankelijk van samenwerking tussen alle betrokken overheden in Regio Zwolle. Met de Verstedelijkingsstrategie is een belangrijk fundament onder deze samenwerking gelegd. Deze moet nu verder worden uitgebouwd en verstevigd in het kader van de ruimtelijke uitwerking en de programmering. Met een regio die zich uitstrekt over vier provincies, vier waterschappen en 22 gemeenten is het evident dat grensoverschrijdende samenwerking randvoorwaardelijk is. In het nationale programma NOVEX heeft het Rijk hiervoor een eerste aanzet gegeven, door de regio aan te wijzen als NOVEX-gebied. De provincies in de regio gaan aan de slag met het leggen van de ruimtelijke puzzel op basis van 26 rijksprogramma’s met impact op de fysieke leegomgeving. De NOVEX gebieden, waaronder Regio Zwolle, maar ook de Lelylijn hebbe hierin speciale rijksaandacht als gebieden waar complexe opgaven samenkomen en samen aangepakt worden. De verstedelijkingsstrategie biedt hierin een het waardevolle samenwerkingskader.
Tegelijkertijd biedt de fase van de ruimtelijke puzzel de kans om meer dan nu, de relatie te leggen naar de overige programma’s op provinciaal of landelijk niveau, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied.
De volgende stap is het opstellen van een gezamenlijke uitvoeringsstrategie, waarin wordt geborgd dat de collectieve ambities worden waargemaakt. In deze strategie wordt tevens de wijze waarop we binnen de regio omgaan met de ontwikkelprincipes verder uitgewerkt waarbij voldoende ruimte voor maatwerk en uitvoeringskracht wordt gecreëerd. De bestuurders van de betrokken partijen verbinden zich aan de strategie en spannen zich gezamenlijk in om deze strategie verder uit werken en te implementeren in hun beleid, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Partijen spreken elkaar aan indien beslissingen genomen worden die niet rijmen met de strategie en de daarin vastgelegde uitgangspunten en principes. Werken in programma’s Voor de uitwerking van de verstedelijkingsstrategie zijn in hoofdstuk 4 vijf programma’s voorgesteld. Binnen de regio en tussen regio en Rijk worden in het ontwikkelpad nadere afspraken gemaakt over ambities, randvoorwaarden, planning en investeringen. Dit ontwikkelpad bevat de belangrijke keuzemomenten, kantelpunten en raakvlakprojecten en vormt de basis voor de verstedelijkingsafspraken voor de regio Zwolle en het MIRT-maatregelenpakket. In de uitwerking van de programma’s brengen we onderlinge afhankelijkheid in beeld en spreken we af waar samenwerking een concrete meerwaarde biedt.
- 19 -
Woningbouwprogrammering Ten behoeve van het ontwikkelpad wordt een concrete lijst opgesteld met woningbouwplannen gekoppeld aan planning en investeringen. Regionale mobiliteitsstrategie In de verstedelijkingsstrategie is een regionale mobiliteitsstrategie opgenomen. Dit is een tussenstap in het gebiedsgericht MIRTonderzoek Zwolle en omgeving. Het MIRTonderzoek wordt verder uitgewerkt tot een maatregelenpakket. Uitvoering hiervan vormt een randvoorwaarde voor de totstandkoming van de mobiliteitstransitie, noodzakelijk om Zwolle e.o. bereikbaar te houden in combinatie met de toename van minimaal 50.000 woningen. Eind 2022 wordt een maatregelpakket vastgesteld om te komen tot deze regionale mobiliteitstransitie. Klimaatadaptieve regio In de rapportage Klimaatadaptief ruimtelijk ontwikkelen Regio Zwolle zijn de uitgangspunten voor de verstedelijkingsopgave vanuit het bodemen watersysteem en klimaatadaptatie en de randvoorwaarden die daaruit volgen voor verstedelijking in onze regio weergegeven. Naast uitgangspunten en randvoorwaarden zien we ook veel kansen om integraal te werken aan de klimaatopgave, het versterken van groen-blauwe structuren en biodiversiteit en de verstedelijkingsopgave.
Groen-blauwe structuren kunnen de verstedelijkingsopgave versterken door de (verdere) ontwikkeling van natuur- en recreatiegebieden en door toevoeging van ruimtelijke kwaliteit en verbetering van het leefklimaat. Andersom kan de verstedelijkingsopgave een belangrijke rol spelen in het klimaatbestendig maken van de regio. In een volgende stap worden de raakvlakken in beeld gebracht en vertaald naar concrete kansen en een ruimtelijke vertaling. Met de ‘Regionale sponsstrategie’ zoals genoemd in de programmatische benadering wordt op systeemniveau ingezet om de klimaatrobuustheid en waterveiligheid van de
regio te vergroten én flexibiliteit te houden voor het landelijk watersysteem lange termijn. Daarnaast biedt deze meekoppelkansen op andere thema’s. Relatie andere landelijke programma’s In de uitvoeringsstrategie van wordt daar waar relevant de verbinding gemaakt naar andere landelijke programma’s zoals landelijk gebied, stikstof en energie, deltaprogramma, integraal riviermanagement en zeespiegelstijging. Verstedelijking buiten de programma’s: de ontwikkelprincipes als leidraad Naast de ontwikkelprogramma’s is er uiteraard nog steeds sprake van allerhande lokale ontwikkelingen in de regio. Denk bijvoorbeeld aan aanpassingen in de openbare ruimte, onderhoud en kleinschalige bouwen transformatieplannen. Ook voor deze ontwikkelingen zijn de ontwikkelprincipes de leidraad. Daarmee draagt iedere ontwikkeling bij aan het bereiken van de regionale doelen. Als onderdeel van de regionale samenwerking dagen de overheden elkaar onderling doorlopend uit in de toepassing van de principes en leren zij van en met elkaar hoe principes kunnen worden toegepast. Ervarend leren is daarmee een krachtig instrument van en voor de hele regio.
Ontwikkelprincipes van de Warmehartenstrategie 1. Wees zuinig met ruimte 2. Klimaataanpak bij de bron 3. Nieuw helpt bestaand 4. Passend woonaanbod 5. Lopen, fietsen en OV 6. Werk aan economisch elan 7. Lokale identiteit