St. t.k.n. 2 ETFAL rapportage
Tekst van het document
Beknopte Etfal toets Projectnaam: Kenmerk: Datum:
Inbouwen 2 appartementen in de kap van het voorhuis op de Jonkvrouw van Eysingahof te Elspeet 1803 September 2025
Planomschrijving: het inbouwen van 2 appartementen op de eerste verdieping van het bestaande complex aan de Jonkvrouw van Eysingahof te Elspeet. Doel van de toets: Het doel is om te onderbouwen dat de activiteit past binnen een goede omgevingskwaliteit conform de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij is gebruik gemaakt van de omschreven punten uit de quickscan van 2024 Bodem Wettelijk kader In de Omgevingswet geldt dat de bodemkwaliteit geschikt moet zijn voor de beoogde functie (artikel 5.84 Bkl en verder). Bij ruimtelijke besluiten moet worden beoordeeld of sprake is van risico’s voor de volksgezondheid of het milieu door bodemverontreiniging. Onderzoek / Beoordeling Het plan voorziet in een het inbouwen van 2 appartementen in de bestande kap van het complex. Er vinden geen graafwerkzaamheden of ingrepen in de bodem plaats, omdat de werkzaamheden uitsluitend betrekking hebben op een bouwlaag boven maaiveld. Hierdoor wordt de bestaande bodemkwaliteit niet geraakt. Ook ontstaan er geen nieuwe blootstellingsroutes (bijvoorbeeld door het aanleggen van tuinen, speelplekken of kruipruimtes). Eventuele historische verontreinigingen in de ondergrond vormen daarom geen risico voor het gebruik en de uitvoering van het plan. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
Omdat geen werkzaamheden in de bodem plaatsvinden, is aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk. Externe veiligheid Wettelijk kader De Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stellen kaders voor externe veiligheid. Hierbij worden met name twee aspecten onderscheiden: •
Plaatsgebonden risico (PR): de kans dat iemand op een bepaalde plaats overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen.
•
Groepsrisico (GR): de kans dat een groep mensen tegelijk overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Externe veiligheid is met name van belang bij de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen (zoals BRZO-bedrijven, LPG-tankstations), buisleidingen, spoorlijnen of wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Onderzoek / Beoordeling Het plangebied ligt niet binnen of nabij een plaatsgebonden risicocontour (10⁻⁶/jaar) van een risicovolle inrichting, transportroute of buisleiding. Ook bevinden zich in de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen die op grond van het Bkl relevant zijn voor de beoordeling van externe veiligheid. Omdat er geen PR-contouren aanwezig zijn en er geen sprake is van een toename van de personendichtheid in een risicogebied, is ook een nadere beoordeling van het groepsrisico (GR) niet aan de orde. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Het plangebied ligt buiten enige plaatsgebonden risicocontour en heeft geen invloed op het groepsrisico. Geluid Wettelijk kader In de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn regels opgenomen voor geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen een geluidaandachtsgebied (weg: 100 meter bij 50 km/u en 200 meter bij 70 km/u) moet worden onderzocht of gevoelige functies, zoals woningen, voldoen aan de grenswaarden.
Het doel is dat in geluidgevoelige ruimten (zoals woon- en slaapkamers) het binnenniveau niet hoger is dan 33 dB. Indien de geluidsbelasting op de gevel hoger is dan de voorkeurswaarde, kan een akoestisch onderzoek nodig zijn en kan worden gekeken naar geluidwerende maatregelen. Onderzoek / Beoordeling Het plangebied ligt op circa 10,5 meter van de Staverdenseweg (50 km/u) en op circa 9 meter van de Jonkvrouw van Eysingahof (30 km/u). Daarmee ligt het pand binnen het geluidaandachtsgebied van beide wegen. Er wordt extern onderzoek uitgevoerd waarin twee onderdelen worden beoordeeld: 1. Toetsing aan het lokale geluidbeleid van de gemeente Nunspeet Hoewel de Omgevingswet van kracht is, blijft het bestaande gemeentelijke geluidbeleid van toepassing totdat de gemeente een nieuw geluidbeleid onder de Omgevingswet heeft vastgesteld. Dit beleid vormt daarmee het materiële toetsingskader voor het plan. 2. Onderzoek naar de geluidwering van de gevel In een aanvullend akoestisch onderzoek wordt berekend of de gevels van het gebouw voldoende geluidwerend zijn. Doel hiervan is om aan te tonen dat in de geluidgevoelige ruimten (woon- en slaapkamers) het vereiste binnenniveau van maximaal 33 dB niet wordt overschreden.
De resultaten van dit externe onderzoek worden toegevoegd als. Op basis van de uitkomsten kan, indien nodig, worden bepaald of aanvullende maatregelen (bijvoorbeeld gevelisolatie of geluidwerende voorzieningen) noodzakelijk zijn. Conclusie Het plan ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de Staverdenseweg en de Jonkvrouw van Eysingahof. Extern akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd om aan te tonen dat wordt voldaan aan het lokale geluidbeleid van de gemeente Nunspeet en dat het vereiste binnenniveau van maximaal 33 dB in de geluidgevoelige ruimten niet wordt overschreden. Het aspect geluid vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Luchtkwaliteit: Wettelijk kader Op grond van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) gelden omgevingswaarden voor luchtkwaliteit. De belangrijkste stoffen voor ruimtelijke plannen zijn stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof (PM₁₀ en PM₂.₅). De grenswaarden zijn: •
NO₂: 40 µg/m³ (jaargemiddelde)
•
PM₁₀: 40 µg/m³ (jaargemiddelde) en 35 overschrijdingsdagen per jaar
•
PM₂.₅: 25 µg/m³ (jaargemiddelde)
Daarnaast geldt de regeling Niet in betekenende mate (NIBM). Een project dat minder dan 3% van de grenswaarde NO₂ of PM₁₀ bijdraagt (≈1,2 µg/m³), wordt beschouwd als NIBM en hoeft niet verder doorgerekend te worden. Onderzoek / Beoordeling Het plan voorziet in de toevoeging van 2 appartementen op de verdieping. Dit leidt tot een beperkte verkeersgeneratie. Op basis van de CROW-kencijfers (publicatie 381) gaat het om circa 3 voertuigbewegingen per etmaal per woning. In een eerder stadium is voor dit onderzoek reeds een stikstofberekening ingediend. Bedrijven Wettelijk kader Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen wordt gekeken naar de invloed van omliggende bedrijvigheid op nieuwe gevoelige functies (zoals woningen). Hiervoor wordt doorgaans gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Hierin zijn richtafstanden opgenomen tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. De afstanden zijn afhankelijk van de milieucategorie van het bedrijf én van het omgevingstype (rustig woongebied of gemengd gebied). Onderzoek / Beoordeling Het plangebied ligt in een gebied dat kan worden aangemerkt als een gemengd gebied. Binnen dit gebiedstype worden kortere richtafstanden gehanteerd dan in een rustig woongebied, omdat al sprake is van een zekere mate van functiemenging en bijbehorende milieubelasting.
De omliggende bedrijven betreffen functies als detailhandel en dienstverlening, die maximaal vallen in milieucategorie 1. Voor functies in categorie 1 geldt in een gemengd gebied een
richtafstand van 0 meter. Dat betekent dat de beoogde woningen per definitie niet binnen de richtafstanden van deze functies zijn gelegen en dat er geen belemmeringen bestaan vanuit deze bedrijven. Daarnaast bevinden zich in de bredere omgeving enkele veehouderijen. Agrarische geur kan in theorie een aandachtspunt vormen. In dit geval liggen echter bij alle veehouderijen reeds andere woningen dichterbij dan het plangebied. Dit betekent dat de ontwikkeling de bedrijfsvoering van deze veehouderijen niet beperkt en er geen nieuwe belemmeringen ontstaan. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. De omliggende functies zijn milieutechnisch goed inpasbaar en de aanwezigheid van veehouderijen in de omgeving leidt niet tot beperkingen voor deze ontwikkeling. M.E.R. Wettelijk kader De wettelijke eisen ten aanzien van de milieueffectrapportage (m.e.r.) zijn vastgelegd in de Omgevingswet (Ow) en het Omgevingsbesluit (Ob). In de Ow en het Ob wordt een onderscheid gemaakt tussen: •
m.e.r.-plichtige activiteiten: projecten waarvoor altijd een milieueffectrapport moet worden opgesteld (Ob, bijlage V, onderdeel C).
•
m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten: projecten waarbij het bevoegd gezag eerst moet beoordelen of een milieueffectrapport noodzakelijk is, afhankelijk van de kenmerken, locatie en omvang van het project (Ob, bijlage V, onderdeel D).
Onderzoek / Beoordeling Het wijzigingsplan betreft de toevoeging van 2 wooneenheden binnen bestaande bouw aan de Jonkvrouw van Eysingahof te Elspeet. Dit betreft een kleinschalige ontwikkeling en valt niet onder de in bijlage V van het Omgevingsbesluit aangewezen activiteiten waarvoor een m.e.r.plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Gezien de beperkte omvang en de aard van de ontwikkeling is het bovendien uitgesloten dat sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen die een m.e.r.-procedure zouden rechtvaardigen. Conclusie Voor dit wijzigingsplan geldt geen m.e.r.-plicht en ook geen m.e.r.-beoordelingsplicht. Het aspect milieueffectrapportage vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Ecologie Wettelijk kader In de Omgevingswet zijn de regels voor natuurbescherming opgenomen die voorheen voortkwamen uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: •
Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
•
Soortenbescherming: bescherming van inheemse planten- en diersoorten.
•
Stikstofdepositie: beoordeling van de effecten op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden.
Onderzoek / Beoordeling Het plan betreft het toevoegen van 2 wooneenheden binnen bestaande bouw aan de Jonkvrouw van Eysingahof te Elspeet. Er vinden géén ingrijpende werkzaamheden plaats in de buitenruimte of in de bodem. Daarmee zijn effecten op flora en fauna zeer beperkt. •
Gebiedsbescherming: Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of het NNN. Gezien de kleinschaligheid en de locatie binnen bestaand stedelijk gebied zijn negatieve effecten op beschermde natuurgebieden uitgesloten.
•
Soortenbescherming: Omdat de ontwikkeling binnen bestaande bebouwing plaatsvindt en er geen sloop of kap van bomen aan de orde is, worden geen vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde soorten verstoord.
•
Stikstofdepositie: Door de zeer beperkte toename van verkeer en gebruik is geen sprake van een significante stikstofbijdrage. In een eerder verstuurde rapportage is ingegaan op het onderdeel Stikstof.
Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op beschermde natuurgebieden of soorten.