St. t.k.n. 1. Collegebesluit Rapport beter benutten bestaande bedrijventerreinen
Tekst van het document
AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS Datum:
2 februari 2026
Zaaknummer:
1445546
Portefeuillehouder: M. van de Bunte Ambtenaar: Team:
Samenleving/Economische Zaken en Recreatie en Toerisme
Teammanager: Directie: Raad:
Nee
Commissie:
Ruimte en Wonen - TKN
OR:
Nee
Communicatie:
Nee
Bijlage(n):
div.
Betrokken teams:
ROV, ,
Openbaar:
Ja
Onderwerp Rapport Beter benutten bestaande bedrijventerreinen Kop van de Veluwe Samenvatting De Kop van de Veluwe heeft in 2024 een nieuw Regionaal Programma Werklocaties (RPW) vastgesteld. Daarin is het zo goed mogelijk benutten van de bestaande en nieuwe bedrijventerreinen als belangrijke opgave opgenomen, omdat ruimte uitermate schaars is. Om hier invulling aan te geven, is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om bestaande bedrijventerreinen in de Kop van de Veluwe beter te benutten. De resultaten van het onderzoek zijn in het bijgevoegde rapport opgenomen. Advies aan burgemeester en wethouders 1. Kennis te nemen van het rapport Beter Benutten Bedrijventerreinen Kop van de Veluwe; 2. De bijlage van het rapport niet openbaar te maken op grond van artikel 5.1.1c en 5.1.1d van de Woo; 3. De raad hierover te informeren via de commissie Ruimte en Wonen. VoorstelEind
Pagina 1 van 6
TOELICHTING Onderzoeksopzet Er moet zorgvuldig worden omgegaan met de beschikbare ruimte, want die is schaars. Ook op bedrijventerreinen. Daarom is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om die ruimte beter te benutten. Dit onderzoek is uitgevoerd op 21 bedrijventerreinen in de Kop van de Veluwe, waarvan 3 in Nunspeet: De Kolk, Feithenhof en Lepelingen. In het onderzoek is intensivering van het ruimtegebruik op drie dimensies onderzocht: 1. ruimtelijk: intensief en meervoudig ruimtegebruik •
benutting van het toegestane bebouwingspercentage
•
benutting van de toegestane bouwhoogte
•
meervoudig ruimtegebruik
2. economisch: het juiste bedrijf op de juiste plek •
benutting van de toegestane milieuruimte
•
het gebruik van watergebonden kavels voor watergebonden bedrijvigheid
3. duurzaam: groene en klimaatadaptieve omgeving •
de mate van verduurzaming van het vastgoed
•
het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen
•
het gebruik van circulaire economie
Conclusies Het beter benutten van bestaande bedrijfsruimte kan ruimtewinst opleveren. Dit is echter erg theoretisch. In de praktijk is de niet-bebouwde ruimte op kavels vaak nodig voor buitenopslag of logistiek. Bovendien zijn de meeste nog-niet-bebouwde kavels inmiddels verkocht en worden zij op korte termijn ontwikkeld. De ruimtewinst zal dan ook gering zijn. Actief accountmanagement is belangrijk om ondernemers te stimuleren om te investeren in het beter benutten van de bedrijfsruimte. Om ervoor te zorgen dat de ruimte op nieuwe bedrijventerreinen optimaal wordt benut zijn verschillende instrumenten mogelijk, zoals het voorschrijven van een minimale bouwhoogte, een minimaal bebouwingspercentage en het uitsluiten van lichte functies op bedrijventerreinen. Resultaten van Nunspeetse bedrijventerreinen Op drie Nunspeetse bedrijventerreinen is het ruimtegebruik op kavelniveau onderzocht. Dit levert de volgende resultaten op: ▪
De Kolk: De bebouwing die in de afgelopen jaren op dit relatief nieuwe bedrijventerrein
Pagina 2 van 6
is gerealiseerd, voldoet over het algemeen aan de toegestane bouwhoogte en het maximale bebouwingspercentage. Op de diverse autobedrijven na zijn er geen detailhandelsbedrijven gevestigd. ▪
Feithenhof: Op dit bedrijventerrein is enige optimalisatie van bouwvlakken mogelijk. De mogelijkheden voor het verhogen van de bouwhoogte zijn beperkt, wat logisch is gezien de ligging tegen woongebieden en natuur. De milieuruimte wordt goed benut. In het zuidelijk deel van Feithenhof bevindt zich relatief oud vastgoed, wat kansen biedt voor het ontwikkelen van de gewenste woonwijk ‘Nieuw Feithenhof’.
▪
Lepelingen: Op dit bedrijventerrein is op sommige plekken een betere benutting van het bouwvlak mogelijk. Daarnaast zijn er meerdere éénlaagse panden, terwijl op een fors deel van het terrein een bouwhoogte van 15 meter is toegestaan. Dit biedt kansen om bij herontwikkeling de bouwhoogte beter te benutten. Op veel plekken zijn lichte bedrijfsfuncties gevestigd, terwijl zwaardere bedrijvigheid is toegestaan. Hier wordt de milieuruimte dus niet optimaal benut.
Aanbevelingen In het rapport worden tien aanbevelingen gedaan om de ruimte op bedrijventerreinen beter te benutten: 1. Bepaal een koers en toekomstbeeld per terrein, want niet elk bedrijventerrein heeft dezelfde urgentie of aanpak nodig. 2. Zet in op versterking van de organisatiegraad van bedrijven. Goed georganiseerde ondernemers kunnen samen investeren, kennis delen en sneller inspelen op kansen en knelpunten. Zorg ook voor actief accountmanagement. De gemeentelijke accountmanager is de schakel tussen beleid en praktijk. 3. Stimuleer ondernemers om investeringen te koppelen aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, door meteen te vergroenen, energieopwekking te verduurzamen, klimaatadaptieve maatregelen te nemen en de openbare ruimte te verbeteren. 4. Deel de kennis over het beter benutten van bedrijfsruimte en gebruik daarbij inspirerende voorbeelden. 5. Stuur bij de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen via slimme uitgiftevoorwaarden op intensief gebruik. Koppel de uitgifte van nieuwe kavels aan afspraken over het achtergelaten vastgoed. 6. Borg ruimtelijke en economische randvoorwaarden in het omgevingsplan, zoals minimale bouwhoogte, minimale bebouwingspercentages en het uitsluiten van lichte functies op
Pagina 3 van 6
locaties voor zwaardere bedrijvigheid. 7. Geef ondernemers advies over subsidiemogelijkheden bij intensivering, verduurzaming en circulair bouwen. 8. Verken vestigingsmogelijkheden voor lichte economische functies buiten de bedrijventerreinen. Sportscholen en kantoren kunnen ook in aanloopgebieden van het centrum zitten. 9. Borg ruimte voor lichte bedrijvigheid in tendervoorwaarden bij gemengde gebiedsontwikkelingen. 10. Overweeg om als gemeente in te grijpen op de groei van kleinschalige bedrijfsunits en garageboxen op bedrijventerreinen. In veel gevallen is de economische activiteit er gering en zorgt het niet voor werkgelegenheid. Hierbij wordt opgemerkt dat het realiseren van een betere benutting van bedrijfsruimte een proces van lange adem is. Het merendeel van de bedrijfskavels en -panden is in private handen. De ruimtewinst is dan ook sterk afhankelijk van investeringen van het bedrijfsleven en hun bereidheid tot herontwikkeling. Daarbij speelt de economische conjunctuur een belangrijke rol. Beoogd effect Informeren over het onderzoek dat is uitgevoerd naar de mogelijkheden om ruimte op bedrijventerreinen beter te benutten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit volgen.
Argumenten 1.1 Het rapport onderbouwt de regionale beleidsopgave uit het RPW met concrete data Het onderzoek vertaalt de RPW-opgave “zo goed mogelijk benutten van bedrijventerreinen” naar concrete, kwantitatieve inzichten per terrein en per kavel. Daarmee biedt het rapport een goede basis voor verdere beleidskeuzes. 1.2 Het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen is noodzakelijk gezien de schaarste Nieuwe bedrijventerreinen zijn moeilijk te realiseren door onder meer netcongestie, stikstofproblematiek en ruimtelijke beperkingen. Het rapport laat zien dat binnen bestaande contouren beperkte ruimtewinst mogelijk is. Daardoor kan economische ontwikkeling mogelijk worden zonder extra ruimtebeslag.
Pagina 4 van 6
1.3 Het rapport biedt concrete aanbevelingen voor sturing via omgevingsplan en uitgiftebeleid De analyse van bouwvlakken, bouwhoogtes en milieuruimte maakt inzichtelijk waar planologische sturing effectief kan zijn. Bij het opstellen van omgevingsplannen kan daarmee rekening worden gehouden door minimale bouwhoogtes en bebouwingspercentages vast te leggen, en lichte functies op bedrijventerreinen uit te sluiten. 1.4 Het onderzoek ondersteunt een integrale aanpak: ruimte, economie en duurzaamheid Naast intensivering kijkt het rapport expliciet naar klimaatadaptatie, verduurzaming en ruimtelijke kwaliteit. Dit sluit aan bij bredere gemeentelijke en regionale doelen en voorkomt dat ‘beter benutten’ uitsluitend als verdichtingsopgave wordt benaderd. 2.1 De gesuggereerde ruimtewinst kan leiden tot het onterecht afschalen van de uitbreidingsbehoefte van bedrijfsterreinen In het rapport is via een trechteropstelling geconcludeerd dat er 31 hectare ruimtewinst is te behalen. Dat kan ertoe leiden dat de regionale behoefte aan uitbreidingsruimte die in het RPW is vastgesteld, van 65 hectare, sterk wordt teruggebracht. De 31 hectare ruimtewinst betreft echter voornamelijk kavels die al zijn uitgegeven, maar nog niet zijn bebouwd. Deze ruimtewinst is dan ook puur theoretisch.
Om te voorkomen dat dit leidt tot foutieve conclusies wordt geadviseerd om dit rapport vertrouwelijk te behandelen. 3.1 In de lokale bijlage van het rapport is niet-openbare informatie opgenomen In de bijlage is informatie over de bedrijventerreinen op kavelniveau opgenomen. Hiervoor is data gebruikt die niet openbaar toegankelijk is. Het is niet wenselijk om deze bijlage openbaar inzichtelijk te maken. Kanttekeningen 1.1 De berekende ruimtewinst is geen harde plancapaciteit Hoewel het rapport inzicht geeft in de omvang van de potentiële ruimtewinst, blijft de daadwerkelijke realisatie afhankelijk van private investeringsbeslissingen, herontwikkelmomenten en economische conjunctuur. De cijfers kunnen daarom niet één-opéén worden vertaald naar realiseerbare kavels of oppervlakte op korte termijn. 1.2 Intensivering van de bebouwing kan conflicteren met andere functies op de kavel Niet-bebouwde ruimte op bedrijventerreinen is vaak functioneel nodig voor parkeren,
Pagina 5 van 6
logistiek, waterberging of buitenopslag. Intensiever bouwen moet altijd worden afgewogen tegen de bedrijfsvoering en ruimtelijke kwaliteit. 1.3 Optoppen en herontwikkeling zijn technisch en financieel niet altijd haalbaar Bij het bepalen van de mogelijke ruimtewinst in bouwhoogte is de constructieve draagkracht van panden niet meegenomen. In veel gevallen zal intensivering alleen mogelijk zijn via sloopnieuwbouw, wat hoge investeringen vergt en niet vanzelfsprekend is voor ondernemers. Financiën Het onderzoek is gefinancierd door de Kop van de Veluwe (50%) en de Provincie Gelderland (50%). Communicatie/burgerparticipatie Het merendeel van bedrijfskavels is in private handen. Daarom richt de communicatie over de resultaten van het onderzoek zich vooral op de ondernemersverenigingen en parkmanagementorganisaties waarin ondernemers zijn georganiseerd. Via de accountmanager bedrijven worden ondernemers individueel geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek. De gemeenteraad wordt via de commissie Ruimte en Wonen geïnformeerd over dit onderzoek. Vervolg De genoemde aanbevelingen worden zowel lokaal als in Kop van de Veluwe-verband verder uitgewerkt. Lokaal door de ondernemers te wijzen op de mogelijkheden van het beter benutten van hun kavel, het opnemen van voorwaarden over beter benutten in omgevingsplannen en te zorgen voor actief accountmanagement.
Regionaal door organiserend vermogen van de ondernemers te stimuleren, een toolbox met inspirerende voorbeelden te ontwikkelen, en een uitgiftekader vast te stellen waarin aandacht is voor efficiënt ruimtegebruik en duurzaamheid. Bijlage(n) 1. Rapport Beter Benutten Bedrijventerreinen Kop van de Veluwe inclusief lokale bijlage
Pagina 6 van 6