Schriftelijk de heer J. Bouw - brief participatie heidebeheer gemeente nunspeet
Tekst van het document
Aan: College van Burgemeester en Wethouders gemeente Nunspeet Markt 1, Postbus 79 8070 AB Nunspeet Betreft: Voorlichting heidebeheer 24 april 2025
Stichting Dutch Dark Honey Bee Association (DDHBA) Zoomweg 55 8071 EH Nunspeet 06-12853186 info@ddhba.nl www.ddhba.nl Btw 867113546B01 IBAN L10TRIO0321004868 KVK 95394222 Nunspeet , 30 april 2025
Geacht college, Op 24 april 2025 is er voorlichting gegeven over de plannen voor het heidebeheer die in eigendom zijn van de gemeente Nunspeet. Voorafgaand aan de voorlichting, en tijdens de voorlichting, werd opgeroepen om ideeën en opmerkingen te delen met de gemeente. Dit in het kader van burgerparticipatie. Tijdens de voorlichting mochten er geen vragen gesteld worden. Dat mocht pas na afloop aan de zogenaamde deskundigen tafels. Een strak geregisseerde burgerparticipatie! Als vertegenwoordiger van de stichting DDHBA heb ik aan de deskundigen tafel gesproken met de opsteller van het rapport heidebeheer. Zij werkt voor de Bosgroep Midden Nederland. De bosgroep wordt vaak ingeschakeld om te helpen met het uitwerken van plannen ten aanzien van natuurbeheer. Tijdens het gesprek werden de volgend onderwerpen door mij ingebracht: voedselconcurrentie onder insecten, de inheemse zwarte honingbij, de proef met paringen in de Nunspeter bossen, stichting EIS, en het WOO verzoek dat in het verleden is gedaan. De reden dat dit verzoek destijds is gedaan was dat het vermoeden bestond dat beschikbare informatie niet (volledig) gedeeld werd. Ook heb ik gemeld dat hoogleraar evolutionaire biologie Prof. Dr. J.J.M. van Alpen deel uitmaakt van het team DDHBA.
Ik heb haar voorgesteld eens een gesprek aan te gaan met de professor over voedselconcurrentie tussen insecten alsook te spreken over de zwarte honingbijen. Eventueel kan een voorlichting georganiseerd worden. De professor is o.a. specialist op het gebied van honingbijen en een veel gevraagd spreker in binnen- en buitenland. Hij is naast bestuurslid van DDHBA ook bestuurslid van SICAMM. Een internationale organisatie die opkomt voor het behoud van de zwarte honingbij, maar ook opkomt voor het behoud van alle andere soorten honingbijen die tot de westerse honingbij gerekend worden. De medewerker van de bosgroep midden Nederland ziet het wel zitten om eens te praten met de Professor. Om met het WOO verzoek te beginnen! Dit verzoek leverde interessante informatie op. Zoals u weet had wethouder Storteboom zich er persoonlijk voor ingezet dat er een proef gedaan kon worden om paringen tussen zwarte honingbij koninginnen en de zwarte honingbij mannetjes te kunnen laten plaatsvinden in een afgeschermd gebied. Na afloop van de proef is er een verslag verstuurd naar de wethouder. Medewerkers die werkzaam zijn voor de gemeente Nunspeet waren zeer enthousiast over de proef de die gedaan is om zwarte honingbijen te laten paren in het afschermde gebied. Men stelde zelfs voor dat er een vorm van subsidie beschikbaar gesteld zou kunnen worden.
Voor de zekerheid consulteerde men nog de bosgroep midden Nederland en stichting EIS. De antwoorden die gegeven werden zorgden ervoor dat het enthousiasme kantelde en omsloeg naar een gedachtegoed dat de (zwarte)honingbij een groot probleem is ten aanzien van voedselconcurrentie tussen insectensoorten (zie citaten).
Op ma 15 november 2021 neemt een medewerker van gemeente Nunspeet contact op met Bosgroep Midden Nederland i.v.m. een literatuurstudie over het effect van honingbijen versus Wilde bijen. Met dit resultaat willen we beleid gaan maken op het plaatsen van bijenkasten op de heideterreinen van de gemeente Nunspeet. In lijn daarvan is de gemeente Nunspeet benaderd met onderstaande voorstel. Kun je mij adviseren wat de waarden van dit voorstel is en eventueel het effect op ons streven naar het balans van de wilde bij met de gehouden bij. De verzoeker heeft als achtergrond particulier bijenimker en is zeer geïnteresseerd in het terug brengen van de zwarte bij. Ik ben zeer benieuwd naar je mening. Het antwoord van de medewerker van de bosgroep: In de e-mail van de particulier die met de zwarte bijen bezig is lees je dat er twee doelstellingen door elkaar lopen: 1) het terug kweken van een zuivere lijn 'wilde honingbijen', die vervolgens door imkers worden gehouden en verzorgd (dit zijn net zo goed concurrerende landbouwhuisdieren, alleen hebben ze mogelijk iets andere genen) en 2) de 'rewilding' van de ooit inheemse (?) honingbij, die zich vervolgens zelf zonder menselijk hulp in de natuur moet redden. In feite is dat de herintroductie van een verdwenen wilde diersoort waarvan we eigenlijk niet zeker weten of die nog wel bestaat en of die ook wel echt ooit in Nederland voorkwam.
Er is veel meer kennis nodig voordat je zo'n herintroductie kunt overwegen. Ik zal over dit onderwerp een tekst opnemen in de visie, zo goed mogelijk onderbouwd. Dat kan dan als basis dienen voor overleg met de bijenhouders. (Maar leuk zullen ze dat niet vinden…). Goed ook om EIS Kenniscentrum Insecten (de échte experts) hierbij betrokken te houden. Bij EIS zitten de “echte experts” Mijn vraag? zijn er geen andere “echte experts”? Zo ja! waarom zijn die niet benaderd? Op 15 mrt 2023 zijn er twee vragen gesteld door een medewerker van de gemeente Nunspeet aan stichting EIS. 1: Horen zwarte honingbijen in onze omgeving thuis? 2: Zijn ze oorspronkelijk inheems? De antwoorden van stichting EIS! ▪ Ik had telefonisch uitgelegd dat dit net zo'n huisdier is als de standaard honingbij, en dat de vraag of ze “inheems" zijn altijd voor discussie vatbaar is. ▪ Zelfs al zou de ondersoort ooit inheems zijn geweest in ons land, dan nog zijn de huidige volken huisdieren en niet wild. ▪ Verder, als de soort wild was, dan kwam zij voor in dichtheden die ontzettend veel lager liggen dan de huidige honingbijdichtheden (zwart of anderszins). De discussie moet niet gaan over of de soort inheems is, maar of de huidige praktijk in de buurt van een natuurlijke situatie ligt. Het antwoord daarop is eenduidig 'nee'.
Wederom de vraag? Zijn er geen andere experts? Zo ja! waarom worden die niet benaderd? Een aantal uitspraken van stichting EIS op een rijtje! • Honingbijen zijn landbouwhuisdieren! ◦ Volgens onze overheid zijn bijen geen landbouwhuisdieren. • https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2012-441.html#d16e8672 • Geen landbouwhuisdieren zijn in ieder geval wormen, kokkels, vissen, muizen, cavia’s, bijen, siervogels, duiven, katten en honden. • Honingbijen zijn niet wild! • Honingbijen zijn gedomesticeerd! ◦ Deze twee uitspraken kunnen samengevoegd worden. In feite komt het erop neer dat het loze uitspraken zijn. Er is geen verwijzing naar enig document die deze uitspraken
•
bevestigen. Dat kan ook niet want er is, voor zover wij weten, nog nooit een rapport opgesteld die aantoont dat de honingbij is gedomesticeerd! ◦ Om vast te stellen of de honingbij is gedomesticeerd zou het “toetsingskader domesticatie” als basis kunnen dienen om e.e.a. uit te werken. https://zwartebij.com/doc/20221101_toetsingskader_domesticatie_dertig_zoogdiersoorte -wageningen_university_and_research_473906.pdf Er is veel twijfel of de honingbij wel zelfstandig en Nederland is terechtgekomen! Ook is er veel twijfel of zwarte honingbijen wel ooit bestaan hebben! Zie “De Nederlandse bijen 2012”. https://zwartebij.com/doc/peeters_et_al %202012_de_nederlandse_bijen_hymenoptera_apidae_s_l%20.pdf ◦ in dit boek melden zij tevens dat honingbijen niet meegenomen worden in de tellingen die worden gedaan ten aanzien van bijen. Laat staan dat zij tellingen verrichten naar de aantallen zwarte honingbijen. Het gevolg van deze beslissing destijds is dat er nu een kennishiaat is over de aantallen (zwarte) honingbijen in de natuur. Hadden zij wel geteld, dan had dit meegenomen kunnen worden in de discussie over voedselconcurrentie tussen insecten. ◦ In de veldgids “Bijen voor Nederland en Vlaanderen” wordt wederom deze twijfel gezaaid door stichting EIS en stellen zij nogmaals dat er veel twijfel is of de honingbijen wel zelfstandig naar Nederland zijn gekomen.
Daarmee ontkennen zij alle wetenschappelijke evidentie over verspreiding van de honingbijen! Zie daarvoor het document de status van de zwarte honingbij. ▪ https://zwartebij.com/doc/de_status_van_de_zwarte_honingbij_20240408.pdf ▪ Dit document hebben wij besproken bij het ministerie van LVVN. Stichting EIS is destijds uitgenodigd om bij die bespreking aanwezig te zijn, maar zij hebben toen bedankt. Bij het ministerie is er in elk geval geen! twijfel of de zwarte honingbij bestaat, en of zij zelfstandig ons landje heeft bereikt. Wij hebben meerdere malen stichting EIS uitgenodigd om lezingen bij te wonen en in gesprek te gaan met ons. Zij wijzen dit telkens af. ◦ Honingbijen concurreren met de andere wilde bijen om het voedsel (nectar en stuifmeel). ▪ In de plannen voor het heidebeheer wordt verwezen naar een aantal studies die gedaan zijn en voedselconcurrentie tussen honingbijen en andere insecten zouden aantonen. Er wordt verwezen naar diverse geaccepteerde en formeel gepubliceerde studies. De studies geven niet unaniem weer dat er voedselconcurrentie is. Ook wordt er verwezen naar onderzoeken die uitgevoerd zijn door stichting EIS.
Deze onderzoeken zijn niet formeel gepubliceerd en zullen door wetenschappers over het algemeen niet geciteerd worden! Wij adviseren om de onderzoeken van stichting EIS aan te bieden voor een review zodat deze na acceptatie formeel gepubliceerd kunnen worden. ▪ De studies en onderzoeken die genoemd worden in het document heidebeheer zijn niet eenvoudig benaderbaar en sommige zitten zelfs achter een betaalmuur om te kunnen raadplegen. Ons advies is om alle genoemde studies, rapporten e.d. eenvoudig benaderbaar te maken. ▪ Stichting EIS heeft een module op de website staan om te berekenen hoeveel bijenvolken op de heide zouden kunnen staan. De onderliggende berekening is niet gepubliceerd. Ook is er geen wetenschappelijk onderbouwing te vinden met een berekening die voor alle heideterreinen geschikt is. ▪ Wat tot nu toe alle studies over voedselconcurrentie gemeen hebben! • 1: De beschikbare hoeveelheid voedsel wordt niet meegenomen! • Dit is een eerste vereiste om te kunnen bepalen of er sprake kan zijn van voedselconcurrentie. Van vrijwel elke plant, struik of boom is de nectarwaarde en pollenwaarde bekend. Zie daarvoor de twee onderstaande voorbeelden.
• • • •
Rozemarijn: nectarwaarde is 1 tot 25 kg/ha; pollenwaarde is 0 tot 1 kg/ha. Heide: nectarwaarde is 4 tot 200 kg/ha; pollenwaarde is 1 tot 25kg/ha. We weten redelijk goed hoeveel voedsel de verschillende soorten insecten nodig hebben. Met deze gegevens kan je een berekening maken of er sprake kan zijn van voedselconcurrentie! Zie de bijlages 01 en 02 als voorbeeld voor een berekening.
• •
2: De honingbij concurreert met de overige insecten. Het is de honingbij tegen de rest van de insecten. Zo kan je dat niet stellen! Indien we over concurrentie spreken moeten we alle insecten die voorkomen in een gebied meenemen in de competitie. • Als voorbeeld: Nunspeet, Elspeetse heide oost vak 184 / 481, d.d. 06-05-2020. Er komen op dat moment 9 verschillend soorten bijen voor. De bremzandbij is met 9 de talrijkste en de honingbij met 3 een goede tweede. Om nu te bepalen of er concurrentie is moeten alle soorten met elkaar vergeleken worden. Een eenvoudige formule om het aantal combinaties te berekenen is x=a*(a-1)/2. Stel: we uitgaan van die 9 soorten die op dat moment zijn gespot. Dan is x=9*(9-1)/2 = 36 combinaties die uitgezocht moeten worden. Vervolgens moet gecorrigeerd worden in de aantallen per soort. Op een ander moment zijn er 18 soorten waargenomen. Dan is x=18*(18-1)/2 = 153 combinaties die uitgezocht moeten worden. Ook hier weer een correctie op de aantallen per soort. • Het beperkte onderzoek in Nunspeet levert 150 verschillende rijtjes met waarnemingen van insecten op die allemaal afzonderlijk onderzocht dienen te worden op voedselconcurrentie. Kortom: er is meer en rigoureuzer onderzoek nodig om vast te kunnen stellen dat er voedselconcurrentie is en welke insecten met elkaar concurreren.
Dit moet ook gedaan worden voor het onderzoek voor het rijks vastgoedbedrijf waar stichting EIS naar verwijst. • Zie ook de bijlage “Biodiversiteit en de rol van concurrentie tussen honingbijen en andere bestuivers”. ◦ Honingbijen zijn vergelijkbaar met bedwantsen! (Zie bijlage 05). ▪ Een vergelijking die een instituut zoals stichting EIS niet zou moeten maken. •
In het opgestelde rapport wordt gesproken over 63 kasten * 50.000 bijen = ongeveer 3 miljoen bijen die rond vliegen. ◦ Die vlieger gaat niet op. Hooguit 1/3 van dat. ◦ Uit het rapport van WUR nr. 606 (d.d. 2015-01-01) (zie bijlage 04) blijkt wat anders. Zij schrijven dat er maximaal 33660 bijen in een volk zitten. Afgerond 35000. Zij schrijven dat er een potentieel van 10.000 foerageersters zijn. Aangezien niet alle foerageersters tegelijk buiten kunnen zijn is het potentieel dat buiten is veel lager. Grofweg de helft. Elke foerageerster moet immers de nectar overdragen aan de werksters in het volk. De foerageersters moeten gevoerd worden door de voedsterbijen. Daar komt nog bij dat een deel op stuifmeel vliegt, een deel water aan het halen is en een deel dat hars verzamelt om propolis te maken. Kortom een veelvoud aan taken binnen- en buiten het bijenvolk. We kunnen het bijenvolk zien als één groot distributiecentrum. De beschikbaarheid van werksters binnen een volk speelt een grote rol bij verwerken van de binnengebrachte nectar, stuifmeel, water en hars. Er ontstaan vaak wachtrijen om e.e.a. op te slaan. Daar komt bij dat ook foerageersters niet onophoudelijk door kunnen vliegen omdat zij moeten eten en rusten.
Het WENR rapport (Rapport: 3185 Projectnummer: 5200047525, bijlage 03), waar ook stichting EIS een aandeel in heeft, geeft aan dat zomaar bijenkasten weren op heideterreinen, of in de
Biesbosch, en andere plekken, veel weerstand zal opleveren. Het ligt allemaal veel genuanceerder zo is de hoofdconclusie in dat rapport (zie bijlage 03). Van de ongeveer 360 soorten bijen zijn de meeste niet kieskeurig in de selectie van bloemen voor nectar of stuifmeel. Er zijn ongeveer 60 soorten die wel kieskeurig zijn, maar alleen waar het hun stuifmeelbron betreft of waar het om olie-verzamelende bijen gaat. Data-analyse van Eis ontbeert de wetenschappelijke analytische aanpak die voor het beantwoorden van de vragen over voedselconcurrentie nodig is. Er lijkt sprake van een simpele correlatieve analyse zonder statistische onderbouwing en niet van een robuuste wetenschappelijke analyse. Is er dan niets aan de hand? Zeker wel! Maar dat ligt niet aan de zwarte honingbij. Deze wordt ernstig bedreigd in haar bestaan. Om die reden worden er in meerdere landen om ons heen gebieden aangewezen waar de zwarte honingbij kan overleven. Sinds kort staat de zwarte honingbij op de rode lijst van insecten in het land Litouwen. De problemen die alle insecten ervaren worden door de mens gecreëerd. Met name de landbouw is een boosdoener, maar ook de bosbouwpraktijk van nog niet zolang geleden heeft een flinke impact gehad in de achteruitgang van talloze insecten. De zwarte honingbij heeft nog een extra probleem en deze is ook toe te wijzen aan de mens. Een specifieke groep mensen.
De imkers! Zij zijn de hoofdverantwoordelijke. Althans, het deel van de imkers die massaal de import van exotische honingbijen faciliteert en er zo voor hebben gezorgd dat de inheemse honingbij steeds meer hybride werd. Daardoor raakten de zwarte honingbijen steeds meer in de verdrukking en! is zij nu bijna verdwenen in Nederland en landen om ons heen. Talloze imkers zien dit gebeuren en willen het graag anders. Ook diverse landgoedeigenaren willen het anders. Maar door elk jaar weer import van exoten door een klein deel van de imkers blijft het probleem bestaan. Dat! moet aangepakt worden. We weten nu dat vrijwel alle wetenschappers die zinnige zaken te melden hebben over honingbijen het erover eens zijn dat de zwarte honingbij bestaat naast alle andere soorten westerse honingbijen. Zij leveren bewijs dat dit zo is. We weten dat slechts enkele mensen het tegendeel beweren dat zij niet bestaat, maar daarvoor geen bewijs leveren. We weten dat bijen niet gezien worden als landbouwhuisdieren. We weten dat zij tot de wilde insecten behoren. We weten nog niet hoeveel voedselconcurrentie er onder insecten is. We weten nu dat onderzoek naar voedselconcurrentie onder insecten niet eenvoudig is en dat rigoureuzer onderzoek noodzakelijk is. We weten welke routes de honingbijen hebben gevolgd om Europa te bereiken en hoe zij de diverse ijstijden hebben overleefd.
We weten dat na de laatste ijstijd de zwarte honingbijen hun weg terug hebben gevonden. Dat zij een groot deel van Europa weer hebben veroverd. Een gebied vanaf de Pyreneeën tot aan een deel van Noorwegen, van de Oeral tot op de Britse eilanden en Ierland. We weten dat Ierland nog de grootste populatie zwarte honingbijen heeft, maar ze ook daar bedreigd worden. We weten dat in Ierland, in de jaren 20 van de vorige eeuw, honderden zwarte bijenvolken zijn geïmporteerd vanuit Nederland. Nog steeds is met DNA onderzoek vast te stellen dat een deel van de zwarte honingbijen uit Nederland komt. We weten dat natuurlijk barrières ervoor gezorgd hebben dat er verschillende soorten honingbijen zijn ontstaan. We weten dat er in Europa een land is die de zwarte honingbij op de rode lijst heeft gezet. Enz.
Na de laatste ijstijd. Vanaf ongeveer 6000 jaar geleden leven de zwarte honingbijen in symbiose met de andere insecten en planten in het enorme gebied waar zij van nature voorkomen. Alles is op elkaar afgestemd door evolutie. We weten ook dat er al die jaren een relatie is geweest tussen de zwarte honingbijen en de mens. Zij het dat de mensen, ook toen al, vooral uit waren op de honing die de honingbijen produceerden. Net als diverse andere primaten. Als wij echt wat willen doen voor de biodiversiteit dan zorgen we ervoor dat er plaats is voor de zwarte honingbijen in de natuur en dat zij daar kan overleven. Wij weten nu zeker dat de zwarte honingbijen bestaan. Wat kan het insect eraan doen dat zij bestaat. Wij kunnen voorkomen dat zij binnenkort niet meer bestaat. Er zijn geen valide argumenten om niet op te komen voor de zwarte honingbijen. De natuur dient opengesteld worden voor vrij levende zwarte honingbijen. Imkers die honingbijen op de heide willen plaatsen als de heide bloeit, zouden daar alleen mogen staan als het aantoonbaar zwarte honingbijen zijn. Dit kan een boost geven om de zwarte honingbij weer terug te krijgen in haar natuurlijke omgeving Stichting Dutch Dark Honey Bee Association kan daar een faciliterende rol in spelen. Zwarte honingbijen hebben een kortere tong dan de exoten die geïmporteerd worden.
Daardoor kan zij niet overweg met bijvoorbeeld rode klaver. De nectarklieren zitten te diep weg in de bloem. Ook diverse andere bloemen kan zij niet meer overweg vanwege de vorm of de te diep zittende nectar klieren. Een reden temeer om onze inheemse honingbij weer de norm te laten worden. Met vriendelijke groet, Jakob Bouw Namens team DDHBA.