CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing

Commissie Ruimte en Wonen 8 maart 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte verklaring van geen bedenkingen Elspeterweg 12 in Nunspeet.16.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eis geluidwering Het Bouwbesluit stelt eisen aan de geluidwering van gebouwen. Volgens het Bouwbesluit moet de zgn. karakteristieke geluidwering GA;k van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied in een nieuwe woning ten minste gelijk zijn aan de invallende geluidbelasting verminderd met 33 dB; voor verblijfsruimten gelden 2 dB lagere waarden voor de geluidwering GA;k. De voorschriften hebben tot doel de geluidbelasting binnenshuis in de verblijfsgebieden van een woning te beperken tot 33 dB. Diverse gevels ondervinden een geluidbelasting door wegverkeer van meer dan 53 dB. Voor deze gevels zijn aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. De hoogste gecumuleerde geluidbelasting van wegverkeer en industrielawaai samen bedraagt 61 dB. De benodigde karakteristieke geluidwering voor deze gevel bedraagt dan GA;k 28 dB. In juli 2019 is door van der Boom Advies onderzoek gedaan hoe kan worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit voor de geluidwering van de woningen voldaan kan worden. Door maatregelen te treffen aan ventilatie, beglazing, kozijnen, kierdichting en naaddichting, gevelconstructie en dak blijkt dat bij de geadviseerde voorzieningen aan de eis van de karakteristieke geluidwering GA;k wordt voldaan. Het is van groot belang dat de voorzieningen volledig en zorgvuldig worden uitgevoerd.

34

RO Elspeterweg 12 Nunspeet In december 2020 is door van der Boom Advies een actualisatie gedaan van het akoestisch onderzoek uit 2018, waarin de realisatie van een geluidluwe buitenruimte wordt onderbouwd. Daarnaast wordt onderbouwd dat de bestaande villa vanwege de status als gemeentelijk monument niet voldoet aan het geluidbeleid van de gemeente door het ontbreken van een geluidluwe gevel. Voor wat betreft de eis van een verblijfsruimte aan een geluidluwe gevel bij het voorste appartement van de monumentale villa zal dus van het gemeentelijk geluidbeleid moeten worden afgeweken. 4.3.3

Conclusie

Het aspect geluid is geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen plannen, wel is er een hogere grenswaarde nodig voor wegverkeerslawaai en industrielawaai. Beide onderzoeken zijn respectievelijk als Bijlage 1 Akoestisch onderzoek en Bijlage 2 Geluidwering Appartementen toegevoegd aan dit plan.

4.4

Bodem

4.4.1

Inleiding

De bodem wordt op vele manieren gebruikt, voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, aanleg van wegen en winning van grondstoffen. Om te zorgen dat dit nu en in de toekomst mogelijk blijft, is een duurzaam beheer van de bodem belangrijk. Doordat mensen al vele eeuwen gebruik maakt van de bodem heeft zij overal sporen achtergelaten. Deze sporen zijn terug te zien in het landschap en te vinden op en in de bodem. Door bodemsanering worden de ernstige chemische verontreiniging van de bodem aangepakt. Bescherming van de bodem betekent bovendien het voorkomen dat schone grond verontreinigd raakt en het rekening houden met de eigenschappen van de bodem. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. 4.4.2

Onderzoek

In juni 2018 is door Boluwa Eco Systems BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd met als doel het vaststellen van eventuele verontreiniging van grond en grondwater van de locatie en een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats en concentratie van eventuele verontreinigde stoffen. Voor de opzet van het onderzoek is uitgegaan van een onverdachte locatie conform de NEN 5740 norm. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat:  In de bovengrond van MM1 zijn geen verhoogde gehalten vastgesteld.  In de ondergrond van MM2 is een licht (> achtergrondwaarde) verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond.  In het grondwater van B01-1-1 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De resultaten van het verkennend bodemonderzoek geven geen milieuhygiënische belemmeringen voor de bouwplannen op het perceel. Volgens het toetsingskader uit de circulaire bodemsanering 2013, gedateerd van 1 juli 2013, behoeft er geen nader onderzoek plaats te vinden, aangezien geen van de onderzochte parameters zich boven het gemiddelde van 1/2 {S+1} bevindt. Hergebruik van eventueel bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond op het eigen terrein is zondermeer toegestaan. Er wordt in dit plan uitgegaan van een gesloten grondbalans. Eventueel vrijkomende grond mag niet zondermeer worden afgevoerd of elders worden toegepast.

De regels van het besluit Bodem Kwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.

35

RO Elspeterweg 12 Nunspeet 4.4.3

Conclusie

Het aspect bodem is geen belemmering voor de realisatie van de plannen. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek toegevoegd aan dit plan.

4.5

Asbest

4.5.1

Algemeen

Asbest is een verzamelnaam voor natuurlijke mineralen die bestaan uit microscopisch kleine, naaldachtige vezels. In Nederland is de verkoop, het gebruik en het bewerken (zagen, boren, schuren of slopen) van asbest vanaf 1 juli 1993 verboden vanwege de gevaren voor de gezondheid. Voor die tijd werd asbest om zijn goede eigenschappen vaak gebruikt als bouwmateriaal. Als asbest niet of nauwelijks gebonden is aan een bindmateriaal of als het bindmateriaal in slechte staat verkeert, kunnen asbestvezels vrijkomen. Maar ook als asbesthoudend materiaal op een ondeskundige manier wordt gesloopt of bewerkt kunnen vele miljoenen vezels in de lucht komen en worden ingeademd. Denk bijvoorbeeld aan schuren, boren, zagen en breken. De asbestvezels blijven achter als stof en kunnen eenvoudig in de lucht rondzweven. Asbesthoudend materiaal kan bovendien terecht zijn gekomen in puingranulaat, grond en in de bodem. 4.5.2

Onderzoek

In juni 2018 heeft Demolition Management een asbestinventarisatie uitgevoerd. Er zijn twee asbesthoudende toepassingen aangetroffen op de onderzochte locatie. Tevens is er één asbestverdachte toepassing aangetroffen die na analyse niet asbesthoudend bleek te zijn. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen beperking voor de geplande werkzaamheden op de onderzochte locatie. Binnen het onderzoeksgebied kan een gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijf vrij afbakenen of afschermen rond de te verwijderen bron, daarbij rekening houdend met het doel van de inventarisatie. Demolition Management adviseert alle bewerkingen van asbesthoudende materialen, waaronder tevens wordt verstaan het verwijderen en fixeren, te laten uitvoeren door een deskundig asbestverwijderingsbedrijf dat in het bezit is van het procescertificaat 'asbestverwijdering'. 4.5.3

Conclusie

Er zijn geen belemmeringen vanuit dit aspect. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 4 Asbestonderzoek toegevoegd aan dit plan.

4.6

Luchtkwaliteit

4.6.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);  Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 4.6.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats.

36

RO Elspeterweg 12 Nunspeet In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:  woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg;  woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen;  kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.6.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen / klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

Vanwege de ligging van de Elspeterweg (11.000 mtv/etm) is vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening beoordeeld of er sprake is van een gezond woon- en leefklimaat. Het besluit NIBM geeft de volgende voorwaarde: Het project of de activiteit draagt maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bij aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het project is IBM als de toename voor één of beide stoffen hoger is.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat we onder de waarde van 1,2 µg/m3 blijven, er is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.6.2

Conclusie

In dit geval is geen extra onderzoek nodig en kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling Niet In Betekende Mate (NIBM) is, aangezien er minder dan 1500 woningen worden gerealiseerd en dat de gevoelige bestemmingen niet binnen de zones uit het besluit gevoelige bestemmingen vallen.

37

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Algemeen

Wettelijk kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt, afhankelijk van de ontwikkeling, een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan.

Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

38

RO Elspeterweg 12 Nunspeet 4.7.2

Onderzoek

Uitsnede risicokaart Dit plan maakt de realisatie van 33 kleine woningen mogelijk. Het geheel wordt aangemerkt als kwetsbaar object. Stationaire risicobronnen Nabij de planlocatie zijn geen stationaire risicobronnen gelegen. Er is geen wettelijke belemmering vanuit externe veiligheid voor het realiseren van de planontwikkeling. Mobiele risicobronnen Nabij de planlocatie is één mobiele risicobronnen gelegen te weten; de spoorlijn Amersfoort- Zwolle. Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour (1 meter) en het plasbrandaandachtsgebied (30 meter) van de spoorlijn Amersfoort - Zwolle. Er zijn geen wettelijke belemmeringen voor het realiseren van het woon complex. Groepsrisico Het plangebied ligt buiten de 200 meter zone maar wel binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Amersfoort-Zwolle. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de onderdelen zelfredzaamheid en rampenbestrijding. Maatgevende scenario's Over de spoorlijn Amersfoort-Zwolle vindt transport plaats van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen. De maatgevende scenario´s voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen ligt is een BLEVE, een wolkbrandexplosie en een toxische wolk.

Onderstaand is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

39

RO Elspeterweg 12 Nunspeet De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af. 4.7.3

Conclusie

Uit onderzoek blijkt dat er voldoende mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn. Dit betekent dat er geen nadere eisen aan het plan worden gesteld in het kader van het milieuaspect externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor de realisatie van dit plan.

4.8

Water

4.8.1

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. In een regulier watertoetsoverleg tussen gemeente en waterschap wordt de planvorming voor de ruimtelijke ontwikkelingen besproken. Gezamenlijke conclusie is dat de ruimtelijke ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan geen of nauwelijks gevolgen voor het watersysteem hebben. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde A-wateren), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Ook wordt er niet meer dan 1500m2 extra verhard oppervlak aangelegd (t.o.v. de bestaande situatie). Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.

Waterschap Vallei en Veluwe heeft voor ontwikkelingen waar geen of nauwelijks een waterbelang bestaat een standaard waterparagraaf opgesteld. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gelden de volgende algemene uitgangspunten: De Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.

40

RO Elspeterweg 12 Nunspeet Nationaal Waterplan De hoofddoelstelling voor waterbeheer in Nederland is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP): Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. Het Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening en is opgesteld voor de planperiode 2009-2015. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Daarbij zijn De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' en' schoonhouden, scheiden en zuiveren' belangrijke uitgangspunten.

De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms in een stroomgebied wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterplan provincie Gelderland Het Provinciaal Waterplan 2010-2015 In het plan staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provinciebrede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd. Vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water is voor bepaalde oppervlaktewateren vastgelegd of het een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewater is. Ook zijn voor die oppervlaktewateren ecologische doelen geformuleerd. Voor verbetering van de grondwaterkwaliteit zijn maatregelen opgenomen.

Waterbeheer 21e eeuw (WB21) Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Het rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven, hebben besloten maatregelen voor een doelmatiger waterbeheer overeen te komen in dit Bestuursakkoord Water. Het waterschap gaat zich inzetten voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel is om de kwaliteit van het beheer te vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De burger laten zien wat wordt bereikt en transparant zijn over de kosten. Dat doen de partijen vanuit eigen verantwoordelijkheden waarbij we de expertise en deskundigheid met elkaar delen. Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan geven wij concreet invulling aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene- en Beleidsregels van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden.

Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst.

41

RO Elspeterweg 12 Nunspeet 4.8.2

Onderzoek

Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. In november 2018 is door EDOK-RO de watertoets ingevoerd, hieruit blijkt:. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.

Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.

Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Er worden niet uitlogende materialen toegepast waardoor wordt voorkomen dat het te infiltreren hemelwater het grond- en/of oppervlaktewater verontreinigt. Vuil water Er wordt kan worden aangesloten op de huidige aansluiting van het perceel, vanwege verandering van gebruik wordt hiervoor een nieuwe rioolaansluitvergunning aangevraagd. Hemelwater Bij nieuwbouw en/of verbouw mag het nieuwe verhard oppervlak niet worden aangesloten op de riolering. Binnen het plangebied moet hiervoor bergings- en infiltratiecapaciteit worden gerealiseerd. Dit kan zowel bovengronds als ondergronds. Er moet rekening gehouden worden met 36 mm neerslag per m2 verhard oppervlak. Bij het ontwerp van het plangebied moet rekening worden gehouden hoe er met neerslagoverschot bij (zeer) intensieve buien wordt omgegaan, Er mag geen overlast uit ontstaan. In februari 2020 is door de architect een berekening HWA Infiltratie gemaakt. Deze is als Bijlage 7 HWA Infiltratie toegevoegd aan dit plan.

42

RO Elspeterweg 12 Nunspeet Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. 4.8.3

Conclusie

Het aspect water is geen belemmering voor de realisatie van de 33 kleine woningen. De watertoets en de samenvatting watertoets zijn respectievelijk als Bijlage 5 Watertoets en Bijlage 6 Samenvatting watertoets toegevoegd aan dit plan.

4.9

Ecologie

4.9.1

Algemeen

Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000-is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden.

In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën onder het hoofdstuk ‘soortbescherming’: Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5). Nationaal beschermde ‘andere soorten’ (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet Natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet Natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën.

43

RO Elspeterweg 12 Nunspeet Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een ‘Nee, tenzij’- toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden. Voor onderhavig project is het uitvoeren van een ‘Nee, Tenzij’- toets niet nodig omdat er geen wijziging in de bestemmingsplannen plaatsvindt en het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt. 4.9.2

Onderzoeken

In oktober 2020 is door Ecogroen een natuurtoets uitgevoerd om te beoordelen of de voorgenomen plannen conflicteren met de wettelijke bescherming van natuurwaarden. Uit dit onderzoek blijkt: Soortbescherming  Het plangebied biedt geen (onmisbaar) geschikt biotoop voor beschermde soorten.  Er is geen beschermde flora aanwezig. Behoudens enkele algemene broedvogels van bos en tuinen zijn geen (potentiële) nestlocaties van broedvogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van beschermde zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten anders dan van soorten waarvoor provinciale vrijstelling geldt.  Werkzaamheden die nestplaatsen van aanwezige vogels beschadigen dienen te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor half maart of na eind juli.  De Wet natuurbescherming -onderdeel soorten- staat vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Natura 2000  Het plangebied valt niet binnen, maar grenst aan Natura 2000-gebied Veluwe.

 Het project voortvloeiend uit de bestemmingsplanwijziging leidt niet tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Veluwe en is niet vergunningplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000. De Wet natuurbescherming staat vaststelling van het plan niet in de weg. Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden Het Natuurnetwerk Nederland is in Gelderland verdeeld over het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO). Op het GNN of de GO treden alleen onderstaande effecten op:  Per saldo gaat maximaal 69 m2 van de GO verloren onder de nieuwbouw. Daarvoor geldt compensatieplicht.  Voor realisatie worden binnen de GO bomen uit een houtopstand -zoals bedoeld in de Wet natuur-bescherming- geveld. Daarvoor geldt compensatieplicht. Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden. 

Er geldt meld- en herplantplicht voor het kappen van (een deel van) de houtopstand. Omdat herplant niet kan plaatsvinden op hetzelfde oppervlak van de gevelde houtopstand dient een locatie elders te worden gevonden. Hiervoor moet een ontheffing Houtopstanden worden aangevraagd.

Vanuit de bescherming van de GO wordt een groter aandeel herplant geëist dan vanuit de

44

RO Elspeterweg 12 Nunspeet bescherming van houtopstanden (H4 Wet natuurbescherming). 

Vanuit de bescherming van houtopstanden zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

Bij de boscompensatie aan de noordzijde van het terrein (circa 120 m²) zal gebruik worden gemaakt van beuken, omdat deze soort (half)schaduwverdragend is. Er is ruimte voor ongeveer 10 bomen. Hiermee wordt voldaan aan de herplantplicht.

Locatie boscompensatie (in overleg met gemeente)

Effectbeoordeling stikstofdepositie en Groene ontwikkelzone Gelderland In oktober 2020 zijn door Ecogroen de effecten stikstofdepositie en Groene Ontwikkelzone Gelderland beoordeeld. In november 2020 is naar aanleiding van de reactie van de provincie de Aeriusberekening aangevuld. Daarbij is een verschilberekening gemaakt tussen de huidige situatie en de aanlegfase en een verschil-berekening tussen de huidige situatie en de gebruiksfase. Dat leidt tot de volgende twee conclusies: • Uit de verschilberekeningen van de aanlegfase met de huidige situatie blijkt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000gebied Veluwe. Zodoende kunnen negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van dit Natura 2000-gebied in de aanlegfase niet worden uitgesloten. • Uit de verschilberekeningen van de gebruiksfase met de huidige situatie blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebied Veluwe. Op het leefgebied Droog struisgrasland (Lg09) is er zelfs een afname van 0,01 mol N/ha/jaar. Het project leidt daarmee in deze vergelijkingssituatie niet tot negatieve effecten op de in-standhoudingsdoelen van de Veluwe.

Zodoende kunnen negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van deze Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase worden uitgesloten. De aanvraag voor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel gebiedsbescherming loopt momenteel nog bij de provincie. Er zijn naar aanleiding van een verzoek van de provincie aanvullende gegevens aangeleverd, deze worden op moment van schrijven beoordeeld. Bij deze aanvullende gegevens is inzake stikstofdepositie een verzoek ingediend bij de provincie om gebruik te maken van het SSRS. De Wet natuurbescherming staat vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg, omdat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn uitgesloten en het project vergunbaar is middels instrument extern salderen.

45

RO Elspeterweg 12 Nunspeet Na akkoord van de provincie zijn er vanuit het aspect ‘Natuur’ geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan (zie bijlage 8 en 9). Bomen Effect Analyse Door Duifhuizen Boomadviesbureau is in januari 2020 een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd conform de systematiek van het Handboek Bomen (2018). Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden bevinden zich 23 bomen. Van deze 23 ingemeten bomen zijn 7 bomen op voorhand niet te handhaven. 6 bomen zijn vanwege een verwachte hoge projectinvloed uitgebreid geïnventariseerd en onderzocht en ook is hiervan de groeiplaats onderzocht. De overige bomen zijn globaal geïnventariseerd. De voorgenomen realisatie van 33 appartementen kan gerealiseerd worden met duurzaam behoud van de (uitgebreid) onderzochte bomen binnen het plangebied. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd volgens de genoemde randvoorwaarden en adviezen zoals noodzakelijke boombeschermingsmaatregelen, snoeibehoefte en inrichting parkeervakken ondergrond. Bij de boscompensatie aan de noordzijde van het terrein (circa 120 m²) zal gebruik worden gemaakt van beuken, omdat deze soort (half)schaduwverdragend is. Er is ruimte voor ongeveer 10 bomen. 4.9.3 Conclusie Er treden geen negatieve effecten op het GNN of de GO op, behoudens onderstaande effecten:  Per saldo gaat bij realisatie van het initiatief 69 m2 van de GO verloren.

Zoals hiervoor al is aangegeven wordt op eigen terrein circa 120 m2 gecompenseerd. Dit vindt plaats door het bestaande loofbos wat voornamelijk uit beuken bestaat te versterken met de toevoeging van tien beuken.  Voor realisatie van het initiatief worden binnen de GO enkele bomen uit een houtopstand geveld. Daarvoor geldt compensatieplicht, welke wordt gerealiseerd op eigen terrein. Uit de natuurtoets blijkt dat er geen belemmeringen zijn vanuit dit aspect. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 8 Natuurtoets toegevoegd aan dit plan, de Aerius-berekening als Bijlage 9 Aeriusberekening. Door middel van de opgestelde Bomen Effect Analyse is gewaarborgd dat de betreffende bomen binnen het project in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats duurzaam kunnen worden ingepast. De Bomen Effect Analyse is als Bijlage 10 Bomen Effect Analyse toegevoegd aan dit plan.

4.10

Archeologie

4.10.1 Algemeen De toenemende bedreiging van het archeologische erfgoed in heel Europa, niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, gaf aanleiding voor het in 1992 door de Europese lidstaten ondertekende Verdrag van Valletta of ook wel Verdrag van Malta genoemd. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. 4.10.2 Onderzoek De planlocatie ligt in een zone met een hoge archeologische verwachting, Waarde - Archeologie 2. Het betreft hier gordeldekzandwelvingen afgedekt door stuifzandduintjes. Door de eeuwen heen is het wisselend heide, wisselend overstoven en dus zand geweest. Het afdekken door stuifzand biedt een goed klimaat voor duurzaam behoud van archeologische waarden. Afhankelijk van de dikte van het stuifzand ligt de archeologie niet echt diep.

46

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Uitsnede archeologische beleidskaart Voor het plangebied geldt Waarde - Archeologie 2. Voor deze gebieden geldt: Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet een omgevingsvergunning voor het bouwen worden aangevraagd bij de gemeente. Voor de uitvoering van werken, geen bouwwerk zijnde, groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,5 meter is eveneens een omgevingsvergunning vereist. De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Nunspeet. De villa is gerangschikt op de gemeentelijke monumentenlijst. De villa wordt gehandhaafd en gerestaureerd/gerenoveerd. gezien de leeftijd van de aanwezige bebouwing achter de villa, het gegeven dat onder een deel van dit gedeelte een kelder aanwezig is, het nieuw te bouwen bouwwerk/bouwwerken gebouwd wordt op de plaats van het gesloopte bouwwerk, er geen kelder onder de nieuwbouw wordt voorzien en er derhalve geen ongeroerde grondlagen worden verstoord is een nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. In december 2020 is door de regio-archeoloog een notitie geschreven ter aanvulling. Deze is als bijlage 12 toegevoegd aan dit plan. 4.10.3 Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Ook voor het vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

4.11

Parkeren

Uitgangspunt bij (her)ontwikkeling is dat voor het parkeren zoveel als mogelijk op eigen terrein moet worden voorzien. Er worden in de nieuwe situatie 33 kleine appartementen gerealiseerd. Van deze appartementen wordt er één op de begane grond en twee op de verdieping van de bestaande, te handhaven en te restaureren/renoveren villa gerealiseerd.

47

RO Elspeterweg 12 Nunspeet De begane grond van de villa wordt verder ingevuld met één kantoorruimte/slaapwacht, een gemeenschappelijke woonkamer en algemene ruimten ten dienste van de zorgaanbieder. De betreffende appartementen worden als huurappartementen in het sociaal/maatschappelijk segment (wonen met zorg/begeleiding) aangeboden. Gezien de doelgroep, bewoners met een licht verstandelijke beperking en een indicatie voor zorg/begeleiding met 24-uurs zorg in de directe nabijheid, kan de parkeerbehoefte minimaal gelijk gesteld te worden met 'kamerverhuur', zelfstandig. Van de toekomstige bewoners is slechts een enkeling in het bezit van een rijbewijs en van deze groep zal slechts een enkeling in het bezit zijn van een auto. De daadwerkelijke parkeernorm zou zelfs lager kunnen worden beschouwd. In februari 2020 is door BonoTraffics bv voor het plangebied een parkeeradvies opgesteld, om te bepalen welke parkeervraag te verwachten is bij 33 appartementen, rekening houdend met de Parkeernota van de gemeente Nunspeet. BonoTraffics stelt dat een te hanteren parkeernorm van 0,7 voor de geplande appartementen aan de Elspeterweg 12 te Nunspeet een veilige aanname is voor de te verwachten parkeervraag op deze locatie. Deze parkeernorm voldoet ook als er bijvoorbeeld sprake is van een ‘hogere’ doelgroep van stichting Philadelphia, die minder zorg nodig heeft.

Deze doelgroep heeft mogelijk een enigszins hoger autobezit.

Bestemming

Aantal

Parkeerkencijfer

P - vraag

Bewoners

33

0,5

16,5

Bezoekers

33

0,2

6,6

Appartementen

Totaal

23,1 Theoretische parkeerbalans

De cijfers in de tabel zijn gebaseerd op een aanwezigheidspercentage van de gebruikersgroep van 100% gedurende de hele dag. Bewoners en bezoekers zijn in de praktijk niet gelijktijdig allen aanwezig. De werkelijk maximale parkeervraag is dan ook bepaald op basis van aanwezigheidspercentages, dit conform de kaders uit de Parkeernota van de gemeente Nunspeet. De maximale parkeervraag blijkt op te treden op de werkdagavond. De parkeervraag komt op dat moment op afgerond 21 parkeerplaatsen, gebaseerd op de ‘veilige’ parkeernorm van 0,7 per appartement. Eén van de beleidsuitgangspunten van de Parkeernota is dat de parkeergelegenheid zo veel mogelijk op eigen terrein gerealiseerd dient te worden. Voor wat betreft het terrein van ‘Elspeterweg 12’ is in principe sprake van 21 parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij wordt opgemerkt dat de inrichting is afgestemd op de te verwachten maximale parkeervraag naar moment.

48

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Parkeervoorzieningen op eigen terrein Elspeterweg 12 Nunspeet

Op zich is het mogelijk meer parkeerplaatsen te realiseren. Gezien de hoog aangehouden parkeernorm, de bepaalde te verwachten maximale parkeervraag van 21, berijdbaarheid en kwaliteit van het gebied is gewerkt met de realisatie van 21 parkeerplaatsen. Vanzelfsprekend is hierbij rekening gehouden met de in beeld gebrachte kwaliteit van bomen. Er wordt dus voldaan aan de wens van de gemeente Nunspeet om het parkeren op eigen terrein te realiseren. Het parkeeradvies is als Bijlage 11 Parkeeradvies toegevoegd aan dit plan.

4.12

Besluit milieueffectrapportage

Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r). De activiteiten zijn onderverdeeld in: 1. activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); 2. activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijlage bij besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onder C van de bijlage bij het besluit m.e.r. en de activiteit een drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen

49

RO Elspeterweg 12 Nunspeet of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Daarbij zijn in het bijzonder de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (2011/92/EU; 13 december 2011) van belang. Deze omstandigheden betreffen onder andere de kenmerken van de potentiële effecten en cumulatie. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn eventuele keuze voor géén m.e.r.-beoordeling voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moederbesluit. In voorgaande paragrafen is ingegaan op de diverse milieuaspecten en welke invloed deze hebben. Voorgaande milieuaspecten zijn voldoende onderzocht, waarmee is aangetoond dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Op basis van het vorenstaande hoeft naar het oordeel van het bevoegd gezag voor dit project geen m.e.r.(beoordelings)procedure te worden doorlopen.

50

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Met onderhavig plan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. De gemeente sluit een anterieure overeenkomst af met initiatiefnemer. In deze anterieure overeenkomst worden onder andere de plankosten verhaald en wordt vastgelegd dat eventuele planschadevergoedingen worden verhaald op initiatiefnemer. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet noodzakelijk. Het plan heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voornemen bestaat om betreffende plannen te realiseren op basis van een aanvraag omgevingsvergunning, activiteit Bouwen en activiteit Handelen in strijd met ruimtelijke regels. De gemeente heeft op 16 februari 2018 een positief eindadvies beoordeling beleidsregel Woningbouw Op Maat afgegeven om medewerking te verlenen voor de realisatie van de betreffende 33 kleine woningen. Vanwege. Aangezien in 2018 niet is gestart met de benodigde procedure is in 2019 opnieuw aangegeven dat het project kon worden gerealiseerd op basis van het beleid 'Woningbouw op Maart' 2019-2020. De geplande wooneenheden passen binnen de door de gemeente vastgestelde uitgangspunten voor woningbouwlocaties. Er is overleg geweest met de beide aangrenzende buren. De initiatiefnemer doet overeenkomstig de voorwaarden zoals gesteld door de gemeente in hun toezegging tot medewerking, een separaat communicatieverslag gelijktijdig bij de aanvraag in. Voor de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing stelt art. 3.10 van de Wabo dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Voor deze procedure geldt afdeling 3.4 van de Awb. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken ter inzage gelegd wordt. Hierbij is de mogelijkheid van zienswijzen voor een ieder (art. 3.12 lid 5 Wabo). Alleen belanghebbenden kunnen in beroep gaan.

De Wabo voegt hier aan toe dat het ontwerpbesluit en/of definitieve besluit op grond van de Wabo of het Besluit omgevingsrecht in bepaalde specifieke gevallen aan specifieke personen of instanties wordt gestuurd.

51

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

52

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlagen

53

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

54

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek akoestisch onderzoek aanvulling

55

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

56

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 2

Geluidwering Appartementen

57

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

58

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

59

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

60

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 4

Asbestonderzoek

61

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

62

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 5

Watertoets

63

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

64

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 6

Samenvatting watertoets

65

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

66

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 7

HWA Infiltratie

67

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

68

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 8

Natuurtoets

69

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

70

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 9

Aerius berekening

71

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

72

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 10 Bomen Effect Analyse

73

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

74

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 11 Parkeeradvies

75

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

76

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

Bijlage 12 Nunspeet en archeologie

77

RO Elspeterweg 12 Nunspeet

78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9777889/1