CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief planMER WiRES Gelderland

Commissie Ruimte en Wonen 10 februari 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie2.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatie: planMER WiRES Gelderland Datum:

14 januari 2025

Onderwerp:

planMER WiRES Gelderland

Geachte gemeenteraad, Provincie Gelderland werkt samen met de Gelderse RES-regio’s aan de planMER WiRES (Windbeleid en Regionale Energie Strategie provincie Gelderland). Provincie Gelderland heeft onderzoek laten doen naar de milieueffecten van zonne- en windenergie en duurzame warmtebronnen in Gelderland. Met de uitkomsten ontstaat inzicht in de effecten van deze duurzame energiebronnen op de leefomgeving en het milieu. De uitkomsten kunnen gebruikt worden om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen. En vormt een basis voor toekomstige beleids- en besluitvorming. Met deze brief informeren wij u over de achtergrond en het proces, en attenderen wij u op de inspraakmogelijkheid.

Wat is een m.e.r. en een MER? Een m.e.r. staat voor milieueffectrapportage. Het brengt de milieueffecten van beleidsplan of project op hoofdlijnen in kaart, zoals geluid, veiligheid, landschap en natuur. Dit waarborgt dat milieubelangen een volwaardige plek krijgen in de besluitvorming. Milieu is een breed begrip. Het gaat onder andere om water, bodem, lucht, afval, natuur, gezondheid en archeologisch erfgoed. Het rapport zelf wordt aangeduid met hoofdletters: MER. Een planMER onderzoekt milieueffecten op hoofdlijnen; zoals in dit geval op regioniveau. Een projectMER onderzoekt milieueffecten op detailniveau, namelijk per project. Een planMER moet juist (actueel en objectief) en volledig (voldoende informatie om het milieubelang mee te kunnen wegen in de besluitvorming) zijn. Voordelen van een m.e.r. zijn: • Betere onderbouwing van beleidskeuzes; • Door goed onderbouwde locatiekeuze minder onderzoeklasten van de (m.e.r.-) procedures die nog volgen; • Structuur in de inbreng en betrokkenheid van belanghebbenden; • Helpt bij het trechteren van alternatieven; • Meer draagvlak voor besluiten. Kortom, het verbetert de kwaliteit van besluitvorming en kan de procedure versnellen.

PlanMER WiRES Gelderland Het planMER WiRES Gelderland heeft de volgende doelen: 1. Actualisatie van provinciaal windbeleid; 2. Borgen van RES-zoeklocaties in het regionale (en dus ook lokale) ruimtelijk omgevingsbeleid; 3. Milieu-informatie leveren om mogelijke zoeklocaties realistisch met elkaar te kunnen vergelijken. 4. Het provinciale windbeleid en de Gelderse RES-en synchroniseren. Het rapport bestaat uit een hoofdrapport en regionale aanvullingen (dus ook voor de RES-regio NoordVeluwe). Het hoofdrapport biedt een provinciaal overzicht van zoekgebieden waar windenergie opgewekt kan worden. Het bevat echter niet het detailniveau om in de regio onderbouwde keuzes te kunnen maken. Deze uitwerking is te vinden in de regionale aanvulling en verdiept die analyse door binnen de regio drie thematische alternatieven te onderzoeken: natuur, landschap en leefomgeving. Met deze documenten kunnen op zowel provinciaal als regionaal niveau de bestuurders keuzes maken en de RES doorontwikkelen. Ook kan de provincie hiermee de RES 1.0 vastleggen in het provinciale windbeleid. Naast het planMER WiRES heeft Provincie Gelderland ook een separate planMER uitgevoerd voor het gebied Veluwe waar de wespendief voorkomt.

Uitgangspunten voor het planMER WiRES Gemeenten en provincie hebben eerst een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) laten opstellen; hierin staan de belangrijkste kaders en uitgangspunten voor het milieueffectrapport. De NRD heeft in het voorjaar van 2023 ter inzage gelegen bij de provincie. Er zijn circa 300 zienswijzen ingediend, met daarin meer dan 1.250 reacties of vragen. In de Nota van Beantwoording is te lezen wat er met de ontvangen reacties is gedaan. Daarnaast is de Commissie m.e.r. gevraagd om advies uit te brengen op de NRD. Op basis van de NRD, de Nota Beantwoording en het advies van de Commissie m.e.r. is het milieueffectonderzoek uitgevoerd en het planMER WiRES opgesteld. Waarom hebben regionale overheden een planMER WiRES opgesteld? De RES Noord-Veluwe is een samenwerking van 7 gemeenten, provincie, waterschap, netbeheerder Liander en woningcorporaties om een duurzaam energiesysteem te realiseren. In de Regionale Energie Strategie (RES) staat hoe we in onze regio van fossiele energie overschakelen op duurzame elektriciteit en warmte. En welke infrastructuur en opslag daarvoor nodig zijn. In de eerste versie van de RES (RES 1.0) hebben we afgesproken om in 2030 tenminste 0,53 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. De RES 1.0 is in 2021 door de gemeenteraden, provincie en waterschappen vastgesteld.

Op basis van de voortgang en de meest recente inzichten is duidelijk dat het halen van de regionale doelen voor opwek van duurzame elektriciteit lastig is en er extra inspanning nodig is om het bod te halen. Het planMER WiRES sluit aan bij de RES 1.0 (vastgesteld in 2021) en het is mogelijk dat er naar aanleiding van de uitkomsten in het planMER WiRES interessante gebieden naar voren komen die niet in de RES 1.0 staan. Dat wil niet zeggen dat deze gebieden dan automatisch worden opgenomen in de doorontwikkeling van de RES. Milieuaspecten vormen immers maar een onderdeel in de complexe afweging. Het planMER WiRES Gelderland is dus geen besluit. Het is aan de colleges, gemeenteraden, provinciale staten en besturen om af te wegen wat zij met de uitkomsten doen in de besluiten die zij nemen. Planning, informatie en mogelijkheid om te reageren • Op 7 januari 2025 heeft Gedeputeerde Staten het ontwerp planMER WiRES vastgesteld. • Van 20 januari tot 3 maart 2025 ligt het document ter inzage voor inspraak. • Vervolgens volgt het definitieve onderzoek en wordt de Nota Beantwoording opgesteld waarin wordt aangegeven op welke manier de zienswijzen zijn verwerkt in het milieueffectrapport. • In mei 2025 stelt Gedeputeerde Staten het definitieve planMER WiRES vast. U kunt kennis nemen van de ontwerp planMER WiRES en beoordelen of u een zienswijze wil indienen.

Alle informatie is vanaf maandag 20 januari te vinden op webpagina www.gelderland.nl/planmerwindbeleid. Vanaf 20 januari t/m 28 februari kunt u het milieuonderzoek ook inzien in het provinciehuis. De provincie organiseert op woensdag 5 februari en op dinsdag 11 februari online informatiebijeenkomsten op de tijdstippen 16:00 – 17:00 uur en om 19.30 – 20.30 uur. De opstellers van het onderzoek geven dan een toelichting en er is ruimte voor het stellen van vragen. Aanmelden is noodzakelijk en kan t/m 31 januari via de webpagina www.gelderland.nl/planmerwindbeleid. Met vriendelijke groet, Namens de RES Noord-Veluwe,

Drs. M. Brongers MSc Mc

Q&A Regionale aanvulling planMER WiRES Gelderland voor RES-regio Noord-Veluwe • Wordt de keuze voor zoekgebieden in de RES 1.0 opnieuw gedaan door dit planMER? Nee. De zoekgebieden en het bij behorende RES bod van 0,53 TWh vormen de uitgangsposities van het planMER WiRES Gelderland. Het planMER wordt uitgevoerd voor de provincie Gelderland en vijf RES-regio, waaronder Noord-Veluwe. Het is mogelijk dat er naar aanleiding van de uitkomsten in het planMER, vanuit milieuaspecten interessante gebieden naar voren komen die niet in de RES 1.0 staan. Dat wil niet zeggen dat deze gebieden dan automatisch worden opgenomen in een doorontwikkelde RES. Milieuaspecten vormen immers maar één onderdeel in de complexe ruimtelijke afweging. Het is aan de colleges, gemeenteraden, provinciale staten en besturen om af te wegen wat zij met de uitkomsten van het planMER doen in de besluiten die zij nemen.

• Welke vraag staat centraal in het planMER? De vraag die in het planMER is beantwoord luidt: “Welke gebieden zijn vanuit milieueffecten geschikt, geschikt te maken, of ongeschikt voor de ontwikkeling van tenminste 0,53 TWh duurzame elektriciteitsopwek, regionale warmtebronnen en de benodigde energieinfrastructuur binnen de Noord-Veluwe, en hoe kan dit - naast de referentie RES 1.0 - worden ingevuld aan de hand van drie thematische alternatieven?” • Hoe komen de afspraken uit de RES 1.0 terug in het planMER? In het planMER zijn de mogelijkheden voor wind- en zonprojecten in de gehele regio onderzocht. De zoekgebieden voor wind en zon uit de RES 1.0 zijn in het planMER opgenomen als het basisalternatief. We onderzoeken daarmee de zoekgebieden van de RES 1.0 op milieueffecten. Het planMER kijkt vervolgens breder, naar de hele regio en verdiept die analyses door binnen de regio drie thematische alternatieven te onderzoeken: natuur, landschap en leefomgeving. • Wat zijn de alternatieven natuur, landschap en leefomgeving en waarom die? Naast gebieden waar harde milieubelemmeringen gelden en gebieden waar geen milieubelemmeringen gelden, zijn er gebieden met zachte milieubelemmeringen. Hier zijn grootschalige zon- en windenergieprojecten mogelijk, maar niet vanzelfsprekend.

Door binnen de regio de ontwikkeling van energie te koppelen aan andere waarden, zoals natuur, landschap of leefomgeving, onderzoeken we een aantal alternatieven om het doel van 0,53 TWh elektriciteitsopwek in 2030 te behalen. Deze alternatieven vormen een soort ‘hoeken van het speelveld’. Het voorstel voor deze drie alternatieven is tot stand gekomen door inbreng vanuit de provincie en de RES-regio’s. • Worden in het planMER ook andere onderzoeken meegenomen? De regionale aanvulling van de planMER WiRES heeft betrekking op de hele RES-regio Noord-Veluwe. Er is ook een separate planMER uitgevoerd voor het gebied Veluwe waar de wespendief voorkomt. • Worden zonthermie, energieopslag en -conversie onderzocht in het planMER? Ja en nee. Zonthermie wordt niet expliciet onderzocht, maar kent min of meer dezelfde milieuaspecten als een zonneveld, dat wel wordt onderzocht. Energieopslag en -conversie worden niet meegenomen in het planMER, omdat de milieueffecten te lokaal zijn voor een planMER.

• Waarom worden in het planMER geen mogelijkheden voor solitaire windturbines onderzocht? In de planMER WiRES Gelderland worden milieueffecten in beeld gebracht voor windparken. Er is sprake van een windpark wanneer er 3 of meer windmolens in een zoekgebied kunnen worden geplaatst. In de regionale aanvulling wordt gekeken naar gebieden waar 2 of meer windmolens geplaatst zouden kunnen worden (2 grote of 3 kleine referentiemolens). Alleen die zoekgebieden zijn beoordeeld op milieueffecten. Wel is er een kaart opgenomen in de regionale aanvulling waar er mogelijk ruimte is voor solitaire windmolens. Voor deze gebieden is geen beoordeling van milieueffecten gemaakt. • Waarom wordt gesproken over een bandbreedte van 3,6 MW tot 7,0 MW windturbines? Op dit moment zijn 3,6 MW windturbines de kleinste turbines waarvoor SDE-subsidie beschikbaar is. Daarmee vormen ze een realistische ‘onderkant’ van het type turbines dat ontwikkeld kan worden in de regio. Daar tegenover staan relatief grote turbines van 7,0 MW die op dit moment op land worden ontwikkeld. Zij vormen dus een realistische ‘bovenkant’ van het type turbines dat ontwikkeld kan worden in de regio. Omdat we benieuwd zijn naar de mogelijkheden voor zowel de kleinere windturbines, als de grote turbines, zijn beide typen windmolens onderzocht als bandbreedte.

Daarmee krijgen we beide uitersten in beeld, waardoor we automatisch ook een beeld krijgen van de mogelijkheden voor turbines die binnen deze bandbreedte vallen. • In het planMER zie ik 120 meter en 166 meter windturbines terug, wat houdt dat precies in? Het gaat dan om de ashoogte van de onderzochte windturbines. - De 3,6 MW windturbines die zijn onderzocht hebben een ashoogte van 120 meter, een rotordiameter van 117 meter en een tiphoogte van 178,5 meter. - De 7,0 MW windturbines die zijn onderzocht hebben een ashoogte van 166 meter, een rotordiameter van 160 meter en een tiphoogte van 246 meter. • Hoe wordt omgegaan met de ontwerpnormen voor geluid van en afstand tot windmolens? Door het Nevele-arrest zijn de Nederlandse normen voor geluid/slagschaduw/veiligheid van windprojecten, zoals die staan beschreven in het Activiteitenbesluit, op dit moment buiten werking. Landelijk zijn er nieuwe normen in ontwikkeling: de ontwerpnormen. De ontwerpnormen hebben betrekking op geluid en afstand. De ontwerpnormen zijn strenger dan de oude normen. In het alternatief ‘Leefomgeving’ wordt een strengere geluids- en afstandsnorm, om zo te zien welke impact dit heeft op de mogelijkheden voor windprojecten binnen de regio.

• Waarom wordt de 1 km-Wespendiefzone rond de Veluwe gezien als harde belemmering voor wind? In het planMER is de 1 kilometer zone rond de Veluwe aangemerkt als harde belemmering, omdat de ontwikkeling van windenergie hier vanwege de wespendief de komende jaren praktisch onmogelijk is. De 1 tot 8 kilometer zone rond de Veluwe is in het planMER aangemerkt als zachte belemmering, omdat de ontwikkeling van windenergie hier ondanks de wespendief onder voorwaarden in de komende jaren mogelijk kan worden. • Waarom worden weidevogelgebieden gezien als harde milieubelemmering voor zowel zon als wind? Het is slecht gesteld met de stand van weidevogels in Nederland. De overheid heeft daarnaast een zorgplicht voor weidevogels, waar in lokaal- en regionaal beleid ook niet van kan worden afgeweken. Dit betekent dat de ontwikkeling van zowel zon- als windprojecten juridisch niet mogelijk is in weidevogelgebieden. Deze gebieden worden daarom opgenomen als harde milieubelemmering.

• Waarom worden wintergansrustgebieden en gebieden van het Gelders Natuurnetwerk gezien als zachte milieubelemmeringen? In al deze gebieden geldt dat de ontwikkeling van zon- en windprojecten onder voorwaarden mogelijk is. In veel gevallen gaat het om lokaal en regionaal beleid waarvan kan worden afgeweken, of waar mitigerende maatregelen kunnen worden genomen. Er gelden dus milieubelemmeringen, maar de ontwikkeling van zonen windprojecten is onder voorwaarden mogelijk. Deze gebieden worden daarom opgenomen als zachte milieubelemmeringen. Waarom worden Natura 2000 gebieden gezien als harde milieubelemmeringen? Hoewel in deze gebieden geldt dat de ontwikkeling van zon- en windprojecten onder voorwaarden mogelijk is, zijn er praktisch gezien zoveel milieubelemmeringen, dat de ontwikkeling van zon- en windprojecten realistisch gezien niet onmogelijk is. Deze gebieden worden daarom opgenomen als harde milieubelemmeringen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15049770/1