CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht schr. vrg. en antw. Maatschappij en Middelen 8 april 2021

Commissie Maatschappij en Middelen 8 april 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie)3.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

-1-

Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 8 april 2021. ☐5a. Rekenkameronderzoek evaluatie subsidiebeleid. Dhr. J. Meijer (CDA) Opmerking: In uw reactie op het rapport herkent en erkent u de gegeven aanbevelingen en die u ook wilt overnemen. Wat het CDA Lokaal betreft vinden wij dat juist. U maakt echter een voorbehoud op het gebied van tijd en beschikbaarheid onder de noemer ‘werkdruk’. Vraag 1: Uit de een voorgaand rekenkamerrapport is gebleken dat met enig regelmaat een formele behandeling in de raad niet heeft plaatsgevonden. Een behandeling waarin de raad de eventuele aanbevelingen als ‘opdracht’ bij het college neerlegt. Een commissie is immers niet het besluitvormend orgaan. Wilt u dit voorstel alsnog als raadsvoorstel inbrengen? Antwoord: Het rekenkamerrapport wordt behandeld in de commissie M&M. Wanneer de commissie er mee instemt worden de aanbevelingen overgenomen waarbij de ambtelijke organisatie de tijd wordt gegund om deze aanbevelingen te implementeren. Er volgt dan geen raadsvoorstel. Vraag 2: Kunt u concreter aangeven binnen hoeveel tijd u de aanbevelingen wel kunt implementeren in het Nunspeets subsidiebeleid en welke personele dan wel financiële middelen u nu mist om dat te realiseren? Antwoord: De implementatie van de aanbevelingen is al begonnen. Het maakt onderdeel uit van het continu verbeteren van het subsidieproces.

Indien er voldoende tijd wordt gegeven, zijn er geen extra personele dan wel financiële middelen nodig om deze aanbevelingen op te volgen. Verwacht wordt dat de implementatie binnen drie jaar is gerealiseerd. Dhr M.A. Mol (Gemeentebelang) Opmerking: Goed dat er stappen gemaakt zijn om de meetbaarheid van de output van de subsidies te vergroten. Goed dat de aanbevelingen worden overgenomen. Vraag1: Is het college bereid om bij iedere notitie waarin subsidie aan de orde komt een hoofdstuk t.a.v. meetbaarheid van de output en de beleidsindicatoren op te nemen? Antwoord: Het college is bereid bij iedere notitie waarin subsidie aan de orde komt de meetbaarheid van de output en de beleidsindicatoren op te nemen. Vraag 2: Ook hier wordt weer geïmpliceerd dat de doelmatigheid verhoogd wordt als er meer afstemming in de welzijnssector zou plaatsvinden. Wij hebben dit meerdere malen aangekaart met als suggestie een welzijnskoepel. Op welke wijze denkt de wethouder dit concreet te gaan maken? Antwoord: Met de welzijnsorganisaties vindt er overleg plaats hoe de doelmatigheid in de welzijnssector verhoogd kan worden. De manier van afstemmen wordt daarin meegenomen.

-2-

☐5b.

Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van de mededelingenbrief portefeuillehouder).

Dhr. R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: We zien opnieuw dat we het niet gaan redden. In het meest gunstige scenario hebben nog steeds een kleine 3 ton te kort. Dit is beeld wat we al jaren zien. Welke mogelijkheden zijn er nog om geen tekort meer te hebben? Antwoord: Het afgelopen jaar heeft in het teken gestaan om zoveel als mogelijk de maatregelen in te zetten die kunnen leiden tot terugdringen van het tekort. De effecten hiervan worden niet in één jaar gerealiseerd. Met de stuurgroep Jeugd willen we de resultaten uiteraard nog nader analyseren om te bezien óf en welke mogelijkheden er nog zijn om geen tekort te hebben. We verwachten o.a. dat met een strakkere sturing in de toegang op termijnen, zwaarte en af te geven verlengingen nog verder resultaat te kunnen halen. Daarnaast zijn er gesprekken met het CJG gaande over uitbreiding GGZ expertise in het CJG, die doorverwijzingen kunnen voorkomen en kosten kunnen besparen. De nieuwe inkoop Jeugd geeft vanaf 1 januari 2022 een mogelijkheid om met minder partners nog steviger in te zetten op de uitvoering van de jeugdhulp binnen de budgetten. Last but not least heeft het merendeel van de Nederlandse gemeenten te maken met tekorten omdat de vergoeding vanuit het Rijk onvoldoende blijkt te zijn, zoals een recent rapport van AEF nog weer heeft laten zien. Vraag 2: We zien een kopje lokale kosten.

Dat zou mogelijker wijs een onderdeel zijn waarop we meer zouden kunnen sturen. Toch zijn bij de eerste post (jeugd) de kosten al hoger dan geraamd. Is daar een aanwijsbare oorzaak van? Antwoord: De kosten van de basisdienstverlening door het CJG zijn gestegen als gevolg van uitbreiding van formatie met 2,7 fte op regionaal niveau, loonstijgingen op basis van cao en een meer realistischer begroting van de huisvestingskosten. In 2020 hebben een aantal bestuurlijke gesprekken plaatsgevonden, die voor het CJG de koers om het CJG te versterken met een gedragstherapeut, systeemtherapeut en jeugd- en gezinswerker hebben gelegitimeerd. De maximale belastbaarheid van het CJG was bereikt. Met name de toenemende complexiteit van hulpvragen maakt dit noodzakelijk. Ook zien we dat een aantal maatregelen om de kosten voor jeugd terug te brengen, een groter beroep doet op het CJG. Tot slot zijn de huisvestingskosten realistischer begroot op basis van werkelijke kosten in 2020. Op regionaal niveau is ingestemd met de regionale begroting voor basisdienstverlening en de kosten daarvan zijn op basis van aantal jeugdigen over de gemeenten verdeeld. Verder is er bij de lokale kosten nog een bedrag opgenomen voor het versterken van het CJG met GGZexpertise. Dit betreft de voortzetting van een pilot, waarvan de kosten eerst via Meerinzicht werden betaald.

Hier is sprake van een verschuiving van kosten van regionaal naar lokaal, hetgeen budgettair neutraal plaatsvindt. Het bedrag dat regionaal ingezet wordt voor projectkosten, hopen wij terug te verdienen doordat de regionale projecten ook een positief effect zullen hebben op de kosten voor jeugdhulp. Tot slot zien wij al jaren dat er voor PGB meer begroot wordt, dan wordt uitgegeven, al blijft dit afhankelijk van individuele casuïstiek. Wij kunnen de kosten hiervoor derhalve niet bij voorbaat lager vaststellen. Dhr. M.J. Juffer (Gemeentebelang) Opmerkingen: Bij deze mededelingenbrief is nu ook de inkoopstrategie Jeugd als mededelingenbrief mee gekomen. Een uiterst complex document is tot stand gekomen met als achterliggende gedachte om de kosten jeugd beheersbaar te houden/krijgen. Wel willen we een compliment maken aan alle betrokkenen die aan dit proces hebben gewerkt. Goed om te lezen dat we inzetten op lokale inkoop waar dat kan. Tegelijkertijd moeten we ons hier niet rijk mee rekenen want de praktijk in deze kan weerbarstig zijn. Ook

-3-

goed om te vernemen dat het aantal aanbieders gereduceerd wordt en dat er op kwaliteit gestuurd wordt. Door middel van deze inkoop strategie zou het de bedoeling moeten zijn dat de regie weer meer bij de gemeente komt te liggen en dat vinden wij vanuit Gemeentebelang echt noodzaak. Vraag: Waar is het bedrag van €50.000,- op gebaseerd bij : Inzetten op WLZ indicaties? Antwoord: De Wet Langdurige Zorg kan als een voorliggende voorziening worden aangemerkt op de Jeugdwet. In de praktijk blijkt dat ouders de ‘hobbel’ voor het aanvragen van WLZ moeilijk over komen. Er is sinds april 2020 een project gestart om ouders daarin te ondersteunen. De vergoeding per jeugdige die recht heeft op langdurige zorg komt niet meer ten laste van de Jeugdwet. Recentelijk zijn twee aanvragen om WLZ goedgekeurd. Op jaarbasis levert dat een besparing op. Die besparing wordt ingeschat op 50.000,= per jaar (basis hiervoor zijn de kosten voorafgaand aan de toekenning). ☐5c.

Perspectievennota Programmabegroting 2022-2025.

Dhr. J. Meijer (CDA) De verduidelijkingsvragen aan de andere fracties worden tijdens de CMM gedaan. Onderstaand de verduidelijkingsvragen aan het college. Vraag 1: Kunt u aangegeven wat op per 1 april jl. de concrete omvang van de taakstelling dekking jeugdhulp is en dat gezien vanuit de gegeven toelichting op de taakstelling? Antwoord: De opgenomen taakstelling 2021 is 1 miljoen euro. Dit is ook afhankelijk van de algemene uitkering Gemeentefonds. Aangezien via de meicirculaire 2020 de bijdrage inzake Jeugdhulp structureel ruim € 300.000 is verhoogd, is de resterende taakstelling op de uitgaven circa € 700.000. Vraag 2: Over het deelproject revitalisering Sportpark De Wiltsangh vindt er een actualisatie kostenramingen plaats. Neemt u in die actualisatie ook het aspect ‘zonnedek parkeerplaats’ mee en zo niet, waar gaat u dat dan de kostenraming daarvan onderbrengen? Antwoord: Er is een voorlopig ontwerp van een inrichtingsplan van sportpark De Wiltsangh. Onderdeel van de doorontwikkeling om tot een definitief ontwerp te komen is of er een (gedeeltelijke) overkapping van de parkeerplaats mogelijk is. De ambitie en afweging wordt momenteel gemaakt en het effect van dit besluit zal (al dan niet) betrokken worden in de actualisatie. Wij zullen u in de komende periode verder informeren over de uitkomst van deze bespreking. Vraag 3: De belastingdienst heeft nog het e.e.a.

in overweging. Kunt u aangeven wat de stand van zaken is t.a.v. de geëxtrapoleerde opgelegde aanslag van € 186.000 over 2016? Antwoord: De belastingdienst heeft nog geen uitspraak gedaan op het bezwaar dat de gemeente heeft ingediend. Wel hebben er weer gesprekken/mailverkeer plaatsgevonden met de belastingdienst en de 'tussenstand' is dat het mogelijk de goede kant op gaat. Eerst definitieve besluitvorming afwachten. Vraag 4: Bij onderwijshuisvesting constateert u terecht dat de bouwkosten in de laatste jaren sterk zijn gestegen en de ontwikkelingen in deze nog onbekend zijn. Wat zijn dan de mogelijke financiële consequenties in relatie met het project ‘Stationsomgeving’ waarin gesteld is dat de raad niet ingestemd heeft met het indexeren van de uitgaven t.a.v. de inflatie en dit tot gevolg heeft dat ook het investeringsbedrag van de stationsomgeving niet is geïndexeerd terwijl de bouwkosten wel stijgen?

-4-

Antwoord: De inschatting is dat de financiële consequenties van het niet indexeren van de uitgaven binnen de beschikbare kredieten voor het project Stationsomgeving kunnen worden opgevangen. In de Perspectievennota is aangegeven dat vooralsnog de inschatting is dat de extra lasten kunnen worden opgevangen binnen de oorspronkelijke raming voor object overstijgende risico’s. Echter leiden scopewijzigingen veelal tot extra lasten. Het project houdt rekening met tegenvallers door een risico budget bij te houden en hieruit mitigerende maatregelen te bekostigen. Vraag 5: Het college heeft ingestemd met het mee bekostigen van de regionale aanpak van ondermijning? Kunt u aangeven welke prestaties daar tegenover staan? Antwoord: Ondermijning vormt één van de prioriteiten in het IVP 2020-2023. Dat plan geldt voor 4 jaar. In de Driehoek Veluwe Noord tussen de gemeenten Elburg, Epe, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, politieteam Veluwe Noord en het OM is de uitgesproken om gezamenlijk de aanpak van Ondermijning te gaan vormgeven. De looptijd voor het aantrekken van een gezamenlijk coördinator bedraagt de helft van die periode. Dat impliceert dat de aanpak in de eerste plaats lokaal maar daarnaast ook in de samenwerking tussen de zes Veluwe Noord-gemeenten wordt ingebed. En dat op een manier waardoor na afloop van de twee jaar de coördinator feitelijk “overbodig” is geworden.

De coördinator werkt aanvullend op de lokale taken. Het succes van de coördinator is sterk verbonden met een volwaardige en structurele lokale inbedding van de aanpak van ondermijning. Het één kan niet zonder het ander. Coordinator is een zogeheten kwartiermaker/aanjager. De aanpak is na 2 jaar geslaagd wanneer binnen de afzonderlijke organisaties: - De bestuurlijke maatregelen en de daaruit volgende juridische procedures kunnen worden voorbereid en vervolgens de rechterlijke toetsing goed kunnen doorstaan. - De werkprocessen voor de bestuurlijke maatregelen binnen de zes gemeenten zo veel mogelijk eenduidig zijn. - De aanpak van ondermijning onderdeel is van de integrale focus in beleidsvoorbereiding en bij de uitvoering van de ruimtelijke, milieu, zorg, grondbeleid, bijzondere wetten en bouwtaken (o.a. aanpassing BIBOB-beleid) - De ontvangst en opwerken van signalen, de overlegstructuren, de controles en de afstemming met de ketenpartners onderdeel is van het dagelijkse werk. - Een helder overzicht is van wat er binnen de “witte vlekken” gebeurt en begonnen is met de aanpak gericht op bewustwording en interventie. - Korte lijnen bestaan naar de ketenpartners over casuïstiek, de voortgang daarvan en het organiseren van controles. - Bij bovenlokale fenomenen en bovenlokale casuïstiek samenwerking binnen de Veluwe Noord-gemeenten voorop staat.

- De veranderingen in het lokale ondermijningsbeeld tijdig worden onderkend en worden voorzien van een daarop aangepast handelingsperspectief. - Continue aandacht is voor bewustwording bij gemeenteraad en college, bij doelgroepen en binnen de eigen organisatieonderdelen. Vraag 6: Een vraag in relatie met agendapunt 53: reserve bosexploitatie. In het commissievoorstel adviseert u de raad een viertal zaken, waaronder: a. Het tekort op deze reserve aan te vullen waarbij mogelijk de dotatie als nieuw beleid in de begroting wordt opgenomen. Waarom staat dat niet als optie in de Perspectievennota? b. M.i.v. 2022 de exploitatieresultaten op het bos- en natuurbeheer te verwerken in de gemeentelijke begroting. Waarom is dit niet al vast opgenomen in de Perspectievennota? Antwoord 6a: Het aanvullen van de reserve bosexploitatie is een voorstel dat het college doet aan de gemeenteraad. Hier is dus geen sprake van een vastgesteld besluit. Afhankelijk van het besluit dat de gemeenteraad neemt bij het voorstel over de reserve bosexploitatie én voldoende jaarrekeningresultaat bestaat de mogelijkheid dat onderwerpen als nieuw beleid in de begroting moeten worden opgenomen.

-5-

Antwoord 6b: In het voorstel over de reserve bosexploitatie is ten aanzien van deze vraag het volgende aangegeven: Bij vaststelling van de volgende herijking van de Nota reserves en voorzieningen wordt de gemeenteraad geadviseerd de reserve bosexploitatie niet meer in te zetten voor structurele posten. Hiermee is een start gemaakt bij het opstellen van de Programmabegroting 2021-2022. Vanaf 2021 zijn de structurele lasten die ten laste van de reserve kwamen (o.a. uitvoering landschapsbeleidsplan, kosten (groene) BOA’s en de extra kosten voor instandhouding van de schaapskudde) verwerkt in de gemeentelijke begroting. Echter wordt nu ook voorgesteld met ingang van begrotingsjaar 2022 exploitatieresultaten op het bos- en natuurbeheer te verwerken in de gemeentelijke begroting. Hiermee komen negatieve resultaten ten laste van de het gemeentelijke resultaat. Positieve resultaten kunnen via resultaatsbestemming in de reserve bosexploitatie gestort worden. Zoals aangegeven betekent dit op basis van de voorlopige cijfers 2020 en de prognose voor 2021 dat voor de komende jaren een (klein) positief resultaat van € 26.000,- wordt begroot. Gezien de onzekerheden rond het bos- en natuurbeheer wordt voorgesteld dit kleine resultaat vooralsnog niet mee te nemen in de financiële verkenning Programmabegroting 2022-2025.

Concreet betekent dit dat voorgesteld wordt in de Programmabegroting 2022-2025 het bos- en natuurbeheer budgettair neutraal te ramen. Dhr. M.A. Mol (Gemeentebelang) Vraag 1: Bij punt 2.3: er wordt terecht gewezen op risico’s en onzekerheden in de projecten. Mogen wij ervan uitgaan dat er voor alle projecten gewerkt wordt met taakstellende begrotingen en tegenvallers dus binnen het project en de begroting moeten worden opgelost? Antwoord: Ja, daar mag vanuit gegaan worden. Mochten zich in de uitvoering onvoorziene wijzigingen voordoen, dan zal het college naar de gemeenteraad komen met een voorstel. Vraag 2: Bij de door ons en anderen genoemde nieuwe beleidswensen wordt bij de kosten vaak PM genoemd terwijl er geen kosten mee gemoeid zijn. Het betreft de onderwerpen waarvoor meer aandacht gevraagd wordt en in het coalitieakkoord zijn opgenomen. Onze vraag is: Kunnen deze wensen aangemerkt worden met als opmerking bij de financiële gevolgen: n.v.t.? Antwoord: U geeft aan dat er onderwerpen zijn benoemd die in het coalitieakkoord zijn opgenomen en waarvoor meer aandacht wordt gevraagd. Een aantal onderwerpen die dit betreft zijn: sociaal regisseur, jongerenparticipatie, duurzaamheid en verkeerssituatie Halfweg. U stelt dat bij de intensivering van deze onderwerpen geen kosten zijn gemoeid. Het college is het niet eens met deze stelling.

Dit betreffen onderwerpen die planvorming of (beperkte) concrete maatregelen vergen. Deze planvorming en (beperkte) maatregelen brengen wel degelijk kosten met zich mee. Daarom vindt het college de opmerking dat financiële gevolgen niet van toepassing zijn niet juist. Opmerking: De perspectievennota is een voorbereiding op de meerjarenbegroting maar niet alle aangevoerde beleidswensen hebben gevolgen voor de begroting. Derhalve de volgende vragen: Vraag 3: Hoe gaat het college de zaken agenderen die geen/weinig effect hebben op de begroting (bv sociaal regisseur)? Antwoord: Voor alle onderwerpen (met of zonder financieel effect) geld dat er eerst een meerderheid binnen de gemeenteraad moet zijn voordat onderwerpen worden meegenomen in het verdere opstellen van de begroting. Bij een meerderheid in de gemeenteraad voor het onderwerp zal het college een voorstel voor de aanpak en de begrote, financiële component verwerken in de Programmabegroting 2022-2025.

-6-

Vraag 4: Hoe gaat het college de zaken agenderen waarvoor gevraagd wordt versneld een voorstel te ontwikkelen (bv milieustraat, duurzaamheid en schaapskooi)? Antwoord: Voor alle onderwerpen (met of zonder financieel effect) geld dat er eerst een meerderheid binnen de gemeenteraad moet zijn voordat onderwerpen worden meegenomen in het verdere opstellen van de begroting. Bij een meerderheid in de gemeenteraad voor het onderwerp zal het college een voorstel voor de aanpak en de begrote, financiële component verwerken in de Programmabegroting 2022-2025. Opmerking: Bij punt 3.4 opmerkingen bij bezuinigingsmogelijkheden: Vraag 5: Kan het college aangeven waarom zij ervan uitgaat dat de kosten van inhuur gelijk zijn aan structurele loonkosten? Antwoord: Het college heeft in de reactie bij de bezuinigingsvoorstellen niet willen zeggen dat de kosten van inhuur gelijk zijn aan structurele loonkosten. Het college heeft willen aangeven dat bij gelijkblijvende ambities de ambtelijke formatie van de gemeente bij een dergelijke bezuinigingsvoorstel structureel omhoog zal moeten. Dit betekent dat de bezuiniging op inhuur grotendeels teniet wordt gedaan door een verhoging van de structurele loonkosten.

Vraag 6: Waarom gaat het college niet in op onze suggestie om inhuur verlagen een gezamenlijke taak te maken van college en raad? (De raad kan indien inhuur noodzakelijk lijkt om een activiteit uit te voeren deze anders te prioriteren of te laten vervallen) Antwoord: Het college wacht eerst de reactie van de overige raadsfracties op dit bezuinigingsvoorstel af. Daarnaast wil het college opmerken dat verlaging van inhuur als bezuinigingsmaatregel ook zal moeten leiden tot een verlaging van de gemeentelijke ambities. Bij gelijkblijvende ambities zal namelijk deze bezuiniging moeten worden opgevangen door (structurele) formatie-uitbreiding om het werk te kunnen uitvoeren. Dhr. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Bij onderwijshuisvesting wordt gemeld dat in de toekomst sprake kan zijn van cofinanciering. Gaat het dan om 2022, of nog verder in de toekomst? Antwoord: Bij ieder project dat onder uitvoering van het Strategisch Huisvestingsplan onderwijshuisvesting (SHP) wordt gekeken naar de mogelijkheden van cofinanciering. Wanneer cofinanciering kan worden toegepast hangt daarmee af van het tijdstip van uitvoering van een project. Op dit moment lopen de voorbereidingen voor IKC Nunspeet Oost en het Juniorcollege. Ook de eerste fase van de duurzaamheidsmaatregelen komt in uitvoering. Bij ieder project wordt gekeken naar de mogelijkheden van cofinanciering.

Vraag 2: De Minister van BZK heeft op 5 februari 2021 het “Onderzoek transitiekosten Omgevingswet” aan de Tweede Kamer toegezonden. Uit dit onderzoek blijkt dat gemeenten samen 1,1 à 1,7 miljard euro zullen besteden aan transitiekosten. Is al duidelijk welk bedrag de gemeente Nunspeet kwijt zal zijn aan transitiekosten? Of wordt dat nog in beeld gebracht?

-7-

Antwoord: Op dit moment zitten we in het proces van implementatie van de Omgevingswet. De gemeente Nunspeet gaat uit van de door VNG gestelde minimale eisen van implementatie, die per 1-1-2022 geregeld moeten zijn. Voor dit traject zijn de financiën geregeld. Na 1-1-2022 zal de verdere transitie plaatsvinden tot 1-1-2029. Later dit jaar worden de kosten voor dit traject verder in beeld gebracht. ☐d.

Derde wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning.

Dhr. R.A. de Bruin (SGP) Opmerking: Dit is in lijn wat eerder is gedaan en lijkt ons een goede zaak. Dit levert voor ons geen aanvullende vragen op. Dhr. M.J Juffer (Gemeentebelang) Opmerkingen: Voorzitter, Er wordt gevraagd om een derde wijziging verordening WMO vast te stellen conform bijgaand raadsbesluit. Bij de bullet Argumenten/overwegingen wordt een verlaging van het tarief voorgesteld bij de producten Begeleiding en Huishoudelijke hulp. Vraag 1: In het raadsvoorstel wordt gesproken over het product Begeleiding. Hebben we het hier over Begeleiding Individueel of Begeleiding Groep? Antwoord: Het gaat om begeleiding individueel. Zie ook het gecombineerde antwoord op vragen 1, 2 en 3. Opmerkingen: Recent zijn er berichten gekomen vanuit aanbieders dat zij zich terugtrekken bij deze producten en de reden daarvan is dat het tarief te laag is en zij hun bedrijfsvoering niet rond kunnen krijgen. Dat er door een tarief verlaging meer aansluiting gerealiseerd wordt op de participatiewet is natuurlijk mooi meegenomen maar dit mag toch geen doel op zich zijn. Vraag 2: Is het college bekend met het terugtrekken van aanbieders bij deze producten en ziet het college de relatie van deze terugtrek beweging en het verlagen van de tarieven? Vraag 3: Kan het college voldoende, kwalitatief goede zorg blijven garanderen bij de producten Begeleiding en Hulp bij huishouding.

Ook na verlaging van het tarief. Antwoord vraag 2 en 3: De wijzigingen in dit artikel staan los van de tarieven zoals die gelden bij zorg in natura. Het gaat om PGB tarieven zoals deze gelden bij ondersteuning vanuit het sociale netwerk. Naar aanleiding van uw vragen kunnen wij u, los van onderhavig wijzigingsvoorstel, meedelen dat (bij geen bezwaar) vrijdag 9 april de definitieve gunning van de aanbesteding is. Conform het aanbestedingsrecht mag en kan het college tot deze tot deze datum geen uitspraken doen over de definitieve gunning. Wanneer er geen bezwaren worden ingediend, zullen wij uw commissie op vrijdag 9 april 2021 middels een extra mededelingenbrief informeren over de uitkomsten van de definitieve gunning. ☐e.

Reserve Bosexploitatie.

Dhr. M.A. Mol (Gemeentebelang)

-8-

Opmerkingen: Goed dat reserve vanaf nu alleen aangewend wordt waar deze voor bedoeld is; Goed dat met reserves geen structurele lasten gedekt kunnen worden. Vraag: Waarom is er in het voorstel voor gekozen de reserve aan te vullen boven het noodzakelijke minimale bedrage? Volgens Gemeentebelang is de afspraak dat gelden die niet beklemd hoeven te zien in principe toegevoegd worden aan de algemene reserve. Antwoord: In het voorstel worden 2 zaken benoemd waarvoor de reserve moet worden aangevuld:  Het vastgestelde bodembedrag voor de reserve bosexploitatie bedraagt volgende Nota reserves en voorzieningen 2020 € 162.000,-. Dit bodembedrag is nodig om financiële tegenvallers als gevolg van calamiteiten (storm, brand, droogte) op te kunnen vangen. Daarnaast vormt dit bodembedrag een basis naar de provincie voor cofinanciering bij subsidiemogelijkheden.  Op basis van de voorlopige cijfers 2020 blijkt dat een aantal incidentele onttrekkingen in 2020 niet gaan plaatsvinden. Deze onderwerpen zijn niet in 2020 gestart of niet volledig in 2020 afgerond. Daarnaast zijn er in de Programmabegroting 2021-2014 besluiten genomen voor onttrekkingen voor 2021 of 2022.

Het gaat (totaal) om de volgende onderwerpen: Restant stappenplan Vitale vakantieparken € 98.800,Natuurinclusieve landbouw Schaarweide € 20.000,Voortijdige invulling vacatures bos-/natuurbeheer € 110.000,- (= kosten 2021 en 2022) Inventarisatie houtvoorraad € 45.000,Onderhoud wildroosters € 15.000,Saldo € 288.800,Om de genomen besluiten over de incidentele onttrekkingen uit te kunnen voeren, wordt voorgesteld bij vaststelling van jaarrekening 2020 (bij een voldoende positief resultaat) de raad te adviseren via de resultaatsbestemming een deel van het rekeningresultaat (€ 288.800,-) te storten in de reserve bosexploitatie. Beide voorstellen zijn gebaseerd op besluiten uit het verleden (vaststelling Nota reserves en voorzieningen herijking 2020) en vormen daarmee een dekking binnen de gemeentelijke begroting. Er is daarom geen sprake van aanvulling boven het minimale bedrag. ☐f.

Toekomstige exploitatie Kulturhus Elspeet.

Dhr. K.M. van Bronswijk (CDA) Opmerking In het stuk lees ik de volgende passage: Rol gemeente In de voorkeursvariant van het college is de gemeente, in ieder geval gedurende de eerste 3 jaar, als eigenaar eindverantwoordelijk voor de exploitatie en het gebruik van het Kulturhus. Om daaraan een goede invulling te kunnen geven is een toezichthoudende en ondersteunende rol gewenst. Deze kan op diverse wijzen vorm worden gegeven, onder andere door voortzetting van de Stuurgroep. Daarbij dienen goede afspraken te worden gemaakt over verantwoordelijk en onderlinge rolverhouding. Dit moet verder worden uitgewerkt en als bijlage worden toegevoegd aan het definitieve voorstel. Vraag: Zal dit alleen financieel zijn of is er ook bemoeienis met de programmering? Antwoord: De gemeente bemoeit zich niet met de programmering, maar geeft enkel (on)gevraagd advies. Te meer omdat er een constructief proces is gevolgd om een plan voor een toekomstbestendig Kulturhus tot stand te brengen. Daarin is onder andere afgesproken een gezamenlijk activiteitenplan te maken met respect voor elkaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9981468/1